| 441. Thomas van Dooren (1754-1836), koopman en kunstverzamelaar in Tilburg en Parijs | |||
|
Titel: |
Thomas van Dooren (1754-1836), koopman en kunstverzamelaar in Tilburg en Parijs (1) |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XVI (1998) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
35-41 |
Geboren in Tilburg in 1754, broer van Martinus van Dooren de eerste 'maire' (burgemeester) van Tilburg in 1809, oom van de bekende fabrikant Pieter van Dooren, vriend van de prins van Oranje, de latere koning Willem II, vermogend koopman en kunstverzamelaar. Thomas van Dooren, vanwege zijn verblijf in Frankrijk ook wel 'Parijs' van Dooren genoemd, werd in 1836 begraven op het kerkhof aan de Bredaseweg.
Het praalgraf van Thomas van Dooren en zijn vrouw is het oudste grafmonument van de stad. Cees van Raak gaat hierop in een afzonderlijke bijdrage in
dit tijdschrift (p. 42-46) nader in.

Thomas van Dooren (1754-1836), gelithografeerd
portret (coll. RHC Tilburg).
Op 23 januari 1754 wordt Thomas Josephus van Dooren te Tilburg rooms-katholiek gedoopt als zoon van lakenkoopman Cornelis van Dooren (1700-1767) en Johanna Margaretha van Son uit Boxtel (overl. Tilburg
1788).(2) Het grote gezin van Cornelis en Johanna telde twaalf kinderen, waarvan acht zonen en vier dochters; Thomas was het tiende
kind.(3)
Koning Lodewijk Napoleon
Zijn jongere broer Martinus Cornelis van Dooren (1756-1811) was de bekende lakenfabrikant van de firma Van Dooren & Dams en van 1809-1811 de eerste
'maire' (burgemeester) van Tilburg. Deze bewoont vanaf 1800 een groot herenhuis,
'het kasteeltje', aan de Nieuwendijk (de latere Bisschop Zwijsenstraat), dat na zijn dood in 1811 in handen komt van
Thomas.(4) In dat huis logeerde in 1809 koning Lodewijk Napoleon, die Tilburg bij die gelegenheid tot stad
verhief.(5)
Een zoon van Martinus is de bekende Pieter van Dooren (1784-1845), die zijn vader in de fabriek opvolgt en in 1827 een eigen wolspinnerij aan de Broekhovenseweg begint. In 1827 installeert hij er als eerste in Tilburg en omgeving een stoommachine. Anderhalve eeuw later, in 1975, zou deze wolspinnerij
'Pieter van Dooren' na een felle politieke strijd in de Tilburgse gemeenteraad, worden gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe St.
Elisabethziekenhuis.(6)

Links: Petrus Cornelis Ludovicus ('Pieter') van Dooren (1784-1843), zoon van Martinus van
Dooren.
Rechts:
Sophia Maria van Dooren (1796-1871), zijn nicht met wie hij in 1815 te Rotterdam trouwde.
Fotot ca. 1864 (coll. RHC Tilburg).
Pieter was gehuwd met zijn in Rotterdam wonende nicht Sophia Maria van Dooren (1796-1871). Na het overlijden van haar vader Jan Baptist van Dooren in 1813, verblijft zij tot haar huwelijk in 1815 in het huis van haar oom Thomas, die sinds 1781 met tussenpozen in Rotterdam
woont.(7)
Thomas van Dooren trouwt te Rotterdam op 25 september 1780 met de in Antwerpen geboren Antonia Martina Joanna Maria Delfontaine (1757-1827), dochter van Cornelis Wilhelmus Delfontaine en Maria Catharina Louisa van
Breugel.(8)

In dit huis aan de Nieuwendijk (huidige Bisschop Zwijsenstraat)
woonde Thomas van Dooren korte tijd tot 1815. Foto kort voor
de sloop eind vorige eeuw (part. coll. Apeldoorn).
