Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tilburgse Bronnenreeks 4 - Inleiding
Inleiding
 

Titel:   

Inleiding

Auteurs:   

Ad de Beer en Gerrit Kobes

TBR:   

Het leven gebroken
De geschiedenissen van de Tilburgers die als gevolg van de strijd tegen Duitsland en de bezetting van Nederland om het leven kwamen

Nummer:   

4 (2002) Tilburgse Bronnenreeks

Pagina’s:   

14-16


Dit boek bevat de geschiedenissen van de Tilburgers die zijn overleden aan de gevolgen van de oorlog tegen Duitsland en de gevolgen van de bezetting van Nederland (1940-1945). Het zijn de geschiedenissen van hen die om het leven kwamen door oorlogsgeweld, door vervolging en dwang, door deelname aan de strijd tegen de bezetter, doordat zij in conflict kwamen met de bezetter.

Het zijn, zeggen wij, slachtoffers van oorlog en bezetting. Het begrip slachtoffers is breed. In feite zijn slachtoffers al degenen die blijvende schade hebben opgelopen door de oorlog en de bezetting, materieel, fysiek en psychisch. In dit boek hebben wij ons beperkt tot degenen die als gevolg van oorlog en bezetting om het leven zijn gekomen. Dat kan dus zijn als gevolg van oorlogsgeweld (bombardementen, beschietingen) en geweld dat een gevolg was van door de bezetter opgelegde maatregelen en straffen. Hun dood was een dood als gevolg van bijzondere omstandigheden die direct iets hadden te maken met oorlog en bezetting. Het verband met die bijzondere omstandigheden moet dus aantoonbaar zijn of er moet een sterk vermoeden zijn dat dat verband bestond. Ook wanneer wij het begrip slachtoffer beperken tot degenen die om het leven kwamen, zijn er nog categorieën slachtoffers die wij niet bij naam kennen, doodeenvoudig omdat zij nergens als slachtoffers werden gezien en geregistreerd. Een voorbeeld. We weten dat tijdens de bezetting het sterftecijfer steeg als gevolg van slechtere hygiënische toestanden, maar nergens is meer na te gaan wie direct als gevolg daarvan zijn overleden. Een tweede beperking in dit boek is dat het niet gaat om degenen die oorlog en bezetting verwelkomden en om het leven kwamen, terwijl zij hun vrijwillige diensten aan de bezetter verleenden of na de oorlog ter dood werden veroordeeld vanwege aan de bezetter verleende diensten.

Een kundig oordeel viel ons, ondanks de beperkingen, in veel gevallen zwaar, met name gold dit voor degenen die in Duitsland om het leven kwamen. Waren zij naar Duitsland vertrokken omdat zij lid waren van Duitse militaire of semi-militaire organisaties? Waren zij vrijwillig naar Duitsland vertrokken om daar te gaan werken of gedwongen? En wat is vrijwillig, wat is gedwongen? Om enkele voorbeelden te noemen. Iemand die zich meldde voor werk in Duitsland ging op het eerste gezicht vrijwillig. Iemand die opgeroepen werd en onderdook, maar gegrepen werd, ging gedwongen. Hij werd zelfs gestraft voor dat onderduiken. Maar wat te zeggen van de werkloze die, in de periode toen werken in Duitsland niet verplicht was, aangeboden werk in Duitsland weigerde en te horen kreeg dat zijn werkloosheidsuitkering werd ingehouden? Als hij ging, ging hij dan vrijwillig of gedwongen? Wat te zeggen van degenen die vrijwillig gingen, maar dat deden omdat zij wisten dat dit een uitweg was uit jaren van leven op of onder de armoedegrens? Wat te denken van degenen die een oproep voor tewerkstelling kregen en daaraan zonder protest gehoor gaven. Dit zijn vragen waarop geen eensluidend antwoord wordt gegeven. Het antwoord hangt af van uw mening over vrijwillig en gedwongen. Daarbij komt dat de administratie rond de Arbeitseinsatz van Tilburgers vrijwel geheel verloren is gegaan, zodat wij de motieven van de verschillende slachtoffers om in Duitsland te geen werken niet kennen. Wel konden wij achterhalen, via het politiearchief, wie zich onttrokken aan tewerkstelling in Duitsland en opgespoord werden en degenen die in Duitsland terechtkwamen als lid van een militaire of semi-militaire organisatie van de bezetter en daar overleden. De overigen hebben wij, tenzij wij andere aanwijzingen hadden, het voordeel van de twijfel gegeven.

