| 362. Thuiswevers | |||
|
Titel: |
Thuiswevers |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Paul van Dun |
|
Jaargang: |
X(1992) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
50 |
In het provinciehuis werd op 25 mei j.l. het eerste exemplaar van 'Drapiers en buitenwevers' gepresenteerd. De ondertitel van het boekje luidt 'Een onderzoek naar de huisnijverheid in de Tilburgse wollenstoffenindustrie'. Het 104 pagina's tellende boekje is het resultaat van een onderzoek in opdracht van de Stichting tot Behoud van Monumenten van Bedrijf en Techniek in het Zuiden van Nederland naar de Tilburgse textiel in de periode 1750-1930.
Het boekje bestaat uit een drietal hoofdstukken. Het eerste geeft een globaal overzicht van de ontwikkeling van de textiel in Tilburg vanaf de middeleeuwen tot aan het begin van de twintigste eeuw. Het is bondig en begrijpelijk geschreven. De nadruk ligt op de huisindustrie.
De bondigheid waarmee dit hoofdstuk is geschreven, is ook de grote tekortkoming ervan. Bepaalde belangrijke aspecten van de huisnijverheid worden hierdoor onderbelicht of komen helemaal niet aan bod. Zo komt het belang van de huisnijverheid in verhouding met de overige bestaansmiddelen alleen aan de orde voor zover het het einde van de 19e eeuw betreft. Het wordt dan overigens slechts zeer summier behandeld. Bij de behandeling van het produktieproces wordt volstrekt geen onderscheid gemaakt tussen de onderdelen van het produktieproces die daadwerkelijk bij de thuiswevers thuis, en de delen die in meer gespecialiseerde bedrijven plaatsvonden.
Het tweede hoofdstuk gaat in op het wonen en werken van de thuiswevers in de wijk Hasselt. Dit gedeelte is voor een groot deel samengesteld op basis van interviews met mensen van rond de 80 jaar die de huisnijverheid als kind nog hebben meegemaakt. Eerst wordt er een levendig beeld van het karakter en de sociale gewoontes van de wijk gegeven. Daarna komen het dagelijks leven en de werkwijze van de thuiswevers uitgebreid aan bod.

(Coll. RHC Tilburg).
Het derde hoofdstuk beschrijft een aantal huizen in de Hasseltstraat. Evenals veel andere bouwhistorische verhandelingen zit dit stuk vol met voor een buitenstaander onbegrijpelijke bouwtechnische termen. Ooit van 'neuslijsten' of 'knipwerkvoegen' gehoord? Een groot gedeelte van de beschrijving is hierdoor alleen voor bouwhistorici interessant. De waarde voor niet-bouwhistorici van dit hoofdstuk is gelegen in het als bijlage opgenomen interview met een oudbewoonster van een van de beschreven huizen. Door de informatie die deze respondente weet te geven wordt veel duidelijk over de inrichting van het huis en het gebruik van de verschillende ruimtes. Bij de beschrijving van een van de andere huizen wordt een boedelinventaris uit 1868 als bijlage gegeven.
Afgaande op de titel en ondertitel zou je een uiteenzetting over de plaats en de rol van de huisnijverheid binnen de Tilburgse wollenstoffenindustrie verwachten. Deze verwachting wordt weliswaar niet waargemaakt, maar toch heeft het boekje wel degelijk een waarde. Deze zit vooral in de weergave van de interviews over het wonen en werken in de Hasselt. Hierdoor is het een niet onbelangrijke aanvulling op de tot nu toe over de Tilburgse textiel verschenen literatuur.
M.W.J. de Bruijn, H.Th.M. Ruiter en H.T.L.C. Strouken, Drapiers en buitenwevers, een onderzoek naar de huisnijverheid in de Tilburgse
wollenstoffenindustrie. Utrecht, 1992.
Verkrijgbaar in de boekhandel of door overmaking van f 17,50 op giro 810806 t.n.v. Nederlands Centrum voor Volkscultuur te Utrecht
o.v.v. 'Thuiswevers'.




