|
|
||
Nieuwsarchief
juni 2005
29
juni 2005
Brabants schrijversduo publiceert standaardwerk
'366 Heiligendagen' met veel volksdevotie.
366 Heiligendagen is geschreven door het Brabantse schrijversduo Paul
Spapens en Kees van Kemenade, specialisten op het gebied van volksdevotie.
Het nieuwe boek 366 Heiligendagen is een standaardwerk. Het geeft talrijke,
vaak schilderachtige en anekdotische facetten omtrent heiligen. Het fraai
uitgevoerde boek met leeslint is 600 pagina’s dik en telt bijna 400 (!)
devotieprentjes in full color. 366 Heiligendagen kost 45 euro en is vanaf
medio juni verkrijgbaar in de boekhandel (ISBN 90 6657 072 5).
De schrijvers Kees van Kemenade en Paul Spapens vestigden tien jaar geleden
hun naam als kenners van heiligen en volksdevotie toen ze het boek 365
Heiligendagen publiceerden. Dit boek was toen uniek in zijn soort. Het heeft
veel navolgers gekregen.
Sinds het uitkomen van dit succesvolle boek hebben Spapens en Van Kemenade
veel nieuwe kennis opgedaan. Deze is verwerkt in 366 Heiligendagen.
De titel van het nieuwe boek maakt slechts het verschil uit van één cijfer,
een 1. Maar de inhoud is vele malen rijker. Het aantal pagina’s maakt dat
duidelijk; dat nam toe van 366 tot dik 600. Bijna een verdubbeling. De opzet
van dit standaardwerk is hetzelfde gebleven. Op zich is de structuur eenvoudig
en daardoor gemakkelijk te hanteren als naslagwerk.
Per dag geeft 366 Heiligendagen een heilige. De aandacht gaat vooral uit naar
heiligen die belangrijk zijn in de Nederlandse cultuur. Na steeds een korte
levensbeschrijving volgt een rijk en gevarieerd overzicht van wat de heiligen
betekend hebben of nog betekenen in de volkscultuur. De meest uiteenlopende
onderwerpen komen overzichtelijk gepresenteerd aan bod: Folklore, gebruiken,
iconografie, legenden, namen, weerspreuken en nog veel meer.
Deze rijke inhoud wordt op een plezierige manier gebracht. De schrijvers
verstaan de kunst van het vertellen. Dat hebben ze in veel andere boeken laten
zien. Voeg daarbij het kunstwerk dat de uitgever van het boek heeft willen
maken. Alleen al de bijna 400 devotieprentjes in kleur maken van
366 Heiligendagen een boek dat opnieuw de maatstaf zal worden op het gebied
van zaligen en heiligen in de volksdevotie.

14
juni 2005
Tentoonstelling ‘Kloostertuin als monument’
De opkomst van de kloosters
Vanaf 5 juli gaat een reizende tentoonstelling van start in het
Regionaal Archief aan de Kazernehof 75. ‘Kloostertuin als Monument’
vertelt het verhaal van de rijke opkomst van negentien kloosters in Tilburg.
Dat speelde zich af van 1832 tot 1940. Overal in de stad verschenen nieuwe
vestigingen. Behalve de fraaie kloostergebouwen werden er ook grote tuinen bij
aangelegd. De tentoonstelling is een samenwerkingsproject tussen Natuurmuseum
Brabant en Stadsmuseum Tilburg.

De Lourdesgrot van het trappistenklooster
aan de Koningshoeven,
jaren dertig.
Aardappelvelden in de binnenstad
Die tuinen lagen er niet voor de sier. De Zusters van Liefde aan de Oude Dijk
beschikten over weilanden en akkers. Die lagen, samen met een boomgaard en een
moestuin, achter het klooster. Luchtfoto’s van rond 1930 laten dat zien. De
Fraters van Tilburg, aan de Gasthuisstraat (nu Gasthuisring) hadden als eerste
aanplant een boomgaard en een aardappelveld.
Lourdesgrotten en brevieren
De meeste kloosters in de stad waren ook voorzien van een fraaie siertuin.
Daar werd gewandeld en gebeden. Met een brevier werd het dagelijks gebed
gedaan. In de tentoonstelling zijn enkele van die getijdenboeken te zien.
Een bijzonder object dat in geen enkele kloostertuin ontbrak, was de
Lourdesgrot. Met een rotsachtig bouwsel werd het wonder van
Mariaverschijningen in Lourdes in beeld gebracht. Voor hen die de lange reis
naar Frankrijk niet konden maken, was deze ‘Petit pelgrimage’ een
uitkomst. Lourdessouvenirs van honderd jaar geleden zijn in Kloostertuin als
Monument te bewonderen.
Neerwaartse gang maar ook stabiliteit
Aan de rijke bloei van de Tilburgse kloosters kwam een eind. Dat begon al in
de jaren zestig. De ontkerkelijking zette in en de kloosters kregen geen jonge
novicen meer. Anno 2005 krijgt Tilburg te maken met kloostergebouwen en tuinen
die een nieuwe bestemming moeten krijgen. Want uit het oogpunt van religieus
en cultureel erfgoed is slopen vaak uit den boze. Dat geldt zeker niet voor
alle kloosters. De Trappisten van Koningshoeven zijn juist in opmars en zij
beheren hun landerijen productief.
De tentoonstelling Kloostertuin als monument belicht vier totaal verschillende
kloosterordes en de manier waarop zij hun tuin vandaag de dag beheren.
Open Monumentendag, een unieke kans!
De reizende tentoonstelling Kloostertuin als monument is een
promotietentoonstelling voor de Open Monumentendag die op 11 september
gehouden wordt. Met het thema ‘Religieus erfgoed’ zijn op deze dag
kerkelijke gebouwen te bezoeken die anders voor publiek moeilijk toegankelijk
zijn.
De Abdij van Koningshoeven, het klooster van de Zusters van Liefde aan de Oude
Dijk en het klooster van Paters MSC ‘Rooi Harten’ aan de Bredaseweg zijn
daar voorbeelden van.
Reizende tentoonstelling
De tentoonstelling ’Kloostertuin als monument’ geeft een beeld van
een viertal kloostertuinen zoals ze nu zijn en hun waarde voor de stad in de
toekomst.
De reizende tentoonstelling Kloostertuin als monument is vanaf 5 t/m 29 juli
te bekijken in het Regionaal Archief aan de Kazernehof 75, di t/m vrij
10.00-17.00 uur. Vanaf 1 t/m 19 augustus staat deze expositie opgesteld in de
Stadswinkel aan het Stadhuisplein 128. Dan verhuist alles naar de Openbare
Bibliotheek aan het Koningsplein van 22 augustus t/m 10 september. Op 11
september staat de tentoonstelling in de Pauluskerk, Heuvelstraat (centraal
informatiepunt Open Monumentendag). In Natuurmuseum Brabant is deze
tentoonstelling te bezichtigen van 12 september t/m 3 oktober, daarna wordt
hij opgesteld in de Universiteit van Tilburg t/m 30 okt.

