Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - De Paap van Gramschap (W)
De Paap van Gramschap (W)
 

Titel:   

De Paap van Gramschap

Ondertitel:   

Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg

Auteur:   

Ronald Peeters

Uitgever:   

Boekhandel Gianotten

Jaar:   

1992

ISBN:   

90-71077-27-6


Wagemakers, dr. Ton

Ton Wagemakers (Vught, 1950), studeerde sociale wetenschappen aan de Katholieke Hogeschool te Tilburg. Woonde lange tijd in Tilburg. Van 1983 tot 1988 was hij verbonden aan het Nederlands Textielmuseum als projectmanager voor de herinrichting, later als hoofd collectie en presentatie en waarnemend directeur. Daarna werkzaam bij het Museum voor Volkenkunde te Rotterdam en thans bij het Openluchtmuseum te Arnhem. Hij publiceerde vele artikelen op het gebied van de Tilburgse textielgeschiedenis, industriële archeologie, mondelinge geschiedenis en museum, onder meer in Actum Tilliburgis, Industriële Archeologie (waarvan hij redacteur was) Brabantia, Textielhistorische Bijdragen (waarvan hij redacteur was), De Lindeboom, en Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur (mede-oprichter en redacteur van 1983 tot en met 1986). Hij werkte mee aan het boek Op zoek naar ons industrieel verleden, deel 2 (Haarlem, J.H. Gottmer, 1987). In 1989 schreef hij de brochure Polymuseum. Nederlands Textielmuseum voorbeeld van vernieuwing, die hij in eigen beheer (uitgeverij Titaantjes) te Rotterdam uitgaf. Ton Wagemakers promoveerde in 1990 aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg op het proefschrift Buitenstaanders in actie. Socialisten en neutraal-georganiseerden in confrontatie met de gesloten Tilburgse samenleving 1888-1919.


Wasser, Joost

Joost Wasser werd in 1958 te Tilburg geboren. Hij publiceerde gedichten in Naar Morgen 22 (Eindhoven, Opwenteling, 1976) en de gedichtenbundel Een geheim in mijn mondholte (Eindhoven, Opwenteling, 1977).


Weijters, C.J.

Cornelius Joannes Weijters werd op 11 november 1894 te Tilburg geboren. Hij was onderwijzer op het Goirke en publiceerde vanaf 1940-1980 ruim 215 artikelen over de geschiedenis van Tilburg in Rooms Leven (1940-1969), Parochiekrant Goirke (1960-1969), Het Nieuwe Centrum (1964), Berne (1965-1966), Brabants Heem (1967-1970), Met Gansen Trou (1967-1969), Historische Bijdragen / Actum Tilliburgis (1970-1979), Flat-flitsen De Duynsberg (1972-1980) en het jaarboek De Lindeboom (1977-1978). Hij heeft twee boeken geschreven: Pastoor W. van Beurden (bij zijn zilveren priesterfeest 14 juni 1955 en Scholen en schoolmeesters in Tilburg 1532-1858 (Tilburg, Boekhandel Gianotten, 1981). C.J. Weijters vetrok eind jaren tachtig naar Valkenswaard, waar hij op 18 januari 1988 is overleden.

   

C.J. Weijters (1894-1988)                                        (Coll. Ronald Peeters, Tilburg).
(coll. RHC Tilburg).    

Literatuur: Stadsnieuws van 29-10-1981; Ronald Peeters, 'Bibliografie C.J. Weijters 1940-1980', in: C.J. Weijters, Scholen en schoolmeesters in Tilburg 1532-1858, Tilburg, 1981, p. 111-120.


Weijters, Jacques

Jacques Weijters werd op 11 maart 1940 geboren te Tilburg. Hij studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost te Breda en daarna M.O. Handenarbeid. Hij maakte een LP met luisterliedjes en schreef verhalen voor de jeugdbladen Prins, Okki en Taptoe. Bij Uitgeverij Malmberg te 's-Hertogenbosch publiceerde hij de jeugdboeken Een nieuw huis voor Slinger (1982), en bij Uitgeverij Zwijsen onder meer Soepfeest (1982), We komen weer in de krant (1983), Ontvoerd! (1983), Het beeld van de tovenaar (1983) en De vloek van het koningsgraf (1988). Jacques Weijters woont in Middelburg.

