![]() |
|||
![]() |
De Nieuwe Koninklijke Harmonie 150 jaar | ||
![]() |
|||
|
Titel: |
De Nieuwe Koninklijke Harmonie 150 jaar |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Tijdschrift: |
Tilburg Magazine |
|
Jaargang: |
4 (1993) |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina’ s: |
54-59 |
In de periode 1850 tot 1966 gaven zij jaarlijks, totaal 112 keer, een traditioneel armenconcert. Zij traden in anderhalve eeuw op bij vele officiële gebeurtenissen, zoals tijdens onthullingen van monumenten, in historische optochten en zelfs in de lijkstoet welke burgemeester W. Mutsaers op 12 februari 1907 naar het kerkhof begeleidde. Sedert 1850 bezit de sociëteit het predikaat 'Koninklijk', en zes leden van het Koninklijk Huis aanvaardden het erelidmaatschap. De Nieuwe Koninklijke Harmonie drukt al 150 jaar een stempel op het culturele leven van Tilburg; reden voor een historische terugblik.
De Harmonie is ouder
Officieel werd op 18 september 1843 de Nieuwe Harmonie opgericht, maar uit de archiefbronnen is duidelijk gebleken dat er in Tilburg al veel langer een muziekgezelschap bestond. Het zeldzame boekje
'Ter ontluistering der Nieuwe Toneelzaal op 30 Augustus 1790' maakt melding van een muziekuitvoering. Enkele jaren later, op 24 augustus 1795, toen de vrijwording van Staats-Brabant rond de vrijheidsboom op de Heuvel werd geproclameerd, werd er een
'keurig muziek' gespeeld door een 'corps' burgermuzikanten. Naar de familienamen te oordelen, ging het hier om dezelfde muziekgroep die ook in 1790 bij de opening van de toneelzaal aanwezig was. De oprichting in 1820 van het muziekgezelschap
'De Harmonie' door enkele muziekvrienden werd in een verslag vastgelegd. Volgens de bekende muziek-historicus dr. H.J. Zomerdijk is het 'zeer wel mogelijk dat dit groepje muzikanten al langer bestond, of dat men heeft teruggegrepen naar een oude en vertrouwde situatie'. De bezetting toonde een opvallende gelijkenis met de toen bestaande Nederlandse militaire muziekkorpsen. Het gezelschap bestond uit negen personen, die twee fagotten, twee trompetten, een trombone, een serpent, een ophicleïde en twee clarinetten bespeelden. Zij gaven 's zondags concerten in café De Rustende Jager in de Rauwbraken. Bij vele officiële gebeurtenissen waren zij present, bijvoorbeeld bij de eerstesteenleggingen voor de Hervormde kerk in de Zomerstraat in 1822, voor de (verbouwde) Heikese kerk in 1826 en voor de eerste stoomfabriek in Tilburg, die van Pieter van Dooren op Broekhoven in 1827, of bij het bezoek van grootvorst Michaël van Rusland aan Tilburg in 1837 en de intocht van koning Willem II in 1841.

De 'werkende' leden van de NK Harmonie in 1867.
(Coll. RHC Tilburg).
In de jaren dertig van de vorige eeuw kon men steeds meer van een modern concertleven spreken, getuige de zogenaamde 'vrijdagavondconcerten' die de Oude Harmonie regelmatig gaf in het pand dat in 1840 betrokken werd door de sociëteit Philharmonie. Het muziekgezelschap kreeg een steeds vastere basis van bestaan, zeker toen in 1843 onder invloed van de algemene economische depressie de minister genoodzaakt was om vrijwel alle militaire muziekkorpsen op te heffen. Op 18 september 1843 werd in de bovenzaal van het Tilburgs Koffiehuis van J. van de Pas (het latere café Marinus aan de Monumentstraat) de
'Nieuwe Harmonie' opgericht. Van het gemeentebestuur kreeg men al spoedig toestemming om na
'bezetten tijd' in het lokaal te mogen verblijven, waarmee de Nieuwe Harmonie officieel als sociëteit werd erkend. Er werd een reglement opgesteld, waarin vooral aandacht werd besteed aan een boetesysteem, met name bij ongeoorloofde afwezigheid. In artikel 23 lezen we:
'Het is verboden honden mede te brengen, als ook het trappen met den voet, slaan of stampen met den stok en al wat eenige stoornis aan de Muzijk zoude kunnen geven.'
Koninklijk
De Nieuwe Harmonie verzorgde vaak concerten in het (oude) paleis van koning Willem II. Zo ontving ieder werkend lid in 1849 als dank een halve fles wijn uit de koninklijke kelders. Op 17 maart van dat jaar overleed de vorst. Bij zijn begrafenis op 3 april begeleidde de Nieuwe Harmonie de stoet met treffende treurmuziek.
In maart 1850 ontving de Nieuwe Harmonie het predikaat 'Koninklijk', zodat vanaf dat moment de naam Nieuwe Koninklijke Harmonie kon worden gevoerd. In hetzelfde jaar werden koning Willem III, de koningin-moeder en prins Frederik tot ere-leden benoemd, gevolgd in 1865 door prins Willem Nicolaas, in 1872 door de koningin-regentes en in 1903 ten slotte door prins Hendrik, die toen ere-voorzitter werd. Deze laatste bezocht de Sociëteit Nieuwe Koninklijke Harmonie in 1906.

