Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
354. Arbeidsonrust op de sigarenfabriek Majoie & Van der Voort in Tilburg 1900-1902
 

Titel:   

Arbeidsonrust op de sigarenfabriek Majoie & Van der Voort in Tilburg 1900-1902

Ondertitel:   

Tussen arbeiderssolidariteit en geestelijke volgzaamheid

Auteur:   

Ton Thelen*

Jaargang:   

XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina’ s:   

71-82


Als de sigarenfabriek van Majoie & Van der Voort, opgericht begin september 1900, nog maar goed twee maanden in bedrijf is, stelt de alleszins waakzame Sigarenmaker, het vakbondsorgaan van de Nederlandse Internationale Sigarenmakers en Tabaksbewerkersbond, de geringe verdiensten op deze fabriek al aan de kaak. 

Over de hoogte van de lonen bericht zij het volgende: "Groote en dikke knakken voor 40 cts. in 10 vormen, daarbij flinken in 5 vormen voor 45 cts. Dat zijn de hooge lonen voor het vormwerk. Voorts is het 30 cts. en 35 cts." Bovendien wordt op het loon nog gekort door het geven van uitschot: "Zoo ik het gezien heb nog 40, waar die man op gedaan nam."(1)



Zo werkten de sigarenmakers omstreeks 1915. Hier de werknemers van de 
Kon. Ned. Sigarenfabrieken Eugène Goulmy & Baar te 's-Hertogenbosch. (coll. 
RHC Tilburg).

Dat een sigarenmaker uit onvrede over het gegeven uitschot ontslag neemt en daarmee toch zijn bron van inkomsten verliest, lijkt enigszins roekeloos in een tijd waarin de arbeiders ten opzichte van hun patroons in een nog rechteloze en daardoor weinig zekere positie verkeren. De sigarenmakers vormen echter over het algemeen een beroepsgroep met een afwijkende beroepscultuur. Door de aard van hun werkzaamheden, die hen min of meer tot kleine zelfstandigen maakt, zijn zij minder aan huis en haard gebonden en wisselen zij gemakkelijker van werkgever. Zij zijn relatief minder gebonden aan de ondernemer en diens bedrijf. Tot lang na de eeuwwisseling is de reizende sigarenmaker een vertrouwd beeld. Bij werkloosheid of ontslag pakt hij zijn schrale plunje om elders zijn geluk te beproeven. Deze omstandigheden brengen de sigarenmakers meer dan andere arbeiders in hun omgeving in contact met andere sociale denkbeelden. Het zijn de sigarenmakers in 's-Hertogenbosch, die in 1872 als eersten blijk geven van een radicale afwijzing van de bestaande arbeidsverhoudingen. Het socialisme, dat in 1886 zijn intrede doet in deze stad, vindt vooral aanhang onder de sigarenmakers. Zij blijven ook nadien de meest roerige en radicale groep onder de Bossche arbeiders.(2)

Zijn het in Tilburg de spoorwegarbeiders op de Werkplaats van Staatsspoorwegen die als relatieve buitenstaanders in deze besloten gemeente de sociale beweging op gang brengen, het zijn de sigarenmakers, aangesloten bij de Nederlandse Internationale Sigarenmakers- en Tabaksbewerkersbond (NISTB), die er als eersten de brand in steken, in een tijd dat de katholieke arbeidersbeweging nog nauwelijks van zich doet spreken.
Een loonsverlaging in januari 1901 op de fabriek van Majoie & Van der Voort leidt tot een confrontatie met de firmanten, die vasthouden aan hun autonomie om geheel naar eigen goeddunken de arbeidsvoorwaarden vast te stellen.



De firma Majoie & Van der Voort begon in 1900 in een 
leegstaande vellenploterij in de Stedekestraat, nabij het 
Wilhelminapark, een sigarenfabriek. Op de eerste verdieping 
bevond zich de werkplaats. In de fabriek werkten tien 
arbeiders en twee firmanten (RHC Tilburg, Archief 
Gemeentesectretarie, inv. nr. 1318, Hinderwet nr. 804).

Brengt de solidariteit met de vakbroeders de in dit conflict betrokken bonden nog tot een gezamenlijke actie, als een half jaar later, in oktober 1901, een tweede conflict uitbreekt, scheiden de wegen zich. Het conflict verlegt zich al spoedig van de werkvloer naar de principiële invulling van de eigen identiteit, waarop de katholieke bond zich beroept. Door de opkomende verzuiling, die van de katholieke arbeiders een principiële keuze verlangt voor de confessionele solidariteit boven de arbeiderssolidariteit, wordt een wig gedreven tussen de voordien samenwerkende sigarenmakersbonden. De opgelegde keuze voor confessioneel gebonden organisaties gaat uit van de lagere geestelijkheid. Niet enkel uit lijdzaamheid, maar ook uit overtuiging sluiten de leidsmannen onder de arbeiders zich hierbij aan.

Het tweede loonconflict, dat aanhoudt tot april 1902 en volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek 148 dagen duurt, is tot aan de Eerste Wereldoorlog het meest langdurige arbeidsgeschil dat zich in Tilburg voordoet. Onder de geregistreerde stakingen in Noord-Brabant in de periode 1900-1914 wordt de duur van dit arbeidsgeschil slechts overtroffen door de houtbewerkers te Boxtel in 1907 met 167 dagen, door de metaalbewerkers te Beek en Donk in 1909 met 196 dagen en door de schoenmakers te Waalwijk en de textielarbeiders te Gemert in 1910 met respectievelijk 328 en 225 dagen.(3)

Het conflict in Tilburg trekt niet alleen lokaal de aandacht, maar wordt wegens de hevig bekritiseerde katholiek begrensde uitleg van het verenigingsrecht ook gevolgd in de regionale en landelijke pers en breed uitgemeten in de vakbladen.
Dit artikel begint met een korte schets van de sigarenmakers- en tabaksbewerkersbonden die in het Tilburgse conflict verwikkeld zijn.

De organisatie van de sigarenmakers
a. De Nederlandse Internationale Sigarenmakers- en Tabaksbewerkersbond

Het fabrieksreglement bij de firma Majoie & Van der Voort, dat de aansluiting bij de NISTB verbiedt, is bepaald geen uitzondering op de tegenwerking van de bond in Noord-Brabant. In 1895 leidt het in Boxmeer tot een onderlinge afspraak tussen de sigarenfabrikanten om leden van de NISTB te weren.(4) Al in 1873 geldt in Eindhoven het lidmaatschap van de dan nog geheten Nederlandsch-Belgische Internationale Sigarenmakers- en Tabaksbewerkersbond als een grond voor onmiddellijk ontslag.(5) Ook in 's-Hertogenbosch worden de sigarenmakers ervoor gewaarschuwd, zich niet in te laten met de NISTB.(6) De voor socialistisch gekreten bond zou slechts aanzetten tot ontevredenheid onder de arbeiders, hen opzetten tegen de sociaal aanvaarde gezagsverhoudingen en hen van hun geloofsgoed vervreemden en beroven.

