Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
395. 200 jaar brandweer in Tilburg
 

Titel:   

200 jaar brandweer in Tilburg

Ondertitel  

Auteur:   

ir. Rob van Putten

Jaargang:   

III (1985) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

4

Pagina’ s:   

3-64


1a. Kroniek van branden, 1797-1897

1797
In het midden van de zomer is aan het Kraaiven een huis door de bliksem getroffen en in brand geraakt. In totaal werden vijf woningen door het vuur vernield.

1800
Op 14 maart woedde er 's avonds omstreeks 11 uur een grote brand op de Heuvel. De brand werd bij toeval ontdekt door de drossard, Adriaan van der Willigen, toen hij met enkele leden van de rechterlijke macht op weg was om een ‘verdacht' huis te inspecteren. In zijn bewaard gebleven dagboek geeft Van der Willigen een uitvoerig verslag van de brand: "...de brantspuiten waren op de been, doch het vroor vrij sterk zoodat er van het water dat hier gantsch niet overvloedig is niet meer dan met moeite gebruik kon gemaakt worden; daarbij bespeurde ik duidelijk eene geest van onverschilligheld om te werken bij een groot gedeelte van het volk dewijl de brandende gebouwen aan de geslachten Dams en Verbunt, hoofden van de burgerwapening behoorden ..."
Het huis van de wed. Verbunt brandde bijna geheel af, terwijl het huis van de wed. Dams zwaar beschadigd werd. De naastgelegen bierbrouwerij van Bartel Mommers kon grotendeels gered worden. Ook liep de eigen woning van Van der Willigen enige tijd gevaar.

1817
Op 9 februari is, omstreeks 11.45 uur, aan de Oost-Heikant no. 830 het woonhuis met stal en schop van Gerardus van den Hout, van beroep bouwman en grutter afgebrand. De schade aan de gebouwen bedroeg f. 2241,-, die aan de inboedel f. 4826,-. Verloren gingen "eene paarde grutmolen met acht steenen, een handgrutmolen, pelmolen, zeefden [zeven], meubilen en grutmeel, zakken, vrouwe- en manskleeren, nieuw linnen, gesponnen gazen, boekweit, haver, rogge, spurrie, verscheidene soorten van zaad, hooij, gezaagd timmerhout, turf, hout en eenige kleinigheden alsmede de vermiste geldspecien."

1821
Op 26 juli is, omstreeks half elf in de ochtend, aan de Heikant de koren- en schorsmolen competeerende aan den heer Van Hogendorp Van Hofwegen afgebrand.
Op 5 augustus is, 's avonds omstreeks half elf, op de Heuvel het huis met stallen, toebehorend aan de gemeente, en in gebruik als marechausseekazerne, tot de grond toe afgebrand. Vijf paarden kwamen in de vlammen om. Ook twee naastgelegen woningen werden door het vuur vernield. De schade bedroeg ruim twaalfduizend gulden.

1826
In de wijk Berkdijk ontstond op 25 april brand in een huis van de H. Geest Arme. Het vuur verspreidde zich zo snel, dat nog drie huizen, bewoond door negen gezinnen, een prooi der vlammen werden.

1833
Op 19 juli, rond middernacht, is in het Haringseind brand ontstaan in een dubbele woning. Onder de toeschouwers bevond zich ook de Prins van Oranje, de latere koning Willem II.

1834
Op de achtste januari is aan het Kraaiven de boerderij van Jan de Kock afgebrand. Een lansier werd ervan verdacht de brand te hebben gesticht.

1835
Omstreeks half elf in de ochtend van de 28e augustus zijn in de Veldhoven de bakkerij van Augustinus Klijzen en de herberg van Willem van den Hout tot de grond toe afgebrand.

1839
Omstreeks zes uur in de ochtend van zondag 2 juni ontstond er brand in de wollenstoffenfabriek van de firma Diepen, Jellinghaus & Co., aan het Korvelplein. De brand breidde zich zo snel uit dat de gehele fabriek in korte tijd door het vuur werd vernield. Alleen het kantoor kon worden behouden. De schade bedroeg ca. 310.000,-, een voor die tijd astronomisch bedrag. Verzekerd was her bedrijf slechts voor ongeveer een derde van dat bedrag. De brand is vermoedelijk ontstaan door broei.



De lakenfabriek van de firma Diepen, Jellinghaus & Co. aan het Korvelplein, afgebrand in 1839.
Fragment van een schilderij van Rudolf Diepen, 1891. (Foto coll. RHC Tilburg).

1841
Op 16 december is, omstreeks 9 uur 's avonds, de touwslagerij van Jan Mallens in de wijk Kerk afgebrand.

1843
Op 1 april is op de zogeheten ‘Pannenbakkerij' (Bredaseweg) de twee maanden oude Johannes Smulders in de wieg verbrand.

1853
Op 5 april is de fabriek van J.L.F. Verbunt in de as gelegd, "...en waarbij behalve de fabriekswerktuigen 147 stukken laken baai, duffel en flanelle door de vlammen zijn verteerd."

1859
Op 2 november zijn aan de Veldhoven het huis, de looierij, de vellenbloterij en de magazijnen van N.N. de Kanter afgebrand.

