| De Paap van Gramschap (G) | |||
|
Titel: |
De Paap van Gramschap |
|
Ondertitel: |
Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg |
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Uitgever: |
Boekhandel Gianotten |
|
Jaar: |
1992 |
|
ISBN: |
90-71077-27-6 |
Geloven, fr. Roeland van
Henricus Franciscus van Geloven werd op 5 oktober 1902 te Tilburg geboren. Hij trad op 1 mei 1920 als fr. M. Roeland in het noviciaat van de Fraters van Tilburg deed op 15 augustus 1924 zijn professie. Hij was leraar handelscorrespondentie en handelskennis aan het Pensionaat Ruwenberg, de Handelsschool Sint-Denis te Tilburg en in Asumbi (Kenya), waar hij in 1959 Regionale Overste van Kenya werd.
Fr. Roeland van Geloven (1902-1985)
(coll. Archief Generalaat Fraters Tilburg).
Onder de naam F.M. Roeland (van Geloven) publiceerde hij vanaf 1926 een aantal boeken voor de jeugd, zoals
Joriske uit de hei (Amsterdam, R.K. Boekcentrale, 1926), Door de storm (Antwerpen, L. Opdebeek, 1927),
De wilde vloed (Antwerpen, L. Opdebeek, 1928), Joriske op de villa (Tilburg, De Tilburgsche Handelsdrukkerij Jean Smits & Zonen, 1929),
Verraad aan de Morawa (Tilburg, Henri Bergmans, 1947), Verzet in het Zuiden (Tilburg, Henri Bergmans, 1948),
De Madonna van Ommel (Tilburg, P.J. Menne, 1951), Een dapper onderwijzer (Tilburg, Henri Bergmans, 1952, gewijzigde herdruk van
Verzet in het Zuiden), Vergelding (Tilburg, Henri Bergmans, z.j.), en onder pseudoniem Roeland Japuonj
Mzee Nyachete (Nairobi, East African Publishing House, 1967). Andere boeken van hem zijn
Langs Elkander, Waar ik mijn zoon vond, Doppie vrij, Doppie
gevangen, Nice Boy en Erokamao Kenya.
Hij overleed op 27 mei 1985 te Tilburg en werd te Vught begraven op het kerkhof van de fraters bij 'Huize Steenwijk'.
Literatuur: Archief Generalaat Fraters Tilburg.
Twee boeken van fr. Roeland van Geloven
onder pseudoniem van F.M. Roeland
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Gemeentearchief Tilburg
Het Gemeentearchief van Tilburg, gevestigd aan de Kazernehof 75, is de belangrijkste bewaarplaats van het 'geschreven' Tilburg, van voor de geschiedenis van de stad relevante archiefstukken, van boeken over Tilburg of van Tilburgers, van documentatie over of archieven van auteurs, drukkerijen, uitgeverijen en boekhandels, van Tilburgse kranten, brochures, wijkbladen, scripties etcetera.
Al vanaf het einde van de 15e eeuw werden er in Tilburg protocollen van de schepenbank systematisch bewaard, terwijl de vroegste administratie van het dorpsbestuur uit de tweede helft van de 16e eeuw dateert. Het alleroudste stuk is een perkamenten schepenakte (charter) uit 1395. Over de geschiedenis van de archiefbewaarplaats werd in 1988 door gemeentearchivaris drs. G.J.W. Steijns een hoofdstuk in het boekje
Het Gemeente Archief van Tilburg gepubliceerd. Hij vermeldt het oudste bericht over lotgevallen van archivalia in Tilburg. Op 12 oktober 1562 verklaarde Willem van Gemonde, die onder-pastoor van de oude Dionysiuskerk en tevens notaris was, dat zijn huis op de Heuvel was afgebrand en dat daarin enige kasten stonden
waerinne hij hadde zekere brieven in franchijne (= perkament) bezegelt, registren van testamenten, obligatien, quitancien, clederen ende gereede penningen, boeken ende andere munimenten (rechtsgeldige stukken) die alle mede verbrand
zijn. De archieven van Tilburg werden eind 16e eeuw bewaard bij de secretaris thuis of in de archiefkist die in de kerk stond. In 1632 bouwde men een
comme oft gewelfde camer omtrent den toren inde kerck om daerin te bewaeren de archieven der
gemeijnte.
Deze kist, toebehorend aan het Tilburgs
Sint-Jorisgilde, is mogelijk de archiefkist of
'comme' waarin de belangrijkste stukken van het dorp Tilburg werden bewaard (in
bruikleen
van het RHC Tilburg, foto Frans van Ameijde, 2000).
Toen in 1849 het stadhuis werd gebouwd, werden de archieven naar de archiefkamer overgebracht. B. Kouwenbergh, leraar aan de Rijks-HBS, werd in 1871 als eerste gemeentearchivaris benoemd. De in 1877 als zijn opvolger aangestelde archivaris J.F. Hanse heeft vanwege plaatsgebrek waardelooze papieren welke op een gemeentehuis steeds
voorkomen, die nu in onze ogen van historisch belang zijn, als scheurpapier verkocht, wat hem de bijnaam
Jan Scheur heeft opgeleverd.
Als eerste archiefonderzoekers in Tilburg, die hun resultaten hebben gepubliceerd, kunnen dr. J.B. Schepers (1894) en dr. B. Dijksterhuis (1899) genoemd worden.
In 1936 verhuisde het archief, inmiddels uitgebreid met een bibliotheek, naar het souterrain van het paleis-raadhuis, waar het tot 1988 zou blijven.

Het Regionaal Historisch Centrum Tilburg aan
de Kazernehof
(foto Frans van Ameijde, 2001).
Literatuur: Drs. G.J.W. Steijns, 'De zorg voor de archieven in Tilburg', in: A.J.A. van Loon, R.M. Peeters en G.J.W. Steijns,
Het Gemeente Archief van Tilburg, Tilburg, 1988, p. 22-34.
Aanvulling juni 2001: Sedert 1997 is er de archiefzorg en historische
documentatie van de gemeenten Goirle (met Riel), Hilvarenbeek (met Diessen),
Loon op Zand (met Kaatsheuvel) en Oisterwijk (met Moergestel) bijgekomen,
terwijl ook de dorpen Berkel-Enschot en Udenhout samen met Tilburg deel gingen
uitmaken van de nieuwe gemeente Tilburg. Sedert 1999 is er ook Dongen (met 's
Gravenmoer) bijgekomen. Vanaf 1 januari 2001 heet het Gemeentearchief voortaan
Regionaal Historisch Centrum Tilburg.
Gemert en Zonen, Wed. J. van
Jo(h)annes Balthazar van Gemert werd op 5 januari 1777 geboren te 's-Hertogenbosch als zoon van Lancelot van Gemert en Maria Anna Hulsevoirt. Hij verhuisde naar Tilburg waar hij op 4 juni 1804 trouwde met Francisca van Tulder (gedoopt Tilburg 9 april 1781, overl. aldaar 31 januari 1851). Johannes van Gemert was goud- en zilversmid van beroep en hij woonde in de wijk Kerk 121 op de oostelijke hoek van de Heuvelstraat en de Langestraat, die rond 1865 nog het
Van Gemertstraatje werd genoemd. In 1810 woont hij daar niet meer. Toen hij op 15 mei 1818 te Tilburg overleed, zette zijn weduwe zijn zaak voort. Het werd tevens een boekhandel en uitgeverijtje. Er werden
alle soorten roomsche kerk- en leesboeken, alsmede alle soorten van school- en schrijfboeken, benevens schrijf- en postpapier, pennen, inkt, lak, ouwels en verdere schrijf- en kantoorbehoeften verkocht.


