Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
445. Brabantse biografieėn deel 5
 

Titel:   

Brabantse biografieėn deel 5

Ondertitel:   

Auteur:   

Ronald Peeters

Jaargang:   

XVIII (2000) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

1

Pagina’ s:   

28

 

In het vijfde deel van de Babantse biografieėnreeks die onder auspiciėn van de Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening wordt uitgegeven, staat dit keer een dertigtal korte levensbeschrijvingen van Brabanders uit alle eeuwen en uit alle delen van de provincie Noord-Brabant. Tot nu toe werden er in de vijf delen van de reeks 148 mannen en 20 vrouwen beschreven. De beschrijvingen zijn alfabetisch op naam gerangschikt. 



Mgr. Francis Janssens (1843-1897). 
(Coll.  RHC Tilburg).

De eerste Tilburger die we tegenkomen, is mgr. Francis Janssens (1843-1897). Deze arriveerde in 1868 in Richmond in Amerikaanse staat Virginia, waar hij de assistent werd van bisschop McGill en later diens opvolgers Gibbons en Keane. Hij maakte carričre als plebaan en later secretaris van de bisschop. In 1880 volgde zijn benoeming tot bisschop van Natchez in de staat Mississippi, een zeer arm diocees. Hij stichtte daar een missie voor de Choktaws-indianen, die nog steeds bestaat. Hij bouwde de kathedraal van St. Mary af en wijdde haar in. In 1888 volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van New Orleans, waaronder het bisdom Natchez ressorteerde. Hij richtte een seminarie op, bouwde en herstelde kerken, kloosters, scholen en bejaardenhuizen voor blanken en zwarten en hij zorgde ervoor dat zo“n honderd Nederlandse priesters in het zuiden van de Verenigde Staten kwamen werken. Janssen overleed in 1897 aan boord van een schip op weg naar Nederland.

Een tweede Tilburger in de bundel is de bekende wielrenner Jan “kanonbal“ Pijnenburg (1906-1979), ook wel de “Koning der Zesdaagsen“ genoemd. Hij was in de jaren dertig een van de beste baanrenners ter wereld. Als jongen liep hij al met chocoladerepen langs de tribune van de Tilburgse TWEM-wielerbaan. Sindsdien heeft de wielersport hem niet meer losgelaten. In 1928 behaalde hij op de Olympische Spelen de zilveren medaille op het onderdeel ploegachtervolging. Een jaar later werd hij beroepsrenner om in vijftig zesdaagsen in tien jaar furore te gaan maken met 17 overwinningen, 12 tweede en 5 derde plaatsen. Hij won ook nog eens zes nationale titels. In 1940 sloot hij op 34-jarige leeeftijd zijn rennersloopbaan af en werd hij horecaondernemer van Old Dutch in Tilburg.

Zijdelings hebben met Tilburg nog te maken: de kunstschilderes Henriėtte Ronner-Knip (1821-1909; haar vader was de in 1777 in Tilburg geboren kunstschilder Josephus Augustus Knip), de president-curator van de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg Max Steenberghe (1899-1972) en de Bossche huisarts Michael Godefroi (1819-1895), een van de centrale figuren binnen de afdeling Tilburg van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering van de Geneeskunst.

P. Timmermans e.a. (red.), Brabantse biografieėn 5 (“s-Hertogenbosch, BRG, 1999), 156 blz., ISBN 90-72526-40-6, f 27,50.