Aanvulling 4-10-2009 van de auteur zelf:

Hij zegt niet alles te durven vertellen over wat hij in zijn bovenkamer (zijn hoofd!) tegenkomt. Mensen kijken gauw een andere kant op als ze hem zien aankomen, honden beginnen te janken en stuiven weg als hij in de buurt komt. Katten sluipen sissend en met hoge ruggen weg. Zelfs de vampiervleermuis die hij als huisdier wilde houden, is krijsend van angst gevlucht. Als je hem vraagt wanneer hij is geboren, noemt hij altijd dezelfde dag (11 maart), maar ook altijd een ander jaartal! Nog geen week geleden kwam hij met een houten beeldje uit de 15e eeuw aandragen (zie foto).



Een jeugdfoto, noemde hij het en het leek verduiveld goed op hem. Tijd bestaat niet, is een van zijn uitspraken. Het is een getikt verzinsel. Aardig om aan muren, torens en polsen te hangen. Hij draagt zelf nooit een horloge en beweert nooit kind geweest te zijn. Als hij ergens is, is hij nooit meer dan een schim van aanwezigheid. Hij komt, maar blijft ook ergens anders. Als hij weer vertrekt, blijft zijn schaduw in een hoek achter. Een hoek, die daardoor donkerder is dan de andere hoeken. Als de schaduw uit zijn hoek komt, weet je dat hij er zelf ook zo aan komt. 'Vermoeiend,' zucht hij wel eens, 'om altijd ergens anders te zijn dan waar je bent.' Hij noemt zich ook wel Jakkes, Jakes of Jars. Alsof hij meer dan één persoon is, die
Jaques 'de Afwezige/Wazige' Weijters. Geboren: 11 maart ..?

Werk (voor zover bekend en alleen uit de 20e/21e eeuw): Luisterliedjesteksten voor LP Allemaal onbekenden, Negram 1975. Tekeningen en schilderijen. Korte verhalen (soms met eigen illustraties) voor jeugdbladen Primo/Okki/Jippo/Taptoe van uitgeverij Malmberg. Eerste boek(je) Een nieuw huis voor Slinger en vertalingen uit het Engels voor een te starten Jeugdboekenclub van uitgeverij Malmberg. Leuk idee, maar niet doorgegaan. Wél doorgegaan bij Uitgeverij Harlekijn: Galileo Hannibal Columbus Blauw, vogel, De sleutel van Wrun, De Koning van de Onderwereld, Jan van Gent, De draken dansen en (i.s.m. Bies van Ede en Herman van Veen) Wat wijzer met Alfred Jodocus Kwak en Propvol (ook een A.J. Kwak avontuur).
Bij uitgeverij Zwijsen de boeken:
Soepfeest/Ontvoerd/Het beeld van de tovenaar/We komen weer in de krant/De doolhof van de Schim/De spiegel blijft leeg/Er drijft een jongen op zee/De vloek van het koningsgraf/Niet meer bang/Aardige moordenaars/Joost Jankgezicht/Dansen tegen het Dreigende/Hoe verstop je een paard?/Jij bent van mij!/Ik wil jou!/Doe wat de clown zegt/Ik wil dansen met jou/
Onder het pseudoniem Niek Noldas: Verborgen voetbaltalent en Buitenspel. Over voetbal, maar meer (en erger) dan voetbal ...
Vertalingen: De jongen en de walsvis (Katherine Scholes)/De koningin en de Zwans (King-Smith)/Het Vekelstarken (King-Smith)/Frankenstein (Steve Parker/Zoeklicht info)/Dracula (Jim Pipe/idem)/Weerwolven (Jim Pipe/idem)/Mummies (Katie Roden/idem).
Korte verhalen voor een geschiedenis-methode: Het ei van Columbus en Een zee van tijd.
Nu ben ik de baas, stuk voor marionettentheater Saar den Hollander, Middelburg.
Teksten voor theaterstukken voor Jeugdtheater Amsterdam (de Krakeling): Angst is om bang van te worden (seizoen 1984/85), Te vuur en te zwaard (Uitgevoerd tijdens Holland Festival 1986).
Opera-teksten: Tarantella (uitgevoerd door De Glazen Ui -professioneel operagezelschap-, componist: Kerry Woodward. Uitgevoerd vanaf 1987/89). Zo ook: Assepoester (Komische opera, gebaseerd op het sprookje (Uitgevoerd vanaf 1990), Repelsteeltje 2000(SF-opera, losjes gebaseerd op het sprookje, muziek: Kerry Woodward (Uitgevoerd vanaf 1993), Hans en Grietje en de betoverde teddybeer (1994), naar Engelbert Humperdinck (de àndere Humperdinck; de klassieke).
Meer klassiek -voor volwassenen-: How to make a portrait of a bird (Aria-teksten voor een muziekstuk van Kerry Woodward. Begeleidende muziek en teksten voor een gedicht van Jacques Prévert, uitgevoerd tijdens het Findhorn festival, GB 1992).
Vertalingen van opera's (In opdracht van opera-gezelschap SKON, Alkmaar): The Medium (de helderziende en de boze geest, van Menotti), Fanferliesje (Humperdinck), Bastien et Bastienne (W.A. Mozart).
Bij uitgeverij Elzenga/Leopold: (Griezelverhalen) Dood spel/Lekker slapen?/Lievelingsplekje Als lid van het Griezel Genootschap verhalen in de GG-bundels: Griezellige Feestdagen/Griezellige Tijden/Griezellige Beesten/Griezellige Vertellingen/Griezellige Klanken/30 Verhalen uit de Griezelkrant/Griezelverzen 1 (met CD)/Griezelverzen 2/Griezellige Gasten/Griezellige Schooldagen/Griezellige Hobbies/Griezellige Zeeverhalen (2002)/Griezellige bosavonturen (einde GG, 2003).
In die periode heeft hij ook de c uit zijn voornaam getild, om hem ervóór te zetten: de c van copyright.
Waarna verhalen voor Como No, het blad van de stichting Stedenband Tilburg-Matagalpa: een serie Oude Geheimen, Geschiedenis: Wat weten we nou eigenlijk van Nicaragua/Matagalpa? (sinds 2006).
In het kader van de Millenniumdoelen het boekje: Sonia's feest, een (verjaar)dag van een meisje van zes in Matagalpa (Nicaragua).
Vertaling van Un Güegüe me contó, uitgave STM, Tilburg (gepland 2010); de ontstaansgeschiedenis van Nicaragua, uitbundig verteld door Maria Vigil Lopez (woont en werkt in Nicaragua), door vertaler aangevuld met uitleg, flora en fauna én recepten.
Wordt vervolgd ...
Jaques (voorheen Jacques) Weijters woont en werkt in Tilburg (2009).



