|
|
|
|
|
Bladeren door Tilburg 25 jaar tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
|
|
| Uitgave: | 2008 |
|
| Reeks: | Tilburgse Historische Reeks 14 | |
| ISBN: | 978-90-74418-17-1 | |
| Omvang: | 144 blz. | |
| Redactie: | drs. Henk van Doremalen, drs. Jeroen Ketelaars, Ronald Peeters en ir. Rob van Putten | |
| Oplage: | 1.100 ex. | |
| Sponsors: | Stichting Jacques de Leeuw, Drukkerij Gianotten, C.J.M. van Gaal BV, Daedalus, Melis Holding BV, Selexyz Gianotten, F. van Lanschot Bankiers NV, Tivolifonds |
Inhoudsopgave
Hugo Backx
Voorwoord
Een zilveren jubileum van een Tilburgs tijdschrift
De redactie
Inleiding
Cor van der Heijden
Een pronkjuweel om te koesteren
Joost Op ’t Hoog
Monumentenzorg en Archeologie
Ed Schilders
Vijfentwintig voetnoten bij een geschiedenis vol raadsels
Ronald Peeters
Inhoudsopgave van Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumen¬ten
en cultuur, jaargangen I-XXV (1983-2007)
Ronald Peeters
Overzicht van de uitgaven uit de Tilburgse Historische Reeks en de
Tilburgse Bronnenreeks (1992-2007)
Bijlage
Bestuursleden Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed
1975-2007
De auteurs
Inleiding
Op 13 mei 1975 vond de oprichtingsvergadering plaats van wat
Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed zou gaan heten. Sinds 1983
fungeert ze als de uitgever van Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis,
monumenten en cultuur. Het boek dat nu voor u ligt, verschijnt ter
gelegenheid van het zilveren jubileum van dit blad. Onderstaand schetsen we
de geschiedenis van het ontstaan van de stichting, het ontstaan van het
tijdschrift, de weg naar boekuitgaven en ten slotte de inhoud van dit
speciale nummer van de Tilburgsche Historische Reeks.
Ontstaan van de stichting
De sloop van de bekende Tilburgse spinnerij Pieter van Dooren aan de
Hilvarenbeekseweg en het oude postkantoor aan de Willem II-straat, begin
1975, veroorzaakten veel commotie. Een aantal groeperingen zocht contact met
elkaar om sloop van waardevolle panden in de toekomst te voorkomen.
Voorgesteld werd om te komen tot de oprichting van een stichting voor milieu
en monumenten. Deelnemende organisaties waren destijds:
- Heemkundekring ‘Tilborch’
- Werkgroep Binnenstad
- Werkgroep Leefbaarheid
- Academie voor Bouwkunst
- Brabantse Milieufederatie
- Werkgroep 2000
- Bond Heemschut
Het kwam tot een voorlopig bestuur. Nadat de akte op 9 juni 1975 werd
gepasseerd voor notaris L. Simons kwam een officieel bestuur tot stand
bestaande uit: dr. F. van Puijenbroek, voorzitter, drs. M.W.J. de Bruijn,
secretaris en A.Th.J. van Leeuwen, penningmeester. Na het overlijden van Van
Leeuwen en het vertrek van De Bruijn naar Utrecht, beide in 1980, kwam mr.
A.J.M. Poelman als nieuwe penningmeester en ir. Rob van Putten vanuit de
heemkundehoek als secretaris.
Dat bestuur (Van Puijenbroek, Van Putten en Poelman) is in de periode
1980-1982 slechts enkele keren bijeen geweest. Dit waren zeer informele
‘vergaderingen’, die niet genotuleerd zijn. Er werden in die tijd door de
stichting geen activiteiten ontplooid. Immers, de primaire doelstelling was
al sinds 1976 overgenomen door de gemeentelijke monumentencommissie, waarvan
Van Puijenbroek de eerste voorzitter werd. De enige andere activiteit (vóór
1980) van de stichting was het maken van een diaserie in tweevoud getiteld:
Textielbebouwing, Verleden en Perspectief. Hiervoor werd een
subsidie ontvangen van de provincie. De diaseries bevinden zich sinds 1980
in het textielmuseum.
