Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - De Paap van Gramschap (V)
De Paap van Gramschap (V)
 

Titel:   

De Paap van Gramschap

Ondertitel:   

Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg

Auteur:   

Ronald Peeters

Uitgever:   

Boekhandel Gianotten

Jaar:   

1992

ISBN:   

90-71077-27-6


Valkenier, Frank

Frank Valkenier is het pseudoniem van prof. dr. Franciscus Josephus Henricus Maria ('Frans') van der Ven, geboren op 2 september 1907 te Tilburg. Hij was van 1945 tot 1972 hoogleraar sociaal recht en de organisatie van arbeid en bedrijfsleven in Tilburg, en buitengewoon hoogleraar in het arbeidsrecht in Nijmegen. Hij schreef honderden wetenschappelijke publikaties, waarvan de driedelige Geschiedenis van de arbeid (1965-1968) het bekendste is.

Frans van der Ven (1907-1999) (coll.
Fam. Van der Ven).

Frans van der Ven heeft, sinds de oprichting in 1935, een vooraanstaande rol gespeeld in de Brabantia Nostra-beweging. Vanaf 1935 was hij redactie-secretaris van Brabantia Nostra, en van 1940-1942 hoofdredacteur. Vanaf het derde nummer van de eerste jaargang (p. 37) publiceerde hij onder het pseudoniem Frank Valkenier zijn eerste gedicht: 

Herfstregen

Donkere komen de najaarswolken
jagen over mijn land:
Monsters ontkomen uit heilloze kolken,
sombere dwazen die dreigende dolken
dragen achter de hand.

Heden te nacht zal de regen doorweken
wegen en akkerland.
't Water zal uit al de bomen leken,
't water zal snel in de lopen en beken
stijgen tot aan den rand.

Heden te nacht zal de vloed gaan stijgen;
vreemd is me nu mijn land.
Hoor ! in den wind is beangstigend hijgen,
ruiters en paarden die dood nederzijgen,
slapende overmand.


Als 'Hauptschriftsteller' van Brabantia Nostra, en vanwege onder meer het hekeldicht Aan Mussert, exploitant van Volk en Vaderland in Brabantia Nostra van 1936, werd hij in 1941 door de Duitsers in een gijzelaarskamp geïnterneerd. Samen met onder anderen Luc van Hoek en Paul Vlemminx zou hij tot de dichters van het Brabantse reveil gaan behoren. Hij publiceerde ook in Roeping, dat hij eveneens geredigeerd heeft.

 

'Blazoen'  en 'Taferelen van de Menswording Onzes Heren' beide uit 1938 (coll.
Ronald Peeters, Tilburg).


'Leenhulde aan de Maagd' uit 1946 rn 'Balladeske liederen'uit 1947 (coll. Ronald
Peeters, Tilburg).

Zijn vroegste bundels zijn: Blazoen (Tilburg, Henri Bergmans, 1938), Balladen van Brabant (Schiebroek, Vox Romana, 1938), Taferelen van de Menswording Onzes Heren (Tilburg, Boekhandel Triborgh, 1938), De Tuimelaar van Onze Lieve Vrouw (clandestiene particuliere druk, 1944), Laus Brabanciae (Tilburg, W. Bergmans, 1946), Leenhulde aan de Maagd (Bussum, Paul Brand, 1946; prozabewerking van een oud-Frans gedicht van Pierre de Nesson), Balladeske liederen (Bussum, Paul Brand, 1947), Getijden van het hart (Utrecht, Het Spectrum, 1947). 

Rondeel

De wind gaat door het golvend koren.
Hij zingt een boventijdelijk lied:
De wereld die gij bloeiend ziet
Is voor een duister lot geboren.

Pluk rozen, wondt u aan de doren,
Versmaadt de bittere vruchten niet.
Geluk is kort en kort verdriet...
De wind gaat door het golvend koren.

De leeuwerik laat zich niet meer horen
Die pijlsnel uit de wolken schiet.
Ook hij vindt hier de vrede niet;
Die waan is eeuwiglijk verloren.

De wind gaat door het golvend koren.

(1942, uit: Niet langer dan een uur. Selectie uit de gedichten van Frank Valkenier, 's-Hertogenbosch, 1977, p. 33).

   

'De kerststal uit mijn jeugd' uit 1974 en 'Kerstmisdieren' (1974)
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Na de oorlog volgde er, wat zijn literaire werk betreft, een stille periode. Pas in 1971 verschenen er weer gedichten van zijn hand, nu zelfs gedrukt in zijn eigen bibliofiele drukkerij de Brandon Pers. De gedichtenbundels die hij uitgaf zijn: Kruimels van de tafel (1971), Blauwe Vertelsels (1973), Met hartelijke groeten (1973), Vijf sonnetten door Joachim du Bellay en Pierre de Ronsard (1974, vertaald door Frank Valkenier), De kerststal uit mijn jeugd (1974), Antieke portretten (1975), Drie maal koper (1976), , Vijf sonnetten door Charles d'Orleans (1977, vertaald door Frank Valkenier), Tussentijds. Fragmenten uit het niets (1977; in 1978 in offset herdrukt door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen te 's-Hertogenbosch), Zuidse sonnetten (1980), Rondelen (1982), Gedichten (1985), Laatste Kwartier (1989), en Veertien sonnetten door Joachim du Bellay (z.j., vertaald door Frank Valkenier). In november 1989 deed hij, nadat hij een veertigtal bundels had verzorgd, de Brandon Pers over aan Looi Naaijkens.

Bij andere uitgevers verschenen nog Kerstmisdieren (Tilburg, Uitgeverij M.S.C., 1968 en tweede druk in 1975) en Niet langer dan een uur; selectie uit de gedichten van Frank Valkenier, ('s-Hertogenbosch, Uitg. Sectie Literatuur van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, 1977). Hij werkte mee aan de literaire bundel Het Hoogsteschoolwoord, uitgegeven ter gelegenheid van het tiende lustrum in 1977 van de Katholieke Hogeschool te Tilburg. In 1980 werd hem de Provinciale Brabantse Cultuurprijs op het gebied van de letteren toegekend, welke prijs hij weigerde in ontvangst te nemen vanwege een interview in de kranten van de Brabant Pers met de dichter Peter Nijmeijer, die eveneens een laureaat kreeg. De dichter Frank Valkenier woont sinds een enige jaren weer in Tilburg.

Literatuur: Zie ook onder Brandon Pers; dr. P.C. Boeren, Van Maas tot Schelde, Nijmegen, 1944, p.60-63 en 76; dr. H. Kapteijns, 'Letteren in Noord-Brabant. Een eeuwoverzicht', in: Het Nieuwe Brabant, III, 's-Hertogenbosch, 1955, p. 271-272; NvhZ 15-11-1980 en 10-4-1981; HN van 5-9-1987; Niet langer dan een uur. Selectie uit de gedichten van Frank Valkenier, 's-Hertogenbosch, 1977, bibliografie op p. 75-76; Noordbrabants Schrijversboek 1980, 's-Hertogenbosch, 1980, p. 210; Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 562 (door Carel Swinkels); dr. J.L.G. van Oudheusden, Brabantia Nostra een gewestelijke beweging voor fierheid en 'schoner' leven 1935-1951, Tilburg, 1990, m.n. p. 80-81 en 363.
Aanvulling  januari 2002: Frans van der Ven overleed op 10 december 1999, Hij was Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, Ridder in de Orde van de Nederlandse leeuw en Commandeur in de Orde van St. Silvester. Zie BD van 13-12-1999,
De bibliofiele Tilburgse drukkerij Brandon Pers besond in 2001 dertig jaar en dat werd gevierd met de verschijning van twee nieuwe bundels (Sporen van een vlieg. Terugblik op dertig jaar Brandon Pers en De Trommelaars van Anna Anuka) èn een tentoonstelling in het Regionaal Historisch Centrum Tilburg. Informatie hierover is te vinden op de website van het RHCT
In het decembernummer (2002, nr. 3) van het tijdschrift 'Tilburg' is een uitvoerig artikel over de Brandon Pers van de hand van Cees van Raak verschenen. Zie ook artikel in het Brabants Dagblad van 24 november 2001. en een uitgebreid verslag op de website van CUBRA.