Wichmans, Augustinus

Augustinus Wichmans werd in 1596 geboren te Antwerpen. Op 22 september 1613 legde hij zijn kloostergelofte af bij de norbertijnen van de Belgische abdij van Tongerlo. In 1615 gaf hij te Leuven onder de naam Joannes Baptista Wils de gedichtenbundel Epigrammata de viris sanctimonia illustribus ex Ordine Praemonstratensi [...] uit. Vanaf 1622 studeerde hij aan de universiteit van Leuven, waar hij de graad van baccalaureus in de theologie behaalde. In 1625 publiceerde hij te Antwerpen een klein werkje, getiteld Rosa candida et rubicunda, id. est: V. Petrus Calmpthoutanus, ex canonico Norbertino Eclesie Tungerloensis Pastor in Haren [...]. Eveneens in Antwerpen, publiceerde hij in 1626 het werk Apotheca spiritualium pharmacorum contra luem contagiosam aliosque morbos [...], en in 1628 zijn Sabbatismus Marianus [...], dat in 1633 onder de titel Den Saturdagh van Onse Lieve Vrouwe werd herdrukt. 

Augustinus Wichmans (1596-1661) (coll. RHC Tilburg)

Wichmans werd in 1630 pastoor te Mierlo, en was daar ook werkzaam als landdeken. In 1632 volgde hij Adrianus Eijnthouts op als pastoor van Tilburg. Hij bekleedde vanaf dat moment ook de functie van landdeken van Hilvarenbeek, en hij werd lid van de Staten van Brabant. In 1632 publiceerde hij bij Jan Cnobbaert te Antwerpen zijn bekende en voor onze provincie belangrijke boek Brabantia Mariana tripartita. In 1734 is dit boek in twee delen ook in Napels uitgegeven.

(Coll. RHC Tilburg).

In 1635 had Wichmans als pastoor van de pastorie de Moerenburg een uitvoerige inventarislijst opgemaakt, die door Van Loon werd gepubliceerd. Opmerkelijk is de opsomming van de aanwezige boeken in zijn bibliotheek. Hierin worden ook de twee delen van De Kerckelycke Historie van de Tilburgse geschiedschrijver Dionysius Mutsaerts uit 1622 vermeld.

