Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - De Paap van Gramschap (B)
De Paap van Gramschap (B)
 

Titel:   

De Paap van Gramschap

Ondertitel:   

Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg

Auteur:   

Ronald Peeters

Uitgever:   

Boekhandel Gianotten

Jaar:   

1992

ISBN:   

90-71077-27-6


Baantjer, A.C.

De bekende en de meest gelezen Nederlandse auteur van politieromans A.C. Baantjer (geb. 1923) schreef in zijn boek Doden spreken niet. Veertig onopgeloste moorden ('s-Gravenhage, Kruseman, 1966 en Baarn, Fontein, 1981) een kort hoofdstuk over de nog steeds onopgeloste moord op Corry Theeuwes, die op 22 maart 1955 aan de Lovense Kanaaldijk te Tilburg werd gepleegd.


Baars, Boek- en muziekhandel J.A. van

Joannis Antonius van Baars werd op 28 juni 1856 te Deurne geboren. Op 1 december 1880 kwam hij vanuit Almelo naar Tilburg en ging in de Willem II-straat M 1115 wonen. In het bevolkingsregister wordt als beroep opgegeven 'R.C. boekhandelaar'. Hij had een Binnen- en buitenlandsche boek- en muziekhandel. Lang heeft hij hier zijn boekhandel niet gehad; op 15 juli 1884 vertrok hij naar Deurne en Liessel.

Literatuur: GAT, Bevolkingsregister 1880/1890, deel 20 fol. 212; GAT, Adresboek 1881.


Baart, J.A.

J.A. Baart (Amersfoort 19 juli 1835 - ?) bezat omstreeks 1865 een steendrukkerij op het 'Haringseind', dat is het huidige St. Annaplein begin Trouwlaan en Korvelseweg. Hij was gehuwd met Elisabeth Josephina Weingärtner (geb. Breda 24-4-1838), zuster van kunstschilder en tekenmeester Barend Johannes Cornelis Weingärtner (Oosterhout 1837-1896), die omstreeks 1857-1862 in Tilburg woonde. Bij Baart in huis woonde ook steendrukker Leonardus Josephus van Meus (geb. Terheyden 18-8-1838), maar deze vertrok omstreeks 1872 naar Antwerpen.
Blijkens advertenties uit 1866 en 1867 in het Weekblad van Tilburg drukte hij met name visitekaartjes (f 1,50 voor 100 stuks op 'dubbel fijn glacé karton') en spoorde hij zijn klanten Benevens bij voortduring aan het drukken van Rekeningen, Facturen, Wissels, Kwitantiën, Adres- en Rouwkaartjes, Signaturen, Etiquetten en verders alle Teekeningen en Gravuren. Op 20 oktober 1872 vertrok hij naar Terheyden.

Advertentie in het Weekblad van Tilburg van 22 december 1866
(coll. RHC Tilburg).


Literatuur: GAT, Weekblad van Tilburg van 22-12-1866, 30-11-1867 en 14-12-1867; GAT, Bevolkingsregister 1870/1880, deel 3 fol. 67.


Baeten, Ton

Antonius Joannes Theodorus Josephus ('Ton') Baeten werd op 12 februari 1931 te Tilburg geboren, woonde in de Kapelstraat 70, studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en aan de abdij van Berne te Heeswijk-Dinther. Hij werd in 1956 tot priester gewijd, was van 1968-1982 prior van de abdij van Berne en sinds 1983 is hij daar abt. Ton Baeten publiceert veel over de veranderende Rooms-Katholieke kerk in West-Europa, zoals het boek Plek voor iedereen. Bijbelse overwegingen (Boxtel, Katholieke Bijbelstichting, 1988), Kijk op de kerk (1989), Bevestig (de) mensen. Gedachten over zingeving (Aalsmeer, Luyten, 1990). Hij leverde ook een bijdrage voor het boek Norbertijnen (Aalsmeer, Luyten, 1991).

Literatuur: GAT, Bevolkingsregister 1921/1939, gezinskaart 63/32; HN van 23-10-1989; DTK van 19-10-1989; Tilburg Vrij Uit van 18-10-1989; Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 63.


Bananenijs

Onder de titel De Pitloze Banaan publiceerden medewerkers van het toen reeds verdwenen Tilburgse tijdschrift Bananenijs in 1981 een gedichtenbundel waarin zes mensen hun poëtische bijdragen leverden. Op Karin Mispelblom-de Beyer na waren alle gedichten van medewerkers van Bananenijs, te weten: C. Gijsen, Joseph Haehn, L. Mesh, I. Schimmelpenninck en Theo Visser. De redactie was in handen van L. von Bachhoven en J. Meister.

Literatuur: Komplement, jrg. I, 1981, nr. 3, p. 130.


Bechtold, Jan 

Johan Gerard ('Jan') Bechtold werd op 17 februari 1892 te 's-Hertogenbosch geboren. In 1911 is hij in Tilburg komen wonen, waar hij zijn onderwijzersloopbaan aan de volksschool begon, onder leiding van fr. Caecilius Dieks. Bechtold kwam na de Eerste Wereldoorlog in het milieu van de R.K. Leergangen (St. Leonardus) en vele groeperingen van jonge katholieken terecht. Hij was bestuurslid van de Brabantse Beweging en zat in de redactieraad van het blad Edele Brabant. Teksten van hem werden onder andere gepubliceerd in lustrumboeken van de studentenvereniging St. Leonardus, het literaire blad Wij (1927), Dietsche Warande & Belfort, Roeping, Jong Leven, De Engelbewaarder en Vandaag. Jan Bechtold ging in de dagbladjournalistiek. In 1918 werd hij redacteur van de katholieke krant Ons Noorden in Groningen, vervolgens in 1925 hoofdredacteur van de Nieuwe Venlosche Courant, en ten slotte werd hij direct na de bevrijding in 1944 benoemd tot hoofdredacteur van de Nieuwe Tilburgse Courant, waarin hij de dagelijkse rubriek 'Were Di' verzorgde. Na enkele jaren keerde hij weer terug naar het onderwijs en hij was van 1953-1964 godsdienstleraar aan de Rijks-HBS Koning Willem II.



Jan Bechtold (1892-1971) (coll. Archief Generalaat Fraters Tilburg).

Jan Bechtold was nauw betrokken bij het tijdschrift Were Di, een uitgave van de Tilburgse Contact- en Studiekring 'Maatschappelijke Vernieuwing', waarvoor hij in 1945 het boekje De roeping van Tilburg, het moet beter worden schreef. In 1952 schreef hij samen met George Goossens het boek Tegelse volkskunst (Maastricht, Veldeke). In de Opvoedkundige Brochurenreeks nr. 209, een uitgave van de Tilburgse drukkerij Zwijsen, verscheen in 1962 het boek Van jong tot oud. Bloemlezing uit de artikelen van de zeventigjarige Johan Bechtold.
Jan Bechtold was in 1948 een van de oprichters en voorzitter van de Filmkring Tilburg en hij was lid van de Katholieke Filmkeuring. In het weekblad Kerknieuws had hij een wekelijkse filmrubriek. Hij overleed in maart 1971 te Tilburg.


Literatuur: GAT, Bevolkingsregister 1910/1920, deel 33 fol. 42; Fr. Sigebertus Rombouts, in: Van jong tot oud, Tilburg, 1962, p. 5-24; dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990 p. 66-67, 316, 323, 330-331; Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 79; NvhZ van 2-8-1958 en 11-3-1971.


Beek, Pierre van

Cornelis Petrus Jozef ('Pierre') van Beek werd op 17 februari 1907 te Tilburg geboren. Hij schreef een aantal verhalen in Het Zondagsblad, in de Katholieke Illustratie en in Het Zuiden. Daarna was hij vanaf 1928 tot zijn pensionering in 1972 als journalist werkzaam bij De Nieuwe Tilburgse Courant, en na de overname in 1964 bij Het Nieuwsblad van het Zuiden. Van 25 april 1964 tot en met 5 april 1980 schreef hij een serie van honderden artikelen over (de geschiedenis van) Tilburg, Noord-Brabant, de Belgische Kempen en reisverhalen (Joegoslavië, Italië, Frankrijk en Oostenrijk). Hij schreef onder de pseudoniemen: Canteclaer, Flaneur (reisverhalen; dit is ook het pseudoniem van Antoine Arts), Tilburger, Claudius (reisverhalen), Köpke Kladder, Trekvogel en Pietje Wijsneus ('Dagboek van een eigenwijze baby'). 

Vanwege zijn vele journalistieke artikelen over de vaak onbekende schoonheden en rijkdommen van Midden-Brabant, ontving Pierre van Beek in 1975 van de Streek VVV Hart van Brabant de Hart van Brabantprijs. In 1979 werden vijftien van zijn verhalen uit Midden-Brabant gebundeld en door Het Nieuwsblad van het Zuiden uitgegeven onder de titel Brabants Palet. Pierre van Beek is ook bekend door zijn reeks van 187 artikelen Tilburgse Taalplastiek in Het Nieuwsblad van het Zuiden, die in de periode 1964-1974 zijn verschenen. Zijn journalistieke oeuvre wordt gebundeld in fotokopie bewaard in het Gemeentearchief Tilburg.

Literatuur: NvhZ van 15-5-1968, 25-2-1972, 1-3-1975, 23-8-1979 en 8-12-1979; DTK van 6-3-1975.
Aanvulling 2001: 29 van zijn verhalen zijn gebundeld in Terugblik op Tilburg, Tilburg, Heemkundekring Tilborch, 1994, 158 blz. Pierre van beek overleed op 86-jarige leeftijd op 19 december 1993. Literatuur: Ronald Peeters, 'Pierre van Beek (1907-1993)', in: Pierre van Beek, Terugblik op Tilburg, Tilburg, Heemkundekring Tilborch, 1994, p. 8. 



Postume uitgave van Pierre van Beek, waarin eerder door 
hem gepubliceerde verhalen uit Het Nieuwsblad van het 
Zuiden zijn opgenomen, 1994 (Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Beets, Nicolaas

Dr. Nicolaas Beets werd op 13 september 1814 te Haarlem geboren. Hij studeerde te Leiden en was Hervormd predikant te Heemstede (1840-1854) en te Utrecht (1854-1875). In 1875 werd hij hoogleraar in de theologie te Utrecht (tot 1884). Aanvankelijk schreef hij dramatische verhalen. Zijn roem als schrijver berust op het werk Camera Obscura, in 1839 uitgegeven onder het pseudoniem Hildebrand, waarin verschillende stukken uit zijn studententijd bijeengebracht waren. Dit werk wordt tot de klassieke literaire boeken uit de 19e eeuw gerekend. Beets overleed te Utrecht op 13 maart 1903.

Ook in Tilburg heeft hij een klein 'werk' nagelaten. De beroemde stadgenoot van Beets, de oogheelkundige prof. dr. F.C. Donders, werd op 27 mei 1818 in de Nieuwlandstraat 44 te Tilburg geboren. Op initiatief van de Maatschappij tot Bevordering van de Geneeskunst, werd bij gelegenheid van de 70e verjaardag van Donders in augustus 1888 in zijn geboortehuis een gedenksteen aangebracht. De tekst van die gedenksteen werd, op verzoek van het Tilburgse gemeentebestuur, opgesteld door Nicolaas Beets. In een brief van 25 augustus 1888 maakt hij de door hem ontworpen herinneringstekst aan het gemeentebestuur bekend:

  


Weledele Zeer geleerde Heren. Na een verblijf buitenslands van ruim 4 weken, vind ik tehuis gekomen, uwe geëerde letteren van 1 augustus, vragende mijn advies voor het Inschrift op den steen in den gevel van het huis, waarin deze groote Donders geboren werd. Ik moet wel vrezen thans met dit advies te laat te komen, maar naar mijn gevoelen zou dat inschrift niets meer of minder moeten behelzen dan: 'Op den 27-ste van Bloeimaand des jaars O.H. MDCCCXVIII werd Franciscus Cornelis Donders in deze woning geboren'. Met verschuldigde gevoelens heb ik de eer te zijn, Uw dw. dr. Nicolaas Beets.

