Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
458. Bart van Pelt (1889 - 1958) 
 

Titel:   

Bart van Pelt (1889 - 1958) 

Ondertitel:   

Vakbondsman in hart en nieren

Auteur:   

Ton Wagemakers *

Jaargang:   

XIV (1996) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina’ s:   

87-90


Zie ook: Ten geleide

Ik heb het gevoel vaak met Bart van Pelt gesproken te hebben. Vele facetten van zijn persoonlijkheid en leven heb ik leren kennen. Een vakbondsman in hart en nieren, die opkwam voor de rechten van de textielarbeiders en misstanden bestreed. Niet door grote acties of agitaties, maar door overreding in redes en gesprekken en door kleine verbeteringen.
Echt een vent met een sterk rechtvaardigheidsgevoel.


Helaas heb ik Bart van Pelt nooit gesproken, maar wel met familie, vrienden en tegenstanders. Eerlijk gezegd, geloof ik niet dat hij me zoveel verteld zou hebben. Zeker geen persoonlijke zaken. Ik denk dat hij zou zeggen: ik heb gewoon gedaan, wat ik behoorde te doen. Gelukkig heeft hij soms autobiografische anecdotes in vakbondsbladen opgeschreven en enige schoolschriften met herinneringen nagelaten, die gedeeltelijk onder de titel 'Herinneringen uit Brabant van een socialist en vakbondsman' in 1981 zijn gepubliceerd. Het gesprek met zijn dochter Lenie heeft me veel geleerd. Uit zijn aantekeningen en de verhalen over Bart van Pelt heb ik deze karakterschets samengesteld. 

Afkomst

Norbertus Joannes van Pelt (roepnaam: Bart), is op 24 februari 1889 te Tilburg geboren. Hij is de oudste zoon van Adrianus van Pelt, thuiswever en later baas in de appretuur in een fabriek, en Helena Abeelen. Zij was van boerenafkomst. Beiden waren katholiek en vrome mensen.
Aan Jaonneke Janssens, een jeugdvriend, heb ik eens gevraagd naar de ouders van Bart. De 'Van Pelten' waren een echt Hasselts geslacht van thuiswevers, vertelde hij me. De moeder was duidelijk van boerse en eenvoudige afkomst. Ze had een trage spraak en een enigszins vreemde tongval, Bart had dat ook. Op mijn vraag of hij foto's kende waarop zij stond, schudde hij heftig van nee. Boerse mensen lieten zich niet fotograferen, was zijn reactie. Later zou een dochter van Bart van Pelt mij wijzen op foto's die de fotograaf Berssenbrugge, omstreeks 1902, van haar opoetje had gemaakt. De gelijkenis van Bart met zijn moeder, zeker het neusprofiel, is treffend. Over de vader van Bart van Pelt wist Jaonneke nog te vertellen, dat die nooit lid was geweest van een vakbond. Enerzijds was het volgens hem een conservatief mens en anderzijds was hij lid van een fietsclub, wat in die tijd heel modern was. 

De fabriek en Unitas

Zoals gebruikelijk in Tilburg ging Bart van school af, nadat hij de Eerste Communie had gedaan. En natuurlijk gaat hij naar de fabriek van zijn vader, de firma E. Elias, waar hij als wevertje op 12-jarige leeftijd begint te werken. Op dat moment, omstreeks 1901, is er in Tilburg één textielarbeidersbond: het katholieke St.-Severus. Deze slaagt er niet in om echte verbeteringen tot stand te brengen. Dan verschijnt uit Twente Hendrik Oldenkotte, propagandist van Unitas, op het toneel. Unitas is een textielbond, waar landelijk zowel katholieken als protestanten lid van kunnen zijn. Maar nog belangrijker: ze behalen resultaten. Op 16-jarige leeftijd wordt Bart van Pelt lid van Unitas. Overigens kiezen vele textielarbeiders uit de Hasselt voor Unitas. Hij wordt een actief lid, zowel propagandist als bode, die volop meedoet: "Wij herinneren ons uit die tijd de avonden vol heftige bewogenheid en van hartstochtelijke debatten en op de fabrieken werd veel gesproken over een vakbeweging voor protestantse en katholieke textielarbeiders."

