| 399. Het eerste vliegmachien in Tilburg | |||
|
Titel: |
Het eerste vliegmachien in Tilburg |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XVII (1999) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
1 |
|
Pagina’ s: |
17-21 |
Er is eerder gepubliceerd over het eerste vliegtuig dat Tilburg ooit aandeed.(1)
Maar het was slechts een beperkte mededeling. Daarnaast is nu ook een foto
gevonden van datzelfde eerste vliegtuig, toen dat - na de noodlanding in Tilburg
- tussen Alphen en Riel neerstortte. En dat is toch bijzonder, nietwaar? Want
het gaat wel over 1911! Men sprak toen nog wel niet over een overvol Schiphol,
en over het maximale aantal nachtvluchten en geluidsbelasting. Nee, men vond het
allemaal nog spannend en prachtig.
De eerste vliegeniers
Om ons even te oriënteren in de geschiedenis van de luchtvaart, zijn een
paar namen en jaartallen nodig.(2) In 1903 wist de Amerikaan Wright voor
het eerst een motorvliegtuig het luchtruim in te sturen voor een
"gecontroleerde vlucht", zoals hij dat noemde. Hij kwam dat in 1908 in
Frankrijk demonstreren. De Fransen hadden wel oren naar deze nieuwe sport. In
juni 1909 had de eerste vlucht in Nederland plaats. Toen liet de gefortuneerde
suikerfabrikant Heerma van Voss uit Leur ter gelegenheid van het 40-jarig
bestaan van zijn fabriek voor het eerst een vliegtuig in Nederland een vlucht
maken. Maar liefst 3½ minuut liet Graaf de Lambert, een Belg van
Frans-Russische afkomst (met vliegbrevet no 8), de tienduizenden mensen versteld
staan van zijn kunsten. Het speelde zich af op de heide tussen Etten en
Rijsbergen. Ongetwijfeld zijn er ook Tilburgers gaan kijken op die zondagmiddag.
Breda liep in ieder geval massaal uit naar de Kloppenbergsche Heide.
Een maand later vloog de Fransman Bleriot het Kanaal over. Een mijlpaal was
bereikt. Er werden in Europa al de nodige wedstrijden georganiseerd. Bekend zijn
de vliegweken van Nice en Reims (juli 1910), en de wedstrijden Parijs-Madrid,
Parijs-Brussel en de Ronde van Engeland (1911). Ook in Nederland waren er
dergelijke wedstrijden: de vliegweek van Arnhem in augustus 1910, en
vliegdemonstraties in Ede en in Soesterberg (november 1910). De Eerste
Nederlandsche Vliegvereeniging werd opgericht in 1910 in Breda, met als
thuishaven het vliegkamp De Molenheide in Gilze-Rijen.(3) Daar was ook de
enige vliegschool in ons land gevestigd. Dat was immers een geschikt vlak
heideveld, waar al tijdens de Belgische Opstand van 1831 het leger van Willem I
zijn kamp had opgeslagen.
Nederlandse pioniers in de luchtvaart waren: Freddy van Riemsdijk, Gijs Küller,
Jan Hilgers, Clément van Maasdijk, Frits Koolhoven en Henri Wijnmalen.(4)
Maar het meest tot de verbeelding sprak - zeker hier in het zuiden - de jonge
Antwerpenaar Jan Olieslagers. Iedereen kende hem in die jaren als "de
Antwerpse duivel". Men had liedjes over hem zoals:
Als Olieslagers dood valt dan kopen wij een schaar
En knippen heel de krullen van zijne pettelaar
Als Olieslagers dood valt dan krijgen wij misschien
de helft van zijn centen en ook nog zijn vliegmachien
Olieslagers, Olieslagers, Olieslagers val maar dood.(5)
De vliegerij werd ook een lucratieve sport. Aan de vliegraces werd een flink
prijzengeld verbonden.
De Eerste Europese Rondvlucht
Zo kwam de tijd om op initiatief van het Franse dagblad Le Journal een
Europese Rondvlucht te organiseren, samen met Britse, Duitse, Belgische en
Nederlandse organisaties.(6) Ruzie tussen de Fransen en de Duitsers op
politiek niveau (beledigen van een Franse minister en de mogelijkheid van
spionage door de Duitsers) leidde ertoe de Duitsers uit te sluiten van deelname.