Geen opzienbarende tekst dus, maar in Tilburg is hiermee wel een kleine pennevrucht van deze bekende letterkundige vereeuwigd en nog steeds in de Nieuwlandstraat te aanschouwen. Sinds 1923 is er in Tilburg ook een straatnaam naar hem genoemd.

Nieuwlandstraat 44 met boven de voordeur de gedenksteen van prof. F.C. Donders 
(foto Frans van Ameijde, 1988, coll. RHC Tilburg).

Literatuur: GAT, Secretarie-archief 1810-1907, niet genummerd (afk. uit documentatie); NvhZ van 10-1-1964; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 12.


Begraafplaats Bredaseweg

Nergens zijn in Tilburg zoveel citaten en literaire curiositeiten te vinden als op de begraafplaats van het Heike aan de Bredaseweg. De begraafplaats van het Heike wordt omsloten door een beeldengalerij. Het beeld op de hoek Bredaseweg / Noordhoekring is dat van Franciscus van Sales (1567-1622), de bisschop van Genève. Hij was de stichter van de Orde van de Visitatie en werd in 1665 heilig verklaard. Franciscus van Sales staat bekend om zijn zorg voor de armen en hij is de patroonheilige van de schrijvers. Hij is dan ook afgebeeld met de attributen ganzeveer en boek. 

Op de begraafplaats is een aantal auteurs begraven, zoals Walter Breedveld (1901-1977; graf A 15), de economisch publicist mgr. prof. dr. M.J.H. Cobbenhagen (1893-1954; graf P 2), dr. H.W. Moller (1869-1940; graf A 2/4) en Nicolaas Daamen (1838-1921; graf A 8/63). Ook zijn er begraven muziekuitgever M.J.H. Kessels (1858-1932; graf A 11/46) en zijn dochter Marietje Kessels (1889-1900; graf A 11/45), en de tekstdichter-componist A.P. Hamers (1871-1929; graf A 11/4).

Interessant zijn de grafopschriften. Vooral teksten uit de Bijbel, het meest gelezen boek ter wereld, komen veel voor. Populair zijn teksten uit Job, Ecclesiasticus, het evangelie volgens Johannes en de Apocalyps. Er zijn ook citaten te vinden van de kerkvaders Augustinus, Ambrosius, Thomas a Kempis en Hiëronymus. De tekst op het graf van J.F.N. Franken (1882-1923; graf A 4/17) en zijn vrouw J.M.H. Donders (1865-1955) is een gedicht van haar broer de Tilburgse priester-dichter H.J.M. Donders. Op minstens twee plaatsen zijn gedichten van Guido Gezelle te vinden. Een op het graf van P.H. Knegtel (1847-1921; graf A 2/53) en zijn vrouw A. van Loon (1860-1931), en een op het graf van C.J.M. Bressers (1865-1917) en zijn vrouw H.E.J. Woestenbergh (1865-1943; graf A 4/14 of 13). Het is een fragment van het gedicht Gouden Roozen (1882) uit de bundel Kerkhofblommen:

Beeld van liefde, beeld van goedheid,
beeld van al dat edel is,
bloeit hij zoo in aller herten
en in elks geheugenis.

Er zijn ook vele ongesigneerde teksten te vinden, zoals op het graf van Johanna Mutsaerts (1861-1906; graf A 5/7):

ik wensch geen kostbaar praalgesteent
geen ijdle lofspraak op mijn graf
het kruis alleen dat mij in dit leven
de hoop op beter leven gaf


Op het graf van de kinderen Gerard Mutsaers (1914) en Louis Mutsaers (1874; graf K) staat de tekst:

Vlieg op naar 't zoet geneugt
der eindelooze vreugd
bij de engelen daarboven
die hunnen schepper loven.

Literatuur: Ronald Peeters en Ed Schilders, Katholiek Tilburg in beeld, Tilburg, 1990, p. 175-179; Cees van Raak, 'Verstilde stad. De oude begraafplaatsen van Tilburg', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, IX, sept. 1991, nr. 3; Mededeling Cees van Raak 4-10-1991.


Bergman, Chris

Chris Bergman werd in 1950 te Vught geboren. Hij studeerde handvaardigheid aan de Tilburgse Academie en is sinds 1972 woonachtig in Tilburg. Van 1979 tot 1985 schreef hij kunstrecensies voor de Brabant Pers. Publiceert thans nog incidenteel over beeldende kunst. In 1987 schreef hij het artikel 'Een leven in beelden. Joost Sicking 1932-1986' in het tijdschrift Tilburg (1987, nr. 1, p. 4-8) en samen met drs. Karin Koster de tentoonstellingscatalogus Joost Sicking 1932-1986 (Eindhoven, Galerie Tegenbosch, 1987). Hij was een van de mede-auteurs van het boek Jo Bedaux architect (Tilburg, Tilburgse Kunststichting, 1989), en hij schreef de tekst voor de tentoonstellingscatalogus Ad Willemen (Vessem, Galerie Aerts, 1990).
Aanvulling juni 2001: Bergman was kunstrecensent van Univers van 1994-1995. Sinds 1995 is hij PR-medewerker bij de Tilburgse Kunststichting. Hij schreef het boek Rondom Hans van Zummeren (Tilburg, Tilburgse Kunststichting,1995). Aanvullende literatuur: Cees van Raak, 'Cultureel lexicon Tilburg', in: Tilburg Magazine, april 1999, p.16.


Bergmans, Drukkerij/Boekhandel

Wilhelmus Bergmans was de grondlegger van een boekhandelaars- en drukkersgeslacht. Hij werd op 17 december 1822 te Tilburg geboren. Aanvankelijk was hij koster van 't Heike, maar hij opende in 1847 op instigatie van mgr. J. Zwijsen een handel in kerkboeken en devotionalia in de Heuvelstraat (later geheel verbouwd; thans fotohandel Tuerlings, nr. 106). Hij verkocht spoedig ook rozenkransen, hosties, wierook, altaarmissaals en Bossche koek. Hij verwierf de alleenvertegenwoordiging in Nederland van breviers, missaals en kerkmuziek van de beroemde uitgeverij Friedrich Pustet in Regensburg. Vaste afnemers van zijn boeken waren het groot-seminarie Haaren en de in 1866 gestichte Rijks-HBS Koning Willem II te Tilburg. Het oudst bekende boekje waarin hij als uitgever staat vermeld, dateert van 1851. Het is De Spiegel zonder bedrog, of de ware kennis van zich zelven, door een Priester der Societeit van Jezus

Willem Bergamns (1822-1915) (coll. RHC Tilburg).

In september 1865 werd hij op verzoek van 'enige voorname ingezetenen' van Tilburg uitgever van het Weekblad van Tilburg, dat hij in 's-Hertogenbosch liet drukken. In juli 1866 heeft hij de krant overgedaan aan de Tilburgse drukker Bartje Luijten, die als weesjongen het drukkersvak in de drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis van de Fraters van Tilburg had geleerd. De krant kreeg na de afschaffing van het dagbladzegel in 1869 de nieuwe naam Tilburgsche Courant. In 1875 kocht Willem Bergmans van de firma C.N. Teulings in 's-Hertogenbosch een gebruikte handpers voor f 300 en begon boven de boekwinkel zijn eigen drukkerijtje, de basis voor de latere Drukkerij Henri Bergmans N.V. 

Zijn zoons Hubert (1863-1916) en Louis (1866-1927) kwamen in de boekhandel en de afdeling uitgeverij van kerkmuziek, en Henri (1868-1946) kwam in de afdeling drukkerij. In 1898 vond de eerste verhuizing plaats en heette het bedrijf voortaan 'Snelpersdruk W. Bergmans'. Aan de Markt werd het ruime pand betrokken waarin voordien twee drukkerijen gevestigd waren geweest, die van de firma A.J. van der Voort (1837-1882) en die van de firma Antoine Arts (1882-1898). In 1903 verhuisde de zich inmiddels 'stoomdrukkerij W. Bergmans' noemende drukkerij naar de Langestraat, waar een nieuw bedrijfspand werd gebouwd. Willem Bergmans overleed op 20 april 1915 op 93-jarige leeftijd. 

De drukkerij is, na regelmatige uitbreidingen, tot 1963 in de Langestraat gevestigd geweest, vanaf ca. 1910 als 'Electrische drukkerij W. Bergmans", vanaf 1917 als 'Drukkerij W. Bergmans' en vanaf 1922 als 'Drukkerij Henri Bergmans". Toen Hubert in 1916 overleed, kwam het in 1917 tot een boedelsplitsing: drukkerij en boekhandel werden van elkaar gescheiden. De drukkerij ging een eigen leven leiden. Kleinzoon Joannes Jacobus Josephus (1900-1979) kwam in dat jaar in de drukkerij, zijn broer Louis (1909-1969) in 1929. In 1963 verhuisde de drukkerij naar een nieuw pand aan de Wandelboslaan. Inmiddels had de vierde generatie, namelijk Hein en Paul Bergmans, haar intrede gedaan. De drukkerij heette vanaf de jaren zeventig Bergmans M.C.H. B.V. Drukkers-Uitgevers. In april 1985 ten slotte werd de gehele inboedel van de drukkerij wegens faillissement openbaar verkocht. Daar was ook nog de eerste handpers bij van Willem Bergmans, de Dingfer 966 uit Zweibrücken. Het bedrijfsarchief werd ondergebracht bij het Gemeentearchief Tilburg.

Stoomdrukkerij W. Bergmans in de Langestraat, 1903 (coll. RHC Tilburg).

Een van de bekendste periodieken die Bergmans drukte was het Tilburgse blad Roomsch Leven (1916-1970). Bergmans was een belangrijk drukker/uitgever van vele Brabantse en Tilburgse periodieken, zoals Brabantia Nostra, Edele Brabant, Brabantia, Noord-Brabant, boeken zoals de Tilburgse Prentebuukskes.
Boekhandel W. Bergmans, inmiddels eigendom van Uitgeversmaatschappij Elsevier N.V. te Amsterdam, werd in juli 1972 wegens reorganisatie gesloten, waarmee er een eind kwam aan de langst bestaan hebbende boekhandel van Tilburg: 125 jaar.

Ex Libris van drukker Paul Bergmans
 (coll. Ronald Peeters).


Literatuur: GAT, Genealogisch dossier Bergmans; Rooms Leven van 22-6-1946, 20-4-1957 en 22-5-1964; NvhZ van 22-5-1964 en 7-7-1972; Drukkersweekblad van 15-5-1964; drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in: De Lindeboom, III/IV, 1979-1980, p. 146-151 en 198; GAT, Bibliotheek, cat. nr. 6102; Alle nummers van het Weekblad van Tilburg zijn aanwezig in het GAT, Collectie kranten inv. nr. 1.


Berkvens, H.

Hendricus Hubertus Berkvens werd geboren te Woensel op 12 februari 1862. Op 2 juni 1898 vestigde hij zich vanuit Zevenbergen als kapelaan te Tilburg in de parochie Noordhoek onder pastoor dr. G.W.J.M. van Zinnicq Bergmann. Op 22 juni 1909 vetrok hij naar Deurne c.a. In de paar jaar dat hij in Tilburg verbleef, is hij vooral bekend geworden als sociaal-werker en geestelijk adviseur van de Tilburgse R.K. Gildenbond. Dat leverde hem in 1921 zelfs een straatnaam op. 



Kapelaan H. Berkvens (1862-1921) (coll. RHC Tilburg).

