| 461. Enige notities bij het gedenkboek van Longa | |||
|
Titel: |
Enige notities bij het gedenkboek van Longa |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Henk van Doremalen |
|
Jaargang: |
XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
65-67 |
Anders dan in Engeland is sporthistorie nog wat ondergewaardeerd in Nederland. Wanneer er over andere vormen van ontspanning, vermaak of vrijetijdsbesteding geschreven wordt - zoals bijvoorbeeld cultuur - dan is dat een serieus onderwerp, zodra het sport wordt, is het hobby. Wie sporthistorie wil schrijven tegen de achtergrond van de maatschapppelijke ontwikkelingen begeeft zich al helemaal op glad ijs. Feitjes, anecdotes en veel gegevens willen de sportliefhebbers hebben. De meeste gedenkboeken van sportverenigingen voldoen daar aardig aan. Meestal komt men niet veel verder dan wat nostalgische herinneringen, die al snel naar het heden toe worden geschreven, waarin het uiteraard alerte huidige bestuur haar zaakjes goed voor elkaar heeft. Met geschiedschrijving heeft dat weinig te maken. Zo af en toe verschijnt er een werk dat boven het gemiddelde uitsteekt en dat behalve nostalgisch of leuk ook een bijdrage levert aan de lokale of regionale geschiedenis. Het Longagedenkboek is zo'n produkt.
Toen ik als jongetje de krant ging spellen en ook de sport bijhield, was Feijenoord de grote naam in het Nederlandse voetbal. Willem II en Noad speelden er weleens tegen en dan zat het sportpark behoorlijk vol. Ook Longa speelde toen betaald voetbal, maar wedstrijden tegen Feijenoord of Ajax kon ik me niet voor de geest halen. Longa kwam uit in de toen nog bestaande tweede divisie, ondermeer tegen ploegen als Rigtersbleek en Zwartemeer. Dat was letterlijk in een uithoek van Nederland. Vooral Zwartemeer in het Drentse veengebied lag in mijn belevingswereld nagenoeg onbereikbaar. Dat Longa, vanuit haar knusse stadionnetje aan de Spoordijk, daar helemaal naar toe moest!
Zo zal iedereen wel bepaalde associaties hebben als hij het fraaie gedenkboek 'Longa 75 jaar zwart-wit'
doorbladert. Niet zomaar een boekje, maar een uitermate fraai verzorgd boek, waar de samenstellers zichtbaar veel werk aan hebben verricht en dat een flinke bijdrage levert aan de Tilburgse sportgeschiedenis. De auteurs stellen zich met hun aanpak ook bloot aan wat meer kritiek, want alle gegevens controleren was natuurlijk een onmogelijke opgave. Als buitenstaander en historicus kijk ik zeker ook met andere (en meer kritische) ogen dan als sportliefhebber of als een lid of supporter van Longa.
Een van de zaken waarmee de samenstellers van het boek het zich niet eenvoudig hebben gemaakt is het in cijfers vastleggen van de voetbalresultaten van het hoogste standaardelftal. Een lastig karwei waarin ze heel behoorlijk zijn geslaagd. Met wat speurwerk zijn ook de ontbrekende gegevens op de pagina's 118 tot en met 131 grotendeels te achterhalen. Om bijvoorbeeld de competitieresultaten van de hoofdklasse 1980 te weten te komen, hoeven slechts een beperkt aantal maandagkranten te worden doorgenomen. Ik geef toe, je moet er tijd voor hebben, maar de bron ligt zowel op de Openbare Bibliotheek als op het Gemeentearchief voorhanden.
Het overzicht van de bekerwinst van Longa in 1926 roept de vraag op waar Noad en Willem II in die bekerstrijd waren. Ze komen niet in het schema voor. Al eerder ontdekte ik dat inschrijven voor de NVB-beker in die jaren geen vanzelfsprekendheid was. Het meest glorieuse moment uit de Longa-historie is er niet minder om: als tweede klasser de nationale voetbalbeker veroveren. Naast de bekerwinst en de promotie naar de hoogste klasse mag het behalen van de zuidelijke titel in 1944 als een ander hoogtepunt gekenschetst worden. Die titelstrijd wordt uitvoerig beschreven, terwijl de aansluitende strijd om de nationale titel mager wordt belicht.
