Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
 
349. D'n Atelier 125 jaar
 

Titel:   

D'n Atelier 125 jaar

Ondertitel:   

Auteur:   

Paul van Dun

Jaargang:   

XI (1993) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

50-51


De in de volksmond d'n Atelier geheten Tilburgse hoofdwerkplaats van de spoorwegen viert dit jaar haar honderdvijfentwintigste verjaardag. Voor de spoorwegen aanleiding om een gedenkboekje uit te geven. NS-werknemer Martin van Broekhoven verzamelde het materiaal en historicus-publicist Henk van Doremalen (afkomstig uit een spoorwegfamilie) schreef de tekst. Resultaat is een fraai ogend boekje dat in vogelvlucht de rijke historie van deze voor Tilburg zo belangrijke industriële vestiging behandelt. Bedrijfseconomische aspecten worden hierbij afgewisseld door sociale.



Personeel van D'n Atelier bij stoomlocomotief SS 272 in 1897.

De werkplaats werd opgericht door de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. De spoorlijn Breda-Tilburg was in 1863 de eerste lijn die onder haar auspiciën tot stand kwam. De Staatsspoorwegen wilden een centrale werkplaats. Deze had in Utrecht moeten komen. Militaire overwegingen deden de regering echter besluiten om twee centrale werkplaatsen in te richten: een in Zwolle en een in Tilburg. Door de centrale ligging en de volop aanwezige goedkope grond viel de keuze op Tilburg. 
Officieel werd de Tilburgse werkplaats op 1 februari 1870 geopend, maar feitelijk werd er al in 1868 gewerkt. Het eerste vakpersoneel kwam meest van buiten, vooral uit Utrecht. De eerste generatie kon maar moeilijk in Tilburg aarden. Voor het personeel bestonden al vroeg voorzieningen als een eigen pensioen-, zieken- en ondersteuningsfonds. 

D'n Atelier groeide al snel als kool. In de eerste tien jaar van zijn bestaan verdubbelde het personeel en rond 1900 was het met meer dan 1000 werknemers de grootste industriële onderneming van Tilburg. Daarnaast breidde ook het takenpakket zich uit. Begon d'n Atelier als herstelwerkplaats, vanaf 1871 werden er wagens en vanaf 1898 zelfs locomotieven vervaardigd. Het aantal gebouwen en de technische outillage pasten zich aan deze ontwikkelingen aan. Daarnaast was ook de organisatie van de werkzaamheden regelmatig aan veranderingen onderhevig. 
Grote veranderingen in het werk waren het gevolg van het in 1917 begonnen fusieproces van de verschillende spoorwegbedrijven dat leidde tot de NV Nederlandsche Spoorwegen in 1937. Voor de over het land verspreide werkplaatsen betekende dit proces specialisatie en afstoting van de overige taken. Tilburg werd bedacht met de reparatie van locomotieven. De operatie ging gepaard met grote vermindering en verschuivingen van personeel. Het een en ander werd versterkt door de economische crises die in deze jaren voorkwamen. 

Een zware klap kreeg de werkplaats in oorlogstijd te verwerken. Ze kwam onder Duits toezicht en werd een schakel in de Duitse oorlogsmachine. De werkweken groeiden naar 54 uur in maart 1941 en 60 uur in juli 1944. In september 1944 verwoestte een Duits Sprengkommando in drieëneenhalve dag vrijwel heel d'n Atelier.
Na moeizaam puinruimen en herstel betekende de overgang in de jaren 50 van stoom op stroom een volgend keerpunt in de geschiedenis van de werkplaats. Doordat elektrische locomotieven minder onderhoud nodig hebben verminderde geleidelijk aan de personeelsbehoefte. D'n Atelier bleef dan ook niet de grootste industriële onderneming van de stad. Eind jaren zestig dreigde - als gevolg van centralisatieplannen bij NS - zelfs opheffing. Zover kwam het gelukkig niet. Onder de naam Atelier 2000 kan de werkplaats haar toekomst tegemoet.

Het boekje zal door zijn opzet en uitvoering vast en zeker ook anderen dan de werknemers van d'n Atelier of spoorwegfanaten interesseren. De sporen van de snelheid waarmee de opdracht vervuld moest worden - eerdere pogingen waren vastgelopen - zijn soms zichtbaar. Zo zijn er zinnen die niet lopen en af en toe komt een tussenkopje niet overeen met het daaronder geschrevene. Op blz. 23 bijvoorbeeld refereert een kopje aan het bezoek van een journalist, terwijl een alinea later de tekst over de plaats van d'n Atelier in de totale Tilburgse samenleving gaat. 

Heel nuttig en zinvol is de ondersteuning van de tekst met in aparte kadertjes anekdotes en aanvullende informatie. Ook is er een apart overzicht van de belangrijkste series locomotieven die hersteld zijn. Hetzelfde geldt voor de rubriek werken aan de werkplaats waarin de belangrijkste veranderingen chronologisch worden opgesomd. 

De auteur had betrekkelijk weinig tijd om (aanvullend) onderzoek te doen en de opdracht af te werken. Het verdient aanbeveling dat bedrijven die hun geschiedenis willen laten schrijven daarvoor op tijd opdracht geven. Geschiedschrijving kan en mag geen haastwerk zijn. Gelukkig heeft Van Doremalen de schade tot wat schoonheidfoutjes beperkt weten te houden.


Henk van Doremalen, m.m.v. Martin van Broekhoven, D'n Atelier 125 jaar. Geschiedenis van de spoorwegwerkplaats Tilburg 1868-1993, Tilburg/Utrecht, Uitgave van de Nederlandse Spoorwegen, 1993, 96 blz., ISBN 90-9006265-3, f 25.