Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - De Paap van Gramschap (T)
De Paap van Gramschap (T)
 

Titel:   

De Paap van Gramschap

Ondertitel:   

Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg

Auteur:   

Ronald Peeters

Uitgever:   

Boekhandel Gianotten

Jaar:   

1992

ISBN:   

90-71077-27-6


Taxandria, Antiquariaat

Antiquariaat Taxandria werd in 1976 door mevr. M.J.A.Th. Peeters-van Berkel, de moeder van de auteur, opgericht te Tilburg. Taxandria, verwijzend naar de vroegere gouw waartoe ook Noord-Brabant behoorde; het is gespecialiseerd in topografische kaarten, prenten en boeken over Noord-Brabant. 
Aanvulling juli 2001: Antiquariaat heeft tot 1996 bestaan. 


Teken, Het


In 1983 hebben Rolf Janssen en Jef van Kempen enkele werken in eigen beheer uitgegeven, onder de uitgeversnaam Het Teken. In januari publiceerden zij een overdruk uit Actum Tilliburgis van hun artikel Anthony Kok, Tilburgs dichter en denker, in juli het boekje 85 hinkelpotten geschreven door Rolf Janssen (oplage 100 stuks), en in november van dat jaar publiceerden zij een voorstel om aan het centraal station door middel van primaire kleuren en een gedenkplaat, een verwijzing aan te brengen naar Anthony Kok en De Stijl.



Dit boekje werd in 1983 met de hand geschreven 
en gedrukt in een oplage van 110 stuks 
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: Jef van Kempen en Rolf Janssen, 'Anthony Kok, Tilburgs dichter en denker (1882-1969), in: Actum Tilliburgis, jrg. 13, 1982, nr. 4, p. 98-131; Rolf Janssen en Jef van Kempen, 'Een verwijzing naar "De Stijl" op het centraal station van Tilburg', in: Tilburg, jrg. 2, 1984, nr. 2, p. 8-10.


Theologische Faculteit, Bibliotheek

De bibliotheek van de Theologische Faculteit te Tilburg, tegenwoordig onderdeel van de Katholieke Universiteit Brabant, bestaat sinds 1968. De collectie is samengesteld uit drie bronnen. De eigen faculteitsbibliotheek vormt de basis. Een tweede groep vormt een vijftiental parochie- en kloosterbibliotheken van de paters kapucijnen. De derde groep is de grootste. Het betreft de 100.000 banden tellende bibliotheek van de in 1798 gestichte en van 1839 tot 1967 in Haaren (N.Br.) gevestigde bibliotheek van Nederlands oudste diocesaan groot-seminarie. Stichter van dit Bossche seminarie was de Tilburger Antonius van Gils (1758-1834). Zijn uit Leuven meegenomen boeken vormden de grondslag van de groot-seminariebibliotheek. Daaronder bevonden zich ook zeven van de totaal 134 kostbare Haarense handschriften, die de Theologische faculteit nu rijk is. Een aanzienlijk deel van het boekenbezit was afkomstig van zijn vriend Jac. Goyers, kanunnik en pastoor in Haren bij Brussel. Deze heeft veel Belgische kloosterbibliotheken gered. Van Gils en zijn opvolger wisten na het ineenstorten van het Ancien Régime ook veel oude boeken uit gesloten kloosters te verwerven, grotendeels uit de zeventiende en achttiende eeuw.

De bibliotheek bevat thans 185 handschriften, 37 incunabelen (boeken uit de eerste tijd van de boekdrukkunst, vóór 1501) en zo'n tweeduizend zestiende-eeuwse drukken. 
In de Haarense collectie bevonden zich veel boeken over de geschiedenis van Brabant. Van de kapucijnen van 's-Gravenhage werd een Russische bibliotheek verworven. Eveneens van de kapucijnen afkomstig, is een belangrijke collectie (meer dan achthonderd banden) over Franciscus van Assisi.

