Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
426. Gérard Veldman, een Brabantse 'filmpionier' 
 

Titel:   

Gérard Veldman, een Brabantse 'filmpionier' 

Ondertitel:   

De Hitchcock van het Zuiden 

Auteur:   

Joep Eijkens*

Jaargang:   

XV (1997) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

35-39


Jarenlang heeft mevrouw Caroline Veldman niet meer omgekeken naar al die paperassen en spullen uit de tijd toen haar man nog aan de weg timmerde als cineast en producent van talloze films. Het was eigenlijk door een telefoontje van een journalist 'of ze nog filmbeelden had van de H. Hartstoet' dat het verleden weer begon te trekken. Een gesprek over de Brabantse 'filmpionier' Gérard Veldman (1913-1969). 

Soms is het niet meer duidelijk of het gesprek over mevrouw Veldman gaat of over haar overleden man, Gérard. Ze hebben ook zo intens samengeleefd. Sommigen dachten dan wel dat zij er was voor de lekkere koffie en verder voor de kinderen, maar die wisten niet wat er zich allemaal achter de schermen afspeelde van de firma. Die zagen niet dat de echtelieden 's avonds, als de fotowinkel op de Heuvel dicht was, nog hard aan het werk waren aan een filmopdracht. Die zagen niet hoe Gérard 's morgens vroeg in de auto stapte om een filmprojector te gaan verkopen aan een of andere missiecongregatie in den lande. 



Een foto uit de tijd dat Gérard Veldman (bij de camera) een film maakte over
de Meisjesbescherming. Vooraan zitten v.l.n.r.: J.G.J. Veldman (vader van de
filmer), de heer Maas en F. Kuijsten, directeur van de VGZ. (Coll. mevr. C. 
Veldman, Tilburg).

Het is eigenlijk pas sinds twee jaar terug dat de 88-jarige weduwe er weer mee bezig is, met het levenswerk van haar man als pionier van de film in Brabant, zoals zij zegt. "Na zijn dood in 1969 hoefde het voor mij niet meer. Het was allemaal heel intens geweest, maar veel te kort. Jarenlang heb ik er niet meer naar gekeken, naar de foto's van toen, de prachtige recensies, de brieven." Maar toen ze gebeld werd door een journalist die op zoek was naar oude filmbeelden over de H. Hartstoet in Tilburg, is ze alles toch weer eens voor de dag gaan halen. 

Bij onze eerste ontmoeting is de ordening van het archief nog niet klaar. Wel heeft ze alvast een soort levensschets van haar man op papier gezet. Nu ja, levensschets, de geboorte en dood ontbreken op de drie velletjes papier, het gaat meer om een beknopte samenvatting van een opmerkelijke carrière. Maar natuurlijk kan zij mondeling veel toelichten, en dat doet ze graag en uitvoerig. Heel af en toe valt nog op dat Duits haar moedertaal was. Wonderlijk dat er tachtigers zijn die zich nog zoveel kunnen herinneren. 
Het is een beetje het verhaal van een idealist die ten onder is gegaan aan zijn ideaal. Maar dat zijn niet haar woorden. Al laat ze zich op zeker moment ontvallen: "Als we dat filmen niet hadden gehad, waren we schatrijk geworden." En als je alleen al ziet hoe Gérard Veldman als jongeman van 25 jaar voor de Heuvelse kerk zijn sjieke automobiel laat inzegenen, dan geloof je haar meteen. Wie kon zich in 1938 de luxe van zo'n voertuig permitteren? 