Pastoor Augustinus Wichmans

Augustinus Wichmans (1596-1661) (Coll. Abdij van Tongerlo, B.).

Wichmans heeft in Tilburg een moeilijke tijd gehad (zie hiervoor over ds. Arleboutius). Toen de Staten-Generaal een plakkaat uitvaardigden, waardoor de katholieke geestelijken uit de Meijerij van 's-Hertogenbosch werden verdreven, moest hij in 1636 vluchten; hij kwam in Alphen terecht, en in 1638 en 1639 verbleef hij in Antwerpen. Daar schreef hij het boek Lust-hof der Godt-vruchtighe Meditatien op het Leven ende Leyden ons Heeren Jesu Christi [...]. In 1642 werd hij als pastoor van Tilburg opgevolgd door Augustinus van Dijck. Wichmans werd toen hulpabt van prelaat Theodorus Verbraken, en op 9 juli 1644 volgde hij hem op als 43e abt van Tongerlo, in welke functie hij ook lid was van de Staten van Brabant. Hij is op 11 februari 1661 te Tongerlo overleden. In 1927 werd hij in Tilburg met een straatnaam vereerd.

Literatuur: Brabantica, 's-Hertogenbosch, 1954, p. 178 en 195; Nationaal Biografisch Woordenboek, Brussel, 1972, kol. 1003-1009 (N.J. Weyns); C.J. Weijters, 'De parochie Tilburg en de abdij van Tongerlo', in: De Lindeboom, II, 1978, p. 26-31; A.J.A. van Loon, 'De huizinge Moerenburg en haar bewoners I (1358-1648), in: De Lindeboom, II, 1978, p. 98-101 en 116-126 (met lit. overzicht); Abdijarchief Tongerlo, Bundel inventarissen, d.d. 28 augustus 1635; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 183.
Aanvulling juli 2001: F.J.M. Hoppenbrouwers, 'Augustinus Wichmans. Zielenherder te Tilburg in crisistijd (29 november 1632 - 11 januari 1643', in: Tilburg, XIV (1996), nr. 1, p. 3-14.


Willemen, Ad

Adrianus Cornelis Josephus Maria ('Ad') Willemen, geboren in 1941 te Tilburg, is tekenleraar aan de Rijksscholengemeenschap Koning Willem II te Tilburg en docent aan de Academie in Breda. Hij is actief als beeldend kunstenaar, vooral als graficus. Bekend is ook zijn 'wegschilderen' op bestaand drukwerk. Hierover verscheen het boek 100 gedrukte werken van Ad Willemen (drs. Y. Brentjens e.a., Oirschot, Nieuwe Brabantse Kunst Stichting, 1986). Werken van hem zijn aanwezig in vele collecties, onder meer in de Collection Philips Morris te New York, het Museum for Samtidgrafikk te Frederikstad (won daar de Biënnale-prijs in 1986) Noorwegen en in het Scryption te Tilburg. Hij nam deel aan vele internationale grafiek-biënnales. 

 

In 1991 gaf hij in eigen beheer een boek uit met reproducties van zijn naakten, onder de titel Het geheime oeuvre van Adriaan Willemen. De teksten werden geschreven door Maarten Beks en Ed Schilders. 

(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Ad Willemen publiceerde twee artikelen in het tijdschrift Tilburg (1988 en 1990) over zijn illustere voorganger C.C. Huijsmans, die van 1866-1877 tekenleraar was op de Rijks-HBS Koning Willem II, en die in 1866-1867 nog aan Vincent van Gogh tekenles had gegeven. In 1989 gaf hij bij Thomas Leeuwenberg te Tilburg het geannoteerde dagboek uit van Huijsmans onder de titel Constant Huijsmans' laatste reis. Schier ultieme exercities in voyeurisme. 


Willemsen, Martin


Martin Willemsen, geboren op 10 maart 1931 te Doetinchem, en sedert 1954 woonachtig in Tilburg, is een bekend top-cuisinier. Hij was onder meer werkzaam in Hotel Modern op de Heuvel, in Chalet Royal te 's-Hertogenbosch, en ca. 20 jaar als chef-kok in bodega-rastaurant De Korenbeurs op de Heuvel, waarvan hij de helft van die periode ook eigenaar was. Nadien werd hij docent aan De Westhoeve. Met zijn culinaire hoogstandjes won hij vele prijzen, onder andere met het Nederlands team driemaal goud op de Culinaire Olympiade, de Gouden Amerikaanse Oscar en de Zilveren Koksmuts. Martin Willemsen heeft twee kookboeken op zijn naam staan: Het groot seizoenen kookboek (Laren, Luitingh, 1978) en Het winterkookboek (Utrecht, Skarabee, 1982; gedeeltelijk eerder verschenen in Het groot seizoenen kookboek).

