| 425. Wim van Bavel (1924) | |||
|
Titel: |
Wim van Bavel (1924) |
|
Ondertitel: |
Een bouwer aan de maatschappij |
|
Auteur: |
Joep Eijkens * |
|
Jaargang: |
XIV (1996) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina’ s: |
109-112 |
Zie ook: Ten geleide
Wim van Bavel, timmerman, oud-voorzitter Bouw- en Houtbond en voormalig Raads- en Statenlid woont met zijn vrouw Riki in de Paus Adriaanstraat. Hun huis staat in de schaduw van het verzorgingscentrum St.-Antonius dat grenst aan de gelijknamige kerk aan de Hoefstraat waar hij gedoopt werd en zijn eerste communie deed. Het is een bescheiden huis zoals er zoveel staan in oudere Tilburgse wijken.
Van Bavel is geboren op 7 februari 1924 in de Hoefstraat. Zijn vader Willem werkte bij de PTT. Moeder Petronella van Iersel werd Pietje genoemd. Wim was het achtste van de tien kinderen, van wie er twee stierven voor hun vierde levensjaar.
"Onze pa is als postbode begonnen", vertelt Van Bavel. "Later moest hij kwitanties innen bij de mensen thuis. Ik zie hem nog bibberen toen hij eens een dubbeltje miste. Ik zeg: Pa, ik heb een spaarpot. Maar dat wou hij niet, het moest kloppen." Nee, de familie had het bepaald niet breed.
Wim had drie broers. De een werd frater, de tweede meubelmaker en de derde boekhouder. Zelf ging hij na de St.-Josephschool naar de ambachtsschool.
"Daar waren nog twee plaatsen vrij op de opleiding voor timmerman. Zodoende ben ik door het lot timmerman geworden. Eigenlijk had ik als postbesteller in de voetsporen van pa willen treden maar die zei: als ge dat doet, breek ik allebei oew benen, dus ik dacht: dat moeten we dan maar niet doen."

Ambachtsschool klas 1939 met tweede van rechts Wim van Bavel (part.
coll.).
Hij pakt opeens een programmaboekje van het ouderenwerk Hoefstraat/Groeseind dat nog niet zo lang geleden 20 jaar bestond. Zelf was hij toen nog voorzitter van de projektraad Noord-Oost van de Stichting Bejaardenwerk Tilburg. Hij wijst op de titel van een studie-ochtend:
Van volgzaamheid tot inspraak naar meebeslissen. "Dat thema heb ik zelf aangedragen. Al moet ik wel zeggen: van dat meebeslissen is niks gekomen."
Dat laatste klinkt niet cynisch maar teleurgesteld.
Oorlog
De ambachtsschool: twee jaar dagschool en drie jaar avondschool. "Dat was krap aan, om half zes kwamde terug van het werk en om zeven uur begon het." Zijn eerste baantje was bij timmerbedrijf De Rooij in de Minckelersstraat. Hij werkte er nog maar amper drie maanden of de oorlog brak uit.
"En omdat De Rooij toen niet meer durfde te werken, ben ik naar Harrie Horsten gegaan in de Lange Schijfstraat. Daar kreeg ik ook een tientje per week, twee gulden meer als bij De Rooij, dus dat was al een lotsverbetering. Maar ja, het was nogal dun, want je had toen nog de 48-urige werkweek."
Hij is de oorlog redelijk goed doorgekomen. Werkte bij Horsten, dook af en toe onder en wist steeds de dans van een razzia te ontspringen. Op die ene keer na, dat hij een dag lang gedwongen werd om gestolen gasmaskers, helmen en andere bezittingen van de Wehrmacht te sorteren.
"Horsten hield die ene dag het loon in. Hadde maar gehaaider moeten zijn, vond hij. Ja, zo ging dat toen, hè."
'Tafelhuur'
Rond 1947 kreeg Van Bavel op staande voet ontslag bij Horsten toen hij weigerde dakpannen te verdekken.
"Onze pa zei: 'Gooi nou niet oew oude schoenen weg.' Maar er was toen werk volop, want alles werd weer opgebouwd, hè."
Hij kon inderdaad direct weer aan de slag bij aannemer De Beer aan de Ringbaan-Noord.
Een jaar eerder was Van Bavel al lid geworden van de Tilburgse afdeling van de Bouwvakarbeidersbond St.-Joseph van de KAB. Een directe aanleiding kan hij zich niet herinneren.
"Maar ik was nog maar een paar weken lid, of de bond merkte dat ik 3 cent te weinig beurde bij Horsten. Die vakbondsbestuurder zette door. Voor mij had het niet gehoeven, want ik gaf al mijn geld aan mijn zuster die na de dood van ons moeder de huishouding deed. Nou, uiteindelijk kreeg ik dan vijftien gulden van Horsten. Maar hij hield er wel meteen negen gulden van af, zogenaamd voor het lenen van een feesttafel!"