Vattier Kraane, Boekhandel M.G.
Boekhandel T. de Wekker
Boekhandel Tuerlings


Matthieu George Vattier Kraane werd op 26 december 1844 te Hillegersberg bij Rotterdam geboren. Hij kwam op 9 februari 1874 vanuit Bleiswijk naar Tilburg. Vattier Kraane was een Remonstrantse boekhandelaar en bibliotheekhouder in de Comediestraat M 1074 (Willem II-straat 41). Hij is op 7 oktober 1931 te Tilburg overleden. 
Op 2 oktober 1931 kwam Tijmen de Wekker vanuit Amsterdam naar Tilburg, en hij nam de zaak van Vattier Kraane over. De Nederlands-Hervormde De Wekker werd op 23 maart 1898 te Edam geboren. Hij noemde zijn zaak Boekhandel T. de Wekker, voorheen M.G. Vattier Kraane. Het was een kantoorboekhandel annex leesbibliotheek. Een ongedateerde catalogus vermeldt 3348 titels. Het lenen van een boek kostte toen 10 cent voor een week, en een cent voor iedere dag langer.
In de jaren zestig nam Pierre Tuerlings de boekhandel over onder de naam Boekhandel Tuerlings. Deze boekhandel bestaat thans niet meer. 

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: GAT, Bevolkingsregisters 1870/1880, deel 20 fol. 826; 1890/1900, deel 28 fol. 69; 1910/1920, deel 49 fol. 12; 1921/1939, gezinskaarten 49/12 en 68/410; TC van 13-11-1887; 



Veen, Jacob H.S.M.

Jacob H.S.M. ('Jaap') Veen werd op 28 mei 1943 te Zwolle geboren. Hij was archiefambtenaar te Arnhem, Schiedam en Zwolle. Jaap Veen woont sinds 1975 in Tilburg en is aldaar werkzaam als gemeentelijk archiefinspecteur bij het Gemeentearchief Tilburg. Hij publiceerde over de geschiedenis van het openbaar vervoer in de tijdschriften Op de Rails, Hamburger Blätter, De Marts, Railkroniek/Rail Magazine, Actum Tilliburgis, Tilburg, Tilburgse Tijdingen, Lok Magazin en Spoorgroep Luxemburg Periodiek

'Sporen over de Heuvel' uit 1988 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Jaap Veen schreef enkele boeken: Trams in en om Zwolle (z.pl., N.V.B.S., 1970), De stoomtrams van Friesland en N.W. Overijssel (Rotterdam, Wyt, 1972; samen met L. Bijkerk en H. Brouwer), De Rotterdamse paardetrams (Rotterdam, Wyt, 1974; samen met H.P. Kaper), Van tram, Boot en Bus, de geschiedenis van het streekvervoer in het noordwesten van Overijssel (Kampen, Kok, 1980), Rails rond de Peperbus (Zwolle, Waanders, 1980), Van Nijveroord naar Ringbaan Noord, grepen uit de geschiedenis van de Tilburgse Energiebedrijven (Tilburg, Energiebedrijven Tilburg, 1980; samen met Th. Pirenne), Sporen over de Heuvel, de geschiedenis van de spoorwegen in en om Tilburg (Tilburg, JEVEL Jan van Laarhoven, 1988), en Spoorlijn Nijmegen - Kleef 125 jaar (Rosmalen, Stichting Railpublikaties, 1990).
Hij is ook oprichter (1981), redacteur en uitgever van het tijdschrift Tilburgse Tijdingen en redacteur van Rail Magazine (voorheen Railkroniek).



Ven, Jace van de

Jacobus Antonius Cornelis Emanuel van de Ven, die door samentrekking van de initialen van zijn voornamen beter bekend staat als Jace van de Ven, werd op 24 december 1949 in het Brabantse Leende geboren. Hij studeerde Nederlands Recht aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg, en behaalde de meestertitel. Hij is vanaf 1977 als journalist in dienst van de Brabant Pers en is sinds 1980 kunstredacteur bij Het Nieuwsblad, met specialisaties theater en literatuur. Op beide gebieden schreef hij talloze artikelen en recensies. Hij schrijft graag fictief. Zo verzorgde hij enige jaren de satirische columns Justus in het blad van de KUB, Agent Jan in het reclasseringsblad KRI, en sinds enige tijd Putjesschepper in Het Nieuwsblad

Jace van de Ven (1949) bij het standbeeld van Franciscus van Sales, 
patroonheilige van de schrijvers, een van de beelden op het hek van 
het kerkhof aan de Bredaseweg (foto Frans van Ameijde, 2000).

In 1971 verscheen zijn verhalenbundel Bessen die mijn liefde was. Een aantal verhalen werd in verschillende tijdschriften en bundels gepubliceerd, zoals bijvoorbeeld in de literaire bundel Het Hoogsteschoolwoord (1977) en in het Noordbrabants Schrijversboek 1980. Als dichter heeft hij drie bundels op zijn naam staan. In 1984 werd bij Boekhandel Gianotten zijn Kroniek van verlangen uitgegeven, waarvan hij samen met Rob van Gestel en Harrie Verkerk het theaterprogramma 'Op heel de wereld zij alleen' maakte, een poëtische beleving van de kalverliefde die in heel Nederland werd opgevoerd. De twee andere werden bij de bibliofiele Brandon Pers uitgegeven: Mijn tragische ziekte en dood (1977; in 1978 herdrukt door het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen te 's-Hertogenbosch) en Een dagje aan/op/in het water (1988). Samen met Jasper Mikkers en Korrie Besems werd in 1992 een deel 'Tilburg' in de reeks Noord-Brabant in proza, poëzie en prent ('s-Hertogenbosch, Het Noordbrabants Genootschap) uitgegeven. Hierin staat een sonnet over Tilburg:

Waarom, mijn stad....

Mijn stad kon niet de nieuwe tijd ontkomen.
Al stroomden zelfs de beken eromheen
En telde er aan waarheden maar één,
Nu geldt hier ook de wet der economen.

Zo is er orde in mijn stad gekomen.
Mijn bezig volk krioelt niet meer dooreen
Maar telt zijn zegeningen één voor één,
Of thuis, of in de auto van zijn dromen.

Geen trend of wij staan vooraan in de rij,
De gladste wegen glijden naar ons toe
En elke nood lijkt hier voorgoed voorbij.

Waarom dan toch die wanhoop af en toe ?
Waarom mijn twijfels, milde spotternij ?
Waarom maakt juist de voorspoed mij zo moe ?


Sinds 1989 is Van de Ven secretaris-penningmeester van de Stichting Brandon Pers. Gedichten van hem verschenen onder andere in het tijdschrift Brabantia.
Ook als tekstschrijver voor theater en cabaret is Jace van de Ven actief. Hij was mede-schrijver van de teksten voor de eerste Tilburgse Revue 'Kannen & Kruiken' (1986), samen met Ed Schilders schreef hij de tweede revue 'Hemel & Aarde' (1988) en in zijn eentje maakte hij de teksten voor de derde revue 'Tilburgs Tumult' (1990). Verder schreef hij de eenakter Een nieuw leven en maakte hij ook teksten voor de Tilburgse componist Jo Sporck. Eind 1992 gaat een toneelstuk over koning Willem II in première. Jace van de Ven treedt met zijn eigen teksten ook op als tonpraoter en schreef ten slotte samen met Paul Spapens Tilburg aan tap en tafel. Horecagids van Tilburg (Tilburg, Boekhandel Gianotten, 1986).

Literatuur: Brabantia, jrg. 38, 1989, nr. 7, p. 27; Encycl. van Noord-Brabant, deel 4, 1986, p. 239-240; Persbericht Tilburgse Revue 1990; NvhZ van 4-11-1978 en 31-10-1981.

Aanvulling juli 2001: In 1999 verscheen de autobiografisch getinte gedichtenbundel Bezijden de Noordstraat, vormgegeven door de Tilburgse graficus Walter Kerkhofs (DTK van 23-12-1999). 
Zie voor aanvullende bio- en bibliografische gegevens de website van CUBRA (Cultureel Brabant).



Ven, Arnaud van der

Arnoldus Petrus Maria ('Arnaud') van der Ven werd op 2 februari 1905 op de Korvelseweg 23 te Tilburg geboren. Hij studeerde aan de Rijks-HBS Koning Willem II en volgde daarna avondcursussen aan de Ambachtsschool en de R.K. Leergangen, waar hij het diploma architect behaalde. Vanaf 1925 werkte hij bij de N.V. Tilburgsche Waterleidingmaatschappij, waar hij in 1970 als hoofdingenieur met pensioen ging.

   

'Drie jaren voetbal-concentratie' uit 1944 en 'De Minstreel' uit 1946 (coll. Ronald 
Peeters, Tilburg).

Vanaf 1915 tot heden is hij lid, en vanaf 1950 erelid van Willem II. Hij verzorgde tien jaar het wekelijkse clubblad De Willem II'er. Tussen 1942 en 1975 bekleedde Van der Ven vele functies binnen de K.N.V.B. In 1972 werd hij lid van het Bondsbestuur.
Onder het pseudoniem Védévé schreef hij tientallen gedichten, liederen en declamaties. Vele daarvan zijn verzameld in het boekje De minstreel. Met poëzie en zang door voetballand (Tilburg, Scholberg de Reydt, 1946), ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de voetbalclub Willem II. Daarnaast schreef hij nog twee boeken: Drie jaren voetbal-concentratie (Tilburg, Henri Bergmans, 1944; met tekeningen van Cees Robben) over zijn driejarig trainerschap van 1940-1943, en Willem II veertig jaar (Tilburg, Scholberg de Reydt, 1936).

