| 338. Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier | |||
|
Titel: |
Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier (1) |
|
Ondertitel: |
125 jaar Tilburgse hofleveranciers |
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Jaargang: |
XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
46-59 |
Wie tijdens het wachten bij het stoplicht aan de Bredaseweg hoek Diepenstraat zijn blik richt naar de gevel van de firma De Regenboog, ontwaart een kleurrijk koninklijk wapenschild uit lang vervlogen tijden. Hiermee heeft de trotse eigenaar destijds uiting willen geven aan het aan hem verleende predikaat 'hofleverancier'. Dit predikaat werd in de periode 1869-1936 aan een dertigtal bedrijven en winkeliers in Tilburg verleend. Slechts twee van deze bedrijven (Van der Schoot BV en wijnkopers Verbunt & Co BV) zijn anno 1995 nog gerechtigd tot het voeren van het koninklijk wapen met de toevoeging
'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier'.

Het nieuwste koninklijk wapen, op 1 mei 1987 ingesteld door koningin
Beatrix (coll. Van der Schoot BV, foto Frans van Ameijde).
(coll. RHC Tilburg).
Op 1 mei 1987 heeft koningin Beatrix een vernieuwd stelsel ingevoerd ten aanzien van het recht tot het voeren van het koninklijk wapen met de titel
'hofleverancier', waarmee alle 'oude' predikaten en wapenschilden vervielen. Daarna zijn er tot op heden nog vijf Tilburgse bedrijven hofleverancier 'nieuwe stijl' geworden: Wijn- en gedistilleerdhandel André Kerstens BV, Tapisserie & Damastweverij Tilburg, Gimbrère Confectie BV, en dit jaar nog binnen een tijdbestek van drie weken Vollenhoven Groot-Olie BV en Bressers Metaal BV (beiden begunstigers van dit tijdschrift
'Tilburg'). De onderscheiding geldt voor maximaal 25 jaar.
Tilburg heeft thans dus zeven hofleveranciers. Hoe zit het dan met de fraaie wapenschilden van De Regenboog en al die andere al dan niet verdwenen bedrijven en winkels die hofleverancier waren? Een onderzoek naar al deze hofleveranciers leverde een aantal boeiende bedrijfsgeschiedenissen op. In dit artikel wordt daarvan een korte schets gegeven.
Ontstaan
Er bestaat niet zoveel literatuur over het fenomeen hofleverancier. Collectioneur M.R. van der Krogt uit Voorburg schreef er twee handboeken over, waarin hij na jarenlang onderzoek een aardig beeld geeft van de ontwikkeling van het predikaat
'hofleverancier' in Nederland.(2)
Koning Willem I was in het eerste kwart van de negentiende eeuw de grote bevorderaar van de nijverheid in zijn koninkrijk. Dat hij daarbij de activiteiten van kleinschalige bedrijfjes en winkeliers niet achterstelde, moge blijken uit het veelvuldig verlenen van het bijzondere recht tot het voeren van het koninklijk wapen en het daaraan verbonden brevet. Aanvankelijk was zo'n bedrijf ook daadwerkelijk leverancier aan het hof, maar dit was later geen noodzaak meer. Echter als je leverde aan het hof, wilde dat niet automatisch zeggen dat je ook hofleverancier werd. Toch had het voeren van het koninklijk wapen een zekere betekenis voor het bedrijf. Het was chic en goed voor reputatie en klandizie als je kon pronken met een gietijzeren beschilderd koninklijk wapen aan de pui van de winkel of het bedrijf, of met briefpapier of advertentie, verlucht met het wapen.
De oudste Tilburgse hofleverancier was de firma Peletier & Co, fabriek van wollen manufacturen en lakens, gevestigd in de St. Josephstraat naast de lancierskazerne. Fabrikant was de in 1826 in Strijen (ZH) geboren Henri Peletier. Hij ontving het koninklijk wapen van koning Willem III op 30 juli 1869. Veel is er over Peletier niet bekend. Hij bouwde in 1860 zijn 'stoomfabriek' op een bouwland dat hij van dominee G.D.J. Schotel had gekocht. Peletier was net als hij Nederlands Hervormd. Op 13 november 1873 vertrok hij met zijn vrouw Alijda Krantz (geb. Amsterdam 1833) en zoon Henri George (geb. Tilburg 1865) naar
Zaltbommel.(3)

Advertentie uit de 'Tilburgsche Courant' van 21 juni
1874. (coll. RHC Tilburg).
In mei 1867 vestigde Eduard Joannes Gieliam (Den Bosch 1842) zich in de Heuvelstraat als goudsmid en koopman in galanterieën. Gieliam kreeg in dat jaar in Tilburg het alleenverkooprecht van het Malx-extract van Johann Hoff, een internationaal bekend
'gezondheidsbier' tegen alle mogelijke kwalen van astma tot spijsverteringsstoringen. Dit Malx-extract was ondermeer zeer populair bij vele Europese vorstenhuizen. Ter aanbeveling aan zijn clientèle, waartoe ook koning Willem III en wijlen zijn vader koning Willem II behoorden, somt Gieliam al die vorstenhuizen op in een advertentie in de
'Tilburgsche Courant'. Op 8 juli 1872 werd Gieliam hofleverancier van koning Willem III, misschien vanwege de succesvolle verkoop en de heilzame werking van zijn gezondheidsbier? Wie zal het zeggen. Nadien noemde hij zijn zaak:
'Bazar Willem II', waar hij behalve serviezen ook lampen, pendules en meubels verkocht. Hij is bovendien reparateur van goud, zilver en
'fantaisie-artikelen en meubelen'.(4)
Uit ons onderzoek is niet altijd gebleken waarom een firma met het predikaat hofleverancier werd onderscheiden.
Gedenknaald koning Willem II
In 1874 kreeg Tilburg er drie hofleveranciers bij: fotograaf A. van Beurden ontving het koninklijk wapen van koning Willem III, banketbakker C.H. Janssen-Mes en kapper J.P.J. Lejeune ontvingen dit van zijn broer prins Hendrik (de Zeevaarder) der Nederlanden.

Briefhoofd van fotograaf A. van Beurden, eind jaren tachtig van de vorige eeuw, waarop
twee wapenborden zijn afgebeeld. (coll.
RHC Tilburg).
Fotograaf Adriaan van Beurden (1843-1915) ontving al eerder het koninklijk wapen van prins Hendrik der Nederlanden, in welk jaar is onbekend. Nu ontving hij de onderscheiding op 21 oktober 1874 eenvoudigweg vanwege het feit dat hij in 1872 en 1874 drie foto's vervaardigde van respectievelijk het sterfhuis van koning Willem II in Tilburg en de daarna op die plaats opgerichte
gedenknaald.(5) In zijn advertenties en op zijn fotokartonnen noemt hij zich steeds
'hoffotograaf', hoewel hij vermoedelijk alleen maar het predikaat 'hofleverancier' mocht voeren. Bij de heropening van zijn zaak in 1878 noemde hij deze zelfs
'Koninklijk Photographisch Atelier Van Beurden'.(6)
Adriaan van Beurden vestigde zich op 1 mei 1868 als fotograaf in de Heuvelstraat. In dat jaar verkreeg hij de negatieven van fotograaf K. Festge, die de stad vanwege dienstplicht zou verlaten. Van Beurden is vermoedelijk leerling van deze oudst bekende Tilburgse fotograaf van Duitse afkomst geweest. Een jaar later verhuisde hij zijn atelier naar de net aangelegde Comediestraat (thans Willem
II-straat).(7)
Banketbakker Cornelis Hendrikus ('Henri') Janssen (1834-1899) had ook iets met die gedenknaald te maken. Op 17 maart 1874 werd dit monument namelijk door prins Hendrik onthuld, en bakker Janssen mocht het
'déjeuner dinatoire' voor het hoge gezelschap op het stadhuis leveren. Zijn culinaire hoogstandje zou nooit in de annalen der historie zijn terechtgekomen als hij zelf niet het initiatief had genomen een brief naar prins Hendrik te schrijven, waarin hij verzocht hem
'de noodige magtiging te willen verleenen, om voor zijn beroep wel den titel van Uwe Koninklijke Hoogheid te mogen
voeren'. Bovendien voerde hij als argument aan dat wijlen zijn vader bakker Petrus Janssen destijds naar alle tevredenheid leveringen heeft gedaan aan de vader van de prins, koning Willem II, toen deze in Tilburg verbleef.
Het predikaat hoflverancier werd Janssen op 14 april 1874 verleend.(8) Het koninklijke wapen prijkte kort daarna al in een advertentie, en bakker Janssen schafte zich een enorm gietijzeren wapenbord aan (115 cm hoog en 114 cm breed) dat hij aan de gevel van zijn bakkerij aan de Veldhoven hing. Het werd vervaardigd door IJzergieterij L.I. Enthoven en Co te
's-Gravenhage.(9) Nadat bakker Henri Janssen-Mes (hij was gehuwd met Johanna Mes, en hij voerde deze dubbele naam steeds als firmanaam) in 1899 was overleden, werd het bakkersbedrijf voortgezet door P. Mol, die meteen verhuisde naar de Gasthuisstraat. Het bedrijf van banketbakker P. Mol & Zonen heeft daar op nummer 34 tot circa 1978 gezeten. Het koninklijk wapen werd door hem op het briefpapier gevoerd, en het gietijzeren wapenbord heeft tot het laatst aan de gevel gehangen, waarna het door de familie Mol naar het gemeentearchief Tilburg werd overgebracht. De menukaart van het
'déjeuner dinatoire' is eveneens op het gemeentearchief als curiositeit bewaard gebleven.

