| 450. Cor Flipse (1926) en Riek Flipse-Tiemens (1928) | |||
|
Titel: |
Cor Flipse (1926) en Riek Flipse-Tiemens (1928) |
|
Ondertitel: |
Een Gouden Huwelijk |
|
Auteur: |
Paul Spapens * |
|
Jaargang: |
XIV (1996) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina´s: |
116-119 |
Zie ook: Ten geleide
Riek Flipse-Tiemens en Cor Flipse waren op 30 november 1996 50 jaar getrouwd. Ze vierden hun gouden bruiloft als het ware in twee delen. De huwelijksdag zelf brachten ze met hun negen kinderen en
dertien kleinkinderen, familie en een paar vrienden door in de Achterhoek. Een week later hielden ze een receptie voor vrienden en kennissen in Villa de Vier Jaargetijden in Tilburg. Een portret van een bewogen vakbondsgezin.
Uit de Achterhoek komen ze vandaan, al is Cor een geboren Zeeuw, en in Tilburg maakten ze carrière: Riek onder andere zestien jaar als lid van de Tilburgse gemeenteraad voor de PvdA en Cor als bezoldigd bestuurder van wat na verschillende fusies de Industriebond FNV zou worden. Als kadotip stond op de uitnodiging voor de receptie een bijdrage voor een project in de Tilburgse zusterstad Matagalpa in Nicaragua, hetgeen, sociaal bewogen als ze zijn, als hun beider handtekening beschouwd kan worden.
Riek en Cor Flipse zijn sociaal-democraten tot op het bot. Haar is deze levenshouding met de paplepel ingegeven; hij heeft het grotendeels van haar en van haar ouders geleerd, of zoals Cor dat zelf zegt:
"Riek heeft mij méér gemotiveerd dan ik haar. Zij had haar levensrichting al gevonden toen bij mij thuis de Avrobode op tafel lag. Bij Riek thuis hadden ze geen radiogids. Hadden ze er wel een gehad, dan was het die van de VARA geweest."
In het eens zo sterk verzuilde Nederland, kon je zeggen: 'Zeg me welk programmablad je hebt en ik zeg je wie je bent.'
Weeshuis
Cor wijst naar een ingelijste foto boven de zitbank in de huiskamer aan de Bredaseweg. In het op de gevoelige plaat vastgelegde cafeetje op een straathoek in Souburg tussen Middelburg en Vlissingen is hij op 6 januari 1926 geboren. Een jaar eerder had zijn enige broer, Jan, het levenslicht gezien. Toen Cor zes jaar oud was stierf zijn vader. Moeder zette het café voort. Toen Cor twaalf was, hertrouwde zijn moeder met een gedroste marineman. Het gezin verhuisde naar Vlissingen. Nog geen jaar later overleed zijn moeder.
"Mijn stiefvader was een goeie vent," aldus Cor, "maar hij stond er met die twee jongens van twaalf en dertien alleen voor. We zouden naar een weeshuis in Vlissingen gaan. Een Rotterdamse neef van moederskant nam ons op. Toen bleek dat we geen geld hadden, waar het hem om te doen was geweest, bracht hij ons naar een gereformeerd weeshuis, dat bij het bombardement in mei 1940 werd vernietigd."

Cor Flipse (part. coll.).
Cor, tijdens het interview op 11 november herstellende van een operatie aan de prostaat, vertelt zijn verhaal met een opvallende nuchterheid, zeker als zijn zakelijke toon wordt afgezet tegen zijn bepaald niet vrolijke jeugdherinneringen. Riek daarentegen is veel emotioneler, laat haar emoties in ieder geval zien en geeft ook inzicht in privébesognes van het echtpaar Flipse, zoals de keer dat zij, onder invloed van een cursusweek over het socialistisch feminisme, een half jaar lang met haar huwelijk heeft geworsteld. Haar emoties komen prachtig aan de oppervlakte als ze af en toe terugvalt op het Achterhoekse dialect. Ze spreekt bijvoorbeeld over 'Duutsland' en 'opsluuten'. Het is een bekend verschijnsel dat iemand op het moment van de diepste emoties vanzelf overschakelt op de moederstaal. Omdat daarbij niet hoeft te worden nagedacht, wat wel bij een aangeleerde taal als het Standaardnederlands het geval is, kunnen in het dialect zieleroerselen het best worden uitgedrukt.
"Je houdt het alleen vijftig jaar met elkaar vol als je wederzijds begrip en vertrouwen op kunt
brengen", zegt Riek, waarna ze zich verontschuldigd voor het feit dat ze in is gebroken in datgene wat Cor op dat moment te berde aan het brengen is.
