|
|
|
|
|
Alles was gericht op
vernedering Tilburger Embrecht van Os onder curatele van de SS, 1943-1945 Embrecht van Os (bewerking Ad de Beer) |
|
|
|
| Uitgave: | 2007 |
|
| Reeks: | Tilburgse Bronnenreeks 5 | |
| ISBN: | 978-90-74418-16-4 | |
| Omvang: | 224 blz. | |
| Redactie: | drs. Henk van Doremalen en Ronald Peeters | |
| Oplage: | 1.000 | |
| Sponsors: |
Inleiding
Op maandag 8 november 1943 schreef de wachtcommandant van de Gemeentepolitie
in Tilburg in zijn dagrapport:
“24.00 Uur. Door de opperwachtmeester Gerrits aan het bureau gebracht en in
arrest gesteld:
Embrecht van Os, geboren te Tilburg 15 October 1920, klerk, wonende te
Tilburg Merodeplein 17. Zit in cel 10, band 14. (S.D.)”
Embrecht was op het moment van de overval niet thuis. Zijn zus wel. Zij
vertelde:
“Op een avond eind 1943 was Embrecht bij de overbuurman aan het schaken,
toen er een overvalwagen de Merodestraat kwam ingereden.
Soldaten sprongen er uit en gingen achter de poort. Twee kwamen aan de
voordeur en belden aan. Vader deed open, ze vroegen waar zijn zoon Embrecht
was.
Vader was heel blij dat hij niet thuis was, maar daar namen zij geen
genoegen mee.
Het hele huis werd van zolder tot kelder onderzocht, maar geen Embrecht te
vinden. Ze waren woedend.
Moeder was doodzenuwachtig, want uiteindelijk moest vader dan maar mee. Hij
vond dat niet erg, want hij wist van tevoren dat zij hem niet lang vast
zouden houden.
Terwijl hij zijn jas aandeed, ging de voordeur open. Embrecht kwam thuis van
een gezellig avondje schaken. Hij liep recht in de val.”
Embrecht was opgeroepen om in Duitsland te gaan werken in het kader van de
Arbeitseinsatz. Hij had het Arbeidsbureau gevraagd na te gaan of hij hiervan
vrijgesteld kon worden. Hij dook niet onder en bleef werken op Publieke
Werken in Tilburg. Nog voordat hij op zijn verzoek om vrijstelling een
antwoord kreeg, werd hij als ‘weigeraar’ gearresteerd. Of zoals hij zelf
vertelde:
“In September 1943 kreeg ik bericht, dat ik, niet in verband met mijn
leeftijd, maar als jeugdig ambtenaar (22 jr.) in het kader van de
Arbeitseinsatz van 5% van het overheidspersoneel, in Duitsland moest gaan
werken. Hierover is door mij contact opgenomen met de Heren Ketelaars en
Klompenhouwer van het Arbeidsbureau om na te gaan welke maatregelen genomen
konden worden om mij hieraan te onttrekken.
Door inlevering van mijn distributiebescheiden en door een mij niet bekende
manipulatie op ’t Arbeidsbureau was ik, terwijl ik mijn werkzaamheden als
ambtenaar op Publieke Werken normaal bleef verrichten, voor het Duitse Gezag
in Duitsland tewerkgesteld. Dit heeft ongeveer een maand geduurd, totdat ik
geheel onverwacht op 8 November ’43 te middernacht door de later
veroordeelde en gefusilleerde S.D. handlanger Gerris met 8 man assistentie,
aan huis ben gearresteerd.”
Hij verbleef twee weken op het politiebureau voor ondervraging. Dat was
vreemd, want arrestanten werden meestal na een of twee dagen doorgestuurd.
Volgens Embrecht had dit te maken met argwaan van de Duitsers over het
optreden van leden van het Arbeidsbureau. Op woensdag 24 november 1943
(hijzelf zegt op 23 november 1943) werd hij op transport gesteld naar
’s-Hertogenbosch om vandaar overgebracht te worden naar het concentratiekamp
Amersfoort. En weer noteerde de wachtcommandant van de Gemeentepolitie in
zijn dagrapport:
“7.00 Uur. Is de arrestant van Os, met Opperwachtm. te Marvelde op transport
naar Den Bosch voor overgave aan de transport colonne voor verder transport
naar Amersfoort.”