De in 1887 gereorganiseerde en heropgerichte bond blijft voor zijn bestrijders staan in de geur van socialisme en geloofsbedreiging. Al huldigt de bond aan het socialisme ontleende ideeën, hij stelt zich levenschouwelijk neutraal op. Dit neemt niet weg dat vaak stevig tegen de kerk wordt uitgehaald, maar dan niet om de geloofsinhoud, alswel vanwege de wijze waarop haar bedienaren de geloofsbeginselen maatschappelijk vertalen en in praktijk brengen. De NISTB staat voor een krachtige, strijdbare organisatie om de sociale ongelijkwaardigheid en rechteloosheid van de arbeiders op te heffen. Het gaat om de zelfstandigheid van het arbeidersbestaan. Daartoe stelt hij in 1891 een ondersteuningsfonds in bij ziekte en roept hij in 1896 een ondersteuningsfonds bij onvrijwillege werkloosheid in het leven, dat uitkeert bij gedwongen uitsluiting en staking. In 1890 verschijnt het vakbondsorgaan De Sigarenmaker.(7)

In het katholieke en sociaal behoudende Brabant, waar de pauselijke encycliek Rerum Novarum (1891) maar moeizaam beweging brengt, is de positie van de NISTB zeer omstreden. Verscheidene afdelingen verdwijnen weer kort nadat zij zijn opgericht, door tegenwerking van de fabrikanten en bestrijding door de geestelijkheid. Zo hebben de afdelingen te Boxmeer en te Hilvarenbeek slechts enkele maanden bestaan. Enkele afdelingen moeten vanwege de dreiging van ontslag van hun leden enige tijd in het geheim opereren, zoals de afdelingen te Roosendaal, Breda, Hilvarenbeek, 's-Hertogenbosch en Oisterwijk. In Boxmeer, Tilburg en Valkenswaard geldt het verbod op het lidmaatschap van de NISTB nadrukkelijk als een voorwaarde in de 'arbeidsovereenkomst'. Soms zijn afdelingen gedwongen voor kortere of langere tijd onder te duiken, zoals in Roosendaal, Breda, 's-Hertogenbosch en Eindhoven. Nog in 1900 werken verscheidene afdelingen in het geheim.(8)

En in Tilburg is het niet veel anders. Openlijk uitkomen voor het lidmaatschap blijft riskant. Bij de Gebrs. Donders krijgen twee bondsleden in oktober 1896 ontslag; praten helpt niet. En zo moet het adres van de secretaris van de afdeling worden verheimelijkt: A.G., p/a W.C. Geboers, Zuid-Oosterstraat. Als een fabrikant bij wie enkele afdelingsleden werken, komt te overlijden, betekent dit in september 1897 dat de afdeling van het toneel verdwijnt. De secretaris die daar werkt, moet afreizen, omdat hij bij andere fabrikanten wordt geboycot. Geen der overige afdelingsleden durft zijn secretariaat waar te nemen, uit vrees voor brodeloosheid. En Majoie & Van der Voort is niet de enige voor wie het lidmaatschap van de bond als een reden voor ontslag geldt. Dit is ook het geval op de fabriek van Donders. In juni 1901 wordt hier de secretaris, A. Spijkers, de poort uitgestuurd, naar verluidt door toedoen van de pastoor. De bond gaat hiervoor niet door de knieën: Spijkers wordt financieel gesteund; men wil hem in Tilburg laten blijven, opdat hij flinke propaganda voor de bond kan maken. Voordien is hij secretaris geweest in Breda. Daar is hij in april 1898 met nog enkele leden van de bond vanwege hun lidmaatschap ontslagen door de fabrikant Victor Boes, wiens broer in 1895 bij het conflict in Boxmeer betrokken was. Spijkers is vermoedelijk door bemiddeling van de bond in Tilburg terechtgekomen.(9)
In de jaren 1901-1902 raakt de bond behalve in Tilburg ook betrokken bij arbeidsconflicten in Breda, Goirle, Oisterwijk en 's-Hertogenbosch.(10)
Inmiddels is ook de katholieke sigarenmakersorganisatie van start gegaan en in Tilburg met een afdeling neergestreken.

b. De Nederlandsche R.K. Tabaksbewerkersbond St. Willibrordus

De katholieke bond is opgericht op 21 november 1897 te Utrecht en telt op dat moment elf afdelingen, alle buiten Brabant. Niet zonder recht claimt de NISTB voor de katholieke bond de wegbereider te zijn geweest.(11) In dit feit ligt echter geen reden tot vreugde, aangezien de propaganda voor de katholieke bond in Noord-Brabant vooral drijft op het afweren van de groeiende invloed van de NISTB, die met socialistische ideeën en sympathieën besmet heet te zijn. De bestrijding van het socialisme staat hoog in het katholieke vaandel geschreven.



A.J. van Erp was geestelijk adviseur van de Nederlandse Internationale 
Sigarenmakers- en Tabaksbewerkersbond (foto uit de 'Katholieke 
Tabaksbewerker', jrg. 27, nr. 23, 23 november 1922).

Maar ook de weg van de katholieke bond loopt in het katholieke Zuiden niet over rozen. Diocesaan particularisme bij de geestelijkheid, die in het Bossche bisdom liever geen inmenging van buiten ziet, houdt de verspreiding van de nationale tabaksbewerkersbond tegen. Pas in juni 1899 krijgt de bond hier zijn eerste afdeling, het in 1894 opgerichte tabaksbewerkersgilde te 's-Hertogenbosch, in november gevolgd door het tabaksbewerkersgilde van Eindhoven, opgericht in 1897. De dreigende uitbreiding van de NISTB naar Eindhoven is voor de geestelijke voormannen van het Bossche en Eindhovense gilde, A.J. van Erp en L.J.J.M. Poell, het sein om een krachtige tegenaanval in te zetten, door waar mogelijk de nationale katholieke bond te introduceren. Zij verzekeren zich van de steun van hun bisschop, W. van de Ven, en de onofficiële adviseur van de nationale bond, kapelaan M.J. Schräder. Maar het diocesaan particularisme zet hun de voet dwars en weet ook de Bossche bisschop aan zijn zijde te krijgen. Uiteindelijk wordt er een soort van compromis bereikt, doordat de zetel van de nationale bond naar Den Bosch verhuist en de bisschop het benoemingsrecht van de geestelijk adviseur toekomt. Van Erp wordt de eerste geestelijk adviseur.(12) Het dan al verschijnende vakbondsorgaan De Christelijke Tabaksbewerker wordt omgedoopt in De Katholieke Tabaksbwerker.(13) 

Het is al begin 1900 en versterking heeft de katholieke bond nog niet gekregen. Het R.K. Tabaksberwerkersgilde Sint Franciscus Xaverius uit Tilburg, opgericht op 1 september 1899, zet in februari 1901 pas de stap naar de nationale bond. In Oisterwijk is men net iets eerder. Andere volgen: Boxtel, Hoogeloon, Bladel, Hapert, Zeelst, Valkenswaard en Breda.(14)

