Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
415. Een leven in d'n bond 
 

Titel:   

Een leven in d'n bond 

Ondertitel:   

Biografische schetsen uit de Tilburgse vakbondshistorie

Auteur:   

Henk van Doremalen

Jaargang:   

XIV (1996) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina´s:   

83-86


Ten geleide

In samenwerking met de Stichting 100 jaar vakbeweging in Tilburg is besloten om aan een aantal mensen biografische schetsen te wijden in dit derde nummer van 1996 van het tijdschrift 'Tilburg'. 
In een inleidend artikel wordt nader op ingegaan op de aandacht voor Tilburgse personen uit de vakbeweging. De biografische schetsen spreken voor zich. Ze zijn stuk voor stuk gewijd aan mensen die hun sporen in met name de Tilburgse vakbeweging hebben verdiend. De lijst zou zonder problemen uit te breiden zijn, maar omwille van de stand van het onderzoek, de omvang en de leesbaarheid is besloten om negen biografische schetsen op te nemen. 
Behalve de negen schetsen van in totaal tien personen bevat dit nummer van 'Tilburg' in de rubriek Tilburg Kort een aantal besprekingen van literatuur die het laatste halfjaar verschenen is. 

De redactie




Met dit nummer van het tijdschrift 'Tilburg' wordt een jaar afgesloten waarin de start van de overkoepelende vakbeweging in Tilburg op 2 februari 1896 werd herdacht. 
De Stichting 100 jaar Vakbeweging Tilburg bedankt iedereen die aan een of meerdere projecten in het kader van 100 jaar vakbeweging heeft deelgenomen.
Speciale dank gaat nog eens uit naar de belangrijkste sponsors van het totale project: SNS Bank Brabant; Gemeente Tilburg; CZ groep Zorgverzekeringen; N.V. Tilburgsche Waterleidingmaatschappij; Stichting Vakbondsgebouw; Fuji Photo Film B.V.; Drukkerij Gianotten B.V.; GTI Installatietechniek; Kamer van Koophandel Midden-Brabant; Jac. van Ham; ArboNed Midden Brabant; Adviesbureau drs. Driessen B.V.; Destil (R); Tiwos. Deze uitgave is tot stand kunnen komen dank zij een bijdrage van Reaal Verzekeringen.


Inhoud

Henk van Doremalen:
Een leven in d'n bond. Biografische schetsen uit de Tilburgse vakbondshistorie

Ton Wagemakers:
Bart van Pelt (1889-1958). Vakbondsman in hart en nieren

Henk van Doremalen:
Karel Bodden (1892-1974). De bond van Bodden

Ton Thelen:
Fidentius van Beers OFM Cap. (1906). Vorming en verantwoordelijkheid

Tom Tacken:
Miet van Puijenbroek (1914). De rugzak van een strijdbare vrouw

Joep Eijkens:
Jan van den Broek (1919). Bode en penningmeester van St.-Lambertus

Joep Eijkens:
Wim van Bavel (1924). Bouwer aan de maatschappij

Paul Spapens:
Jetze Elsinga (1925). Een Friese spoorwegman in Tilburg

Paul Spapens:
Cor Flipse (1926) en Riek Flipse-Tiemens (1928). Een gouden huwelijk

Henk van Doremalen:
Hein Meijs (1933-1994). Altijd opkomen voor een ander

Een leven in d'n bond 

Biografische schetsen uit de Tilburgse vakbondshistorie

Henk van Doremalen 


In deze biografische schetsen komen tien mensen ter sprake die een meer dan gemiddelde rol hebben gespeeld in de Tilburgse vakbeweging. Het dagelijkse werk van de acht mannen en twee vrouwen en hun optreden in de vakbeweging staat in de negen verhalen centraal. Er is naar gestreefd om mensen uit diverse sectoren aan het woord te laten: de industrie en dan speciaal de textiel, de bouw, de spoorwegen; mensen ook die verschillende levensbeschouwelijke opvattingen hebben. Het betreft geboren en getogen Tilburgers, maar ook niet-Tilburgers die zich hier vestigden. 