Zo werd het een Circuit demi-européen: een "halve Ronde van
Europa". Er moest gevlogen worden van Parijs naar Luik, Venlo, Soesterberg,
Gilze-Rijen, Brussel, Roubaix, Calais, Londen en weer terug naar Parijs (zie
kaartje). Er waren 40 deelnemers die in 9 etappes in maximaal 13 dagen deze
afstand van 1600 km moesten afleggen. Dat was toch een hele prestatie in die
tijd! De deelnemers vlogen met ééndekkers (26), vaak van het type Blériot, of
met tweedekkers (14) zoals ook de enige Nederlandse deelnemer Henri Wijnmalen.

Kaartje van de etappes van de ‘Eerste Europeesche Rondvlucht’ in
1911 (uit: Schoenmaker, o.c.. p. 74).
De hele rondvlucht kon door het publiek goed gevolgd worden via de verslagen die
in de krant verschenen. Ook de Nieuwe Tilburgsche Courant (NTC) publiceerde die
verslagen van een collega-correspondent dagelijks.(7)
De vlucht begon grimmig, zo schrijft de historie.(8) Op de eerste dag
verongelukten reeds drie piloten… Maar de wedstrijd ging door, alsof er niets
gebeurd was: men was niet flauw in die tijd. Een hele karavaan zowel per spoor
als per auto volgde de vliegeniers. Men had voor ƒ 50.000,- aan
reserveonderdelen bij zich, in een speciale wagon. Er werd veel georganiseerd.
Toch klaagden de deelnemers en de volgers nogal eens over het eten. De
verslaggever van de NTC meldde in Gilze-Rijen dat zij een half uur rond het
vliegveld hadden gereden op zoek naar fatsoenlijk eten: "… Was boer
Leemans er niet geweest, ik zou dit verslag niet hebben kunnen
schrijven…" meldde hij pathetisch. Vooral de grote schaal rijstebrij
met suiker die dochter Leemans serveerde, had hen op de been geholpen!
Ook toen al hadden piloten de nodige noten op hun zang: protesten tegen de
klassering, tegen de arbitrage en tegen de wedstrijdcommissarissen waren niet
van de lucht. En klachten over het weer in Nederland! Toen men na twee etappes
in Soesterberg vier dagen aan de grond moest blijven wegens het slechte weer,
spraken vooral de Fransen nijdig over dat pestweer in Holland: in Frankrijk kon
het wel eens een halve dag slecht weer zijn, maar in Holland duurde dat dagen,
foei!
De Eerste Europese Rondvlucht werd uiteindelijk slechts door negen vliegeniers
met succes uitgevlogen op 7 juli 1911. Winnaar was de Fransman André Beaumont
(pseudoniem voor Jean Conneau), de enige die met een kompas en met kaarten
vloog! Hij verdiende er uiteindelijk bijna ƒ 100.000 mee. De enige Nederlander,
Henri Wijnmalen, strandde op 2 juli tussen Roubaix en Calais, waarbij hij zijn
vliegtuig verspeelde.(6)
Le Lasseur, de pechvogel
Een van de veertig deelnemers was de Fransman Le Lasseur. Hij had de derde
dag al pech en stond bij Echt (L) aan de grond. De NTC meldde:
Lasseur nog steeds te Echt
Lasseur heeft nog niets van zijn mécanicien gehoord. Hij is woedend. Bij het
vernemen van den tijding dat heden niet gevlogen is, van Soesterberg naar
Brussel, montert hij wat op. Kwam er nou maar hulp uit Parijs of elders dan kon
hij zich morgen misschien al heel vroeg bij zijn concurrenten voegen om den
tocht naar Brussel mee te maken. Een der aanwezigen veronderstelt dat den
Parijschen mécanicien Echt misschien niet heeft kunnen vinden… Mogelijk is
hij naar Echteld in Gelderland gestoomd, maar Lasseur verkondigt tamelijk
driftig dat hij duidelijk heeft geseind Echt bij Roermond. En dan vol spijt
verhaalt hij verder: was ik maar niet gedaald, want mijne neerdaling was geheel
vrijwillig, dat wil zeggen: aan mijn machine mankeerde niets, alleen kon ik mij
niet goed meer orienteren. Ik meende in de buurt van Venlo te zijn. Ik daalde
neer om even te informeren, maar jawel, door een rukwind kreeg mijn machine een
smak, zoodat ze precies ondersteboven tuimelde, om vervolgens onzacht tegen de
wereld aan te komen. De linkervleugel is geheel gebroken. Ook de schroef had
mankement. Er moet nu een nieuwe in.

Voor 10 cent konden toeschouwers een vlugschrift kopen met de tussenstand
van de Europese Rondvlucht (uit: Van den Hout, o.c., p. 13).
Le Lasseur kwam toch nog op tijd weg, om de wedstrijd te kunnen vervolgen. Hij
kon nog op 26 juni om half acht 's morgens in Venlo opstijgen en kwam weer na de
nodige troubles 's avonds in de buurt van Soesterberg aan de grond, het was niet
precies op het vliegkamp, maar vooruit. Maar toen was de rest al weer vertrokken
naar Brussel, via Gilze-Rijen.
Ook Le Lasseur vertrok de volgende dag naar Gilze-Rijen, heel vroeg, dat was
gebruikelijk. Maar dat ging weer niet van een leien dakje. Tot Tilburg wel, maar
toen raakte hij van koers af. Het bleef ook slecht weer. De NTC meldt ons op de
voorpagina van de editie van dinsdag 27 juni 1911:
Vliegmachien.
Hedenmorgen te kwart na 8 uur daalde in de Hoeksche straat op het klaverveld van
den landbouwer Vermeer een vlieger die bleek te zijn Le Lasseur die hier landde,
omdat hij, misleid door het groot aantal torenspitsen, die hij hierboven de stad
opmerkte, de weg naar Gilze-Rijen was kwijt geraakt. Na een oponthoud van een
flink half uur, steeg hij, na informaties gewonnen te hebben, in de richting van
de Molenheide weer op. De vlieger was uiterst tevreden over de ordelievendheid
en hulpvaardigheid van het zeer talrijke publiek, dat deze noodlanding
bijwoonde. Om echter alle orde verstoring te voorkomen had de politie, die reeds
dadelijk na de daling ter plaatse was, het terrein rondom de vliegmachine
vrijgehouden. Nader nieuws over deze vlieger vindt u onder Sport.

Op dit detail van de plattegrond van Tilburg van 1912 is de Hoekschestraat, een zijstraat van
de Hoefstraat, rechts van het mdiden, zichtbaar. Hier maakte de Fransman Le Lasseur de noodlanding
in 1911
(Coll. RHC Tilburg).
Dat moet dus de eerste landing van een vliegtuig in Tilburg zijn geweest. De
Hoeksche straat was een landweg naar de Kwadenhoek, vandaar Hoekschestraat. De
ligging was in het verlengde van de Groeseindstraat, ter plaatse van de huidige
Pastoor Smitsstraat. Daar moet het gebeurd zijn. En de talrijke torenspitsen
waren niet alleen de kerktorens van de parochies Heikant, Goirke, Hasselt en
Hasseltse kapel, de Noordhoek, Sint Anna, de Heuvel, 't Heike, het N.H.
Pauluskerkje en de oude kerk van Korvel, maar ook de kleine kloostertorentjes
zoals die van de Clarissen, de Ursulinen, de Oude Dijk, de Visitandinen en de
Kapucijnen . En dan ook nog de watertoren met zijn kleine spitsje. De kerk van
de Hoefstraat was er echter nog niet, die kwam pas in 1913.(9) Le Lasseur
dacht wellicht dat hij in Rome was…

Het vlugschrift met de tussenstand van de Europese Rondvlucht. Onder nr. 46 stond Le Lasseur met
de vermelding “onderweg” (uit: Van den Hout, o.c., p. 14).
