|
|
||
Nieuwsarchief
2009
18 juli 2009
Opening kermis Expo en uitreiking vierde Piet Maes
Prijs
Op vrijdag 17 juli 2009 opende wethouder Joost Möller de Kermis
Expositie in het Paleis-Raadhuis in Tilburg. Tijdens de opening van de
Kermis-expo werd door Voorzitter Arno de Kort van de Stichting
Kermis-Cultuur Nederland de vierde Piet Maes prijs uitgereikt. De prijs is
voor een persoon die zich op bijzondere wijze heeft ingezet voor de Kermis
Cultuur. De winnaar van de Piet Maes prijs 2009 is Lauran Wijffels.
Lauran is geboren en getogen in Tilburg en woonde als kind nabij het
Besterdplein. Als kind was hij zo veel als mogelijk op het kermisterrein te
vinden. Op iets oudere leeftijd hielp Lauran graag mee om de kermis mee op
te bouwen en af te breken. En dat waren attracties als de rups van Jan
Hoefnagels en de hullygully van Janny de Vries. Lauran Wijffels werkt sinds
1979 bij het het Nieuwsblad van het Zuiden (later opgegaan in Brabants
Dagblad). Als redacteur heeft hij veel over de kermis geschreven. Hij heeft
zelf ook kermisboeken geschreven of was medeauteur van o.a.: Veel
vermaak en weinig wol. De geschiedenis van de Tilburgse kermis (1986),
Hoog-gaat-ie (1992), Draaiboek van een kermisgek (2002),
Tilburgse kermis 1950-2000 (2007)
.jpg)
Lauran Wijffels neemt de Piet Maes prijs in
ontvangst van Arno de Kort, voorzitter van de Stichting Kermiscultuur
Nederland. (Foto : Godrie Spijkers)
11 juli 2009
Kermis-Cultuur Expo Tilburgse Kermis 2009
Ook dit jaar organiseert de Stichting Kermis-Cultuur op verzoek van de
gemeente Tilburg tijdens de jaarlijkse kermis een expo met als thema: “200
jaar Tilburgers met hun kermis” De expo 2009 zal vanwege het thema enigszins
anders zijn dan de voorgaande zeven versies. Uiteraard zullen er ook weer
enkele miniatuurkermissen staan maar er zal zeker ook aandacht besteedt
worden aan het historisch perspectief.
De expo vindt plaats in het Paleis-Raadhuis Tilburg nabij de Nostalgische
kermis. De expositie is voor iedereen gratis te bezoeken. De tentoonstelling
is verdeeld in vier episodes namelijk het eerste en tweede deel van de 19e
eeuw en het eerste en tweede deel van de vorige eeuw. Over deze periodes zal
o.a. met historische attributen, foto’s, krantenknipsels en advertenties een
beeld geschetst worden van 200 jaar Tilburgse kermis.
Speciaal voor dit evenement brengt de Stichting onder auspiciën van hun
“kermishistoricus” Hennie van Oers een uniek boekwerk uit dat de voorbije
twee eeuwen Tilburgse Kermis in beeld brengt. In dit boekwerk vind u
prachtige foto’s van de Tilburgse kermis. Daarnaast wordt de tijdsgeest van
200 jaar kermis in Tilburg in beeld gebracht met oude krantenknipsels én
informatie. Uiteraard is dit collectors item tijdens de expo te koop. Het
boekwerk ziet er zeer aantrekkelijk uit en kent een vriendelijke prijs.
De expo wordt geopend op vrijdag 17 juli. Tijdens de officiële opening zal
de inmiddels bekende Piet Maas prijs voor de vierde maal worden uitgereikt.
Deze prijs is door de Stichting Kermis-Cultuur in het leven geroepen. De
Piet Maas prijs wordt uitgereikt aan een persoon die de kermis een warm hart
toedraagt en zich belangeloos inzet voor het kermisgebeuren. De expo zal
verder alle kermisdagen open zijn tot en met zondag 26 juli tussen 13.00 en
23.00 uur.