Bisschoppelijk paleis te Parijs
Vanaf ongeveer 1789 verblijft Thomas vaak in Parijs, wat hem de bijnaam 'Parijs van Dooren' bezorgt. Hij zal daar ongetwijfeld contact hebben gehad met de uit Tilburg afkomstige bekende bloemschilders de gebroeders Gerard en Cornelis van Spaendonck. Tijdens de Franse Revolutie wordt op 19 juli 1792 door de regering de verkoop van alle bisschoppelijke paleizen bevolen. Van Dooren koopt het aartsbisschoppelijk paleis met inboedel te Parijs als zijn tweede huis. In die tijd moet hij een aanzienlijk fortuin hebben vergaard als bankier en zijdekoopman, die de zijde haalde in Lyon en via Nederland naar Engeland exporteerde. In diverse notariële Bredase akten tussen 1803 en 1813 wordt als zijn beroep ook handelaar of visverkoper te Parijs
opgegeven.(9)
Van Dooren neemt later onder andere een twintigtal schilderijen uit Parijs mee naar
Nederland.(10) Daaronder zijn twee werken die hier bijzondere aandacht verdienen.
Na teruggave van de kerk (van 't Heike) door de hervormde gemeente aan de katholieken in 1824, wordt deze, uitgezonderd de toren, vervangen door een nieuw kerkgebouw dat op 29 oktober 1829 plechtig in gebruik is
genomen.(11) Een groot aantal geestelijken is door Van Dooren in zijn huis voor een diner uitgenodigd. De daarbij uitgenodigde gereformeerde burgemeester J.A. van Meurs en nog enige andere gereformeerde gemeentebestuurders 'hebben dé eer gehad, vóór de R.K. Parochianen geplaatst te worden op stoelen'. Bij deze gelegenheid schenkt hij twee grote schilderijen voor de aankleding van de kerk. Zij waren afkomstig uit het Parijse bisschoppelijk paleis. Drie jaar eerder was hem zelfs voor die schilderijen nog een bedrag van twaalfduizend gulden geboden, aldus de kroniekschrijver De
Beer.(12)

Het schilderij 'de hemelvaart van Maria' in de Heikese kerk te
Tilburg. Foto H. v.d. Schoot 1946 (coll. RHC Tilburg).
Het ene schilderij stelt de hemelvaart van Maria voor, het andere de kruisiging van
Petrus.(13) De tenhemelopneming van Maria (200 x 133 cm) is een spiegelbeeldkopie van het retabel van Rubens op het hoogaltaar van de Antwerpse kathedraal. Het werd in 1719 (of 1749) geschilderd door C. van de Keiven. Het hing oorspronkelijk boven het Maria-altaar, maar hangt nu tegen de zuidelijke torenwand van de Heikese kerk. Het barokke schilderij
'de kruisiging van Petrus' (160 x 115 cm) is een 17e-eeuwse kopie van een Caravaggio (1565-1609) die in de Santa Maria del Populo te Rome hangt. Dit schilderij hing boven het Petrus-altaar en het hangt thans in het priesterkoor van de Heikese kerk. In 1988 werd het nog
gerestaureerd.(14)

Het schilderij 'de kruisiging van Petrus' in de Heikese kerk te
Tilburg. Foto Frans van Ameijde 1990 (coll. RHC Tilburg).
Huis in de Heuvelstraat
Na zijn verblijf in Parijs en Rotterdam, gaat Thomas van Dooren omstreeks 1815 in het
'kasteeltje' aan de Nieuwendijk te Tilburg wonen, dat van 1800 tot 1811 van zijn broer Martinus was geweest. In juni 1815 koopt hij van de weduwe Maria Aldegonda van Bommel-van Liemdt voor vijfduizend gulden een kapitaal huis aan de Steenweg, de huidige
Heuvelstraat.(15) Thomas is inmiddels 'gewezene koopman' en gaat rentenieren. Dit thans nog deels bestaande pand dateert vermoedelijk uit het midden van de 18de eeuw. Er zijn tegenwoordig drie verschillende winkels in gevestigd: Dixon, Het Lichtpaleis en het Kruidvat (voorheen vanaf 1865 wijnhandel Wed. P.J.