Lid van De Eendracht en socialist

In 1907 is er een openbare vergadering van het propagandacomité 'Kardinaal Manning', een onderafdeling van Unitas, over het onderwerp 'Kan een katholiek socialist zijn?' Van de gelegenheid tot debat wordt gebruikgemaakt door de SDAP-propagandist voor Noord-Brabant A.F. Muller. Voor Bart van Pelt, die (natuurlijk) aanwezig is, werd het een historische avond: "Op de vergadering werd mij overduidelijk door Muller aangetoond dat een katholiek socialist kon zijn en ik bedankte nog diezelfde avond voor Unitas." 
Hij wil socialist worden, maar geen afstand nemen van het katholicisme! Wat hem nu precies innerlijk bewogen heeft, heb ik nooit ergens terug kunnen vinden. Met zijn dochter Lenie heb ik er eens over gepraat: "Waarom vader socialist is geworden, weet ik niet. Hij kwam uit een heel katholiek gezin. Zijn moeder bad altijd. Eigenlijk is zoiets niet te verklaren. Wel is het zo dat mijn vader absoluut niet tegen onrechtvaardigheid kon. Waarschijnlijk heb je gelijk, zei ze tegen mij, dat naar zijn zin de katholieke bond en partij daar te weinig tegen deden."

Typerend voor hem was dat hij kort na die historisch avond lid werd van de neutrale textielarbeidersbond De Eendracht en niet van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij. Dat zou pas in 1913 gebeuren. Naar mijn mening voelde Bart van Pelt zich op de eerste plaats vakbondsman en koos hij voor een bond die zonder onderscheid van geloof voor de stoffelijke belangen opkwam. De SDAP kwam er later bij, omdat die het dichtst bij het NVV c.q. De Eendracht stond.
Kort na zijn toetreding tot De Eendracht brak een conflict uit bij de firma Wed. J.B. de Beer en Zonen, waarbij De Eendracht betrokken was. In de nasleep ervan werden vele textielarbeiders die bekend waren als lid van De Eendracht ontslagen. Bart van Pelt hoorde daar niet bij. De afdeling van De Eendracht moest worden opgeheven bij gebrek aan leden. In 1914 lukte het de NVV-propagandist Westerhof om weer een afdeling op te richten. Bart van Pelt behoorde tot de oprichters. Dat gold ook voor de Tilburgse Bestuurdersbond, waarbij de lokale NVV-bonden aangesloten waren, en die hij een jaar eerder had helpen oprichten. Zijn baas raakte op de hoogte van zijn activiteiten. Eind 1915 wordt hij ontslagen, als hij in de middagschaft met de NVV-brochure 'Een en ander over de vakbeweging' colporteert. Overigens bleef zijn vader gewoon bij de firma Elias werken! Bart lukte het om in een ander deel van de stad weer aan het werk te komen. Als voorzitter van De Eendracht afd. Tilburg zorgde hij mede voor een gestage groei van het ledental. 

Socialisme en geloof

Op 17 januari 1917 trouwt hij, ook voor de kerk, met Petronella Elisabeth van Gastel, met wie hij twee dochters zou krijgen. Niet lang daarna werd hij opgeroepen voor de militaire dienst. Het verloop van de grote uitsluiting in de textiel in dat jaar moest hij noodgedwongen uit de kranten vernemen of horen van zijn vrienden. Na het vervullen van de dienstplicht werd Van Pelt bezoldigd propagandist van De Eendracht in Noord-Brabant. Met een onderbreking tijdens de oorlog, zou hij dat tot zijn pensioen blijven.



Bart van Pelt in 1938 (coll. RHC Tilburg).

In december 1918 verscheen een mandement van het episcopaat, waarin het lidmaatschap van een socialistische organisatie of een bij het NVV aangesloten bond voor een katholiek werd verboden. Het commentaar van Bart van Pelt: "Niet de rooms-katholieke modern georganiseerde arbeiders laten hun godsgeloof in de steek, maar de rooms-katholieke overheid laat deze mensen in de steek."
Zijn verdere leven zou hij zich zo blijven uitlaten. En ondanks zware morele chantage van de geestelijkheid, bleef hij zich waardig tegenover de Kerk opstellen. Een persoonlijkheid is Bart van Pelt. 

Ondanks de grote druk van de kerk werden de verkiezingen voor de gemeenteraad in 1919 in het Zuiden een succes voor de SDAP. Ook in Tilburg. Naast Bart van Pelt kwamen nog zes andere SDAPers in de raad. Vier jaar later zou hij ook lid worden van het Burgerlijk Armbestuur. Tezamen met Oldenkotte, die hij nog kende van Unitas en die nu lid van de RKSP was, heeft hij daar veel goeds gedaan. In 1931 werd Bart van Pelt fractievoorzitter van de SDAP in de raad. Naast zijn functies voor De Eendracht en het raadswerk was Van Pelt ook belast met de leiding van de Tilburgse Bestuurdersbond. In 1938 werd onder zijn voorzitterschap het 25-jarig bestaan gevierd. 