Voor- en achterzijde bidprentje Van Gemert (Coll.
RHC Tilburg).
Omstreeks 1828 verscheen 'Bij de Weduwe I. van Gemert en Zonen, Goud, Zilversmeeden, en Boekverkoopers op de Markt' het boek
Godvruchtige leidsman, aanwyzende den weg ten hemel [...]. Een advertentie van omstreeks 1835 geeft als adres:
'Op de Markt, over het Logement de Gouden Leeuw'. In 1836 werd het boekje
Gezangen ter gelegenheid van de schoolinwijding te Tilburg den () October 1836 uitgegeven. Uit 1838 kennen we het boekje
Geschied- en Aardrijkskundige beschrijving der gemeente Hilvarenbeek, voor de Jeugd door H. Broeders. Uit het omslag van dit boekje blijkt dat daarvoor nog twee boekjes waren uitgegeven:
De Dorpeling, een Leesboek ter bevordering van Nuttige Kennis en Goede Zeden (Leesboek voor de Tweede Klasse, met verschillende soorten van Letteren) gedrukt door G. Schrauwen, schoolonderwijzer uit Gilze, en
Aanleiding tot het Onderwijs in de Nederduitsche Taal en Rekenkunde. In 1839 werd het 32 bladzijden tellende
Gedicht, ter gelegenheid der Inzegening van de Nieuwe kerk te Tilburg, aan het Goirke, door Zijne Hoogwaardigheid Henrikus den Dubbelden, Administrator Apostolicus van het Voormalige Bisdom 's Bosch. Den 1sten October 1839 uitgegeven.
Francisca van Gemert-van Tulder had zeven kinderen, waaronder de zonen Ludovicus (geb. Tilburg 10 juni 1805; later boedrukker in Waalwijk), Joannes Baptist (geb. Tilburg 31 januari 1810, overl. aldaar 22 maart 1877) en Josephus Leonardus Franciscus (geb. Tilburg 1816, overl. aldaar 5 november 1837; ook goudsmid).
De Wed. J. van Gemert en Zonen behoorde met A. van der Voort en de Gebr. De Kanter tot de eerste Tilburgse boekhandelaren en uitgevers omstreeks 1840.
Literatuur: GAT, Genealogisch kaartsysteem; GAT, Bibliotheek, nr. 2143, 4391; Collectie kerkboeken nr. 22;
KUB, Brabantica, map 18 J 9; Fr. M. Gervasius Dominicus, Grepen uit de geschiedenis van de uitgeverij ener
congregatie, Tilburg, z.j. (c. 1965), scriptie, p. 19 (GAT, nr. 5653); Het boekje van Broeders over Hilvarenbeek werd in 1985 bij gelegenheid van de opening van het heemkundig museum 'De Doornboom' te Hilvarenbeek door
'De Hilverbode' in facsimile herdrukt.
(Coll. Ronald Peeters,
Tilburg).
Uit: Leeuwenberg, 1993, p. 23.
Aanvulling juli 2001: Thomas Leeuwenberg, Tilburgse curiosa 2. Een
Tilburgse 'wiegedruk', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis,
monumenten en cultuur, XI (1993), nr. 1, p.23-24. betreft Regelen,
Aflaten en Privilegien van het Aarts-Broederschap der Allerheiligste
Drievuldigheid [...] door Zijne Doorl. Hoogwaardigheid Gaspar Nemius [...] Op
den 10 October 1642 [...], gedrukt Te Tilburg Bij J. vam Gemert en Zoon
(uitgave gedrukt tussen 1805 en 1810).
Geurtjens M.S.C., p. Henri
Henri Geurtjens werd op 5 juni 1875 te Deurne geboren. Reeds op 15-jarige leeftijd kwam hij naar Tilburg om bij de paters van het H. Hart (M.S.C.), toen nog aan de Veldhoven (Wilhelminapark), te gaan studeren voor missionaris. Enkele jaren later vertrok hij naar Chesal-Benoît in Frankrijk, het moederland van de paters M.S.C., waar hij tot 1895 bleef, om vervolgens te Antwerpen zijn hogere studie voort te zetten. Op 5 augustus 1900 werd hij tot priester gewijd en in de daarop volgende jaren was hij leraar aan de opleidingsschool in Tilburg. Op 1 september 1903 werd hij als missionaris uitgezonden naar de Kei-eilanden; later werkte hij op Tanimbar en op Zuidwest-Irian Jaya (Nieuw-Guinea). Hij bleef daar tot 1920 en werd een groot kenner van de Keiese taal.

Pater Henri Geurtjens M.S.C. (1875-1957) onder
de
Kaja Kaja's (Coll. RHC Tilburg).
Pater Geurtjens publiceerde de boeken: Woordenlijst der Keieesche taal, Spraakkunst der Keieesche taal (1921), Keieesche legenden (1924) en Marindeneesch-Nederlandsch Woordenboek (1932). Van 1920 tot 1932 werkte hij onder de Papoea's van Irian Jaya. Hij ontdekte daar verschillende onbekende stammen en gebieden en schreef daarover enkele boeken: Uit een vreemde wereld (1921), Onder de Kaja-Kaja's van Zuid Nieuw-Guinea (Roermond-Maaseik, J.J. Romen & Zonen, 1933), Op zoek naar oermenschen (Roermond-Maaseik, J.J. Romen & Zonen, 1934), Zijn plaats onder de zon (Roermond-Maaseik, J.J. Romen & Zonen, 1941) en Oost is Oost en West is West (Utrecht, Spectrum, 1946).
(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Over de tocht met het gouvernements-stoomschip 'De Zwaan' op de Eilandenrivier op Zuid-Nieuw-Guinea in 1922, schreef hij in
Op zoek naar oermenschen over zijn ontmoeting met de inlanders:
'Lachen met de beenen
Eindelijk op een ietwat hoogere plaats langs den oever troffen we een aantal lui te samen. Daar werd gestopt en weldra doken nog verschillende kano's op uit de naburige kreekjes. Ondanks ons aanhoudend gefleem van Savijo! Savijo! dat in hun taaltje 'vriend' moest beteekenen, bleven ze erg schuw en op een afstand, om bij de minste verdachte beweging onzerzijds als b.v. het richten van een fotolens, in het kreupelhout weg te springen. Maar toch kwamen ze weer spoedig zenuwachtig schuifelend en schoorvoetend terug, aangelokt door de bijlen en messen, die we voor hun begeerige oogen lieten schitteren. Om hun eigen vrees te bedriegen, deden ze overmoedig, net als de jongen, die fluit in 't donker. Ze stieten hooge schrille keelgeluiden uit: hih! hih! hih! lachten stuipachtig en flapperden daarbij op oerkomische manier krampachtig met de beenen. Deze eigenaardige gevoelsuiting namen we ook elders nog herhaaldelijk waar, zoodat ze onder ons alras bekend was als 'kwispelstaarten of lachen met de beenen'.
