Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
597. ‘Eene goede toekomst tegemoet’ 
 

Titel:   

‘Eene goede toekomst tegemoet’ 

Ondertitel:   

Een Tilburgs gezin vertrekt naar de Verenigde Staten

Auteur:   

Jeroen Ketelaars *

Jaargang:   

XXII (2004) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina’ s:   

99-103



Op vrijdag 18 september 1908 vertrok het Tilburgse gezin Van de Pas vanuit zijn woonplaats naar Rotterdam, om zich daar de volgende dag in te schepen op ‘de Statendam’, het schip van de Holland-Amerika Lijn dat de Tilburgers naar de Verenigde Staten zou brengen. Een nieuw bestaan aan de overzijde van de Atlantische Oceaan wachtte.

In dit artikel zal eerst een zeer korte schets van de geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid in de Verenigde Staten worden gegeven. Daarna zullen enkele Tilburgse Amerikanen beknopt de revue passeren. Vervolgens zal een beschrijving worden gegeven van de reis van het Tilburgse gezin Van de Pas en van hun ervaringen in de Verenigde Staten. Afgesloten zal worden met informatie over de gezinsleden die de auteur van dit artikel verkreeg van een nakomeling van de oud-Tilburgers.

    Korte geschiedenis van Nederlanders in de Verenigde Staten (1)
De geschiedenis van de Nederlanders op Amerikaanse bodem gaat inmiddels zo’n vierhonderd jaar terug. In 1609 ontdekte de Engelse kapitein Henry Hudson, die in dienst was van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, de rivier die later naar hem zou worden vernoemd. Als gevolg van deze ontdekking werden er in daaropvolgende jaren handelsposten gesticht en ontstond de kolonie Nieuw-Nederland met Nieuw-Amsterdam als bekendste plaats. Wellicht de bekendste persoon uit die vroege Nederlandse aanwezigheid op Amerikaanse bodem is Peter Stuyvesant, de man met het houten been, die vanaf 1647 als directeur-generaal over Nieuw-Nederland regeerde. Stuyvesant, die eerder gouverneur van Curaçao was geweest, verloor de Nederlandse kolonie in 1664 weliswaar aan de Engelsen, maar dit betekende allerminst het einde van de Nederlandse aanwezigheid in Noord-Amerika. Met name in de jaren veertig van de negentiende eeuw vertrokken veel Nederlanders naar Amerika om daar een nieuw leven op te bouwen. In de staat Wisconsin werd onder leiding van de dominicaan Theodorus van den Broek een katholieke nederzetting gesticht. En in plaatsen als Pella en Orange City in de staat Iowa en Holland in de staat Michigan vestigden zich veel Nederlandse protestanten, met als centrale figuren de dominees Scholte en Van Raalte. Nog steeds herinneren de namen op gevels en in lokale kranten als The Pella Chronicle aan de Nederlandse oorsprong van deze plaatsen. En wat te denken van de tulpfestivals die jaarlijks plaatsvinden, het Delfts blauw in de etalages en de klompen en miniatuurmolens in de schappen van de winkels?

Peter Stuyvesant, vanaf 1647 directeur-generaal over 
Nieuw-Nederland. (Uit: Pieter Stuyvesant an historical 
documentation, Michican, 1957).


    Tilburgse Amerikanen
Ook verschillende Tilburgers, onder wie een aantal geestelijken, zijn in de loop der tijd naar de Verenigde Staten vertrokken. Theodore Knegtel (1845-1915) vertrok naar de staat Wisconsin en was daar in de plaatsen Preble en Little Chute werkzaam als pastoor. F.H. van der Aa ging eind negentiende eeuw als missionaris in het toen nog ruwe gebied van de huidige staat Oklahoma werken, en de in Tilburg geboren jezuïet C.F. Smarius ging al in 1841 naar de Verenigde Staten. Toen Smarius in 1870 overleed, was hij een bij velen geliefde pastoor in Chicago. Hij stond vooral bekend om zijn redenaarstalent en werd daarom ook wel de ‘Lacordaire van Amerika’ genoemd. Een andere Tilburgs-Amerikaanse geestelijke die ik hier wil noemen, is Franciscus Janssens.(2) Janssens werd in 1881 tot bisschop van Natchez (in de staat Mississippi) benoemd en daarna, in 1888, tot aartsbisschop van New Orleans.(3) 
Maar ook een Tilburgse kunstenaar als Charles Verschuuren ging naar de Verenigde Staten. In 1922 vertrok Verschuuren met zijn vrouw en dochtertje naar Cleveland, in de staat Ohio. Al in het daaropvolgende jaar vertrokken de Verschuurens naar New York, alwaar Charles Verschuuren werkzaam werd bij de Brooklyn Daily Eagle.(4) Een recenter en laatste voorbeeld van Tilburgse Amerikanen dat hier wordt gegeven, vormt Robert Brands. Brands vertrok in 1982 naar de Verenigde Staten en werd een succesvol zakenman.(5) 

