| 371. Eindelijk originele bestemming voor wevershuisjes | |||
|
Titel: |
Eindelijk originele bestemming voor wevershuisjes |
|
Ondertitel: |
Tilburgs geschenk aan het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem (1) |
|
Auteur: |
Paul Spapens * |
|
Jaargang: |
XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina´s: |
89-92 |
De drie wevershuisjes die Tilburg in 1955 aan het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem schonk, krijgen na veertig jaar een passende bestemming. Ze worden speciaal ingericht voor kinderen, zodat die kunnen zien hoe de gewone man vroeger woonde en werkte.
Stuwende kracht achter dit voornemen is de adjunct-directeur van het museum, oud-Tilburger (en oud-redacteur van 'Tilburg') dr. Ton Wagemakers. Uiterlijk in 1997 moeten de huisjes deel gaan uitmaken van een 'kinderdorp'.
Eindelijk krijgt Tilburg waar voor zijn geld. Precies veertig jaar nadat het stadsbestuur in 1955 drie wevershuisjes aan het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem schonk en daarvoor ook nog eens vierduizend gulden uittrok, ziet het ernaar uit dat de goed geconserveerde monumentjes een passende bestemming gaan krijgen.
"We richten de woninkjes speciaal voor kinderen in, zodat ze kunnen zien hoe de gewone werkende mens vroeger woonde en
werkte", belooft adjunct-directeur dr. Ton Wagemakers.


Voor- en achterzijde van de weverswoningen aan de Berkdijksestraat
(40, 42 en 44) kort voor de afbraak in 1955. Deze woningen zijn daarna
steen voor steen weer opgebouwd in het Nederlands Openluchtmuseum
te Arnhem (foto's Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem).
Dat uitgerekend hij een stuwende kracht is achter dit voornemen is niet zo verwonderlijk: Wagemakers is getogen Tilburger, zeer begaan met het Tilburgs textielverleden en in zijn jeugd woonde hij slechts een paar honderd meter van de oorspronkelijke plaats van de drie huisjes af. Ze stonden aan de linkerkant van de Berkdijksestraat (nrs. 40, 42 en 44).
Rijtjeswoningen
De huisjes, de enige rijtjeswoningen in het Openluchtmuseum, zien er aan de buitenkant zeer herkenbaar en puik uit. Misschien wat te netjes, maar dat mag je een museum niet euvel duiden. Het interieur evenwel is niet echt om naar huis te schrijven: het ene is een opslagruimte, de twee andere doen dienst als werkplaats. Bezoekers die de beknopte informatie in drie talen lezen en bij een 'workmen's cottage' of 'Arbeiterhäuschen' naar binnen gluren, krijgen zo wel een heel vertekend beeld van de leefomstandigheden van de Tilburger van destijds.


