| 472. Nieuwe straatnamen III | |||
|
Titel: |
Nieuwe straatnamen III |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Jaargang: |
X (1992) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
45-49 |
In 1991 en 1992 werden door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tilburg, op advies van de technische adviescommissie voor de straatnaamgeving, repectievelijk de 89e en het 90e aanvulling van het straatnamenbesluit uit 1926 vastgesteld, met totaal 84 nieuwe
straatnamen.(1) Onderstaand artikel is het derde in de serie 'Nieuwe straatnamen' dat in dit blad verschijnt als supplement op het in 1987 verschenen boek
'De straten van Tilburg'.(2)
Reeshof en Vossenberg
In de woonwijk Reeshof, waar tot nu toe alle straatnamen genoemd zijn naar Nederlandse steden beginnend met de letters D, G en H, is men bij de L en de M aanbeland. In het plan Hoge Witsie zijn dat de navolgende straten: Lombardijenlaan, Luxwoudestraat, Lunterenstraat, Lissestraat, Liefkenshoekstraat, Liefkenshoekpad, Liesveldstraat, Lonnekerstraat, Limmenstraat, Leidschendamstraat, Ledeackerstraat, Leersumstraat, Leimuidenstraat, Lexmondstraat, Lankhorstpad, Leekstraat, Lemmerstraat en de Lochemstraat. In het plan de Kievit zijn dat de straten: Loosduinenstraat, Loosduinenhof, Leendestraat, Lichtenvoordestraat, Lobithstraat, Lemsterlandstraat, Luijksgestelstraat, Middendorpstraat, Meerssenstraat, Maalbergenstraat, Millingenstraat, Maasbreestraat, Loosdorpstraat, Middenhofstraat, Middenschouwenstraat, Mierlostraat (licht te verwarren met de op het terrein van de voormalige Energiebedrijven in 1987 genoemde Van Mierlostraat), Mierloplein, Mierlopad, Menterwoldestraat, Markelostraat, Middelharnisstraat, Mariekerkestraat, Markenstraat en Medemblikpad.
Slechts een straatnaam in dit gebied is naar een oud toponiem genoemd: de Hoge Witsiestraat. Sinds 1950 was er reeds een straatnaam Hoge Witsie. Het uitgestrekte moerassig gebied de Witzy komt al op de manuscriptkaart van Diederik Zijnen uit 1760 voor. De kadasterkaart van 1832 maakt melding van een ven dat de naam Hoge Witzie draagt.
De omschrijving van de loop van de volgende straten in de Reeshof is gewijzigd: Luxwoudestraat, Leidschendamstraat en de Dubbeldamstraat, en in het Huibeven zijn er nog twee nieuwe straten bijgekomen: Dubbeldampad en Donkhof.
Op het bedrijventerrein Vossenberg zijn veertien nieuwe straten genoemd naar Griekse goden en godinnen: Hermesstraat, Apollostraat, Herastraat, Persephonéstraat, Poseidonpad, Aphroditestraat, Hestiastraat, Zeusstraat, Aresstraat, Pallasstraat, Prometheusstraat, Kronosstraat, Heliosstraat en Heraclesstraat.
Verspreid over de stad
Over de stad verspreid zijn nieuwe straten ontstaan die namen kregen welke aansluiten op de straatnamen in de directe omgeving. Het zijn: Voetboogplein en Kruisboogstraat (attributen van de schuttersgilden), Gaasterlandstraat (streek in Friesland), Dillepad en Marjoleinhof (kruiden), Observantenhof (oorspronkelijk kloosterorde van de franciscanen, sedert 1897 franciscanen of minderbroeders), Hultensepad (pad vanaf de Reeshofdijk zuidwestwaarts richting Hulten), Galeipad (nabij Klipperplein), Kasteel Rhoonhof (kastelenbuurt), Jan Wierhof (medicus Jan Wier, 1515-1588), Van Brakelpad (Nederlandse zeeofficier Jan van Brakel, 1618-1690), Monteverdistraat, Monteverdipad en Landinipad (Componistenbuurt), genoemd naar respectievelijk de Italiaanse componisten Claudio Monteverdi (1567-1643) en Francesco Landini of Landino (ca. 1330-1397).
