| De Paap van Gramschap (R) | |||
|
Titel: |
De Paap van Gramschap |
|
Ondertitel: |
Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg |
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Uitgever: |
Boekhandel Gianotten |
|
Jaar: |
1992 |
|
ISBN: |
90-71077-27-6 |
Raak, Cees van
Cees van Raak, geboren op 17 juli 1954 te Tilburg, studeerde Nederlands en
geschiedenis aan het Mollerinstituut in Tilburg. In 1991 publiceerde hij Verstilde
stad. De oude begraafplaatsen van Tilburg, als themanummer van Tilburg.
Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur.
Tussen 1984 en 1986 schreef hij een viertal gedichtenbundels, Janus
(1984), Jazz voor arm Tilburg (1984), Chronos (1985) en Stad
(1986), die hij in eigen beheer uitgaf. Onder het pseudoniem Cees Verraak
publiceerde hij bij uitgeverij Opwenteling te Eindhoven De dichter en ik
(1988). Hierin staat het gedicht 'Schaduw':
Schaduw
Ik groet mijn schaduw en
samen zetten wij ons neer.
Wij bespreken mijn dromen
en dobbelen om woorden.
Ik kus mijn schaduw. Wij
wensen elkaar goedenacht en
spreken af op dezelfde tijd.
(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Diverse tijdschriften namen werk van hem op, zoals Naar Morgen, Leydraden
(literair tijdschrift Goirle), Teken, Brabantia, Dietsche
Warande & Belfort, De Tweede Ronde, en Maatstaf. Ook als
organisator is Cees van Raak actief op literair gebied. Hij was onder meer
initiatiefnemer en presentator van de Nacht van de poëzie te Oisterwijk
(1982), welke manifestatie thans nog wordt gehouden onder de naam Nacht van
het boek.
Aanvulling juli 2001: Gedichtenbundels: Godinnen en andere vrouwen
(Tilburg, Saudade Press, 1995), Kiosk (Oss, Reinart Edities, 1997) en Calepin
(2000). Funeraire boeken: Heden vredig ontslapen. Funeraire geschiedenis van
het huis Oranje-Nassau (Thoth, 1995) en Dodenakkers. Kerkhoven,
begraafplaatsen, grafkelders en grafmonumenten in Nederland (Amsterdam, De
Arbeiderspers, 1995).
(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Aanvulling november 2001: Schreef het Cultureel Lexicon Tilburg
1945-2000 (Tilburg, Uitgeverij Vidya, 2001). Gastredacteur van de
Maatstaf-special over Brabant (nr. 10, jrg. 44, december 1996). Samensteller van
Engel in de rei der martelaren. Poëzie voor Marietje (Tilburg, 1996), November.
Bloemlezing Brabantse dichters (Uden, 1997) en De poëzie lacht op
straat. Gebeitelde gedichten in Tilburg (Tilburg, 1999). Redacteur van het
tijdschrift Doodgewoon (1994-1997). Hij is secretaris van de Stichting
Brandon Pers (vanaf 1992) en van de Stichting Volzin (vanaf 1995), en sinds
maart 2001 redacteur poëzie van de website Cultureel
Brabant (CUBRA).
Zie voor meer bio- en bibliografische gegevens, met name na 1992, de website
van CUBRA (Cultureel Brabant).
Raak, Johan van
Johan van Raak, geboren op 10 oktober 1952 te Tilburg, broer van dichter Cees
van Raak, studeerde Nederlands en geschiedenis aan het Mollerinstituut in
Tilburg. In 1981 verscheen zijn eerste dichtbundel Stilstand ontzegd bij
uitgeverij Henk Vos in Voorburg. Hij publiceerde enkele malen in het slechts een
jaar (1981) bestaand hebbende Tilburgse literaire tijdschrift Komplement.
Naast poëzie schrijft hij ook proza (novellen). Johan van Raak is oprichter van
de literaire kring Goirle en van het door die kring uitgegeven literaire
tijdschrift Leydraden. Hij is werkzaam als journalist en woont sinds
enige jaren in Goirle.
Literatuur: Persbericht Nacht der poëzie Oisterwijk, 24-3-1982.
Renders, Hans
Hans Renders werd op 8 juni 1957 geboren te Aarle-Rixtel. Van 1976 tot 1988
woonde hij in Tilburg en daar was hij literair zeer actief. Hij studeerde
geschiedenis en Nederlands in Tilburg, deed doctoraal Nederlandse taal- en
letterkunde aan de Nijmeegse universiteit, en woont tegenwoordig in Amsterdam.
Hij is zelfstandig publicist en part time docent aan de Tilburgse Academie voor
Journalistiek.
In 1981 richtte hij samen met Wim Verhoeven en René van Peer het
tweemaandelijks verschijnende literair tijdschrift Komplement op. Dit
blad heeft slechts één jaargang van zes nummers bestaan. Begin 1985 begon Hans
Renders als literair criticus voor de Brabant Pers en voor De Groene
Amsterdammer. Nu verzorgt hij wekelijks een kritiek voor Het Parool.
Hij schreef jarenlang voor Intermediair en is tegenwoordig vast
medewerker van NRC Handelsblad, Leeuwarder Courant en De
Journalist. Behalve in het Tilburgse literaire tijdschrift SIC,
werkte hij regelmatig mee aan Kreatief, Maatschap, Ons Erfdeel, Het
Oog in 't Zeil en Prado. Onder de uitgeversnaam Komplement gaf
hij ook enkele boeken uit, onder meer de tweetalige catalogus Een vriendelijk
gezicht voor het elktronisch tijdperk, Michele De Lucchi (1985) en Van
poppenhuis naar torenflat. De architectuur van Maarten Min (1986). Samen met
A. v.d. Hout (het pseudoniem van Wim Verhoeven) publiceerde Renders (onder het
pseudoniem Y. ten Biezen) De oplossing (1984), een verhandeling in
brieven en foto's over de paradox van Zeno.
Hans Renders schreef samen met Ed Schilders het puzzelboek Ik pas in mijn
koffer (Nijmegen, Cadans, 1988). In kleine oplage werd verspreid Van
Oudshoorn als hoertje in de filosofie (1980) en (samen met Willem Bierman) Het
psneuboek voor Wim Hazeu (Apeldoorn, Prado, 1992). Verder van zijn hand Barbarber
1958-1971 (Leiden, Martinus Nijhoff, 1986) en Verijdelde Dromen. Een
surrealistisch avontuur tussen De Stijl en Cobra (Haarlem, Joh. Enschedé,
1989).
Aanvulling juli 2001: In december 1998 promoveerde Hans Renders aan de
KUB in Tilburg op een biografie van de dichter/schrijver Jan Hanlo dat uitkwam onder te titel Zo meen ik dat ook jij bent
(Amsterdam, De
Arbeiderspers). Zie BD
van 2-12-1998.
Reijnders, fr. Joseph
Marinus Theodorus Reijnders werd op 2 februari 1874 te Den Dungen geboren. Op 29
maart 1891 trad hij als frater Maria Joseph in de Congregatie van de Fraters van
Tilburg, waar hij op 6 september 1894 werd geprofest. Hij gaf les op lagere
scholen in Tilburg (tot 1917), Oss, Udenhout en Goirle. Op 23 januari 1930 is
hij directeur geworden van de Le-Sage-ten-Broek Bibliotheek van het
blindeninstituut te Grave. Frater Joseph Reijnders overleed op 16 februari 1942
in het moederhuis van de Fraters te Tilburg.

