![]() |
|||
![]() |
De koning Willem II hype | ||
![]() |
|||
|
Titel: |
De koning Willem II hype |
|
Tijdschrift: |
Inslag. Bedrijfsblad voor de gemeente Tilburg |
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
III (1999) |
|
Nummer: |
5 |
|
Pagina’ s: |
12 |
In januari j.l. werd er in de raadscommissie Algemene Beleidszaken een vraag gesteld of de gemeente Tilburg op 17 maart 1999 nog enige aandacht zou schenken aan het feit dat op die dag koning Willem II 150 jaar daarvoor in Tilburg overleden zou zijn. Een ambtelijke werkgroep kwam laat op gang, zodat het college van B & W pas op 9 maart over het voorgestelde programma een besluit kon nemen. Een week later zou er al een tentoonstelling in het Gemeentearchief over koning Willem II en zijn verblijf in Tilburg door de burgemeester worden geopend en zou tegelijkertijd een boekje het licht doen zien. Een werkweek, dat moet kunnen dacht ik. Natuurlijk heb ik het al aan zien komen. Ik had voldoende materiaal om er iets van te maken, en tenslotte: ik heb iets met die Willem II. Dat gaat al terug naar 1974 toen ik mijn eerste artikel over de in 1968 afgebroken gedenknaald in een historisch tijdschrift publiceerde. Die gedenknaald, in 1874 geplaatst op de plek waar de koning in 1849 was overleden, heeft mij niet meer losgelaten. In 1984 stelde Juniorkamer Hart van Brabant, waarvan ik toen secretaris was, een haalbaarheidsonderzoek in tot heroprichting van die gedenknaald. Er werden onvoldoende middelen vergaard voor heroprichting, maar er kon wel een eigentijdse nieuwe gedenknaald worden geplaatst die in 1987 met veel ceremonieel is onthuld. Bij die gelegenheid schreef ik een boekje over Willem II en Tilburg. Deze publicatie heb ik nu bewerkt, geactualiseerd en opnieuw laten vormgeven en drukken. Ondertussen kreeg de tentoonstelling ook vorm.

GemeentearchivarisWim Reijnders overhandigt
het eerste exemplaar van het boekje
over koning Willem II en Tilburg van auteur Ronald Peeters (midden) aan
burgemeester
Johan Stekelenburg op 17 maart 1999.
Burgemeester Johan Stekelenburg opent de
tentoonstelling over koning Willem II in
het Gemeentearchief door de gelijknamige digitale tentoonstelling in werking te
stellen.
Op 17 maart hebben zoals gezegd de eerste activiteiten van de Willem II-happening plaatsgevonden: de opening van de tentoonstelling, het verschijnen van het boekje en de opvoering van een fragment van een eenakter over koningin Anna Paulowna door de actrice Nel Kars. Op 31 maart gevolgd door een mager bezocht symposium over de betekenis van koning Willem II, en tenslotte op 3 april de zogenaamde herbegrafenis van de koning, met een rouwstoet die van het Paleis-Raadhuis via de Lancierskazerne naar het standbeeld op de Heuvel liep. En natuurlijk na afloop een bezoek aan een plaatselijke herberg. Volgend jaar wordt een groots openluchtspektakel over de vorst op het Willemsplein opgevoerd. Dat belooft wat.
We hebben veel publiciteit gekregen: kranten, tv en radio, plaatselijk maar ook landelijk. De tentoonstelling is flink bezocht en de gehele oplage van het boekje was er in enkele weken doorheen.
Alleen historische feiten
Vele keren is mij in interviews en door tentoonstellingbezoekers gevraagd naar de hardnekkige geruchten over eventuele buitenechtelijke nazaten van de koning in Tilburg. Ook Ed Schilders komt daar breedvoerig op terug in zijn column in het Brabants Dagblad van 10 april. Ik heb er in de tentoonstelling en in het boekje geen enkele aandacht aan besteed. Er zijn geen historische feiten te vinden, dus heb ik er niets mee gedaan. Maar zijn er dan geen verhalen, geen overleveringen? Natuurlijk wel. In Tilburg wordt al meer dan een eeuw de naam van Willem Hersmus of Hersmis (1832-1902) genoemd als natuurlijke zoon van Willem II. Hoe zo'n verhaal in de wereld komt, valt niet meer te achterhalen, maar Hersmus heeft er zelf wel veel aan bijgedragen dat dat gerucht voortdurend onder de aandacht van het Tilburgse publiek en ook ver daarbuiten kwam. Hij was als commissionair pakjesdrager, een zogenaamde
'witkiel', werkzaam op het Tilburgse station en hij woonde aan de Varkensmarkt. Om iets bij te verdienen, vertelde hij eenieder die het maar wilde horen dat hij de buitenechtelijke zoon van Willem II was. De goedgelovige treinreizigers verkocht hij dan een ansichtkaarten met zijn portret en de naam
'Willem' erop. Die kaarten zijn er nog. Ik ken drie verschillende exemplaren.
Maar is er reden om aan te nemen dat hij de zoon van Willem II was? En waarom kon hij zijn verhaal zo geloofwaardig maken? Ik ben de archieven maar eens ingedoken.
Op 2 december 1832 wordt de zoon van Arnoldus Hersmus en Wilhelmina Hendriks alhier te Tilburg geboren. Arnoldus (geboren te Arnhem in 1804) was op dat moment in Tilburg gelegerd als soldaat bij de dertiende afdeling Infanterie. Zijn vrouw Wilhemina kwam ook uit Arnhem, waar ze in 1811 was geboren. De aangifte van Willem geschiedde door zijn zogenaamde natuurlijke vader Arnoldus. Echter in de marge van de geboorteakte staat de aantekening van de ambtenaar van de Burgerlijke Stand, dat Willem als onecht kind pas bij het huwelijk van Arnoldus en Wilhelmina in 1834 officieel is gewettigd. Dat geschiedde overigens tegelijkertijd ook met zijn broer Lambertus die op 2 mei 1830 was geboren. Welke geheimen droeg Wilhelmina Hendriks met zich mee?
Maar nu de realiteit. In de registers van de Burgerlijke Stand van 1832 worden vele 'natuurlijke' kinderen aangetroffen van toen in Tilburg ingekwartierde soldaten. Alleen de natuurlijke vader is tot erkenning gerechtigd, maar een onderzoek naar het vaderschap werd nooit gedaan. Ik word nu toch wel erg nieuwsgierig naar andere gegevens over vermeende bastaarden van Willem II. Als ze boven tafel komen, wat ik niet verwacht, dan ga ik er beslist over schrijven.