Na Horsten kwam dus De Beer en weer twee jaar later werd het Remmers aan de Hoefstraat.
"Daar ben ik ook weer gaan lopen", zegt hij ongevraagd.
Zwart loon
Dat gebeurde na Remmers' weigering om hem de vijf gulden zwart loon uit te betalen waarop hij nog recht meende te hebben. Zwart loon was toen heel gebruikelijk in de bouw, aldus Van Bavel:
"Vanwege het tekort aan bouwvakkers kreegde iets extra's in oew builtje. Achteraf bezien hadden we dat natuurlijk moeten weigeren - dan hadden we ook een betere CAO gekregen, dus bijvoorbeeld ook een betere ouderdomsvoorziening. Wat dat betreft voel ik me nog schuldig: ik had toen al voor de mensen van 65 moeten zorgen."
Hij had wel vaker problemen bij Remmers. Zo vroeg iemand ooit hoe het toch kwam dat de ene ploeg bij afrekening om de vier weken veertig gulden extra mee naar huis nam en de ploeg van Van Bavel maar 24 gulden. Nou, dat wist Van Bavel wel: omdat die jongens gewoon een paar plafondstroken te weinig tegen het plafond timmerden.
"Ik gooi m'n vak niet weg voor een tientje", besluit hij zijn verhaal.
Kajotters
Begin jaren vijftig brak een drukke periode voor hem aan. Hij trouwde, kreeg vijf kinderen, verdiende de kost én werd een ijverig vakbondsman, al heette het toen nog niet zo.
De eerste stappen op het bestuurlijke pad zette hij bij de Katholieke Arbeiders Jeugd, de Kajotters van de Hoefstraat.
"Wij hadden de grootste KAJ-afdeling van heel Tilburg, ik heb wel 80 man op de lijst gekregen." Hij lacht.
"Ik weet nog dat pastoor Smits van de Hoefstraat zijn jubileum vierde en een tv-toestel kreeg. En dat ik toen in een toespraak zei: mijnheer pastoor, als de communisten komen, dan staan er vijftig Kajotters klaar om de zaak met hand en tand te verdedigen!"
"Dat zal ik nu niet meer zeggen", vervolgt hij. "Ik ben wel praktiserend, maar wie van mijn soortgenoten komt er nog in de kerk? Wat dat betreft is het behoorlijk achteruitgesukkeld. Maar ze hebben het ook aan zichzelf te wijten, de geestelijken. Hoe ouder ge wordt, hoe meer ge erachter komt dat dat gezegde van 'Houde gij ze maar arm, dan hou ik ze wel dom', dat dat klopt."
De stap van Kajotters naar de parochiële sectie Hoefstraat van de KAB was maar klein. Over het werk vertelt Van Bavel:
"Dat hield onder andere in zorgen dat Herwonnen Levenskracht en het Kanunnik van Schaikfonds goed liepen. Dat eerste was het tuberculosefonds, opgericht om de gevreesde volksziekte uit de eerste helft van de twintigste eeuw het hoofd te kunnen bieden. Het andere fonds was bedoeld om geld in te zamelen voor de priesteropleiding. Zo had je het Goede Week Offer - dan ging je in de Goede Week builtjes uitzetten in de wijk die later weer opgehaald moesten worden."
"Ik was dus al vrij vroeg penningmeester bij de parochiële sectie en ben daar opgehouden als voorzitter. En doordat je erin zat, leerde je andere mensen kennen en zo werd ik gevraagd om in het bestuur van de bouwbond St.-Joseph te komen. Dat moet zo rond 1963 zijn geweest." Hij werkte toen al weer een jaar of acht als timmerman-voorman bij aannemer Doevendans in de
Hoogvensestraat.
Jeugdverantwoordelijke
"Bij de bouwbond hield ik me als jeugdverantwoordelijke bezig met vorming en scholing. Ik ben trouwens nog enkele jaren examinator geweest van de Stichting Vakopleiding. Ja, en zo rolde van het een in het ander. Ik denk nog wel eens: hoe hedde het allemaal voor elkaar gekregen... Bij Doevendans was ik ook voorzitter van de personeelsvereniging. Die vereniging was mede bedoeld om personeelsverloop tegen te gaan."
De functie van jeugdverantwoordelijke nam Van Bavel overigens heel letterlijk op. Kostelijk is zijn verhaal over een excursie van jonge bouwvakkers naar Utrecht.