Fotozaak 

Gérard Veldman werd geboren in 1913, drie jaar nadat zijn vader aan de Heuvel een fotozaak had geopend. Al jong werd hij aangetrokken door het toen nog jonge fenomeen film. Hij zat bij de fraters op de Andreasschool toen hij begon te experimenteren met tekenfilmpjes: van Mickey Mousjes die in beweging kwamen bij het doorbladeren van zijn agenda. "Later werd zo'n tekenfilmpje gebruikt om een echte film in te leiden", vertelt mevrouw Veldman: "Op een draaibare trommel getekend, trokken deze figuren een gordijn open. Daarachter kwam dan de gebeurtenis tevoorschijn die hij gefilmd had, zoals 'Ons huwelijk', 'Onze eerste baby' of  'Jan doet zijn eerste H. Communie'." 
Tot zijn beste klanten hoorden aanvankelijk Tilburgse fabrikantenfamilies. "Dan filmde hij bijvoorbeeld 's morgens de huwelijksmis terwijl zijn vader de bruidsfoto's deed. Hij ontwikkelde zelf de films. En dan konden de mensen 's avonds bij het diner al de film zien. Dat was altijd een reuzensucces." 



Tulpenrally, 1953. De foto werd genomen voor de zaak van Veldman op de Heuvel. V.l.n.r.: 
directeur Boevink van bandenfabriek Tyresoles, Gérard Veldman, Didier van Koekenberg 
en de chauffeur van Boevink. (Coll. mevr. C. Veldman, Tilburg).

Het duurde niet lang voordat Veldman, inmiddels overgestapt op 16 mm-camera's, diverse opdrachten kreeg in de commerciële sfeer. Van voor de oorlog herinnert zijn vrouw zich onder meer films voor de Tilburgse Textieltentoonstelling in 1934 en de Tilburgse Middenstandstentoonstelling in 1936. Van de daaropvolgende jaren dateren diverse in opdracht gemaakte films, waaronder een verfilming van gedeeltes van een openluchtspel over Peerke Donders, en films over 'Tijdspassering in werkloosheid', het Tilburgse Wit?Gele Kruis en de Meisjesbescherming. Mevrouw Veldman vertelt dat de laatstgenoemde films grotendeels live opgenomen waren. "Dat betekende wel dat er stukken in zaten die vanwege de privacy weg moesten. Dat filmoverschot werd van filmbeelden ontdaan en diende weer als aanloopband voor de huurfilms." Want inmiddels verkocht en verhuurde Veldman niet alleen filmprojectoren maar had hij ook een filmverhuurbedrijf opgezet. Vaste klanten waren onder meer kostscholen, herstellingsoorden en internaten, zoals St. Louis in Oudenbosch en De Ruwenberg in St.-Michielsgestel. Tot de spannendste films hoorden 'De knellende hand', 'Bloedgroep 4' en 'I was a spy'. Die laatste rolprent werd trouwens wel heel letterlijk een spannende film, zo blijkt uit de oorlogsherinneringen van mevrouw Veldman. 

'Deutschfeindlich' 

Bij het uitbreken van de oorlog was Veldman als diensplichtig militair gelegerd nabij de Maas. Na de capitulatie dook hij onder, keerde begin juni 1940 op tijd terug om de geboorte van zijn eerste kind mee te maken en dook weer onder, zo vertelt zijn vrouw. Wel ging hij weer aan de slag met de filmverhuur. Dat ging goed tot die dag in juli 1942, toen hij een bevel kreeg om naar het hoofdkwartier van de Ortskommandant in Den Bosch te komen en de film 'I was a Spy' mee te brengen. Mevrouw Veldman kan zich nog herinneren dat ze naar de Zusters Visitatie in de Zwijsenstraat is gegaan om te offeren en te vragen voor hen te bidden. "En onderweg naar Den Bosch zaten we ook vurig rozenhoedjes te bidden." 
Het verhoor op de Ortskommandantur verliep tergend langzaam. Hoe had Veldman het gewaagd om deze 'deutschfeindlichen' film te draaien? Zijn vrouw buitte haar Duitse afkomst en taal meteen uit en merkte op dat het enkel om een spannende film ging, zonder enige verdere bedoeling. Om een lang verhaal kort te houden: ze kwamen met de schrik vrij maar moesten de gewraakte film wel achterlaten. 



