![]() |
|||
![]() |
Scheiden doet strijden | ||
![]() |
|||
|
Titel: |
Scheiden doet strijden |
|
Ondertitel: |
Belgische Opstand en de Tiendaagse Veldtocht in Turnhout en Tilburg |
|
Auteur: |
drs. Harry de Kok |
|
THR |
Geworteld in Taxandria. Historische aspecten van de relatie Tilburg - Turnhout |
|
Nummer: |
1 (1992) Tilburgse Historische Reeks |
|
Pagina’ s: |
66-101 |
Inleiding
Eeuwenlang waren Turnhout en Tilburg staatkundig verenigd, achtereenvolgens onder Brabantse, Bourgondische en Habsburgse heerschappij. Onder Filips II spatten de Nederlanden en dus ook het gebied van het oude Taxandria, de Kempen en Brabant uit elkaar. Er kwam een grens tussen Goirle, het meest zuidelijk deel van Tilburg, en Poppel, het meest noordelijke dorp van het Land van Turnhout. Er bleef natuurlijk beïnvloeding, immigratie en emigratie en samenwerking ... doch ook naijver, oorlog, wantrouwen. We kunnen hier niet op alle details ingaan. Toch leek de relatieve afstand soms groter dan de effectieve 31 km. Was de vijandschap ooit zo intens als tijdens de Tiendaagse Veldtocht, waarover navolgend verhaal gaat? Toen speelden Nassau's opnieuw een belangrijke rol in de streek. Dat dit niet de eerste maal was, blijkt uit volgend kort overzicht.
Nassau
Vier Bredase Nassau's, Engelbrecht I (1429-1442), Johan IV (1442-1468), Engelbrecht II (1469-1504) en Hendrik III (1505-1510 en 1518-1538) waren reeds kastelein in Turnhout geweest. Prins Maurits versloeg er de Spanjaarden op 24 januari 1597 tijdens een van de grootste gevechten in de Kempen. Filips Willem was heer van de stad (1612 - 1618), net als Amalia van Solms (1648 - 1675), Maria van Zimmeren (1676 - 1688) en Willem III (1688 - 1702). Na de dood van Willem III werd de erfenis betwist. In 1732 ontstond een vergelijk. Willem IV deed afstand van Turnhout ten voordele van de koning van Pruisen, maar mocht de titel en de wapens van de stad blijven voeren. Zo is koningin Beatrix nog steeds vrouwe van
Turnhout.(1)
Tilburg had uitstekende banden met Willem II. Tijdens zijn talrijke verblijven knoopte hij er vriendschappelijke banden aan met een aantal families zoals Van Dooren, Diepen en Bogaers, met pastoor Zwijsen en predikant Schotel. Hij woonde er na 1835 in een eigen eenvoudige woning, was betrokken in de heide-ontginning, de schapenteelt en de wolindustrie. Na zijn troonsbestijging werden een kazerne gebouwd en een koninklijk paleis. De koning, die op 17 maart 1849 stierf, heeft het niet meer kunnen
bewonen.(2)
Voor 1815
Op 1 oktober 1795 kwam de annexatie bij Frankrijk en waren de Turnhoutenaars Fransen. Ten noorden van de grens functioneerde de Bataafse Republiek, eerst onder stadhouder Willem V, dan onder Lodewijk Napoleon, koning van Holland. In de 18e eeuw had Engeland de verbinding Nederland-België niet toegelaten, uit vrees dat de handelsconcurrent te machtig zou worden. De Napoleontische oorlogen veranderden de situatie. Na de Franse tegenslagen in Rusland en te Leipzig, trokken de geallieerden tegen Napoleon op. Door 's-Gravenhage tot hogere overheid uitgeroepen, zette Willem I op 30 november 1813 te Scheveningen voet aan wal. De band tussen Nederland en Oranje was hersteld. Op 2 december 1813 was Willem I souverein vorst der Verenigde Nederlanden geworden. In februari 1814 werd Brussel bevrijd. Op 5 mei 1814 was gans België in geallieerde handen gekomen.

Koning Willem I (1772 - 1843). Litho. Coll.
RHC Tilburg.
De omgeving van Willem I was zeer in de weer voor een volledige aansluiting van België bij Nederland, waarvan het protocol op 21 juni 1814 door de mogendheden werd ondertekend. Ze hadden de Fransen kleingekregen en besloten een dam aan de noordkant op te werpen. Op 31 juli 1814 nam Willem het bestuur over de Zuidelijke Nederlanden van de geallieerden over en op 16 maart 1815 werd Willem koning van de Nederlanden, bevestigd door het Congres van Wenen op 9 juni 1815. In het zuiden veranderde men voor de zevende keer op 25 jaar min of meer van nationaliteit. Ondertussen was Napoleon aan een nieuw avontuur begonnen. Het werd een gaan en komen van vreemde troepen. De nieuwe natie (Belgen en Nederlanders onder leiding van de latere Willem II) participeerde aan de geallieerde overwinning te Waterloo op 18 juni 1815. Op 21 september 1815 werd Willem I ingehuldigd. Vermits hij in 1815 ook ten persoonlijke titel Luxemburg kreeg, werd toen reeds de latere Benelux in bepaalde vorm samengebracht.
Ravels kamp (3)
Tijdens de vijftien jaar van zijn bewind zou Willem I regelmatig in de garnizoensstad Turnhout komen. Dit had te maken met Ravelskamp, een militair oefenplein te Turnhout. Een eerste maal kwam Willem I er op 12 juli 1819. Zoals steeds bij dergelijke plechtigheden werd aan de armen bier geschonken. In de stad wapperden oranje vlaggen en op het verlicht stadhuis was een bal waar drie muzikanten onder leiding van Thomas Handelhof speelden. Twee jaar later werd de koning bij een nieuwe inspectie opnieuw hartelijk ontvangen. Hij was vergezeld van een groot gevolg, waarbij zijn zoon, de prins van Oranje. 's Avonds werd een plechtig bal op het Turnhoutse stadhuis gehouden. In 1823 was de koning opnieuw in de stad. Op 2 en 12 oktober woonde hij oefeningen bij in het kamp. Er was een groenten- en aardappelmarkt. De burgers van Turnhout kregen, volgens mededeling van de burgemeester van 14 september 1826, alle protectie en de zekerheid dat niet verkochte waren mee terug naar huis mochten genomen worden. Wel werd op 27 april 1830 aan kooplieden en herbergiers verboden om buiten weten van de kapitein krediet te verlenen aan soldaten en onderofficieren.
De levering van levensmiddelen, stro en brandhout ten behoeve van de troepen die tussen 1 september en 8 oktober 1827 aanwezig waren, werd in het gouvernementsgebouw openbaar aanbesteed. Vanaf 14 juli lagen de voorwaarden ter inzage op het stadhuis. Op 1 september waren troepen van Brussel en de provincies gekomen. Belangrijke voorbereidingen waren reeds begonnen vanaf de maand augustus. 150 infanteristen waren dag na dag bezig geweest met het nivelleren van het terrein, het plaatsen van de keuken enz.
De bewoners van de omgeving richtten houten lokalen op. Het kamp was samengesteld uit de 6e, 15e, 16e en 17e infanteriedivisie, een huzarenregiment, een regiment dragonders, een batterij voetvolkartillerie. In totaal waren er ongeveer 10.000 mannen. Het oppercommando lag in handen van prins Frederik der Nederlanden. Onder hem commandeerde de luitenant-generaal Berens. De infanterie stond onder bevel van de generaal-majoor de hertog van Saksen-Weimar, de cavalerie onder generaal-majoor Boreel, de huzaren onder kolonel van Balveren, de dragonders onder kolonel Hoynck van Papendrecht. Een deel van de cavalerie was ingekwartierd. In Brussel kwam geregeld nieuws dat er oefeningen plaatsvonden in het kamp. De troepen waren in goede conditie en elke morgen na de bedeling van de etenswaren gaf men hun een glas Schiedammer jenever per soldaat. Er heerste een goede wederzijdse verstandhouding. Elke dag bij zonsopgang bulderde een kanon elkeen wakker. Men sloeg op de trom en blies de trompet.
Op zondag 16 september stelde men zich in het midden tussen de tenten op. Het uur van de respectieve erediensten was aangebroken. Een alles dominerende barak was de katholieke kapel. De aalmoezenier van het 'groot commando' hield er een welsprekend sermoen over militaire gehoorzaamheid in het Frans. Het bleek dat de grote meerderheid van de aanwezigen deze taal wel en velen het Nederlands niet machtig waren. Op hetzelfde uur woonden de algemene kampcommandant en de protestanten een eredienst bij in een ander meer centraal gelegen lokaal. Muziek en tamboergeroffel begeleidden de diensten. De 17e september inspecteerde de hertog van Saksen-Weimar de troepen. Na de oefeningen defileerden de divisies voor de hertog en daarbij was een grote massa toeschouwers. Duizenden kijkers woonden ook de grote maneuvers van 26 september bij onder het bevel van Prins Frederik, van 10 uur 's morgens tot 3 uur 's middags. Op 28 september hadden schietoefeningen plaats. Op 3 oktober kwam ook de prins van Oranje in het kamp. De oefeningen te Ravels duurden tot 7 oktober. Vanaf 8 oktober verlieten de troepen het kamp; ze begaven zich via Antwerpen met stoomschepen naar Vlaanderen. Tegelijkertijd passeerde koning Willem I met zijn schip 'De Leeuw' de Antwerpse haven op weg naar 's-Gravenhage.(4)
De koninklijke gasten lieten enkele geschenken in Turnhout achter. Chirurgijn Mesmaekers, die tevens arrondissementscommissaris en gastheer van koning Willem was, werd in de adelstand verheven onder de leuze
'Aegros Vigilantia servat', omdat hij de koning van een lastige kwaal genas. Prins Frederik gaf een ring met briljanten aan de dame bij wie hij gelogeerd had, en maakte een bedrag van 472 gulden 20 cent over aan de armen van Turnhout. Willem I schonk een zilveren snuifdoos aan Martin van Hal. Op 29 juni 1829 was Willem I nogmaals in de stad. Hij werd ontvangen bij het begin van de Patersstraat. Deze straat en de Herentalsstraat waren met 535 mastboompjes versierd. De gilden van Oud-Turnhout, Oosthoven, Schoonbroek, Zevendonk, de schutterij en de harmonie van Turnhout vormden de erewacht. Met gekleurd papier waren bogen behangen, drie nieuwe vaandels waren gemaakt, en er werd met de feestkanonnen geschoten, met de klokken geluid, op de beiaard gespeeld. P.J. Brepols had jaarrijmen en verzen
gedrukt.(5)
De scheiding in 1830
Koning Willem I voerde een taalpolitiek die in Wallonië en bij de Franstaligen in het leger ongenoegen wekte. Door de economische plannen van de koning met de geplande integratie tussen het handeldrijvende noorden en het industriële zuiden nam de welvaart toe. Ook de nieuwe grondwet had zijn verdiensten, doch om de wet er politiek door te krijgen interpreteerde Willem de stemming vrij persoonlijk, zodat men hem een kei in 'Hollandse rekenkunde" noemde. Van de 280 afwezigen werd aangenomen dat zij voor stemden. Bovendien ontgoochelde de nieuwe constitutie de katholieken omdat zij niet de gewenste machtspositie behielden. De Gentse bisschop De
Broglie weigerde daarom de absolutie aan hen die de eed op de nieuwe grondwet
deden.(6)
In het jaar 1828 sloten liberalen en katholieken een monsterverbond, de zogenaamde 'Union des Oppositions' tegen het bewind van Willem I. Bij de liberalen onder Louis de Potter streefde men naar een aantal vrijheden, waarbij deze van drukpers. Vrijheid van onderwijs stond dan weer
voorop in het vocabularium van de katholieken. In 1828 waren de belangen gelijklopend en scandeerde het volk
Wij willen Willem weg; wilde Willem wijzer worden, wij willen Willem weer ...