Het tiental is representatief voor het actieve deel van de vakbeweging. Gemeenschappelijk is vooral dat ze een zeer actieve rol hebben gespeeld in de (Tilburgse) vakbeweging. Binnen de overkoepelende katholieke bond, aanvankelijk de Gildenbond, later RKWV of KAB afd. St.-Dionysius Tilburg, nog later NKV en vervolgens FNV, maar ook binnen de Bestuurdersbond van het NVV, in de specifieke vakbonden, de vrouwen- en de jongerenorganisaties. De arbeidersbeweging bestreek zo'n breed terrein van het maatschappelijk leven dat ook andere organisaties ter sprake komen, zoals Herwonnen Levenskracht, Credo Pugno, de diverse bouwverenigingen. 

Het aantal interviews en schetsen was probleemloos uit te breiden. Er is nadrukkelijk gekozen voor mensen die een belangrijk deel van hun leven in Tilburg hebben doorgebracht. Voor de interviews is een aantal mensen benaderd, die betrokken waren bij het project 100 jaar vakbeweging in Tilburg. De auteurs hebben de nadruk gelegd op de rol in de vakbeweging in Tilburg. Dat is de gemeenschappelijke noemer, verder is ieder vrijgelaten in de richting van het interview of de schets. 

Anoniem

De Tilburgse vakbeweging heeft in de honderd jaar van haar bestaan vele tienduizenden leden gekend. Een paar duizend vrijwilligers onder hen waren dikwijls dagelijks op pad voor d'n bond. Ze waren actief binnen hun eigen vakbond, een overkoepelende organisatie of een van de vele instanties die uit de vakbeweging voortkwamen of er nauw mee verbonden waren. De duizenden kaderleden, bestuursleden, geestelijk adviseurs en districtsbestuurders deden hun werk veelal anoniem. Een enkeling trad zo nu en dan voor het voetlicht. 

Slechts een klein aantal Tilburgse vakbondsmensen is onderwerp geworden van historische beschouwingen. Direct maar meer nog indirect. In de zes delen van het nog lopende biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland (een mondvol, verder zal dit worden aangeduid als biografisch woordenboek) komen Tilburgers niet of nauwelijks aan bod. De opzet van die serie biografieën is dat mensen besproken worden die bovenregionale of landelijke betekenis hadden. Ook in de Brabantse biografieën zul je de Tilburgse voormannen uit de arbeidersbeweging zelden aantreffen. Reden temeer om er in dit verband een aantal personen uit te lichten.
Daarvoor zijn twee ingangen gekozen. In de eerste plaats wordt een aantal personen aangeduid waaraan aandacht is besteed in verschillende publicaties. Sommigen van hen zouden ook in dit verband een plaats kunnen krijgen, over anderen is te weinig bekend om een enigermate afgerond verhaal te presenteren. Daarnaast volgt een korte schets over de personen die verderop in deze publicatie besproken worden.

Werkplaats

Het behoort tot de verdiensten van Ton Wagemakers en Ton Thelen dat ze in hun respectieve proefschriften een aantal personen aan de vergetelheid hebben ontrukt. Het gaat daarbij niet in alle gevallen om geboren en getogen Tilburgers, maar wel om mensen die in de opkomende arbeidersbeweging in deze stad streden voor een beter bestaan. 
Zo heeft Wagemakers de rol van de Zwolse spoorwegarbeider H.J. Horsman in Tilburg geschetst. Horsmans activiteiten vonden vooral plaats binnen de spoorwegorganisaties op de werkplaats. In die jaren gold de werkplaats, ook d'n Atelier genoemd, als een aparte gemeenschap binnen de Tilburgse samenleving. Horsman vond buiten die vertrouwde omgeving dan ook geen gehoor. Ook de socialisten en vakbondsbestuurders A.F. Muller en J.H. Elfers hebben in Wagemakers' boek een plaats gekregen. Over A.F. Muller heeft Paul van Dun een uitvoeriger biografische schets voor het biografisch woordenboek in voorbereiding. Ook hun activiteiten bleven wat Tilburg betreft in het algemeen tot de werkplaats en een kleine socialistische groep beperkt.