Het onlangs gerestaureerde vaandel uit 1890.
(Foto Theo
Dekker; coll. RHC Tilburg).
De leden van de NK Harmonie waren in die beginjaren, zoals toen overal gebruikelijk, afkomstig uit de fabrikantenkringen en de gegoede middenstand. Het beoefenen van de muziek in koor- of instrumentaal verband binnen een vereniging was voor de gewone man niet weggelegd. In 1850 werd het initiatief genomen om een zogenaamd 'Armenconcert' te geven, waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan de behoeftigen binnen de gemeente. Dit was een begin van een traditie die de NK Harmonie tot in 1966 heeft volgehouden. De naam
'Armenconcert' was langzamerhand verouderd geraakt, en door de goede sociale voorzieningen had het zijn kracht en oorspronkelijke betekenis verloren.
De NK Harmonie kent en kende meerdere tradities. We denken bijvoorbeeld aan de jaarlijkse midzomerfeesten, de biljart- en kaartconcoursen (bridge) die al vanaf de eeuwwisseling worden georganiseerd, het dauwtrappen naar de St. Jan in Den Bosch, later onder invloed van de Zondagswet 'bedevaart' genoemd, en de carnavalsvieringen. In 1965 ontstond het zogenaamde neuzenbal.
Gebouw
De NK Harmonie was oorspronkelijk thuis in het Tilburgs Koffiehuis van Van der Plas aan de Monumentstraat. Dit werd te klein en in 1851 is een zaal van de Rotterdamsche Korenbeurs op de Heuvel betrokken. Hier zou men blijven tot 28 juli 1878, toen het huidige sociteitsgebouw met tuin aan de Stationsstraat in gebruik werd genomen. Dit gebouw heeft zelfs ooit nog eens dienst gedaan als stadhuis! Tijdens de verbouwing van het stadhuis in 1909, vergaderde de gemeenteraad enkele maanden in de zijzaal van de NK Harmonie.
De eerste bioscoopvoorstelling in Tilburg, door de bekende bioscoop-exploitanten Alberts Frères, werd in 1906 opgevoerd in de zaal van de sociëteit. Bij gebrek aan een schouwburg in Tilburg, vonden er in de NK Harmonie vele uitvoeringen plaats. In de jaren twintig waren regelmatig gezelschappen als het Hofstadtoneel, Speenhof en het cabaret Pissuise te gast. Er hebben in het verleden plannen bestaan om de sociëteit te verbouwen tot schouwburg. En dan op 2 november 1944 om ongeveer 19.00 uur vloog de bioscoopzaal de lucht in. Gelukkig waren er geen slachtoffers te betreuren omdat bij toeval op het laatste moment de films voor de geplande voorstelling te laat zouden aankomen en de voorstelling daarom was afgelast. De ontploffing was vermoedelijk het gevolg van een boobytrap die door de Duitsers in de kelders was verborgen. In 1942 namelijk was het gebouw door de bezetters gevorderd en er werd het Wehrmachts Heim in gehuisvest. Direct naast de Harmonie was de Ortskommandantur gevestigd. Na de bevrijding werd de sociëteit ook nog eens opgeëist door het Nederlands Militair Gezag om er de Cadi (Cantine Dienst) in onder te brengen. Het waren slechte tijden voor de NK Harmonie en de financiële nasleep van de oorlogsschade heeft nog jaren geduurd. Pas in 1958 werd een nieuwe bioscoopzaal met 666 plaatsen door de toenmalige burgemeester Becht geopend, en twee jaar later waren de lokalen van de sociëteit van een facelift voorzien.
Maar daar was ook de katholieke kerk die, zoals gebruikelijk in die tijd, het totale leven in de stad beheerste. Het bestuur van de NK Harmonie hield overal rekening mee, en raadpleegde bij twijfel de kerkelijke overheid. In 1927 bijvoorbeeld wees het bestuur het verzoek af om les te mogen geven in de charleston-dans en bovendien werd besloten dat personen beneden de leeftijd van 18 jaar niet aan bals mochten deelnemen. Het bestuur had in januari 1928 een onderhoud met de deken van Tilburg. Gedurende de zogenaamde H. Missiedagen werden door paters met donderpreken vanaf de kansel in de parochiekerken de gelovigen bewogen hun leven toch maar te beteren. De bioscoopvoorstellingen moesten tijdens die dagen maar worden opgeschort. Ook toneeluitvoeringen in de vastentijd waren bezwaarlijk.
Uitstapjes en feesten
De vorig jaar sterk aangehaalde band tussen de steden Tilburg en Turnhout is er een die al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw op cultureel gebied begonnen is. De Tilburgse muzikanten van de Liedertafel L'Echo des Montagnes (die thuis waren op het Korvel) en de NK Harmonie brachten samen nogal eens een bezoek aan Turnhout. De Harmonie van Turnhout bracht op haar beurt tegenbezoeken aan Tilburg. Dat waren in die tijd hele belevenissen waar de bevolking voor uitliep. En zo'n reis naar Turnhout verliep ook niet altijd even vlekkeloos. In 1863 werd het gezelschap aan de grens aangehouden vanwege vermeende invoer van een grote partij muziekinstrumenten die op een kar was geladen. Door tussenkomst van
'Turnhout' behoefde slechts een kleine borg te worden betaald. In Turnhout werden ze bij binnenkomst van de stad verwelkomd door schoten uit het stadskanon onder de klanken van
'Wien Neerlands bloed'. Na de erewijn speelden de Tilburgers 'Waar kunnen wij nog beter zijn' en tijdens het concert werd een 'luchtballon' opgelaten met de tekst 'Leve Tilburg'.

