| 388. 'Geen dode zou ooit méér zijn betreurd' | |||
|
Titel: |
|
|
Ondertitel: |
Historische achtergrond van de Tilburgse lindeboom |
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XI (1993) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
35-40 |
De 350 tot 400 jaar oude lindeboom op de Heuvel, naast de kruikezeiker toch wel hét symbool van Tilburg, wordt kunstmatig in leven gehouden. Bij droog weer krijgt de oude en verminkte reus via een slang vol gaatjes per uur en per meter slang twee liter water automatisch toegevoegd. Het leven wordt hem op dit drukke plein, door onder andere het voortrazend verkeer, zowat onmogelijk gemaakt. In het herinrichtingsplan van de Heuvel is geen plaats meer voor de lindeboom. Nu zijn einde blijkbaar nadert, past een terugblik op een lang en indrukwekkend leven.

De Heuvel met lindeboom, kerk en pastorie, ca.
1890. (coll. RHC Tilburg).
De Tilburgse lindeboom is een Hollandse linde (Tilia x vulgaris); in vaktermen een voormalige etagelinde en in feite een Winterlinde. In het wild komt de linde al zo'n 2500 jaar niet meer voor in Nederland. De boom is 18 meter hoog en zijn stamomtrek is 540 cm. Bioloog, lindebomenkenner en oud-Tilburger drs. Bert Maes stelde een linde-top-tien van Noord-Brabant samen. Nummer een is de lindeboom van Sambeek, 780 cm in omtrek (de dikste in Nederland) en 450 jaar oud. De Tilburgse lindeboom staat op de vijfde plaats, net na die van Hilvarenbeek, met 565 cm omtrek en 300 jaar oud. De 275 jaar oude Hollandse linde op de Schans in Tilburg-Noord, met 494 cm omtrek, staat op de zevende plaats.
De Hollandse linde is een natuurlijke kruising tussen de Winter- en de Zomerlinde. Er bestaat tussen de soorten een genetische variatie. Maes kwam tot de conclusie dat de Tilburgse lindeboom in bladvorm en vrucht afwijkt van alle andere Winterlindes. Tot nu toe is er geen tweede vergelijkbare boom gevonden! Niet alleen oud, maar ook uniek dus.
Maes is er niet helemaal van overtuigd dat de lindeboom niet gered kan worden. Het herstelvermogen van de linde is volgens hem zo groot dat met de huidige jonge takken die onder de kroon ontstaan een nieuwe boom gevormd kan worden, waarvan de takken weer tot een etage-linde, zoals de linde er vroeger uitzag, geleid en gesnoeid kunnen worden. Er is dan wel meer ruimte rondom de stam nodig en de rijweg zal versmald of opgeschoven moeten worden. Dit gaat geheel tegen de actuele gemeentelijke plannen in. Een alternatief is volgens hem het kiezen voor een grotere kroon die de boom de komende tientallen jaren weer zou kunnen vormen.
Reizigers
De lindeboom is eeuwenlang gezichtsbepalend geweest voor de Heuvel en hij sprak zeer tot de verbeelding van toevallige passanten. Zo bracht de wereldreiziger graaf De Monconys in 1662 een bezoek aan Tilburg. Hij logeerde in De Gekroonde Zwaan op de Heuvel. In het boek
Voyages de Monsieur de Monconys dans la Hollande (Parijs, 1667) staat dat de graaf vol bewondering de lindeboom aanschouwde, de kruin wel een omtrek had van 62 passen en dat de boom door 28 pilaren ondersteund werd. De boom moet toen al van een behoorlijke leeftijd zijn geweest. Hij verhaalt ook over de merkwaardigheid, in zijn ogen althans, dat de dienstmeid van de herberg haar tijd doorbrengt met het maken van figuren van fijn zand op de plavuizen van het etablissement. Als Elise van Calcar in 1850 een bezoek aan Tilburg brengt, geeft zij later in haar boek
Tilburgsche Mijmeringen ('s-Hertogenbosch, 1851) een uitvoerige, en voor die tijd typerende, beschrijving van de lindeboom:
'Het is een lindenboom van wonderbaar fatsoen. Niet alleen is zijn ontzettend zware stam van zoo zonderlinge gedaante, dat hij aan een zaamgewassen groep van verscheidene stammen doet denken, maar niet minder vreemd is ook het uitschieten zijner reuzenarmen, die rondom gesteund door paal en latwerk zich verbazend wijd uitstrekken. Slechts één enkele tak mogt zijne natuurlijke rigting, zijn aandrift naar boven volgen en zich fier van de aarde
verheffen'. De boom was volgens Elise zodanig gesnoeid en geleid dat deze meer op een
'ontzaggelijk groote chineesche parasol' leek. Op een prent uit 1830 en op de oudste foto van de Heuvel van omstreeks 1850/60, is die vorm duidelijk te zien.

De Hoofdwacht op de Heuvel met Utrechtse Vrijwillige Jagers tijdens de Tiendaagse Veldtocht
in 1831. De lindeboom was, volgens Elise van Calcar, als een 'Chinese parasol' geknipt.
(coll. RHC Tilburg).
Mr. J.I.D. Nepveu schrijft in 1852 in zijn verhalenbundel Studie en
uitspanning: '...Wie ooit Tilburg bezocht, zal dáár zonder twijfel, vooral als hij in De Zwaan zijn intrek had genomen, ook wel eenige uren onder den grooten lindeboom hebben uitgerust, waarmede het marktplein, de Heuvel genaamd, sedert onheugelijke jaren reeds prijkt. Want zeggen de inwoners - van het eigenlijke Tilburg namelijk - zoo gij onze stad verlaat en onze paraplui (gelijk zij die klassieke kruin naar haar vorm heeten) niet gezien hebt, dan waart gij als in Rome, zonder den Paus aanschouwd te hebben.'
Er zijn in de literatuur nog talloze beschrijvingen over de Tilburgse lindeboom te vinden, zoals bijvoorbeeld in het boek
Jaren en jeugd in Brabant, (Amsterdam, 1944; herdukt in Antoon Coolen Land en volk van Brabant, Amsterdam, 1950) van Uri Nooteboom:
'Als ge een ouden Tilburger vraagt naar het meest merkwaardige in zijn geboortestad, tien tegen een, dat hij den lindeboom zal noemen. Hij zal het niet hebben over de fabrieken, hij zal niet vertellen, dat Tilburg de laatste jaren zoo hard is gegroeid, neen, hij zal den lindeboom op den Heuvel noemen.
[...] Zijn dikke stam is met stevig hekwerk omgeven; de zware takken, waarvan de onderste horizontaal staan, zijn met ijzeren paalwerk, waarop balken zijn gelegd, onderstut.
[...] Kinderen speelden onder de groene ijzeren palen boompje-verwisselen, jongens met kleine fietsen reden kunstig met bochten en bogen tussen de paaltjes door. Als er uit het hart der stad een fietstocht of uittocht plaats had, was de lindeboom het verzamelpunt. Vandaar uit wandelden we in den nacht van den eersten Zondag in Mei naar Den Bosch, vandaar uit ging de fietstocht naar Onze Lieve Vrouw van den Heiligen Eik te Oirschot. [...]
en de Tilburger vraagt zich af, wat van zijn stad zou moeten worden, als de lindeboom op den Heuvel het wegens ouderdom of door een of andere oorzaak begeven zou. Zouden dan de fabrieken nog werken? Zou dan Tilburg nog Tilburg zijn? Indien de lindeboom werd geveld, zou dat een grote, gapende wonde zijn in het hart van deze stad en geen dode zou ooit méér zijn betreurd.'