Literatuur: Stadsnieuws van 11-10-1991.


Willigen, Adriaan van der

Adriaan van der Willigen werd op 12 mei 1766 te Rotterdam geboren. Na de dood van zijn grootmoeder in 1770 ontving hij uit de nalatenschap ruim f 70.000. Dit bedrag werd voorlopig op de Haarlemse Weeskamer geplaatst. Op 16-jarige leeftijd liet zijn vader hem werken op een koopmanskantoor in Rotterdam. Dat beviel hem niet zo goed, en in 1785 trad hij als cadet in militaire dienst. In 1789 vroeg en kreeg hij ontslag als vaandrig. Omdat hij met zijn regiment verschillende keren in Noord-Brabant in garnizoen had gelegen, vertrok hij aanvankelijk naar Oss, en in 1792 naar Tilburg. Hij sloot er vriendschap met radicale patriotten als Pieter Vreede en Cornelis den Tex. Naast politiek, had Adriaan van der Willigen grote belangstelling voor reizen en kunst. Hij was hier lid van een leesgenootschap, waar boeken met een 'liberale' denkwijze werden gelezen, waar een bibliotheek werd opgezet en essaywedstrijden over actuele zaken werden gorganiseerd. Van der Willigen werd lid van het Corpus. Toen de Fransen eind 1794 in Tilburg kwamen, werd hij aangesteld tot adjunct-secretaris, en op 21 juni 1795 werd hij tot drossaard gekozen. 

Adriaan van der Willigen (1766-1841) in 1811 geschilderd 
door Wybrand Henriks (coll. Frans Halsmuseum)

In 1796 schreef hij het boekje School-feest gevierd te Tilburg, den 17. January 1796, het tweede jaar der Bataafsche Vryheid (Tilburg, J.C. Vieweg), en ter gelegenheid van de aanvaarding van de Staatsregeling van 1798, schreef hij Volks-feest gevierd te Tilburg, den XIX. Mei MDCCXCVIII het vierde Jaar der Bataafsche Vryheid ('s-Hertogenbosch, J.B. van Gulpen en Zoonen, 1798). In zijn Tilburgse tijd schreef hij drie toneelstukken: Selico (1794), Claudine (Haarlem, 1797) en De Recommandatie-brieven (Haarlem, 1800). 

  

(Coll. RHC Tilburg).

Bij de invoering van de nieuwe Staatsregeling van 1801, verliet hij op 31 december 1802 het politieke toneel. Vanaf dat moment kon hij zich veroorloven zich geheel te wijden aan het reizen, kunst en wetenschap en het genootschapsleven. In 1802 vertrok hij naar Parijs, trok door Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland, en keerde in 1805 in Nederland (Haarlem) terug. De brieven die hij toen naar zijn Haarlemse uitgever P. Loosjes heeft gestuurd, werden uitgegeven in het boek Reize door Frankrijk in Gemeenzame Brieven (Haarlem, P. Loosjes, 1805). Hij schreef naar aanleiding van zijn buitenlandse reizen nog vier andere boeken: Parijs in den Aanvang van de Negentiende Eeuw (Haarlem, P. Loosjes, 1806-1807; 3 delen; 2e druk in 1814), Aanteekeningen op eener Reize van Parijs naar Napels door het Tirolsche en van daar door Zwitserland en langs den Rhijn terug naar Holland (Haarlem, P. Loosjes, 1811-1813; 4 delen), Aanteekeningen op een togtje door een gedeelte van Engeland in het jaar 1823 (Haarlem, P. Loosjes, 1824), en Aanteekeningen op een togtje door een gedeelte van Duitschland in het jaar 1828 (Haarlem, P. Loosjes, 1829).