Voor meer informatie over Stichting Kermis-Cultuur en de expo kunt u kijken
op de websites
www.kermiscultuur.nl en
www.kermisvantoen.nl

20 juni 2009
De Kleine Geschiedenis van Tilburg
in 18 handboekjes
Nieuw verzamelwerk over de geschiedenis van Tilburg
Delen 7 en 8
Deel 7: Trappers en trimmers
Het zevende deeltje uit de serie De Kleine Geschiedenis van Tilburg handelt
over de geschiedenis van de sport in Tilburg. Sporten die al in de 19e eeuw
beoefend werden in Tilburg waren boogschieten, kegelen en later ook
gymnastiek en duivensport. Tegen het einde van de 19e en begin 20e eeuw
ontstaan de eerste voetbalclubs. De nu nog bestaande verenigingen Willem II
(dat in deel 3 uitgebreid apart behandeld is), NOAD en Gudok behoren tot de
oudste clubs in de stad.
Sport begint vooral in en na de Eerste Wereldoorlog massaal aanhang te
krijgen. Gymnastiek, duivensport en vooral voetbal. Het populaire voetbal
werd lange tijd zowel in een algemene als een katholieke bond gespeeld. De
grote Tilburgse club die nationaal successen boekten waren NOAD, Longa en
Willem II. In de katholieke bond werd RKTVV enkele keren landskampioen. Henk
van Tilborg (Noad), Henk Pellikaan (Longa) en Jan van Roessel (Willem II)
waren in hun jaren fameuze namen en zeker niet alleen in Tilburg.
Een sport die het in Tilburg erg goed deed was wielrennen. Er waren in de
loop der tijd diverse banen in de stad (met de TWEM, Abbatoir, Korenbloem
als de bekendste) en met Jan Pijnenburg was er een coureur van wereldniveau.
Na de oorlog waren vooral de vele wielerrondes zoals op de Hasselt, de
Besterd, Loven, Wandelbos, Rooi Pannen.
Grote populariteit genoot ook het ijshockey dat al voor de oorlog op een
kunstijsbaan aan de Elzenstraat gespeeld werd. Vooral in de jaren zeventig
stijgt de belangstelling tot grote hoogte in de Pellikaanhal. Met bij
Tilburg Trappers tal van Tilburgse jongens en de vanuit Tilburg naar Canada
geëmigreerde Joe Simons als sterspeler. Met hulp van enkele Tsjechische
ijshockeyers haalt Tilburg de ene landstitel na de andere.
De recente tijd laat een toename van sportbeoefening zien vooral vanuit het
gezondheidsidee. Kenmerkend voor de laatste decennia is een toename van
accommodaties zowel voor de wedstrijdsporters als voor de recreanten. Het
grootste sportevenement dat in de 21e eeuw plaatsvindt in Tilburg is de
Tilburg Ten Miles. Daar komen jong en oud, topper en trimmer bij elkaar. De
drempel om te sporten is nu veel lager dan in de 19e en begin 20e eeuw. Ook
dat valt te lezen en te bekijken in dit deeltje over de sport.
.jpg)
Deel 8: De Groene Stad
Wie in deze tijd van het jaar op een van de inmiddels vele hoge gebouwen in
Tilburg staat, zal ontdekken dat de stad veel groener is dan men in eerste
instantie zou denken. Daar is een verklaring voor die niet alleen te maken
heeft met allerlei parken en bossen in en om de stad zoals het Leijpark,
Wandelbos, Warande of Noorderpark. Die verklaring is een van de zaken die
voorkomt in deel 8 van de serie de Kleine Geschiedenis van Tilburg; de
groene stad.
Tilburg lag eeuwenlang te midden van woeste gronden waarop de boeren schapen
lieten grazen. Het bewerken van de schrale akkers was een intensieve
bezigheid. Nog tot ver in de 20e eeuw kwamen in Tilburg midden in de stad
boerderijen voor. Met de textielnijverheid is de landbouw eeuwenlang het
belangrijkste middel van bestaan geweest. Dat kostte veel inspanningen, want
de zandgronden leverden uit zichzelf weinig op. Mest was essentieel om
gewassen te kunnen verbouwen als rogge, haver en gerst en vanaf het midden
van de 18e eeuw ook aardappels. De boerderijen waren in het algemeen klein,
met maar een beperkte veestapel. Veel wevers en arbeiders hadden achter hun
huis een diepe tuin met een moestuin, soms een aardappelveldje en een geit,
kippen en konijnen. Deels waren ze zelfvoorzienend.
Die tuinen bestaan voor een groot gedeelte nog steeds, al worden er meetal
geen groenten meer verbouwd, laat staan dieren gehouden. Maar tot midden in
het centrum (bijvoorbeeld de Tuinstraat) zijn achter de huizen grote tuinen
en dus veel groen.