Gietijzeren wapenborden van Prins Hendrik (boven), afkomstig van bakker
Henri Janssen-Mes uit 1874 (coll. GAT) en van koningin-regentes Emma (
onder) van kapper Jean Lejeune uit 1895 (foto's Frans van Ameijde;
coll.
RHC Tilburg).
Tijdens de onthulling van de gedenknaald zou kapper J.P.J. Lejeune (1845-1919) prins Hendrik een fles
'Eau de Cologne des Princes' hebben overhandigd. Op 2 april 1874 schreef de secretaris van de prins aan Lejeune dat Z.K.H. aan hem de titel had verleend van
'Hofleverancier van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Hendrik der Nederlanden, met vergunning om als zoodanig Hoogstdeszelfs wapen te
voeren'.(10) In augustus 1895 werd hij ook nog eens hofleverancier van koningin-regentes Emma, omdat hij haar de nodige toiletartikelen leverde bij haar bezoek aan Tilburg.
Kapper Jean Pierre Joseph Lejeune had zich in 1871, komende uit Breda, gevestigd in de Heuvelstraat. Hij was te Gouda geboren en had tien jaar in Breda gewoond. Omstreeks 1890 verhuisde hij naar de Willem II-straat 82. Hij kocht toen te Brussel een interieur dat meer dan tachtig jaar in die zaak bleef. Zijn zoon Mathieu (1876-1951) en sinds 1947 twee generaties Cuijpers, volgden hem op. De twee wapenschilden van Lejeune hingen in 1991 nog steeds boven de kapsalon in de Willem II-straat, waar ze samen met de bijbehorende oorkonden door de huidige eigenaar kapper J. Cuijpers werden gekoesterd. Cuijpers is geen hofleverancier, zijn aanvraag daarvoor is wel ingediend maar nog in behandeling. De oude, historisch waardevolle, wapenschilden zijn inmiddels van de gevel verwijderd omdat ze immers niet meer 'geldig'
zijn.(11)
De uit Roermond afkomstige gebroeders Henri (1836-1881) en Frans Lommen (1845-?) waren fabrikanten van chemische verfwaren, Engelse en Hollandse lakken en vernissen. De
firma Gebroeders Lommen werd op 16 februari 1880 hofleverancier van koning Willem III. De gebroeders liepen er blijkbaar niet zo mee te koop, want zij maken er op hun later gedrukte fraaie briefpapier geen enkele melding van dat zij hofleverancier zijn, dit in tegenstelling tot alle andere onderscheiden firma's. De Verf- en vernisfabriek Gebroeders Lommen, opgericht in 1853, is op enkele adressen gevestigd geweest, in 1865 is het adres West-Heikant 157, in 1881 Goirke H 343 en in 1900 Zuid-Oosterstraat O
276.(12)
Explosieve toename
In de jaren negentig van de vorige eeuw was er onder koningin-regentes Emma een explosieve toename van hofleveranciers. We vonden er welgeteld dertien in de archieven terug. Tussen 1900 en 1912 zouden er onder koningin Wilhelmina nog tien bijkomen. Dan volgt er een periode waarin er blijkbaar geen nieuwe Tilburgse hofleveranciers meer worden benoemd. In 1936 zijn er nog wel drie bedrijven zogenaamd
'bestendigd', onder een andere eigenaarsnaam voortgezet dus, en is er een vervallen verklaard. Vermoedelijk zijn er pas na de Tweede Wereldoorlog weer bijgekomen.
Onder de nieuwe hofleveranciers bevonden zich enkele firma's uit de Heuvelstraat, Willem II-straat en Zomerstraat: de bazar in galanterieën en luxe-artikelen van de
firma A. Meijring, het magazijn van huishoudelijke artikelen van de firma
Charles Marsé-Smits, banketbakker Richard Boes, spiegel- en lijstenfabrikant en decoratieschilder Henri
Briels-Poell, behanger en stoffeerder P. Scheefhals, modemagazijn G. Meelis, ijzerhandel en -gieterij W. van der Schoot en wijnhandelaar de firma J.A. Verbunt in de Langestraat.
De bazar in galanterieën en luxe-artikelen van de firma A. Meijring was gevestigd op de hoek Heuvelstraat - Willem II-straat, waar later Peek & Cloppenburg kwam. In het adresboek van 1889 adverteerde de firma met de
'grootste sorteering pendules' en met 'gaskronen, gasganglantaarns, petroleum-, hang- en
tafellampen'. Wanneer de firma hofleverancier is geworden, is niet bekend. Het moet na 1889 geweest zijn. Een briefhoofd van 1914 vermeldt
'Hofleverancier van H.M. de Koningin-Weduwe', en volgens de richtlijnen van de Hofcommissie is het voeren van die titel, na het overlijden van koning Willem III, vanaf 7 april 1891 verplicht
gesteld.(13)
Het magazijn van huishoudelijke artikelen van de firma Charles Marsé-Smits had twee zaken: in de Heuvelstraat en in de Willem II-straat, genoemd naar het echtpaar Carolus Matheus Marsé (geb. Tilburg 1851) en Maria Catharina Philomena Smits (geb. Breda 1849). In juli 1895 werd de firma hofleverancier van
'H.M. de Koningin-Regentes Emma'.(14)

Thee- en lunchroom van Lemmens op de hoek Heuvelstraat-Monumentstraat, jaren
twintig. Boven de deur hangt het wapenbord (1895) van banketbakker Richard Boes,
die daar voor 1920 zat. (coll. RHC Tilburg).
Het wapenschild van de zich sedert juli 1895 hofleverancier en 'hofcuisinier' noemende
banketbakker Richard Boes (1858-?) heeft wel erg gekke omzwervingen gekend. In 1920 vertrok Boes van de Heuvelstraat naar Teteringen. In zijn pand op de hoek Heuvelstraat en Monumentstraat kwam toen de thee- en lunchroom van Lemmens, waar het wapenschild nog aan de gevel heeft gehangen. Een zuster van Boes, Margaretha Eliza Boes (1846-1924), was gehuwd met haar vroegere buurjongen Johannes van Nunen (1829-1899). Dit echtpaar stichtte een galanterieënwinkel in de Heuvelstraat hoek Pleinstraat, waaruit later de speelgoedzaak Van Nunen-Boes, thans Bart Smit (sinds 1980), is voortgekomen. Een briefhoofd uit 1956 vermeldt
'J.J. van Nunen-Boes, hofleverancier Tilburg, kinderspeelgoederen-galanterieën anno
1854'. Tot voor enkele jaren hing aan de gevel van Bart Smit nog, geheel ten onrechte natuurlijk, want het predikaat is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar, het wapenbord dat aan Richard Boes was
toegekend.(15)

