Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Nieuws en updates Archief 2008


Nieuwsarchief
2009

18 juli 2009

Opening kermis Expo en uitreiking vierde Piet Maes Prijs

Op vrijdag 17 juli 2009 opende wethouder Joost Möller de Kermis Expositie in het Paleis-Raadhuis in Tilburg. Tijdens de opening van de Kermis-expo werd door Voorzitter Arno de Kort van de Stichting Kermis-Cultuur Nederland de vierde Piet Maes prijs uitgereikt. De prijs is voor een persoon die zich op bijzondere wijze heeft ingezet voor de Kermis Cultuur. De winnaar van de Piet Maes prijs 2009 is Lauran Wijffels.
Lauran is geboren en getogen in Tilburg en woonde als kind nabij het Besterdplein. Als kind was hij zo veel als mogelijk op het kermisterrein te vinden. Op iets oudere leeftijd hielp Lauran graag mee om de kermis mee op te bouwen en af te breken. En dat waren attracties als de rups van Jan Hoefnagels en de hullygully van Janny de Vries. Lauran Wijffels werkt sinds 1979 bij het het Nieuwsblad van het Zuiden (later opgegaan in Brabants Dagblad). Als redacteur heeft hij veel over de kermis geschreven. Hij heeft zelf ook kermisboeken geschreven of was medeauteur van o.a.: Veel vermaak en weinig wol. De geschiedenis van de Tilburgse kermis (1986), Hoog-gaat-ie (1992), Draaiboek van een kermisgek (2002), Tilburgse kermis 1950-2000 (2007)

Lauran Wijffels neemt de Piet Maes prijs in ontvangst van Arno de Kort, voorzitter van de Stichting Kermiscultuur
Nederland. (Foto : Godrie Spijkers)


11 juli 2009

Kermis-Cultuur Expo Tilburgse Kermis 2009


Ook dit jaar organiseert de Stichting Kermis-Cultuur op verzoek van de gemeente Tilburg tijdens de jaarlijkse kermis een expo met als thema: “200 jaar Tilburgers met hun kermis” De expo 2009 zal vanwege het thema enigszins anders zijn dan de voorgaande zeven versies. Uiteraard zullen er ook weer enkele miniatuurkermissen staan maar er zal zeker ook aandacht besteedt worden aan het historisch perspectief.
De expo vindt plaats in het Paleis-Raadhuis Tilburg nabij de Nostalgische kermis. De expositie is voor iedereen gratis te bezoeken. De tentoonstelling is verdeeld in vier episodes namelijk het eerste en tweede deel van de 19e eeuw en het eerste en tweede deel van de vorige eeuw. Over deze periodes zal o.a. met historische attributen, foto’s, krantenknipsels en advertenties een beeld geschetst worden van 200 jaar Tilburgse kermis.

Speciaal voor dit evenement brengt de Stichting onder auspiciën van hun “kermishistoricus” Hennie van Oers een uniek boekwerk uit dat de voorbije twee eeuwen Tilburgse Kermis in beeld brengt. In dit boekwerk vind u prachtige foto’s van de Tilburgse kermis. Daarnaast wordt de tijdsgeest van 200 jaar kermis in Tilburg in beeld gebracht met oude krantenknipsels én informatie. Uiteraard is dit collectors item tijdens de expo te koop. Het boekwerk ziet er zeer aantrekkelijk uit en kent een vriendelijke prijs.

De expo wordt geopend op vrijdag 17 juli. Tijdens de officiële opening zal de inmiddels bekende Piet Maas prijs voor de vierde maal worden uitgereikt. Deze prijs is door de Stichting Kermis-Cultuur in het leven geroepen. De Piet Maas prijs wordt uitgereikt aan een persoon die de kermis een warm hart toedraagt en zich belangeloos inzet voor het kermisgebeuren. De expo zal verder alle kermisdagen open zijn tot en met zondag 26 juli tussen 13.00 en 23.00 uur.