Arnaud van der Ven  (1905-1993).
(coll. Rogier van der Ven)

Literatuur: GAT, Bevolkingsregister 1921/1939, gezinskaart 26/4; Bibliotheek, cat. nrs. 2131 en 6086.
Aanvulling 4-9-2007: Arnaud van der Ven overleed op 17 november 1993.


Verbunt, Frans

Frans A.J.M. Verbunt werd op 27 september 1933 te Tilburg geboren. Hij is een bekende Tilburgse vinoloog, wijnschrijver en tonpraoter. De Wijnbrief (1982-1986), Vinologica (1981-heden) en de Wijnpers-knipselkrant (1983-1988) zijn/waren eigen uitgaven van hem. Verbunt is een zeer produktief schrijver van artikelen in wijnvakbladen. In het weekblad Tilburg Vrij Uit heeft hij sinds 1980 een vaste wijnrubriek. Hij vertaalde en redigeerde belangrijke internationale wijntechnische werken (Lichine, Spurrier en andere).


Frans Verbunt (1933) bij het bekende stadssymbool De 
kruikenzeiker aan de Nieruwlandstraat hoek Heuvelstraat 
(foto Frans van Ameijde, 2000)

Hij ontving in 1981 de gouden speld van Horeca Nederland, in 1982 de Internationale Wijn-Pers-prijs van Toscane (Italië), in 1986 de Slijterswijnring van het Bedrijfschap voor de Detailhandel in Alcoholhoudende Dranken en hij ontving de legpenning van de Gemeente Tilburg. In 1986 werd hij Chevalier in de Association des Maître Conseils et Gastronomique Française en in 1990 werd hij erelid van de Verenigde Nederlandse Vinologen.

  

Twee wijnboeken van Frans Verbunt uit resp. 1983 en 1984 
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Frans Verbunt publiceerde de volgende wijnboeken: onder het pseudoniem van Frank Triborgh, Wijn proeven langs de Moezel (Helmond, Uitgeverij Helmond, 1983) en Wijn proeven langs de Rijn (Helmond, Uitgeverij Helmond, 1984). Onder eigen naam: De wijnen van Portugal (Utrecht/Antwerpen, Kosmos, 1987), De wijnen van Spanje (Utrecht/Antwerpen, Kosmos, 1988) en De wijnen van Italië (Utrecht/Antwerpen, Kosmos, 1989).
In Tilburg Vrij Uit verschenen onder het pseudoniem Jan de Kruik satirische verhaaltjes, waarvan hij een selectie bundelde in De lachende derde (Helmond, Uitgeverij Helmond, 1983). Sinds maart 1991 voert hij voor een soortgelijke rubriek het pseudoniem F. Verbaal.

  

'De wijnen van Portugal' uit 1987 de 'De lachende derde' uit 1983
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: Tilburg Vrij Uit van 25-5-1983; NvhZ van 20-5-1983; HN van 4-10-1988; Encycl. van Noord-Brabant, 4, 1986, p. 243.
Aanvulling juli 2001: In 1995 publiceerde Frans Verbunt het Zisde Perbeersel van zijn Grôot Woordenboek van de Tilburgse Taol, een uitgave van de Stichting Tilburgse Taol. Zie DTK 2-3-1995 en 19-10-1995 en BD van 10-8-1995 en 18-10-1995.
Het Zeuvende Perbeersel verscheen in 1996 (zie SN van 13-10-1996), waarin een twintigtal Prenten van de Week van Cees Robben werden opgenomen.
Aanvulling 12 november 2002: Frans Verbunt overleed te Tilburg op 12 november 2002.
zie: Brabants Dagblad van 13 november 2002  



Vercammen, dr. Frans

Frans Vercammen werd op 22 juni 1896 te Udenhout geboren. In 1924 deed hij doctoraal Nederlandse taal- en letterkunde. Van 1923 tot 1964 was hij leraar Nederlands en geschiedenis aan het St. Odulphuslyceum te Tilburg; van 1937-1944 conrector. Vercammen is lange tijd voorzitter geweest van de Kunstkring Tilburg. Hij promoveerde in 1932 op het proefschrift Thijm en Vlaanderen, een actueel boek in verband met de toen sterk levende Groot Nederlandse beweging. Dr. Frans Vercammen overleed op 6 april 1971 te Tilburg.

Literatuur: NvhZ van 7-4-1971; Gedenkboek Sint-Odulphuslyceum 1899-1974, Tilburg, 1974.



Verschueren M.S.C. p. Jan

Pater Jan Verschueren M.S.C., geboren op 22 augustus 1905 te Oosterhout, kwam in 1931 als jong priester in Zuid-Irian Jaya (Nieuw-Guinea). Hij is er negenendertig jaar als missionaris gebleven, waardoor hij een enorme kennis had vergaard over de oude cultuur en gebruiken van het volk der Marind-anim, de Jéi-anim aan de Merauke-rivier, en de Janum-anim in het oosten van het land. Op 4 september 1948 ontdekte hij samen met pater Cees Meuwese M.S.C. een nieuwe rivier die de Koningin Julianarivier werd genoemd. Over deze tocht schreef hij, in samenwerking met pater Meuwese, het boek Nieuw Guinea uw naam is wildernis (Bussum, Brand, 1950). Hij beschreef de geschiedenis van de missies in Papua Nieuw-Guinea en Irian Jaya in deel I van Klein's Nieuw-Guinea (1953). In 1960 schreef hij het essay A growing world: problems of the Catholic Mission in Oceania in Carmelus. Daarnaast leverde hij bijdragen in Nieuw-Guinea-Studiën en in Bijdragen van het Koninklijk Instituut van Taal-, Land- en Volkenkunde. Bij het schrijven van zijn boek Dema ontleende prof. dr. J. van Baal veel van zijn informatie aan gegevens van Verschueren.
Pater Jan Verschueren overleed op 28 juli 1970 te Djakarta.

Literatuur: Lit.: Prof. dr. J. van Baal, 'In memoriam Pater Jan Verschueren', in: De Brug (extern contactblad M.S.C.), december 1970, p. 22-29.



Verschuuren, Luc

Lucas Edward ('Luc') Verschuuren werd op 15 november 1950 geboren op de 'Lange Akker' te Enschot. Na zijn middelbare school aan het Sint Odulphuslyceum en de Rijks-HBS Koning Willem II, studeerde hij aan de Tekenacademie te Antwerpen. Hij is strip- en reclametekenaar van beroep, is vaste medewerker van de gemeente Oisterwijk en De Efteling, en woont in Oisterwijk.
Hij is vooral bekend geworden door zijn strip Kees Kruik, die vanaf 3 januari 1983 tot op heden dagelijks in Het Nieuwsblad verschijnt (aflevering 2500 in mei 1991). In 1983 verscheen in Het Nieuwsblad zijn strip Tonko. In 1986 werd een aantal strips van Kees Kruik gebundeld uitgegeven door Het Nieuwsblad, Dagblad voor Midden-Brabant. In 1988 gaf de Streek VVV Hart van Brabant het album Hartediefje. Avonturen in het Hart van Brabant uit. Bij Uitgeverij De Schaduw verscheen in 1991 zijn eerder in Het Nieuwsblad gepubliceerde stripverhaal Kees Kruik en het geheim van de kermis in boekvorm.

Het stripverhaal 'Kees Kruik' uit 1986 (coll. Ronald Peeters, Tilburg)

Literatuur: NvhZ 31-12-1982 en 27-8-1983; Stamboom Verschuuren, z.pl. en z.j., p. 120.

Aanvulling juli 2001:
Ed Schilders en Luc Verschuuren maakten de stripboeken Terreur over Tilburg (KBU Uitgevers, 1993), De Ring van Roxanna (Tilburg, Tilburgsche Waterleiding Maatschappij, z.j.) en Het teken van de slang (Tilburg, Tilburgsche Waterleiding Maatschappij, z.j.).
Zie de website van Brabant Cultureel (CUBRA).



Versteeg, fr. Cassianus

Christiaan Versteeg werd op 25 mei 1884 te Kerkdriel geboren. Op 8 december 1901 trad hij als frater Maria Cassianus Versteeg in de Congregatie van de Fraters van Tilburg, waar hij op 25 augustus 1905 werd geprofest. Hij was onderwijzer op lagere scholen in 's-Hertogenbosch en Tilburg in de Capucijnenstraat en in de Elzenstraat (1923-1949). Versteeg overleed op 24 mei 1956 in het moederhuis van de fraters te Tilburg.