Erepoort op de hoek
Nieuwlandstraat-Zomerstraat bij gelegenheid
van het 25-jarig bestaan van de Nieuwe Koninklijke Harmonie in
1868. Dit is een van de oudste foto's van Tilburg. (Gedenkboek 1918;
coll. RHC Tilburg).
Vele jubilea van de NK Harmonie werden aangegrepen om er als vanzelfsprekend grote volksfeesten van te maken. Na op 7 juni weer in Turnhout te hebben gespeeld, brak op 31 augustus 1868 een groots feest los ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan. De stad was ruimschoots versierd en op enkele plaatsen stonden erepoorten opgesteld. Een daarvan, een piramidevormig ereteken, is nog op een foto vereeuwigd; het is een van de oudste foto's van Tilburg! Delen van de piramide werden publiekelijk verkocht en van de opbrengst werd een maaltijd aangeboden aan allen die aan de werkzaamheden hadden deelgenomen en aan degenen die wij nu sponsors zouden noemen. Op de uitnodiging stond wel dat mes, vork en bord moesten worden meegebracht.

Herinneringsdiploma bij het 50-jarig bestaan
in 1893. (coll. RHC Tilburg).
En dan krijgen we in augustus 1893 de viering van het gouden jubileum met een onovertroffen feest, een grote historische optocht en talrijke erepoorten in de stad, zoals tegenover het station, in de Gasthuistraat, Nieuwlandstraat en Zomerstraat. Deze gebeurtenis van een eeuw geleden is uitermate goed gedocumenteerd met onder andere gedenkschriften, tekeningen, foto's, diploma's en penningen. De historische en allegorische optocht bestond uit een stoet van 26 groepen en wagens, waaronder een groep
'muzikale narren' gerecruteerd uit de turnclub, de praalwagen 'Minerva'
voorgesteld door de schildersbond, en 'Noorse barden', zangers van de St. Jozefkring in oud-Duits kostuum. Daarna vond een drie dagen durend muziekconcours plaats met 34 deelnemende korpsen. Het feesten en muziekmaken zit de NK Harmonie al vanouds in het bloed.

Erepoort 1893 bij 50-jarig bestaan NK Harmonie op de hoek
Spoorlaan-Stationsstraat.
(Coll. RHC Tilburg)
De geschiedenis van de thans jubilerende vereniging is lang en rijk. Vele gegevens zijn bewaard gebleven. Theo Dekker heeft er veel in het onlangs verschenen gedenkboek verwerkt. Soms zijn het ook zeer opmerkelijke historische details die plotseling opduiken. Het dit jaar gerestaureerde vaandel bijvoorbeeld, dat voorgangers heeft gehad in 1850 en 1866, werd in 1890 vervaardigd. Bij die restauratie kwam er onder een van de gestikte ornamenten een papiertje tevoorschijn met vier namen. Dit waren vermoedelijk de namen van de oorspronkelijke makers uit het atelier van Piet Franken. Een petit histoire voor een belangrijke Tilburgse vereniging die nu de respectabele leeftijd van 150 jaar heeft bereikt.
Bronnen: Theo Dekker, 150 jaar Nieuwe Kon. Harmonie (1993); J.J.N.M. van der
Marck, Gedenkboek der Nieuwe Koninklijke Harmonie (1918); dr. H.J. Zomerdijk,
Het muziekleven in Noord-Brabant 1770-1914 (2 dln., 1981-1982); dr. E. van
Autenboer, 'Het "vergeten" verleden' (in bundel
Geworteld in Taxandria', 1992).