Dat Longa - tot voor kort - nog nooit gedegradeerd was zal menigeen verbazen. De invoering van het betaald voetbal ging in Nederland gepaard met het samen laten smelten van de voorheen regionale eerste klassen, die met enkele sprongen overgingen in eredivisie, eerste en tweede divisie. Longa kwam daarbij uiteindelijk in de tweede divisie terecht, eenvoudigweg omdat het zich niet plaatste voor de hogere klasse. Ook de terugkeer naar de amateurs ging - anders dan bij Noad - op vrijwillige basis. Dus geen degradatie. Dat deze fraaie traditie nu juist in het jubileumjaar doorbroken werd, is bijzonder jammer.
Ik vond het heel opvallend dat het gedenkboek van Henk Pellikaans vereniging Longa er ook niet in geslaagd is een actiefoto uit zijn actieve voetbalperiode te produceren. Bij het samenstellen van de sportaflevering van
'Ach Lieve Tijd' (waar in veel minder pagina's ALLE sporten aan de orde moesten komen) stuitte ik op het probleem dat op het toch voortreffelijk uitgeruste Gemeentearchief geen enkele foto van een van Tilburgs beroemdste voetballers uit de amateurjaren voorhanden was. Bij Longa had men in ieder geval een aantal elftalfoto's waarop de Tilburgse voetballer met de meeste interlands op zijn naam terug te vinden was.
Wat de oorlogsjaren betreft heb ik meerdere keren het verhaal over razzia's bij het Longaterrein gehoord, waarbij jonge mannen in het kanaal sprongen om aan de Grüne Polizei te ontkomen. In de door de auteurs geraadpleegde Longakringen is het blijkbaar niet bekend. Maar waar komt zo'n verhaal dan vandaan?
Het onderwerp betaling/onkostenvergoeding - gebruikelijk in de top van de amateurs - wordt angstvallig (en begrijpelijk voor verenigingsmensen) gemeden. Het onderwerp is blijkbaar te hekel en te recent, maar daarom niet minder interessant. Misschien dat de geschiedschrijver van het 100-jarig bestaan er zich aan durft te wagen.
Bij de beschrijving van de strijd om het RK predikaat die een aantal pagina's beslaat en eind jaren veertig bijna tot een flinke crisis leidde, mis ik het verhaal uit de beginperiode van Longa. Waarom is toen niet voor RK gekozen? Juist Ruud de Grood en A(ntoon) van den Dobbelsteen trokken in die jaren fel aan de verenigingen om RK voetbal te bedrijven. Je stond in die tijd - begin jaren twintig - voor de keuze voetballen in de NVB waar de betere clubs en spelers zaten of RK voetbal bedrijven. Uit het gedenkboek valt niet op te maken of dat probleem ook bij Longa gespeeld heeft.
Helaas sluipen in een boek met zoveel namen en foto's ook wat slordigheden. Als ik me beperk tot mensen die ik persoonlijk ken, dan zie ik Frans van Haaren als Verhaaren vermeld en wordt Jac de Beer Jan de Beer genoemd. Dat namen bij foto's onontbeerlijk zijn om ze enige historische waarde te geven zal bij de meeste lezers van dit tijdschrift wel bekend zijn. De auteurs van het boek zijn daar niet in alle opzichten in geslaagd. Zo'n werk is ook uiterst moeizaam. Hoe gaat zoiets. Frans Verbunt merkte bij een foto over zwemmen in het Baksch Ven, die afgebeeld stond in
'Ach Lieve Tijd' ooit op, dat hij wist dat daar Andreas Meulenbroek op stond met zijn zoontje Dre. Leuk en correct, maar wij hadden een andere aantekening. Ik wil maar zeggen, dat eenmaal verkeerd aangegeven namen een eigen leven gaan lijden en later nauwelijks meer te corrigeren zijn. Schrijvers van gedenkboekjes doen er daarom goed aan weg te laten wat men niet zeker weet of er in ieder geval twijfel over uit te spreken. Als verenigingsmensen de namen niet meer kunnen achterhalen dan zijn de mogelijkheden vrijwel uitgeput. Om die reden is het jammer dan niet alle foto's van namen konden worden voorzien. Het zal nu vermoedelijk nooit meer gebeuren.
Wellicht overbodig om nog eens te zeggen, maar ik beschouw het werk dat de samenstellers van het Longagedenkboek hebben verricht, ondanks de genoemde kritiekpunten als een welkome aanvulling voor de Tilburgse historie.
Jacques Herijgers en Hans van Os (red.), Longa 75 jaar zwart-wit, Tilburg, T.S.V. LONGA, 1995, 131 blz., geb., geďll.