Fr. Cassianus Versteeg (1884-1956) (coll. Archief
Generalaat Fraters Tilburg).

Frater Cassianus heeft onder zijn auteursnaam M.C. Versteeg, een aantal kinderboeken geschreven, dat door de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg werd uitgegeven. In de series Van 't jonge leven en de Klassebibliotheek: De wonderpop (1920), De appeldief (1920), Santiaman (1921); in de serie Van 't jonge leven: De marmot met het gouden belletje (1921, 2 delen), Wilde roos (1921), Moeders feest (1922), Vlugge slang. Missieverhaal Midden-Afrika (1923) en Halve Frans (1929). Van Wilde roos verscheen in 1925 een Duitse vertaling, en van Vlugge slang verschenen edities in het Spaans, het Kongolees (1930) en in het Maleis (1938).

Andere jeugdboeken van hem zijn: Sprookjes en vertelsels voor de Roomsche jeugd (1918-1919, 2 delen), en de bekende plaatwerken Het Prentenboek van de Eerste H. Communie (1925), Het Prentenboek van de Kinderbiecht (1927) en Het prentenboek van het Heilig Vormsel (1953), die alle vele herdrukken beleefden. Hij werd ook bekend met zijn methode Echt Lezen (1932-1933; tien deeltjes), de eerste Nederlandse globaalmethode, waarbij men begint met het aanleren van hele woorden in plaats van met aparte letters of woorddelen. Tot slot werkte fr. Cassianus mee aan de schoolboekjes Christus vormen in het kind (1948-1949).

  

'De kinderbiecht' editie 1927 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: Drs. Kees Kolen, Puk en Muk uit de Schaduw van Tilburg, Tilburg, uitg. Antiquariaat De Schaduw, 1986, p. 14-18; Joos van Vugt, 'Roomsche kleur in 't werk. Een korte geschiedenis van de Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis (RKJW)', in: Kennis en Deugd, Nijmegen, 1991, p. 45; Archief Generalaat Fraters Tilburg.

Aanvulling juli 2001: Zie: Caesarius Mommers en Ger Janssen, Zwijsen, een passie voor uitgeven. Geschiedenis van een educatieve uitgeverij (Tilburg, Uitgeverij Zwijsen B.V., 1997), m.n. p. 46-49.



Vieweg, Drukkerij C.A., Wed. C.A. en J.C.

Christian August Vieweg, een Duitse immigrant die vanuit Halle a/d Saale naar Nederland kwam, was een protestantse drukker en boekhandelaar. Hij was van 1759 tot zijn dood in 1783 werkzaam in de Vughterstraat te 's-Hertogenbosch. Met Lambert Jan Bresser gaf hij vanaf 1771 de 's-Hertogenbossche Courant, later de 's-Hertogenbossche Vaderlandsche Courant uit. Van 1774-1783 was hij de uitgever van de 's-Hertogenbossche Comptoir- en Schrijf-Almanach. Na zijn overlijden werd zijn bedrijf voortgezet door zijn weduwe, die ook de courant en het jaarboekje bleef uitgeven. In 1792 kwam haar zoon in de zaak.


Uitgave van Vieweg uit 1786 (coll. RHC Tilburg)

Uitgave van Vieweg uit 1788 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Uitgave van Vieweg uit 1783 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).


In 1788 vond er een herdruk plaats van het Reglement voor de Huishoudinge en Finantie van de Heerlykheden Tilborg en Goirle. De eerste uitgave uit 1732 werd nog gedrukt door Paulus Scheltus te 's-Gravenhage, de tweede druk 'By de Wed. C.A. Vieweg, Stads-Drukster in de Vugterstraat' te 's-Hertogenbosch. In de dorpsrekening van Tilburg en Goirle is de rekening teruggevonden: 81 gulden en 15 stuivers voor: het Drukken en innaijen van Hondert en vijftig Reglementen voor de Huijshoudinge en Finantie van de Heerlijkheid Tilborg en Goirle en wegens geleeverde Prothocolle ten dienste der voors. gemeente.
Dat Tilburg nog meer zaken deed met C.A. Vieweg en later met zijn weduwe, blijkt uit de dorpsrekeningen van 1781, 1783 en 1786. In 1781 is aan C.A. Vieweg 30 gulden betaald voor: het drukken en Leveren van een Riem Mediaan schrijfpapier waar op is geprent het schut Reglement van Tilborg en Goirle. Van dit Schutreglement (gedrukt op één vel papier) bezit het Gemeentearchief Tilburg nog een aantal exemplaren.

In 1783 werden door C.A. Vieweg 200 exemplaren gedrukt van het Reglement waar na den commissaris te Tilborg van den Post-Wagen van 's Bosch op Breda en vise versa, zig zal moeten reguleeren, waarvoor hij 15 gulden en 13 stuivers ontving. Aan de weduwe C.A. Vieweg werd in 1786 opdracht gegeven voor het drukken en innaijen van 500 Exemplaren van het Brandreglement voor deeze Heerlijkheid.
Zij ontvangt een bedrag van 131 gulden en 17 stuivers voor het drukken van dat Brandreglement en voor het herbinden van 43 Registers ter Secretarije alhier tot derselver Conservatie, als zijnde alle te Zaamen bijna uit hunnen Band, met Leverantie van de daar toe benoodigde materiaalen, als nog voor het leeveren van zes nieuwe Prothocollen ten dienste der Gemeentens zoo van Tilborg als Goirle. Hiermee is ook de oudste archiefrestauratie in Tilburg aangetoond.

In 1795 drukte de weduwe nog enkele plakkaten en ordonnantiën samen met haar andere zoon Johan Carel Vieweg (1770-1813), die zich in mei 1794 als drukker in de Heuvelstraat te Tilburg had gevestigd. Bekend is ook het boekje Schoolfeest, gevierd te Tilburg 17 januari 1796 met de toevoeging Gedrukt te Tilburg bij J.C. Vieweg. Mede te bekomen bij Wed. Vieweg te 's-Bosch. Het is geschreven door de Tilburgse drossaard Adriaan van der Willigen. Johan Carel Vieweg vertrok in 1803 naar Nijmegen, waar hij uitgever werd van de Nijmeegsche Courant.

Literatuur: Ch.C.V. Verreyt, 'De Boekdrukkers en Uitgevers te 's-Hertogenbosch tot het begin dezer eeuw', in: Noordbrabantse Almanak voor het jaar 1890, Helmond, 1890, p. 341-350; C.J. Weijters, 'De totstandkoming van het bestuursreglement van 1732 voor Tilburg en Goirle', in: De Lindeboom. Uitgave van de Archiefdienst van de gemeente Tilburg, I, 1977, p. 9-33; GAT, Oud-administratief archief, inv. nrs. 96, 97a, 576 fol. 30 en 30v, 101 bis 1, 101 bis 2, 569 fol. 46, 121, 571 fol. 35v, 102, 574 fol. 38v, 569 fol. 46; GAT, Bibliotheek, cat. nrs. 2119, 2119a en 2196; GAT, Huizenregister 1799 Kerk nr. 52; GAT, Uitgegane borgbrief 26-2-1803; dr. P. Hollenberg, ''s-Hertogenbosch als perscentrum', in: Varia Historica Brabantica, IV, 's-Hertogenbosch, 1975, p. 165-171; drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in: De Lindeboom, III-IV, 1979-1980, p. 123-127; Ronald Peeters, 'Zeldzame boekjes over Tilburg uit de 18e eeuw', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 1, 1983, nr. 1, p. 20-21.



Vinken, Ad

Ad Vinken werd op 1 juli 1931 te Tilburg geboren. Hij werkte veertig jaar als ambtenaar bij de gemeente Tilburg, maar was ook als schrijver en cabaretier bekend. In de jaren vijftig werd hij met zijn toneelstuk 'De blauwe dromedaris' winnaar van de door uitgeverij Strengholt uitgeschreven toneelprijsvraag. In het
vestzaktheater 'De Spoel' droeg hij zijn eigen teksten voor, bleef tot in de jaren zeventig actief lid van de toneelgroep 'Pegasus', deed een cabaret en regisseerde onder andere de toneelafdeling van de 'Souvenir des Montagnards'. Ad Vinken trad ook op als 'tonpraoter' en enkele keren als 'opperleuterèr'. Hij schreef twee keer de tekst voor het winnende Tilburgse carnavalslied. Hij schreef teksten voor de eerste Tilburgse Revue 'Kannen & Kruiken' in 1986, en voor de revue ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de parochie Korvel. 
Hij schreef korte verhalen, onder meer in Pulp. In het literaire tijdschrift De Tweede Ronde verschenen gedichten van hem. In 1985 publiceerde hij het boekje Dagboek van een welzijnshond. Ad Vinken overleed op 27 februari 1988 te Tilburg. In dat jaar werd door de gemeente de Ad Vinken-prijs ingesteld. Deze prijs, vijfduizend gulden groot, is voor Tilburgse kleinkunstenaars.