Vooral de onderwijspolitiek bracht de gemoederen in de Kempen aan het gisten. Willem wou een scholennet oprichten dat van behoorlijk niveau was. Hij wou zich ook moeien met de opleiding van de geestelijken. De klein-seminaries werden afgeschaft en vervangen door een nieuw opgericht filosofisch college, dat bovendien in Leuven nog ondergebracht werd in de gebouwen van het gehate Seminarie-Generaal van Jozef II en dus onaangename reminiscenties meebracht. Onderwijs was eeuwenlang een opdracht en soms zelfs een privilege van de clerus geweest. Deze positie was frontaal aangevallen zowel in de Oostenrijkse tijd als in de Franse. Ook Willem had eigen opvattingen, lovenswaardig voor het peil, onaanvaardbaar voor de katholieke bevolking. Sinds 1825 groeide daarom een sterke katholieke oppositie tegen die onderwijspolitiek. In de Kempen woedde een verbeten schoolstrijd. Het oprichten van een modelschool te Turnhout in handen van de staat lokte bij de geestelijkheid en de katholieken een sterk verzet uit. Lager onderwijs geven was enkel nog mogelijk na toelating van regeringswege. Voor de leraars van de middelbare Latijnse scholen, ooit zeer belangrijk in de Kempen en met nogal wat Noordbrabantse studenten, was een academische titel vereist, en daaraan konden de Latijnse scholen van Meerhout, Mol en Hulsthout niet voldoen.
De scholen van Turnhout, Geel, Herentals en Westerlo bleven bestaan onder voogdij van de staat, die een monopolie kreeg. De strijd begon. Voor de Kempen is dat uitgebreid te bestuderen. We noemen slechts enkele Turnhoutse feiten. Op 13 juli 1827 werden de oude leraars Janssens en Van Elsacker vervangen door Johannes Fontier en Michaël Ludovicus Verhaegen, beiden gevormd in de Hollandse normaalscholen. Tussen het bestuur en de nieuwe leraars ontstond wrijving en de ergernis nam toe doordat aan de kwaliteit van beide nieuwe leraars werd getwijfeld en deze ook, en naar het schijnt terecht, van dronkenschap werden beschuldigd. De officier van justitie, de heer F. van Nuffel van Duijnen, kon de feiten niet loochenen, doch noemde in een verslag van 9 februari 1829 aan de gouverneur van Antwerpen, Turnhout het oord van de grootste onverdraagzaamheid en de stad waar de ... opgisting der muiterijen door de geestelijkheid aangerigt hunnen oorsprong hebben genomen... Hij citeerde een zekere Jenker, die als getuige bij het overlijden van veldwachter Hermans door het stadsbestuur zou geweigerd zijn omdat zijn echtgenote gereformeerd was. De betwiste leraars werden vervangen door minister Van Gobbelschroy, hoofd van het departement van Binnenlandse Zaken, waaronder de onderwijsaangelegenheden ressorteerden, en naar de Latijnse school van Breda overgeplaatst.
Het werd er niet beter op, want met een van de opvolgers had men eveneens problemen, wat wij illustreren met een pittige anekdote
... Eener der twee nieuwe monopoolsche hoogleeraren te Turnhout, waer door de lichtmannen, welke onlangs met pak en zak hebben moeten optrekken, zyn vervangen geworden; was onlangs tydens den grooten dienst, in de kerk, en wierd door het stoeltje van eenen jongeling, welken te Turnhout voor zeer wel opgevoed en zeer vreedzaam gehouden word, uyt hoofde van den drang des volks, op de hielen gestooten. Den hoogleeraer, die in zyn klas, by gebrek aen studenten, in het volle ruym zit, was daer over gebelgd; volgt
den jongeling op; heeft geene gelegenheyd om tegen hem zyne gramschap uyt te werken, maer valt des avonds tegen deszelfs broeder in de societeyt met eene zo groote woede uyt, dat men waerlyk vreesde dat hy tusschen het uytbraeken van hem altergende lasteringen en verwyten op staenden voet er iets zou van gekregen hebben. - Wanneer de agtbaere leden hem eenige opmerkingen maekten en tot bedaeren wilden brengen, zegde hij al schuymbekkende: ik schyt op Turnhout!!... Maar indien Turnhout en societeyt eens op hem scheeten, hoe vuyl zou dan den hoogleeraer niet zijn, ... Daegs daerna, ... heeft den man by de byzonderste leden der societeyt zyn excuses gaen maeken, ... Ecce homo! zie daer den man, welken van wegens den Heer Van Gobbelschroy, onlangs naer Turnhout gezonden is, om de Kempische jeugd in den godsdienst, goede zeden, wetenschappen en kunsten te onderrigten
...(7)

P.J. de Nef (1774 - 1844) en zijn dochter Marie. Schilderij door Antoon van Ysendijck.
Coll. Sint Jozefscollege Turnhout
De school die vroeger tot 150 studenten telde, geraakte geheel in ongenade. Bij het ingaan van het schooljaar 1829 - 1830 daalde het leerlingenaantal tot 15, zoals 'den Antwerpenaer' op 4 november 1829 schreef, eraan toevoegend Onze getrouwe Kempenaeren
... zyn gewoon door Kempensche Rectors, maer niet door hollandsche en luxemburgsche hoogleeraeren onderweezen te worden! ... Terwijl het openbaar college wegkwijnde, kende het vrij instituut van Pieter De Nef een stijgende
bloei.(8)
De katholieken en liberalen lieten eveneens gemeenschappelijk hun tanden zien bij de petitiebeweging die vanaf 1829 een aantal rekwesten stuurde naar de Tweede Kamer. Er werden twee algemene 'petitionnementen' opgesteld. Bij het eerste werden 50.000 inschrijvingen genoteerd. Ongeveer 350.000 handtekeningen werden verzameld bij het tweede. Propagandisten trokken van huis tot huis om handtekeningen van burgers en kruisjes van ongeletterden te verzamelen. Het leek op volksverlakkerij. Vele gewone mensen hebben gewoon niet begrepen wat men vroeg, enerzijds onderwijsvrijheid doch ook persvrijheid voor een pers die de gewone man niet las en vrijheid van taal met name van de Franse taal, die de meerderheid niet verstond. In de Kempen was P.J. De Nef, die zeer nauwe contacten onderhield met E. Sterckx, de toekomstige aartsbisschop, de organisator. Inzonderheid door de lagere clerus werd de grote massa wakkergeschud. Voor heel Vlaanderen heeft een derde van de mannelijke bevolking positief geantwoord. Sommigen vonden het jammer dat de vrouwen niet mee mochten tekenen, zoals blijkt uit 'Den Antwerpenaer' van 5 december 1829 betreffende de eerste petitie. ... Turnhout heeft ... zyn verzoekschrift tot stand ... gebragt. Het vervat (wie zou het geloofd hebben?) 1523 handteekens; en men beweerd alhier dat dit getal, indien men het vrouwvolk had laeten teekenen, zou verdubbeld hebben geweest,
want menige vrouw is al weenende uyt het huys gegaen, alwaer de petitie open
lag, om dat haer handteeken gewygerd wierd....(9)
Door het aanzwellend protest gaf Willem toe en hij voerde de volledige taalvrijheid weer in. Er kwam echter een economische recessie en het hongerige proletariaat werd opstandig. De burgerij of ze nu Hollands- of anti-Hollandsgezind was, kreeg schrik en richtte een burgerwacht op. Ook in Parijs was er revolutie. Op 25 augustus 1830, op de verjaardag van de koning, werd in de Muntschouwburg Auber's opera 'De Stomme van Portici' opgevoerd. Men vond inspiratie in dat verhaal van de verheerlijking van de opstand van het volk van Napels tegen de Spaanse overheersers. Het begin van de Brusselse opstand zou met die aria geïdentificeerd blijven. Het muziekstuk werd daarom in 1864 gespeeld op de beiaard van Turnhout samen met de Mars van Turnhout. Er braken in Brussel rellen uit. Een bestuurlijke autonomie onder de in het zuiden zeer geliefde kroonprins Willem II werd voorgesteld. Het ging niet door. Vanuit de hoofdstad verspreidde de opstand zich over het gehele land. Te Geel en Mol waren er opstandjes. Op 2 september werd de Brabantse vlag op de Geelse toren gestoken doch 's anderendaags weggenomen. In Meerhout werd de gekroonde W weggenomen doch herplaatst. Volgens arrondissementscommissaris W. van Genechten van Turnhout verstoutten sommigen zich te Geel de driekleurige cocarde te dragen en was de Brabantse vlag op de pomp gestoken. De marechaussees werden uit Turnhout naar Geel gestuurd. Te Herselt en Geel had men het koninklijke wapen weggenomen van de belastingkantoren. Op 13 september had men in Westerlo de Brabantse vlag boven op de dorpslinde geplaatst. De streek van Turnhout scheen bedreigd, omdat de autoriteiten niet krachtdadig optraden. Dezelfde dag werden vanuit Turnhout en Retie petities naar de Staten-Generaal in 's-Gravenhage gezonden. De petitie van Turnhout met 74 ondertekenaars was in het Frans, die van Retie van 85 namen voorzien, in het 'Vlaems'. In deze petities schaarden de ondertekenaars zich achter de gedeputeerden en eisten zij de
scheiding.(10)
Het volk bezette Brussel en verwachtte een reactie vanuit het Noorden. Tegen dat volksoproer trok prins Frederik op met het koninklijk leger; hij bereikte op 23 september de hoofdstad. Vier dagen duurde de guerrillastrijd. Op 27 september was Brussel een vrije stad. Er ontstond een Voorlopig Bewind, dat vanaf 26 september de voorlopige regering werd. Hoe was het in de Kempen? In de nacht van 25 september werden in Turnhout briefjes rondgedeeld tegen een aantal ambtenaren van de stad, waarbij arrondissementscommissaris Van Genechten en zijn zoon. De overmacht van vijandelijke troepen te Turnhout belette echter uiterlijk vertoon van nationalisme. Zodra op 3 oktober de commandant der gendarmen met zijn manschappen de stad had verlaten, begon het. Wij vatten twee verslagen samen die burgemeester Dierckx aan de Gouverneur
zond.(11)
Den 4 8ber 1830.
... gisteren avond (hebben) omtrent 40 à 50 werklieden ... in den nacht verscheidene malen geroepen: Vivat de Potter. Vivat de Belgen! Dat omtrent middernacht deze luiden zich hebben begeven tot het oud kerkhof binnen de stad, alwaar gemeente keyen zich bevinden, en aldaar er van mede genomen hebben ... en dat zij alsdan zijn gegaan naar J.B. Gouweloos, fabrikant in de Patersstraat, en met deze keyen op zijne deur hebben geworpen ... en daar ik mij op dat moment aan het stadhuis met den commissaris van politie bij de nachtwakers bevond, heb ik mij met dezelve derwaarts begeven ... hun zeggende: ik ben uwen burgemeester, gijl. moet u naar huis begeve, ... hetwelk alsdan om ongeveer een uur heeft plaats gehad, en verders is het voor het overige van den nacht alles stil gebleven. Ten gevolge van dit voorval heb ik heden ... besloten van alle nachten eene burgerlijke wacht van 25 mannen op te roepen
...