Literatuur: NvhZ van 13-12-1979; HN van 5-1-1989; Ed Schilders, 'Een schatkamer vol boeken', in: Tilburg Magazine, jrg. 1, nr. 1, dec. 1990, p. 36-39; Jeroen van de Ven, Handschriften en handschriftfragmenten in het bezit van de Theologische Faculteit Tilburg (Tilburg, 1990), boekbespreking door Jan van Laarhoven in: Archief van de geschiedenis van de katholieke kerk in Nederland, jrg. 32, 1990, nr. 2, p. 217-218; 
Aanvulling juli 2001: Ton van der Meer, 'Bibliotheek Theologische Faculteit Tilburg en kapucijnenboeken', in: Tilburg, XVII (1999), nr. 3, p. 80-91.


Tilburg in de literatuur

Enige bekende Nederlandse / Belgische literaire auteurs refereren in hun boeken aan Tilburg of voeren Tilburg op als locatie. Zonder een volledig beeld te geven, volgen hier enkele voorbeelden:

De Vlaamse auteur Willem Elsschot (pseudoniem voor Alfons Jozef De Ridder; 1882-1960) in zijn boek Kaas (Amsterdam, 1933; E. Querido, 1989, 25e druk, p. 28):

Het zou een indruk hebben gemaakt als van een die plotseling met Tilburg komt aanzetten terwijl de restaurants van de Rivièra worden opgesomd.

Gerard Reve schreef op 24 april 1964 een brief aan 'Jan' vanuit Hotel Riche op de Heuvel, kamer 33. Deze brief is gepubliceerd in zijn boek Brieven aan mijn lijfarts, 1963-1980 (Amsterdam/Antwerpen, Veen, 1991, p. 21):

Heel snel even een korte groet, voordat ik naar beneden ga voor mijn lezing, om 8.30, voor de plaatselijke vereniging van vrouwelijke artsen, geloof ik. Ik heb van 10-12.30 en van 2.30-6.30 geluld, voor twee groepen jonge seminaristen en religieuzen. Moeilijk te peilen publiek, secundair reagerend en weinig spontaan. Maar alles ging naar wens. Nu dus nog de derde ronde. (Ik heb een uurtje op bed gerust.)[..].

Hotel Riche op de Heuvel, 1961  (Coll. THC Tilburg).

Een andere brief, die Reve vanuit de 'Stationswachtkamer Tweede Perron' vanuit Tilburg op 25 januari 1968 aan Lieve Sterke en Lenige Beer schreef, publiceerde hij in het boek Brieven aan geschoolde arbeiders 1959-1981 (Utrecht/Antwerpen, Veen, 1985, p. 144-146):

Na een buiten verwachting geslaagd optreden alhier voor de Kleine Academie heb ik de nacht doorgebracht in Kamer 1 van Hotel P. Mulders, een net, degelijk stationshotel, waarin helaas mijn kamer aan de straat gelegen was. Toch heb ik een flink aantal uren geslapen, terwijl ik bij het wakker liggen drie maal mijn Geheime Deel heb beroerd ter gedachtenis aan jou. Er is een grens aan beroemdheid en aanbidding, waarboven alles even onwaarschijnlijk als onsmakelijk en obsceen wordt. Ze hebben een enorm tekort aan volgroeide, volwaardig voelende en denkende mensen, de katholieken, en ik moet steeds weer als Koning Eénoog opdraven. Enfin, waarom ook niet.[..]

Rechts hotel P. Mulders aan de Spoorlaan, 1957 (Coll. RHC Tilburg).