Hij schreef enkele brochures: Geestelijk Adviseurs in Sociale Vereenigingen in 1905 uitgegeven bij Antoine Arts te Tilburg, R.K. Vakvereenigingen in 1906 uitgegeven bij H. Gianotten te Tilburg, in 1907 Bij Staking, in 1908 De Sterkte eener Organisatie en in 1913 Draagt uw insigne. Een Katechismus-uitleg, aangeboden aan het Tilburgsch Kruisverbond bij het 10-jarig bestaan 1913, alle gedrukt bij H. Gianotten. In 1913 is hij pastoor te Liessel (Deurne); later pastoor te Helmond. Berkvens overleed als rector te Uden op 2 februari 1921.

  

'R.K. Vakvereenigingen' (Tilburg, Gianotten, 1906) en 'Geestelijke Adviseurs' (Antoine Arts, 
Tilburg, 1905) (Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: GAT, Bevolkingsregister 1890/1900, deel 9 fol. 120 en 1900/1910, deel 13 fol. 29; GAT, Bibliotheek, cat. nrs. 3183, 3192, 3193, 5740 en 6815; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 15.


Berys van Oerle, Janneke

Het oudste gegeven over een 'boekhandel' in Tilburg dateert van 1607. Het was dr. P.C. Boeren die de vondst van een voogdijrekening door J.H. van Mosselveld op het Tilburgse gemeentearchief in 1952 publiceerde.
In deze voogdijrekening uit 1607 hebben de twee voogden van Henric, de zoon van de aan 'de goidtsgave' (de pest) in 1599 overleden kleermaker en oud-schepen Jan Cornelis Cornelis Danielss. van Boerden en van Aleydt Henrick Laureysz Zwijsen, hun uitgaven sedert 1599 verantwoord. Interessant zijn de uitgaven waaruit blijkt dat een zekere 'Janneken Geridt Berys huysvrouw' boeken en schrijfbenodigdheden leverde ten behoeve van Henric:

Den selven Henrick gecocht een gesloten gebethboecxken, daervoor Janneken Geridt Berys huysvrouw betaelt in Januario 1600 IX st.
Denselven alsdoen eenen Cathechismus gecocht, daervoor gegeven III 1/2 st.
Denselven alnoch eenen schrijffcokere ende een paer blocken op te doen slaeytschen IIII 1/2 st.
Item voor den Etimologia ende twee andere Latijnse boecken, twee boecken pampiers, schafften etc., alle tot behouff van Henricken gecocht, tsamen betaelt XXI 1/2 st.
Item voor eenen Latijnschen Evangelieboeck Janneken Geridt Berys betaelt V st.
Alnoch voor eenen boeck genoempt Prognosmata deselve betaelt III 1/2 st.

Fragment uit de voogdijrekening van 1607 (coll. RHC Tilburg).

Deze Janneke was een dochter van Willem van Vessem. Zij trouwde met een van de rijkste mannen van de heerlijkheid Tilburg en Goirle, de raadsman Gerit Jan Willem Berys van Oerle (ca. 1527-1612/18). Zij woonden in een huis op de Schoolweide bij de kerk. 
En passant wordt uit deze rekening duidelijk dat Tilburg toen een Latijnse school had.

Literatuur: P.C. Boeren, 'Tilburgs kleingoed (vervolg) III. Een boekenrekening van omstreeks 1600', in: Het Boek, XXXI, 's-Gravenhage, 1952, afl. 2, p. 101-102; GAT, Rechterlijk Archief, inv. nr. 1607 (4), fol. 12v en 13 (voogdijrekening).
Aanvulling juli 2001: Ronald Peeters, 'Tilburgse boekencuriosa', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XII (1994), nr. 1, p. 8-14, o.a. aanvullende archiefbronnen (p. 11). 


Bibliotheken

Tilburg was en is rijk aan bibliotheken. Al in 1779 moet er hier al een Leesgezelschap zijn opgericht, waarover verder niets bekend is. Op het eind van de 18e eeuw was Adriaan van der Willigen lid van mogelijk hetzelfde leesgenootschap. Het lezen was toen alleen voor de bovenlaag van de bevolking weggelegd. Uit 1855 bestaat nog een reglement voor een leesgezelschap, dat door 26 vooraanstaande burgers werd ondertekend, onder anderen door de publicist ds. G.D.J. Schotel. Rond de eeuwwisseling onstond in Tilburg de eerste bibliotheek voor de katholieke arbeiders, die in 1906 in het gebouw van de R.K. Gildenbond (opgericht 1896) als R.K. Leesbibliotheek was gevestigd, met als doel het verschaffen van leerzame boeken en vertrouwbare ontspanningslectuur aan het leesgrage volk in Tilburg en om het te behoeden voor den verderfelijken invloede van slechte en verdachte boekwerken. In 1910 waren er vier R.K. Leesbibliotheken in de parochies St. Anna, Besterd en Heikant, en de R.K. Leesbibliotheek St. Rafaël voor de parochies Goirke en Hasselt. 

Op 8 oktober 1909 werd in het pand van boekhandelaar Antoon Bergmans aan de Heuvelstraat 55, een boekenkast ingericht door het bestuur van de Nieuwe Tilburgsche R.K. Leesbibliotheek 'St. Dionysius'. Maar pas vanaf 3 maart 1913, toen de bibliotheek sterk was uitgebreid en er ook een leeszaal aan werd verbonden, is er echt sprake van een volwaardige openbare bibliotheek: De Roomsch-Katholieke Openbare Leeszaal 'Sint Dionysius'. De leeszaal bevond zich op de eerste verdieping van Bergmans, in de Langestraat 67. Door plaatsgebrek verhuisde de bibliotheek naar de Willem II-straat 23. Dit gebouw werd op 30 maart 1922 geopend.

De leeszaal aan de Langestraat in 1913, met rechts censor dr. M. Verhoeven (coll. Openbare Bibliotheek Tilburg).

Boekhandel Bergmans op de hoek Heuvelstraat-Langestraat 
omstreeks 1913 met op de eerste etage de leeszaal (coll. RHC Tilburg).

In 1938 bestaan er in Tilburg ook commerciële bibliotheken, zoals De Kempen van Pillot, de firma Spijkers en De Wekker. 
In 1941 opende de bibliotheek het eerste filiaal in de Montessorischool aan de Loudonstraat (tot 1948). Er zouden er nog enkele volgen, zoals in de parochies Theresia (1946-1948), Loven (1955-1965), Vredesparochie (1955), Trouwlaan (1958), en Het Zand (1962). 
Sinds 1953 bestond er aan de St. Josephstraat 135 onder de naam Het Koetshuis, een Nutsbibliotheek voor niet-katholieken. In 1959 werd de naam gewijzigd in de Algemene Nuts Openbare Bibliotheek, waardoor Tilburg dus twee openbare bibliotheken kende. Deze bibliotheek verhuisde in 1961 naar de Nieuwlandstraat 44, en fuseerde uiteindelijk met de katholieke openbare bibliotheek. De oorspronkelijke Nutscollectie is in het in 1981 geopende filiaal in Tilburg-Noord 'de Lyndacker' terechtgekomen.

In 1967 is de Stichting Openbare Bibliotheek Tilburg opgericht, met het doel de openbare bibliotheekvoorziening in Tilburg te bevorderen. In 1972 werd het nieuwe gebouw aan het Koningsplein 1 geopend. Op dit moment heeft de openbare bibliotheek twee filialen, 't Sant aan de Beneluxlaan 74 en de Lyndacker aan het Wagnerplein 5, twee afzonderlijke jeugdbibliotheken Groenewoud aan de Berglandweg 40 en Klein Hasselt aan de Van Hogendorpstraat 53, en een (sinds januari 1992) nieuwe bibliobus. Totaal bezit de openbare bibliotheek bijna 450.000 boeken. Op 26 maart 1992 werd het nieuwe gebouw in het tweede stadskantoor feestelijk geopend, met de presentatie van het boek De Paap van Gramschap. Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg door Ronald Peeters, en de opening van de gelijknamige tentoonstelling.

Tilburg bezit nog meer bibliotheken, onder andere bij de diverse onderwijsinstellingen. Aan de Katholieke Universiteit Brabant is een grote bibliotheek verbonden. Als de nieuwbouw in 1992 klaar is, heeft Tilburg een van de modernste universiteitsbibliotheken van Europa. Voor de geschiedenis van Tilburg is de Brabantica-collectie van belang. Deze, sedert 1839 door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen te 's-Hertogenbosch gevormde collectie boeken en prenten, werd in juli 1986 in bruikleen van de provincie Noord-Brabant verworven. Van groot belang is ook de bibliotheek van de Theologische Faculteit (zie aldaar). Daarnaast bezitten de verschillende kloosters in Tilburg uitgebreide bibliotheken, zoals de Kapucijnen, Trappisten, Fraters (zie aldaar), en de missionarissen van het H. Hart (zie aldaar). Tot slot vermelden we de bibliotheek van het Gemeentearchief Tilburg (zie aldaar).

Literatuur: De Leeszaal. Gedenkboekje uitgegeven door de Ver. R.K. Openbare Leeszaal en Bibliotheek 'St. Dionysius' te Tilburg [...], Tilburg, 1922; drs. Henk van Doremalen, 'Geen luxe, maar levensbehoefte. Openbare Bibliotheek in Tilburg 1913-1988', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 6, 1988, nr. 1/2.
Aanvulling juli 2001: Henk van Doremalen, 'De angst voor "minder geschikte" lectuur', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XII (1994), nr. 1, p. 18-21.


Bloemkrans, Letterkundig tijdschrift

De Fraters van Tilburg hebben vanaf 1883 ten behoeve van het literatuuronderwijs in het voortgezet onderwijs en voor de kweekscholen voor onderwijzers, een eigen letterkundig tijdschrift uitgegeven: Bloemkrans. Lectuur voor Katholieke Jongelieden tot bevordering van taalkennis, stijl en letterkundige studie. Het werd in de eigen drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis uitgegeven als eerste Tilburgse letterkundige tijdschrift, en vermoedelijk ook de eerste letterkundige uitgave in ons land met inleidingen en aantekeningen. De bewerker van de letterkundige bijdragen in dit tijdschrift was pater M. Bernardinus Ghijben. Hij werd geboren in 1840 te 's-Hertogenbosch als Joannes Aloysius Ghijben, trad in 1859 in het noviciaat bij de Fraters van Tilburg en werd in 1863 tot priester gewijd. Hij heeft voor mgr. J. Zwijsen in 1868 het belangrijke Mandement over het Onderwijs geschreven. Ghijben overleed in het moederhuis in 1908.

Bloemkrans 1891 (coll. Archief Generalaat Fraters Tilburg).

Het tijdschrift Bloemkrans heeft dertien jaar bestaan; vanaf de vijfde jaargang heette het Bloemkrans. Taal- en Letterkundige studiën voor Katholieke Jongelieden. Bij zijn redactionele werk werd Ghijben bijgestaan door frater Ludovicus van den Houdt, die in feite als redactie-secretaris optrad. Deze werd in 1848 als Petrus Lambertus Josephus van den Houdt in Tilburg geboren. Hij trad in 1872 in bij de Fraters van Tilburg en was sinds 1878 hier werkzaam in het onderwijs, vanaf 1884 als hoofd van de Heuvelse St. Josephschool. Totaal zou er werk van zo'n eenennegentig verschillende auteurs in dit tijdschrift worden gepubliceerd. Onder hen waren bijvoorbeeld Nicoline M.C. Sloot (onder de pseudoniemen Melati van Java en Mathilde), August Snieders, Is. da Costa, De Génestet, dominee-dichter Ter Haar, Vondel, Bilderdijk, maar ook Guido Gezelle, waarvan nog correspondentie bewaard is gebleven. Het laatste nummer van Bloemkrans verscheen in februari 1896. Dit unieke tijdschrift is nog te raadplegen in de bibliotheek van de Fraters van Tilburg en in het Gemeentearchief Tilburg.