Eenmaal geboren in Tilburg, blijf je een Tilburger. Dat wordt chauvinistisch wel eens gezegd. Wij zijn toch wat afgeweken van deze uitspraak. Onder Tilburgers verstaan wij degenen die stonden ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente Tilburg op het moment dat zij om het leven kwamen of op het moment dat zij vluchtten of gedeporteerd werden. Bij vlucht of deportatie was het namelijk de gewoonte om iemand uit te schrijven. Wij zijn van mening dat zij inwoners van Tilburg bleven, omdat de uitschrijving het gevolg was van de bijzondere omstandigheid die uiteindelijk leidde tot hun dood.

In eerste instantie zijn dus de namen verzameld van alle Tilburgers die in verschillende bronnen geregistreerd staan als oorlogs- of bezettingsslachtoffers. Hun namen zijn opgenomen in een databank van (niet-joodse) slachtoffers en in een databank van de joodse gemeenschap in Tilburg. Beide databanken berusten bij het Regionaal Historisch Centrum Tilburg.
Schrijven wij over bepaalde personen zonder bronvermelding, dan is onze informatie steeds terug te vinden in de databanken.

In dit boek staan de namen van degenen die slachtoffer werden van maatregelen van de bezetter, met de bezetter in conflict kwamen, actief de aanvaller en bezetter bestreden of meer passief het slachtoffer werden van oorlogsgeweld. Niet altijd zijn al hun namen te achterhalen. Zo werd het samenstellen van dit boek een hachelijke zaak, vooral ook omdat bovendien de gevonden informatie over een slachtoffer niet altijd eensluidend is. Er bestaan overlijdensregisters, lijsten met namen van en informatie over overledenen, memorboeken. Maar de gegevens daarin verschillen soms zo veel van elkaar dat de informatie met de nodige achterdocht moet bekeken worden. En dan nog blijft men zich afvragen van hoeveel oorlogs- en bezettingsslachtoffers de namen niet zijn opgeschreven. We hebben geprobeerd de werkelijkheid zo dicht mogelijk te benaderen, maar hebben dat gedaan in het besef dat de informatie vatbaar is voor aanvullingen en verbeteringen. Dat willen wij dan graag horen.

De slachtoffers zijn ondergebracht in negen hoofdstukken die in grote lijnen chronologisch zijn gerangschikt.

* Het boek begint in de meidagen van 1940 met de luchtoorlog boven Tilburg (‘De meidagen van 1940’). Het stationsemplacement werd op 10 mei gebombardeerd, (althans dat was de bedoeling). Daarbij kwam een bom terecht in de Noordstraat, met noodlottige gevolgen: 14 doden. Ook de Bredaseweg en omgeving kregen het zwaar te verduren: zes Tilburgers, twee niet-Tilburgers en zeven Nederlandse militairen worden daarbij gedood. Tilburgse militairen streden op verschillende fronten in Nederland tegen de overvaller: 19 verloren daarbij hun leven. Vier Tilburgse militairen kwamen om het leven voor de Belgische kust aan boord van de ‘Pavon’ en één in Noord-Frankrijk.

* Het tweede hoofdstuk ‘Deportatie en vernietiging’ behandelt de deportatie en de (poging tot) vernietiging van het joodse volksdeel van Tilburg. 133 Joden overleefden de vervolging niet. Dat is ruim 44% van de 302 Tilburgse volle joden. Hun leven eindigde onder gruwelijke omstandigheden in concentratiekampen, vooral in Polen: Auschwitz en Sobibor.

* Het Duitse leger had steeds weer behoefte aan aanvulling van manschappen. Er ontstond zodoende een tekort aan werkkrachten. Deze tekorten wilden de Duitsers aanvullen met werkkrachten uit de bezette landen, aanvankelijk, tot eind maart 1942, op vrijwillige basis, daarna als dienstverplichting (Arbeitseinsatz). Velen probeerden deze verplichting te ontduiken, wat niet altijd lukten door controles en razzia’s gehouden door de Arbeitseinsatzpolizei (de Ommense politie). Onder vaak erbarmelijke omstandigheden – slechte huisvesting en voeding – stierven Tilburgers in Duitsland. Dat wordt in hoofdstuk 3 ‘Werken in Duitsland’ op overzichtelijke wijze uitgewerkt.