Van der Willigen was bestuurslid van diverse genootschappen, zoals de Maatschappij Tot Nut van 't Algemeen (1806), van het Arnhemsch Genootschap (1809), van Oeffening en Wetenschappen (Haarlem, 1811), Teyler's Tweede Genootschap (Haarlem, 1812) en de Nederlandsche Huishoudelijke Maatschappij (1813). In Haarlem was hij lid van het 'dichtlievende' genootschap Democriet (in 1793 werd hij 'ridder'). Vanuit Tilburg heeft hij allerlei liedjes ingezonden, zoals By het uittrekken der Bataafsche Troupen aan boord van 's Lands Vloot (z.d.). Hij werkte onder het pseudoniem Hoogeveen mee aan de bundel Democritische Tafelliedjes (Haarlem 1822), waarin drie bijdragen van hem stonden: 'Het Vaderland en de Koning', 'De Verjaring van Democriet', en 'Het Lagchen'. Hij was ook lid van de Haarlemse rederijkerskamers 'Trouw moet Blijken' en de 'Wijngaardranken' (1824), en van de Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1815). Van 1816-1841 was hij daar factor (dichter-leider) van 'Trouw moet Blijken', en schreef hij er de jaarzangen. 
In 1819 is hij in kunst gaan handelen, mede ook omdat zijn rente-inkomsten verminderden. Samen met R. van Eijnden (tot diens dood in 1819) gaf hij een vierdelig standaarwerk uit onder de titel Geschiedenis der Vaderlandsche Schilderkunst, sedert de helft der XVIII eeuw (Amsterdam, C. Weddepohl, 1816-1840).

Twee toneelstukken kunnen nog genoemd worden: Willem en Klaartje of de Voorbeeldige pastoor, zedelijk toneelstukje met zang (Haarlem, 1806) en De oude verliefde dichter alleen (Haarlem, 1814; op verzoek van de toneelspeler Majofski pas na zijn dood in 1836 uitgegeven). Ook vertaalde hij het Lied van de Klok naar Schiller (1814; 2e druk 1829).

Adriaan van der Willigen is van 1815-1819 nog schoolopziener in het 2e district van Noord-Holland geweest. Hij is op 17 januari 1841 overleden te Haarlem. Zijn uitgebreide verzameling Nederlandse dichtwerken en toneelspelen legateerde hij aan de stadsbibliotheek van Haarlem. In het Gemeentearchief Tilburg bevindt zich een 'Archief Adriaan van der Willigen', waarin onder andere een aantal van zijn dagboeken zit. In de bibliotheek bevindt zich een uit zijn bezit afkomstige verzamelband, genaamd 'V.D. Willigen. Losse stukjes", waarin zestien werken voorkomen, waarvan er dertien van zijn hand zijn. Twee werken zijn van Pieter Vreede, en een van Jan Francs. Donders.

Literatuur: Dr. A. v.d. Willigen, 'Nader berigt wegens A. van der Willigen', in: Kunst- en Letterbode, 1841, p. 387-393; A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden, deel XX, Haarlem, 1877, p. 281-284; NNBW, X, Leiden, 1937, kol. 1216-1217; Lamb. G. de Wijs, Uit het dagboek van Adriaan van der Willigen drossaard in Tilburg 1795-1802, Tilburg, 1939; J.A.A.M. Pieterse, 'Adriaan van der Willigen 1766-1841', in: De Lindeboom IX-X, Tilburg, 1986, p. 119-165.
Aanvulling juli 2001: Lia van der Heijden, Adriaan van der Willigen 1766-1841. Schrijver, liefhebber en criticus van het toneel rond 1800, doctoraalscriptie Historische letterkunde Instituut voor Neerlandistiek, Universiteit van Amsterdam, 25-8-1995; Bert Sliggers (red.), De verborgen wereld van Democriet. Een kolderiek en dichtlievend genootschap te Haarlem 1789-1869 (Haarlem, Schuyt & Co, 1995), m.n. p. 42, 126 en 153 (met drie verschillende portretten van Van der Willigen).


Wilton van Reede, Theo
Arjan Onderdenwijngaard


Theo Wilton van Reede, geboren op 27 juli 1948 te Amsterdam, en Arjan Onderdenwijngaard, geboren op 19 februari 1961, hebben sinds 1978 in Tilburg de maatschappij TAP (voorheen Theo & Arjan Produkties) die gespecialiseerd is op sociaal-culturele informatie over Zuidoost-Azië, met een accent op Nederlands-Indië en Indonesië, waar zij het grootste deel van het jaar ook wonen (Yogyakarta). Een van hun specialisaties is de Indonesische literatuur. Zij maken radio- en televisiedocumentaires, audiovisuele produkties, schrijven voor dagbladen en tijdschriften, maken fototentoonstellingen en brengen authentieke Aziatische muziek uit op een eigen TAP-label. Zij vertalen Indonesische poëzie en hebben twee kinderboekjes uitgegeven: voor de Schoolradio Rietje Reiziger in Sri Lanka en voor het Volkenkundig Museum Tilburg Rietje Reiziger op zoek naar Indonesië, beide ook als hoorspel op cassette.