In het boek De pornograaf ('s-Gravenhage, A.A.M. Stols, 1961, p. 144-145) van de Tilburger Jos Panhuijsen, wordt over de Tilburgse fr. Cecilius Dieks geschreven:

Maar ik heb dat liedje van de late vader al gezongen toen ik nauwelijks lezen kon. Het stond in Koning Alcohol. Ken je Koning Alcohol niet? Nee, jij bent te jong voor Koning Alcohol. Het was een boek, dat we op school lazen om vroegtijdig van de Brabantse gewoonte af te komen om zich bij iedere gelegenheid te bezatten. Er stonden hele reeksen zeer magere kinderen, vrouwen en mannen in afgebeeld, allen onderdanen van Koning Alcohol. [..] Het was uitgegeven bij de Uitgeverij Het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg en de auteur ervan heette C.H.M. Dieks. Een frater natuurlijk, een drager van het halve hoge hoedje dat de fraters destijds op hun hoofd plachten te zetten. Hij wist wel hoeveel er gezopen werd in het donkere zuiden. En hij wist dat er werkelijk veel magere vrouwen en kinderen in Tilburg rondliepen. Hij had dat liedje daarom ook vertaald en hij had het goed vertaald. Dat moet gezegd. Vader, o vader, keer huiswaarts met mij, want de klok van de toren slaat twee. [..] Die frater, frater Cecilius, had lupus. Hij had een verschrikkelijk gezicht, een neus bezat hij niet meer, alleen maar twee spleten voor de neusgaten.

(Coll. Archief Generalaat Fraters Tilburg).

Jan G. Elburg, lid van de Experimentele Groep en verwant aan de Cobrabeweging in de jaren vijftig, legde ooit een gekke schakel tussen Tilburg en Elburg in het verhaal Gewichtig in het boek De kikkers van Potter (Amsterdam, De Bezige Bij, 1981):

'Ga je weer...eh...van Tilburg' 'Ja, ik ga weer 's van Tilburg'. Geheimtaal tussen de gezinsleden Elb en schrijver dezes wanneer zij hem met touw-en-blok de bibliotheekkamer in zien stappen. Maar het wil gewoon zeggen dat ik HET boek weer eens van de plank ga takelen.

In de roman Spanningen (Amsterdam, 1953, p. 85-87) van Til Brugman, die bevriend was met de Van Doesburgs, Schwitters, Mondriaan en Rietveld, staat een passage, waarin de architect Dick Belders (vermoedelijk Gerrit Rietveld) terugdenkt aan zijn ontmoeting met Thomas Lange (Theo van Doesburg) in Tilburg, toen deze op 9 februari 1917 voor de Wetenschappelijke Kring in café Marinus een lezing gaf onder de titel 'Het aesthetisch beginsel der moderne kunst':

Toen was er in deze stad van keibuters iemand van de avant-garde een voordracht komen houden, in het achterzaaltje van Concordia, vandaag al lang afgebroken om voor een monsterachtige bioscoop plaats te maken [...] Voor amper twintig mensen had deze apostel van het nieuwe levensbesef staan praten. Hij had gevloekt en geketterd, de geloofsbelijdenis van De Stijl tegelijk met het ogenschijnlijk potsierlijke, metterdaad uiterst opruiende evangelie van Dada verkondigd, een hymen, dat hij tot eigen vermaak maar meteen zou inzegenen. [...] In optocht waren hij en ettelijke andere verbijsterde enthousiasten met de spreker naar een kroeg getogen die in de gegeven stemming de aannemelijkste in Tilburg leek. [..] Tegen het sluitingsuur had hij met de waardin gedanst en haar plechtig verzekerd, dat haar boezem en billen, de omvang in aanmerking genomen, expressionistische elementen waren, die in De Stijl eens en voor al waren overwonnen. In één woord, het was groots geweest.

Cees Nooteboom beschrijft in zijn roman Rituelen (Amsterdam, De Arbeiderspers, 1980, p. 39-42) een uit Tilburg afkomstige fabrikantenfamilie:

Want die rit naar Doorn was een rit naar het verleden van zijn familie, naar namen, doden, naar het Tilburg van de eeuwwisseling, naar wollen stoffen, agenturen, fabrikanten. Haar accent verdikte zich. Tilburgs moest het lelijkst uitgesproken dialect van Nederland zijn. [...] De eerste Wintrop die naar Tilburg kwam was luitenant-kolonel bij de lansiers. Ze kwamen uit het Westland. [..] Hij kwam met de lijfwacht van Willem de Tweede mee toen die het Paleis-Raadhuis bouwde, waar hij nooit gewoond heeft. Hij trouwde met een katholiek meisje.