Zijn laatste boek is Oost is Oost en West is West. In 1932 was hij naar Nederland teruggekeerd. Later in Tilburg werd hij in 1936 conservator van het juist opgerichte Nederlands Volkenkundig Missiemuseum aan de Paleisstraat. Vanaf 1934 werkte hij ook voor het woonwagenkamp. Dit woonwagenkamp ligt aan de naar hem (in 1960) genoemde Pater Geurtjensweg. Hij overleed te Tilburg op 22 december 1957.
Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters, 1910/1920, deel 52 fol. 6; R.K. 'Wie is wie ?'. Biografisch lexicon van bekende Nederlandsche Roomsch Katholieke
tijdgenooten, Leiden, z.j., p. 46; Encycl. van Noord-Brabant, 2, 1985, p. 54-55; Ronald Peeters,
De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 55.
Gezelle, Guido
De Vlaamse priester-dichter Guido Gezelle werd op 1 mei 1830 te Brugge geboren. Bekend zijn onder andere zijn gedichtenbundels
Dichtoefeningen (1858), Kerkhofblommen (1858), Gedichten, Gezangen en Gebeden (1862),
Liederen, Eerdichten et reliqua (1880), Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897). Hij was stichter van de literaire tijdschriften
Loquela (1881) en De Biekorf (1889).
Guido Gezelle heeft ook in Tilburg enkele 'sporen' nagelaten. Op de begraafplaats aan de Bredaseweg zijn
gedichten van hem als grafschriften bewaard gebleven, en naar hem is in 1947 een straat genoemd. De Tilburgse publicist Jef van Kempen ontdekte in de archieven van de Fraters van Tilburg zes brieven van Gezelle aan frater Ludovicus van den Houdt, die verbonden was aan het literaire tijdschrift
Bloemkrans. Dit tijdschrift, dat door de fraters werd uitgegeven, heeft een bestaan gehad van slechts dertien jaargangen (1883-1896). Het is fr. Ludovicus gelukt om er een aantal gedichten van Gezelle in op te nemen zoals:
De Mandelbeke (1891), Excelsior (1892), De Berechtinge (1893) en
Kerkhofblommen (1895). Van de brieven die fr. Ludovicus aan Gezelle schreef, zijn er nog drie bewaard gebleven in het Gezelle-archief van de Stadsbibliotheek in Brugge. Van Kempen bereidt een integrale studie voor van alle brieven in samenhang met een studie over
Bloemkrans. Toen Gezelle op 27 november 1899 te Brugge overleed, kregen de Fraters van Tilburg een rouwbrief. Frater Ludovicus schreef op 8 december 1899 een rouwdicht
Aan Dr Guido Gezelle + 27 Nov. 1899 (fragment):
Een blad, geliefde Vriend, met rouwig zwart omtogen,
Kwam uit uw Vlaamsche land in onze streken aan.
Uw vrienden zonden 't ons. Bij 't haastig openslaan,-
Ach God! daar stond uw naam... Een traan welde in onze oogen.
Na zijn dood zijn zijn onuitgegeven gedichten in Laatste Verzen (1902) gepubliceerd.

Brief van Guido Gezelle aan frater Ludovicus
d.d. 27 januari 1893 (coll. Archief Generalaat Fraters
Tilburg).
Literatuur: J.L. Horsten (fr. M. Tharcisio), 'Verscheidenheden', in: De
Beiaard, jrg. 2, 1917, p. 165-171; dr. H.W.E. Moller, Geschiedenis van de Nederlandse
letterkunde, Tilburg, De Kempen, 1932 (4e druk), p. 278-285; M. Custers, 'Zes brieven van Guido Gezelle', in:
De Tijdspiegel, jrg. 20, 1965, p. 202-211; Ronald Peeters, De straten van
Tilburg, Tilburg, 1987, p. 55; Jef van Kempen, 'Bloemkrans. Letterkunde voor katholieke jongelieden', in:
Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 9, nr. 1, maart 1991, p. 14-17; Jef van Kempen, 'Uw lied is Vlaandrens roem. Guido Gezelle en frater Ludovicus van den Houdt', in:
Tilburg, jrg. 9, 1991, nr. 1, p. 18-22.
Aanvulling juli 2001: De eerste bijeenkomst van de Belgisch-Nederlandse
Guido Gezellekring ooit op Nederlandse bodem werd op 13 mei 1995 in het
fraterhuis te Tilburg gehouden. Bijzondere aandacht was daar voor de
correspondentie tussen Gezelle en de redactie van Bloemkrans, een uitgave
van de Tilburgse fraters. Twee artikelen van Jef van Kempen werden in beperkte
oplage in een boekje herdrukt onder de titel Guido Gezelle en het tijdschrift
Bloemkrans.
Zie: DTK 11-5-1995 en BD 15-5-1995.
Gianotten, Boekhandel
Twee zoons van drukker-uitgever Hendricus Gianotten, namelijk Josephus Henricus Joannes (1911) en Theodorus Gianotten (1920), hadden in 1947 Boekhandel Triborgh op de Heuvel 54 overgenomen (thans is hier restaurant Valentijn gevestigd). Hieruit is de huidige Boekhandel Gianotten ontstaan. In het naastgelegen pand Heuvel 53 (thans restaurant Petit Suisse), was hun zuster, de wed. A.M. van Overbeek-Gianotten, in 1948 een kantoorboekhandel begonnen. Later verhuisden beide zaken naar respectievelijk Heuvel 43 en 41.
De Pocketboekenautomaat bij Gianotten,
waar voor f 1,25
een pocket gekocht kon worden. Foto 1962
(Coll. Boekhandel Gianotten, Tilburg).
Josephus had vanaf 1938 bij de Standaardboekhandel in Gent gewerkt. De tegenwoordige Boekhandel Gianotten was tot 1991 onderdeel van Wolters Kluwer en behoort thans tot de Boekhandels Groep Nederland. Gianotten heeft twee vestigingen in Tilburg (Emmapassage 17 en Prof. Verbernelaan 100) en een in Breda (Veemarktstraat 70-72), terwijl het service-centrum aan de Beneluxlaan 59 in Tilburg gevestigd is. Boekhandel Gianotten behoort tot de tien grootste van Nederland.
Gianotten is ook als uitgever van lokaal en regionaal-historische werken, gedichtenbundels van Brabantse dichters en herdrukken van enkele Franse leerboeken, bekend geworden. De eerste uitgave kwam in 1974 op de markt, het was de herdruk van het boek
Tilburg als woonstad en nijverheidscentrum van A.J.A.C. van Delft. Dit boek werd eerder in 1927 uitgegeven door boekhandel Triborgh. De echte uitgeef-activiteiten begonnen echter pas in 1979 door de toenmalige directeur Theo van Meijel met het boek
Tilburg in beeld 1865-1945 van Ronald Peeters. Dit was het begin van de succesvolle serie, waarvan hij, en vanaf 1986 zijn opvolger Ton Gunsing, er over Tilburg zeven, over Breda drie, en een over de leerlooierijen in Noord-Brabant zou uitgegeven. Een tweede reeks vormen de boeken
Moordhoek (1988) van Ed Schilders, De textiel voorbij van Lou Keune (1991) en
De Paap van Gramschap (1992) van Ronald Peeters. Daarnaast hebben nog vijf boeken Tilburg en drie boeken Breda tot onderwerp. Op literair gebied werden drie gedichtenbundels van Cornelis Verhoeven, Leo Boekraad en Tymen Trolsky, die eerder door de
Brandon Pers werden gedrukt, opnieuw uitgegeven. Er verschenen ten slotte nog vier gedichtenbundels van Kees van Kalmthout, Piet Eligh en Jace van de Ven en een bundel met artikelen over lezen van Ed Schilders. Gianotten was ook mede-organisator van de Nacht van het Boek.