Den 6 8ber 1830.
... in den avond van den 4 dezer, om circa 7 uren, ... (zijn) oproerers aangevallen op het zoogenaamd boterhuisje ... op de Botermarkt alhier, en alwaar het stedelijk regt op de boter wordt ontvangen; dat zij ... aan stukken hebben geslagen, ... dat door de sterke aanmaningen van verscheidene goede burgers, namelijk van den heer P.J. De Nef, alle verdere oproerigheden, omtrent elf uren in den nacht zijn komen op te houden; dat gisteren in den dag eene gewapende burgerlijke wacht van 200 mannen ... is opgeroepen geworden, waarvan circa 150 opgekomen zijnde ... Ik voeg hierbij dat alle de fabrikanten, werkbazen, gisteren hunne werklieden en derzelver vrouwen en kinderen ernstig hadden aangemaand om van den avond af te huis blijven en dat dien maatregel den besten uitval heeft gehad.
Op 4 oktober werd België tot onafhankelijke staat verklaard. In tegenstelling tot onder het volk was de revolutiegeest afwezig in een belangrijk gedeelte van de Turnhoutse gemeenteraad. Burgemeester Dierckx was trouw aan het Hollands regime; terwijl zijn schepenen de opstandelingen het liefst aan de galg hadden zien hangen. Ook andere invloedrijke functionarissen stonden vijandig tegenover de opstandelingen. Het waren orangisten.
Toch hebben zij de machtsovername niet kunnen verhinderen. Een samenzwering die in Turnhout moest plaatsvinden, werd bijtijds verijdeld. Een mededeling daarover staat in een brief van K.T. Lebon, de toekomstige burgemeester van Geel. ... Arschot 9 8ber 1830 ... Den Graef De Robiano is gouverneur van antwerpen genoemd, en zal waertscheynelijk te Gheel zijne woonst provisoire nemen ... Een conspiratie is ontdekt over ons te Turnhout. wie kond gij wel denken, wij moesten alle gepakt worden binnen 2 dagen ...
Maar ook de Turnhoutse gemeenteraad kon na de gewijzigde politieke omstandigheden niet langer afzijdig blijven. Op 26 oktober 1830 werd op voorstel van de burgemeester unaniem beslist
... de porter à la connaissance du gouvernement provisoire de la Belgique que dans la journée d'hier à 11 heures du matin, immédiatement après le départ des troupes qui occupaient la ville, le drapeau Brabançonne y a été arboré au milieu des acclamations de la joie la plus vive et au son de toutes les cloches
....(12) Inderdaad hesen na het vertrek van de 500 Hollanders Joseph de Croon en Frans Dillen, bijgestaan door enige burgers, de driekleurige vlag op de toren. Ze wierven een zestigtal mensen aan, wapenden en betaalden ze, en gingen in de naburige dorpen Merksplas, Beerse, Vosselaar, Gierle ook de nationale vlag uitsteken. De bevolking juichte hen toe en was onder de indruk van hun patriottisme. Aan het hoofd van de vrijwilligers gingen zij naar Hoogstraten, waar de Hollanders, bij hun aankomst, de vlucht namen.
Op 3 november hadden er verkiezingen plaats voor het Nationaal Congres, dat op 10 november zijn vergaderingen opende. In het begin van november vergaderde een Conferentie te Londen, bestaande uit afgevaardigden van Frankrijk, Engeland, Pruisen, Oostenrijk en Rusland; op de 4e werd een wapenstilstand tussen Holland en België getekend, waarmee het voorlopig bestuur instemde. Toen het proletariaat zijn werk had gedaan, nam de burgerij de macht over en consolideerde ze in de grondwet. Het Nationaal Congres trad op als constituante. Deze vergadering ontwierp de structuur van de nieuwe staat. Aan die verstrekkende opdracht hebben de volgende personen uit het arrondissement Turnhout meegewerkt:
- P.J. De Nef (Gierle 1774 - Turnhout 1844), tijkfabrikant, die met een Latijnse school was gestart, werd door de onderwijshervorming van Willem I persoonlijk getroffen. De Nef werd arrondissementscommissaris en volksvertegenwoordiger.
- K.T. Le Bon (Geel 1777 - te Geel vermoord door Xhenceval in 1844), apotheker en leider van de Geelse revolutionairen. Hij werd burgemeester van Geel in 1830.
- P.E. Peeters (Westerlo 1796 - Brussel 1844), vurig patriot, die geenszins het geweld als actiemiddel schuwde. Hij bevocht aan de zijde van graaf Frederik de Merode de terugtrekkende koninklijke troepen in de omgeving van Lier en Antwerpen. In het nieuwe regime na de omwenteling werd hij burgemeester, provincieraadslid en
volksvertegenwoordiger (1837 - 1844).
- K.L. Geudens (Turnhout 1788 - Borgerhout 1870) werd tot rechter bevorderd (1831).
- L.H. Ooms (Oostham 1798 - Oostham 1874), werd procureur des konings in 1831.
Al bij al heeft het arrondissement Turnhout slechts tweederangsfiguren naar Brussel gezonden. Geen enkele maal verschenen ze op het spreekgestoelte; nooit namen ze zelf initiatief. Hun optreden beperkte zich tot zwijgzaam luisteren. We mogen allen - uitgezonderd de jonge juristen Ooms en Geudens, die minder klerikaal dachten - tot de katholieke opinie rekenen. Maar boven deze partijpolitieke belangen primeerde de geest van het unionisme. De verdediging van de pas verworven onafhankelijkheid stond centraal. Tot deze realisatie heeft graaf Felix de Merode veel bijgedragen. Zijn invloed in het Voorlopig Bewind is duidelijk aanwijsbaar. Na de revolutie was hij kandidaat voor het regentschap. Hij kreeg 43 stemmen, tegen de regent Surlet de Chokier
108.(13)
België kreeg een voor zijn tijd ultra-progressieve grondwet. De burger werd beschermd tegen staatsinmenging, de Belgische staat was allesbehalve almachtig. Inzake grondwettelijke rechten en vrijheden was België in 1830 de andere Europese landen jaren vooruit. Die grondwet was krachtig, elegant en helder en diende menig land tot voorbeeld. In 1830 had één op de vijfennegentig inwoners van België stemrecht. Niettemin was België daarmee veruit het meest democratische land van Europa, democratischer dan Frankrijk, Engeland en Holland, dat door ons Voorlopig Bewind beschouwd werd als ondraaglijk achterlijk en
verstard.(14)
De revolutie van 1830 spoelde het Hollands regime weg, grondig en onverbiddelijk. Op 12 oktober 1830 al werd bij decreet de vrijheid van onderwijs afgekondigd en alle autoriteit inzake oprichting van scholen naar de gemeenten en de provincies toegeschoven. De afkeer tegen de centrale macht zegevierde. Tien dagen later lieten de heren van het Voorlopig Bewind evenwel al een adder los in het grasveld, toen ze beslisten dat de taal die in het middelbaar onderwijs zou gebruikt worden die zou zijn die het best met de noden van de leerlingen overeenkwam. En die taal was het Frans, want daarvoor had de leidinggevende burgerij, katholiek en liberaal, geopteerd en dat zou ook in Vlaanderen zo blijven, honderd jaar
lang!.(15) Willem I had het tevergeefs anders beslist.
Het volk moest nu ook in Turnhout zijn vrijheidsboom hebben. In de Warande werd een sterke boom uitgegraven en voorzichtig met een groot wortelblok naar de markt gevoerd. Voor het stadhuis was een soort ster in de bestrating afgetekend, die men
'de ster van de mert' noemde. Daar werd de vrijheidsboom geplant onder het gejubel en gejuich van het volk. De klokken luidden, de beiaard speelde, de stad vergastte de planters op Turnhouts bier.
Belgische troepen in Turnhout
Turnhout bleef niet lang zonder bezetting. Het eerste Belgisch korps was een groep onder leiding van Prevost. Ze vertrokken en werden op 6 november gevolgd door een korps vrijwilligers van 80 manschappen en vijf officieren, gecommandeerd door Jalheau. Daarop lieten enige Turnhoutenaars ook hun patriottische gezindheid blijken. Zij verzamelen zich op de Grote Markt en begonnen met kasseistenen al de ruiten bij
de heer Josef Liebrechts uit te werpen. Als tweede luitenant van de schutterij had hij de leiding van de wacht op het ogenblik dat twee kurassiers uit Baarle
zich op het stadhuis kwamen aanmelden. Hij liet ze gaan en dat werd hem heel erg kwalijk genomen, alhoewel Liebrechts zelf verklaarde dat het aanhouden weinig interessant was geweest, omdat het eventueel de woede van de Hollanders had kunnen uitlokken. Op 7 november liet Jalheau affiches uithangen om de Turnhoutenaars op te roepen zich aan de kant van de opstand te scharen. Wij citeren een deel van de
tekst:(16)
Onze vyanden ... steken het hoofd op. - Zy hebben de stoutheyd gehad tot uwe mueren te genaeken. - Twee van hunne mannen zyn zelfs in onze Stad binnen gekomen, en 't is met groote ontevredenheyd, dat ik vernomen heb, dat men hun heeft laten ontsnappen. - Den Officier die zich van deze zwakheyd heeft pligtig gemaekt, kan niet meer bekleeden den post die aen zyne eer was toevertrouwd...
Wy gaen wel haest optrekken om in stof te doen vergaen eenen vyand, die zal vlugten zonder ons af te wagten. - Inwoonders van Turnhout, komt onder myn Vaen, met my die krygs-wandeling doen, koomt nu deelnemen in den zegeprael, op dat men nooyt van Ul. zeggen kan "zij hebben niets gedaen in de groote omwenteling ...
De betaling zal zyn 25 cents daegs. Die onder myn Commandement willen dienst nemen worden aenzogt, van stonden aen, zich te laeten inschryven ten stadhuyze alhier ...

Proclamatie 7 november 1830. Coll. Stadsarchief
Turnhout (SAT).
In Turnhout bleef men vlak bij de grens en bij de vijand leven. Het plan bestond om van hieruit strooptochten in Noord-Brabant te
ondernemen.(17) Op 9 november trok een groep van tien patriotten naar Baarle-Nassau om een Hollandse voorwacht aan te vallen. In 'Den Antwerpenaer' van 13 november 1830 kon men het relaas lezen.
... Om acht en half ueren kwamen zy te Baerle-Hertog aen; vielen de 18 currassiers, die allen in eenen stal vergaderd waren, ... op het lyf; kapten er eenen in stukken; kwetsen er zes of zeven en lieten de overige ...
Na dat onze dappere Belgen het slagveld behouden hadden, hebben zy vier karren ... gelaeden, en keerden met dien ryken buyt, waer onder zestien schoone opgezaedelde peerden, naer Turnhout terug ...
Daarom zond de Nederlandse generaal Vermasen versterkingen naar Baarle onder leiding van Ritmeester Dubois, die speciaal Tilburg moest bewaken. Generaal Van Geen ging er met zijn leger heen op 11 november en nam als wraakneming de burgemeester en enkele inwoners gevangen. ... zy hebben het dorp willen in brand steeken; ... veel goed geroofd en medegesleurd en vyf inwoonders, als gyzelaers medegenomen ... De medegeleyde persoonen zyn ... te Breda aangehouden...