"'Nee", pakt hij zijn verhaal op van achter een door Riek ingeschonken kop thee,
"Ik heb geen prettige jeugd gehad." Wat volgt is een verhaal over een nieuw weeshuis in de buurt van Rotterdam. Hij wordt touwslager, blijkt een meester te zijn in dit zware vak, verdient goed, maar wordt door de inrichting financieel kortgehouden. Met een maximum van drie kwartjes mag hij van elke verdiende gulden 15 cent houden. Dat een kind in een weeshuis goed leert voor zichzelf op te komen, blijkt als Cor het met zijn baas op een akkoordje gooit: van de dertig gulden die hij in de week verdient, wordt de helft opgegeven bij het weeshuis. De andere helft stort de touwslagerspatroon op een spaarbankboekje. Duizenden guldens staan er op als het later spoorloos zal verdwijnen
Lijfspreuk
Ondertussen beleeft de op 15 mei 1928 in Winterswijk geboren Riek Tiemens haar eigen jeugd, tijdens welke haar ouders haar ten voorbeeld zijn voor solidariteit en sociale bewogenheid. Het echtpaar krijgt vijf kinderen. Riek is de oudste. Thuis is het bepaald geen vetpot. Haar vader sukkelt met zijn gezondheid. De molenaarsknecht krijgt stoflongen en ontwikkelt tbc. Maar als hij vlak voor het uitbreken van de oorlog thuiskomt met het verhaal van twee verlaten en mishandelde kinderen, worden die zonder verdere plichtplegingen geadopteerd en liefdevol in het gezin opgenomen. Terwijl de Tiemensen deze daad van medemenselijkheid aan de dag leggen, kan vader niet aan werk komen. Dat ligt niet zozeer aan de crisistijd, als wel aan het feit dat hij wordt verdacht van communistische sympathieën. Riek geeft daarvoor als verklaring dat hij zijn eigen lijfspreuk voortdurend in de praktijk bracht:
"Altijd klaarstaan voor een ander. Altijd opkomen voor een ander. Nooit kijken naar wat iemand heeft, maar naar wat iemand mist." Riek:
"Mijn ouders hadden alle twee deze mentaliteit en dat heeft mij voor de rest van mijn leven beïnvloed, tot voorbeeld gestrekt."

Riek Flipse-Tiemens (part. coll.).
Herhaalde malen tijdens het interview geeft ze aan hoe spijtig ze het vindt dat ze niet meer opleiding heeft gehad dan de lagere school. Later in haar leven zal ze evenwel bewijzen dat ontwikkeling niet valt af te lezen aan een diploma. Ze gaat 'dienen', een destijds ook in Brabant veel voorkomende baan voor jonge vrouwen. Ze voerden al het huishoudelijk werk uit, verdienden weinig en hadden ook nog de kost. Cor Flipse ontmoet ze voor het eerst in 1943 en wel bij de huisdokter in Winterswijk. Hij moet zich laten behandelen omdat hij van de Duitsers een genadeloos pak slaag heeft gehad.
"De Duutsers", zegt Riek, lieten hem in het kader van de Arbeitseinsatz net over de grens loopgraven mee aanleggen. Omdat de werkzaamheden niet geheel volgens plan verliepen, besloten de Duitsers de onvrijwillige werkkrachten een voorbeeld te stellen. Een Duitser marcheert Cor af een bos in, laat hem bij een boom een kuil graven, voert een schijnexecutie uit en ranselt hem vervolgens af.
"Voordat ik bij de Arbeitseinsatz terechtkwam", aldus Cor, "was ik blind voor de omstandigheden in de samenleving. Tijdens de Arbeitseinsatz ontmoette ik mensen die onvoorwaardelijk solidair waren met elkaar en met mij. Een van de jongens bijvoorbeeld had het lef de Duitser die mij had geslagen een klap te geven. Hun gedrag heeft mij de ogen geopend. Toen ben ik voor mezelf tot de overtuiging gekomen dat een mens leeft om een ander te helpen."
Vakbondslid
De sociale vorming van Cor werd vervolmaakt toen hij kennis maakte met en een schoonzoon werd van de familie Tiemens. Hij kreeg er ook de door intimi gebruikte 'bijnaam' Flip omdat de van zijn eigenlijke naam afgeleide roepnaam Ko in het Achterhoekse dialect klonk als 'koe'. Eenmaal getrouwd werkte Cor een paar jaar bij de mijnopruimingsdienst van de marine; hij werd vervolgens wever in een textielfabriek in Winterswijk. Negentig procent van de arbeiders in deze plaats was georganiseerd, en wel bij de 'rooie bond'. Het Vrije Volk werd deur voor deur gelezen. Op een avond kaartte Cor bij zijn schoonvader een vraag van een collega aan. Of hij lid was van de bond, wilde deze weten.