Kromhoutterrein
Op het terrein van de voormalige Kromhoutkazerne zijn vier straten naar vrouwelijke schilders genoemd. In 1989 verzocht de Tilburgse Emancipatiecommissie om bij het geven van nieuwe straatnamen meer aandacht te schenken aan namen van vrouwen. Sindsdien zijn er 21 straten naar vrouwen genoemd. Totaal komt men in Tilburg nu op 56 straten die naar vrouwen zijn genoemd, inclusief de straatnamen naar vier Griekse godinnen: Aphrodite, Hera, Hestia en Persephoné.(3)
De Coba Ritsemastraat en de Lizzy Ansinghhof zijn genoemd naar de schilderessen Coba Ritsema (1876-1961) en Lizzy Ansingh (1875-1959), die beiden behoorden tot de groep van de zogeheten 'Amsterdamse Joffers'. Deze laatste kreeg les van haar uit Amsterdam afkomstige tante Thérèse Schwartze (1851-1918), die ook een straatnaam kreeg, de Thérèse
Schwartzestraat.

Henriëtte Ronner-Knip (1821-1909). Zogenaamde fotogravure uit:
John Gram, 'Henriëtte Ronner en hare kunst' (Leiden, 1893).
(coll. Ronald Peeters, Tilburg).
De vierde schilderes die met een straatnaam werd vereerd, is Henriëtte Ronner. Aardig detail is, dat dicht bij deze straat de Nicolaas Knipstraat ligt, genoemd naar de in Tilburg gewoond hebbende kunstschilder Nicolaas Frederik Knip (1741-1808), die haar grootvader
was.(4) Henritte Knip werd op 31 mei 1821 te Amsterdam geboren als tweede kind van kunstschilder Josephus Augustus Knip (Tilburg 1777 - Berlicum 1847) en Cornelia van Leeuwen (1790-?). Zij kreeg les van haar vader, en woonde achtereenvolgens in 's-Hertogenboch, Parijs, 's-Gravenhage, Beek bij Nijmegen en Berlicum. Na de dood van haar vader vertrok zij naar Brussel.
Een van haar eerste werken dateert uit 1835. Zij is dan veertien jaar. Samen met haar broer August schilderde zij het olieverfschilderij getiteld 'De boerderij van Zijne K.H. de Prins van Oranje bij Tilburg', de schaapskooi aan de
Koningshoeven.(5) Het meest bekend is zij toch geworden als honden- en kattenschilderes. In 1850 huwde zij Feico Ronner (ca. 1817-1883) en verhuisde toen voorgoed naar België. Eerst woonde zij in Brussel, en vanaf 1878 tot haar dood in 1909 in de Brusselse voorstad Elsene.

Het wachtgebouw van de Kromhoutkazerne omstreeks 1915. Op de
achtergrond de watertoren aan de Bredaseweg.
(coll. RHC Tilburg).
De vijfde straatnaam op het terrein is het Kromhoutpark, genoemd naar de tot voor kort daar gestaan hebbende Kromhoutkazerne. De kazerne dateerde van 1913, aanvankelijk was er het 2e regiment Huzaren gelegerd, en sinds 1922 was de kazerne artillerie-paardendepot. In 1935 kreeg de kazerne de naam Generaal-majoor Kromhoutkazerne, naar generaal-majoor Joachim Hendrik Kromhout (1835-1897). Van 1971 tot in 1988 was er de Militaire Rijschool Tilburg in
gevestigd.(6)
Frater Paulussehof
Het parkeerterrein nabij de Schoolstraat en Vincentiusstraat heet voortaan Frater Paulussehof. Gerardus Poulusse (en niet Paulusse) werd geboren te Tilburg op 26 juli 1822 als zoon van Adrianus Poulusse en Maria Antonia van den Houdt. Hij trad op 2 februari 1846 in de pas opgerichte (1844) congregatie van de Fraters van Tilburg. Reeds spoedig werd frater Maria Antonius Poulusse, zoals zijn kloosternaam voluit luidt, econoom en later algemeen procurator van de congregatie. Op 7 februari 1852 werd hij als algemeen procurator overgeplaatst naar de Ruwenberg te St. Michielsgestel. Hij is nauw betrokken geweest bij onder andere de uitbreidingen en nieuwbouw van de Ruwenberg en het moederhuis te Tilburg, de bouw van het blindeninstituut te Grave (1859) en de St. Vincentiuskerk aan de Gasthuisstraat te Tilburg (1861). Ook was hij bouwmeester van de fraterhuizen in Maaseik (1851) en 's-Hertogenbosch (1867). Frater Antonius was goed bevriend met mgr. Joannes Zwijsen. In 1880 werd hij wegens ziekte naar Tilburg overgebracht, waar hij in het fraterhuis aan de Gasthuisstraat op 25 november 1881 is
overleden.(7)

Bidprentje frater Antonius Poulusse. (Coll.