Literatuur: Fr. M. Tharcisio Horsten, De Fraters van Tilburg van 1844-1944, Tilburg, 1946, deel 1, p. 156-157; Jef van Kempen, 'Bloemkrans. Letterkunde voor katholieke jongelieden', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 9, nr. 1, maart 1991, p. 14-17; Jef van Kempen, 'Uw lied is Vlaandrens roem. Guido Gezelle en frater Ludovicus van den Houdt', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 9, nr. 1, maart 1991, p. 18-22.


Blöte, dr. J.F.D.

Jan Frederik David Blöte werd op 15 december 1853 te Leiden geboren. Hij kwam op 15 september 1883 vanuit Duitsland in Tilburg wonen. De Evangelisch-Lutherse Blöte trouwde in 1885 met de in Tilburg geboren en Nederlands-Hervormde Johanna Maria Krever (1853-1932). 
Blöte was van 1874-1876 hulponderwijzer aan de school voor onvermogenden van de heer Lancel te Leiden, van 1876-1883 leraar Duits, Frans, rekenen, wiskunde, Latijn en Engels aan de Knabenanstalt te Köningsfeld (Baden, Duitsland), en van 1883-1924 leraar Duits aan de Rijks-HBS Koning Willem II te Tilburg. Hij werd een befaamd kenner van de Graalliteratuur en daarover schreef hij vele artikelen, onder andere over de Lohengrinlegende. Bijdragen van hem verschenen onder meer in: De Gids, Zeitschrift für Deutsches Altertum und Deutsche Litteratur, Zeitschrift für Romanische Phlilologie, Tijdschrift voor Nederlandsche taal- en letterkunde, Verhandelingen Koninklijke Akademie van Wetenschappen en Bijdragen voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde. Voorts schreef hij een veertigtal boekbesprekingen en gaf hij lezingen, onder andere voor de Wetenschappelijke Kring te Tilburg (1903 en 1919), waarvan hij lid was. Voor zijn werk ontving hij de titel doctor honoris causa. Hij was ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Blöte overleed te Tilburg op 1 mei 1935.

Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters 1880/1890, deel 20 fol. 166 en deel 23 fol. 148; 1890/1900, deel 29 fol. 187; 1900/1910, deel 42 fol. 45; 1910/1920, deel 5 fol. 157; 1921/1939, gezinskaart 5/157; NvhZ van 2-5-1935; Huub Franssen e.a., Jaren van voorzichtig beleid 1866-1991. De huidige Rijksscholengemeenschap Koning Willem II 125 jaar in Tilburg, Tilburg, 1990, p. 36-37.


Boekenbezit in Tilburg, particulier

Over het particulier boekenbezit in Tilburg is weinig bekend, zeker als we het hebben over vroegere bibliotheken. De oudste gegevens over een privé-bibliotheek zijn van 1635 toen pastoor Augustinus Wichmans (1596-1661), zelf ook auteur, de inventaris liet opmaken van zijn pastorie Moerenburg. Deze lijst bevat onder het hoofdstukje 'Libri' (de bibliotheek) 123 titels van voornamelijk in het Latijn geschreven theologische werken, in omvang totaal zo'n 200 banden.



Mr. J.F.L. Baesten (1757-1823) in zijn bibliotheek (coll. RHC Tilburg).

Er bestaat een olieverfschilderij van de Tilburgse advocaat, politicus en rentmeester der domeinen mr. J.F.J. Baesten (1757-1823) uit het einde van de 18e eeuw, waarop hij staat afgebeeld te midden van zijn boekencollectie. Zijn tijdgenoot de letterkundige Adriaan van der Willigen (1766-1841), die van 1795-1802 drossaard van Tilburg was, legateerde zijn rijke bibliotheek, van met name Nederlandse dichtwerken en toneelspelen, aan de stadsbibliotheek van Haarlem. De catalogus uit 1864 maakt melding van 2871 titels.

De uit Dordrecht afkomstige dominee dr. G.D.J. Schotel (1807-1892), die van 1846 tot 1862 predikant was van de Nederlandse Hervormde gemeente Tilburg, liet na de dood van zijn vrouw Catharina de Leeuw in 1877 een groot gedeelte van zijn omvangrijke bibliotheek bij Martinus Nijhoff te 's-Gravenhage veilen. Schotel geeft in het voorwoord van de 170 bladzijden tellende veilingcatalogus de volgende verklaring voor de verkoop van zijn boekenbezit:

Noode, zeer noode, scheidde ik van het grootste gedeelte mijner boeken, gedurende meer dan een halve eeuw mijne trouwe en geliefde vrienden, die mij de genoeglijkste uren mijns levens schonken en mij ten dienste stonden bij mijnen godgeleerden en letterkundigen arbeid. Trouwens ik was daartoe verplicht, wijl ik, na het overlijden mijner gade mijne ruime woning moest verlaten en eene andere, waarin mij de noodige ruimte ontbrak, betrekken. Maar, al ware zulks het geval niet geweest, zou ik niet hebben geaarzeld mij van mijn boekenschat te ontdoen, wijl ik, vermoeid van den arbeid, naar rust verlang en liever de pen vrijwillig neêrleg [...]

De catalogus telt 3819 nummers. Sommige nummers bestonden zelfs uit seriewerken. Bovendien werden ook nog 317 nummers met handschriften geveild.

De bibliotheek van wollenstoffenfabrikant en economisch publicist Armand Diepen (1846-1895) werd in 1928 geschonken aan de toenmalige Handelshoogeschool te Tilburg, en omvat 214 titels. In 1931 werden nog eens verschillende boeken en notities van Diepen aan deze instelling geschonken.
Door bemiddeling van de Stichting Brabantia Nostra werd in 1941 de belangrijke geschied- en letterkundige bibliotheek van dr. H.W.E. Moller (1869-1940) geschonken aan de universiteitsbibliotheek van Leuven, die tijdens de oorlogshandelingen zwaar was beschadigd. Een inzamelingscomité, waarin onder meer mr. B.J.M. van Spaendonck, prof. Th. Goossens en drs. L.C. Michels uit Tilburg zitting hadden, kon onder andere door de grote bijdrage van Philips, de bibliotheek van de familie voor f 3000 aankopen. Met Leuven werd overeengekomen dat iedere band de volgende tekst zou krijgen: DEDIT BRABANTIA NOSTRA EX BIBLIOTHECA DRIS HENRICI MOLLER TILLIBURGENSIS (Brabantia Nostra heeft dit geschonken uit de bibliotheek van Tilburger doctor Henricus Moller).

F.H.M. Ouwerling (1883-1960) (coll. RHC Tilburg).

F.H.M. Ouwerling (Hoeven 1883-Tilburg 1960), die sinds 1916 als secretarie-ambtenaar 'meer in het bijzonder' werd belast met de ordening van het oud-archief van de gemeente Tilburg, was van 1924 tot 1936 gemeentearchivaris aldaar. Zijn enorme boekenbezit van met name topografische, geschiedkundige, kunsthistorische, literaire en theologische werken, werd na zijn dood in drie partijen in 1961 en 1962 geveild bij J.L. Beijers te Utrecht. Een curieus deel van zijn collectie is voordien bij het Gemeentearchief Tilburg terechtgekomen. Het waren werken met betrekking tot het Nationaal-Socialisme. In de begin jaren zeventig is deze bijzondere collectie geschonken aan het Rijksarchief in Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch. Op het bidprentje van Ouwerling staat dat zijn levensinhoud was: Vita sine libris mors est (Een leven zonder boeken is als de dood).

Op 30 december 1955 aanvaardde de Tilburgse gemeenteraad van de erfgenamen van de bekende amateur-historicus Lambert G. de Wijs (1882-1949), een uitgebreide collectie van enkele duizenden boeken en brochures over geschiedenis (met name over Noord-Brabant en Tilburg), aardrijkskunde, folklore, letterkunde, kunstgeschiedenis, muziek, alsmede jaarboeken, almanakken, tijdschriften, plakboeken en archivalia.

Ex Libris van L. de Wijs (door Frans Mandos Tzn.) en A. de Kluijs
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).

De omvangrijke bibliotheek van de bloemkweker A.P.M. de Kluys (1905-1973) werd na zijn dood in juni 1974 bij J.L. Beijers te Utrecht geveild. Hij bezat met name werken betreffende Nederlandse topografie en geschiedenis, geografie en natuurlijke historie.

Literatuur: A.J.A. van Loon, 'De huizinge Moerenburg en haar bewoners I (1358-1648)', in: De Lindeboom, II, p. 117-121; De inventaris van Wichmans bevindt zich in het abdijarchief van Tongerlo (bundel inventarissen 28-8-1635); NNBW, X, Leiden, 1937, kol. 1216-1217; Catalogus eener belangrijke en uitgebreide verzameling boeken en handschriften grootendeels uitmakende de bibliotheek van Dr. G.D.J. Schotel [...], 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1877 (GAT, bibl. nr. 978); dr. J.P.A. van den Dam, Arnold Leon Armand Diepen 1846-1895, Tilburg, 1966, p. 251-252; Brabantia Nostra, 6, juli 1941, p. 312; dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990 p. 287-289; veilingcatalogi J.L. Beijers, 10/11-10-1961, 27/28-2-1962, 29/30-5-1962 en 19/21-6-1974; Verslag van het Gemeente-archief te Tilburg over het jaar 1955, p. 3; G.J.W. Steijns, 'De zorg voor de archieven in Tilburg', in: Het Gemeentearchief van Tilburg, Tilburg, 1988, p. 32-33.
Aanvulling juli 2001: Ronald Peeters, 'Tilburgse boekencuriosa', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XII (1994), nr. 1, p. 8-14, o.a. boekenbezit  van schoolmeester Lodewijk van der Hammen (1783), drossaard mr. Pieter van Hoven (1753), doktor Henricus Willem Roupe (1804), François van der Hoeven (1810).
Ronald Peeters, 'Thomas van Dooren (1754-1836), koopman en kunstverzamelaar in Tilburg en Parijs', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XVI (1998), nr. 2, p. 35-41, o.a. over zijn boekenbezit (1837).


Boekhandels, Tilburgse

Uit de eerste helft van de 19e eeuw zijn in Tilburg enkele boekhandels bekend: De wed. J. van Gemert en zonen (1818), A. van der Voort (1840), Gebr. De Kanter (ca. 1844), en W. Bergmans (1847). Uit de tweede helft van de 19e eeuw kennen we de boekhandels: H.D. van de Sande (ca. 1870), M.G. Vattier Kraane (1874), Jan van Laarhoven (1875), J.A. van Baars (1880-1884), L.C. Dusée (ca. 1890) en Scholberg-de Reijdt (ca. 1900).
Bovengenoemde boekhandelaren zijn elders in dit boek behandeld, behalve de laatste twee. Ludovicus Cornelius Dusée (Tilburg 15 oktober 1861 - Tilburg 30 maart 1922) had zijn boekhandel/drukkerij in de Heuvelstraat 8 en later Heuvelstraat 1. Arnout L.C. Scholberg (Tilburg 26 april 1878 - Tilburg 18 december 1919) was getrouwd met Johanna de Reijdt (1882-1930). Zij bezaten een boekhandel en drukkerij in de Nieuwlandstraat 54.
Uit boekhandel Vattier Kraane in de Willem II-straat 41, is in 1931 boekhandel T. de Wekker, en in de jaren zestig boekhandel Tuerlings voortgekomen. 

Boekhandel en drukkerij W. Bergmans in de Heuvelstraat eind negentiende
eeuw (coll. RHC Tilburg).