Fr. Joseph Reijnders (1874-1942) (coll.
Archief
Generalaat Fraters, Tilburg).
Van 1893 tot zijn dood in 1942 was hij redacteur van het jeugdblad De
Engelbewaarder, dat door de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te
Tilburg werd uitgegeven. Vanaf 1916 was hij alleen verantwoordelijk voor deze
uitgave. Reijnders was samen met frater Sigebertus Rombouts redacteur van de
door het R.K. Jongensweeshuis uitgegeven Klasbibliotheek-serie, waarin
hij zelf enkele jeugdboeken publiceerde: Groote viervoeters (1915, 3
delen, onder pseudoniem van Willem de Leeuw), Pieter Jong, de held van
Lutjebroek (1923, 3 delen), Jeanne d'Arc (1929, 3 delen), De
schatkamer van den koning (1932), en Columbus, gevolgd door De
diamantzoeker aan de Oranjerivier (1933). Samen met frater Nicetas Doumen
schreef hij dertien deeltjes van Vroolijk Volkje (1912) en Mijn
platenboek (1914). Hij werd ook bekend door de door hem ontwikkelde
leesmethode Ik Lees Al (1910), die tot ver in de jaren vijftig herdrukken
zou beleven. Miljoenen Nederlanders hebben met 'aap-roos-zeef' leren lezen.
Mede-samensteller van Ik Lees Al was fr. Nicetas Doumen.

