| Vincent van Gogh in Tilburg | |||
|
Titel: |
Vincent van Gogh in Tilburg |
|
Ondertitel: |
Onbekende episode uit het leven van Van Gogh |
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Tijdschrift: |
Tilburg Magazine |
|
Jaargang: |
14 (2003) |
|
Nummer: |
1 |
|
Pagina’ s: |
16-19 |
2003 is het Van Goghjaar en dat gaat ook aan Tilburg niet ongemerkt voorbij.
Want de vermaarde expressionist, die 150 jaar geleden werd geboren, woonde
tussen 15 september 1866 en 19 maart 1868 in Tilburg. De Tilburgse periode aan
de Rijks-HBS Koning Willem II is de minst bekende uit het leven van Vincent van
Gogh. In 1903 speelde Tilburg nog een twijfelachtige rol in de historie van Van
Gogh. Vele grote doeken - nu onbetaalbaar - verdwenen in de recycling van de
textielindustrie.
Op 15 september 1866 liet de toen dertienjarige Vincent van Gogh zich in Tilburg inschrijven in het bevolkingsregister. Tilburg is dan een stad met ruim 18.500 inwoners. Noord-Brabant wordt geteisterd door een verschrikkelijke cholera-epidemie. Tot aan zijn vertrek naar Tilburg was Vincent sinds zijn elfde jaar op kostschool bij J. Provily in Zevenbergen; hij maakte daar zijn laatste jaren van het uitgebreid lager onderwijs vol.
In mei 1866 brak ook in Zevenbergen de cholera uit. En in Tilburg was het al niet beter; daar heerste de ziekte in de loop van september en oktober het ergst. In deze twee maanden werden er 64 personen door aangetast, van wie er 33 overleden. Geen goed begin.
Groepsfoto van de docenten en leerlingen
van de Rijks-HBS Koning Willem II uit de begintijd van de school. Op de voorste
rij
zittend, derde van rechts is vermoedelijk Vincent van Gogh.
Rijks-HBS Koning Willem II
Op het adres Korvel 57 ging hij in de kost bij de familie Hannik. Tegenwoordig staat er op die plaats een ander huis, en het adres is nu St. Annaplein 18-19. Vincent (geboren op 30 maart 1853) was de zoon van de Zundertse dominee Theodorus van Gogh en van Anna Cornelia Carbentus. Hij kwam uit een beschermd milieu en het moet voor zo’n jonge knaap, volop in de puberteit, een flinke overgang zijn geweest zo ver van huis te gaan. Hannik had geen beroepspension. Vincent was de enige kostganger. De chef-commies bij de belastingen J. Hannik had een zoon, Marinus, die ook op de HBS zat waar Vincent ging studeren.
Bij het zoeken naar een middelbare school hadden de ouders van Vincent weinig keus. De eerste Rijks-HBS in Noord-Brabant werd in 1866 in Tilburg opgericht. Op 3 september startte het eerste schooljaar. Het aantal leerlingen bedroeg toen 36. Vincent ging naar de eerste klas. Hij behoorde tot de groep ‘jongelingen welke genoegzaam ontwikkeld waren tot het bijwonen der lessen’. Negen hooggekwalificeerde leraren vormden het docentenkorps en zij zorgden voor een overladen lesprogramma van 34 uur. Daarbij kwamen dan nog ongetwijfeld vele uren huiswerk.
In juli 1867 vond er een overgangsexamen plaats. Twintig leerlingen namen eraan deel, waarvan tien uit de voorbereidende en tien uit de eerste klas. Slechts vijf leerlingen uit de eerste klas behaalden een gemiddeld punt boven de zes. Vincent was een goede leerling; hij kwam met een gemiddelde van 7,36 op de vierde plaats.
De voormalige school van Vincent van Gogh in 1892 (nu paleis-raadhuis).
(Foto Frans van Ameijde, 2003)
Goed betaalde tekenleraar
Er is weinig te zeggen over de mogelijke invloed die de HBS op de artistieke kwaliteiten van Van Gogh als kunstenaar in zijn latere leven kan hebben gehad. In de eerste klas kreeg hij vier uur en in de tweede klas drie uur tekenonderricht, en dan voornamelijk in handtekenen. Zijn tekenleraar was de kunstenaar en publicist Constant Cornelis Huijsmans (1810-1886). Deze volgde in 1837 zijn blind geworden vader op als leraar tekenen aan de KMA te Breda. Die functie behield hij tot 1866. Toen werd hij door de inspecteur van het middelbaar onderwijs, dr. J. Bosscha, een oud-collega van de KMA, naar Tilburg gehaald. Tegen het vorstelijke salaris van 1800 gulden – zijn collega’s kregen 600 tot 1500 gulden per jaar – werd Huijsmans de eerste tekenleraar aan de HBS.
Tekenbehoeften moesten de leerlingen zelf kopen. De leerlingen kregen de tekenlessen in het tekenlokaal op de bovenste verdieping van het voormalige paleis, dat in 1864 door de erfgenamen van wijlen koning Willem II aan de gemeente in eigendom was afgestaan om er een Rijks-HBS in te vestigen. Huijsmans bleef tot 1874 op Het Ven 21 (Piusplein) wonen, waarna hij naar ’s-Gravenhage vertrok.