In de jaren twintig en dertig ontstonden nieuwe boekhandels: Boek- en kunsthandel Triborgh in de Stationsstraat 31, de Zuid Nederlandse Boekhandel van Rud van Es in de Noordstraat 68, en Het Nederlandsche Boekhuis van Gerard Verbiest in de Industriestraat 1. De drukkers H. Gianotten en J. Smits hadden ook een kantoorboekhandel. Uit Triborgh is in 1947 boekhandel Gianotten ontstaan. De Zuid Nederlandse Boekhandel werd in 1928 door Ph. van der Lely en A. Pillot overgenomen en van naam veranderd in Boekhandel en Uitgeverij De Kempen. In 1934 stichtte Pillot zijn Boekhandel en Antiquariaat A.C.M. Pillot, de tegenwoordige Boekhandel Pillot.

Op dit moment zijn er in Tilburg enkele grote boekhandels: Gianotten aan de Emmapassage 17 en Prof. Verbernelaan 100, Jevel Jan van Laarhoven aan het Wilhelminapark 7, Het Nieuwe Centrum aan de Westermarkt 28a, Pillot aan de Juliana van Stolbergstraat 25 en De Vrije Boekhandel aan het Stadhuisplein 356a. Kantoorboekhandel Bruna heeft drie vestigingen: Schouwburgring 131, Wagnerplein 60 en in de stationsvestibule. Zo nu en dan duikt er een 'witte boekhandel' op.


Boelaars M.S.C., p. dr. Jan

Jan Honoré Marie Cornelis Boelaars werd op 17 februari 1915 te Tilburg geboren. Hij maakte zijn filosofische en theologische studies van 1934-1940 bij de Missionarissen van het H. Hart te Tilburg en werd op 21 september 1934 lid van deze congregatie. Op 10 augustus 1939 is hij tot priester gewijd. Van 1941-1950 studeerde hij linguïstiek en antropologie aan de universiteit van Utrecht, alwaar hij in 1950 promoveerde op het proefschrift The Linguistic position of South-western New Guinea (Leiden, Brill, 1950). In 1951 vertrok hij naar Irian Jaya (Nieuw-Guinea), deed daar tot 1960 een adat-studie en was vervolgens tot 1961 leraar op het seminarie in Merauke. Na adat-studies in het Mandobo-gebied (1961-1967) en in het Mappi-gebied (1967), keerde hij in 1967 weer naar Nederland terug. Van 1970-1984 was hij docent pastorale antropologie op verschillende instituten in Indonesië en op Irian Jaya, verbleef weer kort in Nederland en vervolgens van 1986-1989 op Irian Jaya, waarna hij in 1989 naar Tilburg werd gerepatrieerd.

Jan Boelaars schreef artikelen en enkele boeken, zoals: Nieuw-Guinea uw mensen zijn wonderbaar (Bussum, Brand, 1953), Papoea's aan de Mappi (Bussum, Brand, 1960), Mandobo's tussen de Digoel en de Kao (Assen, 1970), Headhunters about themselves (An ethnographic report from Irian Jaya, Indonesia ('s-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1981) en Tot mensen gezonden (1986). Over de Jaqaj-cultuur schreef hij drie studies (Hollandia, 1956).

Literatuur: GAT, Bevolkingsregister 1910/1920, deel 45 fol. 120; mededeling dr. P. Schreurs M.S.C. 19-12-1991; werken in de bibliotheek van de Missionarissen van het H. Hart Tilburg.
Aanvulling: Pater Boelaars overleed op 19 juni 2004


Boer, fr. Andreas van den

Johannes van den Boer werd op 24 november 1841 te Udenhout geboren. In de herfst van 1855 ging hij studeren aan de kweekschool in Tilburg. Op 14 oktober 1859 trad hij als frater Andreas in de Congregatie van de Fraters van Tilburg; hij werd op 1 november 1860 geprofest. Hij behaalde in 1861 zijn onderwijsakte, in respectievelijk 1876 en 1878 zijn aktes Duits l.o. en Frans l.o. en begon zijn onderwijsloopbaan op Huize Ruwenberg te St. Michielsgestel, waar hij in 1871 directeur werd van de priesteropleiding. Tussen 1876 en 1878 verbleef hij in het moederhuis te Tilburg en vanaf 1912 in het Fraterhuis van het Heilig Hart aan de Bosscheweg te Tilburg. Hier is fr. Andreas op 3 augustus 1917 in roep van heiligheid overleden. Zijn graf bevindt zich sinds 1968 in de kapel van het Fraterhuis aan de Gasthuisring 54. Door zich op bijzondere wijze in dienst te stellen van het onderwijs heeft frater Andreas zo'n diepe indruk nagelaten, dat in 1946 een proces tot zaligmaking op gang werd gezet. Dit proces duurt nog steeds voort. In het generalaat te Tilburg is ook het onder leiding van fr. Ben Westerburger staande 'Frater Andreas Bureau' gehuisvest. 

Fr. Andreas van den Boer (1841-1917)
 (coll. Archief Generalaat Fraters Tilburg).

Over zijn leven werden vele publikaties geschreven, zoals onder andere: Fr. M. Frumentius C.M.M., Frater Andreas. Een levensbeeld (Tilburg, Drukkerij R.K. Jongensweeshuis, 1921), P. Theophorus J.M. Max S.C.J., Frater M. Andreas von Tilburg. Ein Lebensbild (Paderborn, Bonifacius-Druckerei, 1922), dat in 1925 vertaald werd door fr. M. Amadeus en door het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg werd uitgegeven, Zr. M. Emerentia O.P., Geluk dat in de stilte groeide (Tilburg, Drukkerij R.K. Jongensweeshuis, 1951), speciaal-nummer van het tijdschrift Ontmoetingen (1968, afl. 27) en Dr. M. van Delft C.SS.R., Frater Andreas van den Boer (Tilburg, 1978).

Frater Andreas is zelf ook als schrijver bekend geworden. Hij heeft tien boeken, waarvan enkele vertalingen, op zijn naam staan. De meeste werden onder pseudoniem van J.M. Vincent geschreven en uitgegeven door de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg: Agnes, het bruidje van het Allerh. Sacrament (door Cecilia Mary Cadell, uit het Engels vertaald, 1884, tweede druk in 1887), Katholieke Kindertuin, of legenden voor kinderen (door fr. S. Hattler S.J., uit het Duits vertaald, 4 delen, 1886-1887), Practische leerwijze in het onderricht in den katechismus (door G. Mey, vertaald, 1894), Noveenboekje (1898, 2e herziene druk door fr. Salesius van Zantbeek in 1937), Engelands Nero (1904), O, die begeerlijkheid, verhalen voor volk en jeugd (1904) en Bloemen uit de Katholieke Kindertuin (door fr. S. Hattler S.J., uit het Duits vertaald, 1914, tweede druk 1922).

Katholieke Kindertuin uit 1886, gedrukt door de Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis te
Tilburg en vertaald door J.M. Vincent (pseudoniem van fr. Andreas van den Boer) (coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Na zijn dood verschenen nog drie titels: De macht der waarheid (Daria en Chrysantus) (door W. Herchenbach, uit het Duits vertaald, 1918), Zonnige dagen. Wat Nonni op IJsland beleefde (door Jón Svensson S.J., uit het Duits vertaald, 1926) en Nonni, lotgevallen van een IJslandse jongen door hemzelf verteld (door Jón Svensson S.J., uit het Duits vertaald, 1926). Vanaf 1892 tot zijn dood was hij ook vaste medewerker van het tijdschrift De Engelbewaarder.

Literatuur: Fr. M. Tharcisio Horsten, De Fraters van Tilburg van 1844-1944, Tilburg, 1952, deel 3, p. 50-59; dr. M. van Delft C.SS.R., Frater Andreas van den Boer, p. 29-32; Ronald Peeters en Ed Schilders, Katholiek Tilburg in beeld, Tilburg, 1990, p. 165; HN van 15-11-1991.
Aanvulling juli 2001: drs. fr. Ben Westerburger, 'Andreas van den Boer (1841-1917), De "heilige" frater', in: Henk van Doremalen, Ronald Peeters en Ton Thelen, Godsvrucht en deugdzaamheid. Godsdienst en kerk in Tilburg door de eeuwen heen (Tilburg, Stichting tot behoud van Tilburgs Cultuurgoed, 1992), p. 170-189; A. Koning, The Merciful Brother Without Frills, Brother Andreas van den Boer (Nairobi, CMM, 1994); fr. T. Wouters en fr. B. Westerburger, Frater Andreas van den Boer1841-1917 (Tilburg, Andreasbureau, 1998).


Boeren, dr. P.C.

Dr. Petrus Cornelis Boeren werd geboren in het Noordbrabantse Etten op 18 oktober 1909. Hij studeerde geschiedenis in Nijmegen en Gent en promoveerde in 1936 in Nijmegen. Hij was van 1942-1946 archiefambtenaar in Venlo en Nijmegen, en hij was sinds 1950 verbonden aan de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Leiden. In 1946 werd Boeren redacteur van De Linie. Hij publiceerde onder andere over kerkelijke en sociaal-economische geschiedenis en schreef een zevental verzen- en prozabundels. In 1939 verscheen bij Henri Bergmans in Tilburg het boekje Sint Willibrord apostel van Brabant ter gelegenheid van de St. Willibrordherdenking 1939. Het omslag werd vervaardigd door Luc van Hoek. Boeren was samensteller van de bundel Van Maas tot Schelde (Nijmegen, De Koepel, 1944), waarin werk van Limburgse en Noordbrabantse dichters uit de periode 1925-1944 werden gepubliceerd, o.a. van Luc van Hoek, Frank Valkenier en Paul Vlemminx. 

Bij gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Tilburg en omgeving, schreef hij het voor Tilburg belangrijke boek Het Hart van Brabant. Schets eener economische geschiedenis van Tilburg (Tilburg, Henri Bergmans, 1942). In het blad Edele Brabant schreef hij een serie over Brabantse gestalten, en in het blad Het Boek verschenen in 1952 een viertal artikelen onder de titel Tilburgs kleingoed (over een onbekende Erasmus-druk in Tilburg, het drukkersgeslacht Hertshoren, een boekenrekening uit 1600 en over de Latijnse school). Met betrekking tot de Tilburgse geschiedenis schreef hij drie artikelen: Het oudste Liber Anniversariorum der kerk van Tilburg (in: Bossche Bijdragen, 22, 1954, p. 116-144), Uit de parochiegeschiedenis van Tilburg vóór 1600 en De Tilburgse wolnijverheid tot het begin der 17e eeuw (respectievelijk in: Van heidorp tot industriestad, Tilburg, 1955, p. 77-103 en 120-136).

Literatuur: P.C. Boeren, Van Maas tot Schelde, Nijmegen, 1944, p. 73; Wie is dat ?, 's-Gravenhage, 1956, p. 67; Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 174.


Bogaers, Pierre

Petrus Johannes Gerardus ('Pierre') Bogaers werd op 7 april 1926 op de Korvelseweg 3 te Tilburg geboren. In 1936 verhuisde hij naar Bredaseweg 28. Na de MULO studeerde hij enige jaren bij de Missionarissen van het H. Hart. Daarna studeerde hij op de HBS en twee jaren Nederlands aan de R.K. Leergangen. Samen met Jan Olree publiceerde hij in 1952 de gedichtenbundel Bitonaal (Eindhoven, De Pelgrim). Hij was toen verbonden aan de afdeling publiciteit van 'een groot Nederlands dagblad' te Amsterdam, waar hij ook woonde. In 1957 verscheen van zijn hand de gedichtenbundel Forensisch (Amsterdam, A.J.G. Strengholt). Met deze verzencyclus won Bogaers onder de titel Fragmenten uit het dagboek van een kantoorbediende de poëzieprijs van de gemeente Hilvarenbeek ter gelegenheid van de Groot-Kempische Cultuurdagen 1957. Gedichten van hem werden gepubliceerd in het tijdschrift Brabantia (1957). Uit Bitonaal (1952):

Tilburgse kermis

Het is weer kermis en als ieder jaar
branden er duizend lichte lampionnen;
er zijn weer wafels, rose luchtballonnen;
het is weer kermis net als ieder jaar.