Jos Horvers in 1924 (coll. RHC Tilburg).

Spoorwegarbeider Joseph Platte (1855-1904) is een van de mensen die aan de basis hebben gestaan van enkele Tilburgse vakorganisaties, waaronder de spoorwegorganisatie Recht en Plicht en de weversbond St.-Severus. Over zijn rol is weliswaar gepubliceerd in alle geschriften over het ontstaan van de Tilburgse arbeidersbeweging, maar een aparte biografische schets is bij gebrek aan gegevens nooit tot stand gekomen. Over een andere spoorwegarbeider, Jos Horvers, een voorman van St.-Raphael, is veel meer bekend dankzij een schets door mevrouw Lauret in een gedenkboekje over de aan de arbeidersbeweging verwante Kleine Academie.

Geestelijkheid

De twee opmerkelijkste namen uit de vroege Tilburgse vakbeweging, Anton van Rijen (1878-1946) en Jan van Rijzewijk (1880-1939), zijn door Jos van Meeuwen geschetst in eerdere artikelen, gepubliceerd in het biografisch woordenboek. Bewerkt verscheen die bijdrage ook in het tijdschrift 'Tilburg'. Deze autochtone Tilburgers hebben vorm gegeven aan de RK vak- en standsorganisaties in wat zeker niet de makkelijkste periode is geweest. Jan van Rijzewijk, die zijn loopbaan begon als sigarenmaker en eindigde als kamerlid en wethouder, leent zich naar mijn mening voor meer dan een schets. 

Jan van Rijzewijk (midden) als voorzitter van het RK Vakbureau. Rechts 
van hem P.J.M. Aalberse; links van hem geestelijk adviseur pastoor 
F.X.W. Bult. Boven C. Woestenberg (links) en P.J.J. Haazevoet (rechts). 

(coll. RHC Tilburg)

Heel opmerkelijk heeft het biografisch woordenboek met zijn beperkte aandacht voor katholieken en Tilburg in deel 6 plaats ingeruimd voor een geestelijke, maar dan juist niet iemand die blijvende betekenis heeft gehad voor de arbeidersbeweging. Het is een artikel van Paul van Dun over Henry van Vorst een kapucijn die in de Tilburgse vakbeweging een marginale rol heeft vertolkt. Zeker vergeleken met mensen als Bart van Pelt en Karel Bodden, maar ook met de voormannen van de diverse katholieke en neutrale vakbonden, die eind negentiende, begin twintigste eeuw veelal tegen de verdrukking in hun bond moesten opbouwen. Als ex-priester leek Van Vorst voor de sociaal-democratische beweging van propagandistische waarde, maar in werkelijkheid werd door het gebruikmaken van ex-geestelijken als Van Vorst, in ieder geval in Tilburg, de katholieke arbeider alleen maar (meer) vervreemd van het socialisme. 



Kapelaan H. Berkvens (coll. RHC Tilburg)

Zeker meer aandacht dan hij tot nu toe heeft gekregen, verdient Bernard Hutten. Hij heeft mede aan de basis gestaan van de totstandkoming van het CNV. Hij was de eerste voorzitter van Unitas in Tilburg, een textielarbeidersvereniging uit Twente die in Tilburg slechts katholieke arbeiders als lid accepteerde. In het begin van de twintigste eeuw had de organisatie veel aanhang onder de Tilburgse textielarbeiders, mede omdat de bevoogding door de geestelijkheid ontbrak. Unitas werkte immers niet met geestelijk adviseurs. 
Stonden (sommige) kapelaans vaak nog relatief dicht bij het volk, de uiteindelijke richtlijnen werden bepaald door het episcopaat. Het leidde bij de lagere geestelijkheid wel tot innerlijke en misschien zelfs tot interne conflicten, maar de gehoorzaamheid aan de hogere geestelijkheid kreeg altijd primaat boven het inzicht in de maatschappelijke verhoudingen. Enkele geestelijken hebben in Tilburg een meer dan incidentele rol gespeeld in de arbeidersbeweging. Van de honderden geestelijk adviseurs, aalmoezeniers en kapelaans noemen we uit de beginjaren (omstreeks 1900) de kapelaans J. Wolters, H. Berkvens en L. Poell.