De fotozaak van Gérard Veldman op de Heuvel in 1958. Rechts het begin van de Telegraafstraat.
(coll. RHC Tilburg).


Brabantfilm 

Na de oorlog werd het filmen voor Veldman steeds belangrijker naast het runnen van de fotozaak op de Heuvel. Er was voortaan sprake van een filmbedrijf, luisterend naar de naam Brabantfilm en Brabant Filmverhuur. Dat Veldman bepaald met zijn tijd meeging en van vele markten thuis was, blijkt uit het feit dat hij in 1945 ook begon te werken met geluidsbanden. "Die maakte hij voor de 'Vofem'", aldus mevrouw Veldman. "Dat was een vereniging voor ouders en familie van emigranten. Op die geluidsband spraken familieleden de groeten en nieuwjaarswensen in en 'Vofem' zorgde er dan voor dat de band afgedraaid werd voor de emigranten in het buitenland." 

Nog datzelfde jaar kreeg Veldman van de afdeling Repatriëring van het ministerie van Sociale Zaken de opdracht om samen met een Haagse firma een film te maken over de problematiek van uit het buitenland terugkerende Nederlanders die voor het oorlogsgeweld gevlucht waren. Dat werd: 'Reizigers tegen wil en dank'. "In 1946 kwam het tweede deel uit", vertelt mevrouw Veldman. Zij ziet een duidelijk verband tussen het succes van deze film en diverse opdrachten die haar man in de daaropvolgende jaren kreeg in de commerciële en voorlichtende sfeer, onder meer voor het Polygoonjournaal, KRO en NCRV. 

Parcival 

Kon Veldman voor de productie aanvankelijk nog terugvallen op zijn eigen personeel van de Foto- en Filmhandel op de Heuvel, op den duur kwamen er zoveel opdrachten dat er apart personeel moest aangetrokken worden. Jos van Ostade en Didier van Koekenberg waren zijn belangrijkste medewerkers. 
Begin jaren vijftig al veranderde het Tilburgse filmbedrijf van naam: van Brabantfilm naar het minder regionaal klinkende Parcivalfilm - begrijpelijk omdat men het toch vooral van opdrachten uit de Randstad moest hebben. Zowel die naamsverandering als de komst van nieuwe mensen zorgden voor veel wrijving onder de oudgedienden. Vooral toen bleek dat de nieuwkomers zo'n beetje sterallures kregen en de baas dachten te kunnen spelen over het voetvolk. Dat probleem speelde vooral bij speelfilms. Want ook aan dat moeilijke genre waagde Veldman zich. Hij was er zelfs al eind veertiger jaren mee begonnen. 

Jeugdfilm 

Zijn vrouw herinnert zich met veel plezier hoe de eerste speelfilm gemaakt werd, een jeugdfilm: "Er kwam op zeker moment een pater uit Leiden die graag zijn boek 'De club van de zwarte panter' verfilmd wilde zien." Ze doelt op de franciscaan Raymond Van Sasse van IJsselt, directeur van een Don Bosco-huis in Leiden. "Er speelden ook jongens van dat huis mee. Die hebben bij ons een tijdje gelogeerd. En wie moest ervoor zorgen? Caroline. En wie zal het betalen, zoete lieve gerritje? Maar er werd zoveel gelachen dat we het niet graag hadden willen missen." 

De film kwam uit in 1950 en werd met name in het katholieke kamp goed ontvangen. 'Geen praat, maar daad' kopte de Maasbode die daarmee aangaf dat het goed was dat ook de katholieken zelf jeugdfilms gingen maken. Andere kranten waren terughoudender of minder lovend. De ene recensent noemde de film 'geen onverdeeld succes', een ander sprak van 'een moedige poging tot een jeugdfilm', terwijl de gezaghebbende B.J. Bertina de benadering veel te ouderwets vond. 
Veldman liet zich niet ontmoedigen en begon twee jaar later aan een nieuwe jeugdfilm, 'Het geheim van de Valckenhorst', wederom onder regie van pater Van Sasse van IJsselt. De film kreeg een betere pers. Maar daarna bleef het wat Veldman betreft jarenlang stil op het speelfilmfront. Er moest geld verdiend worden in de opdrachtsfeer. 