Literatuur: Encycl. van Noord-Brabant, deel 4, 1986, p. 259; HN van 29-2-1988.



Vogelaar Jacq Firmin

Jacq (Firmin) Vogelaar is het pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria Broers, geboren op 3 september 1944 te Tilburg. Hij bracht zijn jeugd door op de adressen Bredaseweg 152 en (vanaf 1957) Plataanstraat 20. In 1962 verhuisde hij naar Nijmegen. 
Hij debuteerde in 1964 met gedichten in Merlijn en met proza in Podium. In 1965 verscheen zijn gedichtenbundel Parterre, en van glas. Hij schreef daarna vooral proza en essays. Jacq Vogelaar behoort thans tot de belangrijkste naoorlogse Nederlandse auteurs. Hij werd bekend door zijn ver doorgevoerde taalexperimenten, vooral in zijn boeken Anatomie van een glasachtig lichaam (Amsterdam, De Bezige Bij, 1966) en Kaleidiafragmenten. Operaties 1 (Amsterdam, Meulenhof, 1970). 

Jacq Firmin Vogelaar heeft vele publikaties op zijn naam staan, zoals: De komende en gaande man (1965), Vijand gevraagd (1967), Gedaanteverandering of 'n metaforiese muizeval (1968), Het heeft geen naam (Amsterdam, Meulenhoff, 1968), Kunst als kritiek (Amsterdam, De Bezige Bij, 1972), Konfrontaties (Nijmegen, SUN, 1974), Het mes in het beeld en andere verhalen (Amsterdam, De Bezige Bij, 1976), Raadsels van het rund. Operarties 2 (Amsterdam, De Bezige Bij, 1978; vervolg op Kaleidiafragmenten), Alle vlees: verhalen : operaries 3 (Amsterdam, De Bezige Bij, 1980), Oriëntaties (Nijmegen, SUN, 1983), Terugschrijven (Amsterdam, De Bezige Bij, 1987), Verdwijningen (Amsterdam, De Bezige Bij, 1988), Speelruimte. Vier lezingen (Amsterdam, Perdu, 1991) en De dood als meisje van acht (Amsterdam, De Bezige Bij, 1991).

  

Drie boeken van Vogelaar uit resp. 1966, 1968 en 1980
 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).


Hij vertaalde enkele boeken, zoals: Claude Levi-Strauss Het wilde denken (Amsterdam, Meulenhoff, 1968), Hanns Eisler Muziek en politiek (Nijmegen, SUN, 1972; samen met Konrad Boehmer), George Lukaca Thomas Mann (Nijmegen, SUN, 1975), Bertolt Brecht Driestuiversproces (Nijmegen, SUN, 1975), Saul K. Padover De brieven van Karl Marx (Haarlem, De Haan, 1981), Michel Foucault De verbeelding van de bibliotheek (Nijmegen, SUN, 1986), Heinar Kipphardt Marz: de carriere van een schizofrene dichter, (Nijmegen, SUN, 1988).

Verder kunnen genoemd worden: Gezondszorg (Amsterdam, Te Elfder Ure, 1973), Het mes in het beeld en andere verhalen (Amsterdam, De Bezige Bij, 1976; met anderen) en het jeugdboek Het geheim van de bolhoeden (Amsterdam, De Bezige Bij, 1986). In 1984 publiceerde hij onder een ander pseudoniem, Koba Swart, de novelle Nora, een Val (Amsterdam, De Bezige Bij).
Met zijn essaybundel over binnen- en buitenlandse literatoren Terugschrijven werd hij in 1988 genomineerd voor de AKO-literatuurprijs. Jacq Vogelaar was medewerker van het weekblad De Groene Amsterdammer, en hij schreef in vele tijdschriften, zoals Raster, waarvan hij sinds 1977 redacteur is. In 1969 ontving hij de Van der Hoogtprijs.

Literatuur: H.J.M.F. Lodewick, W.A.M. de Moor en K. Nieuwenhuijzen, Ik probeer mijn pen. Atlas van de Nederlandse letterkunde, Amsterdam, 1979, p. 249-253; Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 300 en 562 (door Carel Swinkels); Encycl. van Noord-Brabant, 4, 1986, p. 272.
Aanvulling 25 mei 2006: Jacq. Vogelaar, Over kampliteratuur (Amsterdam, De Bezige Bij, 2006).


Vondel, Joost van den

Joost van den Vondel (1578-1679), misschien wel de bekendste dichter van Nederland, heeft tenminste één keer 'Tilburg' in zijn werken vermeld. Dat was in het gedicht dat hij naar aanleiding van de verovering van 's-Hertogenbosch in 1629 door Frederik Hendrik had geschreven. Dit boekje Zegesang ter eere van Frederick Henrick, Boschdwinger, Wezelwinner, Prince van Oranje verscheen in 1629 te Amsterdam bij Willem Blaeu. Het werd in 1979 in facsimile uitgegeven ter gelegenheid van de 350ste verjaardag van de verovering van 's-Hertogenbosch. Op bladzijde 5 dicht hij:

En trots als Brabants pylaer stond,
En Holland scheyde en Brabants grond,
Soo onversiens, soo ongewroken
Gesloopt sou leggen afgebroken,
Door 't woen des Hollandschen soldaets ?
Dat d'eer van Tilburgh sijne plaets
Sou laeten d'eere van Oranjen ?
Dat d'oorloghssetel van Hispanjen,
En Isabels doorluchte troon
Sou open staen voor Welhems soon,
Tot schrick van Phlippes bondgenooten ?

  

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Met 'd'eer van Tilburgh' wordt Anthony Schetz baron van Grobbendonck (1572/3-1640) bedoeld. Hij was heer van Tilburg en Goirle en van 1596 tot de overgave van de stad in 1629, militair gouverneur van 's-Hertogenbosch. 
Naar Vondel is in 1923 in Tilburg het Vondelplein genoemd. In het paleis-raadhuis bevindt zich in de hal een glas-in-loodraam van glazenier Joep Nicolas (1936) met daarop een spreuk van Vondel uit diens Roskam:

Indien 't Gemeen / U roept, /
besorght het als / Uw eygen / Vondel


Ter gelegenheid van de 250e sterfdag van Joost van den Vondel, werd op 5 februari 1929 in Boekhandel en Uitgeverij De Kempen, Noordstraat 69, een tentoonstelling geopend over zijn werken.

Vondeltentoonstelling bij de Fraters in 1937 (coll. Archief Generalaat Fraters Tilburg).


In de gymzaal van de kweekschool van de fraters aan de Gasthuisring, werd in 1937 bij gelegenheid van de 350e geboortedag van Vondel een grote Vondeltentoonstelling gehouden. Het betrof de kostbare collectie Vondelboeken uit eigen bezit, welke door de toenmalige bibliothecaris fr. Assisius Janssen was aangelegd. Deze collectie is onlangs aan de bibliotheek van de KUB geschonken. 

De algemeen-overste van de fraters, fr. Tharcisio Horsten (1879-1952), was eveneens een groot Vondelkenner. In Tilburg is een aantal boeken over Vondel uitgegeven. In 1945 werd bij W. Bergmans het boekje Mijn Vondelbiografie en de oorlog van dr. B.H. Molkenboer O.P. uitgegeven. Dr. H.W.E. Moller (1869-1940) publiceerde Vondel's lucifer (Tilburg, 1908; vele herdrukken, onder andere bij De Kempen, 1944, 5e druk) en Joost van Vondel's Lucifer (Tilburg, Het Nederlandsche Boekhuis, 1944). Moller promoveerde in 1907 te Amsterdam overigens op Vondels Heerlyckheit der Kercke, en hij was medewerker aan de tiendelige Vondel-editie De werken van Vondel (Amsterdam, 1927-1937).

Mgr. dr. P.C. de Brouwer (1874-1961) schreef voor de serie 'Letterkundige Bibliotheek voor Katholieken, bezorgd door de leeraren van het R.K. Gymnasium te Tilburg' enkele deeltjes: Vondel I. Lierdichten (nr. 1, 1904), Vondel II. Batavische gebroeders (nr. 8, 1905) en Vondel III. Heerlijckheit der Kercke. Boek I (nr. 19, 1907), gedrukt bij Drukkerij Jean Smits & Zonen.
Prof. dr. L.C. Michels (1887-1984), die jarenlang docent aan de R.K. Leergangen in Tilburg was, promoveerde in 1941 te Nijmegen op het proefschrift Bijdrage tot het onderzoek van Vondel's werken (Nijmegen, Dekker & Van de Vegt, 1941). In de Zwolse reeks van taal- en letterkundige studies verscheen zijn boek Stoffen uit Vondels werk (1961).