'Ik lees al', edities uit 1951 en 1955 (coll.
Ronald Peeters, Tilburg).

'Vroolijk Volkje'schreef Reynders samen met
N. Doumen (editie 1922), en 'Omhoog', leesboekje voor
de katholieke scholen (editie 1922) (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Literatuur: Sigebertus Rombouts, '50 jaar Ik lees al', in: Ontmoetingen,
1961, afl. 9 p. 27-32 en afl. 10 p. 6-11; drs. Kees Kolen, Puk en Muk uit de
Schaduw van Tilburg, Tilburg, uitg. Antiquariaat De Schaduw, 1986, p. 14-18;
Joos van Vugt, 'Roomsche kleur in 't werk. Een korte geschiedenis van de
Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis (RKJW)', in: Kennis en Deugd,
Nijmegen, 1991, p. 45; Archief Generalaat Fraters Tilburg.
Aanvulling juli 2001: Zie: Caesarius Mommers en Ger Janssen, Zwijsen,
een passie voor uitgeven. Geschiedenis van een educatieve uitgeverij
(Tilburg, Uitgeverij Zwijsen B.V., 1997).
Rhys, Jean
Jean Rhys, pseudoniem voor Ella Gwendolen Rees Williams, werd op 24 augustus
1890 geboren in Roseau op het eiland Dominica (West-Indië). In 1917 ontmoette
zij in Londen de uit Tilburg afkomstige schrijver Ed de Nève (Jean Lenglet),
met wie zij in 1919 trouwde. Het echtpaar woonde in Parijs, Wenen, Boedapest en
wederom Parijs. In 1924 debuteerde 'Jean' Rhys als schrijfster met het verhaal Vienna.
Haar pseudoniem heeft zij aan 'Jean' Lenglet ontleend.
Jean Rhys verwerkte veel van haar belevenissen met Ed de Nève in haar romans en
in haar onvoltooide autobiografie Smile Please (1979). Op literair gebied
heeft zij veel met Ed de Nève samengewerkt. Voorbeelden daarvan zijn te vinden
in de biografie over De Nève van Emile van der Wilk (Tilburg, 1989). Maar de
vermeende samenwerking met De Nève bij de totstandkoming van haar boeken The
left Bank (1927), Postures (Quartet) (1928) en After leaving Mr.
Mackenzie (1930), wordt door Van der Wilk betwijfeld. Een door De Nève
bewerkte vertaling van haar boek Voyage in the Dark werd in 1935 onder de
titel Melodie in Mineur uitgegeven. Zij was inmiddels in 1933 van hem
gescheiden. Jean Rhys werd een schrijfster van wereldfaam. Zij overleed op
89-jarige leeftijd in 1979.
Literatuur: Persoonlijkheden in het koninkrijk der Nederlanden in
woord en beeld, Amsterdam, 1938, p. 1072; Emile van der Wilk, Ed. de Nève
schrijver, journalist, verzetsman, 1889-1961, Tilburg, De Schaduw, 1989.
Rinsema, Evert
De Friese schoenmaker en dichter Evert Rinsema was in het najaar 1914 samen met
de bekende schrijver/schilder Theo van Doesburg in Tilburg als dienstplichtig
militair gelegerd. Van Doesburg leerde de compagnie-schoenmaker hier kennen. Er
ontstond een vriendschap voor het leven.
Literatuur: Jef van Kempen, 'Ik kom en breng een hemel hier op aarde.
Over Theo van Doesburg', in: Tilburg, jrg. 7, 1989, nr. 3, p. 68-80.
Robben, Cees
Cornelis Martinus Antonius Maria ('Cees') Robben werd op 30 mei 1909 te Tilburg
geboren. Hij bracht zijn jeugd door in de Eikstraat en op het Watertorenplein.
Hij bezocht de kweekschol te Goirle en werd, nadat hij in 1927 als frater Armand
was ingetreden bij de fraters van Tilburg, in 1930 als onderwijzer aangesteld in
de Veemarktstraat. Twee jaar later ging hij bij de Fraters weg en verliet toen
ook het onderwijs. In 1932-1933 studeerde hij aan de Tilburgse Tekenacademie van
de R.K. Leergangen. In 1946 kwam hij in dienst bij de N.V. Tilburgsche
Waterleiding-Maatschappij.