Knegtel).(16) In de bovengevels is het oude pand nog enigszins te herkennen. Oorspronkelijk was het huis nog groter en strekte het zich uit tot het Comediepleintje. Hieraan lagen de schouwburg, het postkantoor en enkele huizen. In 1870 worden deze panden afgebroken en is hier de Comediestraat (sinds 1881 Willem II-straat) aangelegd, die naar de Spoorlaan liep. Aan dit pleintje stonden in 1815 ook vier lindeboompjes en er lag een gemeentelijke brandkuil. Thomas mocht deze bomen rooien om er een zogenaamde
'fraaije balie' van eikenbomen voor in de plaats te zetten en hij krijgt ook vergunning om zijn huis
'buiten de rooilijn' te vergroten.(17)

De drie enigszins verbouwde huizen rechts in de Heuvelstraat waren destijds een geheel.
Thomas van Dooren woonde hier van 1815 tot aan zijn dood in 1836. Foto ca. 1925
(coll. RHC Tilburg).
De voor die tijd enorm grote woning was als volgt ingedeeld. Aan beide zijden van het grote voorhuis lagen twee ruime vertrekken, waarachter weer grote tuinkamers waren gelegen, die onderling en met de eetkamer voor ruim dertig personen verbonden waren. De vleugeldeuren waren gebeeldhouwd en in de hal leidde een brede mahoniehouten trap met gepolijst koper en beslagen spijlen naar de
'gemakkelijk ingerichte' slaapvertrekken, een grote biljartkamer en de 'rijk voorziene
boekerij'. Alle kamers in het huis waren overvloedig met schilderijen, vazen en andere kostbaarheden
versierd.(18) Aan enkele wanden prijkte goudlederbehang. Dit is in 1961 weer tevoorschijn gekomen toen tijdens de bouw van de winkel van Peek en Cloppenburg een muur van dit pand werd afgebroken. Diverse oude kranten, waaronder
'Le Moniteur Universal' van 27 november 1812 met verslagen over een veldslag door Napoleon, Parijse uitgaansagenda's en beursberichten, alsmede fragmenten van boekenkaternen bleken als ondergrond voor dat behang gebruikt te
zijn.(19)
Achter en naast het huis strekte zich de reusachtige, gedeeltelijk als Engels park smaakvol aangelegde tuin uit tot aan de tegenwoordige Tuinstraat. De tuin werd van de straatzijde afgeschermd door een smeedijzeren hek dat door de klimop de nodige privacy van Van Dooren en zijn gasten waarborgde. De achterpoort in de tuin gaf toegang tot de
stallen.(20)

Twee broers van Thomas. Links: Martinus Cornelus van Dooren (1756-1811). Rechts: Jan Baptist
van Dooren (1758-1813) (coll. RHC Tilburg).
Het oostelijk deel van het huis werd vanaf 1827 bewoond door zijn neef Pieter van Dooren. Thomas, die in het westelijk deel woonde, was de voogd van diens echtgenote Sophie. Omdat hij zelf geen mannelijke nakomelingen had, nam hij Pieter in bescherming als was het zijn eigen zoon. Wellicht stak hij ook geld in diens firma
'Pieter van Dooren'. Vermoedelijk zijn Pieter en zijn gezin daar komen wonen na de dood van de vrouw van Thomas.