De landbouw wordt pas tegen het einde van de 19e eeuw wat commerciëler: het
varken gaat een grotere rol spelen, de vraag naar voedsel stijgt door de
toename van de bevolking. Door voorlichting en betere financiële
mogelijkheden, dankzij de activiteiten van de NCB kunnen de boeren meer en
beter produceren. Die NCB vestigde zijn hoofdkantoor in Tilburg. Om de
producten van de boerderij verantwoord kwijt te kunnen, kwam er een
Coöperatieve Melkinrichting: de CTM en later het Gemeentelijk Slachthuis.
Vooral na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt de landbouwgrond, maar ook de
resterende woeste grond ten gunste van woningbouw en industrieterreinen.
Toch bleef Tilburg en sterk groen karakter houden. Dat had te maken met de
vele grote en kleine tuinen in de stad, de parken die aangelegd werden en de
ruime bebouwing. De laatste decennia is het besef ontstaan dat woeste grond
waardevol is en dat bossen en parken bijdragen aan een prettig woon- en
leefklimaat. Tilburg en omgeving zijn rijk voorzien van groen.
.jpg)
18 april 2009
Jubileumuitgave tijdschrift 'Tilburg' verschenen
Het kan eigenlijk geen enkele Tilburger ontgaan zijn: in
2009 viert Tilburg feest. De aftrap van het feestjaar vond op 1
januari op grootse wijze plaats op het Willemsplein. Nog tal van andere
activiteiten staan de komende maanden op de planning. Een van de redenen van
al die feestelijkheden die nog staan te gebeuren, is de verheffing in 1809
van het toenmalige dorp Tilburg tot stad.
Ook tijdschrift Tilburg staat uitgebreid stil bij die historische
gebeurtenis. De bijdragen in dit extra dikke nummer hebben dan ook alle
betrekking op dat belangrijke jaar 1809. Zo beschrijft Ton Wagemakers de rol
die de textiel twee eeuwen geleden in Tilburg innam en neemt Henk van
Doremalen de nijverheidstentoonstelling onder de loep die in 1909 werd
georganiseerd ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de stad Tilburg.
De gedegen bijdrage van wijlen C.J. Weijters, waarin de toekenning van de
stadsrechten nauwkeurig wordt besproken, verscheen weliswaar al eerder in
Rooms Leven/Kerknieuws, maar heeft aan houdbaarheid niet ingeboet. Reden
voor de redactie om Weijters’ oorspronkelijke artikelenreeks nu integraal in
dit tijdschriftnummer op te nemen. Martin de Bruijn wijdde een bijdrage aan
de in de textiel en politiek actieve Jan Anthonie Sebastiaan van Spaendonck
(1755-1831), Ed Schilders beschrijft hoe een theaterstuk in 1809 voor
behoorlijk wat opschudding zorgde, en Astrid de Beer en Petra Robben laten
zien hoe tweehonderd Tilburgse vrouwen met totaal verschillende
achtergronden ieder op hun eigen manier de stad Tilburg en de textiel
beleven.
Al met al een overval nummer, passend bij een stad die zijn tweehonderdste
verjaardag viert.
Inhoud
C.J. Weijters: Tilburg tot stad verheven – 18 april 1809
Ed Schilders: De Comediekwestie
Ton Wagemakers: Over de belangrijkheid van de Tilburgse textiel
omstreeks 1809
Martin W.J. de Bruijn: Jan Anthonie Sebastiaan van Spaendonck in het
licht van zijn tijd
Henk van Doremalen: De Internationale Tentoonstelling Stad Tilburg
1809-1909
Astrid de Beer en Petra Robben: 200 vrouwen. Een ontmoeting in textiel
Tilburg kort:
Tilburg signalement LXIII
Een wijd land. Koningsoord in Brabant
Encyclopedie van Tilburg
.jpg)
12 april 2009
De Kleine Geschiedenis van Tilburg
in 18 handboekjes
Nieuw verzamelwerk over de geschiedenis van Tilburg
Delen 4, 5 en 6
Deel 4: vetkuiven en hangjongeren
Deel 3 van de kleine geschiedenis van Tilburg handelde over alle
aspecten van Willem II in de stad. Het overal verkrijgbare boekje was amper
een maand uit of men heeft bij Willem II al besloten om de relatie met de
koning (waar het boekje over gaat!) nu eindelijk ook in de stadionnaam tot
uiting te laten komen.