Het eerste (1958) en zesde (1975)
Prentenbuukske van Cees Robben (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
In oktober 1953 publiceerde hij zijn eerste Prent van de Week in het
weekblad Rooms Leven. Zijn debuut als tekenaar en volksdichter in
Tilburgs dialect was gemaakt. Tot en met december 1969 verscheen wekelijks zijn
'prent' in Rooms Leven. Het blad hield toen op te bestaan en vanaf
januari 1970 verscheen de 'prent' in Het Nieuwsblad van het Zuiden. Zijn
beste prenten zijn gebundeld uitgegeven in de serie Tilburgs prentebuukske,
waarvan er zeven delen verschenen; de eerste zes bij drukkerij Bergmans tussen
1958 en 1975, de laatste in 1986 bij Het Nieuwsblad. In 1978 gaf Het
Nieuwsblad het boek De prent van de week in het zilver en in 1982 Robben
en Rooms uit. Enkele prenten werden ook gepubliceerd in het boek van dr.
Michel de Grood Op dokters advies, dat in 1985 ter gelegenheid van het
75-jarig bestaan van het Rode Kruis Tilburg e.o. werd uitgegeven.

'Robben en rooms' uit 1982 (coll. Ronald
Peeters, Tilburg).
Robben verhuisde in 1956 naar Goirle. In 1977 schreef hij samen met Cees Boon
het boekje Fraters, over de Goirlese fraters. Van 1957 tot 1981 was hij
voorzitter van de Heemkundekring De Vyer Heertganghen in Goirle. Hij was een
verwoed archiefvorser. Vele historische en heemkundige publikaties over Tilburg
en Goirle schreef hij onder andere in de heemkundige tijdschriften Brabants
Heem, Historische Bijdragen en Rond de Schutsboom. Een bekend
boekje is Goirle in oude ansichten ( Zaltbommel, Europese Bibliotheek,
1980). Hij heeft ook enkele verhalen geschreven, waaronder kerstvertellingen. In
1979 ontving hij op zijn 70e verjaardag de zilveren erepenning van de gemeente
Goirle. Op 15 februari 1988 is hij te Tilburg overleden.
Als hommage aan deze bekende Tilburgse tekenaar/volksdichter gaf Het
Nieuwsblad in 1988 het boek Een 10 voor Robben uit, waarin ook
bijdragen van zijn kinderen en vrienden werden opgenomen.
Een nagenoeg volledige collectie van zijn Prent van de Week (origineel en
fotokopie) bevindt zich in het Gemeentearchief Tilburg.

'Een 10 voor Robben'uit 1988 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Literatuur: Rooms Leven van 8-11-1958; NvhZ van 14-9-1978
en 12-12-1981 en 19-12-1981; HN van 29-10-1988; Tilburg Vrij Uit
van 2-11-1988; Een 10 voor Robben, Tilburg, Het Nieuwsblad, 1988.
Aanvulling juli 2001: Op de website
van CUBRA (Cultureel Brabant) publiceert sinds 20 december 2000 wekelijks
een Prent van de Week. (Zie: BD van 28-10-2000, SN van 1-11-2000
en 27-12-2000, DTK van 21-12-2000.