Spiegel- en lijstenhandel Henri Briels-Poell in de Zomerstraat,
met aan de gevel het wapenbord van koningin-regentes Emma
uit 1897. (coll. RHC Tilburg).
Huis- en decoratieschilder Henri Briels (geb. Bergen op Zoom 1850) voerde met zijn vrouw Paulina Poell (geb. Weert 1856) sinds 1870 het bedrijf Henri Briels-Poell in de Zomerstraat. Volgens een advertentie uit 1898 verkocht hij een geneeskrachtige wol onder de wetenschappelijk aandoende naam
'Excalfactorium Salutare Lana Fovens'. In augustus 1897 werd hij hofleverancier van koningin-regentes Emma. Hun zoon Johannes Briels (1875-1951) stichtte in 1903 in de Zomerstraat de Koninklijke Nederlandsche Stoom- Spiegel en Lijstenfabriek Briels. Voor het voeren van het predikaat
'koninklijke' kreeg hij, op straffe van intrekking van het hofleverancierschap, in 1909 van burgemeester Raupp een ernstige waarschuwing. Joh. Briels schrijft de burgemeester terug dat
'wij de bewuste marmeren glasplaat waarop dit woord voorkwam door een nieuwe hebben vervangen met de tekst o.m. van
Hofleverancier'. De toevoeging 'koninklijke' is na dit incident evenwel niet van briefhoofden, notapapier, van etiketten en uit advertenties (zelfs nog in 1932)
verdwenen.(16)
Behanger en stoffeerder Petrus Henricus Scheefhals (1841-1902) uit de Heuvelstraat ontving in augustus 1896 het predikaat hofleverancier van koningin-regentes Emma. Zijn zoon Petrus Fredericus Josephus Scheefhals (geb. 1877) zette de zaak aan de Bredaseweg
voort.(17)
In de wijk Korvel werden de firma's De Erven A.H. van Roessel, beter bekend als bierbrouwerij De Posthoorn, en schoenfabrikant en leerlooier Jan van Arendonk hofleverancier van koningin-regentes Emma, en ten slotte in respectievelijk de Industriestraat en op het Wilhelminapark de muziekinstrumentenfabriek M.J.H. Kessels en de tricotfabrikanten de firma Gebr. de Wijs.
.jpg)
Woonhuis van Bierbrouwerij De
Posthoorn aan het Korvelplein, kort voor
de sloop in 1929 (Coll. RHC Tilburg).
Bierbrouwerij De Posthoorn vierde in 1904 het 100-jarig bestaan en zou dus in 1804 (op een briefhoofd uit 1913 staat 1806) zijn opgericht. Landbouwer Jacobus Adrianus van Roessel (1777-1863) werd in 1840 brouwer aan het Korvelplein genoemd. Zijn kleinkinderen Jacques (J.G.C.J.) van Roessel (1872-1942) en Marie van Roessel (1873-1916) ontvingen in juli 1895 het predikaat hofleverancier als fa. de Erven A.H. van Roessel. De vennootschap
'De Posthoorn' werd in 1907 bij K.B. goedgekeurd en heette daarvoor vanaf 1879 de 'Erven A.H. van
Roessel'.(18)

De schoenfabriek en leerlooierij J. van Arendonk in 1905.
(coll. RHC Tilburg).
Schoenfabrikant en leerlooier Jan van Arendonk aan de Korvelseweg ontving in augustus 1897 het predikaat hofleverancier van koningin-regentes Emma. Er waren toen 60 personen in dit bedrijf werkzaam. Jan van Arendonk (1863-1909) nam na de dood van zijn vader Cornelis van Arendonk in 1884 de kleine schoenmakerswerkplaats met drie knechts over, die in 1914 zou uitgroeien tot een enorme schoenfabriek en leerlooierij met ruim 400 personeelsleden. Het hoofdbedrijf met kantoren bevond zich aan de Korvelseweg en de fabrieksruimte daarachter aan de Nieuwstraat. In 1909 diende de burgemeester van Tilburg aan de commissaris van de koningin een verzoek in om schoenfabrikant Jan van Arendonk het predikaat
'koninklijk... als erkenning van zijn verdiensten op industrieel gebied' te verlenen en omdat het bedrijf sinds het toekennen van het hofleverancierschap sterk was gegroeid en op dat moment 190 werklieden in dienst had. Reeds in 1897 adverteerde Van Arendonk met de naam
'De Koninklijke Tilburgsche Schoenfabriek van Jan van Arendonk'.(19)
.jpg)
Muziekinstrumentenfabriek M.J.H.
Kessels voerde op deze ansichtkaart uit 1900, met
twee koninklijke wapens (Coll. RHC Tilburg).

Muziekinstrumentenfabriek M.J.H. Kessels voerde op zijn briefhoofd uit 1906 drie koninklijke wapens, die
van koning Willem III, van koningin-regentes Emma en van koningin Wilhelmina. (coll.
RHC Tilburg).
M.J.H. Kessels (1858-1932) grossierde blijkbaar in koninklijke onderscheidingen: in augustus 1895 en op 31 augustus 1900 werd de succesvolle fabrikant van muziekinstrumenten hofleverancier van respectievelijk koningin-regentes Emma en koningin Wilhelmina. Een briefhoofd uit 1906 vermeldt bovendien nog dat hij ook hofleverancier is van koning Willem III, en op 28 november 1913 werd hem op persoonlijke titel het predikaat
'Koninklijk' verleend. Dit laatste predikaat is overigens een hogere onderscheiding dan hofleverancier, en volgens Van der Krogt kunnen deze titels niet samen gevoerd worden, hoewel Kessels dit wel op zijn briefpapier heeft gedaan. Het bedrijf heette nadien N.V. Koninklijke Nederlandsche Fabriek van
Muziekinstrumenten.(20)
Tricotfabrikanten de firma Gebr. de Wijs, gevestigd aan het Wilhelminapark, kregen in augustus 1895 het predikaat hofleverancier van koningin-regentes Emma. Grondleggers van dit bedrijf waren de broers Antonius Hermanus de Wijs (1853-1925) en Christianus Johannes Franciscus de Wijs
(1856-1932).(21)
Lange traditie

De firma W. van der Schoot, in 1898 hofleverancier geworden, vestigde zich kort na de
eeuwwisseling in de Heuvelstraat. Het was het eerste betonnen bedrijfspand van Tilburg
(coll. Van der Schoot BV).
Van der Schoot Tilburg BV, groothandel in ijzerwaren en gereedschappen, vierde in 1990 zijn 125-jarig bestaan en kreeg toen van burgemeester
G. Brokx de 'Tilburg Trofee' uitgereikt vanwege de bijzondere betekenis voor de stad. Het bedrijf kreeg bij die gelegenheid van het personeel het in oude glorie herstelde koninklijk wapen cadeau. Willem van der Schoot (1838-1894) vestigde zich in 1865 als
'messenmaker' op de Heuvel, en in 1872 richtte hij aan de Willem II-straat een ijzerhandel op. Zijn weduwe, Maria van der Schoot-Ader (1841-1919), voegde er in 1895 nog een ijzergieterij met drijfkracht van een gasmotor van 18 pk aan toe. Op 2 augustus 1898, toen het bedrijf reeds zo'n veertig mensen in dienst had, kreeg het van koningin-regentes Emma het predikaat hofleverancier, en negentig jaar later, op 5 december 1988, werd het door koningin Beatrix ook nog eens het hofleverancierschap nieuwe stijl verleend. De firma Van der Schoot is er met recht trots op met deze nieuwe onderscheiding een lange traditie voort te zetten en zij investeerde vele duizenden guldens om met het koninklijk wapen te pronken op onder andere briefpapier en bedrijfswagens. Van der Schoot heeft naast de hoofdvestiging in Tilburg op dit moment vestigingen in
Geldrop, 's-Hertogenbosch, Nijmegen, Oss, Roosendaal, Vlissingen en Terneuzen.(22)

De wijnhandel J.A. Verbunt in de Langestraat in 1907. Het wapenbord
van koninin-regentes Emma uit 1891 hangt in het midden van de gevel.
(coll. RHC Tilburg).
De Wijnkopers Verbunt bestaan sinds 1844 en hebben in de loop der jaren enkele predikaten hofleverancier verworven. Op 2 augustus 1891 kreeg
F.J.J.B. Verbunt (1856-1924) voor zijn firma J.A. Verbunt, genoemd naar zijn vader en oprichter van de wijnhandel, het predikaat van koningin-regentes
Emma. Deze wijnhandelaar is in 1909 ook bekend geworden als oprichter van de gloeilampenfabriek
N.V. Volt. In 1893 trok Frans Verbunt zich terug uit het bedrijf en stichtte een nieuwe firma: Frans Verbunt & Co. Zijn broer Bernard (1871-1940) zette de wijnhandel J.A. Verbunt voort.
In 1912 kreeg Frans Verbunt het predikaat hofleverancier van koningin
Wilhelmina, dat op 31 oktober 1936 werd bestendigd onder de firmanaam Frans Verbunt & Co. Beide firma's hebben tot 1976 hun domicilie gehad op twee locaties aan de
Langestraat, de laatste in het traditionele trapgevelpand 'Metropole'. Boven de ingang hingen toen twee wapenborden: dat van koningin Juliana en een van prins
Bernhard. Overigens mogen hofleveranciers van prins Bernhard zijn wapenschild nog tot zijn dood blijven voeren.

