| 367. Een fabriek in vogelvlucht | |||
|
Titel: |
Een fabriek in vogelvlucht |
|
Ondertitel: |
De presentatie van de firma Pieter van Dooren op haar bedrijfsdrukwerk |
|
Auteur: |
Henk Muntjewerff * |
|
Jaargang: |
VIII (1990) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
1 |
|
Pagina’ s: |
12-19 |
De rijk versierde briefhoofden van handel en nijverheid spreken tot de verbeelding, niet alleen van de klant aan wie ze in eerste instantie gericht waren, maar vooral van de onderzoeker die geïnteresseerd is in de geschiedenis van een bedrijf. Als aspect van Industriële Archeologie worden briefhoofden reeds lang gebruikt als studiemateriaal bij het ontrafelen van de ontwikkelingsgeschiedenis van
fabrieksgebouwen.(1)
In het nu volgende artikel zullen we aan de hand van de afbeeldingen op het bedrijfsdrukwerk van de Tilburgse wolspinnerij Pieter van Dooren kijken naar de ontwikkeling van het familiebedrijf. Daarbij biedt de kennis over de totstandkoming van de briefhoofden inzicht in het ondernemersgedrag van de firmant François P. J. M. van Dooren. Van 1880 tot en met 1948 was hij de leidende kracht achter het bedrijf, waarin sinds 1923 ook zijn drie zonen als directeur werkzaam waren.
Onder een briefhoofd verstaan we het gedrukte opschrift boven briefpapier, uiteenlopend van een simpele tekst tot en met een afbeelding van het bedrijf omringd door rijke versiering. Het oudst bekende briefhoofd dat door een Tilburgs bedrijf is gevoerd, stamt uit omstreeks 1827 en is van de lakenfabriek Paulus en Hendrik Vreede; het bestond uit een aantal versierde medailles.
De eerste briefhoofden met een afbeelding van het fabriekspand treffen we aan bij de grootste wollenstoffenfabriek uit die tijd, de firma J.N. Diepen & Co., met een vooraanzicht van de gevel uit ongeveer 1840. In 1868 komt de ververij J.N. Franckenhoff met een zijaanzicht dat al een enigszins panoramische indruk geeft. En als in 1884 Pieter van Dooren zijn eerste briefhoofd laat maken is het algemeen gebruik om naast de fabriek ook wat van de omgeving te laten
zien.(2)
Briefhoofd van de firma J.N. Diepen & Co. met afbeelding van het fabriekspand omstreeks 1840.
(Coll. RAT).
Er is tot nu toe weinig serieus onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het ‘Nederlandse’ briefhoofd. Giel van Hooff geeft in zijn artikel over het briefpapier van de Helmondse textielnijverheid een goed overzicht van de vele aspecten die er aan de briefhoofden vastzitten. Wat voor hem door gebrek aan bronnenmateriaal een vraag bleef, was de werkwijze van de drukker; hoe kwam zo’n briefhoofd nu tot stand en wat was daarvan de
kostprijs?(3)
Bronnen
Het rijke archiefmateriaal bij Pieter van Dooren biedt de mogelijkheid om op deze vragen een antwoord te vinden. Bedrijfsarchieven en overheidsarchieven bevatten meestal grote collecties correspondentie, terwijl facturen vaak, ten onrechte, worden vernietigd. Dat bemoeilijkt het onderzoek naar briefhoofden, die toch vooral op facturen prijken. Voor Pieter van Dooren beschikken we gelukkig naast een uitgebreide correspondentie over het bedrijfsdrukwerk ook nog wel over enige bewaard gebleven facturen. Maar in het bedrijfsarchief vind je natuurlijk weinig facturen van het bedrijf zelf; die moet je zoeken in andere bedrijfsarchieven of in collecties briefhoofden op de
gemeentearchieven.(4)
Het bedrijfsdrukwerk
Voordat we naar de briefhoofden overgaan, is het nuttig te kijken naar wat er zoal aan bedrijfsdrukwerk in de wollenstoffennijverheid gebruikt werd. We maken daarbij een onderscheid naar intern of fabrieksdrukwerk en extern of handelsdrukwerk. Voor de interne fabrieksregeling waren nodig: 1. productielabels, e.d.; 2. stalenboeken t.b.v. productie; 3. registers t.b.v. boekhouding; 4. loonregisters, loonboekjes en loonzakjes. Gedurende de eerste helft van de negentiende eeuw werden deze stukken meestal met de hand geschreven en werden met rode inkt de kolommen ingedeeld. Pas vanaf 1880 verschijnen er voorgedrukte boeken, die geleverd werden door de kantoorboekhandel.