1866
Op 17 augustus is, omstreeks half zeven 's avonds, de toren van de kerk van 't Heike aan de Markt door de bliksem getroffen en in brand geraakt. "Door een aantal spierige mannen die de moed bezaten in de spits van den toren te klimmen en door de algemeene hulp om het water met emmers in de hoogte te brengen is na een paar uur krachtig werkens ondanks van het druipen van het reeds gesmolten lood, mogen gelukken den brand meester te worden zodat die ten ruim 8 uren geheel was gebluscht."

1868
In de middag van de derde juni brandde aan de Prinsenhoeve in de wijk Loven de boerderij van de kinderen Van Hees af. Twee vaarzen en een kalf kwamen in de vlammen om. De politie arresteerde een dertienjarige jongen die bekende de schuur in brand te hebben gestoken.

1870
Op maandag 26 september is omstreeks 03.00 uur de wollenstoffenfabriek B.J. van Dijk aan het Goirke afgebrand.

1870
In de avond van de derde december is de wollenstoffenfabriek van G.C. van Spaendonck & Zn. aan de Heuvel [hoek Tuinstraat] door brand grotendeels verwoest. Alleen de weverij kon behouden worden. Drie arbeiders raakten licht gewond toen ze uit de ramen sprongen. Bij het blussen van deze brand kreeg de Tilburgse brandweer assistentie van het personeel van de brandspuit van de Maatschappij tot Exploitatie der Staatsspoorwegen. In de gemeenteraadsvergadering van 21 december 1870 werd besloten dit personeel een gratificatie van 50,00 toe te kennen voor het optreden bij deze en bij een eerder voorgevallen brand.

1873
In de avond van de 26e mei brandde aan de Piusstraat de boerderij van C. van de Ven af. Drie runderen, een schaap en een varken kwamen in de vlammen om. Ook de naastgelegen bakkerij van de wed. A. Vogels werd door het vuur vernield.

1875
Op 20 juni is, omstreeks 15.00 uur aan de Tuinstraat een magazijn van de wollenstoffenfabriek G. Bogaers geheel uitgebrand. Vermoedelijke oor zaak: broei.

1881 Op zondag 6 maart zijn, omstreeks half negen 's avonds, aan de Veldhoven [Wilhelminapark] twee woningen afgebrand. De woningen waren gelegen naast de bekende herberg ‘De Roode Haan'. Bij deze brand kwamen twee mannen om het leven, terwijl er een met een gebroken been onder de puinhopen vandaan moest worden gehaald. De slachtoffers waren Johannes A. de Kok (24) en Martinus de Man (21), beiden ongehuwde fabrieksarbeiders.

1882
Omstreeks half een in de nacht van zondag 30 april op maandag 1 mei zijn aan de Reitse Hoevenstraat een boerderij en negen woningen afgebrand. Enkele dagen later, in de nacht van woensdag 3 Mei, brandden in dezelfde straat vijf woningen af.

1882
Op donderdag 14 december is aan de Anna Paulownastraat de looierij van J. Brands afgebrand.

1883
In dit jaar kraaide de rode haan driemaal in de wijk (Reitse) Hoeven namelijk op 8 januari (4 woningen), op 4 maart (3 woningen) en op 18 april (12 woningen).

1883
Op zondag 24 juni is, omstreeks 11 uur in de ochtend, aan de Telegraafstraat de wollenstoffenfabriek van de Gebr. L. en C. Swagemakers afgebrand.

1884
In de middag van dinsdag 19 februari is aan het Heike de woning van de huisschilder J. van Pelt afgebrand. Hierbij kwam het zestien maanden oude zoontje om het leven.

1884
Op maandag 7 juli zijn aan de Wittebollenstraat zes woningen afgebrand. De woningen waren eigendom van de aannemer P. van Merendonk.

1884
Omstreeks een uur in de middag van zondag 3 augustus zijn aan de Veldhovensche Molen (Rosmolenplein) het huis met schuur en stal van P. van den Hout, de looierij van A. van den Hout en een schuur van de molenaar Teurlings afgebrand. "Een zestal brandspuiten, waaronder eene uit Enschot was op het terrein aanwezig, doch men kon wegens gebrek aan water niet veel hulp aanbrengen."

1885
Op woensdag 1 april is, omstreeks half drie in de nacht, aan de Monumentstraat de fabriek van kaarsen, pijlen en bogen en kruidenierswaren, annex wasblekerij en honingbrekerij van M.C.N. Bressers door brand verwoest. De schade bedroeg minstens 100.000,-.
Uit een bewaard gebleven aantekenboekje van brandmeester J. Donders, brandmeester bij de spuit van de wijk Kerk, blijkt dat aan het personeel van die spuit voor het blussen van de brand bij de firma Bressers de volgende vergoedingen zijn uitbetaald:
- 44 man 4 uur gewerkt 26,40
- 24 man 15 uur gewerkt 54,-
- 5 man 39 uur gewerkt 29,25
- 2 man 49 uur gewerkt f 14,70
- 2 assistent-brandmeesters 4 uur gewerkt 2,40
- 1 assistent-brandmeester 15 uur gewerkt 4,50

1885
Op woensdag 15 juli is, omstreeks 22.00 uur, aan de Spoorlaan (tegenover het station) de stoomkatoenspinnerij en flanelfabriek van André Lombarts afgebrand. "Van de fabriek is niets overgebleven den de naakte muren."