Het staat er zo koel, maar het was het begin van een lijdensweg vol emoties,
die pas eindigde toen Embrecht na een verblijf in het:
- Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort (24 november 1943 tot en met 17
april 1944),
- het concentratiekamp Buchenwald (20 april 1944 tot en met 2 november 1944
en
- een gedwongen tewerkstelling onder toezicht van de SS in Langenstein (4
november 1944 tot en met 10 april 1945) in en bij het vernietigingskamp
Zwibergen,
- op 9 mei 1945 weer thuis terugkeerde. Of zoals hij het zelf kort vertelde:
“Ondergetekende, Embrecht van Os, wonende Merodeplein 17 te
Tilburg,geboren 15 October 1920 is op 8 November 1943 in het ouderlijk
woonhuis, Merodeplein 17, door Piet Gerritsen gearresteerd op grond van het
zich onttrekken van tewerkstelling in Duitsland. Op 23 November 1943 is hij
van het Politiebureau te Tilburg overgebracht naar het Polizeiliches
Durchgangslager te Amersfoort en aldaar veroordeeld tot 8 maanden kampstraf,
welke kwijt gescholden zouden worden indien hij zich meldde voor
SS-frontarbeider, hetgeen hij met nog enkele anderen geweigerd heeft. Op 18
April 1944 is hij echter met een transport naar Duitsland gezonden om zg. in
vrijheid te gaan werken, doch is met dit transport op 20 April in Buchenwald
aangekomen, alwaar hij tot 2 November 1944 is verbleven. Vandaar uit is hij
met ±120 andere hollandse gevangenen ontslagen om tewerk gesteld te worden
op een geheime Baustelle onder toezicht van de SS in de nabijheid van
Halberstadt.
Daar werden wij tewerkgesteld onder de grond, om met behulp van 4000
gevangenen van een buitencommando van Buchenwald een fabriek te bouwen.
(K.L. Zwibergen)
Op 11 April werden wij door de Amerikanen bevrijd, nadat op 10 April de SS
gevlucht was.
Op 9 Mei 1945 ben ik thuis teruggekeerd.”
Eenmaal weer thuis heeft hij zijn ervaringen in Amersfoort, Buchenwald en
Langenstein opgeschreven in drie delen.
Het eerste deel: P.D.A. Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort beschrijft
zijn verblijf in Amersfoort. Het is met de hand geschreven.
Het tweede deel: 47447 (het gevangenennummer van Embrecht in Buchenwald)
gaat over zijn verblijf in Buchenwal. Dit deel is getypt.
Het derde deel: Burger-Häftling bespreekt zijn ervaringen in Langenstein.
De drie delen hebben wij (vanwege de leesbaarheid) van tussenkopjes
voorzien, een enkele keer een voetnoot ter verduidelijking toegevoegd en
samengevoegd tot één bronnenpublicatie, getiteld:
Alles was gericht op vernedering. Tilburger Embrecht van Os onder
curatele van de SS, 1943-1945
Daarbij is de oorspronkelijke spelling, inclusief taal- en spelfouten,
gehandhaafd.
Met een scherp opmerkingsvermogen observeert Embrecht wat hij gezien en
ondergaan heeft. Gezien en ondergaan, want hij was geen toeschouwer, maar
iemand die direct betrokken was bij de wreedheden en vernederingen door de
SS. Hij was geen willoos slachtoffer, maar een gevangene die steeds zocht
naar geestelijke en niet-geestelijke ontsnappingsmogelijkheden uit de
ellende die hij ondervond. Geestelijk door zijn rotsvast geloof in de
Katholieke godsdienstige opvattingen en waarden, niet-geestelijk door zich
waar mogelijk te onttrekken aan de regels van de SS en door sabotage tijdens
de (dwang)arbeid.
De eerste ervaringen met het optreden van de SS in Amersfoort roepen bij hem
vragen op als:
“Is dit werkelijkheid? Bestaat zoiets in de beschaafde 20e eeuw? Blijft
dit zo doorgaan?”