De katholieke bond kan dan wel op de steun van de geestelijkheid rekenen, hoewel in de beginjaren ook onder hen nog menige weerstand moet worden overwonnen, met de katholieke fabrikanten heeft men nog heel wat te stellen. Tegenwerking van die kant is ook de katholieke bond zijn deel. In Bladel, Hoogeloon en Hapert zijn de fabrikanten wars van iedere vorm van organisatie. De Katholieke Tabaksbewerker schrijft hierover in november 1901: "Niemand had gedacht, dat de strijd tegen onzen Bond zoo hevig zou beginnen in het Zuiden. Er is inderdaad slag geleverd aan de grenzen. Dooden zijn er niet gevallen, maar eenigen hebben onze gelederen verlaten zowel te Bladel als te Hapert." (15) Loonconflicten draaien al snel uit op de strijd om de erkenning van het verenigingsrecht, zoals te Bladel (1901), Gestel bij Eindhoven (1902), Bergeijk (1903) en Eindhoven (1907).(16)

c. De Christelijke Bond van Sigarenmakers en Tabaksbewerkers in Nederland

Hoewel de christelijke bond geen afdelingen telt in Noord-Brabant, raakt hij als gevolg van een federatieve samenwerking met de internationale en de katholieke bond toch bij het arbeidsconflict in Tilburg betrokken. De christelijke bond is opgericht te Amsterdam op 19 juni 1899, tijdens een vergadering van Patrimonium, de algemene overkoepelende bond van christelijke arbeidersorganisaties. De bond is evenwel zelfstandig, in die zin dat ook niet-leden van Patrimonium erbij kunnen aansluiten. Het vakblad van de bond, Het Orgaan, verschijnt voor het eerst in februari 1900.(17)

De samenwerking tussen de bonden

Op 26 december 1899 komen de drie bonden in het Gildehuis van de R.K. Volksbond te Amsterdam bijeen om een gezamenlijk plan van actie op te stellen voor de verbetering van de arbeidsvoorwaarden in het vak. Een van de actiepunten is de invoering van een minimumloon. Op 24 mei 1900 wordt opnieuw vergaderd in Amsterdam. De federatieve samenwerking krijgt haar beslag: er komt een dagelijks bestuur, met de voorzitter van de katholieke bond, J. van Schaik, als voorzitter, en er wordt een gezamenlijk programma aangenomen, dat aan de aangesloten bonden ter goedkeuring zal worden voorgelegd. Tot zover is alles  naar wens verlopen, ondanks enkele strubbelingen vooraf.

De secretaris van de christelijke bond heeft tijdens een ledenvergadering van de afdeling Utrecht wel de doelstelling betwijfeld van de NISTB om alle vakgenoten zonder onderscheid naar confessie of levensbeschouwing op te nemen - een christen kan zich niet bij deze bond aansluiten - maar dit hoeft volgens hem een federatieve samenwerking niet in de weg te staan. Over de katholieke bond zegt hij het te betreuren dat deze onder leiding staat van de geestelijke overheid. Op zijn beurt stelt de internationale bond dat door de oprichting van de christelijke bond de eenheid der vakbroeders is verzwakt tegenover het nationaal en internationaal opererende kapitaal. De vakorganisatie moet zich daarom niet laten leiden door een bepaald godsdienstig beginsel.(18)

Is men in april of begin mei 1900 op uitnodiging van de katholieke bond nog bijeen geweest om verder te praten over de samenwerking, kort daarop neemt deze zaak een geheel onverwachte wending. De NISTB krijgt gelijk in zijn standpunt, en de secretaris van de christelijke bond wordt in zijn scepsis bevestigd, als de katholieke bond op de samenwerking terugkomt. Onmiskenbaar is hierin de hand te herkennen van de pas benoemde geestelijk adviseur, kapelaan Van Erp. Op 19 december 1900 bericht hij kortweg dat op de bondsvergadering van 22 juli is besloten dat bij samenwerking met andere bonden, de punten van actie door het bondsbestuur zelf moeten worden vastgesteld. Federatieve samenwerking is daarom niet mogelijk.

Wat op die vergadering zal zijn besproken, laat zich uit de berichtgeving als volgt reconstrueren. Van Erp zal ongetwijfeld de toon hebben gezet in de discussie, die de volgende uitkomst gaf. De beoogde federatieve samenwerking strookt niet met de statuten van de katholieke bond, die een gescheiden optrekken nu eenmaal noodzakelijk maken. Zo schrijven de bondsstatuten voor dat bestuursbesluiten moeten worden goedgekeurd door de geestelijk adviseur. En deze clericale toets is niet mogelijk bij besluiten van een federatiebestuur. Een ander maar zeker niet minder belangrijk argument is de vrees voor de zelfstandigheid van de katholieke bond. Op zich ligt dit al in de gescheiden, specifiek katholieke doelstelling opgesloten. Maar hieruit spreekt ook het steeds weer opgerakelde gevoel van achterstelling en overheersing door het Noorden tijdens de Generaliteitsperiode. Op dit gevoelen wordt door de katholieke emancipatie van het Zuiden herhaaldelijk ingespeeld. Samenwerking kan bijgevolg alleen op afzonderlijke punten, waarover van geval tot geval zal worden beslist.(19)

De draai die de katholieke bond maakt, komt op zijn federatiepartners verrassend en onbegrepen over. Zij vragen om opheldering, maar een duidelijk antwoord of de samenwerking nu wel of niet definitief van de baan is, blijft uit. Als bij de firma Majoie & Van der Voort in januari 1901 actie wordt gevoerd tegen een loonsverlaging, trekken de partijen nog gezamenlijk op. Maar daarna zal blijken dat de steun van de katholieke bond niet betekent dat de federatieve samenwerking overeind is gebleven.

Het loonconflict en het einde der federatie

In januari 1901 wordt het loon voor een bepaald werk, dat voorheen 60 cent opbracht, verlaagd tot 55 cent. De sigarenmaker die dit werk moet doen, weigert. Het bestuur van de NISTB, waarvan de man lid is, treedt behoedzaam op met het oog op het fabrieksreglement dat het lidmaatschap van de NISTB verbiedt. Men laat eerst de man zelf protesteren en daarna een commissie. Als dit allemaal niets uithaalt, laat men de man ophouden met werken bij de firma. Door toedoen van de meesterknecht, M. van Enthoven, lekt toch uit dat de man lid is van de gewraakte bond. Er wordt een onderkruiper aangenomen, maar door tussenkomst van de overige arbeiders vertrekt hij weer. Vervolgens leggen de firmanten het werk voor aan drie andere arbeiders, ook lid van de bond, maar zij weigeren eveneens en ontslag is hun loon. Als een tweede onderkruiper ook wil stoppen en, daarnaar door de firmanten gevraagd, te kennen geeft door twee bondsleden te worden dwarsgezeten, vliegen dezen meteen de poort uit. Nu is de maat voor de overige arbeiders vol. Dit verraad aan de solidariteit wordt hem zwaar aangerekend. Als hij 's avonds de fabriek verlaat, moet hij door politiemannen naar huis worden gebracht, omringd door zijn boze vakbroeders. De volgende avond herhaalt zich dit, maar nu hebben zij succes; de man houdt het voor gezien.(20)

Intussen tracht het bestuur van de internationale bond het geschil te doen beëindigen. Samen met de katholieke en de christelijke bond vraagt men bij de firmanten een onderhoud aan. Dit wordt hun geweigerd: "Alleen niet-bondsleden worden door ons aangenomen. Regelen zelf de loonen. Bespreking dus overbodig."
Na onderling overleg besluiten de gezamenlijke bonden een tweede poging te doen. Zij sturen een beminnelijke brief, waarin zij appelleren aan het eigenbelang dat de firmanten bij goede arbeidsverhoudingen hebben. Op dit herhaalde verzoek om een gesprek wordt niet gereageerd. De firmanten, en zeker niet zij alleen, zijn nog niet toe aan de gedachte van de georganiseerde arbeiders als onderhandelingspartner.