RHC Tilburg).
Wethouder van Ierlantstraat
Petrus Antonius Franciscus ('Piet') van Ierlant werd op 26 februari 1897 geboren aan het Lieve-Vrouweplein te Tilburg, waar zijn moeder modiste was. In 1900 verhuisde de familie naar de Besterd. Zijn moeder leidde een modezaak, en zijn vader bouwde in de Besterd café Antverpia. Na de lagere school deed hij zijn gymnasiale studies bij de Franse Lazaristen in Wernhout bij Zundert. Na vier jaar begon hij in Tilburg aan enkele handelscursussen. Na aanvankelijk boekhouder te zijn geweest, werd hij bedrijfsleider in een hoedenfabriek. In deze branche is hij zijn hele leven gebleven. Zijn eigen zaak begon hij in 1923.
In 1928 werd hij lid van de plaatselijke handelsvereniging. In 1930 werd hij administrateur, en in 1934 secretaris van de R.K. Middenstandsbond te Tilburg. In 1964 nam hij daarvan afscheid als 2e secretaris.
Vanaf 1936 was hij lid van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Tilburg en omstreken. Na de oorlog werd hij daarvan ondervoorzitter.

Piet van Ierlant (1897-1973) in 1958.
(coll. RHC Tilburg).
Hij werd in 1938 lid van de KVP in de gemeenteraad als belangenbehartiger van de middenstand. In 1954 werd hij tot wethouder gekozen, met in zijn portefeuille: lichamelijke opvoeding, sport en huisvesting. Ook zaken met betrekking tot de middenstand berustten onder hem. Onder zijn bewind als wethouder van sportzaken werd in Tilburg voor meer dan vijf miljoen gulden in sportaccommodaties geïnvesteerd. In 1961 nam hij afscheid als wethouder.
In 1958 werd hij lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant. Andere belangrijke functies van Van Ierlant: hoofdbestuurslid van het Waterschap De Dommel, jagerslid van de Wildschadecommissie van Noord-Brabant, secretaris van de Middenstands-handelsavondschool (mede-oprichter in 1937) en bestuurslid van het Oranje-comité.
Piet van Ierlant werd vooral bekend in de wielrennerij. In de jaren dertig was hij een van 's werelds meest vooraanstaande wielermanagers, die contracten regelde voor renners als de Tilburger Jan Pijnenburg, Cor Wals, Wim van Est, Slaats en Braspenninx. Na de Tweede Wereldoorlog was hij de grote man achter de Nederlandse deelname aan de Tour de France. In 1950 begeleidde hij de Nederlandse ploeg onder leiding van Jan Pijnenburg, en in 1951 die onder leiding van Kees Pellenaars.
Piet van Ierlant overleed te Tilburg op 27 november 1973. Hij kreeg een straatnaam in de wethoudersbuurt aan de
Ringbaan-Zuid.(8)
Jan van Gestelstraat
De Jan van Gestelstraat, lopende vanaf de Reitse Hoevenstraat oostwaarts tot aan de Bokhamerstraat, is genoemd naar Joannes van Ghestel, norbertijn van de abdij van Tongerlo en een van de oudst bekende pastoors van Tilburg. Jan van Gestel kwam uit een welgesteld gezin van de kleine landadel, vermoedelijk afkomstig uit Moergestel, waarnaar zijn familienaam verwijst. Zijn vader was Willem van Ghestel, zijn moeder Alijt of Aleydis. Hij had zeven broers en zusters. Na zijn priesterwijding was hij van circa 1358 tot circa 1361 proost (beheerder van de abdijgoederen) van de abdij van Tongerlo. Van circa 1362 tot 1365 was hij aldaar prior (leider van het convent), en omstreeks 29 augustus 1365 werd hij investiet, de pastoor van de parochiekerk van Westilborch (Tilburg). Dit was toen de Sint-Dionysiuskerk, die van 1232-1832 onder de zielzorg van de abdij van Tongerlo stond. In 1384 kocht hij namens de abdij de huizinge Moerenburg in het westen van Tilburg onder Loven, die daarna als pastorie in gebruik werd genomen. Na zijn dood in 1395, werd hij als pastoor opgevolgd door zijn neef Thomas van Gestel. In de tuin van het abtshuis van de abdij van Tongerlo bevindt zich zijn hardstenen grafzerk uit
1395(9)
De Ponterf