In de 19e eeuw was er nauwelijks een eigen identiteit voor de jeugd
eenvoudigweg omdat werken al vanaf jongs af aan centraal stond in het leven.
Slechts de maatschappelijke bovenlaag had vrije tijd. In de 20e eeuw gaat
dit veranderen. Er zijn vele katholieke organisaties die willen zorgen voor
een ‘juiste’ opvoeding van de jeugd. De uiterlijke vorm, naar de kerk gaan,
blijft in Tilburg tot aan de jaren zestig in tact. Maar ondertussen worden
meer wereldse zaken als sport, filmbezoek en vooral dansen erg populair. Via
het patronaat tracht de kerk greep op de jeugd te houden.
Na de Tweede Wereldoorlog krijgen jongeren meer financiële mogelijkheden.
Vanaf de jaren vijftig groeit het belang van een eigen muziekcultuur die
overkomt uit Amerika en Engeland. Ondertussen komen er ook jeugdbewegingen
die zich afzetten tegen het ‘gangbare’ patroon. De eigen muziek, kleding en
gedrag van diverse groepen gaan een belangrijke rol spelen. Het
uitgaansleven voor jongeren neemt sterk in belang toe. Van patronaten en
sozen gaat het naar discotheken, clubs en jongerencafés. 013 is in Tilburg
te beschouwen als de bevestiging van het belang van de jeugdcultuur. De
enkele decennia terug verafschuwde popmuziek heeft een vaste plaats in de
maatschappij.
.jpg)
Deel 5: Wevers en fabrikanten
Tilburg is natuurlijk al lang geen textielstad meer al produceert er nog een
enkele bedrijf en is het Textielmuseum uitgegroeid tot een belangrijk
kenniscentrum van textiel. Qua werkgelegenheid en economisch belang is de
textielindustrie in de loop van de jaren tachtig afgesloten en is Tilburg
definitief andere wegen ingeslagen. Maar dat neemt niet weg dat het bestaan
in Tilburg eeuwenlang gedomineerd is door de aanwezigheid van de
textielnijverheid. De sporen daarvan zijn nog overal in de stad te zien en
dat zal nog vele decennia zo blijven. Soms moet dat ook behouden blijven
omdat het een beeld geeft hoe onze voorouders gewerkt en geleefd hebben.
De oorsprong van de textielnijverheid lag op de middeleeuwse heide, waar de
schapen graasden en de boeren in de wintermaanden de wol verwerkten. Vanaf
de 16e, 17e eeuw werd de wolproductie in Tilburg een marktgerichte
productie. De opdrachten uit de Hollandse steden speelden daarbij een grote
rol. In de 19e eeuw ging Tilburg al vroeger dan elders, de fase in van
industriële ontwikkeling. Er kwamen spinmachines (vanaf 1809), stoommachines
als aandrijfkracht (vanaf 1827) en mechanische weefgetouwen.(vanaf 1856).
Ondertussen werkten honderden wevers thuis voor de textielfabrieken. De
huisnijverheid verdween pas in de 20e eeuw definitief. In de laatste
decennia van de 19e eeuw ontstaan de typische hoge fabrieksgebouwen, later
de uitgestrekte weefzalen. Om de positie van de duizenden arbeiders
enigszins te verbeteren waren vakbonden nodig en zijn ook verschillende
stakingen gevoerd waarvan die uit 1917 en 1935 de bekendste waren.
Na de Tweede Wereldoorlog is het een gouden tijd voor de
wollenstoffenindustrie. De familiebedrijven hebben veel opdrachten. Vooral
door internationale ontwikkelingen komt er vanaf eind jaren vijftig een
einde aan een veertigtal bedrijven van naam en faam. Duizenden arbeiders
moeten uitzien naar ander werk of kwamen in een uitkering terecht. In twee
decennia verdwijnt de textiel vrijwel geheel.
.jpg)
Deel 6: Zorg en welzijn
Huize in de Bocht, Kinderheil, het consultatiebureau, het
Wit-Gele Kruis, de thuiszorg zijn voor velen bekend klinkende namen die
alles met de zorg te maken hebben. Soms zijn ze al voor de Tweede
Wereldoorlog ontstaan. Hun brede werking in de samenleving dateert echter
vooral uit de jaren vijftig en later.