De dikste vrouwen van het continent
zitten als steeds verwaand en lui te breien;
zij tonen nu en dan hun blote dijen
en ginds, alleen, lalt weer een dronken vent.

Tussen de damp van vette oliebollen
eet, stil-genietend, een kind een suikerkoek
en bij de grote draaimolen op de hoek
staan kreupelen, die met hun ogen rollen...

Maar 's avonds, toen ik iets bijzonders wachtte,
was God, de grote spullenbaas plots daar,
Die heimelijk met Zijn kleine mensen lachte...
Het is weer kermis, net als ieder ander jaar...

  

(Coll. RHC Tilburg).

Literatuur: Pierre Bogaers jr. en Jan Olree, Bitonaal, Eindhoven, 1952, p. 30; Brabantia, jrg. 6, 1957, p. 137 en 238-239; GAT, Bevolkingsregister 1921/1939, gezinskaart 19/241; Bibliotheek, nrs. 2135 en 2136.
Aanvulling juni 2001: Nieuwbrief Heemkundekring Ioannes Goropius Becanus Hilvarenbeek en Diessen, nr. 17, maart 1987, p. 18-19: Bij het derde lustrum van de Cultuurdagen in Hilvarenbeek in 1961, stelde hij samen met Domien van Gent de bloemlezing 'Biks 3' samen. Hij publiceerde in 1986 de bundel 'Simandron' bij The Apple Foundation. 
Aanvullende literatuur: Brabantia, 1953, p. 205-206 en 1959, p. 246-247.
Aanvulling 4 november 2001: In 2001 bracht hij in eigen beheer de CD 'Pierre Bogaers leest voor uit eigen werk' uit. De volgende tekst wordt daaraan ontleend: 'Na o.a. studie M.O. Nederlands negen jaar Volkskrant. Cursus toneelregie bij Elise Homans. Regisseerde en speelde toneel in Amsterdam. Literatuur-recensent bij K.C.T. Streven. Werkte bij Standaard-Boekhandel en vertaalde daar o.a. Gertrud von Le Fort en de Suskes en Wiskes van het Vlaams in het Nederlands. Copywriter en TV-scriptwriter bij Young & Rubicam en Prad. Medewerking aan verschillende radioprogramma's over poëzie. Leverde alle teksten en ideeën voor het TV-programma Dag Dinsdag (NTS) met Ko van Dijk en Kees Brusse. Publiceerde gedichten in verschillende literaire tijdschriften (o.a. in Dietsche Warande en Brabantia). Zijn werk staat in 15 bloemlezingen. Gedichtenbundels [...] 1958 Poerkwappa (eigen beheer), 1969 Foraminifeer (Leiter-Nypels, Maastricht) [...] In voorbereiding: De gele boot. Sinds 1995 houdt hij regelmatig voordrachten over poëzie en werkt hij als free lance journalist en kunstscribent.'



In eigen beheer gaf hij de CD 'Pierre Bogaers leest voor uit eigen werk' uit, waarvan vier ongepubliceerde gedichten ook werden geplaatst op de website van CUBRA (Cultureel Brabant).
Aanvulling 3 november 2003: Anna van der Burgt, ‘Pierre Bogaers, dichter’, in: Brabant Cultureel, jrg. 52, nr. 7, sept. 2003, p. 26-27 en 30. Met vijf gedichten van Pierre Bogaers in Brabant Literair, p. 10-14, bijlage bij Brabant Cultureel, jrg. 52, nr. 7, sept. 2003. In 2003 publiceerde hij de gedichtenbundel De gele boot (Heerlen, eigen uitgave, 2003,  met gelimiteerde oplage van 200 ex.).
Aanvulling 25 augustus 2004:
In de zomer van 2004 werd in eigen beheer de gedichtenbundel Ik heb voor u op de fluit gespeeld uitgegeven (oplage 250 exemplaren, geïllustreerd).


Bomans, Godfried

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans (1913-1971), onder meer bekend van Eric, of het klein insectenboek (1941), Kopstukken (1947), De avonturen van Pa Pinkelman (1952), Noten kraken (1961) en Op de keper beschouwd (1963), publiceerde in 1950 het boek Een halve eeuw Trappistenleven, handelend over de cisterciënsenabdij 'Maria Toevlucht' te Zundert, waar Bomans' broer Arnold als monnik was ingetreden. Vele passages zijn gewijd aan de abdij van Koningshoeven te Tilburg. Het boek kwam, net zo min als de tweede druk in 1958, niet in de handel. Dit weinig bekende werk van Bomans kwam pas vanaf de derde druk in 1973 (5e druk in 1976), onder de titel Trappistenleven, meer in de openbaarheid. 
Naar hem is sinds 1988 in de wijk Wandelbos het Godfried Bomanshof genoemd.


   

Trappistenleven, 2e druk (1957) en 4e druk 1975 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).


Literatuur: Grote Winkler Prins Encyclopedie, Amsterdam/Brussel, 1979, p. 502; Godfried Bomans, Trappistenleven, Amsterdam/Brussel, 1975 (4e druk); Ronald Peeters, 'Nieuwe Tilburgse straatnamen', in: Tilburg, jrg. 7, p. 10.


Brabantia Nostra, Edele Brabant en Brabantia

Het tijdschrift Brabantia Nostra werd in 1935 tijdens het tiende zomerkamp van het Brabants Studenten Gilde van Onze Lieve Vrouw, te Oirschot opgericht. De Brabantia Nostra-beweging kwam vooral tot stand onder de bezielende leiding van hun onofficiële moderator de priester-classicus dr. P.C. de Brouwer, die een soort inheemse intelligentsia wilde kweken en voor Brabant behouden, als een soort verzameling stoottroepen voor een nieuw zelfbewustzijn, en uit de kringen rond de studentenvereniging St. Leonardus van de door dr. H. Moller gestichte R.K. Leergangen te Tilburg, waarin de artistieke priester F. Siemer een grote rol speelde. Tegen de achtergrond van roomse opgang en een groeiend gewestelijk zelfbewustzijn, het 'Brabantisme', ontstond het tijdschrift Brabantia Nostra. In de redactie zaten Frans van der Ven, Geert Ruygers, Jef de Brouwer (in 1933 voorzitter St. Leonardus; geb. Tilburg 1910), Toon Wijffels, Luc van Hoek en Paul Vlemminx (Ferdinand Smulders). De Tilburgse dichter Van der Ven was redactiesecretaris van de eerste jaargang, en vanaf de zesde jaargang redactiesecretaris/hoofdredacteur. Het blad besteedde aandacht aan culturele, religieuze en historische onderwerpen. Bekende uit Tilburg afkomstige of wonende auteurs waren onder anderen: Luc van Hoek (ook als tekenaar), Frans van der Ven (onder pseudoniem van Frank Valkenier), Maria Dietse (Oda Swagemakers), Frans Siemer, L.C. Michels, Joep Naninck en Anton Eijkens.


De eerste drie jaargangen (tot en met 1937 nr. 2) werden uitgegeven door Boekhandel Triborgh te Tilburg, de volgende door Drukkerij Henri Bergmans te Tilburg. In juli 1942 verdween het tijdschrift voor twee-en-een-half jaar van het toneel, naar aanleiding van de gijzeling van Frans van der Ven en Jef de Brouwer. Na de bevrijding werd het tijdschrift vanaf november 1944 nog een jaar voortgezet. Eind 1945 nam een groep jonge Brabanders het initiatief tot de oprichting van een 'Brabantse Beweging', los van Brabantia Nostra. Een van de initiatiefnemers was J. Bechtold, hoofdredacteur van de NTC in Tilburg. In augustus 1946 verscheen het eerste nummer van het gezinsblad Edele Brabant, een voorzetting van Brabantia Nostra en teven het orgaan van de Brabantse Beweging. Hoofdredacteur was de jonge Hilvarenbeekse onderwijzer Jan Naaijkens. In de redactie zaten ook de Tilburgers Piet Mutsaers, die apotheker was, P. van der Velden, pastoor van de Fatima-parochie te Tilburg, de dichter Anton Eijkens, P. Lemmens, geschiedenisleraar aan het Sint Odulphuslyceum en Koos Neesen, die bij uitgeverij Bergmans werkte. In 1950 hield het blad op te bestaan en er werd nog een poging gedaan om Brabantia Nostra weer te laten verschijnen. Er zouden nog twaalf nummers verschijnen. In 1952 is het nieuwe tijdschrift Brabantia ontstaan, voortgekomen uit Brabantia Nostra en het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen te 's-Hertogenbosch. Dit tijdschrift, dat jarenlang bij Drukkerij Bergmans werd gedrukt, bestaat nog steeds.

Literatuur: Dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990.


Brandon Pers

De emeritus-hoogleraar prof. dr. Frans J.H.M. van der Ven (geboren Tilburg, 1907), die als dichter bekend is onder het pseudoniem Frank Valkenier, verzorgde sinds 1971 tot 1989 zo'n 40 bibliofiele dichtbundels op zijn Brandon Pers. Brandon betekent 'strovuurtje'. Hij werd hiermee de meest produktieve uitgever van bibliofiele dichtbundels (en een enkele prozabundel) van Tilburg. Genoemd kunnen worden zijn eigen bundels onder pseudoniem Frank Valkenier: Kruimels van de tafel (1971), Blauwe Vertelsels (1973), Met hartelijke groeten van Frank Valkenier (1973), Vijf sonnetten (1974; vertalingen naar Joachim du Bellay en Pierre de Ronsard), De kerststal uit mijn jeugd (1974), Antieke portretten (1975), Drie maal koper (1976), Vijfentwintig rondelen (1977; vertaling naar Charles d'Orleans), Tussentijds. Fragmenten uit het niets (1977), Zuidse sonnetten (1980), Gedichten (1985), Laatste kwartier (1989) en Veertien sonnetten (z.j.; vertaling naar Joachim du Bellay). 

Bij de Brandon Pers kwam werk uit van L.C. Michels, Vertere seria ludo (1973), Jace van de Ven, Mijn tragische ziekte en dood en Een dagje aan/op/in het water (1990), Tymen Trolsky, Kwatrijnen (1979), Fred La Haye, Gras (1981) en Ierse gedichten (1987) en Jan Naaijkens, De man die niet sterven kon (1991, proza). De overige auteurs die tot het fonds van de Brandon Pers behoren zijn: E. Malavas, Jan Leijten, Carel Swinkels (met vier werken), Govaert van Haarlem, Jeroen van Wilgen, Lidewij Willems, Thomas Anckerstee, Louis Schröder (twee bundels), Leo Boekraad, Jan van Sleeuwen, Cornelis Verhoeven, Paul van den Heuvel, Frans van Dooren en Geert van Beek. Zes boekjes werden in offset herdrukt door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen te 's-Hertogenbosch, en drie door Boekhandel Gianotten te Tilburg.

In november 1989 heeft Van der Ven de drukpers overgegeven aan grafisch ontwerper Eloy (Looi) Naaijkens. De Brandon Pers was in een stichting ondergebracht, waaruit Frans van der Ven zich als voorzitter in 1989 terugtrok. Het stichtingsbestuur bestaat nu uit Jan Naaijkens (voorzitter), Jace van de Ven (secretaris-penningmeester) en Looi Naaijkens (drukker).

Literatuur: NvhZ van 20-7-1974, 8-12-1977, 15-11-1980, HN van 5-9-1987 en 16-3-1988; De Volkskrant van 28-8-1976 en 11-12-1976.
Aanvulling juli 2001: Lauran Toorians, 'Kleine persen in Tilburg', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XII (1994), nr. 1, p. 3-6. Hierin o.a. een overzicht van de uitgaven van de Brandon Pers nrs. 1-43 (1971-1993).