Van de lange lijst die mevrouw Veldman opgesteld heeft, kunnen onder meer genoemd worden diverse edities van de Tulpenrally en de 'Politie Brabant Rit', een voorlichtingsfilm voor de Voedingsraad, documentaires over het wereldkampioenschap ploegen in Uppsala, de trekkerkampioenschappen in Franeker en over het Mariagenadeoord Beauraing, bijdragen voor het tweewekelijks Journaal van de Christelijke Film Actie (Cefa), een instructiefilm over voetbalclub Noad, een 'breedbeeld'-kleurenfilm over de H. Hartstoet in Tilburg in 1959 en - datzelfde jaar nog - drie 'bijbelse documentaires' opgenomen in Israël en Jordanië. 

Vermeldenswaardig is verder dat Veldman tussen de bedrijven door ook een stukje verandering in de ruimtelijke ordening van Tilburg heeft weten vast te leggen. Zo maakte hij filmopnamen van de afbraak van het oude station en het oude stadhuis en het heien van palen voor de nieuwe stadsschouwburg. Opmerkelijk moeten ook de beelden zijn geweest van zo'n honderd fietsers die voor gesloten overwegbomen de 'laatste gelijkvloerse' trein zagen passeren voordat Tilburg hoogspoor kreeg. 

Karikatuur 

In 1960 bestond het Tilburgse foto- en filmbedrijf vijftig jaar en dat werd flink gevierd. Op het bewaard gebleven feestprogramma staat de op zichzelf al vrij lijvige Veldman afgebeeld als karikatuur van Hitchcock. Het was een grap van het personeel in de fotozaak, maar wel een grap met een serieuze ondertoon. Mevrouw Veldman: "Men wilde daarmee zeggen: in het westen van het land kijken ze neer op wat wij hier in het zuiden doen maar wij hebben hier wel een eigen Hitchcock." Ja, er waren pogingen ondernomen om Veldman naar de Randstad te halen. "Maar mijn man wilde in het zuiden blijven. Hier zat zijn zaak. En daar moest ook het filmen van betaald worden." 



Bij het 50-jarig bestaan van de firma Veldman portretteerde 
een van de personeelsleden zijn directeur als een soort tweede 
Hitchcock. (Coll. mevr. C. Veldman, Tilburg).

Het was ook in 1960 dat 'Parcival' weer aan een nieuwe jeugdfilm begon, ditmaal op 35 mm-formaat en in opdracht van de Cefa. 'Kwikkie' was de werktitel. Het Nieuwsblad van het Zuiden bracht het nieuws en plaatste er een foto bij van de gemoedelijk lachende Veldman tussen 'cameraman-regisseur' Van Koekenberg en regisseur Jef van der Heijden. "Filmen is altijd mijn hobby geweest", vertelt de dan 46-jarige Parcival-directeur tegen de verslaggever. "'Kwikkie' is onze éérste speelfilm die straks in bioscopen in binnen- en buitenland te zien zal zijn." Onder een andere titel - 'De laatste passagier' - ging de film op 6 april 1961 in première. 
In 1963 kwam 'Fietsen naar de Maan' van Jef van der Heijden uit. Het was de laatste speelfilm waar Veldman als producent bij betrokken was, aldus zijn weduwe. 

TV-spotjes 

Veldman had sinds eind vijftiger jaren een filmlaboratorium nabij café Dongewijk. Trianon was de naam. Daarnaast kocht hij in 1961 een complex aan de Goirlesedijk in Hilvarenbeek. Het gebouw, dat in 1958 nog dienst had gedaan als paviljoen van Kodak op de Wereldtentoonstelling te Brussel, kreeg de naam Hilvariastudio en was bedoeld om speelfilms op te nemen. Maar het liep allemaal anders. Mevrouw Veldman vertelt over de verkoop van de Hilvariastudio, de wegvallende opdrachten voor de Nederlandse Onderwijs Film én het vertrek van cameraman-regisseur Didier van Koekenberg: "Die werd weggekocht door de NCRV. Een zware slag voor mijn man, want het was zijn belangrijkste medewerker." 

