| 365. Van de hoed en de rand, een dupliek | |||
|
Titel: |
Van de hoed en de rand, een dupliek |
| Ondertitel: | |
|
Auteur: |
Cor G.W.P. van der Heijden |
|
Jaargang: |
XVIII (2000) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina´s: |
99-100 |
Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de (te verwachten) reactie van de ‘jonge doctor’ Barend Jan van Spaendonck op mijn uitvoerige bespreking van diens proefschrift. Het is in de geschiedenis van dit tijdschrift nog niet eerder voorgekomen dat er zes pagina’s werden ingeruimd voor een recensie van een dissertatie over een Tilburgs onderwerp; er zijn zelfs proefschriften over een specifiek Tilburgs onderwerp verschenen die in Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur in het geheel niet besproken zijn en die het met een signalement in de rubriek ‘Tilburg kort’ moesten stellen. Tweederde van de tekst van mijn bespreking van In de wol geverfd had betrekking op de rijkdom van het boek en in een relatief kort gedeelte legde ik de vinger op enkele tekortkomingen. Dat op het boek fundamentele kritiek geleverd kan/moet worden, kan de recensent niet aangerekend worden.
Om te voorkomen dat er nog meer pagina’s van de schaarse ruimte in dit tijdschrift aan dit proefschrift besteed moeten worden, zal ik in vijf punten kort en zakelijk op de reactie van Van Spaendonck reageren:
- Uit de reactie van Van Spaendonck op onze eerste kennismaking in de zomermaanden van 1984 blijkt dat er in het ‘werkgeversverenigingenbolwerk’ aan het Reitseplein wel degelijk grote scepsis bestond jegens historisch geïnteresseerde onderzoekers. Ik proef in deze reactie, ook al zijn we vier olympiades verder, enige teleurstelling en verbittering. Immers, ik ‘mocht [me] gelukkig prijzen met de medewerking’ die ik kreeg. Overigens ben ik benieuwd hoe de archiefbeheerders gereageerd zouden hebben indien een onderzoeker een aanbeveling had overlegd van prof. dr. Ger Harmsen. De kans dat een historisch onderzoek uit de school van Harmsen uit was ‘op de onderbouwing van een vooringenomenheid’ lijkt me nagenoeg honderd procent.
- In de tweede alinea geeft Van Spaendonck er blijk van het positieve oordeel, dat vervat is in de hoofdtitel die ik mijn bespreking meegaf, niet begrepen te hebben. Waar ik schrijf dat Van Spaendonck ‘van de hoed en de rand’ weet, bedoelde ik dat de auteur de materie door en door kent en er met veel kennis en inzicht over schrijft, hetgeen het tegendeel is van de interpretatie van Van Spaendonck: ‘schoenmaker, blijf bij je leest!’
- Van Spaendonck interpreteert mijn opmerkingen over het te lage wetenschappelijke gehalte van diens proefschrift wel correct. De opsomming van de namen van de hoogleraren die deel uitmaakten van de promotiecommissie, geeft mij geen reden mijn oordeel te matigen. Uit eigen ervaring weet ik hoe aan de KUB wel eens met de genade meegewerkt wordt om een manuscript met zo weinig mogelijk averij door de beoordelingscommissie te loodsen. De promotor in kwestie, prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemt, heeft wat dit betreft een zesde zintuig. Het ware beter geweest indien het manuscript van In de wol geverfd ook was voorgelegd aan hoogleraren van buiten de KUB. Prof. dr. E.J. Fischer en prof. dr. C.A. Davids zijn uitstekend thuis in deze materie en hadden ongetwijfeld opmerkingen gemaakt die dicht in de buurt van mijn kritiek komen. Hun zouden het ontbreken van een echte onderzoekshypothese, de eenzijdigheid van de bronnen en de onvolledigheid van de lijst van gebruikte literatuur wél zijn opgevallen.
- Aan het slot van zijn reactie valt Van Spaendonck mij (waarschijnlijk onbedoeld) bij met de zinsnede dat In de wol geverfd aanvankelijk helemaal niet als proefschrift bedoeld was.
- Uiteraard ben ik Van Spaendonck van harte dankbaar voor zijn inspanning om het archief van de Vereeniging van Tilburgsche Fabrikanten van Wollen Stoffen te doen overdragen aan het Gemeentearchief Tilburg. Maar ik kan Barend Jan geruststellen: ikzelf zal niet gaan onderzoeken wat er tot nu toe verborgen is gehouden. Ik heb mijn bijdrage aan deze discussie in voldoende mate geleverd.