In 1908 voegden Jan van de Pas en zijn gezin zich bij de vele Nederlanders die de grote oversteek voor hen hadden gemaakt. 

Foto bij huwelijk van Martina van de Pas (dochter van Jan) 
met Joseph Mrnak in 1914, samen met zijn zuster en broer. 
(Coll. Fam. Tollefsrud, Bowman USA).

    Aan boord (6)
Nadat de op 26 oktober 1859 in Boxtel geboren landbouwer Jan (Joannes) van de Pas en zijn vrouw en hun vier kinderen op vrijdag 18 september van Tilburg naar Rotterdam waren afgereisd, brachten zij de nacht door in een hotel van de Holland-Amerika Lijn. Zaterdag de 19e gingen zij samen met zo’n 600 andere passagiers aan boord van het schip dat hen van Rotterdam naar New York zou brengen. Dit echter pas nadat hun gezondheid door een arts in orde was bevonden. Om 8 uur ‘s ochtends vertrok het schip. Jan en zijn in 1861 in Hilvarenbeek geboren vrouw Elizabeth deelden met hun twee dochters Maria Catharina (*1895) en Martina (*1896) een hut. De twee zoons, Johannes Cornelius (*1891) en Theodorus (*1893)(7) , werden in een andere hut ondergebracht. De verwachtingen van het nieuwe vaderland waren hooggespannen bij het gezin. ‘Allen die meer in Amerika zijn geweest, verklaren eenparig dat het voor den boer in Amerika beter is dan in Holland en mijne vrienden in het vaderland, meenen dan ook dat ik eene goede toekomst tegemoet ga’, schreef Jan van de Pas in zijn reisverslag. De overtocht verliep voorspoedig. De sfeer onder de passagiers was goed, er was muziek op de boot, op het dek was genoeg ruimte om de benen eens flink te strekken en Jan ontmoette verschillende ‘praktische personen’. Niets lijkt een goede toekomst voor het gezin - maar vooral voor de kinderen, want hun toekomstig welzijn is het voornaamste doel van het vertrek - in de weg te staan.

    Bowman, North Dakota
Tien dagen nadat de kade van Rotterdam was verlaten, krijgen de oud-Tilburgers, wanneer zij ‘s ochtends op het dek verschijnen, de Amerikaanse kust in zicht. ‘Om 9 uur voormiddags lag onze “Statendam” voor de wereldstad New-York’, schrijft Jan. Vol verwondering over de schoonheid van het landschap stapt men op 29 september 1908 aan wal. Nadat de bagage is onderzocht en zij op Ellis Island wederom een medische controle hebben ondergaan, kan het gezin Van de Pas ‘s avonds de reis per trein voortzetten. Plaats van bestemming is Bowman, in het uiterste zuidwesten van de staat North Dakota. Als Jan op de ochtend van 30 september door het raampje van zijn compartiment kijkt, is hij overweldigd door de enorme bossen en bomen, ‘zooals ik ze nog nooit had gezien en heuvelen hooger dan de hoogste torens en huizen van Tilburg’. Na Montreal achter zich te hebben gelaten en via Sault St. Marie tussen de Grote Meren door te zijn gereisd, doorkruist men de staten Wisconsin en Minnesota en komt de familie Van de Pas via South Dakota in de staat North Dakota aan. Op 4 oktober 1908(8) arriveren de nieuwbakken Amerikanen om 5 uur ‘s middags dan eindelijk in hun nieuwe woonplaats Bowman. Deze plaats is op dat moment nog maar recent tot ‘hoofdstad’ van Bowman County benoemd.(9) 