De gezamenlijke bondsbesturen besluiten nu een afvaardiging naar de fabriek te sturen, maar daar aangekomen, weigert Van der Voort hen te woord te staan.
Als de firmanten kort daarna het onderhavige werk afschaffen, nadat zij nog even de werkzaamheden tegen lager loon in Hilvarenbeek hebben uitbesteed, zit er voor de bonden niets anders op dan hun verlies te aanvaarden. Toch hebben zij niet geheel aan het kortste eind getrokken. Ook de firmanten hebben bakzeil moeten halen, in die zin zij er niet in zijn geslaagd om het gesloten front van de gezamenlijk optredende bonden te doorbreken. Uiteindelijk hebben zij niemand bereid gevonden om het werk tegen lager loon te verrichten. Zo heeft ook het bestuur van de katholieke bond zijn leden verboden om het werk tegen het verlaagde loon over te nemen.
Het conflict, waarbij zes bondsleden op straat zijn komen te staan, heeft de NISTB f 367,20 aan steungelden gekost.(21)

Nu de actie beëindigd is, komt de federatieve samenwerking weer op de agenda. De internationale en de christelijke bond vragen de katholieke bond om uitsluitsel te geven over de aangekondigde verbreking van de samenwerkingsovereenkomst. Zij overhandigen daartoe een gezamenlijke motie aan de katholieke bond. Voor zover zij uit de opstelling van deze bond mochten verwachten dat de beoogde samenwerking nog openligt, worden zij spoedig uit de droom geholpen. Op 8 juli stuurt de katholieke bond ten antwoord dat hij niet op zijn schreden zal terugkeren: "Geen federatie maar samenwerking in bepaalde punten: die punten zullen op onze eerstkomende algemeene vergadering bepaald worden." In het daarna gepresenteerde program van actie zien de internationale en christelijke bond geen reden waarom de federatieve samenwerking niet mogelijk zou zijn.(22) Maar de zaak blijft zoals zij is.

Het blijkt de katholieke bond te steken dat met name de NISTB zich vaak zo laatdunkend uitlaat over de eigen identiteit en koers van de katholieke bond. Ook de christelijke bond kan de opstelling van de NISTB niet geheel billijken. Maar al vindt hij het verbod van de katholieke bond op het lezen van De Sigarenmaker dan ook gewettigd, zo blij is men daar niet mee.(23)

Met alle recht voor het opkomen voor de eigen beginselen blijkt de christelijke bond de solidariteit der vakbroeders toch hoger te schatten dan de principiële verscheidenheid. In die solidariteit zullen èn de christelijke bond èn de internationale bond opnieuw door de katholieke bond worden teleurgesteld als zich wederom een arbeidsconflict bij de firma Majoie & Van der Voort aandient. Hoewel van de kant van de katholieke bond in deze zaak zelfs het initiatief wordt genomen, gooit de beginselkwestie roet in het eten. In zekere zin heeft de internationale bond, die de katholieke bond kritisch blijft volgen, dit zelf over zich afgeroepen. De christelijke bond echter gaat in de beginselkwestie niet mee: hij stelt het algemeen arbeidersbelang boven het 'partijpolitieke' geruzie. 

De uitsluiting

Het is eind september 1901. Een werk dat door één man met vijftien vormen (sigarenplanken) is gedaan en waarvoor een loon staat van 40 cent, wordt over twee man verdeeld: de een krijgt zeven, de ander acht vormen. Volgens de regel op de fabriek dat men voor het werken met minder dan tien vormen 1 cent per vorm meer krijgt, zouden deze arbeiders aanspraak kunnen maken op respectievelijk 43 en 42 cent. De firmanten willen echter niet meer dan 40 cent aan ieder betalen. Bemiddeling levert niets op, integendeel, men moest zich zelfs schamen dat men 3 en 2 cent erbij vroeg, aldus de patroons in hun reactie. Wat maakte het hun uit dat iemand zo ijverig was om met vijftien vormen te werken? 35 cent was al voldoende loon "en het zou nog veel beroerder wezen als er eens helemaal geen werk was."

Als dit het r.k. tabaksbewerkersgilde ter ore komt, besluit het deze kwestie, benevens een andere grief over het loon, aan te kaarten bij de internationale en de christelijke bond. Daartoe gemachtigd, gaat een bemiddelingscommissie van het tabaksbewerkersgilde namens de drie bonden naar de firmanten om loonsverhoging vragen voor het bedoelde werk. Zij krijgt nul op het rekest. De firmanten dreigen met toepassing van het fabrieksreglement: de leden van de NISTB hangt het ontslag boven hun hoofd. Omdat de firmanten kennelijk geen herhaling van moeilijkheden willen, gaan zij metterdaad tot ontslag over. Op 5 oktober is het zover: de zes leden van de katholieke bond mogen blijven, voor de anderen zit het werk erop.(24) Een bittere pil voor de internationale bond, dat zíjn leden eruit vliegen, terwijl het initiatief om loonsverhoging te vragen, is uitgegaan van het katholieke gilde.
De internationale bond verwacht dan ook dat de katholieke bonders zich solidair zullen verklaren en het werk eveneens zullen neerleggen. Dat gebeurt niet. De christelijke bond plaatst terstond een oproep aan zijn afdelingen om de uitgesloten sigarenmakers financieel te steunen.(25)

Hoe stelt de katholieke bond zich op? Het dagelijks bestuur keurt de handelwijze van Majoie & Van der Voort af. Maar vooraleer men tot daden wil overgaan, wil men eerst proberen om de uitsluiting ongedaan te maken. Daartoe zal de voorzitter een brief sturen, die hij belooft vóór 10 oktober te posten. Omdat er meningsverschil is tussen de bestuursleden over de eventueel te nemen stappen, kondigt hij ook aan over deze kwestie een vergadering te beleggen. Deze vindt plaats op 20 oktober. De uitkomst is verbijsterend voor de NISTB: het versturen van de brief gaat niet door en de bond ziet geen reden waarom zijn leden bij Majoie & Van der Voort het werk zouden moeten neerleggen. Als argument voor dit besluit verwijst het bestuur naar in zijn ogen grievende opmerkingen over de katholieke bond in De Sigarenmaker. Men lijkt te zijn gevallen over de opmerking aan het adres van de katholieke bond dat men zich kennelijk apart, op roomse grondslag, moet verenigen om te bewerken dat een patroon de ingehouden boetes niet meer wekelijks in bier uitkeert, maar twee keer per jaar verdeelt.(26)