Traditioneel interieur van de weverswoning aan de Berkdijksestraat 40 met de laatste bewoonster de
weduwe Hultermans in 1955. Volgens haar was toen 'aan dit huisje de laatste 65 jaar niets gewijzigd,
alleen het rookkanaal boven de zolder werd vernieuwd' (foto's Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem).
Wagemakers, die in Tilburg onder meer naam maakte met zijn onderzoek naar de befaamde textielstaking in 1935 in de stad, is van oordeel dat dat zo niet langer kan.
"Het is een schande. Als Tilburger trek ik dit op mijn fatsoen", zegt Wagemakers.
Uiterlijk in 1997 zal eindelijk recht zijn gedaan. Dan moeten de huisjes onderdeel uitmaken van wat Wagemakers betitelt als 'kinderdorp'. Samen met andere historische pandjes in de directe omgeving worden ze zo ingericht dat het jeugdige part van de ongeveer 350.000 bezoekers per jaar er vrijelijk in rond kan lopen. Wagemakers stelt zich voor dat de woninkjes een beeld zouden kunnen geven van de woon- en leefomstandigheden rond 1900, rond 1950 en rond 1970.
Voorbeelden
Wat die eerste periode betreft heeft het museum voor de inrichting prachtige voorbeelden voorhanden. Het Nederlands Openluchtmuseum bezit een map met foto's die vlak voor de afbraak van de huisjes zijn gemaakt. Enerzijds moesten de foto's helpen bij de 'wederopbouw' in de heuvelachtige bossen bij Arnhem. Anderzijds waren ze bedoeld om het interieur vast te leggen. Het zijn unieke tijdsdocumenten geworden. In één huisje staat zelfs nog een weefgetouw. In een ander is mooi het eenvoudige volksgeloof te zien. Uiteraard ontbreekt een beeld van Peerke Donders niet; de zalige was immers de held van de wevers.
De huisjes zijn vermoedelijk rond 1860-1870 gebouwd. In deze tijd zijn veel van dit type woningen in Tilburg verrezen; het ging goed in de textiel. Het was in die tijd gangbaar dat tegelijk een paar woninkjes naast elkaar werden opgetrokken. Een jong gezin met kinderen bewoonde het ene, opa en oma het andere en ook de vrijgezel gebleven oom en tante vonden zo onderdak. De zolders waren open en konden worden afgeschot als er weer eens een nieuwe wereldburger was geboren. Als opa niet door de jicht was geveld, onderhield hij in de grote tuinen het aardappelveldje of zorgde hij dat het varken flink wat spek rond de ribben kreeg.
Aan het straatbeeld van de huidige Berkdijksestraat is nog goed te zien waar de museumhuisjes in 1955 steen voor steen werden ontmanteld vanwege de noodzakelijke doorbraak van de Coba Pulskenslaan. Komend vanaf het Korvelplein houdt de straatwand pardoes op. In deze straat staan nog wat meer huisjes die oorspronkelijk van hetzelfde type waren als de drie die nu bezit zijn van het Nederlands Openluchtmuseum. Het beste vergelijkingsmateriaal is te vinden in de Reitse
Hoevenstraat.(2) "Als Tilburg of welke andere plaats dan ook ons tegenwoordig een huis, een schuur of iets anders aan zou bieden, dan zouden we zeggen: is dat wel nodig? Kun je het niet beter op de originele plaats laten
staan?", aldus Wagemakers.
Slooppartij
In 1955 ging het er beduidend anders toe. Tilburg maakte al een begin met wat in de jaren zestig uit zou monden in de nog immer beruchte slooppartij. Juist in die tijd was het museum naarstig op zoek naar nieuwe museumstukken. Het in 1991 geprivatiseerde rijksmuseum had het tijdens de bevrijding zwaar te verduren gehad. Het Rijk had geen geld. De directie stuurde een bericht de wereld in dat ze op zoek was naar pandjes waarmee een 'ambachtsbuurtje' kon worden opgezet. Dat plan moest het museum er weer bovenop helpen. De oproep kwam de Tilburgse gemeente-ambtenaar Jacobs ter ore. Volgens Wagemakers was de man voorzitter van de afdeling Tilburg van Brabants Heem en een fanatiek verzamelaar van alles wat met de geschiedenis van de stad te maken had. Hij wist het college van burgemeester en wethouders zo ver te krijgen dat de drie huisjes, die toch weg moesten, naar het museum gingen. Het college trok vierduizend gulden uit voor de afbraak en het transport. Tilburg, dat nu aan de weg timmert als 'Moderne Industriestad', haalde de landelijke pers met deze
geste.(3) "Aan de heropgerichte huisjes zal de naam van Tilburg als textielstad worden
verbonden", schreef Trouw.


Traditioneel interieur (gedeeltelijk in scène gezet) van de weverswoning aan de
Berkdijksestraat 40 met vele vrome prenten en heiligenbeelden (foto's Nederlands
Openluchtmuseum, Arnhem).
Noten
(1) De tekst van dit artikel is met toestemming van de auteur grotendeels ontleend aan het
Brabants Dagblad van 5 augustus 1995. Zie ook: Paul Spapens, 'Brabantse enclave in Gelderland', in:
Brabantse almanak voor het jaar 1996, jrg. 8 (Gaanderen, 1995), p. 191-200.
(2) Literatuur over Tilburgse weverswoningen o.a.: Ton Wagemakers, 'Over buitenwevers, kinderarbeid, lonen en hun woningen naar enquête 1887', in:
Actum Tilliburgis, 12 (1981), nr. 3/4, p. 114-123; Ton Wagemakers, 'De weverswoning van Annekee. Tilburgse textieltekens V', in:
Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, III (1985), nr. 1, p. 13-16; Ton Wagemakers, 'Een weverswoning uitgesproken. Tilburgse textieltekens VI', in:
Tilburg, III (1985), nr. 2, p. 15-17; Ton Wagemakers, 'De architectuur van de weverswoning', in:
Tilburg, V (1987), nr. 2/3, p. 48-50; Ronald Peeters, 'Rapport weverswoningen Reitse Hoevenstraat', in:
Tilburg, V (1987), nr. 2/3, p. 51-55; M.W.J. de Bruijn, H.Th.M. Ruiter en H.T.L.C. Strouken,
Drapeniers en buitenwevers, een onderzoek naar de huisnijverheid in de Tilburgse wollenstoffenindustrie (Utrecht, 1992).
(3) O.a. Arnhemsche Courant van 1-12-1955, De Gelderlander van 1-12-1955,
Algemeen Handelsblad van 2-12-1955, De Maasbode van 2-12-1955, Trouw van 2-12-1955 en
Oost-Brabant van 2-12-1955.
* Paul Spapens (1949) is journalist bij het Brabants Dagblad. Hij schreef enkele boeken over Tilburgse (o.a. over de kermis) en Noordbrabantse geschiedenis (o.a. over smokkelen, grenspalen en kapellen).




