Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
360. De Tilburgse lakenhandel voor 1800
 

Titel:   

De Tilburgse lakenhandel voor 1800

Ondertitel:   

Auteur:   

Henk van Doremalen

Jaargang:   

XVII (1999) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

1

Pagina’ s:   

30-31


Gerard van Gurp schreef in 'Textielhistorische Bijdragen' 38 (1998), het traditioneel sterk op Twente gerichte tijdschrift over textielgeschiedenis, een buitengewoon boeiende bijdrage getiteld 'De Tilburgse lakenhandel met Holland en Brabant in de zeventiende en achttiende eeuw'. 
Het beeld van de ontwikkeling van de Tilburgse wollenstoffennijverheid in de periode voor circa 1800 is sterk bepaald door de publicaties van Dijksterhuis, Boeren, Van Gorp en (indirect) vooral Posthumus. De vele scripties, artikelen en monografieën die over de textielnijverheid voor circa 1800 verschenen zijn, baseren zich vooral op het jubileumboek van P.C. Boeren over de Kamer van Koophandel, kortweg getiteld 'Hart van Brabant' (1942).
Daaruit sprak het beeld - overigens ook onderbouwd met bronnen - dat de Tilburgse nijverheid voor 1800 sterk afhankelijk was van Hollandse ondernemers en dan met name Leidse fabrikeurs. Het traditionele beeld is dat Tilburgse wevers werkten in opdracht van Hollandse ondernemers, maar dat de belangrijke nabewerkingen (appretuur) feitelijk in Leiden geschiedde. Een zelfstandige nijverheid zou in Tilburg niet bestaan hebben. De Tilburgse nijverheid was zodoende afhankelijk (commissionaire nijverheid) en kreeg pas eind 18e eeuw sterke zelfstandige impulsen onder andere door de vestiging van Leidse (Hollandse) ondernemers. 
Die stelling wordt door Gerard van Gurp in dit artikel met bewijsmateriaal ondergraven. Kort gezegd, bewijst Van Gurp dat al eerder dan op het einde van de 18e eeuw in Tilburg een zelfstandige nijverheid bestond. Bovendien was niet Leiden, maar Amsterdam de belangrijkste handelspartner voor Tilburg.

Aanwijzingen dat het beeld correctie behoefde, omdat er al in de 15e, 16e en 17e eeuw zelfstandige wevers (en zelfstandige nijverheid) bestonden, contacten waren met het buitenland en Tilburgse ververs naar Rotterdam emigreerden, werden als incidenteel beschouwd. Met name Martin de Bruijn heeft in het verleden al eens laten doorschemeren, maar helaas niet in een uitvoerige publicatie verwoord, dat de Tilburgse afhankelijkheid van 'Hollandse' ondernemers minder geweest is, dan altijd is verondersteld. Van Gurp toont in deze publicatie aan dat oorspronkelijk bronnenonderzoek soms verrassende resultaten kan opleveren. De standaardwerken van vooral Boeren en textieldeskundige Van Gorp blijken zich te veel te hebben laten leiden door de opvattingen (en verkeerde interpretaties) van Posthumus en Dijksterhuis. 
Voor wie in het ontstaan van de Tilburgse textielnijverheid geinteresseerd is, is het artikel van Van Gurp een 'must'.