    Amerikaans staatsburger
Op 14 december, twee maanden nadat hij met zijn gezin in Bowman is gearriveerd, dient Jan zijn intentieverklaring om Amerikaans staatsburger te worden in. Op het formulier verklaart hij: ‘It is my bona fide intention to renounce forever all allegiance and fidelity to any foreign prince, potentate, state, or sovereignty, and particularly to Wilhelmina, Queen of the Netherlands, of which I am now a subject. (…) I am not an anarchist; I am not a polygamist nor a believer in the practice of polygamy; and it is my intention in good faith to become a citizen of the United States of America and to permanently reside therein: So help me God.’ 

Er gingen vaak jaren voorbij voordat men de eigen nationaliteit voor het Amerikaans staatsburgerschap verruilde. In Jans geval zou het zo’n zes jaar duren. Op 10 november 1914 legt Jan een eed af waarin hij trouw belooft aan de Amerikaanse wetten en aan de US Constitution en dat hij deze zal beschermen tegen ‘all enemies, foreign and domestic’. De voormalige Tilburger is dan officieel Amerikaans staatsburger.(10) 


Foto bij het huwelijk van Cornelis (Neil) van de Pas 
(zoon van Jan) met Lilian Mrnak met op de achtergrond 
zijn zus Martina en Joseph Mrnak. (Coll. Fam. Tollefsrud, 
Bowman USA).

    Na het eerste jaar
Nadat de familie Van de Pas een jaar in de Verenigde Staten heeft doorgebracht, laat Jan zijn oud-stadgenoten in Nederland weer iets van zich horen. Het blijkt het gezin in North Dakota goed te gaan. Jan en zijn gezin hebben voor de prijs van 3000 dollar een boerderij van 64 hectare(11) gekocht, terwijl zij in Tilburg een boerderij van slechts 8 hectare huurden. Zij bezitten een veestapel, waaronder enkele melkkoeien. De melk die de koeien leveren, wordt dagelijks naar de stad gebracht, alwaar zij onder meer verkocht wordt aan hotels. Daarnaast verbouwt Jan onder andere maïs, aardappelen, tarwe en gerst. 
Ook over de mensen bij wie hij in de buurt woont is Jan zeer te spreken. ‘Ik woon hier een klein half uurtje van ‘t station in de vlug opkomende stad Bowman, onder een goed ontwikkeld en beschaafd volk en een gezond klimaat.’ Wat we precies onder ‘vlug opkomende stad’ moeten verstaan, is echter niet helemaal duidelijk. Er waren in Bowman wat onderneminkjes, waaronder een bank en een drogisterij, maar voor grotere boodschappen moest men vaak naar de plaats Dickinson.(12) Het inwonertal van de plaats liep ook zeker niet in de duizenden, maar zal wellicht rond de 400 hebben gelegen.(13) Overigens zullen er ook niet veel andere oud-Nederlanders, laat staan oud-Tilburgers, in de omgeving hebben gewoond. Terwijl een plaats als Little Chute in de staat Wisconsin anno 2004 nog steeds bekendstaat om de vele katholieke Brabanders die zich er vanaf het midden van de negentiende eeuw hebben gevestigd, heeft North Dakota zo’n kolonisatie van katholieke Brabanders nooit gekend. Naar het zich laat aanzien staat het gezin Van de Pas dan ook op zichzelf en maakt het geen deel uit van een groepsgewijze vestiging.(14) 