De staking van 1935

De belangrijkste gebeurtenis in deze periode was de textielstaking van 1935. Een wilde staking georganiseerd door communistische arbeiders, die zowel lid van De Eendracht waren als lid van of zich verwant voelend met de CPN. De meeste actieleiders waren goede bekenden van Bart van Pelt. Hij had bijvoorbeeld de stakingsleider Jan Coolen zelf in 1916 als lid van De Eendracht ingeschreven. In deze crisisjaren wilde Bart van Pelt op de eerste plaats de organisatie in stand houden en de meer strijdbare arbeiders wilden actie. Landelijk zou De Eendracht deze staking ook niet ondersteunen en actieve Eendracht-leden royeren. Dat overkwam ook Jan Coolen. Desondanks bleef hij heel zij_ leven bewondering voor Van Pelt houden: "Een goeie vent, vooral menselijk goed. Hij stond voor iedereen klaar: katholiek of socialist. Hij was een gevoelsspreker, die goed een rede kon opzetten." De toenmalige secretaris van De Eendracht afd. Tilburg, Frans van de Wouw, vertelde mij eens: "Bart van Pelt was tegen de staking. Maar hij heeft de leden van onze bond, die meestaakten, toch nog wat toegestopt. Zo was hij wel."

De oorlogsjaren

In zijn Herinneringen schrijft hij over die jaren: "Er is mij niets bijzonders overkomen." Uit betrouwbare bron is mij bekend dat het huis van Van Pelt als joods onderduikadres heeft gediend. Daarnaast verrichtte hij hand- en spandiensten voor mensen die in nood of in de verdrukking zaten. Hij heeft daar nooit mee te koop gelopen, zelfs niet toen hem dat goed te pas had kunnen komen. 
Wat is het geval. In zijn Herinneringen lezen we alleen, dat hij in het eerste jaar van de bezetting "de grootste ruzie" heeft gehad met H.J. Woudenberg. Deze was in juli 1940 door Reichskommissar A. Seyss-Inquart tot Commissaris voor het NVV benoemd. Het hoofdbestuur van het NVV liet in het midden, wat de andere bestuurders en leden moesten doen na deze overname. Bart van Pelt, als voorziter van de Tilburgse Bestuurdersbond en propagandist van De Eendracht in het Zuiden, kreeg een zware verantwoordelijkheid toegeschoven. Hij zorgde er mede voor dat bonden werden opgeheven en mogelijk belastende papieren verdwenen. Begin 1941 toen het NVV sterk gecentraliseerd werd en er nog nauwelijks ruimte was voor eigen initiatieven, heeft Bart van Pelt zijn gesalarieerde baan als propagandist opgezegd. Kort na zijn ontslag vertelde hij op een vergadering in Tilburg: "Ik heb in de moderne vakbeweging twee dingen geleerd. In de eerste plaats het brengen van offers, in de tweede plaats 'neen' te zeggen als het moet."



Van Pelt in de achtertuin van zijn huis Kruisstraat 58. (coll. RHC Tilburg).

Toch zouden na de oorlog vragen gesteld worden over zijn oorlogsverleden. Bij de instelling van een 'noodgemeenteraad' in 1945 in Tilburg, waarvan Bart van Pelt deel zou gaan uitmaken, werd door r.-k. Kiesmannen geïnsinueerd dat hij op een vergadering van de NSB naast Woudenberg het woord gevoerd zou hebben. Het betrof een propagandavergadering van een nieuwe afdeling van het NVV nl. 'Vreugde en Arbeid', die feitelijk door NSB'ers geleid werd.
"Wanneer men had gezegd, de fout, die je hebt gemaakt, was, dat je op een vergadering bent geweest van Vreugde en Arbeid, dan kon hij daar genoegen mee nemen, maar dan komt de zaak heel anders te staan. Hij tart ieder dezelfde houding aan te nemen, die hij als voorzitter van de Tilburgse Bestuurdersbond toen heeft aangenomen. Het was in de tijd dat men dreigde met concentratiekamp, en als men iets weigerde dan was dat sabotage. Men heeft hem de opdracht gegeven een vergadering te openen van Vreugde en Arbeid. Van Pelt zegt, dat hij dit geweigerd heeft, maar ten slotte heeft gezegd: "Deze bijeenkomst is geopend en ik wens jullie een goede avond." Dat heeft men hem van hogerhand zeer kwalijk genomen. Maar hij heeft dit gedaan als demonstratie, omdat hij weigerde met de NSB samen te werken. 