Voor meer informatie over Stichting Kermis-Cultuur en de expo kunt u kijken op de websites www.kermiscultuur.nl en www.kermisvantoen.nl


20 juni 2009

De Kleine Geschiedenis van Tilburg in 18 handboekjes

Nieuw verzamelwerk over de geschiedenis van Tilburg
Delen 7 en 8

Deel 7: Trappers en trimmers

Het zevende deeltje uit de serie De Kleine Geschiedenis van Tilburg handelt over de geschiedenis van de sport in Tilburg. Sporten die al in de 19e eeuw beoefend werden in Tilburg waren boogschieten, kegelen en later ook gymnastiek en duivensport. Tegen het einde van de 19e en begin 20e eeuw ontstaan de eerste voetbalclubs. De nu nog bestaande verenigingen Willem II (dat in deel 3 uitgebreid apart behandeld is), NOAD en Gudok behoren tot de oudste clubs in de stad.

Sport begint vooral in en na de Eerste Wereldoorlog massaal aanhang te krijgen. Gymnastiek, duivensport en vooral voetbal. Het populaire voetbal werd lange tijd zowel in een algemene als een katholieke bond gespeeld. De grote Tilburgse club die nationaal successen boekten waren NOAD, Longa en Willem II. In de katholieke bond werd RKTVV enkele keren landskampioen. Henk van Tilborg (Noad), Henk Pellikaan (Longa) en Jan van Roessel (Willem II) waren in hun jaren fameuze namen en zeker niet alleen in Tilburg.

Een sport die het in Tilburg erg goed deed was wielrennen. Er waren in de loop der tijd diverse banen in de stad (met de TWEM, Abbatoir, Korenbloem als de bekendste) en met Jan Pijnenburg was er een coureur van wereldniveau. Na de oorlog waren vooral de vele wielerrondes zoals op de Hasselt, de Besterd, Loven, Wandelbos, Rooi Pannen.
Grote populariteit genoot ook het ijshockey dat al voor de oorlog op een kunstijsbaan aan de Elzenstraat gespeeld werd. Vooral in de jaren zeventig stijgt de belangstelling tot grote hoogte in de Pellikaanhal. Met bij Tilburg Trappers tal van Tilburgse jongens en de vanuit Tilburg naar Canada geëmigreerde Joe Simons als sterspeler. Met hulp van enkele Tsjechische ijshockeyers haalt Tilburg de ene landstitel na de andere.

De recente tijd laat een toename van sportbeoefening zien vooral vanuit het gezondheidsidee. Kenmerkend voor de laatste decennia is een toename van accommodaties zowel voor de wedstrijdsporters als voor de recreanten. Het grootste sportevenement dat in de 21e eeuw plaatsvindt in Tilburg is de Tilburg Ten Miles. Daar komen jong en oud, topper en trimmer bij elkaar. De drempel om te sporten is nu veel lager dan in de 19e en begin 20e eeuw. Ook dat valt te lezen en te bekijken in dit deeltje over de sport.



Deel 8: De Groene Stad

Wie in deze tijd van het jaar op een van de inmiddels vele hoge gebouwen in Tilburg staat, zal ontdekken dat de stad veel groener is dan men in eerste instantie zou denken. Daar is een verklaring voor die niet alleen te maken heeft met allerlei parken en bossen in en om de stad zoals het Leijpark, Wandelbos, Warande of Noorderpark. Die verklaring is een van de zaken die voorkomt in deel 8 van de serie de Kleine Geschiedenis van Tilburg; de groene stad.

Tilburg lag eeuwenlang te midden van woeste gronden waarop de boeren schapen lieten grazen. Het bewerken van de schrale akkers was een intensieve bezigheid. Nog tot ver in de 20e eeuw kwamen in Tilburg midden in de stad boerderijen voor. Met de textielnijverheid is de landbouw eeuwenlang het belangrijkste middel van bestaan geweest. Dat kostte veel inspanningen, want de zandgronden leverden uit zichzelf weinig op. Mest was essentieel om gewassen te kunnen verbouwen als rogge, haver en gerst en vanaf het midden van de 18e eeuw ook aardappels. De boerderijen waren in het algemeen klein, met maar een beperkte veestapel. Veel wevers en arbeiders hadden achter hun huis een diepe tuin met een moestuin, soms een aardappelveldje en een geit, kippen en konijnen. Deels waren ze zelfvoorzienend.
Die tuinen bestaan voor een groot gedeelte nog steeds, al worden er meetal geen groenten meer verbouwd, laat staan dieren gehouden. Maar tot midden in het centrum (bijvoorbeeld de Tuinstraat) zijn achter de huizen grote tuinen en dus veel groen.