In het begin van november kwam Niellon met zijn troepen Turnhout binnen. Hij nam zijn hoofdkwartier te Turnhout met een garnizoen bestaande uit drie bataljons, nadien het 2e regiment Jagers te voet uitmakend en kwartierde zijn soldaten in de kazerne en bij de burgers in. De Generaal verdeelde zijn voorposten tussen Merksplas, Baarle-Hertog, Ravels, Weelde, Poppel, Arendonk, Retie en Postel, in een kring van 3 tot 4 mijlen; alle verbonden met zijn brigade te Turnhout. Karel Niellon was geboren te Straatsburg op 15 februari 1795. Hij nam deel aan vele veldslagen. Na de val van het Keizerrijk, vestigde hij zich in België. Hij mengde zich in de opstand van Brussel en klom op tot adjudant-majoor van de algemene staf. Bij de aanval op de hoofdstad Brussel door de Hollanders voerde hij een vrijwilligerskorps aan te Schaarbeek. Hij vocht op vele plaatsen en werd generaal. Tijdens zijn verblijf te Turnhout verbleef de generaal bij de president W. Versteylen, maar daarna ging hij wonen in het hotel 'de Zevenster' in de Gasthuisstraat, gehouden door J. van Pelt.
Ook in Turnhout was er strijd geweest tussen Belgisch-gezinden en Orangisten. De verkiezingsuitslag van 19 november 1830 betekende echter een duidelijke nederlaag voor het orangistisch kamp. Zo behaalde burgemeester J.F.T. Dierckx in een rechtstreekse confrontatie met zijn opponent nog wel 42 stemmen, maar dit was in grote mate onvoldoende om te beletten dat de Antwerpenaar J. van Lieshout (1830 - 1844) tot nieuwe burgemeester werd uitgeroepen. Al bij al werden slechts drie leden van de oude raad herkozen, waaronder J.J. Dierckx, de schoonzoon van P.J. Brepols, wiens onderneming onder Willem I een enorme vooruitgang had
geboekt.(18) Ook na de omwenteling bleef hij zich omwille van economische motieven tegen de scheiding verzetten. De nieuwgekozenen, met P.J. De Nef aan het hoofd, waren stuk voor stuk overtuigde patriotten.
Op 25 december kreeg generaal Niellon een brief van generaal Van Geen uit Breda waarin geklaagd werd over de grondgebiedsschending te Baarle-Nassau. Van Geen dreigde geweld te gebruiken om de wet toe te passen. In het antwoord wees Niellon op de bezetting door de Nederlanders van Maastricht, Antwerpen, Lillo, Liefkenshoek enzovoort. Sinds de actie van november, zo schreef Niellon, is Baarle-Nassau Belgisch bezit gebleven. Ik zal dit bewijzen. En inderdaad, op 27 december trok generaal Niellon naar Baarle-Nassau en deed door de veldwachter generaal Van Geen verwittigen dat hij hem op het rendez-vous verwachtte. De dag verliep zonder incidenten. 's Anderendaags wachtte men tot 's middags vruchteloos op nieuws van generaal Van Geen. Toen zond Niellon zijn troepen terug en liet voldoende manschappen achter om Baarle te verdedigen.
Een brief van 28 december van een Boomse jongeman die in Turnhout studeerde, leert dat er ook gevangenen waren.
... Over eenige daegen is hier eenen Hollandschen spioen gepakt in geestelijke kleederen ... en zit nu op het kasteel hetgéne dient voor de gevangene als ook voor de regtbank van eersten aenleg die tweemael wéeks in het publiek plaets grijpt, eenen anderen met kiel en stok gekent aen zijnen Hollandschen kop is even zoo gevaeren ....(19)
1831
Generaal Niellon kreeg in Turnhout bezoek van iemand uit Brussel die hem 1.000 gulden en andere waardestukken in het geheim wou toestoppen, mits hij de zaak van Oranje verder wou dienen. Aanmoedigingen waren er ook. Op 26 maart 1831 ontving de Turnhoutse burgemeester twintig exemplaren van de statuten van een in Brussel gestichte patriottische vereniging.
Aan weerszijden van de grens bleven de troepen oefenen. De Belgen te Hoogstraten, Turnhout, Balen en
Herentals. Het Scheldeleger werd op 28 juni van Antwerpen naar Schilde overgebracht. De Nederlanders waren onder andere te Breda, Eindhoven en Tilburg waar de Prins van Oranje omwille van de zogenaamde Belgische kwestie veelvuldig verbleef, net zoals de koning die er van 21 augustus tot 1 november 1830 met zijn volledige militaire staf was geweest en met prins Willem (de latere Willem
III), prins Hendrik en prinses Sophie.
De bekende schrijver Hendrik Conscience was te Turnhout gekazerneerd. Misschien is het interessant eens na te kijken hoe hij in zijn boeken over die tijd schreef, eerst over de
Kempenaars.(20)
... Deze goede lieden aanschouwden ... de vrijwilligers als zijnde, ... van hoogeren maatschappelijken stand dan zij
zelven. Overweegt men nu daarbij, dat de geestelijkheid op de dorpen algemeen de omwenteling aankleefde en de Vrijwilligers loofde, als de verdedigers van Vaderland en Geloof, dan zal men licht begrijpen, waarom de bewoners der Kempen zich bereid toonden, de patriotten of liever de Belgen, zoo zij hen noemden, niet alleen met vriendschap maar tevens met zekeren eerbied te onthalen
...(21)
... De vrijwilligers die men naar hun Generaal, Chasseurs-Niellon noemde, bleven werkloos in Turnhout op de naaste dorpen liggen, tot het einde der maand december. Alsdan vertrokken wij met een sneeuwig weer naar de kant van Limburg om, zo men ons zei, de vijand op te wachten die uit de vesting Maastricht enige krijgsmacht over de heide naar Holland wilde zenden. ... Ondertussen zwierven wij, tot de maand juli 1831, gedurig in de Antwerpse Kempen rond, overal op dorpen en gehuchten bij de boeren
geherbergd.(22)
Prins Leopold werd op 4 juni 1831 door het Nationaal Congres als koning uitgeroepen. Men verkoos toen na stemming een monarchie boven een republiek. Leopold van Saksen-Coburg-Saalfeld was op 16 december 1790 te Coburg geboren. Op 2 mei 1816 huwde hij prinses
Charlotte, enig kind van de Engelse prins-regent (de latere George IV). Zij zou een jaar later al sterven. Leopold had dus het voordeel in de gunst van Europa te staan, enerzijds door zijn Duitse afkomst en zijn Engels weduwnaarschap, anderzijds door zijn vroegere dienst in het tsarenleger. Door het latere huwelijk (9 augustus 1832) met Louise Marie van Orleans kreeg hij ook Frankrijk aan zijn zijde. Het Congres koos dus met enig overleg, doch pas nadat Oranje van de troon was uitgesloten en een Franse keuze op een sisser was uitgelopen. Leopold behoorde wel tot de Lutherse belijdenis en zou dat tot op het einde van zijn leven (1865) blijven. Wel woonde hij de representatieve plechtige katholieke diensten bij. Het blijft eigenaardig waarom de katholieke opinie zich dit keer niet verzette tegen een protestantse
koning.(23)
Op 21 juli gebeurde de plechtige eed aflegging te Brussel. Op die dag, en dit ter gelegenheid van de troonsbestijging, werden de
'Turnhoutse' troepen door generaal Niellon op de heide bij Korsendonk verzameld en geschouwd. Elke kapitein las een vaderlandse rede af en de kreten 'Leve de Koning' waren niet van de lucht. Conscience schrijft erover:
... Ondertussen werden wij, op het einde der maand juli 1831, al tesamen op een
heide omtrent Turnhout bijeengebracht. Daar werd onder het aanheffen van een
ontzaglijk gejubel, uitgeroepen dat vorst Leopold, als eerste koning der Belgen,
zijn intrede in Brussel had gedaan en volgens voorvaderlijk gebruik, 's lands
Grondwet had gezworen ... (24) Op hetzelfde ogenblik schouwde koning Willem I nauwelijks 25 km naar het noorden een reeks Nederlandse troepen te
Valkenswaard. Op zondag 31 juli werd in de Sint-Pieterskerk een plechtig Te Deum gezongen
... ter dankzegging over de gelukkige komst tot de belgische kroon van Leopoldus den eersten ... Gans de dag was er feest, de huizen werden 's avonds verlicht, de klok van
'aftogt' werd niet geluid.(25)
Hoe was de toestand ten noorden van de grens? Hier riep de Nederlandse regering soldaten op. Er waren heel wat
onwilligen. Familiale verwantschappen liepen door aan beide zijden van de grens en men was niet zelden 'Belgisch' gezind. Dit belette niet dat ze ook last kregen van Belgische troepen. Opnieuw een literair getuigenis:
... Geen dag ging voorbij, of er kwam eene bende uitschot ... at en dronk gratis bij de burgers, dronk jenever met kruit, verschoot patronen in de lucht, maakte jacht op de hoenders der boeren, plaagde den dominee, maar verdween bij de eerste patrouille der Nederlandse troepen, ... De meeste dorpelingen hadden een driekleurig brabantsch lint in den zak, en pronkten er mee. De kleermaeker bewaarde sedert lang de revolutionaire vlag onder de snijderstafel, teneinde haar, bij gunstige gelegenheid, op den toren te doen wapperen; de plattelands heelmeester, een Brabander van oorsprong - was reeds lang op een proclamatie bedacht, in welke hij de citoyens van het dorp zou bekend maken met de vervallen-verklaring van het Huis van Oranje-Nassau ... Men las echter nog altijd dan ouden
Noordbrabander, maar toch oneindig liever de Antwerpenaer en den Postryder; maar men had bovenal een ingekankerden haat voor de Bredasche Courant, waarvan ieder nummer er uitzag als een oranjewimpel
...(26)
De Tiendaagse Veldtocht (2 augustus)
Was voor het onafhankelijke België alle gevaar geweken? Het orangisme bestond nog als ondermijnende factor. De Nederlandse koning steunde op Pruisen, Oostenrijk en vooral Rusland. België had tegenover die dreiging geen leger die naam waard, en daarom besloot Leopold I aan de regeringen van Parijs en Londen te vragen om eventueel tussenbeide te komen en de neutraliteit van België te waarborgen, wat beslist was in het Londense Traktaat van de
XVIII artikelen.(27) Koning Willem had na het uiteenvallen van het Koninkrijk der Nederlanden vlug een nieuw leger op de been gebracht, dat onder bevel van prins Willem aan de Belgische noordergrens werd samengetrokken. Duizenden engageerden zich als vrijwilligers bij de stedelijke schutterijen. Onderwijzers en jagers wilden niet achterblijven. De Leidense en Utrechtse studenten, die al vanaf 1815 bestonden, lieten zich in afzonderlijke compagnieën
organiseren.(28) Daarnaast waren er natuurlijk de restanten van het geregelde leger. Het commando over dit leger was overgedragen aan luitenant-generaal baron Van Geen.

Troepenbewegingen tijdens de Tiendaagse Veldtocht.