In een kiescollege, onder voorzitterschap van professor Van de Ven, is deze kwestie onderzocht en is Van Pelt van alle blaam gezuiverd. 
Waar Van Pelt in de oorlog stond en wat hij dacht, blijkt uit een herinnering in het blad De Eendracht van 30 juni 1957: "Zelfs in de bezettingsjaren gingen wij met twee of drie man dwalen in de bossen en spraken wij over de strijd die komen zou en over 1 mei. In 1944 hebben wij een bijeenkomst gehouden in een Café in de bossen, wij hebben daar fris van de lever geblazen en niets onder stoelen of banken gestoken. Wij verlieten die bijeenkomst, drukten elkaar de hand en spraken af, dat wij moedig zouden volhouden en na de oorlog opnieuw de zaak van de vakbeweging en politieke partij zouden aanpakken."

Onrechtvaardig einde

Toen ik met Piet van Beers sprak (in 1973), was hij secretaris van de NVV afd. Tilburg. Hij had nog een handgeschreven lijstje met de namen van de heroprichters van De Eendracht. Als eerste prijkte de naam van Bart van Pelt. Hij was op 13 november 1944 weer lid geworden, kort na de bevrijding van Tilburg. Hij pakte ook zijn functie van propagandist voor De Eendracht weer op. Hij vatte zijn werk op als een sociaal raadsman of ombudsman, zouden wij nu zeggen. Zijn dochter Lenie: "Ons huis stond voor iedereen open. Mijn vader hielp iedereen of men nou socialist was of niet. De mensen vertelden hun hele hebben en houden. Vader hoorde hen aan en probeerde te helpen." 

Als Bart van Pelt had gewild, had hij verder carrière kunnen maken. Daarvoor was een verhuizing naar Amsterdam noodzakelijk geweest. Volgens dochter Lenie wilde echter haar moeder absoluut niet verhuizen. Later heeft hij de Tilburger Theo de Jong naar voren geschoven, die landelijk voorzitter van De Eendracht is geworden. 

De laatste jaren van zijn leven waren zwaar. In 1955 stierf zijn vrouw plotseling. En een jaar later kreeg hij nog een knauw te verduren. Als Tilburgs socialist en vakbondsman had hij zich zijn leven lang voor alle Tilburgers ingezet. In 1956 hoopte hij wethouder te worden, maar de KVP hield het tegen. Zijn dochter Lenie: "Mijn vader is zeer teleurgesteld geweest, dat hij geen wethouder werd. Het was de bekroning van al zijn werk geweest. Zo zag hij het ook zelf. Het mocht niet van de katholieke partij. Hij was echt teleurgesteld."

Teleurgesteld, misschien wel een gebroken man. Hij, die stond voor rechtvaardigheid, was onrechtvaardig behandeld. In 1956 nam Van Pelt afscheid van de gemeenteraad. Hij hertrouwde met de weduwe van een goede vakbondsvriend en verhuisde op 68-jarige leeftijd naar Amsterdam. Nog geen jaar later stierf hij aan een hersenbloeding.
Na zijn overlijden werd hij door alle partijen en groeperingen in Tilburg geprezen, ook door de katholieke... 

Als laatste wil ik het woord aan zijn jeugdvriend Jaonneke Janssens geven: "Bart was een echte ronde kerel." 



V.l.n.r.: Willem Claessen, Janus van Boxtel, Jaonneke 
Janssens, Bart van Pelt en Tjeuke Timmermans bij 
het veertigjarig bestaan van De Eendracht in 1954.

(coll. RHC Tilburg).


Bronnen

-
Gemeentearchief Tilburg, bevolkingsregisters.
- Collectie Ton Wagemakers Rotterdam, interviews.
- B. van Pelt, 'Herinneringen uit Brabant van een socialist en vakbondsman', in: Jaarboek voor de geschiedenis van socialisme en arbeidersbeweging in Nederland (Nijmegen, 1981) 194-225.
- P.W. Tops, Gemeentepolitiek en collegevorming in Tilburg (Tilburg, KUB 1984).
- T. Wagemakers, 'Bart van Pelt: Levensverhaal van een Tilburgs socialist', in: Stadsnieuws, 28 mei 1981.
- A.J.M. Wagemakers, Buitenstaanders in actie (Tilburg, 1990).
- Diverse nummers van De Textielarbeider en De Eendracht.


* Ton Wagemakers (1950) schreef tal van boeken en artikelen over Tilburg, waarin met name de sociale verhoudingen centraal staan. Hij promoveerde in 1990 op een proefschrift getiteld: Buitenstaanders in actie. Socialisten en neutraal-georganiseerden in confrontatie met de gesloten Tilburgse samenleving 1888-1919. Hij is momenteel directeur marketing van het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem.