Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - De Paap van Gramschap (U)
De Paap van Gramschap (U)
 

Titel:   

De Paap van Gramschap

Ondertitel:   

Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg

Auteur:   

Ronald Peeters

Uitgever:   

Boekhandel Gianotten

Jaar:   

1992

ISBN:   

90-71077-27-6


Ulaeus, ds. Johannes

De van oorsprong katholieke pastorie Moerenburg werd in 1648 door de Staten-Generaal geconfisqueerd ten behoeve van de gereformeerde predikant. Na 1660 werd het de woning van de rentmeesters van de geestelijke goederen in het kwartier van Oisterwijk. In 1691 werd het landgoed Moerenburg (aan de huidige Moerenburgseweg) gekocht door de Staatse kolonel Charles Graham, die het in 1697 verkocht aan kolonel Philippe Claude de Saint Amant (1646-1717), gehuwd met Elisabeth de Claer (?-1716). 

Het Huis Moerenburg te Tilburg ca. 1700-1725 (coll. Noordbrabants Museum Den Bosch).

Zij zijn kort na elkaar overleden: Elisabeth op 27 november 1716, en Philippe ruim 8 maanden later op 31 juli 1717. Jo(h)annes Ul(a)eus, predikant van Tilburg en Goirle, heeft twee treurdichten naar aanleiding van de dood van dit echtpaar gemaakt. Zij werden respectievelijk in 1716 en 1717 uitgegeven te 's-Hertogenbosch bij Charles Palier. Een van de twee gedrukte gedichten wordt nog in de bibliotheek van het British Library te Londen bewaard. De gedichten zijn voor de eerste keer gepubliceerd door Van Loon in 1981. Het Treur-dicht Op Het Christelijk Ontslapen Van Me-Vrouw M. Vr. Elisabeth de Claar [...] bevat een aardige passage over huize Moerenburg:

Wanneer ick mij eens ga Verbeelden,
Wat Moerenburg is, op dit Pas,
En Hoe veel, dat nu Verscheelde,
Bij dat Het van te voren Was;
Soo seg ik, 't was een borgers Woning,
Maar nu, een Heerelijk Palijs,
Al was het voor een Prins, of Koning
In 't Midden van een Paradijs
Van Vrugt, en Vrugteloose Boomen,
Met bos, en dreven, net Beplant,
Besproeit van Sil'vre Water Stroomen,
Kort om. Volmaakt, aan alle Kant





(Coll. British Library, Londen).

Het tweede gedicht heet: Treur-dicht op het onverwagt, en schielyk overlyden. Van den Eedelen, en manhaften heer De Heer Philippus Sintamant maioor generaal en collonel van een regement marine [...]. 

Van ds. Johannes Ulaeus weten we dat hij predikant van Tilburg en Goirle was vanaf 1684 tot zijn dood in april 1732. Over zijn leven is niet zoveel bekend. In 1665 stond hij in Utrecht ingeschreven als een uit Amsterdam afkomstige student, die door zijn vrienden Jan den Uyl werd genoemd. Hij maakte een dichterlijke vertaling van Virgillius Maro's Eclogae, die hij volgens zijn biograaf  'naast de burlesque van zijn vriend Willem van Focquenbroch liet drukken: De Herders-sangen van Virgilius Maro, in neerduyts gesongen, op twee verscheydene toonen. Door I.H. en W.V.F.'. De eerste druk verscheen in 1666 toen het 'verderfelijk sujet' Focquenbroch als fiscaal naar de kust van Guinea vertrok. Een herdruk uit 1669, waar etsen van Ulaeus in staan, had als titel Harders-Sanghen van Virgilius, tegen elkander opgezongen door J. V(laeus) of Jan den Uyl, poëet, etser en waardigen vriend van 'Fock', die zijn huwelijk bezong, en W. v. E. Ook schijnt er nog een druk uit 1709 te bestaan. 

Ulaeus publiceerde in samenwerking met Focquenbroch ook nog het boek Verdubbelt zegen-sangh, der negen musen over den gedempten hooghmoed der Engelschen en de triumpheerende dapperheyt der Hollanders (Amsterdam, 1666). Op eigen naam staan de publikaties: Nieuwe-modische oorlog, of Mars in conjunctie met de Vreede in 1701 en 1702 (Amsterdam, 1702) en Salomons spreuken en Prediker in dichtmaat (pl. en jaar onbek.) Bij de dood van stadhouder Willem III verscheen er een preek van dr. Golzius te Hindeloopen: Geen heyl in het vertrouwen of sterfelijke Prinsen (Amsterdam, 1702) met daarin enkele gedichten van Ulaeus.

Literatuur: NNBW, V, Leiden, 1921, kol. 986; A.J.A. van Loon, 'De huizinge Moerenburg en haar bewoners II (1648-1750)', in: De Lindeboom, V, Tilburg, 1981, p. 119-157; Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 560-561; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 110.

Aanvulling juli 2001:
Ronald Peeters, 'Tilburgse boekencuriosa', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, XII (1994), nr. 1, p. 8-14, o.a. op p. 10-13 over het boekenbezit  van de Tilburgse protestantse drossaard mr. Pieter van Hoven, die in 1753 overleed en zo'n 150 boeken naliet, waaronder Salomons spreuke en prediker in digt door Johannes Uleeus en Alle de werken van W.V. Fockenbroek 1 en 2e deel. Van Hoven is wellicht rechtstreeks via Ulaeus aan deze boeken gekomen.

Aanvulling 13 april 2002:
In een uitvoerige biografie over Johannes Ulaeus, die te vinden is op de website over Willem Godschalck van Focquenbroch, arts, fiscaal en dichter, 1640-1670[?], vriend en co/auteur van Johannes Ulaeus, schrijft samensteller Jan Helwig (gespecialiseerd in 17e-eeuwse literatuur) o.a.: 
"Johannes Ulaeus werd op 11 oktober 1640 gedoopt in de Oude Kerk te Amsterdam. In 1654 schreef hij zich in aan de Leidse universiteit, gelijk met zijn broer Adriaan. In eerste instantie studeerde hij daar letteren, maar in 1659 treffen we hem te Franeker aan als student in de rechten, vervolgens in 1660 te Leiden als filosofie-student en tenslotte in 1665 te Utrecht als student in de theologie. Op 30 mei 1668 werd Ulaeus ingeschreven als lidmaat van de Hervormde Kerk te Alkmaar. Hij kwam uit Utrecht en was op dat moment proponent, dat wil zeggen, beroepbaar als predikant. Hij moet daarna nog een keer naar Utrecht zijn verhuisd, want in 1674 werd hij voor een tweede keer ingeschreven als afkomstig uit die stad. Op 16 maart 1681 werd de ondertrouw van Ulaeus met Catharina Hensbroek aangetekend. Zij woonden toen beiden in Alkmaar. Het huwelijk werd op 30 maart voltrokken in St. Pancras. Kort na dit huwelijk vertrok Ulaeus naar Wamel in Gelderland, waar hij beroepen was als predikant. In 1684 kreeg hij een betere post te Tilburg, waar zijn broer Adriaan al sinds 1676 woonde. Ulaeus en zijn vrouw zijn tot hun dood in Tilburg blijven wonen. Catharina Hensbroek werd begraven op 5 april 1732 en Johannes Ulaeus op 11 december 1734. Hun vier kinderen Maria, Diderick, Antonia en Gerbrant waren toen nog in leven. Beide dochters waren gehuwd, Diderick volgde zijn oom op als koopman en Gerbrant werd predikant."