Zijn antwoord is dan:
“Heel het systeem was erop gericht de Häftlingen murw te maken, te
vernederen en hen een zodanige angst voor deze verschrikkingen bij te
brengen, dat zij zich in de toekomst wel zouden wachten iets tegen het
nationaal-socialisme en zijn handlangers te ondernemen, hetgeen toch vaak
een averechtse uitwerking heeft gehad.”
Het klinkt afstandelijk, maar dat zijn zijn memoires zeker niet. Wat moet
men zich bij deze verschrikkingen voorstellen? In het verslag staan hiervan
tientallen, soms afgrijselijke voorbeelden. Om er enkele te noemen:
urenlange appèls in regen en koud, vloeken en tieren door SS’ers,
afranselingen, het martelen van gevangenen tot de dood erop volgde, het
opzettelijk martelen en neerschieten van gevangenen tijdens het verrichten
van dwangarbeid, het misbruiken van gevangenen voor dodelijke medische
proeven, het laten verongelukken van gevangenen bij dwangarbeid door
onervarenheid en gebrek aan veiligheidsmaatregelen enzovoort.
Mensenlevens waren niets waard. Sarcastisch merkt Embrecht op dat wanneer
een SS’er zijn hond op je afstuurde, je beter met die hond te maken kon
hebben dan met de SS’er.
En dan hebben we het nog niet over de jammerlijke huisvesting, de primitieve
hygiënische verzorging en het zeer slechte, dikwijls bedorven voedsel.
Een onuitwisbare indruk maakte op hem het onmenselijke werken in de
steengroeve bij Buchenwald, waar tevoren vastgestelde gevangenen in koelen
bloede werden neergeschoten.
Onuitwisbaar waren ook de indrukken van verminkte doden en gewonden na een
geallieerd bombardement op een fabriek naast Buchenwald, waar hij bij de
bouw was ingezet.
Begin november 1944 werd Embrecht ontslagen uit het concentratiekamp
Buchenwald. Hij was in april 1944 met ongeveer 500 gevangenen vanuit
Amersfoort op transport gezet naar Rheine om daar te gaan werken. Maar omdat
men daar niet op de komst van hem en zijn metgezellen voorbereid was, werd
het transport doorgestuurd naar Buchenwald.
Oudgediende gevangenen in Buchenwald, die werkten op de Politieke Afdeling
in het kamp, vertelden dat het verblijf in Buchenwald maar tijdelijk zou
zijn. Hij werd met nog ongeveer 120 Nederlandse medegevangenen uit
Buchenwald ontslagen en op transport gezet naar Langenstein om daar
tewerkgesteld te worden in een onderaardse fabriek in aanleg, waar al 4000
gevangenen van het vernietigingskamp Zwibergen (een buitencommando van
Buchenwald) onder erbarmelijke omstandigheden werkten.
Embrecht is dan geen concentratiekampgevangene meer, maar werkte wel onder
toezicht van de SS. Het gevaar dreigde - en het is ook gebeurd - dat de
vrijgelatenen uit Buchenwald veroordeeld werden tot het concentratiekamp
Zwibergen. Hij was toen niet meer in de hel, maar werkte als metselaar in
een onderaardse fabriek op de rand ervan, onder omstandigheden die verre van
normaal waren.
Later, als assistent-landmeter bij de burgerlijke Bauleitung van het
fabrieksproject in Langenstein, wist hij meer afstand te scheppen tussen
zichzelf en de SS en zijn leefomstandigheden te verbeteren.
Het laatste deel van zijn memoires gaat over de naderende bevrijding: de
geallieerde bombardementen op Halberstadt, vlak bij Langenstein, het
wegtrekken van de SS, Wehrmacht, Volkssturm en Hitlerjugend, de ontmoeting
met de Amerikaanse bevrijders en de roes van de bevrijding. Uiteindelijk
beschrijft hij de toestand in het verzamelcentrum in Halberstadt, vanwaar
hij naar Tilburg terugkeerde.
Maar dan eindigen plots zijn aantekeningen. … Zijn zus schreef daarin
achteraf de tekst:
“Dit boek heeft nooit een einde gekregen, waarom niet? Hij had er genoeg
van, van al die ellende.”