Coll. SAT
Op 2 augustus verbraken de Nederlanders het status quo en hernamen de vijandelijkheden. Op maandagavond 1 augustus had burgemeester Van Lieshout, die te Turnhout een repetitie van de Société d'Harmonie bijwoonde, vernomen dat er beweging was gekomen in het leger van de noorderburen. Districtscommissaris Pieter De Nef belastte zich in Turnhout met het uitdelen van wapens aan de burgerwacht die aangeraden werd zich naar Ravels te begeven. Zestig mannen van bijlen voorzien, gingen bomen vellen om de baan van Baarle-Hertog te barricaderen. Ook de groep met Hendrik Conscience zette zich in beweging:
... in de nacht van de 1ste op de 2e augustus, terwijl wij gerust in onze logementen te Oud-Turnhout sliepen, werden wij eensklaps door de alarmtrom gewekt ... Men leidde ons door de duisternis en langs een afgelegen baan naar een onmeetbare heide, tussen
Ravels, Baarle-Hertog en Weelde ... Men deed ons de wapens en patroontassen onderzoeken, teneinde met de morgen strijdvaardig te zijn; want de vijand was met grote macht over de grenzen gekomen en bevond zich niet ver van ons. Wij hoorden inderdaad, in de richting van het dorp Weelde, geruis van paarden en bij wijlen een zeker onuitlegbaar dof gerucht, dat ons de nabijheid van een grote menigte mensen aankondigde ... Niemand onder ons twijfelde aan de overwinning; onze moed was groot en ons vertrouwen zonder palen
...(29)
Om half acht 's morgens werd de grens te Poppel door de Nederlanders
overschreden.(30) Bij het gehucht Nieuwkerk vond een eerste kleine schermutseling plaats. De compagnie Vrijwillige Jagers van de Utrechtse studenten deed het verhaal als volgt:
... Juichend trokken zij de grenzen over, en het vaderlandsche Wilhelmus klonk voor het eerst weder op de bodem des
oproers. Reeds voor Poppel kwam hun geliefde bevelhebber, de Hertog van Saxe-Weimar hen tegemoet ... Des middags kwamen de beide Prinsen door. De Prins van Oranje betuigde de Jagers, die de wacht hadden, hoe Hij, met Gods hulp, de zege hoopte te behalen. Het was de eerste maal, dat zij in Hem hunnen Opperbevelhebber begroetten ...

Doortocht van de Nederlandse troepen te Poppel, augustus 1831.
Uit: Utrechtsche Studentenalmanak voor het jaar 1832 (coll. RHC Tilburg).
Op hetzelfde ogenblik kwam de eerste divisie onder Generaal Van Geen te
Baarle-Hertog. Zij namen bivak te Baarle-brug richting Hoogstraten. Ook hier was er weerstand van 400 Belgen, die tot Merksplas werden teruggedreven, zodat Zondereigen spoedig in Nederlandse handen kwam.
Prins Willem liet een proclamatie verspreiden om duidelijk te maken dat de militaire acties geen wraakneming waren omdat het Oranjehuis van de troon vervallen was verklaard, maar de eis van koning Willem moest onderstrepen voor een eerlijke scheiding. Op de gezantenconferentie te Londen waren de voorwaarden voor scheiding besproken. België was tegen de eerste voorstellen om de staatsschuld te halveren en Luxemburg aan Nederland toe te wijzen. Een tweede regeling, waarbij Luxemburg en Limburg naar België zouden gaan, werd niet door koning Willem I aanvaard. Om de Belgen toch te dwingen de eerste voorwaarde te aanvaarden, werd in augustus 1831 de veldtocht tegen de Belgen ondernomen.
Over de ontvangst te Poppel meldde de Utrechtse Jager Pieter Jacobus Oosterus op 4 augustus 1831:
... Te Poppel waren de meeste vensters gesloten, en de weinigen die voor de dag kwamen stonden gereed met water, karnemelk
enz... Ik stelde er een zeker genoegen in om met deze ellendelingen de gek te scheren ...
De doortocht van de Nederlandse troepen door Poppel ging niet ongemerkt voorbij. Vanzelfsprekend was er ook schade. Op 10 augustus zouden de burgemeester en de assessor van Poppel deze opnemen:
... veroorzaekt door plundering en verwoesting bij den inval der hollandsche troepen ...
De schade-artikelen waren spek, koren, broden, dranken, winkelwaren, wapens, een horloge, klederen en lijnwaad, zilveren gespen, en geld voor een totaal van 4487,06
gulden.(31)

Willem, Prins van Oranje, voert de Nederlandse troepen aan in de Slag bij Ravels 3 augustus 1831. Litho.
Coll. RHC Tilburg.
In Ravels zou op 2 augustus van ca. 11 tot ca. 19 uur vrij hevig worden gevochten: de Slag van
Ravels. Bij de oude pastorij vond de strijd plaats. Op de gevels en muren heeft men lang de sporen van de kogels kunnen zien. De verwachte versterking voor de Belgen kwam niet toe. Het gebulder van het kanon werd tot in Turnhout gehoord en een aantal opgeschrikte angstige inwoners vluchtte reeds naar Antwerpen. Tijdens het gevecht had de Ravelse onderpastoor
E.H. Stroobant de wijk genomen naar Turnhout. De E.H. Aerts, de pastoor zelf, had zich op de pastorij verborgen. Vlakbij de pastorij werd Norbert
Amsens, familielid van een Turnhoutse schepene, gedood omdat hij zijn vaderlandse gevoelens wat onvoorzichtig had geuit. Niellon plaatste zijn leger onder kapitein Bourelle en op het kerkhof onder kapitein Privé. De Belgen behaalden aanvankelijk kleine overwinningen. De Hollanders drongen het dorp in en zuiverden het van Belgische troepen. Niellon trok zich terug in de bossen, waar opnieuw de strijd ontbrandde. Nu trok het Belgische leger zich terug tot Schuurhoven langs
Baggersven, een moeras. Hier ontstak het grote vuren om het Hollandse leger te verschalken. De Hollanders stelden ook hun rustplaats op en het Belgische leger trok zich terug tot Turnhout. Volgens Niellon hadden de Belgen vier of vijf doden en een twaalftal gekwetsten. De overwinning te
Ravels, alhoewel strategisch van niet zo groot belang, werd toch als belangrijk gezien in het Noorden. Bij de intrede van de Utrechtse vrijwilligers later op 21 september 1831 prijkten bij de Tolsteegpoort piramiden met de namen Ravels en Leuven. De overwinning wekte bij de Nederlanders geestdrift. Bovendien kon de prins van Oranje aan Willem I melden dat hij slechts geringe verliezen had, alhoewel er toch ook enkele doden en gewonden te betreuren waren.
De Belgische troepen trokken terug naar Turnhout, onder hen Conscience:
De stad had het voorkomen van een graf: geen levend wezen was er op de straat te zien; de deuren en vensters waren gesloten als in het midden van de nacht. Dit vertoog maakte een ongunstige indruk op onze geest en het was inderdaad niet aanmoedigend al de inwoners aldus gevlucht of verborgen te zien, alsof zij reeds vroeger dan die dag, ons onbekwaam hadden geacht om hun haardsteden te verdedigen...
Generaal Niellon gaf de moed niet op. Op 3 augustus stuurde hij 250 man richting Vosselaar om 50 dikke bomen af te kappen. Rond 6 uur hernam het vuur aan de noordkant van de stad. Lange tijd hield men stand tot een omsingeling dreigde. Ook de Turnhoutse districtcommissaris De Nef zou de stad verlaten. Was hij gebleven, dan had men hem zeker gevangen genomen. Ook nu zouden de Hollanders ijverig naar hem zoeken en zijn huis doorsnuffelen.
3 augustus
Op 3 augustus werd Turnhout ingenomen. Op de Ravelse heide stelde de divisie, 11.000 man sterk, zich in positie. De aanval op Turnhout was toevertrouwd aan
Saksen-Weimar: de divisie Van Geen zou meer naar het westen opereren en een aanval rechtstreeks op Antwerpen veinzen. Bij de ingang van de stad hadden de Belgische troepen met twee stukken geschut tijdelijk een voordelige stelling ingenomen. De stukken werden zeer vlug door de Nederlandse artillerie uitgeschakeld. Een brug diende hersteld. Volgens Nederlandse rapporten viel een paard en werd bij een soldaat een been en bij een ander een vinger afgeschoten. De leeuw op het vaandel van de 12e afdeling werd ook doorschoten. Rond 10 uur 's morgens kwam Generaal Niellon met zijn leger terug in de stad, bleef er niet lang en maakte zijn aftocht op
Herentals, zijn gekwetsten meevoerend. Daartoe had hij al de vrije rijtuigen in de stad opgeëist, die vergezeld werden door
J.B. Vergouwen, luitenant van de Burgerwacht, J. Borghs, sergeant-majoor, en de kapiteins F.A. Dierckx en
H.Ch. de Chaffoy, doch hij moest veel bagage en de wapens der Burgerwacht achterlaten. Niellon had aan de burgemeester gevraagd of hij de stad wilde verdedigen. Deze antwoordde dat hij te weinig volk had. Alhoewel de Hollanders op korte afstand zaten, gebeurde de aftocht regelmatig, nochtans met haast, want een vooruitstaande post der Burgerwacht, geplaatst op de Heizijde, was zelfs niet verwittigd. Hoe schreef Conscience over zijn vertrek ?
... wij trokken de Herentalse baan in en slingerden door bossen, voetpaden en veldwegen immer met versnelde pas voort. Het was uitermate heet; de augustuszon brandde onverdraaglijk boven onze hoofden; wij hadden eten noch drinken...
Bij het nieuws van het wegtrekken, begon het akelig op de St. Pieterstoren te stormen. Vele inwoners, vooral vrouwen en kinderen, verlieten de stad. Maar, wanneer enige uren later de Hollanders binnenkwamen, werd het een algemeen 'sauf qui peut'. De voorwacht van het Hollandse leger, aangevoerd door de hertog van Saksen-Weimar, kwam langs de Patersstraat de stad binnen. Zij had weinig tegenstand ontmoet. Alleen enige soldaten van het korps Walckiers, die na het vertrek van Niellon onder commando van luitenant Balfour in de stad gebleven waren, wilden zich tegen het inkomen der Hollanders verzetten en losten enige schoten ter hoogte van de Mesesstraat, waar een soldaat
dood bleef en ter plaatse werd begraven. Bij het binnentrekken der Hollanders op 3 augustus ging de burgemeester van Lieshout met de ontvanger van de registratie van Bredael, de heren Sanctorum en Heuvelmans, medewerker van ontvanger Loyens, als onderhandelaar de Hollanders tegemoet. Het onderhoud had plaats aan 't Patersplein.
De tweede divisie had Turnhout bezet. De derde, onder generaal Meyer, lag in de dorpen Arendonk en Retie. De eerste divisie was 's morgens om 4 uur van Merksplas vertrokken, kruiste de weg Turnhout-Antwerpen en nam positie in het dorp Vosselaar
... en bivouackeerden op de heide tusschen de dorpen Vosselaar en Beerse ... waar een klein gevecht plaats vond ... Aen de beide dorpen konde men goed bemerken dat de Hollandsche soldaten aldaer hadden gemarcheert, alles was geplundert en kort geslagen. Zonder verontwaardiging konde men dit niet aenzien en er is ook een scherp order tegen deze excessen uitgevaardigd. Het is te hopen dat men zich stipt daaraan zal houden, doch het aardigste was dat de gehele wijnkelders van de Pastoirs wierden leeggedragen, zodat er verscheidene soldaeten zich daaraan lazarus
dronken(32) ... en bereikten ... eindelijk het dorpje Vosselaar ... en wierden weldra met een luid gejuich door hun spitsbroeders begroet, die op de grafheuvels en lijkstenen van het kerkhof even gerust sliepen, als te voren op hunne legersteden
....(33)
Op 4 augustus kwamen die troepen van Van Geen vanuit Vosselaar Turnhout binnen; een sterke achterwacht werd in Vosselaar achtergelaten. Men zag vanuit Turnhout in de richting van Vosselaar ... briller dans le lointain sur la chaussée même les bayonettes hollandaises ... Een van de deelnemers schreef er zo over: ... hadden vervolgens Turnhout schoon gemaakt. Heden zijn wij naar die plaats gemarcheerd en trokken dit schoon gehucht, onder het spelen van Wilhelmus en la muette de Portici binnen
... De prinsen van Oranje begeleidden dit korps Van Geen en wachtten op de Antwerpse steenweg, de strijd tussen de troepen van Niellon en die van Saksen-Weimar af. Zodra zij de inname van de stad vernamen, reden zij voort en kwamen een weinig na de middag met hun staf de stad binnen.