Aanvulling december 2001:
De bibliofiele Tilburgse drukkerij Brandon Pers bestaat in 2001 dertig jaar en dat wordt gevierd met de verschijning van twee nieuwe bundels (Sporen van een vlieg. Terugblik op dertig jaar Brandon Pers en De Trommelaars van Anna Anuka) èn een tentoonstelling in het Regionaal Historisch Centrum Tilburg. Informatie hierover is te vinden op de website van het RHCTIn het decembernummer (2002, nr. 3) van het tijdschrift 'Tilburg' zal een uitvoerig artikel over de Brandon Pers van de hand van Cees van Raak verschijnen met daarin o.a. een overzicht van de Brandon Pers nrs. 1-51 (1971-2001).
Zie ook artikel in het Brabants Dagblad van 24 november 2001 en een uitgebreid verlag op de website van CUBRA


Breedveld, Walter

Petrus Martinus Franciscus ('Piet') van den Bogaert, op 25 juli 1901 te 's-Hertogenbosch geboren, heeft sinds 1935 eigenlijk Walter Breedveld geheten, een pseudoniem dat hij toen voor zijn eerste literair produkt Een schip vergaat gebruikte in het tijdschrift Roeping. Hij publiceerde echter al vanaf 1931 onder het pseudoniem Reinier de Muntel in De Katholieke Illustratie, maar met Een schip vergaat, dat in Heusden speelt, en waarvan hij twee jaar later een kleine roman maakte, debuteerde Piet van den Bogaert als een van de bekendste en productiefste Brabantse romanschrijvers. 
Na de handelsavondschool en een bedrijfsopleiding bij Vroom & Dreesmann, werkte hij tot zijn pensionering bij dit warenhuis, laatstelijk in Tilburg als personeelschef. Nadien had hij een rubriek over met name Brabantse en Limburgse kunstenaars in De Gelderlander. Hij was gehuwd met H.A.C. de Kort en had negen kinderen.

Piet van den Bogaert, beter bekend als de schrijver Walter Breedveld (1901-1977)
(Coll. RHC Tilburg).

Van zijn omvangrijke oeuvre, waarvan ook enkele boeken zijn vertaald in het Duits en het Pools, noemen we de romans: De avond van Rogier de Kortenaer (Amsterdam, Urbi et Orbi, 1937), Gerda Göppertz (Amsterdam, Urbi et Orbi, 1939), Gerda Castel Göppertz (Amsterdam, Urbi et Orbi, 1940), Een schip vergaat (Amsterdam, Urbi et Orbi, 1941), Het leeuwerikslied ('s-Gravenhage, Thijmfonds, 1942, vermoedelijk in verband met bepaalde rechten onder het pseudoniem Alex Waardkamp uitgebracht). Daarna volgt er een periode van veel essays in allerlei tijdschriften en almanakken. De jaren vijftig betekenen de grote doorbraak voor Walter Breedveld, met De verworpene (Amsterdam, Hofboekerij, 1952), De Kieviten ('s-Gravenhage, Thijmfonds, 1952), Het gouden kruis (Thijmfonds, 1953), Hexspoor (Utrecht, De Fontein, 1954; vertaald in Duits en Pools), Sandra (Utrecht, De Fontein, 1955; vertaald in Duits), Hall en Hefferley (Utrecht, De Fontein, 1956; vertaald in Duits), Omzwervingen door het eidetische rijk (Utrecht, De Fontein, 1956-1957), Meneer Severijnen (Utrecht, De Fontein, 1957; vertaald in Duits), Bededikt Ivo (Utrecht, De Fontein, 1958), De witte zwaluw ('s-Gravenhage, Nijgh & Ditmar, 1960), Heinrich Apfel - Johan Apfel ('s-Gravenhage, Nijgh & Ditmar, 1961), Het stille eiland ('s-Gravenhage, Thijmfonds, 1961) De familie Swagerman ('s-Gravenhage, Thijmfonds, 1962), Er is geen weg terug ('s-Gravenhage, Thijmfonds, 1963), De schaduw van de populieren (Roosendaal, De Koepel, 1963), De open stad (Utrecht, De Fontein, 1964), Meerwijk (Utrecht, De Fontein, 1965; roman van een Brabants geslacht), Seger Baas (Utrecht, De Fontein, 1966; over de industrialisering van 's-Hertogenbosch), Atiman, de negerdokter bij het Tangayikameer (Nijmegen, B. Gottmer, 1966; bedoeld als documentaire ten behoeve van de Witte Paters), De bekroning (Utrecht, De Fontein, 1967), De drie florijnen (Utrecht, De Fontein, 1967), Dit bontgekleurde land (Utrecht, De Fontein, 1968), Café-restaurant 'Het verloren paard' (Utrecht, De Fontein, 1969), In den Soeten Botterbabbel (Utrecht, De Fontein, 1970), De majorette van Eereberg (Utrecht, De Fontein, 1971) en De Meiers (Utrecht, de Fontein, 1972).

 

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

De romans De Kieviten, Heinrich Apfel - Johan Apfel en Seger Baas spelen in en rond 's-Hertogenbosch, waar Van den Bogaert zijn jeugd doorbracht. In Sandra speelt Hedel een rol, in De open stad Engelen, in Het gouden kruis Bokhoven, in Meerwijk St. Michielsgestel en De avond van Rogier de Kortenaer speelt in de Taalstraat 145 in Vught. Zijn roman Hexspoor werd in Polen, door bemiddeling van de Pax Christi-beweging, onder de titel Na drodze milosci (Op de weg der liefde) uitgebracht.

Onder het pseudoniem Han Serro schreef hij in 1959 het kinderboek De stratosfant ('s-Hertogenbosch, Malmberg) en onder het pseudoniem Walter Breedveld publiceerde hij in 1939 het boekje Bokhoven en de vereering van de H. Cornelius, paus en martelaar (Utrecht, Urbi et Orbi). In diverse bundels en tijdschriften verschenen er verhalen van zijn hand, bijvoorbeeld in 1940 in Zonnewijzer, almanak voor het katholieke gezin het verhaal De heks van Bokhoven, in de Almanak 1949 van O.L. Vrouw van het H. Hart Missiehuis te Tilburg het verhaal Leonie Valstar, in elf afleveringen van het maandblad Franciscus van Sales Stemmen van 1956 het verhaal De zonen van de boswachter, en voor de bundel Land en volk van Brabant (redactie Antoon Coolen, 1950) het verhaal Garde d'honneur, dat zich in Bokhoven en omstreken afspeelt. 

In 1954 werd hij onderscheiden met de literaire prijs van de Groot-Kempische Cultuurdagen te Hilvarenbeek. Van zijn geboortestad ontving hij de Jeroen Boschpenning. Piet van den Bogaert woonde sinds 1946 in de Tuinstraat 72, vanaf 1952 in de Tuinstraat 61 en ten slotte vanaf 1973 in de Gen. Winkelmanstraat 239. De meeste boeken heeft hij dus in Tilburg geschreven. Hij overleed te Tilburg op 18 december 1977 en is aldaar begraven op het kerkhof van 't Heike aan de Bredaseweg. Zijn schrijversarchief is ondergebracht bij het Stadsarchief van 's-Hertogenbosch.

Literatuur: Dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 258; NTC van 22-1-1960, NvhZ van 19-12-1977; Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 529, 552, 554, 560 en 563 (door Carel Swinkels); Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p., 232; Olga van der Valk, Zoekplan auteur Walter Breedveld ps. van P.M.F. van den Bogaert, scriptie Bibliotheek- en Dokumentatie-akademie te Tilburg, 1985; Mededeling mevr. Pauline van der Valk-van den Bogaert 15-10-1991.
Aanvulling juli 2001: Jef van Kempen, 'De taal van de lezer. Walter Breedveld, schrijver van het Brabantse volksboek', in: BD van 21-7-2001.


Bresser, Hilde de

Hilde de Bresser is in 1960 geboren te Bladel, maar woont sinds 1980 in Tilburg. Zij studeerde aan het Mollerinstituut Frans en Nederlands en is thans journalist bij Stadsnieuws. Zij schreef veel korte verhalen. In 1990 werd haar eerste bundel met veertien korte verhalen gepubliceerd bij uitgeverij de Arbeiderspers in Amsterdam, onder de titel Vreemde gasten. Het verhaal Zomervorst werd in hetzelfde jaar in het blad Avenue geplaatst.

Literatuur: HN van (?) april 1990; De Tijd van 1-6-1990; De Volkskrant van 22-6-1990.
Aanvulling juni 2001: Cees van Raak, 'Cultureel lexicon Tilburg', in: Tilburg Magazine, april 1999, p. 16-17: woonde in Tilburg tot 1998 (thans in Vught) en werkte als free-lance journaliste en corrector en sinds 1992 presentator bij Omroep Brabant. Schreef voorts roman De Tandem (Amsterdam, De Arbeiderspers, 1993), de verhalenbundel Dochters, die blijven (Amsterdam, De Arbeiderspers, 1995), een hoorspel voor de NCRV. Aanvullende literatuur: HN van 1-5-1993 en Brabants Dagblad van 17-8-1995. Jace van de Ven, 'De Tandem van Hilde de Bresser, een bizar verhaal goed verteld', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XII (1994), nr. 1, p. 26.


Bressers, Charles

Charles Johan Joseph Marie Bressers werd op 5 april 1917 te Tilburg geboren. Hij studeerde aan de Katholieke Economische Hogeschool te Tilburg. Charles Bressers publiceerde gedichten in de tijdschriften Roeping en Brabantia Nostra. Hij was redacteur van Viking. Tilburgs Studenten Weekblad. In 1941 verscheen bij Henri Bergmans in Tilburg de bundel Voor regenachtig weer (oplage 500 exemplaren), waarin hij gedichten uit zijn studententijd had verzameld. Hieruit is het gedicht 'ongesneuveld':

Ongesneuveld

Ik vind mezelf zo interessant
als heel het lot van Nederland
en meer. Daarom draag ik geen geweer;
ik eis m'n eer incognito als heer.


In 1949 vertrok hij naar 's-Gravenhage. In zijn Haagse periode schreef hij onder meer scenario's voor films. Onder andere heeft hij destijds het scenario geschreven voor een film over de Centrale Werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen te Tilburg. In 1952 publiceerde hij met G. (Han) Hoekstra het 'winteravondboek' Mistletoe. Charles Bresser overleed op 16 maart 1963 te 's-Gravenhage. 

Charles Bressers (1917-1963) (coll. Mr. Carel Bressers, Tilburg).

Literatuur: P.C. Boeren, Van Maas tot Schelde, Nijmegen, 1944, p. 16 en 73; dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p.275; M.C.X.M. Bressers en W. de Bakker, Het Geslacht Bressers, Tilburg, 1988, p. 378; N.B. M.C.X.M. Bressers (1907-1975) is een broer van Charles Bessers. M. Bressers was getrouwd met B.W. de Pont, een zuster van mr. J.H. de Pont, die het stichtingskapitaal fourneerde voor het in 1992 te openen De Pont Museum te Tilburg.
Aanvulling juni 2001: Charles Bressers schreef het scenario voor de film 'Harmonie van een gemeenschap', een promotiefilm van de gemeente Tilburg uit 1955, van de cineast Otto von Neijenhoff, voor wie hij meermalen filmscenario's schreef. Deze film is aanwezig in het Regionaal Historisch Centrum Tilburg.