Anton van Rijen (links) en kapelaan Lambert Poell in 1915
(coll. RHC Tilburg).

Kapelaan Lambert Poell, vormgever van de katholieke textielarbeidersbeweging, is onderwerp geweest van een proefschrift door Ton Thelen. Hij heeft een vooraanstaande rol gespeeld bij het opzetten van St.-Lambertus waarvan de Tilburgse afdeling de grootste vakbond zou worden die Tilburg ooit gekend heeft. Anders dan een anekdotische figuur als Henry van Vorst was Lambert Poell iemand die wel aanzien en vertrouwen genoot onder brede lagen van de arbeidende bevolking in Tilburg. Zijn rol in de vakbeweging is in de landelijke literatuur onderbelicht.

Over de kapelaans Wolters en Berkvens, vormgevers van de Gildenbond, de eerste koepelorganisatie in Tilburg, is te weinig bekend om een afgerond verhaal te maken. Dit vergt op dit moment te veel bronnenonderzoek. Ton Thelen is voornemens om de rol van enkele Brabantse kapelaans in de toekomst nader uit te werken. Dat er geen sprake is van een 'amorfe zwartgerokte massa' is aan eenieder die zich serieus met de katholieke arbeidersbeweging heeft beziggehouden al lang duidelijk. Dat de geestelijkheid in positieve en negatieve zin invloed had op de katholieke arbeidersbeweging, staat buiten kijf.
In deze bundel is gekozen voor de naoorlogse periode en het optreden van de uit Tilburg afkomstige kapucijn pater Fidentius. Hij lijkt in het geschetste gezelschap een buitenbeentje. Hij is immers geen arbeider, geen vakbondsman en niet puur op Tilburg gericht. In vormende zin heeft de uit Tilburg afkomstige Fidentius middels het vormingswerk, Credo Pugno en de Gemertse Studiedagen een grote invloed gehad op een hele generatie Tilburgse vakbondsmensen. Hij is ook interessant omdat hij de overgang van het zogenoemde rijke roomse leven naar de huidige vakbeweging nadrukkelijk heeft meegemaakt en op regionaal niveau zelfs mede vorm heeft gegeven. 

Dominant

Karel Bodden en Bart van Pelt hebben een grote rol gespeeld in de katholieke en algemene vakbeweging in Tilburg vooral tussen de beide wereldoorlogen. Met recht kunnen zij tot de vormgevers van de Tilburgse arbeidersbeweging worden gerekend in deze jaren. Dat gebeurde overigens vanuit een geheel verschillende invalshoek. Textielarbeider, katholiek en socialist Bart van Pelt krijgt terecht ook een plaats in het al eerder genoemde biografisch woordenboek. In het artikel in dit tijdschrift Tilburg wordt een aantal onduidelijkheden rondom zijn persoon verhelderd. Karel Bodden was decennialang secretaris/penningmeester en organisatorische duizendpoot van de RKWV St.-Dionysius Tilburg, de centrale organisatie van de Tilburgse katholieke vakbeweging. Hij was een door de eigen afdeling betaalde bestuurder van 1918 tot 1956. 