Raadselachtig vertrek
In september 1867 ging Vincent naar de tweede klas. Een paar maanden later werd directeur mr. F.J.A. Fles uit zijn functie ontheven. Zijn opvolger dr. F.N. Fenger ging er flink met de bezem doorheen. De prestaties van vele leerlingen waren benedenmaats. Twee waren er al van school verwijderd. Of deze ‘verslechterde sfeer’, zoals Jan Meyers dit in zijn boek ‘De jonge Vincent’ aanduidt, ertoe heeft bijgedragen dat Vincent midden in het schooljaar plotseling op 19 maart 1868 uit het Tilburgse bevolkingsregister werd uitgeschreven, is niet bekend. Meyers noemt dit vertrek ‘het grote raadsel van zijn jeugd’ en suggereert dat de verklaring ervan ‘wel eens in het psychische vlak kan liggen’.
Feit is dat hij naar Zundert vertrok om daar een jaar en vier en een halve maand in zijn ouderlijk huis door te brengen, voordat hij in augustus 1869 in ’s-Gravenhage als jonge bediende ging werken in de kunsthandel Goupil. In deze zaak was ook zijn oom Vincent werkzaam.
Over het leven van Vincent van Gogh is veel bekend, bijvoorbeeld uit zijn brieven aan zijn broer Theo. Nergens rept hij over zijn plotselinge vertrek uit Tilburg. Toen hij in de Londense vestiging van Goupil ging werken en er een curriculum vitae moest maken, sloeg hij die periode gemakshalve over. Hij schreef zijn broer Theo op 13 juni 1873 nog wel dat hij in het Londense voorstadje Brixton een kosthuis had gevonden ‘…waar het betrekkelijk stil is. Het heeft wel iets van Tilburg of zoo…’
Vernietigd in Tilburg
Van Gogh en Tilburg hebben nog meer met elkaar gemeen. Mr. Menno Stokvis publiceerde in 1926 een welhaast onwaarschijnlijk verhaal over de lotgevallen van een groot aantal werken van Van Gogh.
In 1885 was Vincent naar Antwerpen getrokken. Zijn werken liet hij grotendeels achter bij de koster van de katholieke kerk in Nuenen, waar hij enige tijd zijn atelier had gehad. Een paar jaar later was zijn moeder, inmiddels weduwe, met de in kisten gepakte tekeningen en al dan niet bespannen schilderijen, naar Breda verhuisd. De kisten werden bij timmerman Schrauer in bewaring gegeven. En omdat er later in enkele kisten houtworm werd ontdekt, liet de familie Van Gogh deze kisten met de werken van Vincent bij Schrauer achter. Hij beschouwde zich uiteindelijk als eigenaar; de familie was er immers nooit meer naar komen vragen. Het hout gebruikte hij voor timmerwerk en in 1903 gaf hij ‘dien rommel’ aan de opkoper J.C. Couvreur mee. Volgens Stokvis moeten het zo’n zestig schilderijen op raam, honderdvijftig losse doeken, twee portefeuilles met ongeveer tachtig pentekeningen, en honderd tot tweehonderd krijttekeningen zijn geweest! En als meest dramatische alinea in zijn boek schrijft hij: ‘Couvreur bracht een wagen hoog opgeladen met Van Gogh-stukken thuis. Omstreeks honderd krijttekeningen, als waardeloos beschouwd, werden onmiddellijk verscheurd en weggeworpen. Sommige groote doeken zijn daarop aan een voddenmagazijn verkocht en gingen naar de fabriek in Tilburg om te worden vernietigd. Wellicht heeft een enkele werkman er toen voor de aardigheid een mee naar huis genomen.’ Couvreur heeft links en rechts nog wel een aantal tekeningen voor vijf of tien cent verkocht. Het is te hopen dat werknemers van de onbekende Tilburgse fabriek inderdaad een enkel werk naar huis hebben meegenomen en dat die nog eens zullen opduiken.
Herinneringen
Er zijn in Tilburg nog maar weinig zaken die herinneren aan het verblijf van Vincent van Gogh. Prof.dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt schreef er enkele studies over in de periode 1971-1973. En ook Jan Meyers heeft in 1989 (wat Tilburg betreft grotendeels gebaseerd op Van den Eerenbeemt) de schaarse gegevens in boekvorm vastgelegd.
Het is ook aan Van den Eerenbeemt te danken dat aan de voorgevel van het pand St. Annaplein 18-19, waar destijds het kosthuis van Vincent stond, in 1972 een bronzen gedenkplaat naar ontwerp van Niel Steenbergen werd bevestigd.
De oude Rijks-HBS Koning Willem II staat er ook nog. Het gebouw is in 1936 echter ingrijpend verbouwd en doet sindsdien dienst als representatief paleis-raadhuis.
En dan is er nog slechts één tekening uit de Tilburgse periode van Vincent bewaard gebleven. Het is een tekening van 28,5 bij 22,5 cm groot, voorstellende twee schetsen van een man leunend op zijn spade. Het werk, gesigneerd en gedateerd ‘V.W. v. Gogh ft. 1867’, is sinds 1990 eigendom van de gemeente Zundert. Deze tekening bevond zich voordien in de collectie van een Tilburgse particulier.
(Gedenksteen in gevel St. Annaplein
18-19;
Foto Frans van Ameijde, 2003).
De Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed heeft in samenwerking met de gemeente Tilburg een boekje over Van Gogh in Tilburg uitgebracht. Tevens heeft het Regionaal Historisch Centrum Tilburg een tentoonstelling gemaakt die van 4 tot en met 30 maart te zien is in de Openbare Bibliotheek Koningsplein. Deze tentoonstelling is ook digitaal te bezichtigen op: http://rhc.tilburg.nl