* Hoofdstuk 4 ‘Wegens illegaal werk’ behandelt de slachtoffers van de Illegaliteit. Al vrijwel direct na de capitulatie van ons land in 1940 ontstonden er verzetskernen, ook in Tilburg (paramilitair verzet, geestelijk verzet en communistisch verzet). Het georganiseerde verzet dat zich na 1942 ontwikkelde, was in Tilburg vooral administratief verzet, onderduikwerk, escapewerk en geestelijk verzet. Minder ontwikkeld was het gewapende verzet. In dit hoofdstuk staan de verzetsmensen die als gevolg van hun verzet het leven lieten, de aard van hun verzet en eventuele activiteiten waar zij bij betrokken waren.

* Het waren niet alleen verzetsmensen die door de Sicherheitspolizei werden gezocht. Al degenen die zich schuldig maakten aan ‘andere tegen de bezettende macht gerichte activiteiten’, en dat moet men heel breed zien, werden door of namens de Sicherheitspolizei opgespoord en veroordeeld door een Duits gerechtshof of meteen overgebracht naar een concentratiekamp. In dit hoofdstuk (‘Wegens andere tegen de bezettende macht gerichte activiteiten’) staan alle slachtoffers die, onder deze noemer vielen en om het leven kwamen in concentratiekampen of gefusilleerd werden. In dit hoofdstuk staan ook alle Tilburgers die op grond van de Uitzonderingstoestand, afgekondigd begin september 1944, het leven lieten. Vanaf dat moment namelijk hadden Duitse militairen het consigne om al degenen die betrapt werden op benadeling van het Groot-Duitse Rijk, zonder vorm van proces te fusilleren of neer te schieten.

* Nog niet besproken zijn de Tilburgers die tijdens de bezetting om het leven kwamen als gevolg van oorlogsgeweld (luchtaanvallen en beschietingen vanuit de lucht), het neerstorten van een Duits vliegtuig dat bij de nadering van Tilburg in moeilijkheden raakte en neerstortte op huizen in de Van Hogendorpstraat, ontploffing van explosieven en fatale incidenten (zoals een vuurgevecht tussen leden van de Sicherheitspolizei en het georganiseerde verzet in de IJzerstraat, het getroffen worden door een brokstuk van een brug die door de Duitsers opgeblazen werd en het lukraak neergeschoten worden door passerende Duitse militairen). Zij zijn ondergebracht in hoofdstuk 6 ‘Bezet’.

* Niet in hoofdstuk 6 zijn opgenomen de slachtoffers van de beschietingen, vlak voor de bevrijding. Zij staan vermeld in hoofdstuk 7 ‘De donkere zijde van de bevrijding’. Vanaf 14 oktober 1944 kwam Tilburg in de vuurlinie te liggen en op verschillende punten van de stad kwamen granaten neer. Vooral Broekhoven werd toen zwaar getroffen. Dit hoofdstuk wil gedenken al degenen die slachtoffer werden van de bevrijding, degenen voor wie de bevrijding te laat kwam.

* Maar ook na de bevrijding vielen er in Tilburg veel slachtoffers door oorlogsgeweld. Hoofdstuk 8 ‘Bevrijd’ begint met de gevreesde V-1, waarvan de eerste op 18 december 1944 neerstortte op Vijfhuizen. Velen zullen zich nog het drama herinneren van het neerstorten van een V-1 in de Minister Talmastraat (1 februari 1945) en op Huize Mariëngaarde (2 februari 1945): 38 slachtoffers. Het front kwam weliswaar tot stilstand bij de Maas, maar Tilburg was nog bereikbaar voor verdragend Duits geschut. Een groot aantal slachtoffers viel er te betreuren in de Hasseltstraat op 17 januari 1945: in totaal 16. Verrassend was het bombardement op 21 februari 1945, waarbij veel slachtoffers (vooral kinderen) te betreuren vielen in de omgeving van het Wilhelminapark. In dit hoofdstuk wordt ook aandacht besteed aan de gevolgen van de ontploffing van achtergebleven explosieven. Afgesloten wordt met een aantal fatale incidenten, waarbij in de meeste gevallen leden van de Binnenlandse Strijdkrachten betrokken waren.

* Het boek wordt afgesloten met een hoofdstuk over de Tilburgers die om het leven kwamen, terwijl zij meevochten aan de zijde van de geallieerden (hoofdstuk 9 ‘Aan geallieerde zijde’). Hieronder bevonden zich leden van de landmacht, de luchtmacht en Marineluchtvaartdienst en een geheim agent die in Nederland gedropt werd en in Duitse handen viel in het kader van het beruchte Englandspiel.