Vriendschap met Willem II
Lang heeft Pieter van Dooren niet in het huis van zijn oom gewoond. In de Volkstelling van
1830 is hij geregistreerd in het huis aan de Steenweg nr. M 1248, naast fabrikant Gerard Bogaers. Thomas, inmiddels 75 jaar oud, woont nog steeds op nr. M 1246, samen met de 22-jarige Anna van Dooren en drie dienstbodes. Hoogstwaarschijnlijk is dit de kleindochter van zijn broer Ignatius, namelijk Anna Odilia van Dooren (1805-1872). Zij trouwde in 1834 met de advocaat en kantonrechter mr. Jacobus Arnoldus Mutsaers (1805-1880), onder meer van 1848 tot 1861 met onderbreking minister van R.K. Eredienst. Zij werd overigens samen met haar broers en zusters door Thomas in zijn testament van 1835 als erfgenamen uitgesloten. Hun aandeel ging naar hun moeder de weduwe Maria Josepha
Bakkers.(21)
In deze tijd heeft Thomas van Dooren bijzondere vriendschappelijke banden aangeknoopt met de prins van Oranje, de latere koning Willem II, die tijdens de Belgische Opstand, tussen 1831 en 1835, vaak met zijn hofhouding in het huis van Thomas logeert en er grote diners geeft voor de autoriteiten van de stad. En ook andere huizen van de familie Van Dooren dienen tot gastverblijf van het gevolg van de prins. Generaal baron De Constant logeert bij Pieter van Dooren, en een tiental andere stafofficieren woont in en nabij het
'kasteeltje' van diens moeder, de weduwe van Martinus van Dooren, aan de Nieuwendijk. Op een dag zendt de prins zijn adjudant naar Pieter van Dooren om diens 11-jarig dochtertje Martha uit te nodigen om met prinses Sophie te komen spelen. Later ontvangt hij hiervoor een portret van de
kroonprins.(22)
Vele bewaard gebleven notariële akten (koopakten van onroerende goederen te Tilburg) worden tussen 1834 en 1837 door de prins van Oranje ondertekend
'ten huize van Thomas van Dooren'.(23) In 1835 koopt hij twee woningen naast elkaar van lakenverver Frankenhoff aan de Markt. Daar sterft de inmiddels koning geworden Willem II, op 17 maart
1849.(24)
Nalatenschap
Op 29 januari 1835 heeft Thomas van Dooren, 'zwak van lichaam, edoch zijn verstand en zinnen magtig' in zijn huis zijn testament laten opmaken ten overstaan van notaris Pieter Gerard Molengraaff. Pieter van Dooren en zijn neef Gabriel Baesten te Antwerpen worden, tegen een vergoeding van
f 1000, executeurs van het testament. Onder Ginneken en omliggende gehuchten bezit hij zogenaamde
'Lammertienden, graan- en vlastienden'. Deze legateert hij aan de nichten van zijn overleden vrouw, de te Antwerpen wonende Antonia van de Ven en de te Lier wonende begijn Maria Louisa de Vries. Een bedrag van
f 3000 wordt bestemd voor de petekinderen van hem, respectievelijk van zijn vrouw: neef Thomas Antonius en nicht Antonia Josepha Leurs-van Dooren, en voor twee kinderen van zijn overleden petekind nicht Antoinette Josepha van Bommel-van Dooren. Opmerkelijk is dat hij ook
f 1000 nalaat aan de drie dienstboden die tijdens zijn overlijden in zijn dienst zullen zijn. Alle andere na te laten roerende en onroerende goederen legateert hij aan de wettige afstammelingen van wijlen zijn vijf broers en een zuster. Hij maakt echter een voorbehoud voor kleindochter Caroline Dieneman van zijn broer Hendrik, voor neef Jan Baptist van Dooren, zoon van zijn broer Ignatius, en alle kinderen van zijn reeds overleden neef Cornelis van Dooren, eveneens een zoon van zijn broer
Ignatius.(25)
En dan, een goed jaar later, op 4 december 1836 komt Thomas van Dooren op ruim 82-jarige leeftijd te
overlijden.(26) Hij wordt begraven op het kerkhof aan de Bredaseweg in een opmerkelijk grafmonument, waarin in 1832 ook zijn vrouw was
bijgezet.(27)
Verkoop van inboedel
Enige maanden na zijn dood wordt de nalatenschap van Thomas van Dooren in enkele verkopingen door de notarissen Pieter Gerard Molengraaff en Hendrik Bernard Beckers openbaar geveild. Op 12 mei 1837 zijn dat de onroerende goederen: het huis en erf (met onder andere een achterhuis, koetshuis en een
'wandelbosch') aan de Heuvelstraat en de zogenaamde koren- en smaltienden, genaamd de 'Boschtiende' te Liempde. De tienden onder Ginneken waren toen blijkbaar niet meer in zijn bezit. Opmerkelijk is dat bij de verkoop van het huis expliciet melding wordt gemaakt dat