De landbouw wordt pas tegen het einde van de 19e eeuw wat commerciëler: het varken gaat een grotere rol spelen, de vraag naar voedsel stijgt door de toename van de bevolking. Door voorlichting en betere financiële mogelijkheden, dankzij de activiteiten van de NCB kunnen de boeren meer en beter produceren. Die NCB vestigde zijn hoofdkantoor in Tilburg. Om de producten van de boerderij verantwoord kwijt te kunnen, kwam er een Coöperatieve Melkinrichting: de CTM en later het Gemeentelijk Slachthuis.

Vooral na de Tweede Wereldoorlog verdwijnt de landbouwgrond, maar ook de resterende woeste grond ten gunste van woningbouw en industrieterreinen. Toch bleef Tilburg en sterk groen karakter houden. Dat had te maken met de vele grote en kleine tuinen in de stad, de parken die aangelegd werden en de ruime bebouwing. De laatste decennia is het besef ontstaan dat woeste grond waardevol is en dat bossen en parken bijdragen aan een prettig woon- en leefklimaat. Tilburg en omgeving zijn rijk voorzien van groen.



18 april 2009

Jubileumuitgave tijdschrift 'Tilburg' verschenen

Het kan eigenlijk geen enkele Tilburger ontgaan zijn: in 2009 viert Tilburg feest. De aftrap van het feestjaar vond op 1 januari op grootse wijze plaats op het Willemsplein. Nog tal van andere activiteiten staan de komende maanden op de planning. Een van de redenen van al die feestelijkheden die nog staan te gebeuren, is de verheffing in 1809 van het toenmalige dorp Tilburg tot stad.

Ook tijdschrift Tilburg staat uitgebreid stil bij die historische gebeurtenis. De bijdragen in dit extra dikke nummer hebben dan ook alle betrekking op dat belangrijke jaar 1809. Zo beschrijft Ton Wagemakers de rol die de textiel twee eeuwen geleden in Tilburg innam en neemt Henk van Doremalen de nijverheidstentoonstelling onder de loep die in 1909 werd georganiseerd ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de stad Tilburg. De gedegen bijdrage van wijlen C.J. Weijters, waarin de toekenning van de stadsrechten nauwkeurig wordt besproken, verscheen weliswaar al eerder in Rooms Leven/Kerknieuws, maar heeft aan houdbaarheid niet ingeboet. Reden voor de redactie om Weijters’ oorspronkelijke artikelenreeks nu integraal in dit tijdschriftnummer op te nemen. Martin de Bruijn wijdde een bijdrage aan de in de textiel en politiek actieve Jan Anthonie Sebastiaan van Spaendonck (1755-1831), Ed Schilders beschrijft hoe een theaterstuk in 1809 voor behoorlijk wat opschudding zorgde, en Astrid de Beer en Petra Robben laten zien hoe tweehonderd Tilburgse vrouwen met totaal verschillende achtergronden ieder op hun eigen manier de stad Tilburg en de textiel beleven.
Al met al een overval nummer, passend bij een stad die zijn tweehonderdste verjaardag viert.

Inhoud

C.J. Weijters: Tilburg tot stad verheven – 18 april 1809

Ed Schilders: De Comediekwestie

Ton Wagemakers: Over de belangrijkheid van de Tilburgse textiel omstreeks 1809

Martin W.J. de Bruijn: Jan Anthonie Sebastiaan van Spaendonck in het licht van zijn tijd

Henk van Doremalen: De Internationale Tentoonstelling Stad Tilburg 1809-1909

Astrid de Beer en Petra Robben: 200 vrouwen. Een ontmoeting in textiel

Tilburg kort:
Tilburg signalement LXIII
Een wijd land. Koningsoord in Brabant
Encyclopedie van Tilburg