Als reactie op de ellende van de jaren dertig en veertig was verzorging ‘van
de wieg tot het graf’ in de jaren vijftig en later het doel dat in de
samenleving werd nagestreefd. Van kraamzorg en consultatiebureaus tot
sociale zorg, wonen, onderwijs, ziekenzorg en bejaardenoorden moest ‘alles’
wat vroeger grotendeels op zijn beloop was gelaten geregeld worden.
In het zesde deeltje van de serie De Kleine Geschiedenis van Tilburg van de
hand van Jan Stads, Ronald Peeters en Henk van Doremalen komen tal van zaken
rondom zorg, wonen en welzijn aan bod. Epidemieën, die de bevolking met
grote regelmaat teisterden en zelfs nog in de jaren vijftig van de 20e eeuw
voor een heuse quarantaine zorgden. Kindersterfte, die rond 1900 een
geaccepteerd verschijnsel was. Gebrek aan hygiëne door onwetendheid, maar
ook omdat het stadsbestuur zich weinig actief opstelde bij de aanleg van
voorzieningen als riolering of waterleiding. Erbarmelijke woontoestanden
waarvoor pas in de jaren twintig en dertig oplossingen kwamen.
Ook komt de geschiedenis van het eerste gasthuis tot de huidige ziekenhuizen
ter sprake, de gestichten die bejaardencentra werden. Hoe al deze zaken op
het gebied van zorg en welzijn zich met name in de 20e eeuw ontwikkelden is
te lezen en te bekijken in dit zesde deel van de Kleine Geschiedenis van
Tilburg.
.jpg)
14 februari 2009
Drie tentoonstelling ‘Tilburg 200 jaar stad’
1 januari 2009 t/m 31 december 2009
Het Regionaal Archief Tilburg en het Stadsmuseum Tilburg hebben ter
gelegenheid van 200 jaar Tilburg stad drie opeenvolgende tentoonstellingen
gepland in de hal van het archief aan de Kazernehof 75. De eerste is
‘Tilburg viert feest’ (van 1 januari – 17 april). Op de verjaardag
van de stadsrechtverlening volgt de tweede tentoonstelling: ‘Tilburg
krijgt stadsrechten’ (18 april – 12 september), en de laatste in de
cyclus is ‘Tilburg 200 jaar op de kaart’ (13 september – 31
december). Aan deze tentoonstelling zijn ook educatieve projecten
verbonden.
Tilburg viert feest
Het verkrijgen van de stadsrechten in 1809 is niet alleen in 2009 maar ook
in het verleden aanleiding geweest om dit op feestelijke en grootschalige
wijze te vieren. Dat gebeurde op de 100e (1909), 125e (1934) en 150e (1959)
verjaardag. Van die feestelijkheden zijn vele foto´s en documentatie bewaard
gebleven. De tentoonstelling laat daar mooie voorbeelden van zien.
In 1909 werd er op een open terrein, gelegen tussen de toenmalige
spoorlijnen Tilburg-Breda en Tilburg-Turnhout (waar later het
goederenemplacement van de NS kwam) enkele houten tentoonstellingsgebouwen
opgetrokken en werd zelfs Venetië nagebootst met een heuse waterplas waarop
men met bootjes kon rondvaren. Die tentoonstelling was geïnspireerd op de
wereldtentoonstellingen en had als doel ‘het groot maken van de stad’. Dat
kon je wel zien aan de enorme tentoonstellingshallen met levensgrote
stoommachines en een recordaantal van 228 nationale en internationale
deelnemende firma´s, waaronder 96 Tilburgse bedrijven.

Links: Venetië nagebouwd op de tentoonstelling
in 1909. Rechts: de machinehal in 1909. (Coll. RAT)
Vijfentwintig jaar later werd het nog eens dunnetjes
overgedaan. Het waren ongunstige omstandigheden in deze crisistijd, maar de
organisatoren schrokken er niet voor terug om een grote ‘Internationale
Tentoonstelling voor Handel en Industrie Stad Tilburg 1934’ op te bouwen
tussen de Enschotsestraat en Molenbochtstraat. De Ringbaan-Oost werd er toen
speciaal voor aangelegd, tot aan de hoofdingang van het
tentoonstellingsterrein. Zes enorme tentoonstellingshallen waren in
waaiervorm rondom de hoge in het oog springende entreehal gebouwd. De
vrijstaande ´textielfabriek´ had een afmeting van 17 x 123 m. En net als in
1909 werd er ook nu weer een attractieterrein Venetië aangelegd.