Voor het literaire KRO-programma Spektakel bouwen zij al enkele jaren een Indonesisch literair archief op, wat inmiddels een soort levenstaak van hen is geworden. Voor de VPRO maakten zij programma's over de Indonesische literatuur en een historische documentaire over Indië-Indonesië. De NCRV, Schoolradio, VARA en KRO hebben ook programma's in druk uitgebracht.
Zij schreven samen het boek Een draad van angst. Over Japanse vrouwenkampen op Java en het leven daarna ('s-Gravenhage, Nijgh & Van Ditmar, 1984). In voorbereiding een novellenbundel en een fotoboek annex literaire reis over Java.

Literatuur: NvhZ van 23-10-1982.


Wij, Tijdschrift

Het in 1927 in Tilburg opgerichte tijdschrift Wij was geen zuiver literair tijdschrift, want er kon ook over actuele zaken worden geschreven, weliswaar met katholieke grondbeginselen als uitgangspunt. Het maandblad werd uitgegeven door de Zuid Nederlandse Boekhandel in de Noordstraat 68, later in het jaar door de firma Antoine Arts Heuvel 25. De redactie (resp. redactieraad) bestond voornamelijk uit geestelijken, zoals dr. P.C. de Brouwer en Fr. Siemer. Het tijdschrift heeft maar een jaar bestaan.
Bijdragen werden onder andere geleverd door: Anton van Duinkerken, dr. P.C. de Brouwer, Jos Panhuijsen, Jan Bechtold, p. Gervasius O.M.Cap., Norbert Heerkens, Uri Nooteboom, Ernest Claes en Antoon Coolen.



(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: Bas Aarts, Van achter de schermen, (doctoraalscriptie; GAT, Bibliotheek, cat. nr. 6513), Nijmegen, 1988; Bas Aarts, 'Dr. P.C. de Brouwer en Tilburg', in: Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 7, nr. 1, 1989, p. 11-17.


Wijs, Ivo de

Ivo Alphonsus Henricus Maria de Wijs werd op 13 juli 1945 te Tilburg geboren. Vanaf 1955 woonde hij in de Tuinstraat 36. Hij deed in 1964 eindexeman HBS-A aan de Rijks-HBS Koning Willem II.
In 1964 vertrok hij naar Amsterdam om daar Nederlands te gaan studeren aan de Gemeentelijjke Universiteit. Tussen 1965 en 1967 heeft hij nog even in de Tuinstraat gewoond.
In 1965 richtte hij samen met Pieter Nieuwint het Cabaret Ivo de Wijs op. Sinds 1972 is hij beroepscabaretier en dichter van de light verse. Met zijn cabaret ontving hij in 1979 een Edison. Vanaf 1979 schreef hij teksten voor Jasperina de Jong en Eric Herfst. Ivo de Wijs is een bekende radio- en TV-persoonlijkheid geworden. 

Hij publiceerde een aantal boeken. Naar aanleiding van het VARA-programma verscheen de boekenserie: Vroege Vogels, uitgegeven in samenwerking met VARA-boek te Hilversum, over wandelingen, met gedichten van Ivo de Wijs: Vroege Vogels Verzen (Amsterdam, Rap, 1987), Wandelen met Vroege Vogels (Baarn, Bosch en Keuning, 1988), Vroege Vogels Vogels (Amsterdam, Amber, 1988), Vroege Vogels Landschappen (Baarn, Bosch en Keuning, 1989), Vroege Vogels Vlinders (Amsterdam, Amber, 1989), Vroege Vogels Vliegen (Amsterdam, Amber, 1990), 

Kinderboeken van Willemijn Min die door De Wijs op rijm werden gezet: De lappendeken (Rotterdam, Lemniscaat, 1991), De vogelman (Rotterdam, Lemniscaat, 1988). Andere kinderboeken van hem zijn onder andere: Zwarte Jan de Houtepoot ('s-Gravenhage, Leopold, 1984; samen met Ivo de Weerd), Zwarte Jan en de Botervloot ('s-Gravenhage, Leopold, 1987; samen met Ivo de Weerd), Dat rijmt (Amsterdam, Bakker, 1988), Een potje geschiedenis (Amsterdam, Leopold, 1989; met Fiel van der Veen), Zwarte Jan en het grote kapersfeest (Amsterdam, Leopold, 1989).
Liedjes uit het bekende TV-programma 'Kinderen voor kinderen' publiceerde hij in de bundel Hahaha, je vader (Amsterdam, Bakker, 1985). 