12 april 2009

De Kleine Geschiedenis van Tilburg in 18 handboekjes

Nieuw verzamelwerk over de geschiedenis van Tilburg
Delen 4, 5 en 6

Deel 4: vetkuiven en hangjongeren

Deel 3 van de kleine geschiedenis van Tilburg handelde over alle aspecten van Willem II in de stad. Het overal verkrijgbare boekje was amper een maand uit of men heeft bij Willem II al besloten om de relatie met de koning (waar het boekje over gaat!) nu eindelijk ook in de stadionnaam tot uiting te laten komen.
In de 19e eeuw was er nauwelijks een eigen identiteit voor de jeugd eenvoudigweg omdat werken al vanaf jongs af aan centraal stond in het leven. Slechts de maatschappelijke bovenlaag had vrije tijd. In de 20e eeuw gaat dit veranderen. Er zijn vele katholieke organisaties die willen zorgen voor een ‘juiste’ opvoeding van de jeugd. De uiterlijke vorm, naar de kerk gaan, blijft in Tilburg tot aan de jaren zestig in tact. Maar ondertussen worden meer wereldse zaken als sport, filmbezoek en vooral dansen erg populair. Via het patronaat tracht de kerk greep op de jeugd te houden.
Na de Tweede Wereldoorlog krijgen jongeren meer financiële mogelijkheden. Vanaf de jaren vijftig groeit het belang van een eigen muziekcultuur die overkomt uit Amerika en Engeland. Ondertussen komen er ook jeugdbewegingen die zich afzetten tegen het ‘gangbare’ patroon. De eigen muziek, kleding en gedrag van diverse groepen gaan een belangrijke rol spelen. Het uitgaansleven voor jongeren neemt sterk in belang toe. Van patronaten en sozen gaat het naar discotheken, clubs en jongerencafés. 013 is in Tilburg te beschouwen als de bevestiging van het belang van de jeugdcultuur. De enkele decennia terug verafschuwde popmuziek heeft een vaste plaats in de maatschappij.


 

Deel 5: Wevers en fabrikanten

Tilburg is natuurlijk al lang geen textielstad meer al produceert er nog een enkele bedrijf en is het Textielmuseum uitgegroeid tot een belangrijk kenniscentrum van textiel. Qua werkgelegenheid en economisch belang is de textielindustrie in de loop van de jaren tachtig afgesloten en is Tilburg definitief andere wegen ingeslagen. Maar dat neemt niet weg dat het bestaan in Tilburg eeuwenlang gedomineerd is door de aanwezigheid van de textielnijverheid. De sporen daarvan zijn nog overal in de stad te zien en dat zal nog vele decennia zo blijven. Soms moet dat ook behouden blijven omdat het een beeld geeft hoe onze voorouders gewerkt en geleefd hebben.

De oorsprong van de textielnijverheid lag op de middeleeuwse heide, waar de schapen graasden en de boeren in de wintermaanden de wol verwerkten. Vanaf de 16e, 17e eeuw werd de wolproductie in Tilburg een marktgerichte productie. De opdrachten uit de Hollandse steden speelden daarbij een grote rol. In de 19e eeuw ging Tilburg al vroeger dan elders, de fase in van industriële ontwikkeling. Er kwamen spinmachines (vanaf 1809), stoommachines als aandrijfkracht (vanaf 1827) en mechanische weefgetouwen.(vanaf 1856). Ondertussen werkten honderden wevers thuis voor de textielfabrieken. De huisnijverheid verdween pas in de 20e eeuw definitief. In de laatste decennia van de 19e eeuw ontstaan de typische hoge fabrieksgebouwen, later de uitgestrekte weefzalen. Om de positie van de duizenden arbeiders enigszins te verbeteren waren vakbonden nodig en zijn ook verschillende stakingen gevoerd waarvan die uit 1917 en 1935 de bekendste waren.
Na de Tweede Wereldoorlog is het een gouden tijd voor de wollenstoffenindustrie. De familiebedrijven hebben veel opdrachten. Vooral door internationale ontwikkelingen komt er vanaf eind jaren vijftig een einde aan een veertigtal bedrijven van naam en faam. Duizenden arbeiders moeten uitzien naar ander werk of kwamen in een uitkering terecht. In twee decennia verdwijnt de textiel vrijwel geheel.