Boekhandel Gianotten aan de Heuvel 54,
jaren zestig (coll. Boekhandel
Gianotten Tilburg).
Literatuur: GAT, Bevolkingsregister 1921/1939, gezinskaart 31/225;
TC van 30-6-1948 en NvhZ idem.
Aanvulling augustus 2001: In 1996 verscheen Ronald Peeters & Jef van
Gils, 'Tilburgers in beeld' en in 1999 Joep Eijkens & Harrie Janssens,
'Tilburg gezien door Harrie Janssens 1955-1975'.
Gianotten, Drukkerij Uitgeverij H.
De zoon van een Italiaanse voerman, Antoni Gianotten, kwam in 1795 met de Franse troepen vanuit Reims naar Zutphen. Diens kleinzoon Hendricus Gianotten (geboren 16-10-1879 te Zutphen en overleden 4-2-1950 te Tilburg) vestigde zich in 1898 in Nijmegen en leerde daar het vak van letterzetter. In 1899 kwam hij naar Tilburg en ging bij zijn zuster Antoinetta Hoes-Gianotten op het Goirke wonen. In 1903 trouwde hij met Maria Bernardina Johanna van Outheusden (geb. Tilburg 1881); hij vond een woning
in de Leonardstraat in de Besterd. Inmiddels werkte hij als handzetter bij Drukkerij Dusée in de Juliana van Stolbergstraat. Hij was actief in het vakbondswerk, organiseerde in 1903 een wilde staking en moest ten slotte door deze activiteiten zijn werknemersbestaan opgeven. In 1904 begon hij zijn eigen drukkerijtje in een ruimte boven zijn keukentje.

Briefhoofd Drukkerij H. Gianotten uit 1908 (coll.
RHC Tilburg).
Uit die periode zijn verschillende drukwerken bekend die de vakbeweging een warm hart toedroegen, zoals van de schrijvers H. Berkvens en Lambert Poell. Hij drukte ook veel zogenaamde anti-alcoholische boekwerkjes. Enkele jaren later vestigde hij zich in de Willem II-straat. Als drukker voor de R.K. Werkliedenverenigingen had hij tot 1917, toen drukkerij Lumax in Utrecht door de vakbeweging werd gesticht, een monopoliepositie. In dat jaar ging hij het avontuur aan met de textielfabrikanten Henri Blomjous en Rudolf Diepen, die een derde Tilburgs dagblad gingen uitgeven, het Nieuwsblad van het Zuiden. Hendricus Gianotten drukte deze krant aanvankelijk. Het heeft hem in grote financiële problemen gebracht. In 1918 nam Blomjous het gehele bedrijf over en ging daarmee verder onder de naam van drukkerij Het Nieuwsblad van het Zuiden. Berooid is hij naar Rijen vertrokken en hij begon daar in augustus 1919 in een gehuurde caféruimte opnieuw met Drukkerij H. Gianotten. Zijn neef Christ Hoes, die spoedig daarna bij hem in dienst kwam, begon in 1932 een eigen drukkerij. Op 13 december 1922 verhuisde het bedrijf weer terug naar Tilburg op het adres Bredaseweg 57. In die jaren kwam zoon Jo Gianotten (1907-1970) in de drukkerij, die in de jaren dertig en veertig het bedrijf groot maakte met onder andere het drukken van affiches voor bioscopen.

De succesvolle 'Sociale cursus' van Lambert
Poell, uitgegeven bij Drukkerij Gianotten, respectievelijk
eerste druk links (1906) en twaalfde druk rechts (1920). Die laatste is
uitgegeven in Tilburg en
Gilze-Reijen (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Daar heeft zeker ook het drukken van enige tijdschriften toe bijgedragen, zoals het cultureel tijdschrift
Roeping (1922-1963; daarna literair tijdschrift Raam geheten, 1963-1975) en het maandblad
Economie (1934-1991). In de loop der jaren gingen er steeds meer familieleden in het bedrijf werken, zoals zoon Christ en dochter An Gianotten. Christ heeft er tot 1963 als bedrijfsleider gewerkt. Met zijn zonen stichtte hij de kantoorboekhandel
Het Nieuwe Centrum op de Westermarkt, waar thans Peter Gianotten de scepter zwaait.
Sinds 1968 is drs. Wim Gianotten, de derde generatie, als directeur aan dit familiebedrijf verbonden. In 1956 is de naam veranderd in Drukkerij Uitgeverij H. Gianotten b.v., en sinds kort heet het Drukkerij Gianotten.
De drukkerij staat bekend om zijn sociale bedrijfsvoering en ook op het gebied van steun aan de Derde Wereld draagt Gianotten zijn steentje bij. Zo schonk het bedrijf in 1986 aan Matagalpa in Nicaragua, waarmee Tilburg sedert 1984 een
stedenband heeft, niet alleen een kostbare Heidelberger degel, maar werden door Gianotten ook twee werknemers gedurende anderhalve maand naar die stad uitgezonden om te helpen bij de installatie en de start van de drukkerij aldaar. Drukkerij Gianotten is met 61 werknemers een van de grootste drukkerijen in Tilburg.
Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters 1880/1890, deel 22 fol. 182; 1900/1910, deel 21 fol. 126 en deel 46 fol. 195; 1921/1939, gezinskaarten 31/225, 62/831 en 64/672; drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in:
De Lindeboom, deel III/IV, Tilburg, 1979, p. 182-184; Drukkerij Uitgeverij H. Gianotten B.V.
1919-1979; DTK van 14-1-1988; Frans Oudejans, 'Gianotten (Tilburg) helpt bij installatie van drukkerij', in:
Repro & Druk, 24, 13-6-1986.

Ed Schilders 'In-druk van Wiegedruk tot
Grafschrift', 1995 (coll.
Ronald Peeters, Tilburg).
Aanvulling augustus-november 2001: Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van
Drukkerij H. Gianotten B.V. in 1995, werd een bijzonder typografisch verzorgd
boek in cassette uitgegeven: Ed Schilders, in-druk, van Wiegedruk tot
Grafschirft. Op 3 februari 1999 trad een nieuwe directie aan: Joost
Gianotten (1971; zoon van Wim Gianotten) en Dré Stevens (1957). Ter gelegenheid
van het 80-jarig bestaan in 1999 verscheen er een historische terugblik van Ed
Schilders in het kwartaalblad van Gianotten: Grafiek nr. 9, juni
1999. In 2001 nam Gianotten drukkerij Klijsen (opgericht in 1950) uit Tilburg over. Dit laatste
bedrijf blijft echter onder eigen naam zelfstandig doorgaan. Gianotten heeft
thans ca. 95 medewerkers in dienst. Zie ook de website
van Gianotten.