De toelichting op het afwijzende besluit door de katholieke bond draagt voor de NISTB niet bij tot begrip voor het ingenomen standpunt. De afspraak onder alle sigarenmakers op de fabriek dat een bepaald werk niet onder een vastgesteld loon zal worden verricht, houdt, aldus de katholieke bond, niet in dat de katholieke arbeiders zich met hun collega's van de NISTB solidair moeten verklaren, nu dezen op grond van het fabrieksreglement door de firma van werk zijn uitgesloten. Zij houden zich immers toch aan de gemaakte afspraak? De katholieke bond keurt de handelwijze van de firma wel af, maar alleen omdat zij de getroffen arbeiders niet tevoren voor de keuze heeft gesteld. Meer is er niet aan te doen: "De Patroons willen die werklieden niet meer in hun werkplaats zien en zullen hun fabriek besturen, zoo als zij zelven verkiezen." Zoals elke werkman het recht heeft bij deze of gene patroon te werken, zo heeft de patroon het recht om arbeiders aan te nemen en te ontslaan, vermits dit laatste op behoorlijke manier gebeurt. En alleen daar ontbreekt het hier aan.(27)

De reactie van de internationale bond is verbolgen en snijdend. De katholieke bestuurders zijn wel van goede wil, maar zij missen de moed om zich te onttrekken aan de allesbepalende invloed van hun geestelijk adviseur Van Erp, al kan men hiervoor wel begrip opbrengen. "Het moet de bestuurders zelf een Tantaluskwelling wezen dat zij zoo onder de plak zitten van den wel.eerw. heer v. Erp die meermalen de patroons aanraadde tot het broodeloos maken van onze bondsleden." Van samenwerking kan nu volstrekt geen sprake meer zijn. De katholieke bond had moeten opkomen voor het verenigingsrecht.(28)

Het verwijt aan Van Erp wordt in de katholieke bond hoog opgenomen. Bovendien heeft de NISTB niet voor te schrijven hoe te handelen. Men kan van de katholieke bond niet vorderen om in te gaan tegen zijn katholieke beginselen aangaande het verenigingsrecht. Het zou heel nuttig zijn eens de woorden van de H. Schrift te gedenken: "Gij kunt God niet dienen en de Mammon; want hij zal of den eenen haten en den anderen liefhebben, of den eenen voorstaan en de anderen verachten." Hier wringt de schoen: de NISTB is socialistisch en tegen de godsdienst. "R.K. Vakgenooten (...) laat uwe Geestelijken niet langer verguizen, (...) komt tot ons, dan zullen wij samen voor de eer onzer Priesters strijden."(29)

Dat laatste is wel nodig ja, riposteert men van de zijde van de internationale bond: "U zult niet kunnen ontkennen dat zij de vrouwen en meisjes van onze Bondsleden opzoeken om die te bewegen de mannen aan te raden uit den Bond te gaan, en zelfs de vrouwen aangeraden hebben de sexueele omgang met den man te weigeren, zoolang hij lid van den Bond blijft." Men mag dan zijn gevallen over een verkeerde zinsnede, maar wat te denken van zijn geestelijk adviseur, die zelfs het lezen van De Sigarenmaker verbiedt en alle moeite doet om het vergaderen onmogelijk te maken?(30)

Bij de katholieke bond acht men het juist de plicht van de geestelijken om te waarschuwen tegen organisaties die God en godsdienst op de achtergrond stellen.(31)
Over en weer worden scherpe en bittere verwijten gemaakt in de vakbladen, die ongetwijfeld de meningen weergeven die binnen de bonden leven. Soms mengen de bestuursleden zich persoonlijk in de discussie. Hoe de christelijke bond zich in deze kwestie opstelt, volgt nog.



Zo werkten de sigarenmakers omstreeks 1915. Hier de werknemers van de Kon. Ned. Sigarenfabrieken 
Eugène Goulmy & Baar te 's-Hertogenbosch. (coll. RHC Tilburg).

Het verloop van het arbeidsconflict

Op 19 oktober verspreiden de uitgesloten sigarenmakers een circulaire, waarin zij de handelwijze van firma afkeuren en de lonen en de arbeidsvoorwaarden op de fabriek aan de kaak stellen. De fabrikanten revancheren zich in de krant door te wijzen op de rechtmatigheid van hun besluit. Zij geven een overzicht van de lonen van de afgelopen vier weken, gemiddeld f 7,38 tot f 8,65, om aan te tonen dat de klachten hierover niet terecht zijn. De uitgesloten sigarenmakers denken hier anders over. Het weekloon zegt nog niets over het stukloon, dat voor bepaald werk is verlaagd. Bovendien gaan daarvan nog af de kosten voor het licht en de hulpjongen. Een redelijk bestaan garandeert het nog niet.(32)
De uitgeslotenen beleggen op 20 oktober een openbare vergadering in café 'Villa Nova' van Van de Brekel, op de Heuvel. Nooit eerder is het de NISTB gelukt om zaalruimte te krijgen. Namens de NISTB spreekt F. Bommer, de secretaris. Hij spoort de aanwezigen - 350 à 400 in getal - aan om vakverenigingen op te richten, maar dan zonder geestelijke adviseurs, dat is de eerste stap in de strijd tegen ellende en onrecht.(33)

Gedurende het conflict doen zich verscheidene opstootjes voor; soms vallen er rake klappen. Bij de fabriek worden politiemensen geposteerd om een wakend oog te houden op de gebouwen en om botsingen te voorkomen tussen de nog werkenden en de uitgeslotenen en hun sympathisanten. De commotie loopt zo hoog op dat de Tilburgse politie op een gegeven moment zelfs versterking krijgt van vier marechaussees uit Gilze-Rijen. Aan de poort van de fabriek is er geregeld een toeloop van volk dat goed laat horen hoe men erover denkt. Twee leden van de katholieke bond voelen zich zo bedreigd dat zij met werken stoppen. Zij komen aan de slag in Goirle.(34)

Met name onderkruipers moeten het bezuren. Zo worden twee Bosschenaren naar de fabriek en naar huis vergezeld door een joelende menigte, "welk eerbetoon nog wordt verhoogd door de vertegenwoordiging van de Heilige Hermandad". In het middaguur brengt men hun voor hun kosthuis in de Atelierstraat een zingende ovatie. Het ritueel herhaalt zich. Al spoedig blijven zij tussen de middag op de fabriek. Na een maand vertrekken zij weer, "nadat ze eerst van de firma een zondags pak hadden gekregen". Wat het ongenoegen vergroot, is dat zij in de kost zijn bij een lid van de katholieke bond die is blijven werken. Het kan niet uitblijven of hij wordt ook lastig gevallen en voor onderkruiper uitgescholden. Ook hij heeft bescherming van de politie nodig.(35)