De oudste foto van de lindeboom omstreeks 1850. Op de plaats van de gebouwen links op de achtergrond
bevindt zich thans de Heuvelpoort. Rechts herberg De Gouden Zwaan (coll. Bodel
Nijenhuis,
Universiteitsbibliotheek Leiden).
Radbraken en verschijningen
Van ouds werd er onder de lindeboom rechtgesproken, in de nabijheid daarvan vonnissen voltrokken, en er werden vanaf 1575 al jaarlijks drie jaarmarkten en (zeker vanaf 1570) tot het eind van de vorige eeuw de jaarlijkse kermis gehouden. De belangrijkste handelswaar op de jaarmarkten waren voedingswaren, paarden en ander vee en wollen en linnen lakens. In het trouwboek van 1669 staat de aantekening, dat een huwelijksafkondiging 'onder de linde' heeft plaatsgevonden. Op de oudste kaart van Tilburg, uit 1760, is vlak bij de boom een galg getekend. De lindeboom is vaak de stille getuige geweest van openbare executies en andere 'volksvermaken'. Daar zijn sappige verhalen over bekend, zoals dat over een bende struikrovers, die onder de naam 'Muscoviters' in het begin van de achttiende eeuw Tilburg en omgeving onveilig maakte. Op 24 augustus 1708 werd Jan Peeters, bijgenaamd Jan Schrok, die verschillende 'schelmstukken, roverijen, onveiligmaken van publieke wegen, knevelarijen en andere grove feiten' op zijn geweten had, als voorbeeld voor de anderen, door de scherprechter levend geradbraakt. Onder overweldigende belangstelling werd hij op de Heuvel bij de lindeboom op een liggend wagenwiel gebonden, rondgedraaid en zijn ledematen met een zware balk verbrijzeld. Daarna is zijn hoofd afgehouwen en enige uren op een pin tentoongesteld. Zo ging dat in die dagen met struikrovers.

Met een beetje goede wil kon men in 1930 de beeltenis van
Maria en het Kindje Jezus nog in de stam ontwaren.
(coll.
RHC Tilburg).
Er is zelfs een legende verbonden aan de eeuwenoude lindeboom. Lambert G. de Wijs schreef voor de
Nieuwe Tilburgsche Courant in 1925 het verhaal Een Maria-legende van den Tilburgschen
lindeboom, waarvan een overdruk verscheen. Deze legende speelt in het midden van de zestiende eeuw, toen de beruchte legeraanvoerder Maarten van Rossum zijn strooptochten door Brabant ondernam. Op de Heuvel in Tilburg woonde een zekere Antoni, die zich bij zijn plunderende troepen aansloot. Hij zou vermoedelijk gesneuveld zijn. De moeder van Antoni bleef echter in zijn behouden terugkomst geloven, en zij plaatste een Mariabeeldje tegen de stam van de lindeboom. Na jaren was het beeldje door de tand des tijds aangetast en ten slotte verwijderd. De weduwe en haar andere zoon Herman leden inmiddels aan verstandsverbijstering. Op een heldere juninacht werden beiden wakker en verlieten zij om onduidelijke reden het huis om onder de lindeboom te gaan bidden. Op dat moment verscheen tussen de knoestige takken Maria met het Kindje Jezus;
''t beeld scheen te lachen en vreugde omstraalde 't kind op haar arm'. Plotseling zagen zij ook een geknielde man zitten: de verloren gewaande maar berouwvolle zoon Antoni. Met een beetje fantasie was in de jaren dertig van deze eeuw de beeltenis van Maria nog duidelijk te zien.

De lindeboom in 1892. Links de Looiersbeurs.
(coll. RHC Tilburg).
Een ander opmerkelijk feit vinden we in het boekje Volks-feest gevierd te Tilburg...
('s-Hertogenbosch, 1798). Hierin staat vermeld dat de lindeboom een grote rol speelde in het volksfeest dat op 19 mei 1798, het
'vierde jaar der Bataafsche Vryheid', op de Heuvel werd gevierd. Een jongedame die 'het beeld der Vryheid' moest voorstellen,
'wenkt de Faam en geeft aan haar de Speer en Hoed over, wyzende naar den grooten Lindeboom die agter haar staat, ten teeken, dat zy die daar op wil geplaatst hebben ... rondom op den Lindeboom worden de Tropheen gezet, waar mede de Triumph-wagen vercierd was...'
De lindeboom als vrijheidsboom.
Ouderdom en onderhoud
Tilburg bezat op het eind van de veertiende eeuw al een markante lindeboom. In de archiefbronnen vonden we in 1390 de vermelding van de boerderij het
'Guet terlinde' en in 1429 is er sprake van 'den Lyndacker aen die
linde'. Daarmee wordt een akker aan het Lijnsheike bedoeld. Die boom werd in 1502 reeds 'die oude Linde' genoemd. In de buurt van het Kraaiven, ten noordwesten van het Hasseltplein aan de
'Heydsijde' stond in 1554 'die Hoollynde'.
In 1598 werden op de Heuvel een huisje 'ende bancken omme de lynde staende' afgebroken. Vermoedelijk
heeft men het dan over de huidige lindeboom en het bankje waar recht werd gesproken. In 1675 is de boom door een storm omgewaaid; hij moest toen worden gestut.