Hoe het ook zij, het leven in de Verenigde Staten bevalt Jan van de Pas prima en hij raadt zijn collega-boeren in Tilburg van harte aan om ook in de V.S. hun geluk te komen beproeven. De grond is er immers goed en goedkoop en de overheid steunt de boeren middels gunstige maatregelen. Bovendien, de werkzaamheden zijn in Amerika veel ‘gemakkelijker en plezieriger’ dan in Nederland, aangezien in de Verenigde Staten ‘alles gedaan wordt met moderne machines. Men heeft ook niet die tobberij en dure zorg voor de mest.’ De vrouwen hebben het in de Verenigde Staten volgens Jan ook veel makkelijker dan in Noord-Brabant. In vergelijking met de vrouwen in Amerika leiden de Brabantse vrouwen voor een groot deel het bestaan van slavinnen, meent Jan. In Amerika hoeven de vrouwen geen zwaar werk op het veld te verrichten, maar beperken hun taken zich tot de huishoudelijke werkzaamheden. ‘Koken, bakken en braden, dat kennen ze uitstekend, en lekker en fijntjes, hoor.’
Nee, spijt dat hij zijn leven in Tilburg heeft verruild voor een bestaan op de prairie van North Dakota heeft Jan - in de V.S. John geheten - in het geheel niet. Hij heeft enkel spijt dat hij niet twintig jaar eerder een oversteek over de Atlantische Oceaan heeft gemaakt.(15) 

De zusters Catharina en Martina van de Pas (dochters
 van Jan). (Coll. Fam. Tollefsrud, Bowman USA).

    Bericht van een nazaat
Jan en zijn echtgenote Elizabeth hebben slechts zo’n zeven jaar samen van hun nieuwe leven in de Verenigde Staten kunnen genieten. Volgens Mary Ann Tollefsrud (*1931), een kleindochter van Jan en Elizabeth van de Pas, die anno 2004 nog steeds in Bowman, North Dakota woont en van wie de auteur van dit artikel verschillende brieven ontving, overleed Elizabeth op 15 juli 1916 en Jan op 1 december 1918. Na hun overlijden nam de oudste zoon Cornelius - in de Verenigde Staten Neil genoemd - de boerderij over. Tot begin jaren twintig; toen werd de boerderij verkocht. 
Drie van de vier kinderen van Jan en Elizabeth van de Pas bereikten respectabele leeftijden. Zij trouwden en kregen kinderen. Desalniettemin is hun verhaal op momenten een schokkend relaas, vooral wanneer men bedenkt dat, zoals al eerder aangegeven, Jans voornaamste reden om Tilburg te verlaten was dat hij voor een goede toekomst van zijn kinderen wilde zorgen. Van mevrouw Tollefsrud komen we te weten wat er met de kinderen Van de Pas - dus mevrouw Tollefsruds moeder, ooms en tante - gebeurde. De navolgende informatie is afkomstig uit de brieven die de auteur van dit artikel van haar ontving.

Theodore, Jan en Elizabeths jongste zoon, kreeg met zijn vrouw Ruth acht kinderen. Aan zijn nog jonge leven - hij was nog maar begin dertig - kwam in 1927 echter op verschrikkelijke wijze een einde. Normaal gesproken werkte hij voor andere boeren, maar op een kwade dag in 1927 was hij in een kolenmijn aan het werk. Er vond een explosie plaats, waarbij Theodore om het leven kwam. Theodores twee jaar oudere broer Cornelius trouwde in mei 1916 met Lillian Mrnak. Lillian en Cornelius kregen samen vier kinderen. In mei 1977 overleed Cornelius op hoge leeftijd. Toen Katherine, de oudste dochter van Jan en Elizabeth, met haar echtgenoot Ray op weg was naar de begrafenis van haar broer Cornelius, overnachtten ze in een motel. Op een gegeven moment werd er in hun motelkamer ingebroken. Katherine en haar man werden van hun geld en hun auto beroofd. Helaas bleef het hier niet bij: Katherine van de Pas en haar echtgenoot werden bij de beroving om het leven gebracht. 

De familie Tollefsrud. Onder de kleindochter van Jan van de Pas, Mary Ann Tollefsrud (1931-2004) en 
haar gezin in Bowman. (Coll. Fam. Tollefsrud, Bowman USA).


De moeder van Mary Ann Tollefsrud, Martina van de Pas, Jan en Elizabeths jongste dochter, trouwde op 16 april 1917 met Joseph Mrnak.(16) Joseph (*1892) was een afstammeling van Tsjechische immigranten die in de negentiende eeuw naar de Verenigde Staten waren gekomen. Samen hadden Martina en Joseph zes kinderen: vier zoons (Vincent, Reynold, Roger en Ted) en twee dochters (Mary Ann en Mary). Laatstgenoemde werd door Martina en Joseph geadopteerd toen zij tien jaar oud was. 
Martina heeft het gruwelijke dat haar zus Katherine en Ray, Katherines echtgenoot, overkwam niet meer hoeven meemaken: zij overleed als zeventiger in mei 1968, zestig jaar nadat zij met haar ouders, zus en twee broers Tilburg had verlaten en de Atlantische Oceaan was overgestoken, ‘eene goede toekomst tegemoet’.

