Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Bijlage 3. Reglement op de openbare wegen, voetpaden, straten, stegen en verdere plaatsen, ter gemeene dienst van allen bestemd, in de gemeente Tilburg
Bijlage 3. Reglement op de openbare wegen, voetpaden, straten, stegen en verdere plaatsen, ter gemeene dienst van allen bestemd, in de gemeente Tilburg

 

EERSTE AFDEELING

algemeene bepalingen

Artikel 1

Onder openbare wegen verstaat men in dit reglement alle wegen, voetpaden, straten, stegen en verdere plaatsen ter gemeene dienst van allen bestemd.

Artikel 2

Dit reglement is niet van toepassing op de rijks- en provinciale wegen.

verdeeling der wegen

Artikel 3

De openbare wegen in dit reglement bedoeld, zijn:

a. wegen en voetpaden die middelen van gemeenschap tusschen deze en omliggende gemeenten zijn of die gemeenschap daarstellen met de spoorwegen;

b. straten en stegen, de rij-en landwegen en voetpaden welke de onderscheidene deelen der gemeente onderling verbinden, of gemeenschap daarstellen met openbare plaatsen, werken en inrigtingen en niet behooren onder die onder letter a bedoeld, alsmede de openbare veldwegen.

van het aanleggen en bijhouden van den legger der openbare wegen

Artikel 4

Onverwijld na het in werking treden van dit reglement, zal door Burgemeester en Wethouders een legger worden opgemaakt van alle openbare wegen in deze gemeente.

Artikel 5

Op den legger worden gebragt alle openbare wegen, door de gemeente aangelegd, of die sedert onheugelijke tijden door het publiek gebruikt zijn, onverschillig of het onderhoud is een gemeentelast, dan wel of zulks krachtens een burgerlijken regtstitel, ten laste van anderen is; ¾ en eindelijk of zij al dan niet over bijzonderen eigendom loopen, mits zij ter algemeene dienst bestemd zijn.

Artikel 6

Op den legger worden niet gebragt de wegen tot den bijzonderen eigendom behoorende, niet ter dienste van het algemeen bestemd, aangeburen gemeen zijn, of tot de erfdienstbaarheid in den zin van het burgerlijk regt behooren.

Artikel 7

Op den legger wordt bij iederen openbaren weg vermeld:

a. De naam, zoo deze bekend is;

b. De rigting of strekking;

c. De tegenwoordige breedte, zoo wel met als zonder de slooten; zoo veel doenlijk tevens de breedte volgens de kadastrale opmeting of andere bescheiden en bewijzen; bij ongelijkmatige breedte wordt deze aangewezen, waar die ongelijkmatigheid begint, tot daar waar zij eindigt;

d. de omschrijving der aanwezige werken als bruggen, duikers, heulen, riolen, vonders en dergelijke;

e. de regten van- en de verpligtingen rustende op anderen ten opzigte van het onderhoud der wegen en van de daarin gelegen werken, met vermelding van de bescheiden en bewijzen omtrent de regten van eigendom en de verpligtingen tot onderhoud;

f. al hetgeen verder in het belang van de instandhouding, bruikbaarheid, vrijheid en veiligheid der wegen wordt dienstig geacht.

Artikel 8

De legger wordt door Burgemeester en Wethouders voorlopig opgemaakt, en daarna, gedurende 30 dagen ter inzage den belanghebbenden ter secretarie der gemeente nedergelegd. Van deze nederlegging geschiedt minstens acht dagen te voren openbare kennisgeving op de gebruikelijke wijze in deze en in de aangrenzende gemeenten, alsmede in de in deze gemeente verschijnende nieuwsbladen.

Door den Burgemeester wordt proces-verbaal van de nederlegging opgemaakt.

Artikel 9

Een ieder is bevoegd tegen den legger bezwaren in te dienen. Die bezwaren moeten binnen 14 dagen, na afloop van de termijn van nederlegging, schriftelijk aan den raad ingediend zijn. De Burgemeester geeft een bewijs van ontvangst daarvoor af.

Binnen voorschreven termijn, en op dagen en ter plaatse bij de in artikel 8 bedoelde kennisgeving aangeduid, zal eene commissie uit den raad zitting houden tot het aanhooren van bezwaren die belanghebbenden mondeling wenschen kenbaar te maken; hiervan wordt proces-verbaal opgemaakt.

Na het verstrijken van den termijn worden geen bezwaren meer aangenomen.

Artikel 10

De legger wordt door Burgemeester en Wethouders, met de bewijzen van afkondiging en nederlegging in artikel 8 bedoeld, en met de bezwaarschriften, ten spoedigste aan den raad overgelegd onder bijvoeging der aanmerkingen ten aanzien van elk bezwaarschrift in het bijzonder.

Gelijktijdig met die overlegging wordt aan hen, die bezwaarschriften ingediend hebben, mededeeling gedaan van gezegde opmerkingen. Ieder is bevoegd daarvan inzage te nemen ter secretarie der gemeente en afschriften en uittreksels daarvan ten zijnen koste te vorderen.

Artikel 11

Binnen 14 dagen na de overlegging en mededeeling in het vorig artikel bedoeld, is een ieder bevoegd nadere bezwaren bij den raad in te dienen, naar aanleiding van de opmerkingen van Burgemeester en Wethouders.

Artikel 12

De raad is bevoegd ambtshalve, na verhoor van de belanghebbenden, den legger te wijzigen.

Hij wijzigt dienovereenkomstig zijne beslissing en stelt den legger met of zonder wijziging vast.

Zijne beslissing ten gevolge van ingebragte bezwaren of ambtshalve genomen, wordt onverwijld medegedeeld aan de belanghebbenden, en door openbare afkondiging in deze gemeente ter openbare kennis gebragt.

Artikel 13

De door den gemeenteraad vastgestelde legger wordt, overeenkomstig artikel 167 der Gemeentewet, aan Gedeputeerde Staten worden medegedeeld. De artikels 168, 169 en 170 der Gemeentewet zijn op den legger van toepassing.

Artikel 14

De legger dient tot grondslag ter beoordeling van alle wederregtelijke handelingen ten aanzien der wegen in het vervolg te plegen. In den vastgestelden legger, zoo noodig gewijzigd overeenkomstig de beslissing van den Koning, worden geene veranderingen gemaakt dan door den raad.

De regels voor de eerste opmaking van den legger gesteld, zijn bij iedere verandering, die niet het gevolg is van een Koninklijke beslissing, van toepassing.

De legger kan van verschillende onderdeelen der gemeente afzonderlijk worden gemaakt.

Artikel 15

Van de vaststelling van den legger geschiedt openbare kennisgeving door Burgemeester en Wethouders op de wijze in artikel 8 omschreven.

Artikel 16

Ieder is bevoegd ter secretarie der gemeente inzage van den legger te nemen of uittreksels daaruit, ten zijnen kosten, te vorderen.

Artikel 17

De bepaling van de breedte waarop de wegen in artikel 3, letter b bedoeld, moeten onderhouden worden, met of zonder slooten of greppels, geschiedt door den raad.

Artikel 18

Bij de bepaling der breedte in artikel 17 bedoeld worden de algemeene belangen, in verband met plaatselijke behoeften en aanwezige toestanden, in aanmerking genomen.

 

TWEEDE AFDEELING

politiezorg voor de instandhouding, bruikbaarheid, vrijheid

en veiligheid der openbare wegen en voetpaden

Artikel 19

Het is verboden:

1. openbare wegen te verleggen, tenzij met toestemming van den raad, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten;

2. openbare wegen af te sluiten of den doortocht te stremmen, zonder vergunning en anders dan volgens de in dat geval te geven voorschriften van Burgemeester en Wethouders;

3. huizen of getimmerten op de openbare wegen te bouwen of daarop tijdelijk eenige verblijfplaats daar te stellen;

4. te verzuimen of te weigeren aan de eerste aanmaning van Burgemeester en Wethouders te voldoen, tot het herstellen of afbreken van bouwvallige gebouwen of getimmerten, die minder dan 10 meters van den openbaren weg verwijderd staan;

5. slooten en greppels langs de openbare wegen te versmallen of daarin dammen of andere beletselen te leggen, dan met schriftelijke toestemming en naar de voorschriften van Burgemeester en Wethouders. Dammen, dienende tot uitwegen, moeten voorzien zijn van voldoende duikers of beeren, waardoor het water behoorlijk kan afstroomen, met uitzondering van die plaatsen waar dit door Burgemeester en Wethouders niet noodig geacht wordt;

6. de thans aanwezige, buiten publiek gezag of willekeurig aangelegde dammen of andere beletselen, strijdig met de bepaling van de laatste zinsnede van het vorig nummer, te behouden. De wegneming of de inrigting naar het voorschrift van Burgemeester en Wethouders moet geschieden binnen acht dagen na door gemeld college te zijn aangemaand;

7. het water van belendende gronden, van of uit huizen, fabrieken, riolen, beestenstallen, mestvaalten of dergelijke, anders dan met toestemming van Burgemeester en Wethouders, en naar de voorschriften van dat college te geven, op of onder de openbare wegen te laten uitloopen;

8. slooten, riolen of putten op of langs de openbare wegen te graven of te maken of de bestaande te behouden, anders dan met toestemming van Burgemeester en Wethouders en naar de voorschriften door dat college te geven;

9. aarde, modder, mest, vuilnis, ruigte, puin, steen, hout of dergelijke voorwerpen op de openbare wegen te plaatsen of te hebben, anders dan met toestemming van of namens den Burgemeester;

10. hengsten, stieren en andere gevaarlijke dieren langs de openbare wegen te vervoeren, anders dan behoorlijk gebonden en vastgehouden;