Inmiddels was het filmlaboratorium nabij Dongewijk uitgebreid met een studio. Hier begon Veldman vanaf 1965 tv-spotjes op te nemen, onder meer voor 'Hunter Mode' en 'Bums dwarsgebakken'. De opbrengst was lang niet toereikend om Parcival draaiende te houden. De fotozaak zorgde nog altijd voor de meeste inkomsten. Een op den duur onhoudbare situatie. 
De Tilburgse filmproducent begon ook te sukkelen met zijn gezondheid. Maar hij bleef volhouden met onverwoestbaar optimisme. "Ik heb hem altijd moeten temperen", zegt zijn vrouw. "Maar dan zei hij weer: tegenslagen zijn er om te overwinnen, dat hebben we toch altijd gedaan, Caroline?" Even worden de emoties haar te machtig, ze krijgt tranen in haar ogen. "Op dringend aanraden van onze dokter hebben we in 1968 'Trianon' verkocht. We zijn verhuisd naar een flat in de binnenstad. Het was de bedoeling dat wij rustig de foto? en filmzaak voort zouden zetten in de Juliana van Stolbergstraat. Maar het heeft niet lang mogen duren. Mijn man is al op 22 april 1969 overleden." 



Veldman (derde van links) maakte ook diverse reclamespots. In 1966 maakte 
hij op het Tilburgse station een spotje voor een nieuw soort portemonnee, Porto 
Quick genaamd.  (Coll. mevrouw C. Veldman, Tilburg).

Waar zijn eigenlijk alle films gebleven? Mevrouw Veldman weet het niet. Ze heeft wel gezien dat op het Tilburgse gemeentearchief nog wat filmmateriaal ligt, onder meer beelden van de H. Hartprocessie en Oranjefeesten. En er zullen misschien nog huwelijksfilms bewaard zijn door een of andere fabrikantenfamilie. Maar gezien de kwetsbaarheid van het materiaal zullen de meeste films op den duur wel voorgoed verloren gaan. "Ik probeer er in elk geval zoveel mogelijk nog van te achterhalen, misschien helpt dit artikel wel", zegt mevrouw Veldman. "Men heeft mij nog wel eens gevraagd om het firmalogo met de Parcivalridder te mogen overnemen, maar ik kon dit niet toestaan. Want deze naam is met mijn man verbonden." 


Noot van de redactie: Na de dood van G. Veldman werd door gerechtsdeurwaarder F.W. de Zwart in zaal Pas Buiten een publieke verkoping gehouden van de volledige winkelvoorraden, winkel- en kantoorinventaris van Foto-Kino Veldman - Parcival Filmbedrijf, gevestigd J. van Stolbergstraat 10 te Tilburg, wegens faillissement. Het allerlaatste veilingkavel, nummer 400, betrof door Parcival Filmbedrijf van plm. 1954 tot en met 1967 gemaakte opnamen in kleur en zwart/wit over de stad Tilburg. Via het destijds in Tilburg gevestigde AV-bedrijf Copirama zijn deze filmfragmenten in het bezit gekomen van het Gemeentearchief Tilburg, alwaar zich ook de veilingcatalogus bevindt (bibl. nr. 3288). Het betreft ruw ongemonteerd (geluidloos) materiaal dat kennelijk bedoeld was om er later een documentaire van te maken.


* Joep Eijkens (Tilburg, 1951) studeerde geschiedenis in Nijmegen. Hij is werkzaam als redacteur bij het Brabants Dagblad. Hij publiceerde eerder in 'Tilburg' (1996).