Een nieuw bestuur, een nieuw tijdschrift
Wegens vertrek naar Arnhem kondigde Van Puijenbroek in de loop van 1981 aan,
zijn functie te willen neerleggen. Ook Poelman stelde zijn functie ter
beschikking. Aan de orde kwam nu: opheffen van de stichting (voorkeur Van
Puijenbroek en Poelman) of nieuwe bestuursleden zoeken en doorgaan. Doordat
Ronald Peeters en drs. Ton Wagemakers bereid bleken om toe te treden tot het
bestuur, was het voortbestaan van de stichting (voorlopig) gered. De
stichting had nog een bedrag van ruim 2500 gulden in kas, afkomstig van de
geliquideerde Stichting Kunstkring.
De eerste bestuursvergadering in de nieuwe samenstelling vond plaats op 26
mei 1982. Aan de notulen is het volgende ontleend: “Als een van de eerste
activiteiten zouden we kleine boekjes kunnen gaan uitgeven over monumenten.
Ze moeten voor het grote publiek geschreven worden en educatief van karakter
(ook ten behoeve van het onderwijs, in de vorm van extra werkcahiers).”
Gedacht werd o.a. aan de Goirkestraat, weverswoningen en pleinen.
De tweede vergadering vond plaats op 24 februari 1983. Kort daarvoor had het
bestuur van de heemkundekring aangekondigd definitief te stoppen met de
uitgave van het tijdschrift Actum Tilliburgis. Dat was voor de
Stichting de reden om het idee van kleine boekjes te laten varen en een
nieuw tijdschrift op te richten. Drukkerij Gianotten werd de huisdrukker en
Neerlandicus Wil Sterenborg werd de vaste corrector van de Stichting.
Inmiddels was Theo de Jong Ton Wagemakers als penningmeester opgevolgd.
Eerste redacteuren van het nieuwe tijdschrift waren Ronald Peeters, Ton
Wagemakers en Rob van Putten. Vanaf 1986 trad drs. Henk van Doremalen toe
tot het bestuur en de redactie. In 1987 trad Ton Wagemakers uit de redactie
en het bestuur vanwege de aanvaarding van een werkkring buiten Tilburg.
Naast het tijdschrift ook een boekenserie en een website
Omstreeks 1990 liep de redactie, toen bestaande uit Henk van Doremalen en
Ronald Peeters, er tegen aan, dat voor royale bijdragen geen ruimte was in
het tijdschrift, maar dat het in Tilburg ook ontbrak aan andere
publicatiemogelijkheden. Expliciet voorbeeld waren de specials over de
brandweer en de openbare bibliotheek. Beide waren veel meer dan een
uitgebreid tijdschriftartikel en zouden dus feitelijk als monografie niet
hebben misstaan. De redactie heeft toen in overleg met het bestuur, de
Tilburgse Historische Reeks opgezet. Zeventien jaar nadat de stichting
met de reeks van start ging, verschijnt nu al weer het veertiende deel. De
redactie is in handen van Henk van Doremalen en Ronald Peeters.
Vrij snel daarna kwam ook een bronnenreeks, omdat de aard van een aantal op
stapel staande publicaties nadrukkelijk een ander karakter had dan dat van
een monografie. In deze serie zijn tot op heden vijf publicaties verschenen.
In 2001 is gestart met een eigen website (www.historietilburg.nl), waarvan
Ronald Peeters webredacteur werd. Daarop staan nagenoeg alle verschenen
artikelen van het tijdschrift Tilburg.
In 2006 is Henk van Doremalen uit de redactie van het tijdschrift getreden.
Jeroen Ketelaars is hem opgevolgd, terwijl ook Rob van Putten weer deel uit
ging maken van de tijdschriftredactie.