Gils, Antonius van
Antonius van Gils werd op 29 juli 1758 te Tilburg geboren als zoon van Jan van Gils en Johanna Bruers. Hij studeerde aan het Turnhoutse College en vervolgens aan de universiteit van Leuven, waar hij in 1779 als student aan de faculteit der Artes in de Paedagogie Het Verken tot primus, dit is de beste van het studiejaar, werd uitgeroepen. Op 31 augustus van dat jaar werd hij als primus feestelijk in Tilburg ingehaald. Het door de Leuvense studenten toen achtergelaten vaandel
Het Verken is nog steeds in bezit van het Tilburgse St. Jorisgilde. Onze stad eert Primus van Gils al sinds 1881 met een straatnaam.
Antonius van Gils (1758-1834) (Coll. RHC
Tilburg).
Antonius van Gils behaalde het licentiaat in de wijsbegeerte en in 1785 het licentiaat in de godgeleerdheid. Sinds 1780 was hij lector in de wijsbegeerte, en vanaf 1790 hoogleraar in de godgeleerdheid aan de Leuvense universiteit. Toen de universiteit in 1797 door de Fransen werd vernield en gesloten, vluchtte Van
Gils, met medeneming van een gedeelte van de universiteitsarchieven, naar het Noordbrabantse Berlicum waar hij het klein-seminarie Veebeek stichtte. Daarna kocht hij het landgoed Beekvliet en stichtte daar het gelijknamige
klein-seminarie. Hij was medestichter en president van het groot-seminarie Nieuw-Herlaer te St. Michielsgestel, waar de Leuvense archieven ten slotte terechtkwamen. Van Gils legde in het bisdom 's-Hertogenbosch de grondslag van de kerkelijke geschiedschrijving met zijn in 1819, echter anoniem verschenen,
Katholyk Meyerysch Memorieboek, behelzende de oprigting van het Bisdom van 'sHertogenbosch ('s-Hertogenbosch, bij
J.J. Arkesteyn). Dit werk werd door de latere schrijvers J.A. Coppens (verschenen in 1840-1844) en L.H.C. Schutjes (1870-1881) in hun standaardwerken over de geschiedenis van het bisdom 's-Hertogenbosch als uitgangspunt genomen.

Katholyk Meyerysch Memorieboek uit 1819
(coll. Ronald Peeters Tilburg)
Over het leven en werk van Van Gils is veel geschreven. De belangrijkste biografie is die van de priester H.J. Allard,
Antonius van Gils en de kerkelijke gebeurtenissen van zijn tijd ('s-Hertogenbosch, 1875). Zijn dagboek over de periode 1797-1801, werd in 1934 door dr. W.J.M. Buch gepubliceerd. Aardig zijn ook de twee oude uitgaven
Eerdicht aan Antonius van Gils geboortig van Tilburg, als primus der philosophie [...]
verklaart te Leuven den 17e van Oogstmaand 1779 [...] met plechtigheid ingehaalt te Tilburg de 31e der zelve maand (Leuven, uitg. J.P.G. Michel, 1779), en
Lijkrede op de plegtige uitvaart [...] Anthonius van Gils [...]
uitgesproken door den weleerwaardigen heer G.P. Wilmer ('s-Hertogenbosch, bij C. van Gemert en zonen, 1834). Antonius van Gils overleed op 10 juni 1834 te St. Michielsgestel op het seminarie Nieuw-Herlaer.
Eerdicht 1785 (coll. RHC
Tilburg)
Literatuur: Dr. Th. Goossens, 'Anthonius van Gils', in: Bossche
Bijdragen, jrg. 12, 1934, p. 169-184; dr. Th. Goossens, 'Anthonius van Gils als geschiedschrijver', in:
Bossche Bijdragen, jrg. 12, 1934, p. 185-200; dr. W.J.M. Buch, 'Het Dagboek van Anthonius van Gils, van 1 December 1797 tot 17 Augustus 1801', in:
Bossche Bijdragen, jrg. 12, 1934, p. 201-352; Bibliografie in: Van heidorp tot
industriestad, Tilburg, 1955, p. 263; Ronald Peeters, De straten van
Tilburg, Tilburg, 1987, p. 55-56.
Goewie, Drukkerij
Louis Jean Goewie werd op 13 maart 1803 in het Belgische Gent geboren. Hij trouwde met de Tilburgse Johanna van Dijk (1808-1878) en vestigde zich omstreeks 1846 als winkelier in de Heuvelstraat te Tilburg. Omstreeks 1860 heeft hij zijn zaak met een drukkerij uitgebreid. Op 12 april 1862 gaf hij het eerste nummer uit van het weekblaadje de
Tilburger Bode; nieuws- en advertentieblad, dat zestien jaar zou bestaan. Van deze krant, die nog drie keer van naam zou veranderen, zijn slechts zes nummers bewaard gebleven, vier stuks in de Nederlandse Persbibliotheek te Amsterdam, en twee nummers in het Gemeentearchief Tilburg. Met dit blad heeft Goewie vele tegenstanders binnen de Tilburgse samenleving gekregen. In 1866 werd hij zelfs veroordeeld tot 15 dagen gevangenisstraf en 25 gulden boete
wegens het als drukker en uitgever van de Tilburger Bode plaatsen van een artikel in dat blad tegen den gemeentearchitekt te Tilburg (Petrus Blomjous),
waarin laatstgenoemde aan den haat en den verachting zijnen medeburgers was blootgesteld.

De Tilburger Bode van 2 mei 1868 (foto coll.
RHC Tilburg).
Ook kreeg hij het om onbekende redenen aan de stok met het geestelijk gezag. Pastoor J. van Schijndel van het Heike schrijft in een brief aan bisschop J. Zwijsen over een hatelijke en eenigzints onzedige schrijver in den Tilburger
Bode, doelend op den beruchten Lommen. Deze J.F.H. Lommen liet in 1863 bij Goewie het curieuse boekje
Levensbeschrijving van Gerardus van Spaendonck drukken, dat overigens in het begin van deze eeuw door Antoine Arts te Tilburg werd herdrukt. Uit een advertentie in zijn krant, blijkt dat Goewie (katholieke) boeken verkocht en een depot had van kerkutensilia. Er waren onder andere ook modellen van de kandelaars voor de Heikese kerk te bezichtigen. In 1865 schijnt hij ook het blad
De Familievriend te hebben uitgegeven, en drukte hij, op naam van zijn 17-jarige zoon Eduard Anton Goewie, het allereerste
Adresboek van Tilburg. Het boekje van Lommen werd overigens ook op naam van E. Goewie jr. uitgebracht.
Toen Louis Goewie op 17 november 1878 kort na zijn vrouw overleed, was zijn zoon juist als spoorwegklerk naar Boxtel vertrokken. Op 9 oktober 1882 keerde hij uit 's-Hertogenbosch naar Tilburg terug en ging als letterzetter bij drukkerij Bergmans werken. Hij is op 6 augustus 1919 in Tilburg overleden.

Adresboek Tilburg 1865, gedrukt door
E.A. Goewie (coll. RHC Tilburg).
Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters, 1849/1859, deel 14 fol. 72; 1870/1880, deel 15 fol. 450; 1880/1890, deel 4 fol. 29 en deel 17 fol. 293; 1900/1910, deel 5 fol. 45; 1910/1920, deel 41 fol. 162; Bibliotheek,
Adresboek 1865, cat. nr. 3357-1865; boekje J. Lommen in KUB, Brabantica Map 5-15; drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in:
De Lindeboom, deel III/IV, Tilburg, 1979, p. 139-151.
Gogh, Vincent van
De wereldberoemde schilder Vincent van Gogh (geboren op 30 maart 1853 te Groot-Zundert en overleden op 29 juli 1890 in het Franse Auvers-sur-Oise) is ook als auteur bekend geworden. Zijn 668 bewaard gebleven brieven aan zijn broer Theo zijn in 1914 door zijn schoonzuster J. van Gogh-Bonger in Amsterdam uitgegeven in de drie boekdelen
Vincent van Gogh. Brieven aan zijn broeder. Neef ir. dr. V.W. van Gogh maakte er een aanvulling op en gaf in 1953 in vier delen de
Verzamelde brieven van Vincent van Gogh uit, die in 1958 ook als vertaling
Vincent van Gogh. The complete letters in New York verscheen.
In al die brieven refereert hij één keer aan Tilburg. Op 13 juni 1873 schrijft hij aan zijn broer dat hij een kosthuis had gevonden in het Londense voorstadje Brixton:
waar het betrekkelijk stil is. Het heeft wel iets van Tilburg of zoo... (brief 9 in Verzamelde brieven).


Docenten en leerlingen van de Rijks-HBS Koning
Willem II. Voorste rij derde van rechts
Vincent van Gogh, daaronder uitvergroot. Foto tussen 1866 en 1868 (coll. Koning
Willem II
College Tilburg).
Vincent van Gogh en Tilburg, jawel. De 13-jarige Vincent van Gogh kwam op 15 september 1866 vanuit Zevenbergen in Tilburg wonen, waar hij ging studeren aan de juist geopende Rijks-HBS Koning Willem II (het latere paleis-raadhuis). Hij ging in de kost bij J. Hannik op het adres Korvel 57, het tegenwoordige St. Annaplein 18-19 (het huis van Hannik is lang geleden afgebroken). In 1972 werd daar aan de gevel een bronzen herinneringsplaquette aangebracht. Vincent doorliep de eerste klas, met een gemiddeld punt per vak van 7.36, en een deel van de tweede klas. Zijn plotselinge vertrek uit Tilburg op 19 maart 1868 naar zijn ouders in Zundert is het grootste raadsels uit zijn jeugd. De ontdekking dat Van Gogh in Tilburg heeft gestudeerd, werd pas in 1971 voor het eerst door prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt gepubliceerd.
Behalvehet paleis-raadhuis en de plaquette aan de gevel van St. Annaplein 18-19, herinneren nog twee zaken in Tilburg aan deze grote schilder en auteur: de Vincent van Goghstraat (sinds 1928) en een Van Gogh-informatiepaneel dat in het Van Goghjaar 1990 bij het Nederlands Textielmuseum in de Goirkestraat werd aangebracht. In Tilburg heeft hij tekenles gehad van C.C. Huijsmans, en kreeg hij onderricht in de Nederlandse taal en letterkunde van dr. F.C. Soer.
Literatuur: Prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt, 'Van Gogh in Tilburg', in:
Brabantia, jrg. 20, nr. 6, 1971, p. 212-223; prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt, 'Constantijn Huysmans, tekenleraar van Vincent van Gogh', in:
Brabantia, jrg. 21, nr. 1, 1972, p. 18-23; prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt,
De onbekende Vincent van Gogh. Leren en tekenen in Tilburg, 1866-1868, Tilburg, 1972; Ronald Peeters,
De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 57; Vincent van Gogh-special van het tijdschrift
Tilburg, jrg. 8, nummer 2, 1990, p. 31-59.
Goossens, mgr. prof. dr. Th.J.A.J.
Mgr. prof. dr. Thomas Johannes Adrianus Josephus Goossens werd op 8 februari 1882 te 's-Hertogenbosch geboren. Hij studeerde humaniora op het seminarie te St. Michielsgestel en wijsbegeerte en theologie te Haaren. Nadat hij op 25 mei 1907 tot priester werd gewijd, ging hij geschiedenis studeren aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam, waar hij in 1917 promoveerde tot doctor in de Nederlandse letteren op het proefschrift
Franciscus Sonnius in de pamfletten. In dat jaar stichtte hij ook het tijdschrift
Bossche Bijdragen (redacteur van jrg. 1-29, 1917-1970) en hij was samen met dr. Huybers en dr. J. Witlox in 1922 initiatiefnemer van het katholiek
Historisch Tijdschrift, dat in Tilburg werd uitgegeven.
Tot 1921 was hij leraar geschiedenis en Nederlands aan het seminarie te St. Michielsgestel. Daarna vestigde hij zich aan de Bosscheweg te Tilburg. Hij volgde dr. H. Moller in 1921 op als rector van de R.K. Leergangen, en zou dit ambt tot juli 1956 bekleden. In die periode was hij tevens docent geschiedenis. Hij was in 1927 stichter van de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg (de tegenwoordige Katholieke Universiteit Brabant), waarvan hij drie jaar rector-magnificus was. Tot 1947 heeft hij op de Hogeschool de economische geschiedenis van de Middeleeuwen gedoceerd. In zijn villa aan de Bosscheweg (later is dit Tivolistraat geworden) bevond zich ook de Curatorenzaal. Daarnaast lag het hoofdgebouw van de R.K. Leergangen. Nadat hij in 1956 als rector was afgetreden, vertrok hij weer naar zijn geboorteplaats 's-Hertogenbosch.
Mgr. prof. dr. Th. Goossens (1882-1970),
geschilderd door
Jan van Delft in 1929 (foto coll. RHC Tilburg).
Goossens was tevens bibliothecaris van de R.K. Leergangen en hij hield zich ook nog bezig met historisch onderzoek. Hij publiceerde onder andere in
Tijdschrift voor Taal en Letteren en in de Brabantse tijdschriften Taxandria,
Brabantia Nostra en de Bossche Bijdragen. In Het Nieuwsblad van het Zuiden schreef hij in 1945 een veertiental artikelen over de geschiedenis van Tilburg onder de titel
Uit de oude doos. Vier van zijn dies-reden werden bij W. Bergmans in Tilburg gedrukt:
Het arme Brabant (1929), Het keerpunt van Brabant 1 maart 1796 (1930),
Onontgonnen Brabant (1935), en Van den 'Wolwerck' in Den Bosch (1940). Hij was mede-auteur van het
Gedenkboek R.K. Leergangen 1912-1937 (Tilburg, Henri Bergmans, 1937). Een andere bekende publikatie is
Mr. J.F.R. van Hoof. Een Brabants patriot 1755-1816 (Nijmegen, De Koepel, 1948).
Zijn bibliografie (1908-1950) verscheen in de bundel Land van mijn hart, die hem in 1952 ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag door vrienden en leerlingen werd aangeboden (Tilburg, Henri Bergmans, 1952). Rector Goossens overleed op 9 december 1970 te 's-Hertogenbosch.