In het contact met de klanten vormen kwitanties en wissels wel de oudste groep van handelsdrukwerk; daarnaast valt te denken aan 2. circulaires en prijscouranten (PvD-prijscourant 1871); 3. memoranda en briefpapier, 4. rekeningen; 5.
vracht- en verzendbrieven; 6. stalenboeken en monsterzakjes t.b.v. klanten; 7. adreskaartjes en briefkaarten; 8. enveloppen. Het merendeel van dit handelsdrukwerk bleef echter beperkt tot wat voorbedrukte tekst, zoals de firmanaam en plaats.
Een verzorgd briefhoofd verscheen voor het eerst op de rekening, omdat dit het meest gebruikte handelsdrukwerk was; vervolgens werden brieven, briefkaarten, en wissels ermee opgesierd. Het diende naast reclamemiddel ook als publicatiemiddel, om de trotse prestaties van de ondernemer te verbeelden. Daarom werd er na iedere belangrijke verbouwing die gepaard ging met een behoorlijke investering, een nieuw briefhoofd vervaardigd.
De eerste afbeelding van de fabriek Pieter van Dooren op briefpapier, 1884.
(Coll. RAT).
Soorten briefhoofden
A. Met afbeelding van fabriek
1. voor- en/of zijaanzicht op grondniveau (portret)
2. vergezicht in vogelvluchtperspectief (landschap)
3. interieur
B. zonder afbeelding van de fabriek
1. verzorgde letters met medailles
2. verzorgde letters met machine-afbeeldingen
De categorieën A.1 en B.1 stammen uit de beginperiode van de industrialisatie, toen vooral in kleine fabriekjes werd geproduceerd. Nadat er rond 1880 grotere fabriekscomplexen waren ontstaan, was het aantrekkelijk om door middel van een fabriekslandschap een panorama met spoorlijnen en fabrieksschoorstenen af te beelden. Rond 1900 doet de geretoucheerde foto haar intrede, eerst alleen voor de interieurs en machines, daarna komen ook de fabriekgebouwen zelf aan de beurt en rond 1921 volgde de introductie van de luchtfoto.
Met de luchtfoto waren eindelijk echte vogelvluchtperspectieven mogelijk. Vanaf 1921 fotografeerde de KLM objecten van industrie, handel en verkeer in opdracht en voor rekening van particulieren. Niet alleen behoorde Pieter van Dooren tot de vroege opdrachtgevers van de KLM (fotono’s 445 en 446!), maar ook behoorde zij tot de eersten die de luchtfoto toepasten op hun
briefpapier.(5)
Briefkaart 1888 vervaardigd door de firma Hyll & Klein.
(Coll. RAT).
Drukkers
De mogelijkheden van de verschillende soorten handelsdrukwerk werden in belangrijke mate bepaald door de voortgang die de druktechniek maakte en de toepassing daarvan door de drukkerijen. Voor een eenvoudige opmaak van het briefhoofd voldeed de boekdruk, het afdrukken van tekst. Maar voor het drukken van afbeeldingen in grote oplagen was de lithografie of steendruk noodzakelijk. Vanaf het begin van de negentiende eeuw stonden de voornaamste steendrukkerijen in Duitsland; zij waren tot ver in de 20ste eeuw toonaangevend in de wereld van de
lithografie.(6)
Voor het gewone drukwerk deed Pieter van Dooren een beroep op de Amsterdamse stoomdrukkerij J.J. Arnd & Zonen, terwijl hij de kantoorboeken bestelde in Tilburg, afwisselend bij de firma’s Jan van Laarhoven en Everts & Co.. De meeste van zijn briefhoofden liet Pieter van Dooren vervaardigen door het Grafisch atelier van de Duitse steendrukkerij Hyll & Klein in Barmen. Het is de werkwijze van deze firma die we nu nader onder de loep zullen nemen.