De firma Frans Verbunt aan de Langestraat was ook hofleverancier
van koningin Juliana en prins Bernhard. De twee wapenborden
hingen boven de ingang van het in 1894 gebouwde pand 'Metropole'.
Foto (met het bestuur van 'Tilburg Totaal') uit 1970.
(coll. RHC Tilburg).
J.A. Verbunt werd in 1967 door Frans Verbunt overgenomen. In 1971 vond de overname plaats door Douwe Egberts Drankengroep, terwijl in 1990 Verbunt Wijnkopers weer losgekoppeld is van het moederbedrijf United
Distillers. Volgens de Staatscourant van 19 februari 1990 heeft de firma Verbunt & Co BV het recht het
'Koninklijk Wapen' te voeren met de toevoeging 'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier'.
J.A. Verbunt heeft ten tijde van Paus Pius XI (1922-1939) ook nog eens het predikaat
'Pauselijk Leverancier' ontvangen, waarmee het samen met Boomkwekerij M. Leenders & Co uit Tegelen de twee enige Nederlandse ondernemingen zijn die naast het Nederlandse Hofleverancierschap ook dit Pauselijk Leverancierschap
bezitten.(23)
Koningin Wilhelmina

Slager E. Herculeijns aan de Nieuwlandstraat ontving het predikaat
hofleverancier van koningin Wilhelmina in 1900. Het wapenbord hing boven
de destijds grootste etalageruit van Tilburg (coll. F. Herculeijns).
De eerste Tilburgse hofleveranciers onder koningin Wilhelmina waren de reeds genoemde
M.J.H. Kessels en 'Vleeschhouwer' E.H.A. Herculeijns (1870-1925), beiden op 31 augustus 1900, de verjaardag van de vorstin. Het hofleverancierschap van Herculeijns werd in 1936 bestendigd onder de naam van zijn zoon René. Aanvankelijk had de handelaar in fijne vleeswaren een fraai pand direct naast het stadhuis aan de Markt, maar sinds 1914 in de Nieuwlandstraat. Dit laatste pand had destijds volgens zeggen de grootste etalageruit van
Tilburg.(24)

Modemagazijn
G. Meelis in de Heuvelstraat ontving het predikaat hofleverancier in 1891 van
koningin-regentes Emma. De foto is van omstreeks 1900 (Coll. RHC Tilburg).
Op 15 april 1891 ontvingen M.P.A. Meelis en J.H.L. Meelis voor hun Firma
G. Meelis, modemagazijn in de Heuvelstraat, van koningin-regentes Emma, bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan, hun eerste hofleverancierschap, en op 31 augustus 1901 het tweede van koningin
Wilhelmina. Vanaf 1891 tot zeker nog 1906 voegde de firma ten onrechte ook nog 'Koninklijke
mode-magazijnen' aan haar naam toe.(25)

Het gierijzeren wapenbord van koningin Wilhelmina uit 1903 hangt
nu nog steeds aan de gevel van De Regenboog (voorheen firma
Janssen & Bierens 'De Regenboog') aan de Bredaseweg (coll.
Ronald Peeters, Tilburg).
De firma Janssen en Bierens, later beter bekend als 'stoomververij en chemische wasscherij De
Regenboog', werd op 31 augustus 1903 hofleverancier, volgens de officiële oorkonde echter met de bepaling 'dat deze onderscheiding geen recht geeft tot het doen van leverantiën ten
Hove'. Het gietijzeren wapenschild hangt thans in 1995 nog steeds aan de gevel van het bedrijf. De firma werd in 1891 opgericht door de broers Henricus Dionysius Janssen
(geb. 1833) en Augustinus Hubertus Vincentius Janssen (1842-1910), beiden kooplieden, en Daniel Franciscus Bierens
(geb. 1840), voormalige meesterknecht en lakenverver bij de weverij van de Wed.
J.M. Roozendaal. Bierens was een van de Tilburgers die voor de Parlementaire Enquêtecommissie van 1887 moesten verschijnen. Deze commissie deed een onderzoek naar kinderarbeid en voorts de gezondheid en veiligheid van de arbeiders in de Nederlandse
fabrieken.(26)
Edelsmid Johan Hamers (1865-1941) uit de Nieuwlandstraat werd op 19 augustus 1904 hofleverancier van koningin Wilhelmina. Hamers richtte zijn juwelierszaak in 1887 op, maar hij ging zich steeds meer specialiseren op het gebied van kerkelijke edelsmeedkunst. Belangrijke opdrachten verkreeg hij onder andere van de bekende kerkenbouwer dr. P.J.H. Cuypers. Hij vervaardigde kelken en monstransen voor talloze kerken en kapellen in Nederland, Nederlands-Indië en Curaçao. Zijn handelsmerk waren twee hamertjes met de spreuk
'Frappez toujours', een woordspeling op zijn naam.(27)
De glas-, vernis- en verfwarenfabriek Van Erp & Van Gorcom in de Stationsstraat ontving het predikaat hofleverancier op 31 augustus 1905. Deze firma kreeg op 13 juli 1909, evenals de firma Briels zoals we hiervoor zagen, van burgemeester Raupp een waarschuwing dat het
'predikaat koninklijke gebezigd ... op eene plaat', die bevestigd was aan de gevel, verwijderd moest worden, anders zou de titel hofleverancier worden ingetrokken. Het bord werd door Van Erp verwijderd. Desondanks is de firma Van Erp & Van Gorcom in 1936 toch het hofleverancierschap kwijtgeraakt. Oprichter van het bedrijf was Franciscus Gerardus van Erp (1845-1930), die gehuwd was met Josina Maria Dorothea van Gorcom (1855-1884). De firma heet later (jaren vijftig) Brabantsche verf- en glasindustrie N.V. Van Erp-van
Gorcom.(28)

Rechts op de hoek
Nieuwkandstraat-Tuinstraat de modezaak Mandos-Vinken, omstreeks 1900.
In 1906 kreeg H. Mandos het predikaat hofleverancier van koningin Wilhelmina (Coll. RHC
Tilburg).
Op 31 augustus 1906 ontvingen Hendrikus Maria Casper Mandos (1842-1925) en zijn vrouw Johanna Maria Vinken (geb. 1841) voor hun
magazijn van mode-artikelen, de firma Mandos-Vinken in de Nieuwlandstraat (hoek Tuinstraat), het predikaat hofleverancier van koningin Wilhelmina. Op 31 oktober 1936 is dit predikaat voor de kledingzaak Mandos-Vinken bestendigd onder de naam van hun zoon Johannes Maria Alphonsus Mandos
(1882-1963).(29)


Speciaal door de firma L.W. van Delft uitgebrachte ansichtkaart van koningin Wilhelmina met
prinses Juliana in de kinderwagen die door dit bedrijf in 1909 werd geleverd. De koningin
verleende de firma toen het predikaat hofleverancier (coll.
Ronald Peeters, Tilburg).
Kinderwagenfabrikant de firma L.W. van Delft in de Poststraat ontving op 28 juni 1909 het predikaat hofleverancier. Grondlegger was Lambertus Wilhelmus van Delft (1841-1919), die dit bedrijf runde met zijn zoons Henricus Adrianus Wilhelmus van Delft (1877-1943) en Adrianus Andreas Wilhelmus van Delft (1882-1925). Bij gelgenheid van de verlening van dat predikaat bracht de firma een gekleurde ansichtkaart uit met als voorstelling koningin Wilhelmina met prinses Juliana in een kinderwagen van Van Delft. De achterzijde van de kaart vermeldt:
'Het heeft H.M. de Koningin behaagd, gezien de fraaie afwerking onzer geleverde Kinderwagens, ons H.M. Wapen te
schenken'. Van Delft was dus een 'echte' hofleverancier. De kinderwagen, die in 1909 werd vervaardigd in opdracht van
'de Vrouwen van de Provincie Zeeland', bevindt zich in het Rijksmuseum Paleis Het Loo. De wagen is geheel belegd met ivoor, de binnenkant is gevoerd met wit satijn en de kap is uitgevoerd in wit chroomleder omgeven met echte kant. Alle metalen delen, met uitzondering van het onderstel, zijn zwaar verzilverd. De zijkanten zijn versierd met driedimensionale kroontjes, en op het hoofdeinde prijkt het wapen van Zeeland. Het van handgeklost Zeeuws kant vervaardigde baldakijn boven de wagen, is echter in de loop der jaren verdwenen. In 1914 liet de firma door architect C.H. van Hoof een nieuwe fabriek bouwen aan de Telegraafstraat. Over dit in Art Déco-stijl gebouwde complex is in 1993 flinke beroering ontstaan omdat afbraak van dit als historisch waardevolle complex dreigde. Met eigenaar NCB werd uiteindelijk een compromis bereikt, waardoor een deel althans niet gesloopt zou
worden.(30)