Bressers, Janus

Adrianus Hubertus ('Janus') Bressers werd op 5 januari 1835 te Tilburg geboren als zoon van Cornelis Adrianus Bressers en Barbara Maria van Put. Zijn vader was omstreeks 1822 kruidenier en fabrikant van bogen en pijlen, kaarsen, was en honing 'In den Bijenkorf', waar thans restaurant 'De Gouden Zwaan' zit (het in de vorige eeuw na brand gebouwde pand Monumentstraat 6). De genealogie van het geslacht Bressers meldt dat Adrianus, volgens de familie-overlevering althans, nog gewiegd is door de latere koning Willem II, toen die eens in de winkel achter de Heikese kerk kwam afrekenen en moeder geld moest teruggeven. Tijdens het bijeenzoeken van het wisselgeld ontfermde de Prins van Oranje zich over de kleine.

Janus Bressers (1835-1898) (coll. Mr. Carel Bressers, Tilburg).

Na aanvankelijk op het seminarie in Hoogstraten (B.) gezeten te hebben (1853), ging hij aan de universiteit van Leuven geneeskunde studeren. Daar kwam hij in contact met baron Bethune, de 'bezieler der neo-gothiek in België'. Bethune ontdekte zijn tekentalent en nam hem mee naar Gent. Hier werd Bressers een van de grondleggers van de St. Lucasschool en een verdienstelijk liturgisch kerkschilder met een streng-gothische inslag. Hij schreef De kerken der Middeleeuwen en haer symbolismus. Daarnaast was hij auteur van enkele toneelstukken; De dronkaerd, een zogenaamd anti-alcoholisch treurspel (samen met August van Assche), en de blijspelen Pierrot le Wallon, of Daags na vastenavond (1863) en Les jeunes Tyroliennes (1863). 

Zijn zoon Jozef Bressers, op 5 juni 1869 te Gent geboren, was als missionaris van de Jezuïtenorde in 1903 naar India vertrokken, waar hij het Indiaas staatsburgerschap kreeg. Hij was ook kunstenaar en een bekend kruidkundige. Hij schreef de Flora van Chota Nagpoer, die op kosten van de Indiase regering werd uitgegeven. Jozef Bressers is op 10 juli 1953 te Mandar (India) overleden. Zijn vader Janus Bressers overleed op 19 juli 1898 te Gent.


Literatuur: Lectuur-repertorium, 1952, p. 292; Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 561 (door Carel Swinkels); M.C.X.M. Bressers en W. de Bakker, Het Geslacht Bressers, Tilburg, 1988, p. 358-368 (met portret); GAT, Burgerlijke Stand, geboorteregister 1835.


Brokx, Gerrit

Mr. Gerrit Brokx (geboren Oosterhout, 1933) was van 1966-1978 lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant, van 1970-1978 lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, en van 1977-1988 staatssecretaris van Volkshuisvesting. Op 19 april 1988 werd hij benoemd tot burgemeester van Tilburg. Kort daarna publiceerde hij het boek Naschrift van een getuige (Amsterdam, Balans, 1988), waarin hij zich verdedigt tegen de aanvallen die hij gedurende de voorgaande anderhalf jaar te verduren heeft gehad als gevolg van de enquêtecommissie Bouwsubsidies, waardoor hij als staatssecretaris ten val werd gebracht.

Literatuur: Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 237; HN van 30-5-1988 en 3-6-1988.
Aanvulling juli 2001: Mr. Gerrit Brokx werd in 1997 als burgemeester opgevolgd door Johan Stekelenburg.
Aanvulling januari 2002, persbericht: Gerrit Brokx overleed op 11 januari 2002. Hij was van 1988 tot 1997 burgemeester van Tilburg en heeft in die periode met grote daadkracht, inzet en betrokkenheid leiding gegeven aan het stadsbestuur. Met zijn heengaan verliest Tilburg een markante persoon.Burgemeester Brokx heeft vorm gegeven aan de verdere transformatie van Tilburg Textielstad naar Tilburg Moderne Industriestad. Met deze gemeenschappelijke noemer wist hij de stad bekendheid te geven en bedrijfsleven en burgers te mobiliseren. Op zijn initiatief en dankzij zijn inspanningen is de Concertzaal gebouwd. Burgemeester Brokx heeft ook een belangrijke rol gespeeld bij de aanwijzing van Tilburg als stedelijk knooppunt in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening en was bestuurlijk mededrager van het Tilburgs Model. Als waardering kreeg burgemeester Brokx kreeg bij zijn afscheid van de gemeenteraad op 13 juni 1997 de gouden legpenning van de gemeente Tilburg. 

 
Brouns, P.N.

In 1896 werd de letterkundige Peter Nicolaas Brouns redacteur van de Tilburgsche Courant. Brouns, geboren op 28 april 1861 in het Limburgse Stein, had zich op 30 juni 1896 vanuit Cuijck/St.Agatha in Tilburg gevestigd. Lang is hij hier niet werkzaam geweest; hij vertrok op 5 januari 1900 naar Utrecht.

Literatuur: Drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in: De Lindeboom, III/IV, 1979-1980, p. 153; GAT, Bevolkingsregister 1890/1900, deel 19 fol. 216.


Brouwer, dr. P.C. de

Petrus Cornelis ('Piet') de Brouwer werd op 17 oktober 1874 te Hilvarenbeek geboren. Hij ging in 1887 naar het internaat De Ruwenberg te St. Michielsgestel, werd in 1892 novice (frater Respicius) bij de Fraters van Tilburg, en is op 18 december 1897 tot priester gewijd. Hij werd toen pater M. Respicius de Brouwer. Tussen 1892 en 1939 heeft hij in Tilburg gewoond en gewerkt. Hij werd in 1900 rector van het in 1899 opgerichte R.K. Gymnasium te Tilburg, waaruit in 1917 het Sint Odulphuslyceum is voortgekomen. Hij bleef daar leraar klassieke talen tot zijn pensionering in 1939. Hij heeft ook bijgedragen aan de verhuizing van de R.K. Leergangen van Den Bosch naar Tilburg (1913) en de oprichting van de Handelshogeschool in 1927.

In 1927 richtte hij te Tilburg het literaire tijdschrift Wij op, dat slechts een jaar bleef bestaan. Van 1922-1939 was hij censor van de R.K. Openbare Leeszaal te Tilburg. De Brouwer was verbonden aan het Brabantse Studentengilde (opgericht 1926) en aan het tijdschrift Brabantia Nostra (opgericht 1935), dat wil zeggen Brabant aan ons.
De Brouwer promoveerde in 1911 te Utrecht cum laude tot doctor in de klassieke talen op de dissertatie De Romanorum indole e litteris cognoscenda (Groningen, 1911). Andere boeken van hem zijn: Mijn redelijk schoon geloof (1912) en De Grieksche en Latijnsche Syntaxis, linguistisch, historisch en psychologisch belicht (1935). In de serie 'Letterkundige Bibliotheek voor Katholieken, bezorgd door de leeraren van het R.K. Gymnasium te Tilburg' (Drukkerij Jean Smits & Zonen) schreef hij enkele deeltjes: Vondel I. Lierdichten (nr. 1, 1904), Vondel II. Batavische gebroeders (nr. 8, 1905), Vondel III. Heerlijckheit der Kercke. Boek I (nr. 19, 1907), Maerlant. Uit der naturen Bloeme (nr. 4, 1904), Broere. Beschouwing der geschiedenis (nr. 11, 1906), Broere. Over zijn leven en werken (nr. 12, 1906) en Die sproke van Beatrijs (nr. 14, 1906).

Dr. P.C. de Brouwer (1874-1961) geschilderd door Jan van Delft (coll. gemeente Hilvarenbeek).

Hij publiceerde ook vele artikelen in tijdschriften, zoals Wij, Roeping, Brabantia Nostra, Edele Brabant en de Tilburgse studentenbladen De Dijk en Viking. Bij gelegenheid van zijn 50-jarig priesterfeest in 1947, werden artikelen van hem gebundeld uitgegeven in De Brabantse Ziel (Tilburg, Henri Bergmans). 
In 1939 verhuisde hij naar zijn geboorteplaats Hilvarenbeek, waar hij in 1947 het boek De geschiedenis van Hilvarenbeek tot 1813 schreef. Hij bleef er tot kort voor zijn dood wonen. De Brouwer overleed op 19 november 1961 te Tilburg. In Hilvarenbeek werd een monument voor hem opgericht.

Literatuur: Bas Aarts, Van achter de schermen, Nijmegen, 1988 (doctoraalscriptie; GAT, Bibliotheek, cat. nr. 6513), ; Bas Aarts, 'Dr. P.C. de Brouwer en Tilburg', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 7, nr. 1, 1989, p. 11-17; Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 238-239.


Bijvoet-Mutsaers, Drukkerij

Petrus Simon Adrianus Bijvoet werd geboren op 8 maart 1850 te Berchem. Bijvoet was getrouwd met de Tilburgse Maria Johanna Mutsaers (1847-1915). Hun eerste kind werd in 1874 in Tilburg geboren. In het adresboek van 1879 wordt de firma Bijvoet-Mutsaers & Co. als fabrikant in wollenstoffen op de Veldhoven K 185 genoemd, in 1889 zat de firma op het adres Heuvel N 375, en in 1900 was P.S.A. Bijvoet wijnhandelaar op Heuvel N 524 (in 1902 St. Josephstraat N 524). In 1903 werd er een drukkerij Bijvoet-Mutsaers in het pand van drukkerij W. Bergmans aan de Markt gevestigd.



(Foto coll. RHC Tilburg).

Op 27 november 1905 gaf de drukkerij Het Geeltje, Humoristisch Advertentieblad voor Tilburg en Omstreken uit, waarin Al wat dor en droog is, zal geweerd, al wat treffend, geestig of aardig is, met graagte worden opgenomen. Alleen dit eerste nummer is bewaard gebleven in de Persbibliotheek te Amsterdam. Bijvoet-Mutsaers gaf vanaf 25 november 1905 ook het Geïllustreerd Weekblad de Huisvriend uit. Hiervan is eveneens slechts het eerste nummer bewaard gebleven in de Persbibliotheek. De firma drukte Graphicus, Maandblad van de typografie en aanverwante vakken, dat onder redactie stond van A.W. Barten, P.Postma en F. van Dijk. Er zijn vijf jaargangen van bekend (1904-1909). Bij Bijvoet-Mutsaers werd in 1908 het gedenkboek van de firma Diepen, Een industrieel geslacht, 1808-1908 van dr. B. Dijksterhuis gedrukt.

Petrus Bijvoet overleed op 21 november 1909 te Tilburg. Zijn zoon Arnoldus Henricus Maria Bijvoet, die op 2 november 1881 te Tilburg werd geboren, heeft de zaak blijkbaar voortgezet. Van 1892-1899 verbleef hij te St. Michielsgestel, en van 1901-1902 te Aken, waarna hij in het bevolkingsregister boekdrukker wordt genoemd. Lang bleef het bedrijf niet meer bestaan. In 1912 ging Drukkerij Bijvoet-Mutsaers en Zn. failliet.

Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters 1870/1880, deel 10 fol. 366 en deel 12 fol. 388; 1880/1890, deel. 14 fol. 182; 1890/1900, deel 30 fol. 111; 1900/1910, deel 43 fol. 51; GAT, Collectie bidprentjes; Adresboeken Tilburg 1879, 1881, 1889, 1900, 1902 en 1911; drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in: De Lindeboom, III/IV, 1979-1980, p. 133 en 194-195; Persbibliotheek Amsterdam, inv. nrs. 5388 en 5393.
Aanvulling juni 2001: In het tijdschrift Het Leven van 1909 (p. 1070-1071) is een beschrijving met drie foto' s opgenomen van deze drukkerij, die een stand 16 had op de tentoonstelling Stad Tilburg 1909. De firma begon in 1903 met vier personen en had in 1909 al dertig personeelsleden in dienst. In 1905 behaalde de firma in Utrecht op een tentoonstelling voor grafische kunst een tweede prijs.