Alhoewel de firma Hyll & Klein sinds februari 1889 een filiaal in Eindhoven bezat, dat in februari 1904 naar Amsterdam werd verplaatst, stond haar drukkerij en lithografieafdeling in de fabriek te Barmen. Het Nederlands filiaal deed dienst als magazijn, doorzendhuis en handelsvertegenwoordiging voor het Duitse moederbedrijf. Mogelijk werd in 1913, toen Ernst Klein onder de naam van Handelsmij Graphos opereerde, wel te Amsterdam in eigen beheer drukwerk verzorgd. Wanneer Pieter van Dooren een bestelling plaatste voor een nieuw te maken briefhoofd, dan kwam eerst de Nederlandse vertegenwoordiger van Hyll & Klein een praatje maken in Tilburg. De omvang van het werk en de prijs voor de lithografie, het cliché, werden dan afgesproken.
Vervolgens was het wachten op de vaste Duitse tekenaar van Hyll & Klein, die een potloodschets van de fabriek ter plaatse moest maken. Dit gebeurde in nauw overleg met Van Dooren. Daarna werd door de lithograaf de schets bewerkt en het ontwerp aan de opdrachtgever voorgelegd. Meestal was het dan noodzakelijk dat de Duitse lithograaf, op rondreis door Nederland, ook de fabriek van Pieter van Dooren bezocht voor nadere instructies met betrekking tot details van de opname. Pas dan kon de litho, dat wil zeggen de steen, worden gemaakt en een proefdruk ter goedkeuring worden overgelegd. Het was niet de bedoeling van de drukker dat dan nog uitvoerige wijzigingen werden aangebracht.
Op dat moment moesten er nog afspraken worden gemaakt over de te gebruiken papiersoort en de omringende tekst in boekdruk, waarna offerte volgde. Meer dan eens bleken de oplagen voor de drukker veel te klein, maar om zijn klant niet te verliezen voor de toekomst, leverde hij dan tegen kostprijs. Voordat dan uiteindelijk het besteld briefpapier, na het nodige oponthoud aan de grens, bij de Tilburgse wolfirma was gearriveerd, was er soms wel een vol jaar verstreken.
Factuur Pieter van Dooren 1892. (Coll.
RAT).
Opdrachtgever
Met de wensen van François van Dooren met betrekking tot het arrangement van het briefhoofd, de compositie van het formulier, de kleur, de papiersoort, de oplage en de prijs moest de drukker terdege rekening houden. Niet alleen werd de steen, en dus de afbeelding, eigendom van de opdrachtgever, maar waren nabestellingen mogelijk. Daarnaast was François van Dooren iemand met een duidelijk idee van de manier waarop het handelsdrukwerk van de firma moest worden samengesteld.
De zakenrelaties van de firma Pieter van Dooren kunnen uit het soort en de oplage van het drukwerk worden afgeleid. De afnemers van de Spinnerij bestonden uit een vaste groep Nederlandse tapijtfabrikanten en Tilburgse wollenstoffenfabrieken, die hun rekeningen meestal halfjaarlijks betaalden en relatief weinig brieven hoefden te ontvangen. De klantenkring van de afdeling Wollen Stoffen, dit is de weverij, omvatte een veelheid aan confectiehuizen, Engelse mantelfabrieken en Nederlandse warenhuizen, die regelmatig om inlichtingen vroegen en geregeld de rekening gepresenteerd kregen. Het hoofdbedrijf was echter de wolspinnerij, en in 1909 werd de afdeling Wollen Stoffen gesloten, de specialisatie in grove garens bood betere perspectieven.
Het ondernemersgedrag van François van Dooren kunnen we vooral ten aanzien van de eisen aan de afbeelding goed volgen. Zo stelde hij er prijs op dat de fabriekspanorama’s in hoge mate ‘natuurgetrouw’ werden afgebeeld. Aan al de aspecten waarmee de drukker zo vertrouwd was geraakt, om de fabriek grootser en mooier voor te stellen dan ze in werkelijkheid was, bood Van Dooren weerstand. De betrouwbaarheid van de afgebeelde fabrieksgebouwen zoals de perspectieftekening in de diepte; de verhoudingen van gebouwen en figuren (mens en machine); de vormgeving, de gevelschetsen en het landschap stonden voorop. Zelfs een detail als de elektrische klok van juli 1909 verscheen op het briefhoofd van 1913.