Hart van Brabant 1959
Tilburg 150 jaar stad werd van 24 juli tot en met 16 augustus 1959 gevierd
met een grote tentoonstelling in het Leijpark. Het thema van deze
tentoonstelling ´Hart van Brabant´ was werken en leven in Midden-Brabant.
Het doel was de centrale ligging van Tilburg in de Benelux naar voren te
brengen om daardoor meer werknemers aan te trekken.
Er waren onder andere de volgende paviljoens: textiel, schoenen en leer,
Brabantse industrie, sociaal leven en wonen, ´paleis voor de vrouw´, kunst,
onderwijs, toerisme en landbouw. Het textielpaviljoen was met 2800 vierkante
meter een van de grootste paviljoens. De wollenstoffenindustrie was in 1959
nog een heel belangrijk onderdeel van de Tilburgse nijverheid.
Openingstijden:
dinsdag t/m vrijdag 9.30-17.00 uur en iedere tweede zaterdag van de maand
van 9.30-16.00 uur.
Toegang gratis.
8 januari 2009
Symbolische handeling op sterfdag
bekendste Tilburg
Burgemeester Vreeman legt eerste steen Peerke Donders Paviljoen
Burgemeester Ruud Vreeman van Tilburg legt op
woensdagmiddag 14 januari 2009 om 14.30 uur de eerste steen van het Peerke
Donders Paviljoen. De veertiende januari (1887) is de sterfdag van de
bekendste Tilburger. De eerste steen is een belangrijke symbolische
handeling op weg naar de voltooiing van dit museum. Naar verwachting vindt
de opening plaats op dinsdag 27 oktober 2009. Dat is de tweehonderdste
geboortedag van Peerke Donders.
De eerste steen die burgemeester Vreeman gaat leggen, kreeg hij reeds
overhandigd bij het startsein van de publieksactie. Deze ging van start op
27 oktober 2007. De met medewerking van het Brabants Dagblad georganiseerde
publieksactie bracht 27.000 euro bijeen. Honderden particulieren tekenden
door middel van talrijke kleinere donaties voor dit bedrag.
Rond de veertig regionale en landelijke fondsen, kerkelijke instanties,
banken, bedrijven, ondernemingen, de provincie en de gemeente Tilburg
schonken aanzienlijke bedragen. De bouw en de inrichting van het Peerke
Donders Paviljoen vergen een totaalinvestering van 750.000 euro. De
Stichting Peerke Donders Paviljoen heeft er op goede gronden alle vertrouwen
in dat dit investeringsbedrag én de garantie voor de exploitatie van de
eerste vijf jaren worden gerealiseerd.
Het Peerke Donders Paviljoen komt in het Kruiswegpark, een onderdeel van het
heiligdom in Tilburg-Noord. In dit museum wordt aandacht besteed aan het
leven van de in 1982 zalig verklaarde Tilburgse missionaris. Het op een
moderne manier gepresenteerde hoofdthema van het museum is naastenliefde.
Voor zover bekend is het nieuwe Tilburgse museum het enige ter wereld dat
over de naastenliefde gaat.
Inmiddels zijn de noodzakelijke vergunningen voor de bouw van het paviljoen
verkregen. Daarover heeft langdurig en intensief overleg moeten plaatsvinden
met de gemeentelijke monumentencommissie, de gemeentelijke
welstandscommissie en de rijksdienst voor monumenten. De kwaliteit van het
plan en de situering in de natuurlijke omgeving vroegen om de nodige
aanpassingen van het oorspronkelijk ontwerp. Tegelijkertijd mocht dat geen
aanzienlijke verhoging van de bouw- en inrichtingskosten opleveren.
Op 28 november 2008 werd de monumentenvergunning verleend. Op grond daarvan
kon de bouwvergunning worden aangevraagd. De laatste hobbel werd genomen,
waarop burgemeester Vreeman op 14 januari het symbolische startsein kan
geven voor het Peerke Donders Paviljoen.
%20(576%20x%20384).jpg)
Ontwerp Peerke Donders Paviljoen: Geert van den
Oetelaar M30 Architecten, Oisterwijk.