Na wekenlang door hun bond ondersteund te zijn, gaan drie leden van de NISTB weer aan het werk. Zij hebben hun lidmaatschap opgezegd. Hen treft hetzelfde lot als de onderkruipers. Twee bezwijken voor de sterke aandrang op hen uitgeoefend. De volhouder krijgt het niet gemakkelijk: "Door de noodige politie, vrouwlief en schoonmama vergezeld, wordt hij geregeld door een groote massa volk van en naar zijn werk gebracht." Als een van de andere twee toch weer terugkeert, laat de opgekropte woede zich niet beheersen: "Gisterenavond ten tien ure hadden op de Heuvel alhier eenige worstelingen plaats tusschen werkende en uitgesloten sigarenmakers, waarbij de uitgeslotene H. met een mes een kleine wond aan het hoofd van T., die het werk weder had hervat, toebracht." (36)

Gevochten wordt er ook in Bladel, waar Majoie & Van der Voort een (tijdelijk) filiaal heeft geopend. De burgemeester moet tussenbeide komen. En de voerman die de tabak en andere werktuigen brengt, moet door de politie tot voorbij Hilvarenbeek worden beschermd.(37)



De sigarenfabrieken van Majoie & Van der Voort aan de Stedekestraat te 
Tilburg en te Reusel, omstreeks 1915. (coll. RHC Tilburg).

Van alle kanten, uit heel het land, ontvangen de uitgeslotenen financiële steun. Over aandacht in de pers en de vakbladen hebben zij niet te klagen. Het conflict komt zelfs ter sprake in de Tweede Kamer, waar Van Helsdingen de uitsluiting in Tilburg aanhaalt in zijn pleidooi voor het strafbaarstellen van de aanranding van het verenigingsrecht.(38)

De sigarenproduktie bij Majoie & Van der Voort is niet alleen voor een groot deel naar Bladel overgeplaatst, maar ook ondergebracht bij Leo Diepen en enkele fabrikanten buiten Tilburg, die de firma te hulp zijn gekomen.(39)

In januari 1902 tracht de NISTB de firmanten te bewegen tot een gesprek over het hangende conflict. Op hun schriftelijk verzoek krijgen zij echter geen antwoord. Omdat in deze zaak niets meer te winnen valt, besluit de bond eind maart om de acties te beëindigen. De meeste arbeiders hebben inmiddels elders weer werk gevonden. Het C.B.S. noemt 1 april als officiële datum. Het conflict heeft dan 148 dagen geduurd.(40)
De firmanten hebben gewonnen door hun vasthoudendheid, maar lijken toch ook iets geleerd te hebben. Het loon van een vóór de uitsluiting ingevoerd werk, dat tijdens het conflict bleef liggen, wordt na afloop met enkele centen verhoogd.(41)

Tussen arbeiderssolidariteit en geestelijke volgzaamheid

Een loonconflict is uitgelopen op een fundamenteel meningsverschil over de strekking van het verenigingsrecht. Kan in redelijkheid van de katholieke bond worden verwacht dat hij zich solidair verklaart als het verenigingsrecht van de internationale bond wordt geschonden? Het conflict tussen beide bonden draait om de tegenstelling tussen arbeiderssolidariteit en volgzaamheid aan het gezag van de geestelijk adviseur. Het spitst zich toe op de vraag over de reikwijdte en mate van gelding van de katholieke sociale beginselen in de vormgeving van de sociale actie.

Voor de katholieke bond is het duidelijk: de NISTB moet weten, "dat wij zijn beginselen en socialistische tendensen ten hoogste afkeuren, dat wij dus nooit zullen optreden om het lidmaatschap van dien Bond in bescherming te nemen." In een beschouwing over de propaganda in Noord-Brabant wordt de strekking van dit standpunt aldus uitgelegd: "De handelwijze van die patroons is af te keuren, welke hun werklieden verbieden zich te vereenigen volgens den geest der Katholieke Kerk; maar dat daarentegen de houding van die patroons is goed te keuren, welke hun werkvolk het lidmaatschap verbieden van den Internationalen Sig. Bond, om hen te bewaren voor socialistische denkbeelden."(42)



Briefhoofd van de firma N.V. G. & S. Majoie, sigarenfabrieken te Tilburg uit 1926. De factuur 
('Chicos gratis voor de te houden tombola') is gericht aan Karel Bodden, secretaris van de Katholieke
Arbeiders Beweging. (coll. RHC Tilburg)


Voor de katholieke bond is deze houding niet eigenmachtig door de geestelijk adviseur bepaald, maar vloeit dit voort uit de hoofddoelstelling van de katholieke sociale actie, waarvan het instituut van de geestelijk adviseur de vanzelfsprekende consequentie is. Niet alleen op het terrein van de sociale actie, maar ook op alle terreinen des levens gaat het de katholieken in wezen om het herstel van heel de maatschappij op katholieke grondslag. Liberalisme en socialisme hebben dit noodzakelijke fundament voor een rechtvaardige samenleving ondergraven. Deze samenleving is opgebouwd uit een door God zo gewilde verticale geleding van weliswaar ongelijke sociale groeperingen, standen genaamd, maar deze zijn in een hiërarchische samenhang op elkaar betrokken door de mechanismen van de christelijke rechtvaardigheid, billijkheid en naastenliefde. De Kerk speelt in de opbouw en het behoud van deze samenleving een cruciale rol: zij is de bemiddelaar tussen God en de mens. Aan haar heeft God zijn wil door de Openbaring kenbaar gemaakt. Het ligt dan ook voor de hand dat de Kerk heeft toe te zien op de naleving en gelding van de geloofsbeginselen op de vele terreinen van de katholieke actie tot herstel van een katholieke maatschappij. Heel dit werkterrein is tot domein van de Kerk verklaard, waarover zij met absoluut gezag heeft te oordelen.

Dit katholieke maatschappijbeeld is exclusief en in wezen alles en allen omvattend. Het betekent dat een scherpe scheiding wordt gemaakt tussen die zaken die het geloof dienen en die zaken die het geloof bedreigen. Het socialisme spant hierin de kroon. Op concrete punten, zoals de actie voor loonsverhoging en verbetering van arbeidsomstandigheden, is samenwerking met organisaties van andere gezindten of ideologische groeperingen weliswaar toegestaan, maar als het gaat om algemene beleidsmatige samenwerking, scheiden de wegen zich onherroepelijk. Dan zijn de katholieken gebonden aan de principiële doelstelling van de algehele katholieke herleving.(43)

Is socialistische organisatie al helemaal uit den boze, neutrale organisatie, waartoe de NISTB zich rekent, kan evenmin, omdat beide zich in de ogen van de katholieken op het standpunt stellen van de klassenstrijd, de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid. God heeft de stand der rijken en de stand der armen daarentegen niet tegenover elkaar geplaatst; zij vullen elkaar natuurlijknoodzakelijk aan, tot welzijn en geestelijk heil van beide. Bovendien dwingt de katholieke sociale leer tot het maken van keuzes. Daarin is voor neutraliteit als een soort grootste algemene deler geen plaats.