In tegenstelling tot briefhoofden van andere fabrikanten bieden de opnamen van Pieter van Dooren dan ook een juiste illustratie van de ontwikkeling van het fabriekscomplex. Niet voor niets besloot François van Dooren in 1922 een luchtfoto van zijn fabriek te laten nemen en die te gaan gebruiken voor zijn briefhoofd, want wat was er ‘natuurgetrouwer’ dan een foto?
Het feit dat de firma Pieter van Dooren zich kon adverteren als de oudste industriële wolspinnerij van Nederland, met ‘Opgericht in 1827’, en vanaf de opname van 1902 ook met ‘Eerste Stoomfabriek’, droegen daar zeker bij.
De briefhoofden
Over het briefhoofd van 1884, voor de factuur, zijn twee interessante aspecten te vermelden: de drukker en de oriëntatie van de tekening. Op de factuur staat als drukker ‘Ensinck, Tilburg’ genoemd. Het gaat hier om de Gebroeders Fredericus Julius en Johannes Petrus Ensinck, graveurs uit Antwerpen. Hun vader, F.J. Ensinck
(1806-1883), was gedurende de periode 1841-1856 de lithograaf voor de Koninklijke Militaire Academie te Breda en vestigde zich daarna als zelfstandig lithograaf te Antwerpen.’) De Gebroeders Ensinck kwamen naar alle waarschijnlijkheid uitsluitend voor de firma Pieter van Dooren naar Tilburg; ze stonden van 19 maart tot en met 11 juni 1884 ingeschreven in het Bevolkingsregister van Tilburg. Mogelijk hadden ze hun hoop nog gevestigd op vervolgopdrachten van andere wollenstoffenfabrikanten, maar daarvan is mij niets gebleken. Nadat François van Dooren zijn rekening had betaald, vertrokken de gebroeders Ensinck direct weer naar Antwerpen.
Vergelijken we de afgebeelde fabriek met de plattegrondtekening voor de brandverzekering uit die tijd, dan blijkt dat de situering van de gebouwen en de bouwmassa aardig overeenkomen. Slechts een gebouwtje op de voorgrond is foutief geplaatst en de raampartijen zijn niet in het juiste perspectief. Opmerkelijk is dat het fabriekscomplex vanaf de veldzijde is opgenomen in plaats van vanaf de straatzijde, zoals bij de latere briefhoofden.
Nadat in 1887 het kantoor, de paardenstal en het wolmagazijn door brand waren verwoest, vond nieuwbouw en gelijktijdige uitbreiding daarvan plaats. Op het briefhoofd uit 1888 zien we die nieuwe situatie duidelijk weergegeven, met een schitterend aangelegde tuin ernaast, en op de achtergrond hangen de wollen lakens te drogen. Achter op het terrein zien we nog de nieuwe stalgebouwen en midden op de bedrijfsweg staat een klein gebouwtje, de vrouwentoiletten. Dit fabriekslandschap werd, met toestemming van François van Dooren, ook gebruikt door zijn zwager J.P. Wijers uit Dordrecht voor diens wollenmanufacturenfabriek.
Factuur 1892 in andere vormgeving. (Coll.
RAT).
Dat Van Dooren zich intensief met de details van het fabriekslandschap bezighield, blijkt wel uit de opmerkingen die hij keer op keer maakte bij de ontwerpen en drukproeven. ‘Zes boomen moestuin weg’, ‘2 schoorstenen land weg’, ‘grooter aantal boomen aan den weg voor groote fabriek (er staan er eens zooveel), de boomen desnoods wat kleiner dat releveert de gebouwen’, ‘laan meer rechts, bredere tuin’. Voor de kleur kon Van Dooren kiezen uit zwart, staalblauw of zeegroen; facturen in die drie kleuren zijn aangetroffen in de archieven. Een tweekleurendruk, waarvan sprake was, is evenwel niet aangetroffen.