Willem, Prins van Oranje, als opperbevelhebber van het Nederlandse
leger in de Slag bij Hasselt en Leuven, 8 en 12 augustus 1831. Litho.
Coll. RHC Tilburg.
... Al spoedig was de groote, ruime markt door de Hollandsche troepen geheel gevuld. Hier aanschouwden de Jagers voor het eerst den heilloozen vrijheidsboom met de Brabandsche vlag... Op eens verschijnt aan gene zijde van de markt een luisterrijke staf. Het zijn de Zonen van hunnen Vorst! ...
De prinsen namen hun intrek in het Hotel Terbruggen, de latere Middelbare School, in de Begijnenstraat. De erewijn werd aangeboden. Op het marktplein werd de grote vrijheidsboom neergeveld, welke de Belgische kleuren in top voerde. Ondertussen zag men de Hollandse vlag, die enige tijd later werd ingehaald. Later bleek dat de Prins van Oranje tot het inhalen der vlag bevel had gegeven,
omdat hij alleen was gekomen om het geschonden recht te handhaven en geenszins om Brabant weer tot zich te nemen... 20.000 soldaten verbleven nu in en rond de stad. Bij de inval begon men eten te vragen, de soldaten waren dorstig en hongerig, en wat men hun niet gaf, roofden zij. Vele verlaten huizen werden geplunderd. Hollandse soldaten waren bij de postmeesteres, de oude dame Römer, binnengevallen en hadden de hand gelegd op brieven van de post. De oude dame was in haar bed gevlucht. De heer Heuvelmans, haar gebuur, kwam haar helpen. Op het stadhuis vonden de Hollanders nog geweren van de Burgerwacht. De burgemeester was als enige van het bestuur gebleven. De schepenen, secretaris, gemeenteraadsleden waren de vluchtende inwoners gevolgd. De burgemeester vroeg aan de Hollandse militaire overheid een wacht van twintig man. De prinsen van Oranje informeerden of er fondsen in de kas van de Société Générale waren. Op het ontkennend antwoord ging men naar de bank. Alvorens de waarden over te geven, trachtte men er een voor de stad gereserveerde som af te trekken, wat met zeer veel moeite kon geschieden. De agent De Fierlant kwam er zo goed niet af en had nadien veel moeilijkheden met de 'Société Générale'. De maatschappij beweerde dat hij de kas niet had mogen leveren. Vanuit Turnhout stuurde Willem, prins van Oranje, meerdere militaire verslagen aan de koning.
Verder verslag van de Tiendaagse Veldtocht
Op 4 augustus om 6 uur 's morgens brak de Hollandse tweede divisie onder Saksen-Weimar op en marcheerde over Kasterlee naar Geel. Prins Willem noemde het
... een uit militair oogpunt beschouwd, gewigtige voortwaartsche beweging. In Kasterlee werden 500 bajonetten in beslag genomen en in Geel vond men een hoeveelheid wapens, buskruit en patronen verborgen onder het altaar in de kerk. Van Geel trok men verder naar Diest. De eerste divisie onder leiding van luitenant-generaal Baron Van Geen verliet Turnhout een dag later. Op 4 augustus had een aantal Nederlanders het gehucht Oosthoven bezet,
... waar nog verscheidene dooden lagen. De derde divisie onder luitenant-generaal Meijer trok naar Limburg. Op vele plaatsen werden schermutselingen uitgevochten.

De overgave van Hasselt 8 augustus 1831. Litho.
Coll. RHC Tilburg.
Op 8 augustus versloegen de Nederlanders het Maasleger onder Daisne bij Hasselt, en op 11 augustus de voorhoede van het Scheldeleger te Bautersem. Op 12 augustus werden de Belgen bij Leuven verslagen. Deze belangrijke gevechten vallen buiten de territoriale begrenzing van dit artikel. België stortte in elkaar maar zou overeind worden gehouden door een fors Frans legercontingent. Nog op 8 augustus had de regering het bevel gegeven de grens met Frankrijk voor het Franse leger open te stellen. Ze overtrad daarmee artikel 121 van de grondwet, dat de aanwezigheid van een vreemd leger slechts toeliet krachtens een wet. Daar het onmogelijk was de Kamers samen te roepen, werd de grondwet verkracht om het bestaan van België te redden! Na de gebeurtenissen keurden de Kamers deze beslissing onder dwang van de omstandigheden goed. Al op 9 augustus zette het Franse leger zich onder bevel van maarschalk Gérard in beweging. De vooruitgang van het Franse leger en het bevel dat de Prins van Oranje was opgelegd om elk treffen met het Franse leger te vermijden zouden Koning Leopold in staat stellen de schade te beperken. Deze omstandigheden en de tussenkomst van de Engelse minister leidden naar een wapenstilstand, die op 12 augustus gesloten werd. De Nederlanders trokken zich geleidelijk terug en verlieten het land op 20 augustus. Koning Leopold begon aldus zijn regeerperiode met een smadelijke nederlaag.
De Tiendaagse Veldtocht had aan het licht gebracht hoe onvoorbereid de Belgische strijdkrachten wel waren. Er was op bepaalde plaatsen hevig gevochten. Nederland had bijna 130 doden te betreuren en België ongeveer evenveel. De Nederlandse gewonden werden meestal overgebracht naar het hospitaal te Breda. De eerste divisie van het Nederlandse leger onder generaal Van Geen trok op 19 augustus van Diest over Geel, Turnhout naar Noord-Brabant. Op dat ogenblik logeerden Franse troepen in de stad. In de dorpsarchieven van Poppel lezen we: ... Bij den terugtogt der hollandsche troepen op 19 augustus 1831 hebben deze weer schade aangericht, doch hebben zich beperkt met kledingstukken mede te nemen als hemden, halsdoeken, lijnwaet, slaeplaekens, kleederen. Totaal f.
78,50... Op 20 augustus schreef prins Willem vanuit Eindhoven aan zijn vader:
... Ik heb de eer Uwe Majesteit te berigten, dat ik gisteren, den 19 dezer, mijn Hoofdkwartier alhier heb gevestigd. Uwer Majesteits troepen zijn heden allen in Noord-Braband terug gekeerd, en morgen den 21 zullen zij weder hunnen kantonnementen betrekken, op de volgende wijze: De eerste divisie zal het Hoofdkwartier te Breda vestigen en de dorpen in de omstreken bezetten. De derde divisie te Eindhoven en in de naburige dorpen. De eerste brigade Kavallerie vestigd zich te Oosterhout. De tweede brigade te Eindhoven en omstreken. De divisie Infanterie, onder bevel van den Luitenant Generaal Cort Heyligers, zal zich te St. Oedenrode en in de omstreken vestigen. Ik denk mijn eigen Hoofdkwartier te Tilburg te vestigen. Ik vlei mij, dat het Uwer Majesteit aangenaam zal wezen te vernemen, dat ik gisteren van den Luitenant Generaal uit Turnhout berigt heb ontvangen, dat hij aldaar eenen
aide-camp van de Maarschalk Gerard, vergezeld van een Belgisch Officier, ontmoet
heeft, aan wien door den Maarschalk de last was opgedragen, om toe te zien, dat, ingeval aldaar of in de nabijheid eenige Belgische troepen werden verwijderd, en alle mogelijke aanraking tusschen onze en hunne troepen voorgekomen. Ik zie hieruit een nieuw blijk van de vredelievende gezindheid des Franschen Maarschalks ten onze opzigte ...

De Utrechtse Vrijwillige Jagers voor de Hoofdwacht op de Heuvel te Tilburg 1831. Litho.
Coll. RHC Tilburg.
Beschouwingen na de strijd
Het is logisch dat de jarenlange soldateska veel last had meegebracht voor de bevolking aan weerszijden van de grens. Geregeld kreeg het Turnhoutse stadsbestuur opdracht van de overheid om voor logies te
zorgen.(34) De stad stelde ambtenaren aan tot het schrijven van logementbiljetten
...,(35) het verschaffen van militaire prestaties, het betalen van de inwoners (10 cent per man en per dag) enzovoort. Het verlaten klooster van de Sepulcrienen was veranderd in een kazerne. Aan het begijnhof dat vrij was gebleven van militaire logementen, werd gevraagd een som te storten van 100 gulden als patriottische gift. Aan de inwoners van Schoonbroek, eveneens vrij van militaire inkwartieringen was gevraagd om aardappelen te leveren voor het spijzen van de militaire gevangenen op het
kasteel.(36) Er waren onophoudelijk klachten van officieren, soldaten en bewoners betreffende die logementen. Sommige burgers werden maandenlang niet schadeloos gesteld. Men zocht steun in de dorpen van de omgeving die niets geleden hadden. Ook inwoners die de stad hadden verlaten en
hunne huyzingen geabandonneerd, dienden een bijdrage te leveren, zodat ... de voor hun bestemde militaire buyten hun huys ter hunne kosten zullen worden gelogeerd
....(37) ... Tout le monde ici devoit loger des officiers ...(38)
Stadsgenoten die ... buytengewoone schade geleden hebben bijvoorbeeld by het inkomen alhier der hollandsche troepen om den 3de dezer maend dienden daarvan een staat van schade in te
dienen,(39) waarvan later zou blijken dat verscheyde van die staeten onregelmatig waren ... Een commissie werd op 12 augustus 1831 opgericht om de zaak te regelen. Men probeerde de rust in de stad te behouden en stelde in 1831 de kermis uit en verbood alle vermomming met vastenavond. Zowel door de Hollandse en Franse troepen werden
brood, vleesch, reys, zout, aerdappels, haver en transportmiddelen opgeëist. Vermits de schadeloosstelling door de regering uitbleef, werd geld genomen uit de fondsen van hen die voor de vrijdom de militaire logementen betaalden, onder andere geld komende van het begijnhof alsmede uit de
... generale fondsen der stedelijke kas...(40) Het historisch onderzoek van de ter beschikking gestelde logementen, van de levering van voedsel en van de personen die
... voor de hollandsche troepen gereden hebben(41) kan nog veel verder gebeuren.
Op 10 maart 1831 schreef de Turnhoutse burgemeester dat de toewijding van de inwoners van de stad Turnhout voor de onafhankelijkheid algemeen was. Niemand had zich noemenswaardig kunnen onderscheiden. Wel ondersteunde de stad op 16 december 1833 de aanvraag van twee burgers Frans Van den Herreweghe en Corneel Van Bredael die zich tijdens de Omwenteling zeer verdienstelijk hadden gedragen. Martin Vermetten, die op de Leuvense Steenweg gewond werd tijdens de strijd te Brussel op 23 september 1830, is de enige Turnhoutenaar wiens naam werd vermeld op het monument voor de martelaren van de revolutie op het Martelarenplein te Brussel. Het definitieve monument van G. Geefs werd hier in 1838 opgericht. De juiste personalia werden door het stadsbestuur van Turnhout op 10 januari 1939
medegedeeld.(42) Turnhout kende ook een vereniging van oud-soldaten van Leopold
I.(43) Het Taxandriamuseum heeft er nog een vaandel van, net zoals van de vrijwillige strijders van 1830, waarvan trouwens ook een blazoen bewaard is.