De Cees Robben Wisseltrofee voor het Grôot
Diktee van de Tilburgse Taol (foto Frans van
Ameijde, coll. RHC Tilburg).
De Stichting Tilburgse Taol noemde in 1993 de wisseltrofee voor het Grôot
Diktee van de Tilburgse Taol naar Cees Robben. Zie: Ronald Peeters, 'Tilburgs
dialect', in: Tilburg. Tijdschrift voor
geschiedenis, monumenten en cultuur, 13 (1995), nr. 3, p. 95-96.
Paul Spapens publiceerde het artikel 'Cees Robben
lééft, in zijn Prent van de Week', in: Tilburg. Tijdschrift voor
geschiedenis, monumenten en cultuur, 19 (2001), nr. 2, naar aanleiding van
een overzichtstentoonstelling over Cees Robben in het St. Elisabethziekenhuis te
Tilburg in september 2001.
Robben, Jan
Jan Robben, geboren in 1943 te Tilburg, is een zoon van de bekende
tekenaar/schrijver Cees Robben. In het boek Een 10 voor Robben (Tilburg,
Het Nieuwsblad, 1988), dat aan zijn vader werd opgedragen, schreef hij het
hoofdstuk 'Robben en het gezin'. In dezelfde maand verscheen ook de bundel korte
verhalen Cirkels van zijn hand, onder het pseudoniem Lambrecht Leijnen
(naar de oudst bekende 15e-eeuwse voorvader van Robben). De bundel telt 52
columns die hij eerder in het Wychens dagblad Wegwijs publiceerde. Er
staan acht Tilburgse jeugdverhaaltjes in. Jan Robben woont sinds 1972 in
Bergharen en hij is conrector van het Dukenburgcollege in Nijmegen.
Literatuur: HN van 15-11-1988.
Roeping
In oktober 1922 verscheen in Tilburg het eerste nummer van het katholieke
letterkundige tijdschrift Roeping, onder het hoofdredacteurschap van dr.
H.W.E. Moller. Het tijdschrift, aanvankelijk met de ondertitel 'maandblad voor
schoonheid' en later 'Maandschrift voor verdieping van leven en kultuur', werd
uitgegeven bij de Zuid Nederlandse Boekhandel te Tilburg van Ruud van Es,
en gedrukt bij H. Gianotten. Het was vooral een tijdschrift van 'de katholieke
jongeren', geboren rond 1900 en hevig geïnteresseerd in religieuze, artistieke
en maatschappelijke vernieuwingen. Bekende auteurs waren Anton van Duinkerken,
Gerard Knuvelder, Albert Kuyle (pseudoniem van Louis Kuitenbrouwer), Gerard en
Henri Bruning, Jan Engelman, Antoon Coolen, Wies Moens en Marnix Gijsen. Ook
treffen we er 'Tilburgse' auteurs in aan zoals Joep Naninck, Maurits Molenaar,
Luc van Hoek, Charles Bressers, Willem Smulders, Walter Breedveld, Paul Vlemminx,
Maria Dietse en Frank Valkenier.

1e (1922-1923) en 2e (1923-1924) jaargang van
Roeping (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Vanaf 1927 tot 1942 was de bekende leraar Nederlands dr. Gerard Knuvelder
hoofdredacteur van Roeping. Vanaf 1942 is het blad gedurende twee jaar op
last van de bezetter niet verschenen. Na de oorlog werd André Munnichs
hoofdredacteur. In 1963 is de naam van het maandblad gewijzigd in Raam.
Het was niet langer meer een cultureel, maar voortaan een literair maandblad.
Mede door de inspanningen van de kunstcriticus Lambert Tegenbosch heeft het
maandblad tot 1975 kunnen voortbestaan. Van 1969 tot het einde in 1975 werd het
door Bruna te Utrecht uitgegeven, maar nog steeds bij Gianotten gedrukt.
Literatuur: Dr. H.W.E. Moller, Geschiedenis van de Nederlandse
letterkunde, Tilburg, De Kempen, 1932 (4e druk), p. 356-363; dr. H.
Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe
Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 263; Jiblileum-nummer Roeping,
jrg. 38, nr. 12, april 1963; Anton van Duinkerken, Brabantse herinneringen,
Utrecht/Antwerpen, 1979, 3e druk, p. 208-286; Lambert Tegenbosch, 'Een raam voor
Pé', in: Moet dit een wereldbeeld verbeelden ? Van en over Pé Hawinkels,
Nijmegen, SUN, 1979, p. 153-158; 'Hommage aan Gerard Knuvelder', speciaalnummer
1982 Brabantia; dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een
gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg,
1990, p. 176-203; Hans Renders en Wim Verhoeven, 'Het gesloten venster van
Roeping', in: SIC, jrg. 4, nr. 1 & 2, 1989, p. 64-69.
Rombouts, fr. Sigebertus
Godefridus Franciscus Rombouts werd op 15 januari 1883 te Bergeijk geboren als
zoon van Lambertus Rombouts, boer, en Petronella de Werdt. Op 2 februari 1900
trad hij te Tilburg in de Congregatie der Fraters van O.L. Vrouw Moeder van
Barmhartigheid. Deze congregatie had tot doel de rooms-katholieke volksjeugd te
onderwijzen. Zijn kloosternaam werd Sigebertus en hij zou zich al spoedig
ontwikkelen tot een vooraanstaand pedagoog. In 1908 werd hij leraar aan de
kweekschool te Goirle; doceerde moderne talen, Nederlands, opvoedkunde en
elementaire zielkunde. Hij behaalde verschillende onderwijsbevoegdheden en in
1915 de akte Duits M.O.-A. Vanaf 1915 volgde hij gedurende een aantal jaren
colleges aan het Pedagogisch-Psychologisch Instituut van de R.K. Leergangen.
Vanaf 1911 publiceerde hij met een nimmer aflatende ijver over opvoed- en
onderwijskundige zaken. Sedert 1913 schreef hij een groot aantal artikelen in
het onderwijstijdschrift Ons Eigen Blad, dat een jaar eerder ten behoeve
van de eigen broeder-onderwijzers door de fraters werd opgericht. Vanaf 1919 was
hij er hoofredacteur van. Van 1921 tot aan zijn dood in 1962, is hij
hoofdredacteur geweest van de Opvoedkundige Brochurenreeks (Tilburg,
Drukkerij R.K. Jongensweeshuis).