Ter voorbereiding op de marktexpansie van de firma in Engeland werd in 1891 de weverij belangrijk uitbreid en het ketelhuis vernieuwd. Op het briefhoofd van 1892 zien we dat de zaagtanddaken zijn verlengd, de fabrieksschoorsteen bij de inrijpoort is vrij komen te staan en bij de gashouder is een nieuw ketelhuis uitgebouwd. Let ook eens op de afgebeelde mensen en vervoermiddelen; de eerste fietsen verschijnen. Ook dit keer bestelde Van Dooren net als in 1888 het hele pakket aan handelsdrukwerk: facturen, brieven, briefkaarten en wissels. Maar van de briefkaarten maakte hij blijkbaar weinig gebruik, want hiervan had hij nog zoveel in voorraad dat hij de nieuwe opname alleen wilde bestellen als die niet te duur uitviel. Daarnaast moesten er nu ook veel Engelse formulieren gedrukt worden, zoals statements en ontvangstbrieven.
Ondanks de vele kritieken die Van Dooren steeds had op de uitvoering van het fabriekslandschap, moeten we toch aannemen dat naar de stand van de techniek de drukker zijn uiterste best deed. In 1892 was de lithograaf van Hyll & Klein op reis ter opname van tekeningen en moest Van Dooren even geduld hebben voordat een nieuwe drukproef kon worden vervaardigd, daar ‘ ... wij dien arbeid maar niet aan iederen lithograaf kunnen opdragen’, aldus de drukker. Ze hadden bovendien nogal problemen om ‘eenen allessints bekwamen lithograaf’ te vinden.
Gedurende de jaren negentig volgden regelmatig nabestellingen, waarvan sommige met een nieuw tekstontwerp naar de stand van de mode. Regelmatig zat Van Dooren bijna zonder handelsdrukwerk, doordat Hyll & Klein nogal lange tijd nodig hadden om het briefpapier bij te drukken. Ze zonden steeds een drukproef in verband met de wisselende kwaliteit van het drukwerk op de diverse papiersoorten en vanwege de nieuwe tekstarrangementen. Daardoor bestelde Van Dooren vaak gewoon briefpapier, met alleen tekst, bij J.J. Arnd & Zn.
In 1894 moest de gasfabriek plaats maken voor een nieuwe machinekamer en in 1896 en 1903 werd direct achter het hoofdgebouw een
wol- en garenwasserij gebouwd. Op het briefhoofd van 1904 (‘opname 1902’) zien we de wasserij wel getekend alhoewel zij vanuit die hoek niet zichtbaar geweest kan zijn; de andere gebouwen zijn daardoor naar boven opgeschoven. Dat het werk van ‘onzen besten teekenaar’ verschilt van de schets uit 1892 zien we het best aan de schaal van het woonhuis en het hoofdgebouw, die nu meer in verhouding zijn. Het landschap rondom de fabriek is minder belangrijk geworden in tegenstelling tot de fabriekstuinen.
Adreskaartje 1904 (opname 1902). (Coll. RAT).
Op het briefhoofd van 1913 is de foutieve plaatsing van de wolwasserij van 1903 gehandhaafd. De tekenaar heeft zich geconcentreerd op de grote uitbreidingen van de spinnerij met machinekamer en ketelhuis in
1912-1913. Dat de hoek waaronder de tekenaar zijn schets maakte, veel uitmaakt voor het globale beeld blijkt wel uit vergelijking met de briefhoofden van 1892 en 1902, die meer een vogelvluchtperspectief weergeven. Wat de briefkaarten betreft, vraag je je bij Pieter van Dooren soms wel af waarom hij ze liet maken en of hij ze wel ooit gebruikte. Zo zijn er van de in 1913 bij de Tilburgse fotograaf H. van der Schoot bestelde 200 gefotografeerde briefkaarten nu nog altijd 60 exemplaren over. Hetzelfde geldt voor de briefkaarten uit de twintiger jaren.
Na het bezoek aan een grafische vakbeurs in het najaar van 1923 besloot François van Dooren in zee te gaan met de Vereenigde Drukkerijen te Amsterdam, die gespecialiseerd waren in koperdiepdruk. Het gedrukte briefhoofd benaderde daarbij de kwaliteit van een foto. Wat zowel de drukker als de opdrachtgever niet in de gaten hadden, was dat die kwaliteit alleen bereikt kon worden indien men uitging van een fotonegatief. En van de luchtfoto die Van Dooren wilde gebruiken, berustte het negatief bij de KLM, die zelf daarmee op orders voor briefpapier hoopte. Omdat er bij de fabriek ‘ ... geen gelegenheid bestaat een vogelvlucht opname te maken anders als uit een vliegmachine’ bleef het maar behelpen, zodat na bijna een jaar Van Dooren het vertrouwen in de drukker opzegde en naar een ander uitzag.