Er was zoals gezegd ook de gemeentelijke algemene toewijding. Op 7 juli 1831 dankte de stad de gouverneur voor het erevaandel dat om die reden was geschonken. Op 14 oktober 1834 vroeg het stadsbestuur een eervolle onderscheiding voor de activiteiten van Joseph Decroon en Jean François Dillen, onmiddellijk na het vertrek van de Nederlandse troepen op 25 oktober 1830. Nog een aantal andere stadgenoten werd vereerd met het kruis van
1830.(44)
Op 21 augustus 1831 kondigde koning Willem I het besluit af dat hij de prins van Oranje, opperbevelhebber van het leger, bevorderde in de rang van veldmaarschalk en dat hij bovendien twee van de bij Hasselt buitgemaakte 'stukken metalen geschut' ter herinnering aan de veldtocht bij het monument van 1815 te Soestdijk zou plaatsen. De bijna voltallige koninklijke familie was bij de afkondiging te Tilburg
aanwezig.(45)
De fout van de regeerders en de militaire onkunde heeft België zwaar moeten bekopen. Zou het land opnieuw verdwijnen of kon het de troef uitspelen van de uiteenlopende belangen van de Grote Mogendheden? Op 14 oktober 1831 legde de Conferentie van Londen België een Verdrag van XXIV artikelen op, dat België diende te onderschrijven of te verdwijnen. Het was zeer zwaar. Het Nationaal Congres had reeds in juni 1831, het Verdrag van de XVIII artikelen (januari 1831) node aanvaard. Het legde de 'grondslagen van de scheiding', die sommigen te gunstig voor koning Willem I achtten. Wat er nu aankwam, was echt onaanvaardbaar. Op territoriaal gebied verloor België de helft van Limburg (Maastricht, Roermond, Venlo) en de helft van Luxemburg, en werd het zo gescheiden van de Beneden-Maas en de Moezel. Daarbij kwam dat de verdeling van de schuld van het vroegere Koninkrijk der Nederlanden niet rechtvaardig was. België had bij de vertegenwoordigers van de Mogendheden te Londen alle sympathie verloren: het diende te buigen of te barsten. Het aandeel van België, 16/31e van het totaal, werd op 8.400.000 gulden berekend. In werkelijkheid ging het niet om de openbare schuld, maar om 'politiek op hoog niveau':
Nederland schadeloos te stellen en België straffen voor de opstand. Het enorme bedrag bracht nochtans compensaties voor de handel: vrije scheepvaart op de Schelde en verbindingen met Duitsland. Gedwongen moest de Belgische regering toegeven. Op 15 november 1831 tekende ze te Londen het rampzalig verdrag. Koning Willem van Nederland weigerde het Verdrag vooralsnog te onderschrijven.
Om de band met de verre stad Turnhout aan de noordelijke rand van het land aan te halen, bracht koning Leopold I een bezoek op 6 - 7 juli 1832. Aan de bewoners van de Markt, de vier grote straten en de Begijnenstraat waren 's morgens boompjes geleverd om ze voor de huizen te planten en te versieren. Bij de intrede dienden de burgerwacht, de gilden van Oud-Turnhout, Oosthoven, Schoonbroek en Zevendonk, alsmede de onderwijzers van de gemeentescholen met hun leerlingen present te zijn. Vanaf 21.30 uur was geschut en klokgelui te horen en werden de huizen verlicht. Omstreeks 22 uur kwam de koning aan langs de Gasthuisstraat, waar een zegeboog was opgericht. Hij werd geestdriftig onthaald, woonde een bal bij, aangeboden door de Harmonie in het lokaal in de Begijnenstraat. De vorst was zo tevreden over de vaderlandsliefde der bevolking dat hij, bij zijn vertrek, 1000 gulden schonk aan de burgemeester voor het weldadigheidsbureel. De koning logeerde op de Markt bij de heer
Swaan.(46)
Willem weigerde het Belgische grondgebied te ontruimen en nestelde zich verder in de citadel te Antwerpen en in de forten van
Lillo en Liefkenshoek. België kon eisen dat het Nederlands garnizoen Antwerpen en de forten van de Beneden-Schelde zou ontruimen. Op 22 oktober 1832 verkreeg het hiervoor de waarborg van Frankrijk en Engeland. Het Franse leger van generaal Gérard werd door de Conferentie van Londen met de uitvoering van de opdracht belast. Op 15 november 1832 stak het de grens over om post te vatten rond de Antwerpse citadel. Het beleg duurde twee weken. Begin december 1832 haalde de Franse artillerie het op het Nederlandse garnizoen. Dit had zich onder bevel van generaal Chassé dapper verdedigd en de overgave gebeurde met de oorlogseer. De Nederlandse artillerie had Antwerpen aan een intensief bombardement onderworpen en had de stad zware schade toegebracht. De Nederlanders hielden nog steeds de forten van de Beneden-Schelde bezet en controleerden de scheepvaart. Op 21 mei
1833 aanvaardde de Nederlandse regering noodgedwongen een wapenstilstand die de verbindingen via de stroom waarborgde maar die het territoriaal status-quo handhaafde. Ondertussen bleven de Franse soldaten in Turnhout, m.n. de brigade Langermann, onderdeel van het leger van maarschalk Gérard.(47)
De plotselinge beslissing van koning Willem I om uiteindelijk het Verdrag van de XXIV artikelen te onderschrijven kwam op 14 maart 1838. Op 19 april 1839, een maand later dus, werd het definitieve verdrag te Londen ondertekend door België, Nederland en de Mogendheden. Het Verdrag der XXIV Artikelen hield voor België de officiële schriftelijke vaststelling in van zijn grenzen en zijn internationale positie. Het Koninkrijk der Nederlanden, een schepping van het Congres van Wenen, was voorgoed van de staatkundige kaart
geschrapt.(48)
Nochtans was daarmee alles niet opgelost. Het geschil tussen Holland en België bleef latent aanwezig. Een levendige communicatie als de stoomboot van Antwerpen naar Rotterdam werd soms
bedreigd.(49) Een wederzijds protectionisme schaadde de eigen belangen.(50)
De isolatie was nadelig en bracht armoede mee.(51) Schrik voor een inval van de Hollanders hield in de eerste decennia van het vrije België de steenweg van Turnhout naar Tilburg tegen, waaraan men in 1828 al aan het werken
was.(52)
Tien jaar na het beëindigen van de Tiendaagse Veldtocht stond in 'Den Kempenaer' een pleidooi om een groot garnizoen te bekomen. Het eerste verzoek was niet gunstig beantwoord geworden, maar men vond een hernieuwde aanvraag verantwoord.
... Ik zeg Stads-regten om dat er niet eene Stad in geheel ons Belgenland zoo veel regt heeft dit te bekomen als Turnhout uyt reden, dat niet Stad gedurende den tyd dat wy met Holland in oorlog waren, zoo veel geleden heeft, en dat gevolgentlyk de innerlyke regtveerdigheyd het eyscht dat onze inwooners, die gedurende zoo langen tyd met het logeren der troepen zyn overlast geweest, ook eens ten tyde van vrede het voordeel genieten welke een garnisoen in een Stad te weeg brengt, het welk als zeer merkwaerdig mag beschouwd worden, vermits men zeer wel heeft konnen berekenen dat het kleyn garnisoen troepen, die onlangs onze Stad hebben verlaten, in de zelve jaerlyks eene somme van zestig duyzend francs verteerden... Hier gelooven wy te moeten byvoegen dat het Hollands-Gouvernement beter heeft begrepen zyne verpligting als het onze, jegens de Steden die veel gelegen hebben, dewyl Tilborg thans een behoorlyk garnisoen bezit, die de Borgery zoo veel mogelyk schadeloos stelt van hetgene zy (even als wy) geleden hebben
...(53)
Voor Willem I, de grootste onder de koningen die in de laatste tweehonderd jaar zowel Nederland als België hebben geregeerd, zou de twee eeuwen gescheiden en vijandige traditie van de latere hereniging in 1815 vanaf de aanvang een lastige en, zoals bleek, onmogelijke opgave
maken.(54)
Kan men onze voorouders van 1830 bijtreden met hun onafhankelijkheidsbeweging, of is een en ander moeilijk te begrijpen en te betreuren? In de jonge Belgische staat na 1830 werd de suprematie van het Frans volledig. De Vlamingen werden zich slechts langzaam bewust van hun eigen identiteit, onafscheidelijk verbonden met de taal. Antwerpen was in 1866 de eerste gemeente die het Frans als bestuurstaal verving door het
Nederlands.(55) Is Nederland wat arrogant, bedilzuchtig zoals sommigen menen..., we moeten erkennen dat het een aantal zaken (monumentenzorg, ruimtelijke ordening, informatievoorziening) beter aanpakt dan het zuiden. In het Europa zonder binnengrenzen mag er geen ravijn bestaan tussen Tilburg en
Turnhout.(56)
Noten
(1) H. de Kok, 'Turnhout en zijn heren: van residentieoord tot wingewest, van de veertiende tot de achttiende eeuw', in: Th. Bosman, J. Coopmans en B. Jacobs (red.),
De Heerlijke Stad (Assen-Maastricht, 1988) 153-182; H. de Kok, Turnhout, Nassau en de scheiding van de Nederlanden (Turnhout, 1985) 31 p.; Voor de titels van de Nederlandse koningin zie bv. C. Cannuyer,
De Europese vorstenhuizen (Turnhout, 1989) 162.
(2) R. Peeters, Koning Willem II en Tilburg (Tilburg, 1987) 78 p. Voor verdere informatie over Nassau zie: C.A. Tamse (red.,)
De monarchie in Nederland (Amsterdam - Brussel, 1980) 240 p.; J.A. Bornewasser, 'Koning Willem I en Koning Willem II', in: C.A. Tamse (red.),
Nassau en Oranje in de Nederlandse Geschiedenis (Alphen aan de Rijn, 1979) 229-272 en 273-305; Y. Schmitz, Willem I,
Koning van Noord en Zuid (Hasselt, 1966) 305 p.
(3) H. de Kok, 'Onder Frankrijk en met Nederland', in: H. de Kok en E. van Autenboer (red.),
Turnhout, Groei van een Stad (Turnhout, 1983) 201-202.
(4) 'Camp de Ravels à Turnhout. Nouvelles militaires en 1827', Psyche, (1927), nov., 51-52.
(5) S.A.T. (Stadsarchief Turnhout) Correspondentie nr. 59.
(6) Zie bv. R. de Herdt, Een Hollands soldaat penseelt Gent (Gent, 1989) 14-15.
(7) J. Ernalsteen, '1830 in de Kempen', Oudheid en Kunst, XXI (1930) 107-108. Voor een algemeen overzicht leze men b.v. E. De Maesschalck,
150 jaar Belgen (Brussel, 1980) 7-16, 66-105.
(8) Zie over hem: K. Soeters, P.J. De Nef 1774 - 1844 (Leuven, 1984) 288 p.
(9) H. Dirx en H. de Kok, Aan de Rand van het Land. 150 jaar Kempen in woord en
beeld, (Turnhout, 1980) 9-12.
(10) A. Smits, Scheuring in de Nederlanden, dl. I Standen en Landen
LXXXIII, (Heule, 1983) 91, 329, 339-340.
(11) J.E. Jansen, 'Turnhout in 1830 - 1831', Taxandria, II (1930) 12-13.