    Een laatste bericht
Op 3 april 2004 ging er weer een schrijven van de auteur richting Bowman, North Dakota. Wederom was er een aantal vragen die mevrouw Tollefsrud misschien zou kunnen beantwoorden. Het antwoord bleef echter uit. Tot ik op 2 juni 2004 weer een brief uit North Dakota in de brievenbus vond. Ditmaal was het schrijven echter niet van mevrouw Tollefsrud, maar van een van haar dochters: ‘Dear sir, I regret to inform you that Mary Ann Tollefsrud (my mother) is now deceased.’ 
De kleindochter van Jan en Elizabeth van de Pas - Amerikanen uit Tilburg - was op 24 april 2004 na een ziekbed van enkele weken op 72-jarige leeftijd overleden. Met enthousiasme en met interesse voor het Tilburgse gedeelte van haar familiegeschiedenis heeft zij bijgedragen aan de totstandkoming van dit artikel.(17) 

Replica van een Nederlandse windmolen in Pella, 
Iowa. Deze plaats werd in 1847 door de Nederlanders 
gesticht. (Coll. Jeroen Ketelaars).

* Drs. Jeroen Ketelaars (1977) studeerde Engels aan Fontys Hogescholen Tilburg en Amerikanistiek aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Hij is werkzaam aan het Schoordijk Instituut, het onderzoeksinstituut van de rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg, en studeert rechten. Hij publiceerde eerder twee artikelen in dit tijdschrift. 