Factuur 1913. (Coll. RAT).
Adreskaartje 1913. (Coll. RAT).
De firma Emrik & Binger te Haarlem mocht in augustus 1924 offerte opmaken voor een briefhoofd in lichtdruk. Ook hierbij voldeed de kwaliteit niet aan de verwachtingen van François van Dooren: de luchtfoto leek meer op een schilderij dan op een fotografie. Pas nadat de drukker het beeld ‘geheel in Amerikaanse retouche opgewerkt’ had, voldeed het briefhoofd enigszins aan de verwachtingen. Maar ook hier gold weer dat ‘een reproductie van een reproductie’ gemaakt moest worden door het ontbreken van het negatief. Augustus 1925 was eindelijk het briefpapier gereed. In tegenstelling tot voorgaande bestellingen, toen Van Dooren facturen, offertebrieven, verzendbrieven, e.d. apart had laten maken, ontving hij nu alleen een grote hoeveelheid briefpapier. Deze liet hij dan naar behoefte door W. Bergmans in Tilburg bedrukken met tekst van offertes, orderbevestigingen, nota’s, en dergelijke.
In de jaren tussen 1913 en 1925 vond er weinig bouwactiviteit plaats bij de fabriek, de introductie van de luchtfoto was de aanleiding voor een nieuw briefhoofd geweest. Achter het kantoor verscheen in 1915 een uitbreiding van zowel de spinnerij als van het kantoor. Het meest in het oog springend was de sloop in 1918 van de fabrieksschoorsteen bij de fabrieksweg; de voet bleef staan, want daaraan hing de fabrieksklok.
De eerste luchtopname van een Tilburgs bedrijf op briefpapier, 1925 (opname 1922).
(Coll. RAT).
Zeven jaar na de eerste luchtfoto was er op het fabrieksterrein zoveel bouwactiviteit geweest dat een tweede luchtfoto in 1929 loonde. De uitbreiding van de wolspinnerij met sheddaken en de nieuwbouw van de wolwasserij en wolmalerij met platte daken, alle uit 1928, zijn daarop goed zichtbaar. In 1931 liet Van Dooren daarvan door de vermaarde Franse briefhoofdendrukker B. Arnaud te Lyon een medaillonvormige afbeelding op het briefpapier drukken. Tijdens de crisisjaren volgden daarvan nog nabestellingen.
In de loop van 1941 raakte de voorraad briefpapier met afbeelding op en liet de firma Pieter van Dooren bij H. C. van Grinsven in Tilburg briefpapier in staaldruk, zonder afbeelding, drukken. Niet alleen markeerde die bestelling het begin van een moeizame commerciële toekomst, maar ook het einde van een mode. Het gebruik van fabrieksafbeeldingen voor handelsdrukwerk was voorbij.
|
Pieter
van Dooren |
|||||
|
drukwerk |
afdeling |
1888 |
1892 |
1902 |
1913 |
|
factuur |
wollenstoffen |
2.000 |
1.000 |
2.000 |
0 |
|
|
spinnerij |
1.500 |
1.000 |
2.000 |
3.000 |
|
|
adm..
P. v. Dooren |
0 |
0 |
1.000 |
0 |
|
brief |
wollenstoffen |
4.000 |
1.000 |
3.000 |
0 |
|
|
spinnerij |
1.000 |
0 |
3.000 |
5.000 |
|
|
adrn.
P. v. Dooren |
0 |
1.000 |
0 |
0 |
|
briefkaart |
wollenstoffen |
1.000 |
500 |
500 |
0 |
|
|
spinnerij |
300 |
100 |
0 |
200 |
|
|
adm.
P. v. Dooren |
0 |
0 |
0 |
0 |
|
wissels |
adrn.
P. v. Dooren |
2.000 |
1.000 |
2.000 |
3.000 |

Briefpapier uit 1931 met luchtopname uit 1929.
(Coll. RAT).

