| 439. Brabantse biografieën 3 | |||
|
Titel: |
Brabantse biografieën 3 |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina’ s: |
95 |
De derde editie van de 'Brabantse biografieën' bevat een dertigtal boeiende bijdragen over verdienstelijke, bekende of gewoon interessante Brabanders. De redactie kan blijkbaar nog vooruit: er liggen honderden levensbeschrijvingen op de plank te wachten, althans deze kunnen nog geschreven worden.
Voor Tilburg zijn er wederom enkele aardige biografieën in de bundel terechtgekomen. J.P.A. Petermeijer schrijft over zouaaf en krantenman Antoine Arts (1845-1926). Deze Arts ging in 1867 in dienst van het zouavenleger van paus Pius IX en werd daar een van de acht uit Nederland afkomstige officieren in dit pauselijk leger. Terug in Nederland werd hij in 1877 drukker-uitgever van 'De Kruisvaan' en in 1879 van de 'Nieuwe Tilburgsche Courant'. Van 1901 tot 1922 was hij ook nog lid van de Tweede Kamer voor de Rooms-Katholieke Staats Partij.

Mr. C.J.G. Becht (1910-1982; 'Kees de sloper'), burgemeester
van Tilburg. (coll. RHC Tilburg).
J.H.S.M. Veen belicht het leven van mr. C.J.G. Becht (1910-1982), burgemeester van Tilburg van 1957-1975. Veen schrijft onder andere over de niet zo bekende periode die Becht in het begin van zijn carrière als bestuursambtenaar in Nederlands-Indië meemaakte. Na de capitulatie van het Nederlandsch-Indische leger in maart 1942 werd hij 3½ jaar in verschillende kampen geïnterneerd. Na de oorlog was hij van 1948-1949 burgemeester van Soerabaja en achtereenvolgens in Nederland burgemeester van Vaals (1950), van Kerkrade (1951) en ten slotte van Tilburg (1957). Hij was in deze laatste stad de grote animator van het stedebouwkundige '72 miljoen-plan', dat hem overigens ook de bijnaam van 'Kees de sloper' opleverde vanwege het uitvoeren van de grootschalige doorbraakplannen in met name het centrum van de stad.
J.A.C.M. van Kempen schrijft een korte maar indringende biografie over de Tilburgse zalige Peerke Donders (1809-1887), de apostel der melaatsen, waarover al vele boeken zijn volgeschreven.
C.C.J. Aarts brengt Henricus van der Leemputten (1884-1958) voor het voetlicht. Deze kapucijn is beter bekend als de pedagoog en publicist pater Gervasius. Hij was als lector verbonden aan de R.K. Leergangen te Tilburg en sinds 1921 was hij moderator van 'Sint-Leonardus', de studentenvereniging van de Leergangen. Hij was een groot voorvechter van de beweging Eucharistische Kruistocht.
F. Walch beschrijft het leven van de in Tilburg geboren romanschrijver Anton Roothaert (1896-1967). Na zijn scheiding kon hij zich niet langer meer handhaven als leraar boekhouden en handelsrecht aan de Katholieke Leergangen. Hij week in 1930 uit naar Antwerpen, waar hij een bureau voor Nederlandse rechtzaken startte. In zijn vrije tijd ging hij boeken schrijven, wat hem geen windeieren heeft gelegd. Zijn geruchtmakende 'Doctor Vlimmen' behoort tot de best verkochte Nederlandstalige boeken.
In het lezenswaardige 'Brabantse biografieën 3' komt nog een aantal personen aan bod die een zekere relatie met Tilburg hebben: Caspar van Breugel (1752-1833), Anton van Duinkerken (1903-1968), Gerard Knuvelder (1902-1982), Dom Hans van der Laan (1904-1991), Tom Verdijk (1920-1994) en Franciscus Augustinus Wichmans (1596-1661).
J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën 3 (Amsterdam / Meppel, Boom; 's-Hertogenbosch, Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, 1995), 144 blz., ISBN 90-5352-195-X,
f 25.