In 1935 werd onder de lindeboom een rustbank geplaatst.
(coll. RHC Tilburg).
Over het onderhoud van de lindeboom zijn vanaf de zeventiende eeuw tot heden vele gegevens bekend. Daaruit is ook af te leiden, dat de boom steeds gemeentelijk bezit is geweest. In 1638 werd door het dorpsbestuur 75 gulden betaald aan Jan Peter Nolen om een 'stellinge te maecken onder de lynde op den
Hovel'. Jacob van Rijswijk ontving in 1711 een gulden en veertien stuivers voor het snoeien van de lindeboom. Tussen 1755 en 1762 mocht Zacharias van Deijst niet alleen deze boom jaarlijks 'scheeren', maar ook de
'jonge lindeboomkens voor 't Raethuys', aan de Markt.
Zoals op de oude afbeeldingen te zien is, was de lindeboom in de vorige eeuw kegelvormig gesnoeid tot een grote parasol. De houten steunstoel werd in 1830 in de stadskleuren geel en blauw geverfd. Na 1873 werd de lindeboom voorlopig niet meer gesnoeid, wat natuurlijk niet zo bevorderlijk was. In 1901 werd door de commissie van de gemeente-begroting voorgesteld de boom te rooien. Dit voorstel ondervond zoveel protest, dat deze zaak al bij voorbaat als verloren beschouwd kon worden:
'de oudste Tilburger' bleef overeind. In de jaren twintig, toen de boom ernstige tekenen van verval vertoonde, was hij vaak onderwerp van gesprek in de vergaderingen van B & W. Een bloemist raadde toen aan om elk jaar een gleuf rondom de boom vol te storten met koemest. Na drie jaar had de boom weer zijn oude aanzien. Lindeboomliefhebbers hebben zich in de Tweede Wereldoorlog vaak afgevraagd, hoe de boom uit de strijd zou komen. Er is slechts een incident bekend. Na de bevrijding reed een Canadese vrachtwagen bij het achteruitrijden er een forse tak af.

Het standbeeld van koning Willem II en de lindeboom staan al sinds 1924
gebroederlijk naast
elkaar op de Heuvel (foto 19ca. 1930). (coll. RHC Tilburg).
De typische kegelvorm met zijn horizontale takken (de kruin had een doorsnede van 30 meter) en de hoofdstam, zijn begin jaren zestig bij de herinrichting van de Heuvel verdwenen, evenals de ondersteunende houten balken en de 32 ijzeren kolommen. Vanaf toen is het echt fout gegaan. De afgezaagde stompen van de vroegere takken waterden in en de stam begon langzaam te rotten. In de daaropvolgende jaren verschijnen er regelmatig alarmerende berichten in de kranten over het op handen zijnde afsterven van de boom. Door de witgerande donderzwam aangetast, moest in juni 1988 de centrale tak voor tweederde deel worden afgezaagd. Een jaarringtelling wees een ouderdom van 175 jaar uit. Deze tak is dus later aan de boom gegroeid. In oktober 1990 werd door boomchirurg Peter Horstink van de Nederlandse Heidemij in opdracht van de gemeente Tilburg een ingrijpende operatie verricht, compleet met het aanbrengen van een 75 meter lange buis voor druppelbevloeiing.
De reeds geciteerde Bert Maes schrijft in zijn boek Monumentale bomen in Nederland (Amsterdam, 1991):
'... Toen we in juli 1990 op een route door Brabant toch nog even een kijkje konden nemen in het centrum van Tilburg, dachten we een wrak van een boom te zien, maar het tegendeel is waar. Op het gezellige Heuvelplein staat een stokoude Hollandse linde (Tilia x vulgaris), met groene blaadjes aan de takken. Goed, de dikke, middelste tak is dood, maar de onverwoestbaarheid van de linde kennende, denken we dat de Tilburgers nog vele jaren kunnen genieten van deze monumentale linde. Daarbij hebben we natuurlijk ook rekening gehouden met de gedachte dat de Tilburgse plantsoenendienst er alles aan doet om deze eerbiedwaardige bejaarde in leven te houden.'

IJzeren hekwerk om de stam van de lindeboom in 1948.
(coll. RHC Tilburg).
De monumentale lindeboom, waarvan een schoenfabrikant nog niet zo lang geleden het lugubere voorstel deed om tegen een vergoeding van tienduizend gulden de boom te laten verzagen tot schijfjes als relatiegeschenk, heeft zijn langste tijd gehad. Het kunstmatig in leven houden zal zeker niet tot een vroegtijdige dood hoeven te leiden, maar de meest recente herinrichtingsplannen zullen ervoor zorgen dat de 'stekker' er definitief uit wordt getrokken. De reeds jaren geleden geamputeerde lindeboom is nu gedoemd tot sterven door euthanasie of wordt misschien wel meedogenloos omgekapt. Een markant monument zal verdwijnen.
Vooruitlopend op het eventuele verdwijnen van de lindeboom nam de winkeliersvereniging Emmapassage het initiatief om bij haar eenjarig bestaan op 22 oktober 1992 de gemeente een nieuwe lindeboom aan te bieden. Deze werd geplant op de parkeerplaats naast het winkelcentrum Emmapassage.
Ter gelegenheid van het bezoek aan Tilburg van koningin-regentes Emma en koningin Wilhelmina op 18 mei 1895, schreef de Tilburgse dichter H.J. Dolmans (1840-1899) het volgende gedicht (Gemeentearchief Tilburg, coll. H.J. Dolmans): Aan den beroemden Tilburgschen Lindeboom: Wuif nu, fiere en grijze Linde, Om de slapen der beminde En vereerde Koningin, Strooi uw bloesem aan de voeten Van de Moeder die wij groeten In éénzelfde Oranje min. Laat Haar 't frische Groen der blâren Neêrlands Hope op Haar verklaren, En - wat wank'len moge of vall' - Laat haar forsche stam en takken Leeren, dat de Trouw niet knakken, Weif'len of vermind'ren zal. |

Najaar
1992 (foto Frans van Ameijde).
Literatuur
- Lamb. G. de Wijs, De Lindeboom van Tilburg, (Tilburg, 1937).
- N.C.M. Maes, 'De Lindeboom in Brabant', in: Monumenten, 1989, nr. 3/4, p. 14-19.
- G. de Graaff e.a., Monumentale bomen in Nederland, (Amsterdam, 1991), p. 32-33, 98-99 en 224.
- Ronald Peeters, De Paap van Gramschap, (Tilburg, 1992), p. 104-105.
- Ronald Peeters, 'Intensive-care voor de lindeboom' in Tilburg Magazine, jrg. 3, nr. 4, dec. 1992, p. 16-21.
- Rob Vereijken, 'De lindeboom van Tilburg. Omkappen of opknappen?', in: De Oude Ley. KNNV afd. Tilburg en de Vereniging van vrienden van het Noordbrabants
Natuurmuseum, jrg. 15, 1993, nr. 1, p. 22-26.
* Deze bijdrage is een aangepaste versie van mijn artikel
'Intensive-care voor de lindeboom', in: Tilburg Magazine, jrg. 3, nr. 4, dec. 1992, p. 16-21.