Sjef Woestenbergh voor zijn sigarenwinkel in de Heuvelstraat
omstreeks 1915. Zijn vader Frans ontving in 1912 het
predikaat hofleverancier van koningin Wilhelmina. Het
wapenbord (omgeven door het oorspronkelijke uithangteken:
rolletjes pruimtabak) hing boven de ingang.
(coll. RHC Tilburg).
De laatste Tilburgse firma uit dit overzicht die zich hofleverancier van koningin Wilhelmina mocht noemen (26 april 1912) was de
tabakskerverij van Frans Woestenbergh in de Heuvelstraat. Franciscus Cornelis Woestenbergh (1829-1913) had zijn tabakskerverij in 1858 op de hoek Heuvelstraat-Langestraat opgericht. Begin deze eeuw verhuisde de zaak naar Heuvelstraat 101, enkele deuren verder. Omstreeks die tijd maakte Woestenbergh bij de fabricage gebruik van stoomkracht. Het bedrijf werd voortgezet door zijn zoon Sjef Woestenbergh
(1862-1945).(31)
Hofleveranciers nieuwe stijl
Het is vaak moeilijk om vroegere hofleveranciers te achterhalen. De archieven van H.M. de Koningin zijn wat dat betreft te gesloten om er inzage in te krijgen. Ook de gemeentelijke kabinetsarchieven van Tilburg van na 1937 zijn (nog) niet openbaar. Maar we zullen in dit artikel de meeste firma's toch wel behandeld hebben.
Anders wordt het met de zeven hofleveranciers nieuwe stijl. Van der Schoot en Verbunt zijn hierboven reeds uitvoerig beschreven. De enige andere zich terecht hofleverancier noemende bedrijven zijn: Wijn- en gedistilleerdhandel André Kerstens BV, Tapisserie & Damastweverij Tilburg, Gimbrère Confectie BV, Vollenhoven Groot-Olie BV en Bressers Metaal BV.
Wijn- en gedistilleerdhandel André Kerstens BV ontving ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan op 28 april 1980 het predikaat hofleverancier van koningin Juliana en op 10 april 1989 het 'Koninklijk Wapen' met de toevoeging
'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier'. De eerste Kerstens die in wijn handelde, was Peter Cornelis Jan Kerstens. Hij wordt al in 1679 als wijnhandelaar in Wernhout genoemd. Pas in 1840 vestigde zijn nazaat Bernard Kerstens zich in Tilburg als apotheker en wijnhandelaar, twee beroepen die destijds blijkbaar heel goed samengingen. Hieruit is de huidige firma ontstaan. In 1970 kwam het uit 1882 stammende huis Louis Bogaers in handen van Kerstens.
Hofleverancier blijf je niet zomaar. Als een bedrijf bijvoorbeeld wordt overgenomen door een ander, of overgaat van een NV in een BV, dan vervalt hiermee meteen dat recht. Dat overkwam ook André Kerstens. In maart 1990 werd de BV overgenomen door Pernod-Ricard, maar dit werd door de directie van Kerstens direct gemeld aan de grootmeester van het huis van Hare Majesteit de Koningin, waarop op 30 mei 1991 dit recht werd
bestendigd.(32)
Tapisserie & Damastweverij Tilburg is een van de weinige 'echte' hofleveranciers (sinds 1989). Dit in 1969 opgerichte bedrijf levert al lang en nog steeds aan het hof. Het heeft in 1971 de getouwen van de Linnen- en Damastweverij W.J. van Hoogerwou, hofleverancier uit Boxtel (opgericht in 1852), overgenomen. Dit was toen het enige bedrijf in Europa dat nog op de authentieke manier tafellinnen vervaardigde. Fraaie damasten tafellakens en servetten werden al sinds het zilveren huwelijksfeest van koning Willem III en koningin Sophie in 1874 door Van Hoogerwou aan het hof geleverd. Met de laatste bestelling van koningin Beatrix in 1989 haalde de Tapisserie & Damastweverij, een onderdeel van de Dienst Sociale Werkvoorziening van de gemeente Tilburg, voor vijf jaar werk binnen! Het Koninklijk Huis is daarmee de belangrijkste en enige vaste klant van de weverij geworden. Op 19 juni 1989 verkreeg het bedrijf vanwege de rijke geschiedenis, de vele leveranties aan het hof, alsmede het instandhouden van een bijzonder ambacht, het recht tot het voeren van het
'Koninklijk Wapen' met de toevoeging 'Bij Koninklijke Beschikking
Hofleverancier'. Kort daarna kwam de Tapisserie & Damastweverij Tilburg landelijk in het nieuws. Koningin Beatrix stuurde tafellakens terug omdat ze pluisden. Volgens bedrijfsleider F. Bergmans kwam dat doordat het hof te veel wasmiddel gebruikte. Een onafhankelijk instituut onderzocht de zaak, maar de uitslag werd nooit bekendgemaakt. Eind 1991 bezorgde koningin Beatrix de Tapisserie & Damastweverij persoonlijk eerherstel door opnieuw een grote order voor tafelkleden, met modern gekroonde monogrammen B en C, te
plaatsen.(33)

Paraplufabriek van de firma Guillaume Gimbrère in de Fabriekstraat omstreeks 1915.
Bij het 150-jarig bestaan in 1990 ontving de firma Gimbrère Confectie BV het
predikaat hofleverancier van koningin Beatrix. (coll. RHC Tilburg).
Een andere jonge hofleverancier is de firma Gimbrère Confectie BV in de Heuvelstraat. Het bedrijf kreeg dit predikaat bij zijn 150-jarig bestaan in april 1990. Grondlegger was de in Antwerpen geboren paraplufabrikant Jean François Gimbrère (1814-1878), die in 1839 zijn paraplufabriekje vestigde aan het Wilhelminapark. In 1846 vestigde hij zich in de Heuvelstraat en in 1853 verhuisde hij naar een ander pand in dezelfde straat. In 1869 trok hij zich terug uit het bedrijf. Zijn zoon Alexander (geb. 1847) zette de zaak voort, terwijl zijn twee andere zonen Guillaume (geb. 1845) en Adriaan (geb. 1849) aanvankelijk gezamenlijk een paraplufabriek begonnen in de Wolstraat (nu Telexstraat). De broers gingen uit elkaar. De 'firma Adrien Gimbrère et Fils' ging in 1907 failliet. Adriaan vertrok naar Amsterdam. De firma Guillaume Gimbrère heeft van 1884 tot 1951 parasols en paraplu's in de Fabriekstraat vervaardigd. Ondertussen had Alexander in 1911 een nieuwe paraplufabriek achter zijn zaak in de Heuvelstraat gebouwd. Tot ongeveer 40 jaar geleden legde de firma Gimbrère zich uitsluitend toe op de fabricage en verkoop (in verschillende bedrijven) van paraplu's, daarna stortte men zich op de verkoop van kleding. Sinds 1990 bestaat Gimbrère uit een keten van twaalf dames- en herenmodezaken in Noord-Brabant, Limburg en
Zeeland.(34)
Bij het 100-jarig bestaan van Vollenhoven Groot-Olie BV op 26 april 1995 werd de firma
'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier' met het recht tot het voeren van het
'Koninklijk Wapen'. Oprichter van dit bedrijf is Jacques van Vollenhoven (1871-1958), die in 1892, komende uit Rotterdam, een oliehandel op de Markt achter café Schuurmans begon. Op 25 april 1895 associeerde hij zich met Emile Smulders onder de firmanaam Van Vollenhoven & Smulders, de voorloper van de huidige Vollenhoven Groot-Olie BV. Zij vestigden zich in de Nieuwlandstraat 41 en startten met plantaardige en dierlijke oliën en vetten. Het in 1908 door architect Jan van der Valk gebouwde kantoorpand heeft een typische Jugendstil-gevel met een fraai tegeltableau dat nog steeds (het is een gemeentelijk monument) het opschrift
'Van Vollenhoven Smulders' draagt.
In 1918 trad Smulders uit de vennootschap en Jacques van Vollenhoven verkocht in 1921 zijn bedrijf aan zijn klant en goede vriend Joseph Bogaers in Helmond. De directie werd gevormd door zijn zoon H.A.M. (Fons) Bogaers en diens zwager H.C.J. (Hein) Witlox. De zoon van Fons, Pieter Ph. Bogaers, kwam in 1934 in het bedrijf, werd na het overlijden van zijn vader adjunct-directeur en in 1943, na het overlijden van zijn oom Hein Witlox, directeur. In 1975 trad hij af en werd het bedrijf in twee werkmaatschappijen gesplitst: Vollenhoven Groot-Olie BV en Vollenhoven-Smulders Beleggingen BV. Zijn drie zonen Pieter A.M. Bogaers, Hein A.M. Bogaers en Marcel J.A.M. Bogaers zouden samen met Ad F.P.J. Knibbeler de directie gaan vormen van Vollenhoven Groot-Olie BV, groothandel in stookolie, dieselolie en benzine
(Q8).(35)