Literatuur: Gedenkboek bij gelegenheid van het vijf-en-twintig jarig bestaan van de R.K. Leergangen Tilburg
1912-1937, Tilburg, 1937; Persoonlijkheden in het koninkrijk der Nederlanden in woord en
beeld, Amsterdam, 1938, p. 541; Aug. C.J. Commissaris, 'Rector Goossens', in:
Land van mijn hart, Tilburg, 1952, p. 9-14; 'Bibliografie van Mgr. Prof. Dr. Th. Goossens', in:
Land van mijn hart, Tilburg, 1952, p. 138-140; dr. J.A. Bornewasser, Vijftig jaar Katholieke Leergangen
1912-1962, Tilburg, 1962, p. 117-220; Simon Besters, 'De Kromstafperiode. Herinneringen van een administratief medewerker', in:
75 jaar MO Katholieke Leergangen 1912-1987, Tilburg, 1987, p. 10-14.
Gorp, Piet van
Ing. P.J.M. ('Piet') van Gorp, geboren op 23 september 1913 te Tilburg, was vanaf 1942 dertig jaar lang docent aan de Middelbare en later de Hogere Textielschool te Tilburg, waarvan enkele jaren als adjunct-directeur. Hij is internationaal gezien een algemeen erkend textieldeskundige en heeft veel gepubliceerd over produktietechnieken en andere onderwerpen op textielgebied. Van 1958 tot 1983 was hij als adviseur verbonden aan het Nederlands Textielmuseum en zat hij van 1958-1970 in de bestuurscommissie van dat museum. Van Gorp publiceerde onder meer in de tijdschriften
Texpress, De Tex, Brabants Heem en het jaarboek De Lindeboom. Hij was hoofredacteur van het maandblad van de Vereniging van Tilburgse Textieltechnici. Bekende leerboeken van hem zijn
De kamgarenspinnerij (Tilburg, 1947), Technologie van de Weverijvoorbereiding (Enschede, 1948) en
Automatische weefgetouwen (1951). In 1956 ontving hij als eerste Nederlander de 'grand prix' van de Internationale Wol en Textiel Organisatie voor zijn tweedelig standaardwerk Wol, waarvan een Engelse editie op het congres van de IWTO te Zürich ter beoordeling was aangeboden.

P.J.M. van Gorp (1913-1994) ontvangt op 24
november 1978 in het Nederlands
Textielmuseum de zilveren legpenning van de gemeente Tilburg uit
handen van mevr. Miet van Puijenbroek, wethouder van cultuur, voor zijn
vele verdiensten voor de nationale en internationale textielwereld (coll.
Nederlands Textielmuseum Tilburg).
Zijn artikelenserie Historische ontwikkeling van de Tilburgse Wollenstoffenindustrie in
Texpress verscheen in 1959 als overdruk in Amsterdam. Hij publiceerde voorts nog enkele boeken over de Tilburgse textielindustrie:
Textielfabrieken op briefhoofden 1866-1956 (met Ronald Peeters, Tilburg, 1981),
Kinderarbeid in de textielnijverheid (Tilburg, Nederlands Textielmuseum, 1979),
zes deeltjes in de serie Textielhistorie (Tilburg, 1984-1986; over spinnen drie deeltjes, wollen stoffen, katoen en Friese mantels) en tot slot het standaardwerk
Tilburg eens de wolstad van Nederland. Bloei en ondergang van de Tilburgse wollenstoffenindustrie (Eindhoven, 1987).
(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Literatuur: NvhZ van 26-6-1956 en 23-11-1978; HN van 8-3-1984, 11-4-1987 en 6-6-1987;
DTK van 14-5-1987.
Aanvulling juni 2001: Piet van Gorp overleed te Tilburg op 21 oktober
1994. Zie: Henk van Doremalen, 'Textieldeskundige ing. P.J.M. van Gorp
(1913-1994)', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en
cultuur, XIII (1995), nr. 1, p. 14-15 en Margriet Winkelmolen, 'Ing. P.J.M.
van Gorp. Een overzicht van zijn publikaties', in: idem, p. 16-19.
Zie verder: HN van 18-10-1993.
Gosler, Joan
Joan Christiaan Eleonor Gosler werd op 13 maart 1822 te Deventer geboren als zoon van Johan Hendrik Gosler en Geertrui Heespelink. Vanaf 3 januari 1851 woonde hij in Bergen op Zoom. Hij was kostschoolhouder en lector van de Latijnse School. Gosler is op 23 oktober 1857 naar Tilburg vertrokken. Op 15 juni 1858 werd in Tilburg zijn zoon Christiaan geboren, die evenals zijn vader ook boeken zou publiceren. Hij woonde in de wijk Kerk, vermoedelijk in de Nieuwlandstraat, omdat bij de in de geboorteakte van zijn zoon de in die straat wonende smid Petrus Mercx en koopman Josephus Antonius Verbunt als getuigen optreden. Joan Gosler werd op 22 juli 1873 te Haarlem ingeschreven. Zijn zoon Willem Gosler, die in 1882 naar Haarlem was vertrokken, woonde op hetzelfde adres: Parklaan 70.
Joan Gosler schreef onder het pseudoniem Chr. van Sparen de roman De Uitdrager (1868), en de novellen
Oudtante Hubbard (Roosendaal, z.j., ca. 1875), Het kind en de wolf (Roosendaal, z.j., ca. 1878) en
Arm Roodborstje (Roosendaal, z.j., ca. 1878).
Hij is op 12 november 1886 te Haarlem overleden. In zijn overlijdensakte staat als beroep onderwijzer.
Literatuur: Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van
Nederland, Amsterdam, 1982, p. 526 (door Carel Swinkels); Gemeentelijke Archiefdienst Bergen op
Zoom, Bevolkingsregister; Koninklijke Bibliotheek 's-Gravenhage, nrs. 1087C8, 1087C9 en 1087C10;
Gemeentearchief Haarlem, Registers van de Burgerlijke Stand.
Gosler, Willem
Christiaan Julius Lodewijk Willem Eleonor ('Willem') Gosler werd op 15 juni 1858 in de wijk Kerk in Tilburg geboren als zoon van onderwijzer Joan Christiaan Eleonor Gosler en Debora Catharina van Maanen. Over hem en zijn ouders, zijn in de Tilburgse archieven geen verdere gegevens bekend. Vermoedelijk is het gezin hier slechts tijdelijk geweest. Joan Gosler is in 1873 in Haarlem ingeschreven, en Willem Gosler op 20 juni 1882. Vader en zoon woonden op hetzelfde adres: Parklaan 70.
Willem Gosler was van beroep uitgever. In de bibliotheek van het Gemeentearchief Haarlem bevindt zich een
Plan van oprichting en samenstelling van een provinciaal en stedelijk dagblad te Haarlem (Haarlem, juli 1885), dat Streng vertrouwelijk is en waarin W. Gosler in een memorie van toelichting tot besluit schrijft:
Alles samengevat, komt de verschijning van een liberaal dagblad te Haarlem den ondergeteekende zeer gewenscht voor, en verklaart hij zich dan ook gaarne bereid om, gaat de onderneming door, zich mede met eenige aandeelen er-voor te interesseeren.
In de op het oogenblik nog schaarsche gelegenheid tot drukken alhier zou een contract kunnen voorzien.