11. op de openbare voetpaden of over de bermen van bestrate wegen anders dan tot het wisselen, met paarden of voer- en rijtuigen te rijden of vee te drijven;

12. op openbare voetpaden te rijden met karren of wagens, door dieren bespannen;

13. ploegen op de openbare wegen om te draayen of te wenden;

14. hekken of heiningen op de openbare wegen te plaatsen of de bestaande te behouden;

15. beplantingen, boomen, palen en dergelijken te hebben tusschen openbare wegen en zoogenaamde brandputten of wolspoelen van de gemeente;

16. zonder, op schriftelijk verzoek, bekomen vergunning van den raad, op of langs bebouwde openbare straten en stegen, boomen of andere beplantingen te plaatsen;

17. langs openbare wegen boomen te planten in eene andere rigting dan door of namens Burgemeester en Wethouders aan te wijzen;

18. op of langs de openbare wegen boomen, beplantingen, uitstekende takken of eenig ander houtgewas te behouden, wanneer dit door Burgemeester en Wethouders, uit het oogpunt van de bruikbaarheid, vrijheid of veiligheid van den weg, hinderlijk wordt geacht. Wanneer Burgemeester en Wethouders schriftelijke waarschuwing tot ruiming van dergelijke boomen, beplantingen enz. hebben gedaan, zonder dat daaraan binnen 14 dagen na de dagteekening der waarschuwing, gevolg gegeven is, wordt de eigenaar geacht met de onder het laatste gemeld nommer voorgeschreeven bepaling in strijd te zijn.

Artikel 20

Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, met inachtneming van Artikel 180 der Gemeentewet, tot het ten koste der overtreders doen wegruimen, beletten of verrigten van hetgeen in strijd met dit reglement wordt daargesteld, ondernomen of nagelaten.

van boeten en straffen

Artikel 21

Het overtreden of het niet opvoegen der bepalingen, vervat in Art. 19 van dit reglement, wordt, zoover daarin niet door eene wet, een algemeene maatregel van inwendig bestuur van den Staat, of eene provinciale verordening is voorzien, gestraft als:

1: boete van ¦  15,-- tot ¦  25,-- met of zonder gevangenisstraf van één tot drie dagen;

2 en 3: boete van ¦  10,-- tot ¦  15,--, met of zonder gevangenisstraf van één dag.

4: ingevolge Artikelen 471, 5e lid en 474 van het Wetboek van Strafregt, in verband met Artikel 20 der Wet van 29 junij 1854;

5 en 6: boete van ¦  3,-- tot ¦  10,--;

7 en 8: boete van ¦  1,-- tot ¦  10,--;

9: boete van 10 tot 50 cents per strekkende el, met dien verstande dat de boete nooit minder dan ¦  1,--noch hooger dan ¦  25,-- voor elken overtreder zal zijn;

10: boete van ¦  3,-- tot ¦  10,--;

11, 12 en 13: boeten van ¦  1,-- tot ¦  3,--;

14, 15, 16, 17 en 18: boete van ¦  10,-- tot ¦  15,--, met of zonder gevangenisstraf van
één dag.

Artikel 22

Voor de toepassing van dit reglement, worden met de daarin bedoelde eigenaren hunne wettige vertegenwoordigers gelijk gesteld. Echter wordt, in geval van overtreding, indien er meerdere eigenaren in betrokken zijn, geen straf uitgesproken tegen hen die voldoende bewijzen tot de overtreding niet te hebben medegewerkt, of het hunne te hebben gedaan om aan de voorschriften van dit reglement te voldoen.

 

slotbepaling

Artikel 23

De bepalingen voorkomende in gemeentelijke reglementen of verordeningen, met de bovenstaande bepalingen in strijd, of waarin bij dit reglement wordt voorzien, zijn ingetrokken.

 

Het reglement werd door de gemeenteraad vastgesteld op 5 juni 1869 en afgekondigd door Burgemeester en Wethouders op 20 juni. De bekendmaking verscheen in de Tilburgsche Courant van 26 juni. Het reglement verscheen in gedrukte vorm als bijvoegsel van de Tilburgsche Courant van 3 juli 1869.

In dezelfde krant wordt een wijziging van Artikel 19, nummer 7 bekendgemaakt:

1. Voorloopig en tot deswege nader zal zijn beslist, toe te stemmen dat alle inrigtingen van dien aard, op den tegenwoordigen voet blijven bestaan.

2. Van de later daaromtrent te nemen beslissingen, hetzij door openbare afkonidiging, hetzij door afzonderlijke mededeeling, aan de belanghebbenden de vereischte kennisgeving te doen.

3. Door openbare afkondiging op de gebruikelijke wijze, het bovenstaande tot algemeene kennis te brengen.

En is hiervan afkondiging geschied waar het behoort, op zondag den 17 junij 1869.