Het De Ponterf, lopende vanaf de Kuiperstraat, ten oosten van het Tjeuke Timmermanspad en noordwaarts doodlopend, is genoemd naar mr. Johannes Henricus (Jan) de Pont. Hij werd geboren op 22 februari 1915 te Tilburg als zoon van schoenenfabrikant Josephus Johannes de Pont en Anna Catharina Beerens. Na zijn studie op De Ruwenberg te St. Michielsgestel en op het Canisiuscollege te Nijmegen, ging hij medicijnen en psychologie, en vervolgens rechten en psychologie in Utrecht studeren. In 1937 studeerde hij af en werd advocaat te Amsterdam. In de jaren vijftig ging hij in het zakenleven, en hij werd in 1960 directeur-eigenaar van de NV AGAM Utrecht, importeur van Mercedes-Benz Nederland. In 1979 verkocht hij zijn aandelen aan Daimler-Benz AG te Stuttgart. Twee jaar later kwam hij weer in Tilburg wonen. Hij vergaarde een miljoenenvermogen, dat hij na zijn dood op 18 september 1987 te Tilburg, voor een aanzienlijk deel naliet aan de Mr. J.H. de Pont Stichting. Deze stichting heeft zes bestuursleden, één directeur en vier doelstellingen: het bevorderen van de kunsten, het ondersteunen van kunstenaars, het vormen van een collectie en het ondersteunen van activiteiten van andere instellingen. In de voormalige, door de architecten Benthem en Crouwel verbouwde, wolspinnerij Thomas de Beer aan het Wilhelminapark werd het De Pont Centrum voor hedendaagse kunst op 13 september 1992 geopend. De eerste tentoonstelling heet 'De
Opening'.(10)
Willemsplein en Hendrikhof
De Hendrikhof, lopende vanaf de Juliana van Stolbergstraat westwaarts, het daarbij behorende parkeerterrein, tot aan de Sophiastraat, is genoemd naar prins Hendrik. Het Willemsplein, gelegen voor het paleis-raadhuis, lopende tot aan de Oude Markt en aan de noord- en zuidzijde begrensd door het Stadhuisplein, is genoemd naar zijn vader koning Willem II. Beide straatnamen hebben nog een extra betekenis doordat zij destijds ook voorkwamen in de voormalige Koningswei.
Het was stadsarchitect Hendrik van Tulder (1819-1900), de ontwerper van de Koningswei, die in 1866 de straatnamen in het ontwerpplan van de nieuwe stadswijk voorstelde: Willemsplein, Koningstraat, Anna-Paulownastraat, Prins Hendrikstraat, Prinses Sophiastraat, Prins Frederikstraat en Paleisstraat. Later is daar de Oranjestraat aan
toegevoegd.(11) De Koningswei is eind jaren zestig afgebroken en de straatnamen werden ingetrokken.
Prins Willem Frederik Hendrik (1820-1879) was de derde zoon van koning Willem II. In 1850 werd hij stadhouder van Luxemburg. Tijdens de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1831 vertoefde de gehele koninklijke familie, waaronder prins Hendrik, met de generale staf in Tilburg. Op 17 maart 1874 was hij wederom in Tilburg om daar de gedenknaald te onthullen ter herinnering aan het overlijden (op 17 maart 1849 te Tilburg) van zijn vader, koning Willem II. Bij die gelegenheid verleende hij bakker Cornelis Janssen-Mes en kapper J.P.J. Lejeune het
hofleverancierschap.(12)
Naar koning Willem II zijn in Tilburg nu vijf straatnamen genoemd: het Willemsplein, de Willem II-straat, het Koningsplein, de Koningshoeven en de Prinsenhoeven. Hiermee is hij de absolute koploper
geworden.(13)

Gietijzeren wapenschild van bakker Cornelis Janssen-Mes,
hofleverancier van prins Hendrik, 1874, in bezit van het RHC Tilburg.
Foto Frans van Ameijde.
Vervallen en gewijzigd
Enkele straatnamen zijn vervallen: Timmermanspad (heet thans Tjeuke Timmermanspad, naar de vakbondsman), en twee straten genoemd naar heren van Tilburg en Goirle, de Van Malsenhof en de Pauwels van Haestrechtstraat (vanwege de sloop van de oude Merodebuurt), de Gorinchemsebaan (lopende vanaf de Hasselt-rotonde noordwaarts tot aan de grens met de gemeente Loon op Zand, wordt nu Midden-Brabantweg, zoals het al vanaf de grens heette).