Deel 6: Zorg en welzijn

Huize in de Bocht, Kinderheil, het consultatiebureau, het Wit-Gele Kruis, de thuiszorg zijn voor velen bekend klinkende namen die alles met de zorg te maken hebben. Soms zijn ze al voor de Tweede Wereldoorlog ontstaan. Hun brede werking in de samenleving dateert echter vooral uit de jaren vijftig en later.
Als reactie op de ellende van de jaren dertig en veertig was verzorging ‘van de wieg tot het graf’ in de jaren vijftig en later het doel dat in de samenleving werd nagestreefd. Van kraamzorg en consultatiebureaus tot sociale zorg, wonen, onderwijs, ziekenzorg en bejaardenoorden moest ‘alles’ wat vroeger grotendeels op zijn beloop was gelaten geregeld worden.

In het zesde deeltje van de serie De Kleine Geschiedenis van Tilburg van de hand van Jan Stads, Ronald Peeters en Henk van Doremalen komen tal van zaken rondom zorg, wonen en welzijn aan bod. Epidemieën, die de bevolking met grote regelmaat teisterden en zelfs nog in de jaren vijftig van de 20e eeuw voor een heuse quarantaine zorgden. Kindersterfte, die rond 1900 een geaccepteerd verschijnsel was. Gebrek aan hygiëne door onwetendheid, maar ook omdat het stadsbestuur zich weinig actief opstelde bij de aanleg van voorzieningen als riolering of waterleiding. Erbarmelijke woontoestanden waarvoor pas in de jaren twintig en dertig oplossingen kwamen.
Ook komt de geschiedenis van het eerste gasthuis tot de huidige ziekenhuizen ter sprake, de gestichten die bejaardencentra werden. Hoe al deze zaken op het gebied van zorg en welzijn zich met name in de 20e eeuw ontwikkelden is te lezen en te bekijken in dit zesde deel van de Kleine Geschiedenis van Tilburg.


14 februari 2009

Drie tentoonstelling ‘Tilburg 200 jaar stad’

1 januari 2009 t/m 31 december 2009

Het Regionaal Archief Tilburg en het Stadsmuseum Tilburg hebben ter gelegenheid van 200 jaar Tilburg stad drie opeenvolgende tentoonstellingen gepland in de hal van het archief aan de Kazernehof 75. De eerste is ‘Tilburg viert feest’ (van 1 januari – 17 april). Op de verjaardag van de stadsrechtverlening volgt de tweede tentoonstelling: ‘Tilburg krijgt stadsrechten’ (18 april – 12 september), en de laatste in de cyclus is ‘Tilburg 200 jaar op de kaart’ (13 september – 31 december). Aan deze tentoonstelling zijn ook educatieve projecten verbonden.

Tilburg viert feest
Het verkrijgen van de stadsrechten in 1809 is niet alleen in 2009 maar ook in het verleden aanleiding geweest om dit op feestelijke en grootschalige wijze te vieren. Dat gebeurde op de 100e (1909), 125e (1934) en 150e (1959) verjaardag. Van die feestelijkheden zijn vele foto´s en documentatie bewaard gebleven. De tentoonstelling laat daar mooie voorbeelden van zien.
In 1909 werd er op een open terrein, gelegen tussen de toenmalige spoorlijnen Tilburg-Breda en Tilburg-Turnhout (waar later het goederenemplacement van de NS kwam) enkele houten tentoonstellingsgebouwen opgetrokken en werd zelfs Venetië nagebootst met een heuse waterplas waarop men met bootjes kon rondvaren. Die tentoonstelling was geïnspireerd op de wereldtentoonstellingen en had als doel ‘het groot maken van de stad’. Dat kon je wel zien aan de enorme tentoonstellingshallen met levensgrote stoommachines en een recordaantal van 228 nationale en internationale deelnemende firma´s, waaronder 96 Tilburgse bedrijven.

   

Links: Venetië nagebouwd op de tentoonstelling in 1909. Rechts: de machinehal in 1909. (Coll. RAT)

Vijfentwintig jaar later werd het nog eens dunnetjes overgedaan. Het waren ongunstige omstandigheden in deze crisistijd, maar de organisatoren schrokken er niet voor terug om een grote ‘Internationale Tentoonstelling voor Handel en Industrie Stad Tilburg 1934’ op te bouwen tussen de Enschotsestraat en Molenbochtstraat. De Ringbaan-Oost werd er toen speciaal voor aangelegd, tot aan de hoofdingang van het tentoonstellingsterrein. Zes enorme tentoonstellingshallen waren in waaiervorm rondom de hoge in het oog springende entreehal gebouwd. De vrijstaande ´textielfabriek´ had een afmeting van 17 x 123 m. En net als in 1909 werd er ook nu weer een attractieterrein Venetië aangelegd.