Expositiestand van de firma Gulden Vlies-sigarenfabriek v/h G. & S. Majoie 
op de Wereldtentoonstelling 'voor Coloniën, scheepvaart en Vlaamsche 
kunst' te Antwerpen, juni 1930. (coll. RHC Tilburg).

Staat voor de NISTB het arbeidersbelang voorop, dat noopt tot eendrachtig samenwerken van allen zonder onderscheid van geloof of ideologie, voor de katholieke bond is dit belang ondergeschikt aan het hogere doel van de katholieke maatschappij(her)ordening. Waar de NISTB uitgaat van arbeiderszelfstandigheid en zelfbeschikking, normeert de katholieke bond dit aan het hogere belang van godsdienst en kerk. Ieder mens zal immers over zijn gedachten en daden worden geoordeeld door God. Vrijheid van verenigingsrecht houdt daarom de beperking in dat deze niet tegen God en de godsdienst mogen zijn gericht. Omdat de NISTB daarvan door zijn doelstelling, opvattingen en handelwijze blijk geeft, is het verenigingsrecht niet geschonden wanneer een patroon zijn werkman ontslaat vanwege diens socialistische beginselen.(44)

Ook de christelijke bond hecht geen geloof aan de neutraliteit van de internationale bond jegens de godsdienst. Zo is het streven van de bond naar algemeen kiesrecht niet neutraal te noemen, omdat het leidt tot volkssoevereiniteit, en dat is strijdig met de christelijke opvatting over de staat.(45)

Toch ontzegt de christelijke bond de NISTB niet het recht op eigen beginselen en het recht van vereniging. De 'ketterjacht' op de NISTB is onwaardig. "Voorzeker achten wij het socialisme als belijdend en belevend beginsel absoluut verkeerd, maar wij ontzeggen een patroon het recht, om zijn arbeiders een beginsel op te dringen." Willen de fabrikanten mensen voor dwalingen behoeden, dan moeten zij dat doen als gelovigen, beginsel tegenover beginsel stellend, doch niet op de fabriek. Zij kunnen deze belijdenis kracht bijzetten door een beter loon uit te betalen. Maar een overtuiging afdwingen, kunnen zij niet: hierin is de ander volkomen vrij. Als de katholieke bond voor zich het recht van vereniging opeist, kan zij dit dan ook niet aan anderen onthouden. En wat de noodzaak betreft van kerkelijk toezicht via het ambt van geestelijk adviseur stelt de christelijke bond dat ook hij het beginsel huldigt van Gods Woord op alle terreinen des levens, maar dan niet verklaard door de Kerk, maar verklaard uit zichzelf.(46)
In deze opvatting leggen de christelijke sociale organisaties weliswaar getuigenis af van de geloofsbeginselen, maar zijn nog geen verlengstuk of instrument van een kerk die haar geloofs- en wereldbeeld een absolute en universele reikwijdte en gelding verleent.(47)

De katholieke bond kan voor de argumenten van de christelijke bond volstrekt geen begrip opbrengen. Zij overtuigen de bond niet van de onjuistheid van zijn handelwijze in het conflict bij Majoie & Van der Voort. De katholieke bond komt meer en meer alleen te staan. De verwijdering tussen beide confessionele bonden wordt gedurende het conflict steeds groter, terwijl de christelijk bond daarentegen juist meer met de internationale bond gezamenlijk gaat optreden.(48)

De besproken arbeidsconflicten in Tilburg tonen aan dat de strijd om de beginselkwestie, die uitmondt in een gescheiden optrekken en zelfs gescheiden 'werelden' in de zogenaamde verzuiling, vooral in de lagere kerkelijke regionen wordt gevoerd. Pas achteraf wordt de richtingenstrijd gelegitimeerd en verder geleid door bisschoppelijke en pauselijke uitspraken. De beginselkwestie ligt weliswaar besloten in de eigenheid van de katholieke sociale leer zoals die in de eerste sociale encyclieken wordt uitgedragen, het is de praktijk van de katholieke sociale actie, waarin de contouren scherper worden getrokken.



Reclameplaat van Gulden Vlies-sigaren voor de 'Wereldtentoonstellingen te 
Antwerpen en Luik', 1930.
(coll. RHC Tilburg)