Literatuur: Coen Free, Den Bosch bedwongen. Zegesang ter eere van Frederick Henrick. Joost van den Vondel, 's-Hertogenbosch, 1979; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 60-61 en 177.



Voort & Zonen, Drukkerij A.J. van der

Arnoldus Johannes ('Nout') van der Voort werd op 14 februari 1786 te Boxtel gedoopt. Hij trouwde in 1811 te Tilburg met Maria Theresia van Dooren (1790-1851), en hij vestigde zich als linnenfabrikant in de Nieuwlandstraat. Vanaf 1831 tot aan zijn dood in 1862 was hij wethouder van Tilburg. In 1825 kocht hij het huis van zijn schoonvader op de Markt (waar nu platenzaak Van Leest staat) en begon daar in 1837 met zijn zoon Hendrikcus Franciscus Wilhelmus (1812-1890) een drukkerij. Later zijn ook zijn zonen Franciscus Arnoldus Nicolaas (1821-1882) en Maurits Cornelis Christiaan (1823-1860) in deze zaak gekomen, respectievelijk als boekdrukker en boekbinder. Zijn dochter Elisabeth Catharina Huberdina (1819-1885) was getrouwd met de Tilburgse boekhandelaar Hendrikus Dominicus van de Sande (1819-1884), die in de Heuvelstraat een zaak had. Van Arnoldus van der Voort, die op 6 juli 1862 te Tilburg overleed, bestaat nog een schilderij dat via zijn kleinzoon, de wijnkoper Henricus, in het Franse Pauillac terechtgekomen is. 

Arnoldus van der Voort (1786-1862) (coll. RHC Tilburg).

Van der Voort drukte vanaf 1838 alle soorten gemeentedrukwerk, zoals de geboorten-, huwelijks- en overlijdensregisters van de gemeente Tilburg. Hij had ook nog een winkel in manufacturen, maar begon in 1840 een boekhandel. Op 7 augustus 1840 werd nummer 1 van de eerste Tilburgse krant door hem uitgegeven: Algemeen Nieuws- en Advertentieblad der Provincie Noord-Braband, vanaf de derde jaargang De Echo, dagblad tot Nut van Kerk en Staat, en ter bevordering van 's Lands Nijverheid geheten. Of deze krant het langer dan drie jaar heeft volgehouden, is niet bekend. Pas in 1862 zou L.J. Goewie weer een krant in Tilburg uitgeven. 

Op de achtergrond (met poort) drukkerij Van der Voort aan de Oude Markt
Foto omstreeks 1900 (coll. RHC Tilburg).

Het Gemeentearchief Tilburg bezit enkele drukken van Van der Voort, onder andere Tilburgsche Almanak voor 1841 (eerste jaargang) en 1846 (zesde jaargang), De ziel en den kruisweg (1842), Livre de prières et de meditations tirées de saint Alphonse-Marie de Liguori (1842), Openbare verkooping van aanzienlijke landgoederen, genaamd: de Hollandsche en Belgische Nieuwkerk (1856), Reglement voor den geneeskundigen kring te Tilburg (1866) en Programma van het onderwijs der Rijks Hoogere Burgerschool met vijfjarigen cursus Willem II, te Tilburg, 1867-1868. Uit literatuuronderzoek zijn ook nog enige vroege drukken bekend: Leesboek voor de Roomsch Catholijke Jeugd, bevattende de uitlegging van het gebed des Heeren en de Engelsche groetenis (1841), Lessen en Voorbeelden van christelijke en burgerlijke wellevendheid voor R.C.leerlingen (1842) en de bestseller Silvia, of het vermogen der deugd (1842).
In 1882 nam Antoine Arts de boekhandel en drukkerij van de firma A. van der Voort & Zonen over, en nog later in 1890, kwam daar drukkerij Willem Bergmans in, en ten slotte in 1903 drukkerij Bijvoet Mutsaers.

Etiket van Boekbinderij A. van der Voort, negentiende eeuw
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: GAT, Collectie 'kerkboeken', nrs. 6 en 17; GAT, Bibliotheek, cat. nrs. 2293, 2294, 5296, 5328; GAT, Nieuw-Administratief Archief 1810-1907, voorl. inv. nrs. 42e (gemeenteverslag 1840) en 140 (Brievenboek B en W, brief 268, 21-9-1839); 'Van der Voort', in: Nederland's Patriciaat, jrg. 47, 1961, p. 346 en 348-349; fr. M. Gervasius Dominicus, Grepen uit de geschiedenis van de uitgeverij ener congregatie, z.pl. en z.j. (ca. 1965), getypt (GAT, Bibliotheek, cat. nr. 5653), p. 19-20; drs. W.J. Pouwelse en dr. F.J.M. van Puijenbroek, 'Kranten in Tilburg', in: De Lindeboom, III-IV, 1979-1980, p. 131-139; Nederlandse Persbibliotheek Amsterdam, inv. nrs. 5383 en 5387.



Vos, Carole

Carole Vos is het pseudoniem van G.T.J.M. ('Truusje') Sparla. Zij is geboren in het Belgische Mortsel en heeft haar jeugd doorgebracht in Tilburg, onder andere in de Noordstraat 97. Zij studeerde perswetenschappen aan de universiteit te Amsterdam. Carole Vos schreef vele boeken, artikelen, verhalen, gedichten, liedteksten en toneel, zowel voor volwassenen als kinderen. Haar kinderboek Het droevige huis werd een bestseller. De uit vier delen en een toneelspel bestaande serie Olibouter en Kafant is het bekendste van de ruim twintig kinderboeken die zij met name voor de Tilburgse Uitgeverij Zwijsen en verder bij Wolters Noordhoff in Groningen en Sjaloom in Amsterdam schreef. 

Voorts kunnen genoemd worden de novelle Het Roofdier, de psychologische romans De man zonder vloeren, Spelen met spoken en De slapende aan mijn voeten, de bundel suïcide-verhalen Het verkeerde gezicht, en de gedichtenbundels Heksenjong en Wat leeft in eeuwenoude steen. Carole Vos ontving voor haar werken diverse literaire prijzen, onder andere de Groot-Kempische cultuurprijs voor België en Nederland voor het boek Spelen met spoken. Een literair kinderverhaal van haar werd bekroond met de prijs Kriskras voor Nederlandstalige schrijvers.
Zij publiceerde gedichten in uiteenlopende bladen, onder meer in Tilburg Magazine (1991, nr. 4), waarin het gedicht Het ene kind en het andere. Herinnering aan de Noordhoekse kerk staat:

het ene kind ging blij aan papa's hand
die kerk toen in
witzwarte tegels in het middenpad
gedreun van orgel in het verre hoge
nooit was een hemel hoger en de luchten
gaven minder dan de bogen
waarin de ritmes hingen
die kind dansen deden
daar beneden en de vader keek...

het leek zo goed, de vader keek
zo trots, hij klapte zachtjes
zachtjes in de handen.
blijde banden tussen hem en kind:
"twee nachtjes slapen
en dan mag je weer"

maar boze droom toen kind een keer
alleen de kerk inging en danste
gedreun van orgel stokte en
en zo ook haar blij bewegen
en boze droom begon:
kind kreeg de deur niet open,
hoogten leken zwaar te vallen
"kerk o kerk, ga toch niet vallen,
niet donker midden op de dag"
en toen
kind hoorde en kind zag:
in stilte klaagden niet geziene
monden,
klaagden, snikten. wie ? of wat ?
ze zag dat ander vreemde verre kind
of niet misschien, kind zag misschien
wat niemand eerder had gezien
of hoorde, heeft toen ook gehoord
van moord, verhalen van
van: heel en heel erg lang geleden
werd er gevonden ooit
gevonden hangend in de bogen
als een weggegooide vod
dat ander kind, dat lang geleden kind
in dit trieste huis van God.

"papa papa papa papa papa papa..."
"kindje toch och kindje toch,
je had ook nooit
alleen

daar mogen gaan"

'Late processie' (Noordhoekse kerk) door Jan van den Berg,
1975 (foto coll. RHC Tilburg)

Truusje Sparla is gehuwd met de auteur Anton van Oirschot. Zij wonen op kasteel Nemerlaer in Haaren.

Literatuur: Encycl. van Noord-Brabant, deel 4, 1986, p. 279-280.