1886
In de nacht van vrijdag 30 juli zijn aan de Goirkestraat de leerlooierij en elastiekfabriek van L. Lombarts en een boerderij met schuur van P. Mutsaers door brand verwoest.

1886
Op vrijdag 10 september is 's middags rond half een de stoomcarboniseerinrichting van Denis Swagemakers aan de Koestraat (nabij de overweg) door brand volledig verwoest. Ook een naastgelegen woonhuis ging verloren.

1887
In de nacht van zondag 24 op maandag 25 april ontdekte een nachtwaker brand in de stal, behorende bij de spinnerij van de fa. Pieter van Dooren aan de Hilvarenbeekseweg. Zowel de bedrijfsbrandweer als de Tilburgse brandweer waren snel ter plaatse, maar men kon niet verhinderen dat het vuur oversloeg naar het kantoor en de magazijnen. De boeken konden nog gered worden uit het kantoor, dat evenals de stal en de magazijnen volledig uitbrandde. Eén paard kwam in de vlammen om, een ander moest later afgemaakt worden.

1887
In de nacht van zaterdag 13 op zondag 14 augustus brak er brand uit in de wollenstoffenfabriek van de Gebr. Sala aan de Tuinstraat. "Van de geheele fabriek bleef niets over dan de vier muren en de brandkast, welke ondanks den fellen vuurgloed waaraan zij was blootgesteld, bij opening bleek volkomen de proef te hebben doorstaan." De fabriek werd onmiddellijk herbouwd, maar nauwelijks in bedrijf trof deze fabriek hetzelfde lot: op 17 augustus 1888 brandde zij weer geheel af. Het bedrijf werd daarna niet meer herbouwd.

1890
Op woensdag 2 april ontstond er 's morgens brand in een blok van zeven woningen aan het Oude Klooster (omgeving Heikestraat). Door overspringende vonken raakte een ander blok van vier met stro gedekte woningen eveneens in brand. Vier met pannen gedekte huizen konden behouden worden. Van de inboedels der elf gezinnen kon nagenoeg niets worden gered.

1890
Donderdag 30 oktober, omstreeks 21.30 uur. Een grote uitslaande brand verwoest een deel van de stoommeelfabriek H. Bruijelle aan de Spoorlaan. Twee brandspuiten werkten vanaf een put op het terrein van de firma Swagemakers-Bogaers aan de Telegraafstraat. "Maar de andere spuiten, met hoeveel ijver ook aangespannen en bediend, konden of geen water vinden, of moesten na weinige minuten ophouden wegens gebrek aan water."

1891
In de avond van donderdag 30 maart is de leerlooierij en schoenfourniturenfabriek van N. van Tulder aan het Heike geheel door brand verwoest.

1891
Omstreeks vier uur in de nacht van dinsdag 30 mei werd een deel van de fabriek van stoomwerktuigen Gebr. Unger aan de Telegraafstraat door brand vernield.

1894
Als gevolg van het breken van een petroleumlamp ontstond er op donderdag 4 januari omstreeks 19.00 uur brand in de spinnerij van de wollenstoffenfabriek Bijvoet-Mutsaers & Co., aan de Jan Aartestraat. Het vuur greep zo snel om zich heen, dat de gehele fabriek een prooi der vlammen werd.

1895
In de avond van woensdag 9 januari is aan de Vogelstraat (thans President Steynstraat) de bekende hoeve ‘De Noteboom' van de famille De Brouwer afgebrand. Het vee kon worden gered, doch de gehele oogst ging verloren.

1895
Op 9 mei brandde er weer eens een fabriek af: "Donderdag-namiddag tegen 3 ure ontdekten de metselaars, werkzaam aan den toren van 't Heike, dat er brand was ontstaan in de wollenstoffenfabriek van de firma J.A.A. Kerstens in het Nieuwland [Langestraat]. Terstond luidden zij de brandklok. De brand was ontstaan in een droogerij en weldra bleek dat het fabrieksgebouw verloren was. De werklieden redden zich uit de fabriek, de boeken werden uit het kantoor gehaald. Vijf brandspuiten werkten en behielden het nieuw gebouwde magazijn en de woningen in de Mariastraat."

1896
Omstreeks half vijf in de ochtend van woensdag 17 juni zijn aan de Broekhovenseweg de schors- en korenmolen van P. van Gorp en een bijbehorende bergplaats met schors uitgebrand.

1896
In de middag van dinsdag 22 september is aan de Zuid-Oosterstraat een blok van 8 woningen door brand verwoest.

1897
In de ochtend van donderdag 21 januari zijn aan de Kommerstraat vijf woningen afgebrand.

1897
Op woensdag 23 november is 's middags aan de [Bisschop] Zwijsenstraat 83 de leerlooierij van G. Mertens afgebrand.