"Mijn schoonvader zei dat iedereen lid was van een bond. Hij moest me uitleggen wat de bond was. Dat wist ik echt niet. Op aanraden van hem ben ik lid van de vakbond geworden." De daarop volgende periode van een jaar of vijf leek in het teken te staan van een heilig moeten: het nieuwe vakbondslid Flipse greep met een ongebreidelde energie de kansen aan die de vakbond bood, onder meer door het volgen van allerlei cursussen. Hij werd gekozen en meteen tot secretaris benoemd in de ondernemingsraad, toen een nieuw fenomeen. Hij werd lid van het federatiebestuur en van de bondsraad van de bond. Hij werd, vier jaar lang, voor de PvdA lid van de gemeenteraad van Winterswijk.
"Waarom ik me zo gretig ontwikkelde?" herhaalt hij de vraag om wat tijd te winnen voor het formuleren van een antwoord.
"Je zag steeds meer dingen die niet deugden in de maatschappij. Je wilde je steentje bijdragen om daarin verandering te brengen." Riek heeft desgevraagd ook een verklaring:
"Ik denk dat het voor Flip een inhaalproces was."
Zij wijst verder nog op de tijdgeest. Het jonge stel Cor Flipse en Riek Tiemens was werkelijk in de ban van de wederopbouw. Het land moest in hun ogen niet alleen materieel, maar ook moreel opnieuw tot stand worden gebracht. Geen van beiden wilde het bij woorden laten. Al snel werd de eerste geboren, Harrie in 1947. Er zouden nog acht kinderen volgen.
"Niet gepland, wel gewenst", aldus Riek. Vrijwel alle kinderen hebben overigens in de sociaal-maatschappelijke hoek werk gevonden. Het echtpaar woonde in bij haar ouders. Omdat ze geen rooie cent hadden, verdiende Riek wat bij op een confectieatelier. Ook dat had ze niet van vreemden.
"Dat wil ik nog even vertellen omdat ik daar zo trots op ben. Mijn vader heeft in het concentratiekamp gezeten. Als een wrak kwam hij thuis, maar hij verrekte het van de arme te leven. Twee jaar lang hebben mijn ouders geen inkomen gehad. Vader verdiende zelf de kost door samen met mij bosbessen en hulst te plukken en eikels te rapen. Mijn moeder en mijn zus Grada zaten altijd achter de naaimachine. Zij voerden verstelwerk uit en droegen zo het hunne bij aan het inkomen."
Naar Tilburg
De bijeenkomsten van de Vrouwenbond NVV, waarvan Riek na twee jaar huwelijk lid werd, beschouwde ze als een uitje. Daar sloot ze zich ook aan bij een boekenclubje en volgde ze cursussen in bijvoorbeeld rekenen, taal en geschiedenis. Daar bleef het wat haar ontwikkeling betreft bij. Er kwam weer een kindje en weer een. Al met al herinnert ze zich deze periode uit haar leven als een tijd
"waarvan ik niks kan vertellen. Ja, behalve dan dat ik helemaal op mijn gezin gericht was. Ik bleef steken in het zorgzame, in het moederschap, wat natuurlijk een waardevolle en maatschappelijk nuttige taak is. Naar de radio luisteren deed ik met een mand vol te stoppen sokken. Cor was bezoldigd bestuurder. Daarom en omdat hij studeerde, was hij bijna elke avond weg. Die tijd is een blinde vlek. Op een zeker moment ben ik letterlijk naar buiten gebroken door te gaan collecteren voor hulp aan kinderen in ontwikkelingslanden." Zij was het die Cor stimuleerde te solliciteren naar een functie die hen in 1963 in Tilburg deed belanden. Zelf stopte ze de sollicitatiebrief in de bus.
"Ik wilde dat we verder kwamen, voor de kinderen."