Na deze tussenlanding steeg Le Lasseur weer op, met succes aangeduwd door de
hulpvaardige en "ordelievende" Tilburgers. Hij vloog weer, maar niet
voor lang. Hij kwam namelijk wéér in noodweer terecht, werd afgedreven naar
Alphen en Riel, en werd daar tegen de grond gesmakt. Lees mee met de NTC:
De aviateur Van den Berg die op de uitkijktoren van ons vliegveld stond,
meldt dat hij heeft waargenomen, hoe nabij Alphen en Riel, een vlieger door
storm naar omlaag werd gedrongen. Het weer is plotseling veranderd: 't stormt en
regent.
Tien uur
Wij zijn op onderzoek uit geweest. Le Lasseur die zoo kranig zijn weg had
vervolgd, na al die pech dien hij ondervond, en die wij hier ieder oogenblik
verwachten, is de vliegenier die Van den Berg zag dalen. Hij kwam bruusk op den
grond neer, zijn toestel is zwaar beschadigd, terwijl Le Lasseur licht aan de
kin werd gewond. Hiermede is 't hier in Gilze-Rijen vrijwel gedaan.
De volgende dag schrijft de krant: Le Lasseur heeft de derde etappe opgegeven
en is naar Brussel vertrokken.
Baarde Le Lasseur in Tilburg al opzien, in Alphen was dat niet minder!
De plaats waar hij in de storm tegen de grond werd gekwakt, was op de akker De
Rips aan de Goedentijd achter de boerderij van de familie Horevoorts, vooraan in
Alphen.(10) Men kon er alleen komen via een akker van Kiske van Eijck
("kromme Kees") waarop haver stond. Tenminste tot de noodlanding, want
hoe Kiske het volk ook probeerde tegen te houden ten faveure van de haver, het
mocht natuurlijk niet baten: heel Alphen liep uit en vertrapte de haver! Een
aardige anekdote is ook het verhaal, dat enkele Alphenaren die het vliegtuig in
de verte zagen neerstorten, gingen zoeken aan de Goedentijd. Zij liepen gekromd
te zoeken in het gras, roepend "Hier moet hij ergens liggen, ziede gij
hem?". Men wist eenvoudigweg niet wat men moest zoeken!! Het was natuurlijk
wel sensatie, een vliegmachien in Alphen! Jan de Roij (1900-1990) wist op hoge
leeftijd nog smakelijk te vertellen, dat hij op de pilotenstoel had mogen
zitten, toen het vliegtuig veilig en gedemonteerd was opgeborgen in de schuur
van de familie Horevoorts, achter op de Goedentijd. Weken later pas werd het
vliegtuig opgehaald.

Dit is dan de foto van vliegtuig nr. 46 van de Fransman Le Lasseur, gestrand op de Goedentijd
tussen Alphen en Riel op dinsdag 27 juni 1911. Heel Alphen liep uit, onder het toeziend oog
van de marechaussee. In het midden de ongelukkige piloot (Coll. Sjef Backx, Alphen).
Le Lasseur, onze pechvogel, bleef een onbekende vliegenier. Aan de Europese
Rondvlucht had hij niets verdiend. Ik vond zijn naam ook nergens, in geen enkel
boek over de eerste aviateurs. Niet zo vreemd overigens, want vergis u niet:
eind 1912 waren er reeds 2480 gebrevetteerde vliegeniers in de wereld met aan
kop de Fransen (986), gevolgd door de Britten (382). Nederland stond op de
tiende plaats met 26 piloten met brevet, en Egypte had er in 1912 nog maar één.(11)
Bleef Le Lasseur ook in het vervolg tamelijk onbekend, hij blijft wel de eerste
vliegenier die Tilburg ooit aandeed. Maar ja, daar kom je ook niet ver mee hebt
u wel gezien…
Noten
(1). Ronald Peeters, Tilburg van boven 1900-1980, de ontwikkeling van een
stad in panorama- en luchtfoto's (Tilburg 1980), p.1. Feitelijk was Ronald
Peeters' grootvader P.J. van Berkel (1898-1981) de eerste auteur over deze
gebeurtenis, en wel in 'Van oude herinneringen', in: Historische Bijdragen,
orgaan van de Heemkundekring Tilborgh, jrg. 3 (1972), nr. 4/5, p. 51-53.