Noten

IISG: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam

(1) De Sigarenmaker, 10 november 1900.
(2) F.J. van Gaal, Socialisme en zelfstandige arbeidersbeweging in 's-Hertogenbosch 1886-1923 (Tilburg 1989), passim.
(3) Stakingen in Noord-Brabant 1901-1914 (Coll. auteur). Samengesteld uit: Tijdschrift C.B.S. 1902-1906, Maandschrift C.B.S. 1906-1915, Werkstakingen en uitsluitingen in Nederland 1901-1914.
(4) T. Thelen, 'De sigarenfabriek Majoie & Van der Voort', in: Tilburg, jrg. 13 (1995), nr. 2, 37-38.
(5) H.M.T.M. Giebels, Katholicisme en socialisme in Eindhoven 1885-1920 (Tilburg 1994), 16 e.v.
(6) Van Gaal, a.w., 38.
(7) W. van der Hoeven, De Nederlandse sigarenmakers en tabaksbewerkersbond opgericht op 26 december 1887. Zijn geschiedenis, werken en streven (Amsterdam 1937). Ondanks de aanvankelijke aansluiting bij het socialistisch geörienteerde Nationaal Arbeids Secretariaat is de kleur van de bond niet egaal rood, maar gevlekt roze. Zie verder o.a.: E. Hueting e.a., Naar groter eenheid. Geschiedenis van het NVV 1906-1981 (Amsterdam 1983), 24 e.v.; A.J.C. Rüter, De spoorwegstakingen van 1903 (reprint Nijmegen 1978), 55 e.v.; De Sigarenmaker, 18 januari en 5 december 1896, 1 december 1900. Jaargangen van vóór 1895 zijn niet bewaard op het IISG.
(8) De Sigarenmaker, 28 december 1895, 25 januari en 6 mei 1896, 10 april en 31 juli 1897, 29 januari, 25 maart en 20 augustus 1898, 24 januari, 4 februari, 1 april, 6 mei, 10 en 24 juni, 23 september, 26 augustus en 14 oktober 1899, 13 januari, 11 en 25 augustus, 15 september 1900. Zie voorts: Van Gaal, a.w.; Giebels, a.w.; A. van den Oord, ''Dien boozen geest van onzen tijd'. Socialisten in Oisterwijk 1891-1940', in: A. van den Oord, De akelige twee procent (Oisterwijk 1992); C.W. ten Teije, De opkomst van het socialisme in Breda (Tilburg 1986).
(9) De Sigarenmaker, 24 oktober 1896, 21 mei, 3 juli en 25 september 1897, 21 mei 1898, 15 december 1900, 22 juni 1901.
(10) Het Volk, 20 november 1901, 23 maart 1902; De Sigarenmaker, 25 december 1901; De Katholieke Tabaksbewerker, december 1901.
(11) C.J. Kuiper, Uit het Rijk van de Arbeid, deel 1 (Utrecht 1951), 332 e.v.; Een Gulden Mijlpaal. Feestuitgave ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Nederlandsche R.K. Tabaksbewerkersbond St. Willibrordus; De Sigarenmaker, 18 en 25 december 1897, 14 april 1900.
(12) A.A.J. Thelen, Lambert Poell (1872-1937) en de katholieke sociale beweging (Tilburg 1990), 87-89.
(13) Een Gulden Mijlpaal, a.w.; De Sigarenmaker, 7 april 1900.
(14) De Katholieke Tabaksbewerker, februari, maart, juli 1901; De Sigarenmaker, 5 november 1898, 8 juni 1901.
(15) De Katholieke Tabaksbewerker, december 1901, april 1902.
(16) De Katholieke Tabaksbewerker, december 1901; Een Gulden Mijlpaal, a.w.; Giebels, a.w., 296-306; Thelen, a.w., 91.
(17) H. Amelink, Onder eigen banier (Utrecht 1940), 21; Het Orgaan, februari 1900, februari 1902.
(18) Het Orgaan, februari, maart, april, mei, december 1900; De Sigarenmaker, 28 september 1901.
(19) De Katholieke Tabaksbewerker, december 1901; De Sigarenmaker, 5 januari, 10 augustus, 9 november 1901; Het Orgaan, januari, februari 1901.
(20) De Sigarenmaker, 10 november 1900, 16 februari, 23 maart 1901; De Katholieke Tabaksbewerker, februari 1901.
(21) De Sigarenmaker, 16 februari, 9 en 23 maart, 7 april, 4 en 25 mei 1901; De Katholieke Tabaksbewerker, maart, april, mei 1901; Het Orgaan, maart 1901.
(22) Het Orgaan, mei, september 1901; De Sigarenmaker, 28 september 1901.
(23) De katholieke Tabaksbewerker, oktober 1901; De Sigarenmaker, 9 november 1901; Het Orgaan, juli 1901.
(24) De Sigarenmaker, 12 oktober, 1901. In het IISG, Kabinet Nederland, vakbondsarchief, bevindt zich een map persberichten over de uitsluiting in Tilburg, samengesteld door het C.B.S. (Stakingsdossiers I-Ib 1901).
(25) De Sigarenmaker, 12 oktober 1901; Het Orgaan, oktober 1901.
(26) De Sigarenmaker, 2 en 30 november 1901; De Katholieke Tabaksbewerker, november 1901.
(27) De Katholieke Tabaksbewerker, oktober, november 1901.
(28) De Sigarenmaker, 2 november 1901.
(29) De Katholieke Tabaksbewerker, november, december 1901.
(30) De Sigarenmaker, 2 en 30 november 1901.
(31) De Katholieke Tabaksbewerker, december 1901.
(32) Nieuwe Tilburgsche Courant, 23 en 30 oktober 1901.
(33) De Sigarenmaker, 19 en 26 oktober 1901; De Katholieke Tabaksbewerker, november 1901; Het Volk, 23 oktober 1901; Meierijsche Courant, 22 oktober 1901; Peel- en Kempenbode, 23 oktober 1901; Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant, 23 oktober 1901.
(34) De Katholieke Tabaksbewerker, november, december 1901; De Sigarenmaker, 14 december 1901.
(35) De Sigarenmaker, 1 en 8 februari, 8 maart 1902; Het Volk, 30 januari, 5 maart 1902; De Fakkel, 1 en 22 februari, 8 maart 1902; Nieuwe Tilburgsche Courant, 30 januari, 1 en 15 februari 1902; Noordbrabanter-Noordbrabantsch Dagblad, 1 februari 1902.
(36) De Sigarenmaker, 8 maart 1902; De Katholieke Tabaksbewerker, februari, maart 1902; De Tabaksplant, 18 februari 1902; De Fakkel, 15 februari, 1 en 8 maart 1902; Het Volk, 15 februari 1902; Nieuwe Tilburgsche Courant, 15, 24 en 27 februari 1902; Meierijsche Courant, 15 februari 1902; Noordbrabanter-Noordbrabantsch Dagblad, 28 maart 1902.
(37) De Sigarenmaker, 9 en 16 november 1901; De Katholieke Tabaksbewerker, november 1901. Over de fabriek te Bladel: Thelen, De sigarenfabriek Majoie & Van der Voort, t.a.p., 41.
(38) De Sigarenmaker, 21 december 1902.
(39) De Tabaksplant, 15 oktober 1901; De Sigarenmaker, 7 december 1902.
(40) De Sigarenmaker, 28 januari, 5 april 1902; De Katholieke Tabaksbewerker, april 1902; Tijdschrift van het C.B.S., uitgave 1902, Overzicht der Arbeidsgeschillen in 1901, Uitsluitingen.
(41) De Sigarenmaker, 28 juni 1902, 21 februari 1903; De Katholieke Tabaksbewerker, juni 1902.
(42) De Katholieke Tabaksbewerker, januari, november 1901.
(43) A.A.J. Thelen, 'Godsdienstige vervolmaking als hoogste doel en lotsverbetering van het volk. Patronen en verhoudingen binnen de katholieke arbeidersbeweging in Nederland 1888-1916', in: G.J. Schutte, Een arbeider is zijn loon waardig ('s-Gravenhage 1991), 43 e.v.; Idem, 'Van katholieke sociale actie naar sociale actie van katholieken in Noord-Brabant', in: J.A.F.M. van Oudheusden e.a., Ziel en zaligheid in Noord-Brabant (Delft 1993), 313 e.v.
(44) De Katholieke Tabaksbewerker, november, december 1901, januari 1902.
(45) Het Orgaan, november, december 1901, januari, februari, april 1902.
(46) Het Orgaan, mei 1902.
(47) G.J. Schutte, 'Arbeid die geen brood geeft; en de ziel verstrikt in smook. Achtergronden en voorgeschiedenis van 1891', in: G.J. Schutte, a.w., 10 e.v.; L.J. Altema en A.J.P. Homan, Zoodra de arbeider niet gevoelt dat hij rechten heeft, dan is hij weg. De protestants-christelijke werkliedenbeweging 1891-1914, in G.J. Schutte, a.w., 142 e.v.
(48) Het Orgaan, mei 1902; De Sigarenmaker, 8 maart 1902.



Diverse sigarenbandjes van het merk 'Gulden Vlies', voorheen G. & S. Majoie 
(coll. auteur).


Dr. Ton Thelen (1948) publiceerde eerder over de Tilburgse sigarennijverheid in 'Tilburg' (1985 nr. 3 en 1995 nr. 2). In 1990 promoveerde hij op een dissertatie over Lambert Poell en de katholieke sociale beweging. Thans is hij redactiesecretaris van de derde reeks 'Bijdragen tot de geschiedenis van het Zuiden van Nederland'.