Vossius, Lambertus

Lambertus Vossius werd als Lambert de Vos omstreeks 1602 te Reusel geboren. Hij studeerde aan het Jezuïetencollege te 's-Hertogenbosch. Hier heeft hij vermoedelijk de later bekende schrijver pater Adriaan Poirters uit Oisterwijk leren kennen. In 1624 trad hij in dienst bij zijn oud-leraar Griekse taal Olivier de Wree te Brugge. Deze werd zijn mecenas, en met zijn steun kon de dichter Vossius in 1625 naar het zuiden reizen. In Parijs bezocht hij de geleerde Nederlander Hugo Grotius. Op weg naar Rome heeft hij voor kardinaal Barberini, de neef van paus Urbanus VIII, een gedicht gemaakt, dat nog steeds wordt bewaard in de bibliotheek der Barberini in het Vaticaan. Vossius kreeg in Rome onderdak in het paleis van prins Frederik Cesi, de stichter van de Academie van de Lyncei, en hij won weldra zijn vriendschap met zijn mooie Latijnse verzen. In 1627 keerde hij naar Brugge terug, waar hij bij de abt van Oudenburg in dienst kwam. Hij voltooide zijn studies en reisde in 1629 naar Tilburg, waar hij in ondertrouw ging met Petronella, de dochter uit het eerste huwelijk van Adriaen Cornelissen Keysers. Vier dagen later trouwden zij. Het echtpaar kreeg vier kinderen: Johanna, Olivier, Elisabeth en Margarita. Lambertus Vossius schatte het vermogen van zijn vrouw op 12.000 florijnen. Dit erfdeel van zijn vrouw heeft hem jarenlang procederen met zijn schoonvader opgeleverd. Hierdoor was hij zelfs genoodzaakt om met zijn gezin in de jaren 1638, 1640 en 1641 wekenlang in Tilburg te verblijven.

Vossius vertaalde onder andere de codex van Vredius, Sigilla comitum Flandriae, uit het Latijn in het Frans. Hij vestigde zich in 1642 in Brugge, waar hij reeds jaren te voren tot notaris was benoemd. Lambertus Vossius overleed op 19 augustus 1648, op weg van Antwerpen naar Brugge, vermoedelijk te Sijsele. Zijn werk werd verzameld door J.B. en M. Clouwet, en in 1679 uitgegeven onder de titel Alle de Wercken van Lambert Vossius, bestaende in seer Aerdige ende Curieuse Dichten. Deze bundel bevat ook het gedicht Hemel-Spraken over de Brugse Heilig Bloed-dagen. Dit gedicht is door W.J.C. Buitendijk in 1920 toegeschreven aan zijn Tilburgse vrouw Petronella Keysers, die haar 'als Rooms kampioene tegen de Hervormde' een plaats toedicht 'naast haar Antwerpse en Brusselse kunstzusters Anna Bijns en Katharina Boudewijns'. Deze toeschrijving haalt hij uit een door J.G. Frederiks in 1886 gepubliceerde Brugse stadsrekening van 1643 (fol. 96v, nr. 3): An Petronella Keysers, huusvraauwe van Lambertus Vossius de somme van drije ponden, XVJ sch. over een gratuiteyt, toegheleyt ter cause van de exemplairen van haere compositie van de Brughsche hemelsprake, anden collegie ghepresenteert bij ordonnantie ende quyctancie, sijn IIJ L XV sc.

Literatuur: Drs. A. Geerardijn S.J., 'Lambertus Vossius een dichter uit de zeventiende eeuw', in: Bijdragen tot de geschiedenis bijzonderlijk van het aloude hertogdom Brabant, deel 40, 1957, p. 118-122; GAT, R.K. Doopboek 1621-1635, fol. 280, 16 febr. 1629; GAT, Rechterlijk-archief inv. nr. 363, fol. 201; M.J.G. Frederiks, 'Lambert De Vos, brugsch dichter in de eerste helft der 17de eeuw', in: Nederlandsch Museum, 1886, p. 266-286; M. Sabbe, 'L. Vossius' Hemelspraken van den H. Bloeddag', in: Brabant in 't verweer, Antwerpen, 1933, p. 194-197.



Vrande, Frans van de

Frans van de Vrande werd in 1914 gemobiliseerd en ingedeeld bij de 3e Compagnie van een van de bataljons van het 7e Regiment Infanterie. Hij beschreef zijn belevenissen tijdens zijn legertijd in het boek Pijn en gijn. Het zevende in Brabant (Amsterdam, Andries Blik, z.j.). Van de Vrande verbleef in het grensgebied van Tilburg, waar hij in het Trappistenklooster van de Koningshoeven was ingekwartierd. Hij vertelt onder meer over het baden in een wollenstoffenfabriek aan den Broekhovenschenweg, met toevoer van warm water, en over het vermaak in de Harmonie in de Willem II-straat.

   

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).                            (Coll. RHC Tilburg).



Vrande, Willem van de

Willem van de Vrande werd op 25 oktober 1940 te Tilburg geboren. Hij is, na 25 jaar als leraar Nederlands in het middelbaar onderwijs werkzaam geweest te zijn, thans verbonden aan het Brabants Centrum voor Amateurtheater. Sinds 1965 is hij actief als toneelregisseur en onder meer bekend als regisseur van de Tilburgse Revue 'Tilburgs Tumult' (1990). Van de Vrande publiceerde een aantal gedichtenbundels: Signalen uit het hiernamaals (1977), Eerste persoon enkelvoud (1985) en Voorland (Tilburg, eigen beheer, 1986). Hij bewerkte het bekroonde kinderboek De rode kous van Elfie Donnely tot het toneelstuk Samen 8en80 en schreef in diverse bladen, onder andere in Brabantia. Begin 1992 verscheen bij de bibliofiele Brandon Pers in Tilburg zijn gedichtenbundel Zonder Paraplu.

Literatuur: NvhZ van 6-7-1985; Persbericht Tilburgse Revue 'Tilburg Tumult', 1990.



Vreede, prof. mr. George Willem

George Willem Vreede werd op 14 april 1809 te Tilburg geboren. Hij was de kleinzoon van Pieter Vreede. Vanaf 1821 studeerde hij aan het gymnasium te Leiden, van 1825-1827 aan de universiteit te Gent bij Thorbecke, daarna vanaf 1827 te Leuven en vanaf 1831 te Leiden, waar hij in dat jaar promoveerde. Hij vestigde zich als advocaat te 's-Gravenhage. In 1841 werd hij hoogleraar in het staatsrecht en het volkenrecht aan de rijskuniversiteit te Utrecht. Hij was een tegenstander van de grondwetsherziening van 1848. Hierover publiceerde hij talloze brochures. Vreede publiceerde vele hoofdartikelen in het Utrechtsch Dagblad en schreef een groot aantal brochures. Bekend is zijn omvangrijke werk Inleiding tot eene geschiedenis der Nederlandsche diplomatie (Utrecht, 1850-1865, 5 delen in 6 banden), en Bijdragen tot de geschiedenis der omwenteling van 1795 tot 1798 (Amsterdam, 1847-1851, 2 delen). Verder kunnen genoemd worden: Frederika Sophia Wilhelmina en L.P. van de Spiegel (Utrecht, 1868), het grote werk Mr. Laurens Pieter van de Spiegel en zijne tijdgenooten, 1737-1800 (Middelburg, 1874-1877, 4 delen) en La Souabie, après la paix de Bâle. Recueil de documents diplomatiques et parlementaires (Utrecht, 1879). G.W. Vreede overleed op 29 juni 1880 te Utrecht. Na zijn dood verscheen zijn autobiografie Levensschets van G.W. Vreede, naar zijn eigen handschrift uitgegeven (Leiden, E.J. Brill, 1883).

Prof. dr. George Willem Vreede (1809-1880) (coll. RHC Tilburg).

Literatuur: NNBW, V, Leiden, 1921, kol. 1074-1077; J.W. Spin, Prof. mr. G.W. Vreede. Oudere tijdgenoten, deel 20 , Utrecht, 1885.



Vreede, Pieter

Pieter Vreede werd op 8 oktober 1750 te Leiden geboren. Hij trouwde achtereenvolgens met Geertruy Aletta Markon (1755-1775), na haar dood met haar zuster Suzanne Markon (1756-1798) en ten slotte met Maria Marijt (1776-1834). Vreede was wollen-dekenfabrikant te Leiden en van 1790 tot 1802 te Tilburg, aan de Nieuwendijk (de huidige Bisschop Zwijsenstraat). Hij was een vurig patriot. In 1778 schreef hij zijn eerste publikatie, waarna er nog veel zouden volgen. Het waren vooral zogenaamde Aanspraken voor exercitiegenootschappen in proza en poëzie, vaderlandse gedenk-, feest- en krijgszangen. Sommige gevaarlijke geschriften schreef hij onder de pseudoniemen Harmodius Friso, Frank de Vrij, en vermoedelijk later in De Courier van Bataafsch Braband onder pseudoniem P. Vaderlander. 