Fr. Sigebertus Rombouts (1883-1962) (coll. RHC
Tilburg).
Na 1925 heeft hij enkele psychologieboeken geschreven, en in 1931-1933
schreef hij een driedelige pedagogiekmethode: Katholieke Pedagogiek
(Tilburg, Drukkerij RKJW). Enkele van zijn eveneens bij de Drukkerij van het
RKJW uitgegeven leer- en leesboekjes voor de lagere school zijn: De
Hunnenburcht (1912), Onder de Eskimo's (1915; onder pseudoniem van
Fried v.d. Berkt), Avonturen van een vlieger (1916), Vreselijke dagen
in een duikboot (1916), Een Bretonse zeeheld (1916), Jonker Lente
(1917), De Meiboom. Leesstof voor de lagere school (1947-1950; een aantal
deeltjes), en Geef acht! Nieuwe rekencursus voor de lagere school (1948-1950;
een aantal deeltjes). In De Engelbewaarder schreef hij korte bijdragen,
waaronder enkele gedichten (1905-1912).
Bij het RKJW uitgegeven boeken van S. Rombouts (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
In 1931 werd Rombouts benoemd tot lid van de Maatschappij der Nederlandsche
Letterkunde te Leiden, en in 1939 werd hij lid van de Katholieke
Wetenschappelijke Vereeniging. Bij zijn gouden kloosterjubileum in 1950, werd
hem de bundel Huldeblijk [...] aangeboden. De bibliografie daarin,
vermeldt over de periode 1911-1949 het respectabele aantal van 771 pedagogische
publikaties. In 1932 werd hij ridder in de Orde van Oranje-Nassau, en in 1951
officier in de Orde van Oranje-Nassau. Frater Sigebertus Rombouts overleed op 10
december 1962 in het moederhuis van de Fraters te Tilburg. Zijn persoonlijk
archief bevindt zich in het Archief van het Generalaat van de Fraters in
Tilburg. In 1987 werd het Frater Romboutshof naar hem genoemd.
Literatuur: P. dr. Joannes O.F.M. Cap. en Jos Aarts (red.), Huldeblijk
aan frater Sigebertus Rombouts, Voorhout, Foreholte, 1950, p. 279-305;
Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 137; Biografisch
woordenboek van Nederland, deel 3, 's-Gravenhage, 1989, p. 500-501 (J.Schellekens);
Archief Generalaat Fraters Tilburg.
Aanvulling juli 2001: Zie: Caesarius Mommers en Ger Janssen, Zwijsen,
een passie voor uitgeven. Geschiedenis van een educatieve uitgeverij
(Tilburg, Uitgeverij Zwijsen B.V., 1997), met name. p. 47
Roosen, Frank
De op 10 september 1933 in Tilburg geboren Frank Roosen emigreerde in 1955 naar
Canada. Daar bezit hij thans het grote Roosendal Farms tuindersbedrijf in Pender
Harbour. Over zijn jeugd in Tilburg en zijn verdere leven in Canada, schreef hij
het boek Fate and destiny (z.pl. en z.j., Canada 1991). Zijn familie in
Tilburg heeft aan de Hoge Witsie nog steeds enkele tuindersbedrijven.