Een speciaal nummer
De Stichting besloot in het voorjaar 2007 om bij gelegenheid van het
25-jarig bestaan van het tijdschrift een speciaal nummer uit te brengen. Al
snel werd ervoor gekozen om dat niet als tijdschriftartikel, maar in de vorm
van een boekwerk te doen. Het gaf de auteurs de gelegenheid wat ruimer op de
materie in te gaan. Bovendien bood het de mogelijkheid om ook een
uitgebreide bibliografie op te nemen. Het resultaat ligt nu voor u.
Voor het gedeelte over geschiedenis is een beroep gedaan op historicus en
docent dr. Cor van der Heijden uit Hulsel. Hij schreef zelf diverse keren
over Tilburg, publiceerde ook artikelen in het tijdschrift, maar staat
anderzijds op voldoende afstand van de materie om in alle rust terug te
kijken op wat hij de waarde van het tijdschrift vindt. Van der Heijden heeft
er voor gekozen om de 25 jaargangen in groepjes van vijf te verdelen. Per
groep bespreekt hij de in zijn ogen meest opmerkelijke bijdragen. Daarnaast
heeft hij gekeken in hoeverre de tijdschriftartikelen benut zijn voor het
standaardwerk over de geschiedenis van Tilburg. Er zitten opmerkelijke
conclusies bij.
Publicist en columnist Ed Schilders heeft de bijdrage over cultuur voor zijn
rekening genomen. Dat doet hij op zijn eigen wijze, door een aantal zaken
punt voor punt na te lopen. De redactie van Tilburg heeft proportioneel méér
aandacht besteed aan kunst dan je zou verwachten in een stad die vooral
bekend staat om zijn katholiek industrieel verleden, zo luidt Schilders’
belangrijkste conclusie. In de culturele hoek zijn puur kwantitatief bezien
muziek en folklore en gebruiken echter wat onderbelicht. En wat de
letterkunde betreft doet hij een oproep aan ‘biografen’ om bijdragen te
leveren over Tilburgse schrijvers. En Schilders zou Schilders niet zijn als
hij in de culturele bijdragen aan Tilburg niet allerlei curiosa gevonden
had.
Drs. Joost Op ‘t Hoog, beleidsmedewerker monumenten en beeldende kunst bij
de gemeente Tilburg, was belast met de artikelen die over monumenten
handelden.
Ook hij gaat eerst op zoek naar de hoofdmoot in het tijdschrift. Het
zwaartepunt van het tijdschrift is volgens hem eerder historisch of
cultuurhistorisch dan architectuurhistorisch.
Maar, zo meent Op ’t Hoog, er is in de artikelen die de geschiedenis van
personen, bedrijven, takken van industrie, onderwijs of maatschappelijke
instellingen beschrijven zo veel aan gegevens gestopt en er zit zo veel
onderzoekswerk in, dat er een schat aan gegevens ligt die onmisbaar zijn
voor goed architectuurhistorisch onderzoek. Ook hier een oproep om met wat
het tijdschrift biedt op het specifieke deelgebied verder te gaan. Ondermeer
geldt dat voor biografieën over Tilburgse architecten en zeker ook voor het
aspect monumenten. Wat ons als redactie zeer aanspreekt is dat Op ’t Hoog
duidelijk laat weten dat de voortdurende roep dat ‘alles hier gesloopt’ is
volstrekt ongefundeerd is.
Voor alle drie de schrijvers geldt dat ze aan de hand van 25 jaar Tilburg.
Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur aantonen dat
Tilburg historisch, cultuurhistorisch en architectuurhistorisch een
buitengewoon boeiende plaats is.
De vierde auteur had een duidelijk andere opdracht dan de beschouwende
bijdragen van Van der Heijden, Schilders en Op ’t Hoog. Ronald Peeters had
de taak het overzicht te maken van alles wat verschenen is in Tilburg.
Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur.
Ronald Peeters had al eerder enkele deelbibliografieën samengesteld. Ondanks
de aanwezigheid van internet (www.historietilburg.nl) en de zoekfunctie
daarop was het wenselijk om een totaaloverzicht op papier te hebben. Het
laat zien welke enorme productie er in een kwarteeuw is gerealiseerd.





.jpg)