Foto's Bart Horvers.
4
juni 2005
Ansichtkaart van Tilburgs Leesplankje
De Stichting Tilbörgse Taol heeft een nieuwe variant uitgebracht van het succesvolle Tilbörgs
Leesplèngske: een ansichtkaart. Het leesplankje staat er in al zijn kleurigheid op. De kaart is te koop bij de Tilburgse Stads-VVV aan de Spoorlaan en in de museumwinkel van het Nederlands Textielmuseum aan de
Goirkestraat. De verkoopprijs is gelijk aan die van andere ansichtkaarten, namelijk 80 cent.
De Stichting Tilbörgse Taol verwacht dat de ansichtkaart zeker aftrek zal vinden omdat het een zeer originele Tilburgse groet per post is. De woorden als
Haajke, Pirke, Ketaaw en Snoffels en de bijbehorende tekeningen maken van het leesplankje en daarmee van de kaart iets heel herkenbaar
Tilburgs. Zo is ook steeds het Tilbörgs Leesplèngske gewaardeerd. Sinds het in 1997 door de Stichting Tilbörgse Taol is uitgebracht, is het dialectleesplankje een van de meest populaire
Tilburg-souvenirs.

2
juni 2005
T-Spoor als nieuw museum in spoorzone
Verbinden van cultuur, onderwijs en ondernemen
Het college heeft de ambitie een inspirerend, educatief en dynamisch centrum voor Stedelijke Identiteit te ontwikkelen waar Tilburg de kracht van de stad toont. Daarbij hoort een grote expositiehal die de stad nu nog niet heeft.
De karakteristieke, monumentale hallen van de NS-werkplaats in de Spoorzone bieden mogelijkheden voor creatieve exposities van formaat.
Deze ambitie formuleert het college in de nota Museumbeleid 2005 - 2015. Voor de verwezenlijking van de ambitie stelt het college voor het stadsMuseum door te ontwikkelen tot
T-SPOOR; een museum waar de kracht van de stad wordt verbeeld en kan worden ervaren. Daarin krijgt het onderwijs een rol van betekenis.
In die ontwikkeling werkt de gemeente samen met de musea in de stad. De kracht van die musea, die zich manifesteert in educatie, samenwerking, creativiteit en diversiteit, vormt het uitgangspunt voor de museale vernieuwing. In die vernieuwing staan verbindingen centraal tussen cultuur, onderwijs en ondernemen; drie domeinen waar Tilburg sterk in is.
Uitwerking
Een team van deskundigen op de terreinen van museale, educatieve en economische ontwikkeling krijgt de opdracht om het concept T-SPOOR inhoudelijk uit te werken en daarover aan het college te rapporteren in 2007. Een projectleider, verbonden aan het
stadsMuseum, gaat werken aan de ontwikkeling en uitvoering van experimentele projecten die de weg naar T-SPOOR bereiden. Voor de kosten die zijn verbonden aan deze wegbereiding wil het college € 350.000,- vrijmaken bij de besluitvorming over de
ontwerpbeleidsbegroting 2006.
Stadsmuseum
Door het onderwijs als centraal thema van het nieuwe museum te introduceren, wordt een groot publiek van jong tot oud aangesproken. Tilburg herbergt veel verschillende onderwijsinstellingen. Dat biedt kansen op samenwerking. Ook in allianties met partners uit het bedrijfsleven, de creatieve en recreatieve industrie, liggen kansen voor inhoudelijke verbreding en verdieping van exposities over de stad. Museaal aanbod en stadspromotie zullen uitdrukkelijker met elkaar worden verbonden.
Niet alle musea worden door de gemeente financieel gesteund, De Pont, Muzima en het Poppen- en Speelgoedmuseum ontvangen geen subsidie. Het NTM en het stadsMuseum maken, als onderdeel van Musea en Archief Tilburg onderdeel uit van de gemeentelijke organisatie. Eerder nam het college het besluit het Musea en Archief Tilburg te verzelfstandigen.
De uitgangspunten voor het nieuwe museumbeleid worden op 13 juni met de raadscommissie Maatschappij besproken. Uiteindelijk moeten ze in de raadsvergadering van 4 juli worden vastgesteld.
Bron: Gemeente Tilburg, persbericht 26-5-2005