"Op de terugweg legden we ergens aan", vertelt hij. "Er was een groepje jongens bij uit Loon op Zand met een jeugdverantwoordelijke die me maar een zeikerd vond omdat ik op zeker moment zei: 'Over tien minuten vertrekt de bus!'" De betreffende leider had namelijk nog wel zin gehad om nog een biertje te drinken met de zeven onder zijn hoede geplaatste jongens. Maar hoe dan ook, de bus vertrok. En het Loonse groepje werd keurig afgeleverd in de eigen woonplaats. Van Bavel:
"Toen ik die Loonse jeugdverantwoordelijke op de volgende vergadering tegenkwam, zei hij: 'Ge hebt toch gelijk gehad.' Want wat bleek? Twee jongens hadden een verbaal gekregen omdat ze gelijk na het verlaten van de bus in Loon op Zand tegen de kerk waren gaan plassen."
Bondsraadslid
Wim van Bavel is jarenlang lid geweest van de landelijke bondsraad, was enige tijd vice-voorzitter van de plaatselijke centrale NKV en werd uiteindelijk ook voorzitter van de Tilbursge afdeling van de Bouw- en Houtbond FNV. Maar hij ziet een en ander niet als promotie.
"Nee, het moest gebeuren."
Toen hij in 1964 geïnterviewd werd door Ruim Zicht, het landelijk orgaan van het NKV, stond er als kop boven het artikel:
"We hebben in de bouw PERSONEELSBELEID nodig." Een fraai staaltje had hij zelf nog onlangs van zijn eigen werkgever ondervonden. Bij zijn koperen bruiloft kon er zelfs geen felicitatiekaartje af...
"Of de werkgevers de afgelopen decennia socialer zijn geworden, is moeilijk te
beantwoorden", zegt hij, zwijgt even en vervolgt: "Maar toen we 25 jaar getrouwd waren, werden we onthaald met koffie en chocoladebollen en was er een envelop met 2000 gulden. Dus dan moet ik toch zeggen dat er wat veranderd is.., de verhouding tussen werkgever en werknemer is milder geworden... "
"Het grootste probleem was dat mensen niets durfden te zeggen als er iets niet goed zat. Ze waren allemaal bang voor hun baantje... Ik durfde tegen Doevendans gerust te zeggen: 'Als gij in de hemel komt, dan wil ik er niet in'." Hoezo?
"Nou", formuleert Van Bavel voorzichtig, "Laat ik het zo zeggen: hij had een andere kijk op zakendoen dan ik."
Grootste afdeling
Wim van Bavel vindt dat de vakbond sinds de jaren zestig strijdbaarder is geworden.
"En we hebben bereikt dat er allerlei voorzieningen kwamen, kijk maar naar bij voorbeeld ziektewet, vorstverlet en pensioen. Maar die voorzieningen worden ook weer afgebroken."
Er zijn meer teleurstellingen. Zoals onlangs nog toen hij zijn gouden bondsjubileum vierde, samen met zo'n veertig andere jubilarissen.
"Van het landelijk bestuur was niemand aanwezig. Vergeet niet: dat zijn wél gesalarieerde bestuurders! En dan gaat het hier om een afdeling die met zo'n 1700 leden nog steeds de op een na grootste van de hele Bouwbond
is!"
Wim van Bavel omstreeks 1975 (part. coll.).
We krijgen het over zijn werk bij Doevendans. Dat hij daar tot aan zijn VUT in dienst is gebleven, kwam zeker niet alleen door een goed loon en werk en aardige collega's. Doevendans deed ook niet moeilijk als Van Bavel naar een of andere vergadering moest.
Nee, hij heeft het nooit hogerop gezocht in het bedrijfsleven. Dat had zowel met gezondheidsproblemen als met het veel tijd kostende bondswerk te maken.
"Daardoor heb ik er niet uitgehaald wat erin zat... maar daar had ik ook geen behoefte aan."
Jezuske
In zijn lichtbruine overall werd de meestal goedgemutste timmerman een bekende verschijning bij onderhoudswerkzaamheden op Het Nieuwsblad van het Zuiden en bij de trappistinnen van Berkel-Enschot.
"Bij mijn werk op het Nieuwsblad heb ik nooit de verwijten gekregen van mijn baas zoals bij mijn werk bij de trappistinnen. Hij vond dat ik te frivool met de zusters omging." Van Bavel had de kwestie voorgelegd aan zuster-econoom, maar die bleek heel tevreden. Net zoals haar medezusters. Die zeiden:
"Van Bavel behandelt ons tenminste niet als nonnekes." Zeker, hij vertelde de zusters wel eens een bak, maar niets gewaagds, hoor.
"Bijvoorbeeld die van St.-Jozef die op zijn duim sloeg en vloekte. Even later gaat de deur open, stond daar Jezuske die vroeg: Vader hebt u mij geroepen? Nou, twee zusters braken bijna van het lachen!"