De samensteller
Ad de Beer
Inhoud
Inleiding
I Amersfoort
Een eerste kennismaking met het kamp Amersfoort
Het Rode Kruis en het Sint Nicolaasfeest 1943
Het concentratiekampsysteem
Geen SS-Frontarbeider
In het Bunkerbaukommando
Kerstmis 1943
Een Durchgangslager
II Buchenwald
Aankomst en ontvangst
IIa In het quarantainekamp
Opstaan
Eerste confrontatie met doden
De eerste dagen in het quarantainekamp
Naar het toilet
Dwangarbeid (1)
Laat alle hoop maar varen
De oudgedienden
Optreden tegen dieven
Krankzinnigheid
Dwangarbeid (2)
Het gezamenlijk baden
De ellende van de modder
Waarom waren wij naar Buchenwald gestuurd?
Visuele registratie
Dwangarbeid (3)
Vrijgesteld van werk
IIb In het grote kamp
Huisvesting
Belangrijke interne functies
Het grote kamp verkennen
De keuken
De aardappelkelder
Speciale behandeling
Aparte kampjes
Executies
Weer aan het werk
Het avondappèl
Pinksteren 1944
‘Zorg’ voor hygiëne en ondervoeding
Risico’s van de dwangarbeid
Werk in een ander Kommando
Kommandoführer Peters
Sabotage
Kommandoführer Beckers
Bijzondere genoegens
Prominente gevangenen
Donderdag, een beetje feestelijke stemming
Brieven en pakketjes van thuis
Levensomstandigheden
Weer werken in Halle 13
Angst voor luchtaanvallen
Bijzondere transporten naar Buchenwald
Wat deed het Nederlandse Rode Kruis voor ons?
Het roken van een sigaret
Halle 13 voor V-wapens
Bombardement van de Gulstloffwerke
Hulpverlening aan de gewonden
Verbranden van de doden
De dag na het bombardement
De kamppolitie assisteren
Zich drukken van het verplicht werken
Herstelwerkzaamheden in Bau I
Luieren = saboteren
Voedsel bemachtigen
Vechtpartijen op leven en dood en ingrijpen van de kamppolitie
Primitieve gezondheidszorg en vriendjespolitiek
Ongewone gevangenen en bewakers
Werken in het zwaar beschadigde fabrieksketelhuis
Ons vertrek uit Buchenwald
Katholiek godsdienstig leven in Buchenwald
Bijzondere gevangenen in Buchenwald
Internationale bevolking in Buchenwald en alle rangen en standen
De SS-élite
Een ongeschreven wet
De Buchenwaldwegwijzer
Bevrijding van Buchenwald en het aantal slachtoffers
III Langenstein
Naar Langenstein
Op verkenning …
Werken als metselaar
Werken in de onderaardse fabriek
Ongezonde werk- en leefomstandigheden
Het concentratiekamp Zwibergen (1)
Onder voogdij van de SS
Sabotage in soorten
Het werkschema
Op rooftocht
Onhygiënische toestanden (1)
Contacten met thuis!?
Onhygiënische toestanden (2)
Het concentratiekamp Zwibergen (2)
Een nieuwe werkkring bij Bauleitung
Het concentratiekamp Zwibergen (3)
Leven bij de gratie van misverstanden
Moeilijkheden met een motortje
Meten in het concentratiekamp Zwibergen
Het concentratiekamp Zwibergen (4)
Meten in een tunnel
Na het meten toch de fabriek in
Een vaste aanstelling bij de Bauleitung
Achteroverdrukken, schooien en stelen
Kerstmis 1944
Luchtaanvallen (1)
Over paardenvlees en paardenvet
Verdacht van spionage
Luchtaanvallen (2)
Het concentratiekamp Zwibergen (5)
Op weg naar de bevrijding
Bevrijd
In de roes van de bevrijding
In afwachting van repatriëring
Naar Nederland!!!
Nawoord
Mijn Vader (Elly de Man- van Os)
Mijn herinneringen (Kiki Kint-van Os)
Mijn verhaal (Vera Kint- van Os)





.jpg)