'een spiegel, hangende tegen den muur ten oosten en vastgemaakt aan het behangsel in de voorkamer genaamd de geele kamer, links bij het inkomen der gang' niet bij de koop is inbegrepen. Op 26 mei volgt de finale toewijzing. De Tilburgse koopman Nicolaas Reabel koopt het huis voor
f 16.000 namens Sophia van Dooren, de vrouw van Pieter. Een zesde deel daarvan is echter haar erfdeel. De tienden onder Liempde worden voor
f 2.010 gekocht door 'grondeigenaar zonder beroep' Joseph Heiliger van Iersel te Udenhout namens zijn moeder Johanna Maria van Abeelen ook uit
Udenhout.(28)
De inboedel uit het woonhuis wordt van 20 tot en met 27 mei gedurende vijf veilingdagen in 831 kavels openbaar verkocht. Deze bestaan uit een enorme partij huisraad, waaronder een bijl, planken, enkele mollen- en muizenvallen, een nationale vlag, een wafelijzer, een zakje met koffiebonen, goed voor
f 8,75, een vergrootglas, een 'goudvisch glas', snuifdozen, tabakspotten, veel keukengerei en serviesgoed, opvallend veel beddengoed en de nodige bedden en matrassen, honderden flessen wijn, waaronder twintig
'Chateaux Margaux' (f 15 samen!), etc.
Veel zaken worden gekocht door familieleden, maar ook door opkopers als Cornelis Stoops en Nicolaas Reabel. Neef Thomas Antonius van Dooren was blijkbaar een klokkenliefhebber. Hij koopt voor
f 13,25 een 'Vriesche klok', voor f 61 een gouden horloge en voor
f 81,50 een 'goud repetitie Horlogie'. Ook komt er een grote hoeveelheid zilverwerk onder de hamer, waarbij een zilveren soupterrine als klapstuk van de veiling voor
f 280 er wel erg uitspringt. Baesten wordt de gelukkige eigenaar.
Thomas hield van spelletjes. Onder de lotnummers bevinden zich een schaakbord, een dambord met schijven, een dominospel, een triktrakbord en een
'billard met toebehooren'. Hij had ook een behoorlijke bibliotheek. Behalve vele pakken boeken wordt ook een tachtigtal titels van afzonderlijke boeken en seriewerken genoemd waaronder bijvoorbeeld een beschrijving van Amsterdam, de werken van Cats,
'Altaargeheimen' van Vondel, woordenboeken, atlassen, 'Voorschriften om de oogen te behandelen' en veel Franstalige werken, zoals
'Fables de Lafontaine', 'Geographie de la France', 'Almanach de
commerce', 'Description de la ville de Paris', 'La vie de
Peintres', 'Dictionnaire Historique de Feller', 'Histoire Naturelle de Buffon' en 140 delen van de
'Encyclopedie Methodique'. De totaal 831 lotnummers brengen f 10.454
op.(29)
Veiling van de kunstverzameling
De verzameling van 62 schilderijen wordt op 30 mei 1837 afzonderlijk
geveild.(30) De speciaal voor deze veiling gedrukte catalogus is verkrijgbaar bij drukkerij de Wed. J. van Gemert en zonen voor 15 cent. De opbrengst van de catalogus is bestemd voor de armen. De erfgenamen van Thomas mochten voor de schilderijen
f 2213 ontvangen. Lotnummer een is een bijzonder schilderij van Ludolf Bakhuizen (1631-1708), gezicht vanaf het IJ op Amsterdam met Schreierstoren, dat in 1698 door de Nederlandse ambassadeur aan de Franse koning Lodewijk XIV werd geschonken. Tijdens de Franse Revolutie is het in het bezit van Van Dooren gekomen. Dit schilderij wordt echter niet verkocht, evenmin die van Antoine van Dijck (in het zwart geklede man en een tweede schilderij de doop van de H. Johannes), Jan Steen (twee vrouwen aan een tafel), Diégo Velasquez (Susanne met grijsaards en Daniel), Carrache (de heilige Johannes in de woestijn) en Theodoor van Tulden (Christus van het kruis genomen). Eigenlijk zijn er maar 26 van de overwegend religieus getinte 62 schilderijen verkocht, waaronder overigens een P.P. Rubens (een Bacchus op een ton) voor
f 186 aan de Amsterdamse kunsthandelaar Jan de Lelie. Een van de kopers is de pastoor van het Heike en latere aartsbisschop, Joannes Zwijsen. Hij koopt van Carena
'De Hemelvaart van Maria' voor f 15, van (of naar) Raphael D'Urbin
'Mozes verbrijzelt de Tafels der Wet' voor f 7 en van Daniel de Volterre
'De afdoening van het kruis' voor f 26. Wat er met de niet-verkochte schilderijen gebeurd is, kon ik niet achterhalen. Mijn speurtocht naar de lotgevallen van dit kunstbezit en zijn vroegere eigenaar gaat verder.