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Roosmalen, Kees van
Kees van Roosmalen, op 13 november 1953 geboren te Oosterhout, woont sinds 1975
in Tilburg. Hij publiceerde in 1982 de novelle Stil getekend (Baarle-Nassau,
Soma) en in 1989 Tussen omgrenzingen (Den Dungen, Stichting Daja).
Literatuur: HN van 24-1-1990.
Aanvulling juli 2001: In 1992 schreef hij Met blote knieën aan de
zeerand (Breda, Uitgeverij De Geus). Zie: HN van 16-5-1992. In 1995
verscheen zijn tweede roman Ongedroomde zomermaanden (Breda, Uitgeverij
De Geus). De door een spierziekte zwaar gehandicapte Van Roosmalen, studeerde
aan de KUB in Tilburg sociologie en filosofie. Zie: BD van 20-12-1995.
Roothaert, mr. Anton
Over leven en werken van de schrijver mr. Anton Roothaert zijn vreemd genoeg
maar weinig gegevens in de algemene literatuurgeschiedenissen terug te vinden.
Gelukkig heeft zijn stiefkleinzoon Frans Walch uit Bemmel zich sinds de
publikatie in 1985 van zijn scriptie in het kader van de opleiding Nederlands M.O.-B
aan de Katholieke Leergangen in Tilburg, opgeworpen als zijn eerste biograaf. Na
een publikatie in het tijdschrift SIC (1986) werkt hij nu aan een
uitgebreide biografie over Roothaert.

Mr. Anton Roothaert (1896-1967) als jong
militair in 1915
(Coll. RHC Tilburg).
Antonius Henricus Roothaert werd op 9 juni 1896 in Tilburg geboren. Zijn
geboortehuis stond aan de toenmalige Bosscheweg Dit huis, waar nu Tivolistraat
33 staat, is afgebroken. Zijn jeugd bracht hij grotendeels door in de
Telefoonstraat 22 waar zijn vader een biljartfabriekje was begonnen. Woonhuis en
fabriek staan er nog. De mobilisatie van 1914 heeft een voortijdig einde gemaakt
aan zijn studie aan het Tilburgse gymnasium (het latere Sint Odulphuslyceum).
Hij ging in militaire dienst en werd reserve-officier, vervolgens behaalde hij
in Utrecht de titel meester in de rechten en vestigde zich in 1922 als advocaat
in Tilburg. Hij was hier ook als leraar handelsrecht verbonden aan de Katholieke
Leergangen. Na zijn scheiding met de Bredase Adriana Verhoeven, brak hij zijn
loopbaan als advocaat en leraar af en vertrok hij in 1930 naar Antwerpen. In
deze grote stad hoefde hij zich 'minder katholiek' te gedragen, iets waar hij in
Tilburg altijd grote moeite mee had gehad.

Edities uit 1941 en 1959 (coll. Ronald
Peeters, Tilburg).
Pas in zijn Antwerpse periode is Roothaert gaan publiceren. In 1933 debuteerde
hij met de spionageroman Spionage in het veldleger (Amsterdam). Daarna
verschenen er drie detectives: Onbekende dader (Amsterdam, 1933), Chinese
handwassing (Amsterdam, 1934) en Onrust op Raubrakken (Amsterdam,
1935). Over het Nederlands filmwereldje schreef hij de roman Camera loopt
(Amsterdam, 1936). Sinds 1935 woonde hij in Deurne, een voorstad van Antwerpen,
waar hij de roman van zijn leven zou schrijven: Doctor Vlimmen
(Amsterdam, 1936), een boek dat vele herdrukken beleefde, dat drie keer werd
verfilmd en waarvan vertalingen bestaan in het Duits, Deens, Engels, Frans,
Joegoslavisch en Zuid-Afrikaans. Er werd ongeveer een miljoen exemplaren van
verkocht, waarmee het tot de meest gelezen boeken in het Nederlandse taalgebied
gerekend kan worden. Het boek is geïnspireerd door het leven van zijn
studievriend de dierenarts Huub Pulles, die hij in zijn Tilburgse tijd vaak
vergezelde op zijn beroepsmatige tochten langs boerderijen in de omgeving van
Tilburg. De kritieken waren in het begin niet mals. Dr. Vlimmen is een
misselijk schend-boek, 'n trap naar het katholieke Brabant, aldus een
recensie in Boekenschouw (1937).