Samen met twee andere dichters van de light verse, Heinz Polzer (Drs. P.) en Pieter Nieuwint, publiceerde hij Potverdriedubbeltjes (Utrecht, Bruna, 1975) en Ollekebollekes (Amsterdam, Loeb, 1976). Ivo de wijs schreef de inleiding en selecteerde honderd liedteksten voor Heen en weer van Drs. P. (Amsterdam, Bakker, 1986), en schreef met hem Het rijmschap ('s-Gravenhage, BZZTôH, 1982) en Het rijmschap compleet ('s-Gravenhage, BZZTôH, 1984).

Literatuur: Wim Ibo, En nu de moraal. Geschiedenis van het Nederlands cabaret 1936-1981, Alphen aan den Rijn, 1982; Encycl. van Noord-Brabant, 4, 1986, p. 363.


Wijs, Lambert G. de Wijs

Lambertus Gerardus de Wijs werd op 6 mei 1882 te Leiden geboren als zoon van de uit Tilburg afkomstige Alphonsus de Wijs en de Leidse Bernardina Schramp. Op 4 september 1891 kwam het gezin de Wijs vanuit Zoeterwoude in Tilburg wonen. De Wijs was onder meer wolcommissionair, directeur bij Swagemakers-Bogaers, en in 1937 oprichter van de firma L.A. de Wijs en mede-directuer van de firma A. en A. de Wijs Textielfabriek te Goirle. Van 1927 tot 1930 was hij lid van de gemeenteraad voor de RKVP.

 



Vanaf 1923 tot aan zijn dood in 1949, heeft hij een grote hoeveelheid publikaties het licht doen zien. Hij was een verdienstelijk amateur-historicus, en hij schreef voornamelijk over de geschiedenis van Tilburg. In 1923 verscheen zijn eerste artikel in de Nieuwe Tilburgsche Courant, vanaf 1925 tot 1949 gevolgd door een reeks van ca. 125 artikelen, voornamelijk geschreven onder zijn pseudoniem Gerard van Leijborgh (vermoedelijk een samentrekking van Leiden en Tilburg). Lambert de Wijs schreef onder eigen naam veel, met name gedenkboeken, zoals (verkorte titels) Gedenkboek VVV Tilburg Vooruit 1907-1932 (1932), Gedenkboek Vereeniging Tilburgsche Muziekschool 1908-1933 (1933), Gedenkboek 25-jarig bestaan Tilburgsche Zwemvereeniging (1934) Gedenkboek Paleis-Raadhuis der gemeente Tilburg (1936), De Lindeboom van Tilburg (1937), Gedenkboek 60-jarig bestaan Tilburgs Mannenkoor St. Caecilia (1937), Uit het dagboek van Adriaan van der Willigen 1795-1802 (1939), De geschiedenis van de Hasseltsche Kapel (1939), Uit de geschiedenis van de Harmonie Orpheus 1864-1939 (1939), Tilburg zoals het vroeger was en zoals het heden is (1941), Vijftig jaren Kegelclub Herinnering te Tilburg 1898-1948 (1948), 140 jaar Gebr. Diepen Tilburg (1948), en Honderd jaren handelskwekerij en bloemenmagazijnen Teeuwen-Wagemakers 1849-1949 (1949). 
Lambert de Wijs overleed op 18 juni 1949 te Tilburg. Naar hem werd in 1967 een straatnaam genoemd. Zijn uitgebreide nagelaten collectie boeken en handschriften wordt vanaf 1955 bewaard in het Gemeentearchief Tilburg.



(Coll. Ronald Peeters, Tilburg).

Literatuur: H.J.A.M. Schurink, 'Bibliographie van Tilburg', in: Van heidorp tot industriestad, Tilburg, 1955, p. 248, 249, 253, 261, 263, 266 en 268; H.J.C.A. Looymans, 'Die wijse kent sijn tijt'. Enkele voorlopige notities over het werk van Lambert G. de Wijs, Wolcommissionair en Publicist, 1882-1949, ongepubliceerde scriptie, Tilburg, 1980 (GAT, Bibliotheek, cat. nr. 3844); Ronald Peeters, De straten van Tilburg, Tilburg, 1987, p. 187.