Hart van Brabant 1959
Tilburg 150 jaar stad werd van 24 juli tot en met 16 augustus 1959 gevierd met een grote tentoonstelling in het Leijpark. Het thema van deze tentoonstelling ´Hart van Brabant´ was werken en leven in Midden-Brabant. Het doel was de centrale ligging van Tilburg in de Benelux naar voren te brengen om daardoor meer werknemers aan te trekken.
Er waren onder andere de volgende paviljoens: textiel, schoenen en leer, Brabantse industrie, sociaal leven en wonen, ´paleis voor de vrouw´, kunst, onderwijs, toerisme en landbouw. Het textielpaviljoen was met 2800 vierkante meter een van de grootste paviljoens. De wollenstoffenindustrie was in 1959 nog een heel belangrijk onderdeel van de Tilburgse nijverheid.

Openingstijden:
dinsdag t/m vrijdag 9.30-17.00 uur en iedere tweede zaterdag van de maand van 9.30-16.00 uur.
Toegang gratis.


8 januari 2009

Symbolische handeling op sterfdag bekendste Tilburg

Burgemeester Vreeman legt eerste steen Peerke Donders Paviljoen

Burgemeester Ruud Vreeman van Tilburg legt op woensdagmiddag 14 januari 2009 om 14.30 uur de eerste steen van het Peerke Donders Paviljoen. De veertiende januari (1887) is de sterfdag van de bekendste Tilburger. De eerste steen is een belangrijke symbolische handeling op weg naar de voltooiing van dit museum. Naar verwachting vindt de opening plaats op dinsdag 27 oktober 2009. Dat is de tweehonderdste geboortedag van Peerke Donders.
De eerste steen die burgemeester Vreeman gaat leggen, kreeg hij reeds overhandigd bij het startsein van de publieksactie. Deze ging van start op 27 oktober 2007. De met medewerking van het Brabants Dagblad georganiseerde publieksactie bracht 27.000 euro bijeen. Honderden particulieren tekenden door middel van talrijke kleinere donaties voor dit bedrag.

Rond de veertig regionale en landelijke fondsen, kerkelijke instanties, banken, bedrijven, ondernemingen, de provincie en de gemeente Tilburg schonken aanzienlijke bedragen. De bouw en de inrichting van het Peerke Donders Paviljoen vergen een totaalinvestering van 750.000 euro. De Stichting Peerke Donders Paviljoen heeft er op goede gronden alle vertrouwen in dat dit investeringsbedrag én de garantie voor de exploitatie van de eerste vijf jaren worden gerealiseerd.

Het Peerke Donders Paviljoen komt in het Kruiswegpark, een onderdeel van het heiligdom in Tilburg-Noord. In dit museum wordt aandacht besteed aan het leven van de in 1982 zalig verklaarde Tilburgse missionaris. Het op een moderne manier gepresenteerde hoofdthema van het museum is naastenliefde. Voor zover bekend is het nieuwe Tilburgse museum het enige ter wereld dat over de naastenliefde gaat.

Inmiddels zijn de noodzakelijke vergunningen voor de bouw van het paviljoen verkregen. Daarover heeft langdurig en intensief overleg moeten plaatsvinden met de gemeentelijke monumentencommissie, de gemeentelijke welstandscommissie en de rijksdienst voor monumenten. De kwaliteit van het plan en de situering in de natuurlijke omgeving vroegen om de nodige aanpassingen van het oorspronkelijk ontwerp. Tegelijkertijd mocht dat geen aanzienlijke verhoging van de bouw- en inrichtingskosten opleveren.

Op 28 november 2008 werd de monumentenvergunning verleend. Op grond daarvan kon de bouwvergunning worden aangevraagd. De laatste hobbel werd genomen, waarop burgemeester Vreeman op 14 januari het symbolische startsein kan geven voor het Peerke Donders Paviljoen.


    


Ontwerp Peerke Donders Paviljoen: Geert van den Oetelaar M30 Architecten, Oisterwijk.