Cor was een jaar bezoldigd bestuurder van de Textielarbeidersbond De Eendracht van de NVV toen eenzelfde functie vacant kwam in het zeer uitgestrekte district Zuid-West: er vielen Brabant, Limburg, Zeeland en het Waterweggebied onder. De oorspronkelijke standplaats van de bezoldigd bestuurder was Rotterdam. Op voorstel van de bond koos Cor een meer centraal gelegen woonplaats: Tilburg. Het woonhuis met kantoor boven werd met hulp van wethouder Ed. de Grood gevonden aan de Bredaseweg. Cor weet zeker dat het feit dat ze negen kinderen hadden van doorslaggevende betekenis is geweest bij het vinden van dit huis. Ons gezin van elf personen paste uitstekend in het streven van de gemeente Tilburg om te komen tot 150.000 inwoners. De woonplaats bleef Tilburg toen de fusies begonnen. Eerst fuseerden De Eendracht, de ABC en de Metaalbedrijfsbond tot de Industriebond NVV. De standplaats van Cor werd Eindhoven. Zijn textielpakket werd uitgebreid met onder meer Curver in Rijen en het Tilburgse bedrijf IFF. Na weer een fusie, die zou resulteren in de Industriebond FNV, werd Oosterhout de standplaats.
"Toen ik in Tilburg kwam als bestuurder van de rooie bond binnen het NVV werd ik door de mensen van de katholieke bonden als een indringer beschouwd in het katholieke bolwerk. Daarom zag men mij bij Lambertus niet zo zitten. Maar van de andere kant was er ook wel acceptatie. Dat had De Eendacht, en ik dus ook, te danken aan Bart van Pelt. Die had een ontzettend goed visitekaartje afgegeven van de rooie bond."
Tien jaar na zijn pensionering, antwoordt Cor op de vraag hoe hij op zijn vakbondswerk in Tilburg terugkijkt:
"Ondanks alle narigheden van de bedrijfssluitingen vind ik dat ik veel voor de mensen heb kunnen bereiken. In de begintijd van de problemen in de textiel was er meer te halen in de zin van goeie afvloeiingsregelingen. In die tijd werden autootjes gekocht van zeg maar het sociale plan. Er zijn in Tilburg echter bedrijven verdwenen waarvan ik nu nog zeg dat het dood en doodzonde was. Maar ja, tussen de textielfabrikanten heerste zoveel haat en nijd dat ze elkaar niets gunden. In plaats van de handen ineen te slaan en te redden wat er te redden viel, hebben ze elkaar tot het laatst toe tegengewerkt. Dat was erg frustrerend. Dat geeft nu nog steeds een onbevredigend
gevoel."
De verhuizing uit Winterswijk zou ook Riek goed doen. Hoewel ze dat niet met zoveel woorden zegt, lijkt het er sterk op dat ze ook voor haarzelf een keer ten goede had verwacht. Vrijwel meteen sloot ze zich namelijk aan bij verschillende organisaties. Ze ging vrijwilligerswerk doen, werd uiteraard weer lid van de Vrouwenbond
("daar heb ik veel aan gehad; het is mijn tweede leerschool
geweest"), belandde in het hoofdbestuur. Het leek wel alsof Riek de schade in moest halen, zoals dat heet.
"Tilburg werd voor mij al met al een geweldige verrijking. Geestelijk heb ik me hier enorm kunnen
ontwikkelen", zegt ze, om er bedachtzaam aan toe te voegen: "Langzaam maar zeker vertoefde ik net als Cor meer buitenshuis dan binnenshuis."

Begrotingsbehandeling december 1981. Een deel van de PvdA-fractie met
v.l.n.r.: de raadsleden Van Alphen, Van Bergen, Flipse en Morselt.
(coll. R
Tilburg).
Tilburg heeft geweten dat deze vrouw Winterswijk verruilde voor de Brabantse stad. Ze heeft het initiatief genomen tot de Annie van Dierenschool. Ze heeft geprobeerd thuiswerksters te organiseren. Ze is zestien jaar lid geweest van de gemeenteraad voor de PvdA. Als raadslid heeft ze in Tilburg het baarmoederhalskankeronderzoek en het emancipatiebeleid mee van de grond getild. Het zijn slechts een paar voorbeelden uit haar staat van dienst, die ook nu nog langer wordt.
"Ik wilde een steentje bijdragen aan een leefbare samenleving", verklaart ze haar dadendrang. Cor:
"Ik vind dat we allebei werk hebben gehad met inhoud. Door ons werk zagen we elkaar weinig. Daarmee hebben we elkaar tekort gedaan, maar niet omdat we elkaar niet de ruimte hebben gegeven."
* Paul Spapens (1949) is journalist-publicist. Hij heeft meegewerkt aan de serie 'Ach Lieve Tijd Tilburg'. Hij publiceerde diverse artikelen en boeken over (Brabantse) historische onderwerpen. Zijn specialisatie is volkscultuur. Hij is redacteur bij het Brabants Dagblad.