(Part. coll.)
Noten
(1) Geannoteerde bewerking van: Ronald Peeters, 'Thomas van Dooren (1754-1836). Koopman en kunstverzamelaar te Tilburg', in:
Tilburg Magazine, jrg. 8, nr. 3, okt. 1997, p. 47-55.
De auteur heeft een uitvoerige biografie over Thomas van Dooren in voorbereiding.
(2) Gemeentearchief Tilburg (GAT), Doopboek pastoor, 23 januari 1754.
(3) GAT, Genealogisch kaartsysteem, Genealogische aantekeningen Van Dooren en Genealogische Databank GAT in Hazadata-Mega (met dank aan drs. G.J.W. Steijns); H.A. Muntjewerf,
De spil waar alles om draaide. Opkomst, bloei en neergang van de Tilburgse familie-onderneming Wolspinnerij Pieter van Dooren 1825-1975 (Tilburg, 1993), p. 111-112, 128, 133-134, 282.
(4) GAT, Notarieel archief inv. nr. 125, fol. 11 e.v., 6 februari 1800; Rechterlijk archief, inv. nr. 459, fol. 112 e.v., 19 mei 1800; Huizenregister Kerk en Heuvel, huis 30.
(5) Uit het dagboek van een Tilburger. Chronique in en omtrent Tilburg voorgevallen aangeteekend door L.D. Lelie en J.B. de Beer (Tilburg, 1918), p. 14-15; A.W.M. Keune, 'De industriële ontwikkeling gedurende de 19e eeuw', in:
De opkomst van Tilburg als industriestad (Tilburg, 1959), p.11-60.
(6) H.P.J.E. Merkelbach, Inventaris van het archief van de wolspinnerij "Pieter van Dooren N.V." te Tilburg 1827-1968 (Tilburg, Gemeentearchief), 1986; Muntjewerff,
De spil waar alles om draaide.
(7) GAT, Oud-administratief archief Tilburg, inv. nr. 145: uitgaande borgbrief voor Rotterdam nr. 139, f. 147r, 21 juli 1781.
(8) GAT, Overlijdensregister, 1827, akte 116; Huwelijksdatum staat op het grafmonument van dit echtpaar op het kerkhof aan de Bredaseweg, Tilburg.
(9) Vriendeljke mededeling Henk Muntjewerff, Breda.
(10). Jan Donders, 'Kerkelijke kunst in Tilburg VI', in: Rooms Leven van 5 oktober 1946.
(11). C.J. Weijters, 'De parochie Tilburg en de abdij van Tongerlo', in: De Lindeboom II (Tilburg, Archiefdienst van de gemeente Tilburg, 1978), p. 73.
(12) Dagboek van een Tilburger, p. 57.