(12) S.A.T., Gemeenteraad, 1830 - 1837, 23
(13) Dirx en De Kok, Aan de Rand van het Land, 11.
(14) G. van Istendael, Het Belgisch Labyrint of de schoonheid der wanstaltigheid (Amsterdam, 1989) 23; A.M. Pagnoul, 'De Belgische Grondwet', in:
Doorheen de Nationale Geschiedenis, II (Brussel, 1981) 90-98.
(15) D. Bergen, 'Het Rijksonderwijs', in: H. de Kok en E. van Autenboer (red.),
Turnhout, Groei van een Stad, 422.
(16) S.A.T., Historisch-Topografische Atlas.
(17) Smits, Scheuring in de Nederlanden, 440.
(18) De economische relatie wordt in deze bundel slechts beperkt behandeld. Er was nochtans een grote vraag naar elkaars produkten. We willen enkele feiten vermelden. Kant bijvoorbeeld, een echt Turnhouts produkt, werd in hoge mate geproduceerd voor Holland, Pruisen en Duitsland. Het ontbreken van een rijksgrens werkte positief, zodat tussen
1815 en 1830 Turnhout een stapelplaats was voor Noord-Brabant. Tijk werd uitgevoerd naar Noord-Brabant, en de rest van Nederland mede met het oog op doorvoer naar de kolonies. P.J. Brepols, de grondlegger van de Turnhoutse papierverwerkende industrie, deed ook handel met Tilburg (J.
Dufour, 'Geschiedkundig Overzicht van de Etablissementen Brepols', Brepols
Huisorgaan, V, dec., 4). De Tilburgse huizen J.B. Hoebens, Juffr. Jansen, F. Van Dooren, Gruythuyzen, A. Van den Bosch, Van Spaendonck, Verschuren, Van Dun, C. Rycken, L. Hoebens en zoon, Manni en Van Iersel, J.F. Donders ... deden hun voorraad op in Turnhout. In 1825 nam Brepols deel aan de nijverheidstentoonstelling te Haarlem. Hij ontving er de Koninklijke Erepenning (E. van Autenboer,
De Turnhoutse Speelkaartenindustrie (1826 - 1976) (Brussel, 1976) 46). De oprichting van België in 1830 betekende een serieuze klap. Men spreekt van het verlies van 7/8 van de afzetmarkt (E. van Autenboer en F. Cremers,
Turnhout of speelkaarten voor de wereld, (Turnhout, 1990) 13). Na de onafhankelijkheid werd de Kempen qua verbindingswegen vergeten. Er ontstond protectionisme van Frankrijk, Spanje en Nederland. Bestond er nog enige afzetmogelijkheid in Nederland, dan bracht ook hier de Duitse concurrentie hun een genadeslag toe. Dit betekende een ramp voor de Turnhoutse textielindustrie (S.A.T., Gemeenteraad, Notulen 21.XII.1847 en 16.II.1849). Brepols bleef echter de Nederlandse markt bewerken. Het zakendoen zat de man in het bloed en voortdurend speurde hij naar nieuwe mogelijkheden. Zo maakte hij in de
Opregte Noordbrabantsche Almanak van 1834 bekend dat hij pennen en speelkaarten, vilten en zijden hoeden, wit en zwart, petten, papiersoorten, griffiën, ouwelen, cijferschaliën, school- en kerkboeken en korkestoppen van de beste kwaliteit in voorraad heeft. In de
Brabantsche Almanak van 1837 is de hoeveelheid toegenomen, onder andere gekleurde papieren, prenten, muziekpapier, beddetijken, kantoor- en boekbindersbehoeften, lakens, tapijten. Het is de getuigenis van een negentiende-eeuwse koopmansziel die alle wegen behandelt die fortuin kunnen brengen. Er werd ook afgenomen uit het Noorden b.v. de
fondsen kinderprenten van Noman en Zoon uit Zaltbommel, waarbij Hendriksen uit Rotterdam, Stichter uit Amsterdam, Thompson uit Rotterdam. Men werkte verder voor Nederlandse uitgevers te Leeuwarden, Sneek, Delft, 's-Gravenhage, Amersfoort ...
(19) J. Michielsen, 'Te Turnhout in het jaar 1830', Taxandria, III (1906) 12-14.
(20) Dirx - De Kok, Aan de Rand van het Land, 17.
(21) H. Conscience, Het Wonderei, Eene gekkenwereld. Schetsen uit mijn
levensalbum. Zie ook E. Willekens, Hendrik Conscience en zijn tijd, (Antwerpen, 1983) 14-15.
(22) H. Conscience, Geschiedenis mijner Jeugd, (Antwerpen, 1978) 116, 126-127. In Turnhout kreeg Conscience ondermeer bezoek van zijn vader.
(23) Zie over hem: A. Notebaert, 'Leopold I', in: België en zijn
koningen, (Brussel, 1990) 7-20.
(24) H. Conscience, Geschiedenis mijner Jeugd, 128.
(25) S.A.T., Correspondentie 1831, nr. 233.
(26) A. Snieders, Jan Scharesliep.
(27) A.M. Pagnoul, 'Het Verdrag der XXIV Artikelen. 1831 - 1839', in: Doorheen de Nationale
Geschiedenis, II, (Brussel, 1981) 99-106.
(28) R.M. Nepveu, 'Utrechtse studenten op veldtocht', Spiegel
Historiael, XIV (1979), 45 - 52.
(29) H. Conscience, Geschiedenis mijner Jeugd, 128.
(30) Voor het verhaal van de Tiendaagse Veldtocht steunden we op: Ravels in Lief en
Leed, (Ravels, 1980) 73-76; J.P. Nater, De Tiendaagse Veldtocht. De Belgische Opstand 1830 -
1831, (Haarlem, 1980): J. Bosscha, Het leven van Willem den Tweede, Koning der Nederlanden, en Groothertog van
Luxemburg, (Amsterdam, 1852); A. Eenens, Les Conspirations militaires de
1831, 2 dln., (Brussel, 1875); J.C.C. den Beer Poortugael, 1831 De Tiendaagse
Veldtocht, ('s-Gravenhage, 1906); A. Charpiny, Les combattans volontaires de 1830 devant
l'histoire, (Brussel, 1880); C. Gerretson, Muiterij en scheuring in 1830, 2 dln., (Leiden, 1936);
Histoire des évènements militaires et des conspiracions Orangistes de la Révolution en Belgique de 1830 à 1833. Rêdigér d'après les Mémoires du général Niellon, (Brussel, 1868); P.A. Huybrecht,
Histoire politique et militaire de la Belgique (1830-1831), (Brussel, 1856); F. van Kalken,
Histoire de Royaume des Pays-Bas et de la Révolution belge de 1830, (Brussel, s.d.); H. van der Hoeven,
De Belgische Beroerte. De Tiendaagse Veldtocht en de Scheuring der Nederlanden
1830-1839, (Amsterdam, 1973); Nothomb, Essai historique et politique sur la Révolution
Belge, 2 dln., (Brussel, 1876); L. Leconte, Les ephémères de la révolution de
1830, (Brussel 1945); J.J. Thonissen, La Belgique sous le règne de Leopold Ier. Etudes d'histoire
contemporaine, 4 dln., (Luik, 1855-1858), dl. I, 13-73; J. Olivier, Merkwaardigheden uit den Tiendaagse Veldtocht der Nederlanders in België, (Amsterdam, 1834); T.W. Polet, A.A. de Reus-Vredenburg en J.J. Kaldenbach,
Noordhollandse schutters in de "Belze" opstand van 1830, (Alkmaar, 1990); W.E.A. Wüppermann,
De geschiedenis van den Tiendaagschen Veldtocht in augustus 1831, ('s-Gravenhage, 1881);
Verzameling van dagorders, officiële rapporten en andere berigten betrekkelijk den Tiendaagschen Veldtogt in
1831, (Utrecht, 1833); 'Herinneringen aan het Verblijf der Vrijwillige Utrechtse Jagers in Noord-Brabant en de Tiendaagse Veldtocht', in:
Utrechtse Studentenalmanak 1832, (Utrecht, 1832).
(31) C. Ruts, 'Iets uit de jaren 1830-1831', Taxandria, II (1905), 153-158.
(32) Brief van deelnemende soldaat. Privé-collectie.
(33) A. Engelen, Wandelingen door Brussel en een gedeelte van België in
1836, (Groningen, 1837) 203.
(34) B.v. S.A.T., Correspondentie, 20. XII. 1830, nr. 2673.
(35) B.v. S.A.T., Gemeenteraad, 7. VIII. 1831, de heren Heuvelmans, Donnez, Sanctorum en
Kesters.
(36) S.A.T., Correspondentie, 25. II. 1831, nr. 2866.
(37) S.A.T., Gemeenteraad, 2. II. 1830.
(38) S.A.T., Brief Mevr. Stroobant de Terbruggen, dd. 7.1.1830. Zie over haar: H. de Kok, 'De schilderijgen van Franciscus Xavery op het Kasteel van Turnhout',
Taxandria, 1991.
(39) S.A.T., Gemeenteraad, 7. VIII. 1831.
(40) S.A.T., Gemeenteraad, 2. VIII. 1831.
(41) S.A.T., Gemeenteraad, 2. VIII. 1831.
(42) Onder de Vrijheidsboom. De Belgische revolutionaire en patriottische geest
1789-1830, (Brussel, 1980), 89-91.
(43) E. van Autenboer, 'Een greep uit de rijke oogst Turnhoutse Verenigingen (1800 - 1945)', in: H. de Kok en E. van Autenboer (red.),
Turnhout, Groei van een Stad, 546.
(44) Charpiny, Les combattans volontaires de 1830, 64, 68, 82, 91, 93, 99, 107, 127, 132, 135, 143, 148. Met name: A. Busch, F. Dergent, J. Geersmans, F. Leyset, A. Meeuwes, J. Nijs, J. Voncken, H. Beerens, H.-A. Bertaux, J. Gevers, J. Gorris, J.B. Janssens, P. Selen, J.G. Thys, J. Vanaken, J. Weygers, A. Dieudonné en M.
Maes.
(45) Peeters, Koning Willem II en Tilburg, 23.
(46) J.E. Jansen, Turnhout in het verleden en het heden, II, (Turnhout, 1905), 31-32.
(47) A. Duchesne, Les archives de la guerre et de la marine à Paris et l'histoire de
Belgique, (Brussel, 1962), 260.
(48) Zie daarvoor de aangehaalde werken van A.M. Pagnoul (noot 27) en A. Notebaert (noot 23).
(49) S.A.T. Aenkondigingsblad, 24.1.1846.
(50) S.A.T. Aenkondigingsblad, 17.1.1846.
(51) H. de Kok, 'Elementen van de geschiedenis van de Patersstraat', in: Paterspand
Turnhout, (Leuven, 1991), 18.
(52) S. Scholl, De werknemers in de Kempen tussen 1830 - 1870, (Turnhout, 1954), 14.
(53) S.A.T., Den Kempenaer, 14-8-1841.
(54) H. de Schepper, Belgium Nostrum. 1500 - 1650. Over integratie en desintegratie van het
Nederlands, (Antwerpen, 1987), 80.
(55) J. van Haver, Noorderman en Zuiderman. Het Taalverdriet van
Vlaanderen, (Tielt, 1989) 14.
(56) L. Simons, Het Ravijn tussen Essen en Roosendaal. Culturele Integratie voor
beginners, (Leuven, 1990), 55, 59-61.