(2). Wim Schoenmaker en Thijs Postma, Aviateurs van het eerste uur, de
Nederlandse Luchtvaart tot de Eerste Wereldoorlog (z.pl., z.jr. (1984), p.
13-17.
(3). J.P. van den Hout e.a., Vijf jaar Luchtfront, het vliegveld
Gilze-Rijen in de Tweede Wereldoorlog, dl.1 (Gilze 1984), p.8-12.
(4). Schoenmaker en Postma, o.c., p. 24-47.
(5). Van den Hout e.a., o.c., p. 15.
(6). Schoenmaker en Postma, o.c., p. 74-75.
(7). Gemeentearchief Tilburg (GAT), Nieuwe Tilburgsche Courant,
nrs. juni-juli 1911.
(8). C. Prendergast en red. Time-Life, De Eerste Vliegeniers
(Amsterdam, 1981), p. 118-121.
(9). Ronald Peeters, De straten van Tilburg (Tilburg 1987), p. 60
(10). Sjef Backx, Jan van Eijck en Ton van Gool, Alphen en Riel, Een
eeuw foto's en herinneringen (Hulst, 1993), p. 8-9.
(11). C. Prendergast, o.c., p.117.
* Drs. Jan A.M. van Eijck
(Alphen en Riel, 1950) is werkzaam als jeugdarts en hoofd
Jeugdgezondheidszorg van de GGD Midden-Brabant te Tilburg, maar woont in Goirle.
In zijn vrije tijd is hij conservator van de medisch-historische collectie De
Dorpsdokter van Vroeger in Museum De Doornboom te Hilvarenbeek. Hij publiceert
o.m. over heemkunde en de geschiedenis van de geneeskunde.
Aanvulling 27 mei 2002:
De heer K.J. Sijsling, zelf fanatiek speurder in de Nederlandse luchtvaart van voor
1914 (e-mail KIJan.Sijsling@edu.han.nl)
gaf de volgende opmerkingen/aanvullingen op het artikel van Jan van Eijk:
1. De Lambert was geen Belg, wel woonde hij kort te Luik. D'origine française, sa famille ayant émigré pendant la révolution, Charles de Lambert, sujet russe, est né à Madère. Bron: Lassalle, Les 100 premiers aviateurs brevetés au monde et la naissance de l'aviation.
2. Heerenveen en Den Haag kenden in 1910 een vliegweek met Van Maasdijk. De daarna geplande vliegweek in Arnhem ging niet door, omdat Van Maasdijk aan de vooravond van deze vliegweek met zijn toestel neerstortte en overleed.
3. Niet alleen in Breda was er een vliegschool. Ook bestond er een te Soesterberg/Ede.
4. Wijnmalen verspeelde niet op 2 juli zijn vliegtuig. Schoenmaker en Postma zitten er naast. Wijnmalen stortte neer op 1 juli, liet toen een reservemachine komen en viel op 3 juli ook met dat tweede toestel, waarna hij van deelname aan de Europese Rondvlucht afzag. Zie
Algemeen Handelsblad.
5. Le Lasseur vloog op 26 juni niet 's morgens maar 's avonds weg bij Venlo. Zie
Telegraaf of De Nieuwe Koerier.
6. Er was in de NTC inderdaad sprake van een aviateur Van den Berg. In werkelijkheid heette hij Van der Burg.
7. Le Lasseur, wiens werkelijke naam Le Lasseur de Ranzay met voornaam Gilbert was, was nog maar kort in het bezit van een brevet. Toch presteerde hij na de Europese Rondvlucht nog bijzondere zaken: op 20 oktober 1911 vloog hij in een Blériot samen met een passagier over de Apennijnen, van Bologna naar Florence, en werd daarmee de eerste vlieger die deze tocht volbracht. (Hoogste top onderweg, de Monte Fredi, is 1303 m, Le Lasseur vloog op 2000 m hoogte.) Dat men daarna op luchtvaartgebied niets meer van hem hoort, heeft zijn reden: op 10 januari 1912 overlijdt Le Lasseur in een ziekenhuis in Italië, beslopen door tyfeuze koortsen. Bron:
Avia 1912, La Vie au Grand Air 1911 en 1912 alsook Collin, Parmi les précurseurs du
ciel.