Briefhoofden uit omstreeks 1910 van de firma's Van Vollenhoven & Smulders en Joh. Bressers.
De respectievelijk daaruit voortgekomen firma's Vollenhoven Groot-Olie BV en Bressers Metaal BV
ontvingen in 1995 kort na elkaar bij hun 100-jarig bestaan het predikaat hofleverancier van koningin Beatrix.
Enkele weken na Vollenhoven Groot-Olie BV werden op 12 mei 1995 tijdens de ingebruikneming van de nieuwe vestiging van
Bressers Metaal BV aan de Apollostraat en bij gelegenheid van de viering van het 100-jarig bestaan, door burgemeester Brokx aan die firma het predikaat hofleverancier en de Tilburg Trofee uitgereikt.
Op 16 februari 1893 werd door Martinus Cornelis Nicolaas Bressers (1823-1902), koopman in bogen, pijlen, waskaarsen en honing, alsmede grossier in koloniale waren (Monumentstraat 6), de ijzerhandel Johan Bressers opgericht, genoemd naar zijn zoon Johan Bressers (1871-1928), die vanaf het begin de dagelijkse leiding kreeg. De firma Johan Bressers wordt gevestigd aan de nu niet meer bestaande Kerkstraat, destijds in de volksmond ook wel
'het Bressersstraatje' genoemd. In 1907 worden aan de Heuvelstraat 76 kantoren plus een afhaalbalie voor de afdeling ijzerwaren en gereedschappen gebouwd. Na zijn overlijden in 1928 wordt de naam van het bedrijf veranderd in Johan Bressers en Zonen. Al spoedig nemen zijn zonen J.C.M.M. Bressers (1906-1993) en M.C.X.M. Bressers (1907-1975) het bedrijf van hun moeder M.C.A. Bressers-van Nuenen over. Hun zonen, de neven mr. C.M.M. Bressers en mr. M.C.J.M. Bressers, volgden hen per 1 januari 1973 op en bouwden het bedrijf Bressers Metaal BV aan het Wilhelminakanaal uiteindelijk uit tot een ultramodern staaldistributie- en staalservicecentrum van enorme
omvang.(36)
Van der Krogt maakt melding van hofleveranciers die in Tilburg filialen hebben, namelijk
Albert Heijn (Ahold) (sinds 1927) en Dechesne Mode (Groningen, hofleverancier sinds 1925). Dit laatste bedrijf is overigens losgekoppeld van de moederfirma. Alle vijfhonderd Nederlandse supermarkten van Albert Heijn moesten voor 1 maart 1992 het schild van hofleverancier van de gevel verwijderen omdat het AHOLD-concern bij het 100-jarig bestaan het predikaat
'Koninklijke' is verleend, en het om die reden niet tegelijkertijd 'Hofleverancier' kan
zijn.(37)
Dit predikaat kan door de koning of koningin naar eigen goeddunken worden verleend aan instellingen, verenigingen, ondernemingen en dergelijke. Andere instellingen/bedrijven in Tilburg die het predikaat
'Koninklijke' voer(d)en zijn naast de genoemde N.V. Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten (Kessels) en vermoedelijk ook schoenfabriek Van Arendonk, verder nog o.a. de Koninklijke AaBe wollenstoffen- en dekenfabrieken NV (tot de overname door Sigmacon in 1982), de Nieuwe Koninklijke Harmonie (1-4-1850), het Koninklijk Handboogschuttersgilde Sint Sebastiaan van Willem III (3-7-1851), de Koninklijke Liedertafel Souvenir des Montagnards (23-6-1902), de Koninklijke Rijksscholengemeenschap Koning Willem II (7-9-1948), het Koninklijk Tilburgs Mannenkoor 'Sint Caecilia' (12-10-1952) en de Koninklijke Harmonie
Orpheus.(38)
Er zijn in Tilburg ook hofleveranciers (geweest) die een straatnaam kregen, zoals: Van Vollenhoven, Kessels, brouwerij De Posthoorn en, misschien wat ver gezocht ijzerhandel Van der Schoot (de IJzerstraat) en wijnhandel J.A. Verbunt, waarnaar de Rankenstraat en Wingerdhoek zijn
genoemd.(39)
Om volgens de nieuwste richtlijnen nog hofleverancier te kunnen worden, moet een onderneming van het midden- of kleinbedrijf in de regio een eerste of tenminste vooraanstaande plaats innemen en in principe ten minste 100 jaar bestaan. Tilburg is al eeuwen een stad van ondernemers. Het predikaat hofleverancier behoort, zoals we onlangs gezien hebben, in deze moderne industriestad nog lang niet tot het verleden.
Noten
(1) Bewerking van Ronald Peeters, '120 jaar Tilburgse hofleveranciers. Een koninklijk privilege?', in:
Tilburg Magazine, 2, 1991, nr. 1, p. 33-39.
(2)2 M.R. van der Krogt, Hofleveranciers in Nederland (Amsterdam/Dieren, 1985) en M.R. van der Krogt (red.),
Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier (Rijswijk, 1991).
(3) Gemeentearchief Tilburg (GAT), Kadastrale legger, art. nr. 4081, sectie L perceel 1659; GAT, Bevolkingsregister 1860/1970, dl. 14, nr. 125 en 1870/1880, dl. 16, nr. 204;
Adresboek van Tilburg 1865, p. 25.
(4) GAT, Bevolkingsregister 1870/1880, dl. 14, nr. 108; Advertenties in:
Tilburgsche Courant (TC) van 11-5, 25-5, 1-6, 10-8-1867, 11-7-1872 en 5-4 en 21-6-1874.
(5) TC van 25-10-1874; Ronald Peeters, Koning Willem II en Tilburg
(Tilburg, 1987), p. 28, 55, 61-65; Van der Krogt, Hofleveranciers, p. 24 en 101.
(6) Het GAT bezit talrijke zogenaamde salon- en visitekaartportretfoto's opgeplakt op fraai uitgevoerde kartonnetjes met verschillende afbeeldingen;
TC van 10-11-1878.
(7) Weekblad van Tilburg van 2-5 en 10, 17 en 24-10-1868; Ronald Peeters,
Tilburg in beeld 1865-1945 (Tilburg, 1979), p. 6-8.
(8) GAT, Dossiers kunstdocumentatie nr. 8.12; Koninklijk Huisarchief, 's-Gravenhage, correspondentie met H. Janssen-Mes, 1874 (in kopie bij GAT); Peeters,
Koning Willem II, p. 61-65.
(9) Dit wapenbord komt ook voor in het modellenboek van deze firma uit de periode 1870-1880; Vriendelijke mededeling door M.R. van der Krogt, d.d. 14-12-1992; Van der Krogt,
Hofleveranciers, p. 85; TC van 16-4 en 17-5-1874.
(10) GAT, fotokopieën van brieven secretaris prins Hendrik aan J.P.J. Lejeune d.d. 2-4-1874 en van Het Koninklijk Huisarchief aan J.P.J. Ceulen te Amsterdam d.d. 2-5-1986; Van der Krogt,
Hofleveranciers, p. 29 en 101; TC van 16-4-1874.
(11) GAT, Archief van de gemeentesecretarie 1810-1937, kopiebrief van de burgemeester van Tilburg aan de secretaris van prins Hendrik d.d. 31-3-1874; GAT, Bevolkingsregister 1910/1920, dl. 49, nr. 42;,