Jan van den Broek, Wim van Bavel en Miet van Puijenbroek hebben jarenlang vakbondswerk gecombineerd met hun werk in de textiel of de bouw. Ze zijn representanten van de generatie die eerst de naoorlogse economie mee hebben opgebouwd en vervolgens zowel in hun dagelijkse arbeid als in hun vakbondswerk de verzorgingsstaat mee tot stand hebben gebracht. Dat gold zeker ook voor Hein Meijs, de laatste Tilburgse NKV-voorzitter en de eerste FNV-voorzitter, die als vrijwilliger een 'klassieke' carrière doorliep in de katholieke arbeidersbeweging, en van de jeugdbeweging via de textielarbeidersvakbond in de 'grote' organisatie terechtkwam. Voor Jetze Elsinga geldt dezelfde redenering als voor zijn katholieke collega's. Deze spoorwegman uit een protestants Fries gezin ontrafelt de mythe dat de overheid een betere werkgever zou zijn. In het Tilburgse heeft hij zowel in de vakorganisatie als in de bestuurdersbond de toenadering van NVV en NKV van de 'andere' kant meegemaakt.
Voor de familie Flipse geldt dat ze in meerdere opzichten bij de vakbeweging betrokken was. Cor beroepsmatig als districtsbestuurder van de Eendracht, later de Industriebond NVV en ten slotte de Industriebond FNV. Riek als mede-oprichtster en inspirator van de vrouwenbond. 

Betrokkenheid

Een gemeenschappelijk thema in de interviews is de angst die de betrokkenen uitspreken over het afbreken van de verzorgingsstaat. Wie een goede baan met een goed salaris heeft, zal er zich nauwelijks om bekommeren. De geschetste vakbondsmensen zijn 'goed' terechtgekomen; hun kinderen in het algemeen ook. Wat dat betreft zouden ze zich geen zorgen hoeven te maken. Wat ze vooral zien verdwijnen, is de onderlinge solidariteit, het principe waarop de verzorgingsstaat is opgebouwd. Hun opmerkingen moeten dan ook niet als politiek gezien worden, maar als betrokkenheid voortkomend uit een grondige kennis van het verleden waar het gaat om het terrein van solidariteit en emancipatie. 

Steevast maken ze in de gesprekken melding van hun angst. Wat moeizaam verworven is, dreigt in snel tempo afgebroken te worden. De individualisering van de samenleving, de veramerikanisering zo men wil, mag in de ogen van deze vakbondsgeneratie niet ten koste gaan van aandacht voor het sociale. De trend die Hein Meijs omstreeks 1990 signaleerde wordt ondanks verschillen in afkomst, levensbeschouwing en politieke kleur breed gedragen: wat we in negentig jaar moeizaam hebben opgebouwd, dreigt in amper tien jaar te worden afgebroken. 
Dat vereniging van werkende en niet-werkende mensen en lidmaatschap van de vakbeweging noodzakelijk is, staat voor de hier geschetste personen niet ter discussie.


Bronnen

- Doremalen, Henk van, De Handen Ineen. 100 jaar vakbeweging in Tilburg (Tilburg, 1996).
- Lauret, A.M., Stroomversnelling (Tilburg, 1964).
- Meertens, P.J. (red.), Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland (Amsterdam, 6 dln., 1986 e.v.) daarin de bijdragen van Paul van Dun en Jos van Meeuwen.
- Thelen, A.A.J., Lambert Poell (1872-1937) en de katholieke sociale beweging. Sociaal-klerikaal spanningsveld in het Bossche Diocees 1896-1915 (Tilburg, 1990).
- Wagemakers, A.J.M., Buitenstaanders in actie. Socialisten en neutraal-georganiseerden in confrontatie met de gesloten Tilburgse samenleving 1888-1919 (Tilburg, 1990).
- GAT, Documentatie mappen stakingen en werknemersorganisaties
- Kranten
- Tijdschrift 'Tilburg', div. nrs.

- De genealogische gegevens voor een aantal schetsen zijn op deskundige wijze bijeengebracht door Frans van Berkel. Speciale dank is ook verschuldigd aan Wil Sterenborg die de teksten heeft nagekeken op onvolkomenheden in de Nederlandse Taal.

* Henk van Doremalen (Tilburg, 1952) studeerde economische en sociale geschiedenis in Tilburg en Nijmegen. Hij publiceerde en redigeerde verscheidene artikelen en boeken over de geschiedenis van Tilburg waaronder 'De Handen Ineen. 100 jaar vakbeweging in Tilburg' (Tilburg, 1996). De auteur is werkzaam als freelance historicus, publicist en journalist.