| De Paap van Gramschap (I) | |||
|
Titel: |
De Paap van Gramschap |
|
Ondertitel: |
Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg |
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Uitgever: |
Boekhandel Gianotten |
|
Jaar: |
1992 |
|
ISBN: |
90-71077-27-6 |
Informatie-Dienst Inzake Lectuur, de IDIL
Nederlands Boekhuis
In 1937 werd door boekhandelaar en directeur van het Nederlands Boekhuis te Tilburg, Gerard Verbiest, de Informatie-Dienst Inzake Lectuur opgericht. Gerardus Cornelius Joseph Maria Verbiest werd op 3 maart 1894 te Rotterdam geboren. In 1919 is hij naar Tilburg gekomen. Vanaf 1920 woonde hij aan de Industriestraat 1, en vanaf 1932 aan de Boerhaavestraat 76. Zijn bedrijf was aan de Langestraat 70 gevestigd.
Verbiest werkte met zijn IDIL in opdracht van de verenigde katholieke bibliotheken en boekhandels en had voor en tijdens de oorlog zo'n 200 abonnementen. Zijn recensenten kregen van hem een instructielijst met zestien aanwijzingen, variërend van praktische tips tot ernstige vermaning. Er was een beoordelingsschaal, overgenomen van de Belgische
Boekengids, van I tot en met V, variërend van: 'I. Verboden Lectuur' (boeken die op de kerkelijke Indexlijst stonden of in strijd waren met de kerkelijke Boekenwet), 'II. Streng voorbehouden Lectuur' (bij uitzondering door welgevormde rijpere lezers te lezen), 'III. Voorbehouden Lectuur', 'IV. Lectuur voor volwassenen alleen' ('veronderstelt zedelijke voorlichting en vorming, doch vraagt verder géén voorbehoud'), 'IV-V. Lectuur voor 16 jaar en ouder' tot 'V. Lectuur voor allen'. Na de oorlog had Verbiest een paar honderd katholieke recensenten in dienst. De recensies verschenen in handboeken, kranten en vanaf 1947 ook op de radio in Boekennieuws van de KRO. Boeken kregen ook een code, waaruit bleek waarom op een boek een verbod of voorbehoud was, zoals een P voor protestant, een S voor socialistisch of Ma voor materialistisch.

(Coll. Archief Generalaat Fraters
Tilburg).
De IDIL ging zich vanaf 1949 ook bezighouden met het goede jeugdboek. De door de Fraters van Tilburg in 1924 opgerichte Katholieke Keurraad voor Jeugdlectuur, werd in 1957 aan IDIL verkocht. De Stichting IDIL en het Nederlands Boekhuis N.V. waren toen gevestigd op het adres Parkstraat 16.
Het maanblad IDIL-Tijdingen verscheen naast de gedrukte recensiekaartjes; vanaf 1949 verscheen de maandelijkse IDIL-Gids voor
Jeugdlectuur, en vanaf 1951 kwam de wekelijkse IDIL-Koerier uit. In 1952 werd door het Alg. Secretariaat voor Katholieke Boekerijen, de Vlaamsche Boekcentrale te Antwerpen en het Nederlands Boekhuis te Tilburg het eerste deel van het jaarlijkse
Lectuur-repertorium uitgegeven. Verbiest kreeg in de jaren vijftig de veelzeggende bijnaam van 'de Paus van Tilburg'. Bij het 25-jarig jubileum op 31 juli 1962 kwam er een nieuwe instructielijst uit; de Romeinse cijferaanduiding was toen verdwenen. In 1968 gaat IDIL op in het Katholiek Bibliotheek en Lectuur Centrum. Op 31 december 1970 worden alle IDIL-uitgaven gestaakt. De archieven van IDIL en Gerard Verbiest bevinden zich in het Katholiek Documentatiecentrum te Nijmegen.
Door het Nederlands Boekhuis werden veel boeken uitgegeven, zoals de eerste bundel van Antoon Coolen
Lentebloesem (1921) en zijn Sextet in 't Hemelrijk (1935). Onder de Tilburgse auteurs vinden we namen als Anton Eijkens, p. Maurits Molenaar M.S.C. en dr. H.W.E. Moller. Anton van Duinkerken schreef over deze uitgeverij in zijn
Brabantse herinneringen (Utrecht, Het Spectrum, 1964; 3e druk 1979, p. 231-232).
Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters 1910/1920, deel 72 fol. 140 en deel 86 fol. 164; 1921/1939, gezinskaart 66/164;
GAT, Adresboeken 1922-1948; E.M. Peet, 'Rooms-Katholieke Informatie Dienst Inzake Lectuur (1937-1970)', in:
Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen, 1985, p. 50-80; Twan Geurts, 'Met hoogrood aangelopen tonsuur. De katholieke recensiedienst IDIL, 1937-1970', in:
SIC. jrg. 4, nr. 1 & 2, 1989, p. 44-51.; Ronald Peeters en Ed Schilders,
Katholiek Tilburg in beeld, Tilburg, 1990, p. 140-141.
Illegale pers tijdens de bezetting
In de bezettingstijd zijn er in Tilburg verschillende illegale blaadjes uitgegeven. In november 1940 begonnen de communisten in Tilburg het illegale blaadje
Vrede en vrijheid. Het is vermoedelijk het eerste ondergrondse blaadje in Noord-Brabant. In augustus 1943 werd het gecombineerd met het illegale
De Waarheid, het blad van de communistische partij, dat na de bevrijding, in december 1944 in Noord-Brabant als
Volksdagblad voor bevrijd Nederland en ook als Weekblad voor het bezette gebied verscheen.
In 1942 kwam hoofdagent van politie Frans van Bilsen (Ginneken, 1911) in Tilburg aan de Ringbaan-Oost 14F wonen. Voordien was hij hoofdagent te Vlaardingen, waar hij een gevaarlijke dubbelrol speelde: hij zat in de illegaliteit, en deed pogingen om te infiltreren binnen Duitse organisaties. Hij hield zich bezig met het vervaardigen van het illegale krantje
De Stem van Vrij Nederland. In Tilburg speelde hij een rol in het zogenaamde 'Englandspiel' door twee uit Haaren ontsnapte 'Engelandvaarders' Ubbink en Dourlein voor de Duitsers verborgen te houden en later veilig op weg te helpen naar Engeland. Via pater Gervasius O.F.M. Cap. kwam hij in contact met de drukker van het blad
Groot Tilburg, A. Greven. In december 1943 was hij weer in staat zijn illegale blad, nu onder de naam
De Stem, uit te geven. Van Bilsen werd geheel ten onrechte vanwege zijn 'dubbelrol' op 20 januari 1944 door de Limburgse illegaliteit geliquideerd.
De Stem werd voortgezet door G. Derckx en B. de Wijs. Zij werden echter door de Duitsers opgepakt en in Vught gefusilleerd. De broer van de eerste redacteur, A. Derckx, heeft de uitgave nog enige tijd vanuit Utrecht voortgezet. Na de bevrijding is de naam door een dagblad in Breda overgenomen.
Ilegale krant De Nieuwsbode uit 1943
(Utrechts exemplaar)
(coll. RHC Tilburg).
Tilburg heeft nog meer illegale blaadjes gekend. In 1943 verscheen de Brabantsche
Studentenbrieven. De ondergedoken en de vanaf 5 mei 1943 voor de arbeidsinzet gedeporteerde studenten, hadden hun blad
Het Gastmaal, dat onder leiding van G. Freeman door het Brabantsche Studentengilde van O.L. Vrouw werd uitgegeven.
L.J. van de Gevel en zijn buurman H.C.C. Want gaven tussen juni 1944 tot aan de bevrijding op 27 oktober 1944 totaal 1185 nummers uit van de
Berichten van de GPD, dat is de geallieerde persdienst. De firma K.E.C. Want en Zn. had vanaf februari 1943 al het illegale bulletin de
Geallieerde Persdienst uitgegeven.
De Nieuwsbode, die aanvankelijk als blaadje van De Vrije Pers in Utrecht werd uitgegeven, werd in augustus 1944 door J. Merkx in Tilburg zelfstandig voortgezet. De naam werd al spoedig gewijzigd in
De Laatste Vuurproef, omdat het blaadje ongewenst was geïnfiltreerd.
Literatuur: Anton van Oirschot, De krant in Brabant, Heeze, 1963, p.53-54; J. Rep,
Englandspiel, Bussum, 1977; dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede
Wereldoorlog, deel 9, 's-Gravenhage, 1979, p. 1006-1007 en 1916; Frans Janse,
Tilburg 1940-1945. Jaren van verduistering, Tilburg, 1984, p. 68-69 en 78-80;
Encycl. van Noord-Brabant, 1, 1985, p. 151; 2, 1985, p. 238-240 en 4, 1986, p. 295; Lydia E. Winkel,
De ondergrondse pers 1940-1945, Amsterdam, Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie, 1989, geheel herzien door drs. H. de Vries;
GAT, Mededeling Gerrit Kobes 14-1-1992.