TC van 8-8-1895; Het Nieuwsblad (van het Zuiden) van 21-4-1951, 23-9-1978 en 24-2-1990.
(12) TC van 22-2-1880; GAT, Collectie briefhoofden en foto's; GAT,
Adresboeken 1865, 1881 en 1900; GAT, Bevolkingsregisters 1860/1870, dl. 8, nr. 148; 1870/1880, dl. 10, nr. 146 en nr. 223; 1880/1890, dl. 11, nr. 230 en dl. 12, nr. 95.
(13) GAT, Collectie briefhoofden; Adresboek 1889; Ronald Peeters, Van Steenwech tot winkelstraat. 100 jaar Heuvelstraat (Tilburg, 1981), foto 18; H.J.A.M. Schurink,
Tilburg in oude ansichten (Zaltbommel, 1969), p. 63; Peeters, Tilburg in beeld, p. 47; Van der Krogt,
Hofleveranciers, p. 15.
(14) GAT, Collectie briefhoofden en foto's; Advertenties in TC van 1-8-1895 en 21-11-1895; GAT, Bevolkingsregister 1910/1920, dl. 49, nr. 47 en dl. 62, nr. 38.
(15) GAT, Collectie briefhoofden en foto's; GAT, Bevolkingsregister 1900/1910, dl. 41, nr. 165; 1910/1920, dl. 17, nr. 24;
Adresboeken 1889 en 1900; TC van 8-8-1895; Het Nieuwsblad
(HN) van 24-2-1990; C.E.M. Boink-van Nunen (bewerkt door W.P.M.J. de Bakker),
Van Nunen (Tilburg, 1993), p. 66-67.
(16) GAT, Collectie briefhoofden, foto's en bidprentjes; GAT, Bevolkingsregister 1900/1910, dl. 36, nr. 97; 1910/1920, dl. 49, nr. 123;
Meijerijsche Courant van juli 1898; GAT, Secretarie-archief, 1909-I-01; Adresboeken
1889, 1900, 1911; Brabantsche Illustratie van 18-1-1928, nr. 42, p. 665; Advertenties in:
TC van 31-7, 7-8-1898 en in THENT - Tilburgsche Handel- en Nijverheidstentoonstelling Piusplein 20-29 mei
1932.
(17) GAT, Collectie briefhoofden; TC van 15-8-1896; GAT, Bevolkingsregister 1890/1900, dl. 24, nr. 30; 1900/1910, dl. 33, nr. 31; Adresboeken 1889, 1900 (met advertentie) en 1911.
(18) Jos. J. van Dijk, 'Van Roessel III', in: De Brabantse Leeuw, 15, 1966, p. 119-126; Ronald Peeters,
De straten van Tilburg (Tilburg, 1987), p. 128-129; GAT, Collectie briefhoofden en foto's; Advertenties in de
TC van 21-7 en 24-11-1895; Koninklijk Besluit van 2-12-1907; Schurink, Tilburg in oude
ansichten, p. 86; Peeters, Tilburg in beeld, p. 62 en 151.
(19) 'Tilburg van vruuger', in: Rooms Leven van 9-8-1947; GAT, Collectie briefhoofden en foto's; Advertenties in de
TC van 15-8-1897, 14-8-1898 en 30-8-1900; GAT, Secretarie-archief 1909-I-0-1/16;
J. van Arendonk's schoen- en lederfabrieken Tilburg (Holland) (Haarlem, Emrik & Binger, z.j.);
Adresboek 1900 (met advertentie).
(20) J.J.A.M. Gorisse, Het sprookje van de muziek (Oosterhout, 1990), doctoraalscriptie over Kessels; L.F.P.M. de Brouwer,
Inventarissen van de archieven van de Muziekinstrumentenfabrieken en muziekuitgeverijen van M.J.H. Kessels en hun opvolgers (1871) 1881-1957 (1968) (Tilburg, 1993); Luud de Brouwer, 'De Muziekinstrumentenfabriek van M.J.H. Kessels en de voortzettingen daarvan', in:
Tilburg, 9, 1991, p. 92-102; Peeters, Tilburg in beeld, p. 148; Peeters,
De straten van Tilburg, p. 84; GAT, Collectie briefhoofden en foto's; TC van 8-8-1895; Van der Krogt,
Hofleveranciers, p. 8.
(21) TC van 8-8-1895; GAT, Bevolkingsregister 1900/1910, dl. 26, nr. 107 en 108; 1910/1920, dl. 48, nr. 133 en 134; 1921/1939, kaart 48/133 en 48/134;
Adresboeken 1900 en 1911.
(22) In het begin van deze eeuw voerde de firma door onjuiste interpretatie het predikaat 'koninklijk'; Peeters,
De straten van Tilburg, p. 188-189; GAT, Collectie briefhoofden, foto's en documentatie; Brochure
Fa. W. van der Schoot 100 jaar 1865-1965; 'Fa. W. v.d. Schoot 100 jaar', in:
Rooms Leven van 1-10-1965; HN van 7-3-1989; 24-2 en 19-5-1990; Tilburg Vrij Uit van 15-3-1989; Van der Krogt (red.),
Bij Koninklijke Beschikking, p. 160-161; Staatscourant van 19-2-1990.
(23) Peeters, De straten van Tilburg, p. 131-132, 177 en 185; Lamb. G. de Wijs,
Honderd jaar J.A. Verbunt 1844-1944 (Tilburg, 1944); TC van 9-8-1891; GAT, Collectie briefhoofden en genealogisch dossier;
HN van 24-2-1990 en 21-2-1992; Van der Krogt, Hofleveranciers, p. 62 en 101;
Staatscourant van 19-2-1990; Van der Krogt (red.), Bij Koninklijke
Beschikking, p. 50.
(24) GAT, Collectie briefhoofden en foto's; GAT, Bevolkingsregister 1900/1910, dl. 35, nr. 3; 1910/1920, dl. 32, nr. 81; 1921/1939, kaart 32/81 en 34/139; Vriendelijke mededeling door de heer F. Herculeyns, september 1990.
(25) GAT, Collectie briefhoofden en foto's; Adresboek 1900 (met advertentie);
TC van 19-4-1891, 14-4-1895; 7-8-1898 en 22-9-1906; Peeters, Van Steenwech tot
winkelstraat, foto 7.
(26) GAT, Collectie briefhoofden en foto's; Peeters, De straten van
Tilburg, p. 133-134; HN van 24-2-1990; A.C.A.B. Bierings, 'Welke Bierens was de mede-oprichter van De Regenboog?', in:
Actum Tilliburgis, 13, 1982, p. 71-77; De arbeidsenquête van 1887. Een kwaad leven (Nijmegen, 1981), dl. 3, p. 106-108, vragen 11605-11641; Vriendelijke mededeling door de heer H. Piëtte, oud-werknemer van De Regenboog, d.d. 10-4-1990.
(27) GAT, Collectie foto's en bidprentjes; GAT, Bevolkingsregister 1900/1910, dl. 36, nr. 106;
Het Nieuwsblad van het Zuiden van 29-1-1941.
(28) GAT, Collectie briefhoofden en bidprentjes; GAT, Secretarie-archief, 1909-I-O-1/19.20;
Adresboeken 1900 en 1911.
(29) GAT, Collectie foto's en bidprentjes; GAT, Bevolkingsregister, 1890/1900, dl. 27, nr. 106; 1900/1910, dl. 38, nr. 103; 1910/1920, dl. 43, nr. 73;
Adresboeken 1900 en 1911; Peeters, Tilburg in beeld, p. 50.
(30) GAT, Collectie briefhoofden, foto's en bidprentjes; GAT, Bevolkingsregister 1890/1900, dl. 28, nr. 99; 1900/1910, dl. 40, nr. 47;
De Telegraaf van 30-4-1994; HN van 16-4-1993 en 20-10-1993; De Tilburgse Koerier van 15-4-1993; Van der Krogt,
Hofleveranciers, p. 31.
(31) GAT, Collectie, briefhoofden, foto's en bidprentjes; Adresboeken 1900 en 1911; Schurink,
Tilburg in oude ansichten, p. 31 en 33; Ton Thelen, 'Sigarennijverheid in Tilburg, een terreinverkenning', in:
Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, 1985, nr. 3, p. 9-16; Peeters,
Tilburg in beeld, p. 37 en 47.
(32) Stadsnieuws van 18-7-1981; HN van 20-6-1989 en 24-2-1990;
Staatscourant van 19-2-1990; Van der Krogt, Hofleveranciers, p. 101; Vriendelijke mededeling van mr. A. Kerstens, d.d. 4-4-1990; Van der Krogt (red.),
Bij Koninklijke Beschikking, p. 63.
(33) HN (van het Zuiden) van 22-1-1971, 24-1-1990, 2-2-1990 en 10-2-1990;
Staatscourant van 19-2-1990; Trouw van 9-2-1990; Weekend van 24-2-1990;
Brabants Nieuwsblad van 10-2-1990; De Telegraaf van 9-1-1992; Stadsnieuws van 23-3-1994; Van der Krogt (red.),
Bij Koninklijke Beschikking, p. 67; Vriendelijke mededeling door de heer F. Bergmans, d.d. 5-4-1990.
(34) Van der Krogt (red.), Bij Koninklijke Beschikking, p. 133; HN (van het Zuiden) van 12-9-1964 en 25-4-1990; GAT, Coll. Jacobs, inv. nr. 61, handschrift 'Gimbrère 1839-1964';
TC van 15-2-1877; Peeters, Tilburg in beeld, p. 150.
(35) Peeters, De straten van Tilburg, p. 176-177; Ton Trel (red.),
Godzijdank, er is olie. De honderdjarige historie van Vollenhoven Groot-Olie in 37 minuten. Mede ontfutseld aan de memoires van P.Ph. Bogaers
(Tilburg, Vollenhoven Groot-Olie BV, 1995); Brabants Dagblad van 26-4-1995;
De Tilburgse Koerier van 27-4-1995; NRC van 10-5-1995; Met dank aan drs.
P.A.M. Bogaers.
(36) GAT, Collectie briefhoofden en foto's; M.C.X.M. Bressers en W. de Bakker,
Het geslacht Bressers (Tilburg, 1988), p. 361-378; Honderd jaar Bressers 1893-1993 (Tilburg, 1995);
Brabants Dagblad van 9, 12 en 13-5-1995; Met dank aan mr. C.M.M.
Bressers.
(37) Van der Krogt, Hofleveranciers, p. 60, 97 en 99; Van der Krogt (red.),
Bij Koninklijke Beschikking, p. 144; De Telegraaf van 11-1-1992.
(38) M.R. van der Krogt, J. van der Meer en H. de Vos, Koninklijk verenigd. Functie en analyse van een vorstelijk predikaat (Rijswijk, 1991), p. 86, 135, 160, en 197;
HN van 24-2-1990.
(39) Peeters, De straten van Tilburg, p. 84, 128-129, 131-132, 176-177, 185 en 188-189.
Bijlage
Hofleveranciers uit Tilburg
* In 1995 gerechtigd tot het voeren van het Koninklijk Wapen met het predikaat 'Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier' (hofleverancier 'nieuwe stijl').
A Koning Willem III (1817-1890)
B Prins Hendrik (de 'Zeevaarder') (1820-1879)
C Koningin-regentes Emma (1858-1934)
D Koningin Wilhelmina (1880-1962)
E Koningin Juliana (1909)
F Prins Bernhard (1911)
G Koningin Beatrix (1938)
achter de naam en branche/beroep staat de respectievelijk datum toekenning en
met de letter A tot en met G door wie.
1. H. Peletier Firma Peletier & Co, fabrikant in wollen manufacturen en lakens,
30-07-1869 (A)
2. E.J. Gieliam Bazar Willem II, goudsmid en koopman in galanterieën,
08-07-1872 (A)
3. L.P.J. Lejeune, kapper, 02-04-1874 (B)
J.P.J. Lejeune, kapper en handelaar in parfumerieën,
00-08-1895 (C)
4. C.H. Janssen-Mes, banketbakker, 14-04-1874 (B)
5. A. van Beurden, fotograaf, 21-10-1874 (A)
en 00-00-0000 (B)
6. H. en F. Lommen, Firma Gebr. Lommen, fabriek van verfwaren, lakken en vernissen,
16-02-1880 (A)
7. M.P.A. & J.H.L. Meelis, Firma G. Meelis, handelaren in mode-artikelen en
lingerieën, 15-04-1891 (C) en 31-08-1901 (D)
8. F.J.J.B. Verbunt, wijnhandelaar, 02-08-1891 (C)
Verbunt & Co BV (in 1967 gingen J.A. en Frans Verbunt samen),
fabricage en handel in alcoholische en niet- alcoholische dranken, 19-02-1990
(G*)
Zie nr. 26
9. A. Meijring, handelaar in galanterieën, ca. 1891
(C)
10. Ch. Marsé, handelaar in huishoud-benodigdheden en
artikelen voor ziekenverpleging, 00-07-1895 (C)
11. J.G.C.J. & mej. M.J.C. van Roessel, Firma de Erven A.H.van Roessel,
bierbrouwers, 00-07-1895 (C)
12. Gebr. De Wijs, tricotagefabrikanten, 00-08-1895 (C)
13. R. Boes, kok, 00-08-1895 (C)
14. M.J.H. Kessels, fabrikant van muziekinstrumenten, 00-00-0000
(A), 00-08-1895 (C), 31-08-1900 (D), 28-11-1913
(predikaat koninklijk)
15. P.H.A. Scheefhals, behanger en stoffeerder, 00-08-1896
(C)
16. H. Briels-Poell, spiegel- en lijstenfabrikant en
decoratieschilder, 00-08-1897 (C)
17. J. van Arendonk, schoenfabrikant en leerlooier,
00-08-1897 (C)
18. Mej. de Wed. A.van der Schoot, Firma W. van der Schoot, ijzerhandel en ijzergieterij,
02-08-1898 (C)
Van der Schoot Tilburg BV, groothandel voor Bouw en Industrie, 05-12-1988
(G*)
19. E.H.A. Herculeijns, vleeshouwer, 31-08-1900 (D)
Bestendigd onder de naam R.L.J. Herculeijns, handel in fijne
vleeswaren, 31-10-1936 (D)
20. Firma Janssen & Bierens 'De Regenboog', ververs, 31-08-1903
(D)
21. J.M.F. Hamers, juwelier, 19-08-1904 (D)
22. F.G. van Erp, Firma Van Erp & Van Gorcom, handel in vernissen en
vensterglas,
31-08-1905 (D); vervallen in 1936
23. H.M.C. Mandos, Firma Mandos-Vinken, magazijn van mode- artikelen,
31-08-1906 (D)
Bestendigd onder de naam J.M.A. Mandos, Firma Mandos-Vinken,
handel in dames-, heren- en kinderkleding, 31-10-1936 (D)
24. L.W., H. en A.A.W.van Delft, Firma L.W. van Delft, fabrikant van
kinderwagens, 28-06-1909 (D)
25. J. en A. Woestenbergh, Firma Frans Woestenbergh, tabakskerverij, 26-04-1912(D)
26. Frans Verbunt, groothandel in wijnen, 22-07-1912 (D)
Bestendigd onder de naam F.Q.J.M. Verbunt, Firma Frans Verbunt & Co,
groothandel in wijnen, 31-10-1936 (D)
Verbunt & Co BV (in 1967 gingen J.A. en Frans Verbunt samen),
fabricage en handel in alcoholische en niet-alcoholische dranken, 19-02-1990 (G*)
Zie nr. 8
27. André Kerstens BV, handel in wijn en gedistilleerd,
28-04-1980 (E), 10-04-1989 (G)
Bestendigd 30-05-1991 (G*)
28. Tapisserie & Damastweverij Tilburg, DSW Gemeente Tilburg,
textielhandel (tapisserie en damastweverij), 19-06-1989 (G*)
29. Gimbrère Confectie BV, verkoop van kleding, 00-04-1990 (G*)
30. Vollenhoven Groot-Olie BV, groothandel in stookolie, dieselolie en benzine,
26-04-1995 (G*)
31. Bressers Metaal BV, handelsonderneming van walserijprodukten (staal),
12-05-1995 (G*)