    Noten 
(1)
Vanzelfsprekend is hier slechts sprake van een zéér beknopte behandeling van de geschiedenis van de Nederlandse aanwezigheid op Amerikaanse bodem. Gezien het Tilburgse karakter van dit artikel is het mijns inziens niet zinvol om daar nu uitvoeriger op in te gaan. Voor geïnteresseerden zijn er over dit onderwerp vele boeken en artikelen beschikbaar. Verwezen wordt naar de werken van onder meer de volgende auteurs: Jacob van Hinte, Gerald F. de Jong, Hans Krabbendam, Henry S. Lucas, Walter Lagerwey, Lucas Ligtenberg, H.A.V.M. van Stekelenburg (wiens drieluik over emigratie van Noord-Brabanders naar de V.S. werd uitgegeven door de Stichting Zuidelijk Historisch Contact) en Robert P. Swierenga. 
(2) Zie over mgr. Janssens: Annemarie Kasteel, Francis Janssens 1843-1897. A Dutch American Prelate, Lafayette, 1992. Een beknoptere Janssens-biografie, eveneens van de hand van Annemarie Kasteel, is te vinden in: P. Timmermans e.a. (red.), Brabantse biografieën 5, ’s-Hertogenbosch, 1999, p. 52-57.
(3) Behalve Knegtel, Van der Aa, Smarius en Janssens zijn er in de 19e eeuw en in het begin van de 20e eeuw verschillende andere Tilburgse geestelijken naar de Verenigde Staten vertrokken. Het is mijn bedoeling om in een toekomstige publicatie uitgebreider in te gaan op deze groep. 
(4) Joep Eijkens, ‘Charles Verschuuren (1891-1955). Kunstschilder en illustrator’, in: J. Brouwers e.a. (red.), Brabantse Biografieën 6, ‘s-Hertogenbosch, 2003, p. 154-155.
(5) Karel Beckmans, ‘Brands succesvol met handpompjes Airspray’, Brabants Dagblad, 11 maart 2004.
(6) De informatie in deze en de navolgende paragraaf is grotendeels afkomstig uit het reisverslag van Jan van de Pas, dat op 27 oktober 1908 in de Tilburgse Courant werd afgedrukt. 
(7) Namen en geboortejaren: Regionaal Archief Tilburg, Bevolkingsregister 1900-1910, deel 17, blad 17.
(8) Op Jans naturalisatiedocumenten staat 3 oktober vermeld. Dit komt echter niet overeen met het tijdspad in Jans reisverslag.
(9) In North Dakota. A Guide to the Northern Prairie State (American Guide Series, 2e druk, 1950), lezen we: ‘[Bowman] won the county seat election in a bitter fight with Atkinson (later Griffin) in 1907, and in January 1908 was given its present name’ (p. 218). 
(10) Kopieën van de naturalisatiedocumenten werden verkregen van de State Historical Society of North Dakota, gevestigd te Bismarck, North Dakota. 
(11) Op grond van de ‘Homestead Act’ van 1862 en daaropvolgende wetten konden kolonisten tegen aantrekkelijke voorwaarden - zoals: minstens vijf jaar op het land wonen en het bebouwen - stukken grond van zo’n 64 hectare (160 ‘acres’, ofwel een ‘quarter section’, een kwartsectie van 640 ‘acres’), de ‘homesteads’, in hun bezit krijgen. (H. van Stekelenburg, “Hier is alles vooruitgang”, Tilburg, 1996, p. 29). Jans stuk grond heeft de oppervlakte van zo’n ‘homestead’. 
(12) Mededeling van Mary Ann Tollefsrud, Bowman, North Dakota. Brief aan de auteur, d.d. 19 februari 2004.
(13) De website van het North Dakota State Data Center geeft voor de periode 1920-2000 de volgende inwonertallen: 1920: 767; 1930: 888; 1940: 967; 1950: 1382; 1960: 1730; 1970: 1762; 1980: 2071; 1990: 1741; 2000: 1600. Zie: www.ndsu.nodak.edu/sdc/data/census.htm#cityplace (ga naar ‘City/Place, Township, Tract’ en vervolgens naar ‘Total Population for North Dakota Cities: 1920 to 2000’. In 2000 werd in de Verenigde Staten de meest recente ‘census’ (volkstelling) gehouden. De site werd voor het laatst bezocht op 7 november 2004. Bij de census van 1910 - de oudste census waarin het inwonertal van Bowman is opgenomen - telde Bowman 481 inwoners (Mededelingen van Karen Olson, ‘information specialist’ aan het North Dakota State Data Center, gevestigd te Fargo, North Dakota, 8 en 12 april 2004). 
(14) Dit roept de vraag op hoe het gezin Van de Pas ertoe is gekomen om naar het gehucht Bowman te gaan. In zijn brief van 12 november 1909, afgedrukt in de Tilburgse Courant van 11 januari 1910, schrijft Jan dat hij naar Bowman is gegaan op aanraden van ene pastoor Van den Heuvel, die op het moment dat Jan de brief schrijft in Uden verblijft. Echter, er waren verschillende aan Uden verbonden ‘pastoors Van den Heuvel’ actief als wervers van katholieke emigranten voor kolonisatiemaatschappijen. Waarschijnlijk betreft het hier Johannes ‘John’ van den Heuvel. Henk van Stekelenburg schrijft: ‘Father John van den Heuvel had (…) in België en Nederland emigranten geworven voor Noord-Dakota en was in 1909 zeer actief in de Montana-Holland Colonization Company’ (H. van Stekelenburg, “Hier is alles vooruitgang”, Tilburg, 1996, p. 62). Voor de rol die geestelijken speelden bij emigratie van katholieke Brabanders naar de V.S. wordt verwezen naar voornoemd boek van H. van Stekelenburg. 
(15) Deze paragraaf is bijna volledig ontleend aan de brief van Jan van de Pas, d.d. 12 november 1909, afgedrukt in de Tilburgse Courant van 11 januari 1910.
(16) Joseph Mrnak is een broer van Lillian Mrnak.
(17) Drie broers van Mary Ann - Vincent, Reynold en Roger - waren al overleden, evenals hun geadopteerde zus Mary. Eén broer van Mary Ann woont op het moment van schrijven (juni 2004) in Rapid City, South Dakota. Wellicht kan hij nog informatie geven over zijn Tilburgse moeder en grootouders, maar ik ben (nog) niet met hem in contact gekomen.