Pieter Vreede (1750-1837) geschilderd door Bastiaan de Poorter
in 1835 (part. coll. Den Haag).

Vreede werd de officiële dichter van het patriottisme. Bekend werd hij met zijn Aanspraak aan Willem de Vde, die hij in 1781 onder pseudoniem Harmodius Friso schreef, en het in 1782 onder pseudoniem Frank de Vrij geschreven pamflet De Oranjeboomen, dat tegen prins Willem V was gericht. Onder het eerste pseudoniem schreef hij onder andere ook Aan Godt (Amsterdam, 1784), De heldendaden van Neerlands admiraal-generaal, in 12 zangen (Amsterdam, 1784), en het toneelstuk De bloedraad of de gevloekte samenzwering op het Loo (1786), en onder zijn eigen naam Het gestoorde naaypartijtje van Willem de Ve, kluchtspel in een bedrijf (Zürich, 1786). In 1794, toen Noord-Brabant in de Unie werd opgenomen, schreef hij de lierzang Ode aan Noord-Brabant. Uit zijn gedicht Aan de Bataafsche oorlogsmagt by den aanval op Engeland (met vervolggedicht van Adriaan van der Willigen, 1797) twee strofen op de Wys: Ceuillons la Rose, sans la laiser fanir:

Wreekt U, Bataven! 't Geldt thans den snooden Brit.
Wreekt U, als Braven. Het geld thans Pit! (bis).
Dat Monster heeft te lang gewoedt;
Te lang Europa omgewroet.
Bonst gy hem van zyn' zetel af;
De Vreê volgt op zyn straf.

Wreekt U, Bataven! 't Geldt thans den snooden Brit.
Wreekt U, als Braven. Het geldt thans Pit! (bis).
Hy blies den schellen Krygstrompet.
Nu word hy op zyn beurt verplet.
Het Vloekrot knielt voor Vrankryks vaên;
Zyn Kop! - en 't is gedaan.

Het in 1782 verschenen pamflet 'De Oranjeboomen'was tegen
prins Willem V gericht. Pieter Vreede schreef het onder 
pseudoniem Frank de Vrij (coll. RHC Tilburg).

Vreede had in 1796 en 1797 zitting in de 1e en 2e Nationale Vergadering als representant van Bataafs Brabant voor Bergen op Zoom. Op 23 januari 1798 werd hij benoemd tot lid van het uit vijf leden bestaande Uitvoerend Bewind, dat echter door de staatsgreep van 12 juni 1798 al ten val werd gebracht. In 1802 trok hij zich uit zijn fabriek in Tilburg terug. Deze werd door zijn zoons Paulus en Hendrik overgenomen. Hij vertrok naar Waalre en ging daar wonen bij de volmolen van de firma Vreede. In dat jaar schreef hij Proeve om de verheffing van 't fabrijkwezen te vereenigen met de belangen van den koophandel, zeevaart en landbouw (Haarlem, 1802). In 1815 werd hij lid van de Provinciale Staten van Noord-Brabant, en op 30 november 1816 werd hij commies bij het hoofdkantoor der convooien en licenten te Antwerpen. Er volgden twee overplaatsingen: in 1819 naar 's-Hertogenbosch, en in 1822 naar Utrecht. In 1824 werd hij om gezondheidsredenen ontslagen. Hij woonde in 1829 te Gouda. In die tijd schreef hij onder andere Reize door Afrika, voor jonge lieden (Leiden, 1814), Karel en Louise, of de beoordeelingen der wereld (Haarlem, 1814) en Herman en Hermine, of tafereelen van liefde en vriendschap (Groningen, 1818). Tot zijn laatste werken behoren Het stelsel ter vereeniging der belangen van zeehandel, nijverheid en landbouw gehandhaafd (Gouda, 1829) en Karakterschetsende tafereelen uit het begin der 19e eeuw (Breda, 1825-1827, 2 delen). 
Pieter Vreede overleed op 21 september 1837 te Heusden en werd in Gouda begraven. Naar hem werden in Tilburg het Pieter Vreedepad (1900), het Pieter Vreedeplein (1962) en de Pieter Vreedepassage (1987) genoemd.

Literatuur: NNBW, IX, Leiden, 1933, kol. 1245-1254; prof. dr. J. van der Poel, 'Leven en bedrijf van Pieter Vreede', in: Verslag Algemene Vergadering van het Historisch Genootschap gehouden op 3 november 1951, p. 30-40; Marianne Nolte, 'Pieter Vreede', in: Spiegel Historiael, jrg. 15, nr. 1, 1980, p. 33-38; Willem van Toorn (red.), Querido's letterkundige reisgids van Nederland, Amsterdam, 1982, p. 554 (door Carel Swinkels); 'Vreede', in: Nederland's Patriciaat, deel 68, 1984, p. 285-286; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 178-179.

   

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Aanvulling juli 2001:
Zijn geannoteerde dagboek werd gepubliceerd door M.W. van Boven, A.M. Fafianie en G.J.W. Steijns, Pieter Vreede. Mijn levensloop (Hilversum, Verloren, 1994). Vreede speelde in 1795 een belangrijke rol bij de geboorte van Brabants provinciaal bestuur. In juni 1995 organiseerde het Gemeentearchief Tilburg er een congres over. Zie: Gedaan te Tilburg 11 juni 1795. Pieter Vreede en de geboorte van Brabants provinciaal bestuur (Tilburg, gemeente Tilburg, 1995).

Vuysters, Jan

Bernardus Johannes ('Jan') Vuysters werd op 30 augustus 1878 te Deventer geboren als zoon van de Tilburger Johannes Norbertus Vuysters, die in 1868 naar Deventer was vertrokken. In 1880 kwam het gezin Vuysters in Tilburg wonen, waar Jan in 1890 een studie humaniora ging volgen bij de Missionarissen van het H. Hart aan de Bredaseweg. Daarna studeerde hij filosofie te Arnhem en keerde hij in 1901 naar Tilburg terug. Jan Vuysters werd boekhouder op de textielfabriek van Sträter aan de Zomerstraat. In 1913 vertrok hij met zijn gezin definitief naar Oisterwijk en werd daar grossier en sigarenhandelaar in zijn winkel 'Oud-Brabant'. 

Jan Vuysters *1878-1966) (coll. RHC Tilburg).

In Oisterwijk komt hij in contact met de bekende kapelaan A. Huybers, de grote animator van het openluchttheater op de Hondsberg en van de Vondelspelen van de Katholieke Kunstkring. Pas op 50-jarige leeftijd, in 1928, debuteerde Jan Vuysters als toneelschrijver met het passiespel Christus Verworpen. Dit toneelstuk werd ook als hoorspel door de KRO uitgezonden. Er zouden tot 1958 nog zo'n veertigtal hoorspelen, zaal- en openluchtspelen volgen. Met het historische openluchtspel Koning Willem II in Tilburg, geschreven bij gelegenheid van de opening van het paleis-raadhuis te Tilburg in 1936, maakte hij zijn grote doorbraak. Een tweede kijk- en massaspel dat een groot succes werd, was het openluchtspel Peerke Donders uit 1937. Omstreeks 1938 schreef hij het kinderstuk Puk en Muk.

'Indiaanse'vrouwen in het openluchtspel Peerke Donders, 1937 (coll. RHC Tilburg).


Debuut uit 1928 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).

   

Twee ongedateerde toneelstukken van Jan Vuysters (coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Naast toneelschrijver was hij ook correspondent (soms onder pseudoniem van Jan van Brabant) van enkele Brabantse bladen, schreef hij de Geïllustreerde VVV-gids voor Oisterwijk en omstreken (1924), Met de BBA door Mooi-Brabant (1945) en vertaalde hij uit het Frans het boek van abbé Pierre onder de titel De boodschap van abbé Pierre (1958).
Vuysters was in 1917 medeoprichter van de broederschap van oud-studenten van het Missiehuis, en hij was daar ruim veertig jaar secretaris van. Hiervoor kreeg hij in 1956 de pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice. Hij overleed in op 5 juni 1966 te Oisterwijk. Zijn nagelaten oeuvre bevindt zich onder de naam Collectie Jan Vuysters in het Tilburgse Gemeentearchief. 

Literatuur: (M.) v.d. Gr(iendt), 'Brabantse kunstenaars. 9. Jan Vuysters, toneelschrijver', in: Brabantia, IV, 1955, p. 306-307; J.A.J. Becx, 'Jan Vuysters en zijn nagelaten werk', in: Vlugschrift van de Heemkundige Studiekring 'De Kleine Meijerij', jrg. XIX, nr. 8/9, sept. 1966, p. 93-109; GAT, Collectie Jan Vuysters, nr. 3.1.02.26.; ook enkele werken in de Brabant-collectie van de KUB.