Literatuur: Hans Renders, 'Elburg, I presume', in: SIC, jrg. 1, nr. 3, 1986, p. 29-48; Jef van Kempen, 'Ik kom en breng een hemel hier op aarde. Over Theo van Doesburg', in: Tilburg, jrg. 7, 1989, nr. 3, p. 68-80.


Tilburgse tijdschriften

In de afgelopen twintig jaar ontstonden er in Tilburg tijdschriften, die de plaatsnaam Tilburg in hun titel hadden. 
In 1973 verscheen onder de hoofdredactie van Frits J.F. Esser het huis-aan-huis maandblad Tilburg Weekend Post. Vermoedelijk heeft dit blad tot in 1974 bestaan. Esser gaf in 1976 een nieuw maandblad uit onder de titel Tilburg Match, waarvan hij wederom hoofdredacteur was. Ook dit tijdschrift, waarop een abonnement genomen moest worden, heeft vermoedelijk slechts een jaar bestaan.


In juli 1983 verscheen het eerste nummer van Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, dat onder redactie staat van Ronald Peeters (vanaf 1983) en drs. Henk van Doremalen (vanaf dec. 1986). Voordien hadden ir. Rob van Putten (1983-febr. 1984) en drs. Ton Wagemakers (1983-dec. 1986) zitting in de redactie. Het is een nog steeds bestaande uitgave van de in 1975 opgerichte Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed, waarin vele tientallen auteurs over met name de geschiedenis van Tilburg hebben geschreven. Vanaf 1992 geeft deze stichting een monografieënserie uit onder de titel Tilburgse Historische Reeks.


Vanaf december 1990 verschijnt het 'glossy' kwartaalblad Tilburg Magazine, een uitgave van Allmedia uitgevers te Vinkeveen. Hoofd-en eindredactie (Hans Leeuwenkamp en Ron de Rooij) zijn ondergebracht bij de Afd. Concerncommunicatie van de gemeente Tilburg. De redactie bestaat uit: Rob Ahsmann, Frans Boekema, Toine van Corven, Mark Hasperhoven, Anton van Oirschot, Ronald Peeters en Ed Schilders.

Aanvulling juli 2001:
Tilburg Magazine heeft thans alleen als hoofdredacteur Frank Claus en Maarten Bokslag is de eindredacteur.


Triborgh, Boek- en kunsthandel

Boek- en kunsthandel Triborgh was in de jaren twintig gevestigd in de Stationsstraat 31. In een apart zaaltje werden kunsttentoonstellingen gehouden, zoals in 1927 tentoonstellingen van werken van Frans Slager, Fedor van Gregten, Herman Moerkerk, Henriëtte Pessers, H. Bayers en A. Verhorst. In 1936 verhuisde Triborgh naar Heuvel 54. De boekhandel werd in 1947 overgenomen door Boekhandel Gianotten. 



Exterieur en interieur van Boek- en Kunsthandel Triborgh in de 
Stationsstraat 31, jaren dertig (Coll. RHC Tilburg).

Boekhandel Triborgh heeft veel boeken uitgegeven, onder andere Tilburg als woonstad en nijverheidscentrum van A.J.A.C. van Delft (1927; in 1974 in facsimile heruitgegeven door Boekhandel Gianotten), en in de jaren dertig gedichtenbundels van Luc van Hoek, Frank Valkenier en Paul Vlemminx. Het tijdschrift Brabantia Nostra werd aanvankelijk ook door Boekhandel Triborgh uitgegeven (jaargang I 1935 tot jaargang III nr. 2 1937).


Trottoirpoëzie (aanvulling 20 januari 2002)

Cees van Raak, 'Trottoirpoëzie', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur , XII (1994), nr. 1, p. 25-26, schreef er het volgende over: 'Om de renovatie van de schouwburg luister bij te zetten kwam directeur Leo Pot op het idee om tegels met gebeitelde gedichten tussen de Noordhoekring en het kantongerecht te laten leggen. De criteria van de selectiecommissie, onder leiding van professor Goedegebuure van de KUB, luidden: niet meer dan vier regels, geen citaten, en het moesten volledige gedichten zijn. Alle respect voor het initiatief, maar waarom twee gedichten van zowel Hugo Claus, Jules Deelder als Judith Herzberg? Had men geen tijd genoeg om andere gedichten op te sporen? Verder zijn onder meer vertegenwoordigd Lucebert (met het overbekende 'Visser van Ma Yuan'), Hans Lodeizen, K. Schippers, Remco Campert, Paul van Ostaijen, J.A. Emmens (rustig te lezen op vluchtheuvel Schouwburgring), Ellen Warmond, J.P. Guépin, Pé Hawinkels, Jan G. Elburg, Guido Gezelle en Cees Buddingh' (met de evergreen 'Zeer vrij naar het Chinees'), maar ook cabaretiers als Hans Dorrestijn en Marijke Boon.

Diegene die ze allemaal wil nalopen - het zijn 23 tegels in totaal - zal veel geluk moeten hebben. Er is vanwege het verrassingseffect namelijk geen routebeschrijving van. Zeker liggen er vele mooie gedichten tussen, en wat ook zeker is: geen enkel werk van een Tilburgse auteur. Men had toch op zijn minst kunnen navragen, want jazeker, er wonen dichters in Tilburg. Een waarlijk gemiste kans is bijvoorbeeld het gedicht 'Contactadvertentie' van Ko de Laat: Man zoekt dito vrouw. Vier regels, nee, vier woorden onder elkaar. Niet de moeite waard, deze potentiële klassieker? Overigens, is er al iemand die alle 23 gedichten aan zijn of haar voeten heeft zien liggen?'

Trottoirpoëzie in de Schouwburgpromenade na het eerste winkelblok (foto Frans van Ameijde, 1994,
coll. RHC Tilburg).

Cees van Raak schreef er in 1999 ook nog een bijzonder boekje over: De poëzie lacht op straat. Gebeitelde gedichten in Tilburg (Tilburg, Syntax Publishers), 78 blz., dat door Ronald Peeters in Tilburg (XVII (1999), nr. 2, p. 53-54 werd besproken:
'Cees van Raak publiceert in 'De poëzie lacht op straat' niet alleen de gerealiseerde tegelgedichten, maar ook de acht gedichten die er ooit gelegen hebben, maar thans verdwenen zijn (de poëzie lag op straat). Van Raak publiceert de volledige tekst van de gedichten en geeft op een uitklapbare plattegrond de precieze plaats aan waar de tegels te vinden zijn. De teksten van de tegels die er nog liggen (de poëzie ligt op straat) zijn tweemaal van Hugo Claus, Jules Deelder, K. Schippers en Paul van Ostaijen. Met één gedicht zijn vertegnwoordigd: Judith Herzberg, J.A. Emmens, J.P. Guépin, C. Buddingh', Wim de Vries, Ellen Warmond, Hans Faverey, Lucebert, Jan G. Elburg, Hans Dorrestijn, Rudi ter Haar en Marijke Boon.

Opmerkelijk genoeg zijn er geen Tilburgse dichters onder dit gerenommeerde gezelschap te vinden. Van Raak weet daar wel raad mee. Voor de acht tegels die in de loop der jaren om welke reden dan ook zijn verdwenen, doet hij nu de gemeente Tilburg een aanbod: acht mooie gedichten ter vervanging van de verdwenen poëzie, maar nu uit de kokers van Tilburgse dichters, zijnde Tymen Trolsky, Jace van de Ven, Kees van Kalmthout, Ko de Laat, Masje Kooiman, Fred Lahaye en natuurlijk Cees van Raak. Daaronder het onvolprezen gedicht 'Contactadvertentie' van Ko de Laat ('Man/zoekt/dito/vrouw'). Gemeente Tilburg: doen!'