Briefpapier
(staaldruk) van 1941. (Coll. RAT).
|
Pieter
van Dooren handelsdrukwerk |
||||||
|
opname |
drukwerk |
incl.
prijs |
excl.
prijs |
lithoprijs |
aantal |
levering |
|
1884 |
factuur |
32,50 |
|
(60,-) |
2000 |
juni
1884 |
|
1888 |
factuur,
brief |
|
13,- |
13800 |
sept
1888 |
|
|
1892 |
factuur,
brief |
|
--- |
5000 |
aug
1892 |
|
|
1892 |
factuur |
|
14,- |
|
1000 |
aug
1895 |
|
1892 |
factuur |
|
15,- |
|
3150 |
jan
1897 |
|
1892 |
factuur |
|
12,50 |
|
3110 |
febr
1898 |
|
1892 |
factuur |
|
|
3000 |
nov
1898 |
|
|
1892 |
factuur |
|
|
3150 |
juni
1901 |
|
|
1892 |
factuur |
|
15,- |
12,50 |
3000 |
nov
1894 |
|
1902 |
factuur,
brief |
|
12,- |
8435 |
sept
1904 |
|
|
1902 |
factuur,
brief |
|
12,- |
|
2170 |
nov
1904 |
|
1913 |
factuur,
brief |
|
1
l,- |
8320 |
sept
1913 |
|
|
1913 |
factuur,
brief |
|
12,75 |
|
3130 |
mei
1916 |
|
1922 |
brief |
37,84 |
|
? |
18500 |
aug
1925 |
|
1922 |
briefkaart |
|
Emrik
& Binger |
1000 |
1925 |
|
|
1922 |
briefkaart |
45,- |
|
KLM |
1000 |
1925 |
|
1922 |
briefkaart |
49,50 |
|
Ver.
Drukkerijen |
1000 |
1923 |
|
1929 |
brief |
30,75 |
|
? |
21700 |
aug
1931 |
|
1929 |
brief |
|
11,41 |
|
10950 |
mrt
1937 |
|
1941 |
brief |
14,36 |
|
staaldruk |
10150 |
juli
1941 |
Noten
(1) P.Nijhof, Oude fabrieksgebouwen in Nederland. Amsterdam 1985. En meer in het bijzonder: J.M. Bos en W. de Natris, ‘Textielfabriek Pieter van Dooren te Tilburg
1825-1975’, in: P. Nijhof ed., Monumenten van bedrijf en techniek. Industriële archeologie in Nederland. Zutphen 1978.
(2) Zie P.J.M. van Gorp en Ronald Peeters, Textielfabrieken op briefhoofden
1866-1956. Tilburg 1981.
(3) Giel van Hooff, ‘Helmonds textielnijverheid in de 19de eeuw op briefhoofden’, in:
De Vlasbloem, Historisch jaarboek voor Helmond (1984) 135-155. Zie voor Enschede: T. Wiegman,
Enschede van toen op briefpapier. Beelden van het oude Enschede aan de hand van illustraties op briefpapier en
rekeningen. Enschede 1981.
(4) Gemeente Archief Tilburg, Archief Wolspinnerij Pieter van Dooren 1825-1975. Series: Ingekomen Stukken, Uitgaande Stukken (beide op naam en da tum); Memoriaal en Onkostenboek.
(5) Cees van Leeuwen, ‘Vogelvluchtfotografie, 60 jaar KLM Acrocarto’, in: tijdschrift
Foto (1982) 39-40. Zie ook: KLM Vogelvluchtopnamen van Nederland
1921-1939. Catalogus Fototechnisch en cartografisch bedrijf KLM-Schiphol, 1940. Meer in het bijzonder: Henk van Doremalen, ‘Textielfabrieken in Tilburg’, in:
Tilburg 4 (1986) 4-8.
(6) Fabrik im Ornament. Ansichten auf Firmenbriefköpfen des 19.
Jahrhunderts. Munster 1980.
(7) Zie: Drie eeuwen Bredase boeken 1604-1900. Tentoonstellingscatalogus Stedelijk Museum Breda
1984. p. 59 en 66.
* De auteur is als historicus verbonden aan de Economische Faculteit van de KUB en bereidt een proefschrift voor over de bedrijfsgeschiedenis van de firma Pieter van Dooren. Hij schreef eerder over Bredase industrieelarcheologische en bedrijfshistorische onderwerpen, o.a. in Jaarboek
De Oranjeboom.