(13). Ibidem. In een brief van mevrouw Mutsaerts-van Dooren te Turnhout d.d. 17 augustus 1998, gericht aan Cees van Raak was
'het ene schilderij een groot kruis met Christus, het andere een Judith met 't hoofd van
Holofernes'. Zij vervolgt dan: 'Thomas Josephus had ze gekregen van de bisschop. Ik meen zelfs kardinaal-aartsbisschop van Parijs, als dank voor het bewaren van zijn huis in de Franse revolutie. De huizen van buitenlanders werden namelijk met rust gelaten, en hij had hem gevraagd zijn huis te kopen en te bewaren. Dat heeft hij gedaan. Het huis is bewaard gebleven en onder dank geretourneerd na de revolutie, met als dank dus de twee religieuze schilderijen, die Th.J. doorgegeven heeft aan de Heikese kerk. Het schilderij 'Judith met 't hoofd van Holofernes', ook een levensgroot schilderij, heeft een pastoor van 't Heike voor een anker wijn verruild, en is in de familie Kerstens gekomen. Dat ruilen zal wel niet in de boeken staan, denk
ik!!', aldus mevr. Mutsaerts-van Dooren. Een soortgelijke lezing gaf mevr. Van Spaendonck-van Dooren aan Cees van Raak op 18 februari 1991. Het
'Dagboek van een Tilburger' is een eigentijdse bron en m.i. betrouwbaarder dan de door beide dames geschetste familie-overlevering, als het gaat om de schenking van 1829. Het is mogelijk dat Thomas van Dooren bedoelde schilderijen later aan de pastoor heeft geschonken. Het blijft een intrigerend gegeven.
(14) Inventaris van het kerkelijk kunstbezit van parochie H. Dionysius ('t Heike) te Tilburg, manuscript Bisdom 's-Hertogenbosch, p. 15 en 31; Jan Donders, 'Kerkelijke kunst in Tilburg VII', in:
Rooms Leven van 12 en 19 oktober 1946; Het Nieuwsblad van 15 en 30 juli 1988; Joost van Hest, 'De huidige kerk van 't Heike', in:
Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 8, nr. 3, 1990, p. 88-89 (zie ook 'gids inventaris', p. 78 nr. 29 en p. 80 nr. 54).
(15). GAT, Notarieel archief, inv. nr. 221, akte 157, 30 juni 1815.
(16). GAT, Kadasterkaarten 1832 en 1883; De Bas, 'Aanteekeningen' p. 292 zegt:
'Ofschoon het vroegere huis van den heer T.J. van Dooren thans tot drie perceelen, nos. 65, 67 en 69, is verbouwd, geeft het gemeenschappelijke dak duidelijk de vroegere uitgestrektheid aan'.
(17). GAT, Secretarie-archief 1810-1908, inv. nr. 2120, 5 juli 1815; Luud de Brouwer en Joost van Hest, 'De Willem II-straat, voorheen Komediestraat (1870-1992)', in:
Tilburg. Tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur, jrg. 10, nr. 3, 1992, p. 56-69.
(18). F. de Bas, Prins Frederik der Nederlanden en zijn tijd, deel 4 (Schiedam, 1913), p. 881-883.
(19) Het Nieuwsblad van het Zuiden van 19 december 1961 en 16 juni 1965.
(20) De Bas, Prins Frederik, t.a.p.
(21) GAT, Bevolkingsregister 1830, fol. 498-499, Kerk 1246; GAT, Notarieel archief, inv. nr. 239, akte 13, testament d.d. 29 januari 1835.
(22) A.L.N. Baron Sloet tot Everlo, Koning Willem II en Tilburg (Tilburg, 1895), p. 32
e.v.
(23) Zie: GAT, Register 'Bezittingen (koning) Willem II te Tilburg', aangelegd door archiefmedewerker L.
Langeweg.
(24) Ronald Peeters, Koning Willem II en Tilburg (Tilburg, 1987), p., 25-26.
(25) GAT, Notarieel archief, inv. nr. 239, akte 13, testament d.d. 29 januari 1835.
(26) GAT, Overlijdensregister 1836, akte 286.
(27) Zie artikel Cees van Raak in dit tijdschrift.
(28) GAT, Notarieel archief, inv. nr. 240, 1837, akten 28, 29, 30, 31, 32, 35 en 36; 1838, akte 13.
(29) GAT, Notarieel archief, inv. nr. 240, 1837, akte 34.
(30) GAT, Notarieel archief, inv. nr. 240 II, 1837, akte 39.