In de Stadsbibliotheek van Haarlem bevinden zich zes boeken die door W. Gosler werden uitgegeven: Pol de Mont
Hendrik Conscience zijn leven en zijne werken (1883), Anne Charlotte Edgren
Levensstrijd (1884, met een inleiding van W. Gosler; 1886 tweede bundel), Damas
Haagsche omtrekken (1885), Guido Julia. Een verhaal van Sicilië (1885) en A. Ch. Edgren
Een zomernachtsdroom (1887). Willem Gosler was zelf ook schrijver. In de Stadsbibliotheek bevindt zich zijn boek
Licht en schaduw (Leiden, A.W. Sijthoff, 1879). Volgens Carel Swinkels schreef hij onder de pseudoniemen Emile Hoïnck en Haga. Op 16 januari 1891 is Willem Gosler naar Amsterdam vertrokken.
Literatuur: GAT, Burgerlijke Stand, geboorteregister 1858, akte 224; Gemeentearchief
Haarlem, Registers van de Burgerlijke Stand en Bibliotheek, cat. nr. 5789; Willem van Toorn (red.),
Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 561 (door Carel Swinkels).
Goulmy, Paulus
Paulus Johannes Lambertus Maria Goulmy werd op 10 januari 1877 te 's-Hertogenbosch geboren. Hij studeerde aan de seminaria van St. Michielsgestel en Haaren en werd op 6 juni 1903 tot priester gewijd. Van 1903-1906 was hij kapelaan te Raamsdonksveer en van 1906-1918 kapelaan te Druten. Goulmy, inmiddels rector van de Carmelitessen van het Goddelijk Hart, kwam op 10 juli 1918 naar Tilburg en ging aan het Wilhelminapark 58 wonen. Hij was toen als leraar godsdienst en moderator aan het Sint Odulphuslyceum verbonden. Op 23 april 1924 vertrok hij naar Den Dungen, waar hij tot pastoor was benoemd. In 1941 ging hij met emeritaat. Paulus Goulmy overleed in Schijndel op 26-2-1945.
Paulus Goulmy
(1877-1945)
Het zilveren regeringsjubilé onzer koningin
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).
31 augustus 1898-1923 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Hij schreef enkele boeken: Het bestuur der Roomsche Kerk, Hiërarchie en
Wetboek, 's Pausen diplomatie in de Nederlanden, Nederland naar het
Vaticaan, Het moderne Japan, en De katholiciteit der H.R. Kerk.
In 1923 publiceerde hij in Tilburg bij drukkerij-uitgeverij W. Bergmans het boekje
Het zilveren regeeringsjubilé onzer koningin. 31 augustus 1898 - 31 augustus
1923. In zijn voorwoord noemt hij het geen standaardwerk, heeft het 'geen pretentie' en is het
'beknopt en goedkoop'. Opvallend is echter wel dat het boek, tenminste de editie die ik bezit, in perkament is gebonden, van een fraai versierde goudopdruk voorstellende een klimmende leeuw (ontwerp A. van Os Tilburg) is voorzien en goud op snede heeft. En dat is wel duur! Goulmy draagt het boek op aan
'Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden, prinses van Oranje-Nassau, hertogin van Mecklenburg'. Misschien heeft de koningin destijds wel zo'n fraai in perkament gebonden boekje ontvangen en bezit ik het tweede exemplaar dat de drukker en uitgever Bergmans speciaal voor zijn eigen archief liet maken. Ik kocht het boekje in 1985 uit de geveilde inboedel van de juist geliquideerde drukkerij.
Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters 1910/1920, deel 62 fol. 172 en deel 39 fol. 16; 1921/1939, gezinskaart 39/16;
R.K. 'Wie is dat ?', Leiden, z.j. (ca. 1925), p. 50; St.-Odulphuslyceum. Ter feestelijke herdenking van het 40-jarig bestaan van het oudste katholieke gymnasium in
Brabant, Tilburg, 1939, p. 44 en foto t.o.p. 17; Erwin Verzandvoort, Bekijk 't maar! Fotoboek Den
Dungen, Den Dungen, 1982, p. 129.
Aanvulling januari 2002: Hij schreef ook Een vast gezantschap der
Nederlanden bij den H.Stoel in de reeks Elke maand 'n boekje; juli 1920
(Tilburg, Gianotten, 1920), 16 p. (aanwezig in de KB).
Grinsven, Johan van
Johan van Grinsven is journalist bij Het Nieuwsblad en hij schrijft voornamelijk voor de rubriek wonen. In 1989 publiceerde hij bij Boekhandel Van de Moosdijk te Someren als eerste Nederlandse auteur een boek over het fenomeen jukebox onder de titel
Het jukeboxvirus, de geschiedenis van de jukebox in Nederland.
Literatuur: HN 14-10-1989; Tilburg Vrij Uit 18-10-1989.
Grood, Ed de
Eduard Maria ('Ed') de Grood, geboren in 1919 te Tilburg, van 1966-1982 wethouder onderwijs, sport en recreatie en loco-burgemeester van Tilburg, schreef in 1964 de novelle
Australië het nieuwe vaderland (Utrecht, Het Spectrum), die een oplage van 20.000 stuks (2 drukken) bereikte. Het boek handelt over het al dan niet 'wortelschieten' van Nederlandse emigranten in Australië. Zijn in Australië woonachtige zuster heeft ook
aan het boek meegewerkt.
Literatuur: Encycl. van Noord-Brabant, 2, 1985, p. 115.
Aanvulling 22-12-2006: Ed de Grood overleed te Tilburg op 14 november
2006. Zie necrologie in het Brabants Dagblad van 15-11-2006.
Grood, Michel de
De sedert 1940 in Tilburg woonachtige dr. Michel de Grood, broer van Ed de Grood, en geboren op 25 december 1915 te Nijmegen, was voor zijn pensionering neurochirurg in het St. Elisabethziekenhuis in Tilburg. Toen werd hij medisch medewerker van de Brabant Pers. Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Het Nederlandse Rode Kruis afdeling Tilburg e.o. werd in 1985 een aantal van zijn artikelen uit
Het Nieuwsblad gebundeld uitgegeven in het boek Op dokters advies, waaraan ook Cees Robben en Ronald Peeters meewerkten. Dr. De Grood schreef vele medische artikelen en boeken, onder andere de vertaalde bewerking van het boek van Peter Evans
Migraine. Waarom, waar en wat kun je ertegen doen...? ('s-Gravenhage, Zuidgroep, 1979),
Pijn is nooit fijn (Bladel, Combipress, 1979; Eerder verschenen in het tijdschrift 'leven en welzijn') en de vertaling van K.H. Reger en Petra Haimhausen
Aids. Feiten en achtergronden (Weert, M & P, 1986).

Dr. Michel de Grood (1915-1995), getekend door
Cees
Robben op het omslag van het boek Op dokters advies,
1985 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Literatuur: Encycl. van Noord-Brabant, 2, 1985, p. 115.
Aanvulling juni 2001: Dr. M. de Grood overleed op 25 januari 1995 te
Tilburg. Zie: BD van 27-1-1995 en A.A.W. Op de Coul en D. Wijnalda,
'Personalia. In memoriam dr. M.P.A.M. de Grood', in: Ned. Tijdschrift voor
Geneeskunde, 1995, 25-2-1995, p. 416. Dr. M. (Shell) de Grood was officier
in de Orde van Oranje-Nassau.