De omschrijving van de loop van enkele straten is gewijzigd: Oudenstaart, Heieinde, de reeds genoemde Dubbeldamstraat, Emmastraat, Hendrikhof, Sophiastraat (in verband met de bouw van het winkelcentrum Emmapassage) en Brakman.
Tot en met de 90e aanvulling van het straatnamenbesluit van 1926 bezit Tilburg thans 1774
straatnamen.(14)
Noten
(1) 89e en 90e aanvulling van het straatnamenbesluit, respectievelijk van 26 februari 1991 en 17 juni 1992. Zie ook
Het Nieuwsblad van 25-3-1991.
(2) Ronald Peeters, 'Nieuwe straatnamen I', in: Tilburg, 7 (1989), 17-21; Ronald Peeters, 'Nieuwe straatnamen II', in:
Tilburg, 8 (1990), 107-110; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, (Tilburg, 1987), X 198 blz.
(3) Ronald Peeters, De straten van Tilburg, VII noemt 36 namen. Na de uitgave van dit boek zijn voorts nog de volgende naar vrouwen genoemde straten vastgesteld: Margarethadreef, Clasinadreef, Jacobadreef,
Catherinedreef, Elise van Calcarpad, Joke Smitweg, Mina Krusemanweg, Aletta Jacobsweg, Clara Zetkinweg, Emma Goldmanweg, Ellen Pankhurststraat, Belle van Zuylenstraat en de Rosa Castellanosstraat. Ingetrokken werd de Madame Curiehof.
(4) Ronald Peeters, De straten van Tilburg, 86.
(5) Ibidem, 88 en Fransje Kuyvenhoven m.m.v. Ronald Peeters, De familie Knip. Drie generaties kunstenaars uit
Noord-Brabant, (Zwolle, 1988), 12 en 86-102.
(6) Nieuw Nederlandsch Biographisch Woordenboek, VII, (Leiden, 1927), kol. 724-725;
Het Nieuwsblad van 16-3-1991; Anton van Oirschot, 'Zonder het leger wordt het in Tilburg een heel stuk leger', in:
Tilburg Magazine, jrg. 2, nr. 3, september 1991, 53-55.
(7) Fr. Caesario Peters, 'Frater Antonius Poulusse, de man in wie monseigneur Joannes Zwijsen zijn volste vertrouwen stelde', in:
De Lindeboom, IX-X, 1985-1986, 203-243.
(8) Het Nieuwsblad van het Zuiden van 5-6-1950, 22-2-1957, 26-6-1961, 3-7-1961, 26-2-1962, 14-4-1964 en 28-11-1973;
De Tijd van 26-2-1957 en 26-2-1962; De Nieuwe Tilburgse Courant van 3-7-1961.
(9) L.C. van Dyck, 'Joannes van Ghestel, norbertijn van Tongerlo, pastoor van Tilburg (+ 1395)', in:
De Brabantse Leeuw, jrg. 40, afl. 3, 129-143; A.J.A. van Loon, 'De Huizinge Moerenburg en haar bewoners I (1358-1648)', in:
De Lindeboom, II, 1978, 81-127.
(10) Gemeentearchief Tilburg, Bevolkingsregister 1921-1939, gezinskaart 36/32; Désirée Meulenbroek, 'Het De Pont Museum', in:
Tilburg Magazine, jrg. 1, nr. 1, december 1990, 45-47; Stadsnieuws van 23-8-1992;
De Volkskrant van 1-9-1992; Joep Eijkens, 'Tilburg was te klein voor mr. Jan de Pont', in:
Het Nieuwsblad van 9-9-1992 (De Pont-bijlage).
(11) Paul van de Sande, 'De Koningswei, een 19e-eeuwse exponent van de 'Tilburg-promotion'-gedachte', in:
Actum Tilliburgis, jrg, 12, nr. 3/4, 1981, 62-113.
(12) Ronald Peeters, Koning Willem II en Tilburg, (Tilburg, 1987), 23 en 63-65; Ronald Peeters, '120 jaar Tilburgse hofleveranciers. Een koninklijk privilege?', in:
Tilburg Magazine, jrg. 2, nr. 1, april 1991, 33-39.
(13) Ronald Peeters, De straten van Tilburg, 88-89, 130 en 185.
(14) Voor de loop van de straten wordt verwezen naar de desbetreffende B & W-besluiten, het
Stratenregister, vierde druk (uitgave Gemeente Tilburg, in druk), en de Stadsplattegrond Tilburg (uitgave Falkland-Suurland), 22e druk, 1991.