Edities uit 1942 en onbekend (coll. Ronald
Peeters, Tilburg).
Drie jaar later schreef hij de historische roman Die verkeerde weereldt
(Utrecht, 1939), handelend over het Brabantse Deurne na het beëindigen van de
80-jarige Oorlog in 1648. In 1939 werd hij in Nederland gemobiliseerd. Zijn tijd
onder de wapenenen inspireerde hem tot het schrijven van Vlam in de pan
(Utrecht, 1943). Na de oorlog heeft Roothaert nog een aantal boeken geschreven:
de para-psychologische roman Villa Cascara (Utrecht, 1947), De
wenteltrap (Utrecht, 1949) dat in het Duits en het Frans werd vertaald, Oom
Pius (Utrecht, 1951), Vlimmen contra Vlimmen (Utrecht, 1953) met
vertalingen in het Duits en het Joegoslavisch, en het laatste deel van de
trilogie Vlimmen Vlimmens tweede jeugd (Utrecht, 1957), dat in het Duits
werd vertaald. Verder kunnen genoemd worden het samen met Jaap Romijn geschreven
Een avondje in Muscadin, een mysterie in brieven (Utrecht, 1952), Gevaarlijk
speelgoed, een luchtig spel in vier bedrijven (Utrecht, 1954), en zijn
laatste roman Duivelsfortuin (Utrecht, Bruna, 1965). Het boek Spionage
in het veldleger werd onder de titel De big van het regiment in 1935
verfilmd. Van Onrust op Raubrakken werden twee hoorspelen gemaakt.
Anton Roothaert overleed op 29 maart 1967 en werd begraven op het kerkhof
Ruggeveld in het Belgische Deurne.

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Literatuur: Persoonlijkheden in het koninkrijk der Nederlanden in
woord en beeld, Amsterdam, 1938, p. 1254; dr. H. Kapteijns, 'Letteren in
Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III,
's-Hertogenbosch, 1955, p. 256; Frans Walch, Roothaerts Die Verkeerde
Weereldt. Enkele krenologische en daarmee samenhangende aspecten van een (al)
vrijwel vergeten historische roman, scriptie Nederlands M.O.-B aan de
Katholieke Leergangen in Tilburg, 2 delen, 1985 (aanwezig in GAT, bibl.
nr. 6212); Frans Walch, 'Mr. A. Roothaert: een verguisd en vergeten auteur', in:
SIC, jrg. 1, nr. 2, 1986, p. 21-27.

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Aanvulling juli 2001: Naar aanleiding van een overzichtstentoonstelling
over leven en werk van Anton Roothaert, die Ronald Peeters en Frans Walch van 11
juni tot en met 30 augustus 1996 in het Gemeentearchief van Tilburg maakten,
verscheen van de hand van Frans Walch het artikel 'Mr. Anton Roothaert
(1896-1967)' in: Tilburg. Tijdschrift voor
geschiedenis, monumenten en cultuur (jrg. 14, 1996, nr. 1, p. 15-28)..
In november 1996 verscheen zijn omvangrijke biografie Roothaert bij
Uitgeverij De Prom te Baarn. Zie: Vrij Nederland van 1-2-1997, NRC
Handelsblad van 13-6-1996, BD van 11-1-1996, 1-6-1996, 2-11-1996,
9-11-1996, 12-6-1996, 2-12-1996, DTK van 6-6-1996.

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Rijzende Zon, Antiquariaat De
Antiquariaat De Rijzende Zon in de Poststraat 8 werd opgericht door Thomas
Leeuwenberg. Curieus zijn de in de jaren zeventig uitgegeven handgeschreven
Brabantica-catalogi. De Rijzende Zon is gespecialiseerd in reizen, Nabije en
Verre Oosten, Brabantica, devotionalia, prenten en kaarten. In 1989 gaf Thomas
Leeuwenberg het boek Constant Huijsmans' laatste reis. Schier ultieme
exercities in voyeurisme van Ad.C. Willemen uit. Constant Huijsmans is de
oom van de decadente katholieke schrijver Joris-Karl Huysmans en hij was in
Tilburg onder andere tekenleraar van Vincent van Gogh (1866-1868).

Antiquariaat De Rijzende Zon publiceerde vele
'handgeschreven' catalogi. Deze minicatalogus
met boeken over Antoon Coolen is 9 x 7 cm groot en bevat 14 bladzijden. Het is
catalogus 15
van september 1979 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).




