| 348. Volt 1909-1999 | |||
|
Titel: |
Volt 1909-1999 |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XVII (1999) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina s: |
52-53 |
Kenmerkend voor de industriėle ontwikkeling in Tilburg in de negentiende en (het grootste deel van) de twintigste eeuw was de textielnijverheid, meer specifiek gezegd de
wollenstoffenindustrie. Het belang van andere industriėle sectoren is naar mijn mening altijd wat onderschat. Toch zijn juist buiten de textielindustrie de twee grootste bedrijven ontstaan die Tilburg in de twintigste eeuw heeft gekend: de Centrale Werkplaats van de Staatsspoorwegen (vanaf 1868) en de Volt (vanaf 1909). Wanneer de grote lijnen van de geschiedenis getrokken worden, blijkt dat deze bedrijven niet alleen voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid van groot belang geweest zijn voor
Midden-Brabant, maar dat ze ook uit sociaal-cultureel oogpunt een meer dan gemiddelde invloed hebben gehad.
Het boekje “Volt. Tussen gloeilamp en hoogspanningstrafo 1909-1999“ van Jan van Iersel en Jan Trommelen schetst vooral de technische en economische ontwikkeling van het bedrijf Volt. Dat gebeurt in chronologische volgorde te beginnen met de oprichting in 1909. Volt is toen als zelfstandige metaaldraadgloeilampenfabriek aan de Nieuwe Goirleseweg ontstaan.
Tussen wat nu de Voltstraat is en de Groenstraat ontwikkelde zich een groot industrieel complex. Eind jaren zestig kwam daar nog een vestiging bij op het industrieterrein Kraaiven aan de Zevenheuvelenweg
(Volt-Noord).
Bekendheid heeft het bedrijf vooral gekregen als de Philipsdochter die vanaf de jaren twintig de grootste werkgever was in Tilburg, en dat meer dan een halve eeuw zou blijven. In 1971 telde het bedrijf in Tilburg 3187 werknemers en met de vestigingen Turnhout en Oosterhout meer dan 5000. Het belang voor de Tilburgse economie is daarmee duidelijk.
Het boekje Volt 1909-1999 volgt de ontwikkeling van het bedrijf vanaf het ontstaan in 1909 tot aan de sluiting in 1999. Het is daarmee een uitbreiding van het boekje uit 1984 van Jan Trommelen (overleden in 1999), die dan ook als medeauteur wordt vermeld.

Reclame voor De Volt op de achterzijde van
een tentoonstellingsgids uit 1913 (coll. Ronald
Peeters, Tilburg).
Anderen maken thans gebruik van de fabriekscomplexen in Tilburg-Zuid en
Tilburg-Noord. Het eigen Volt-sportcomplex, de Ezelvense akkers, heeft al eerder plaatsgemaakt voor woningbouw. De foto van de Voltharmonie op pagina 69 mag als typerend worden beschouwd voor de vele verenigingen die onder de naam Volt uit het bedrijf zijn voortgekomen. Vele daarvan bestaan nog, soms onder een andere naam. Het bedrijf was meer dan alleen een onderdeel van de metaalindustrie of later elektrotechnische industrie. In het boekje komt dat zijdelings ter sprake, maar het was dan ook geen uitgangspunt voor de
samensteller(s).
In het rijk geļllustreerde boekwerk van 72 pagina“s zijn de opkomst, bloei en neergang van het twintigste-eeuws bedrijf Volt weergegeven, met alle ontwikkelingen van de gebouwen en productietechnische zaken. De samenstellers hebben daarmee een waardevolle bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving van Tilburg.
Jan Trommelen en Jan van Iersel, Volt tussen gloeilamp en hoogspanningstrafo, 1909-1999 (Tilburg, 1999), 72
blz., f 5,-. (Verkrijgbaar in Gemeentearchief Tilburg en Philipswinkel).