Werknemersvertegenwoordiger
In 1980 werd Wim van Bavel lid van Provinciale Staten. "Ik kwam op de zetel die Miet van Puijenbroek tussentijds achtergelaten had op voorwaarde dat ik haar als werknemersvertegenwoordiger op zou volgen."
"Toen ze mij vroegen, voelde ik er eerst niets voor", vervolgt hij. "Ik ben nou eenmaal vlug van zeggen, terwijl een politicus iemand is die eerst nadenkt. En als ie iets zegt, weette vaak nog niet of hij ja of nee bedoelt..."
Na twee jaar in de Staten gezeten te hebben, werd Van Bavel niet herkozen. "Ik ben ingeruild door de plaatselijke centrale van het NKV
Tilburg", zegt hij, licht verongelijkt. "Ik moest het veld ruimen voor Jan Nooijen, een uit het ambt getreden priester. Als werknemersvertegenwoordiger ben ik door mijn eigen politieke partij in mijn hemd gezet. Van Logtestijn zei dat ik me beter kandidaat kon stellen voor de gemeenteraad."
Hij kwam inderdaad in de raad maar hield het na twee jaar al voor gezien. "Ik heb bedankt omdat ik er niet meer tegen kon." Hoezo? Hij houdt zijn persoonlijke kritische kanttekeningen liever voor zich en zegt:
"Ik meende als werknemersvertegenwoordiger niet voldoende serieus genomen te worden door de fractie."
Zijn toon wordt nog scherper als hij de landelijke opstelling van het CDA in sociaal-economische kwesties hekelt. In zijn ogen heeft die partij de werknemers laten vallen.
"De gewone man moet niet meer rekenen op bepaalde functies. Die zijn voortaan enkel voor mensen die gestudeerd hebben." Dat klinkt triest. En zo ervaart hij het ook.
Uitdaging
Van de 100 jaar vakbeweging in Tilburg heeft Wim van Bavel er vijftig meegemaakt.
"Ik heb het vakbondswerk altijd als een uitdaging gezien om het best mogelijke op sociaal en economisch gebied via een CAO in stand te
houden", vat hij samen. Terugkijkend naar die voorbije periode denkt hij weer aan de dinsdagavonden waarop vergaderd werd over 'ledenbehoud' en het opvoeren van het ledenaantal. En aan de arbeidsgeschillen die zonodig tot aan de rechter werden uitgevochten. Maar ook het jaarlijks terugkerende uitstapje voor gehandicapte en gepensioneerde leden komt weer in zijn gedachten:
"Dat was jaren lang een succes van het afdelingsbestuur. En het werd allemaal mogelijk gemaakt door het geld dat de werkende collega's spontaan en royaal ter beschikking hadden gesteld."
Bij zijn terugblik horen ook gezichten. Gezichten van mannen als Kareltje Bodden, Jan Hovens en later Hein Meijs, Harrie Clijsen en Bert van Rooij.
"Deze mensen hebben er mede voor gezorgd dat FNV Tilburg een eigen kantoor heeft op een riante locatie aan de Spoorlaan".
Ouderen
Anno 1996 is Wim van Bavel een ambteloos burger geworden. Het enige bestuur waarin hij nog zit, is dat van het Huiskamerproject voor gehandicapte, vaak alleenstaande ouderen in wijkcentrum De Baselaer. Zelf geniet hij nog een goede gezondheid en trekt er regelmatig met zijn vrouw op uit. Hij heeft eerder tijd te kort. Is het niet om een zoon te helpen bij de bouw van een garage, dan wel om een ijshockeystick te repareren voor een kleinkind.
Vooraf, bij het maken van de afspraak voor dit interview, zei Wim van Bavel: "Je kunt optimistisch terugkijken maar ook pessimistisch". "Wat het geworden is? Ik denk dat ik het gewoon over de realiteit heb gehad. Ik heb het niet zwarter afgeschilderd, al had dat wel gekund."
En alsof toch een zekere spanning van hem afgevallen is, laat hij zich nu tamelijk onverwacht kritischer uit over de FNV.
"Er is te veel verdeeldheid in de bond. Het zou één grote vakbeweging moeten zijn die één grote vuist kan maken tegenover de regering. Zeker deze paarse regering, want die breekt de vakbeweging af. Nee, het is niet het bolwerk geworden wat ik ervan verwacht had.... In het strijdlied van het NKV zongen we vroeger van Broeders, makkers, strijders, bouwers van de maatschappij, maar in plaats van strijders zijn we helaas onderhandelaars geworden."
* Joep Eijkens (Tilburg, 1951) studeerde geschiedenis in Nijmegen. Hij is werkzaam als redacteur bij het
Brabants Dagblad.




