| 475. Nieuwe straatnamen IV | |||
|
Titel: |
Nieuwe straatnamen IV |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
Ronald Peeters |
|
Jaargang: |
XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina’ s: |
83-89 |
In 1994 en 1995 werden door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Tilburg, op advies van de technische adviescommissie voor de straatnaamgeving , respectievelijk de 91e, 92e, 93e en 94e aanvulling van het straatnamenbesluit uit 1926 vastgesteld, met een toename van in totaal 91
straatnamen.(1) Onderstaand artikel is het vierde in de serie 'Nieuwe straatnamen' dat in dit blad verschijnt als supplement op het in 1987 verschenen boek
'De straten van Tilburg'. (2)
Het totale aantal straten in Tilburg dat we sinds het straatnamenbesluit van 1926 tot en met de 94e aanvulling in 1995 kennen, bedraagt thans 1868. Door intensief speurwerk in de besluiten, is er een kleine correctie toe te passen op het boek
'De straten van Tilburg'.(3) De Dr. Paul Janssenweg is twee keer geteld en bovendien bestaan de Pieter Vreedepassage en de St. Laurentiusstraat
niet.(4)
Reeshof
De woonwijk Reeshof blijft zich maar uitbreiden. De naar Nederlandse kleine steden en dorpen genoemde straatnamen zijn volgens de beginletters gegroepeerd. We kennen thans de plaatsnamen beginnend met de letters B, D, G, H, K, L, M, N en O. Nieuw zijn in het Tuindorp 'De Kievit', deelplan 3 de straten: Maarheezepad, Maarheezepark, Makkumplein, Mantingestraat, Margratenpad, Margratenplein, Marknessestraat, Mastenbroekstraat, Mechelenstraat, Meerwijkstraat, Megenstraat, Melickstraat, Meijelstraat, Middelrodesingel, Monnickendamstraat, Mookpad, Mookstraat, Munstergeleenstraat, Munstergeleenhof, Muntendamstraat, Mijdrechtstraat, Maldenstraat, Maldenhof en Maalbergenpad.
In het plan 'Dongewijk' de straten: Obdamstraat, Odiliapeelstraat, Odoornpad, Oegstgeeststraat, Oldenzaalpad, Oldenzaalsingel, Ommenstraat, Oostburgpad, Oostburgstraat, Oosterbeekstraat, Ophemertstraat, Oploostraat, Opwettenpad, Ossendrechtstraat, Oudenboschpad, Oudenboschstraat, Overlangelstraat, Oijensingel en ten slotte twee straatnamen genoemd naar oude toponiemen, de Dalemdreef en de
Dongewijkdreef.

Fragment van een deel van de wijk Reeshof uit de stadsplattegrond
Tilburg (uitgave Suurland-Falkplan, Eindhoven, januari 1995, 25e druk).
In het plan 'Campenhoef' de straten: Kamerikpad, Kamerikstraat en Ketelhavenstraat.
In het Tuindorp 'de Kievit', deelplan 2 de straten: Midwoldepad, Midwoldeplein en Midwoldestraat.
In het Tuindorp 'De Kievit', deelplan 4 de straten: Naardenstraat, Nederweertstraat, Neerijnenstraat, Neterselstraat, Nieuwkoopplein, Niftrikplein, Nispenstraat, Nistelrodestraat, Noordeloospad, Noordeloosstraat, Noordwijkstraat, Nootdorpstraat, Nunspeetstraat, Nijkerkstraat en Nijnselstraat.
In het plan 'Heyhoef' de straten: Heyhoefpromenade, Kerkenbosplaats, Kalenbergplaats en
Klundertplein.(5)
Dalem en Dongewijk
In het plan 'Dongewijk' loopt vanaf de Reeshofweg westwaarts en zuid-westwaarts tot de rivier de Donge de Dalemdreef. Deze verwijst naar een zeer oud toponiem Dalem, dat we in dit gebied kennen. Trommelen & Trommelen vermoeden, op gezag van Gysseling, dat deze naam van het Germaanse
'dala-', 'dal', en 'haima-', 'woonplaats' afkomstig is. Het zou dan betekenen 'woonplaats in het dal'; maar het zou ook uit het Germaanse
'dalum', datief meervoud bij 'dala-', 'in het dal' kunnen zijn.(6) Er is echter nog een andere verklaring mogelijk. Trommelen & Trommelen verwijzen naar het huwelijk in 1350 van Beatrix, bastaarddochter van Willem van Duvenvoorde, heer van Oosterhout en Dongen, met Roelof van Dalem, baljuw van Zuid-Holland. Zij zou dan op haar huwelijksdag de heerlijkheid Dongen van haar vader hebben gekregen. En, aldus de beide auteurs, is het Tilburgse Dalem
'vernoemd naar deze heer en is de naam afkomstig van het Zuidhollandse Dalem bij
Gorinchem'.(7) Als dat zo is, dan sluit de straatnaamgeving onbewust aardig aan bij het systeem van de straatnaamgeving in de Reeshof, namelijk Nederlandse plaatsnamen. We hebben daar al een Dalenstraat (naar het Drentse plaatsje Dalen).


Fragment uit de manuscriptkaart door Diederik Zijnen van de 'Heerlijkheid Tilborg
en Goirle' uit 1760, gedeelte Reeshof. Het noorden is naar rechtsboven gericht
(coll. RHC Tilburg).
De oudste vermelding van het toponiem is uit 1418, 't Broec geheijten Dalem'. De kaart van de
'heerlijkheid Tilborg en Goirle' door Diederik Zijnen uit 1760, geeft de aanduiding
'den Dalem'. Thans is het toponiem 'Dalum' nog steeds op de Topografische kaart te vinden als een weidegebied dat in het oosten begrensd wordt door het riviertje de Donge en in het zuiden door de spoorlijn Tilburg-Breda. In de zestiende eeuw was de zuidgrens de
'Maesdijck' en de noordgrens de 'Elf Bunderdijk', terwijl het gebied vóór de zestiende eeuw zich zelfs in het westen nog uitstrekte tot
Klein-Tilburg.(8)
In hetzelfde plan 'Dongewijk' loopt de Dongewijkdreef vanaf de Kijkduinlaan, bij de Dalemdreef, noordwestwaarts en noordwaarts tot de Lombardijenlaan. Het riviertje de Donge, in 1536
'die Dongh Aa' genoemd, komt van het Germaanse 'dunga-', 'zandige opduiking in moerassig land' en het Germaanse
'ahwa', 'waterloop', dat wil zeggen waterloop langs een zandige opduiking in moerassig terrein. De naam Donge is, volgens Trommelen & Trommelen, dan waarschijnlijk ontstaan door samentrekking van Dongh
Aa.(9)
Frater Mattheushof
Het Frater Mattheushof is gelegen tussen de Capucijnenstraat en het Gardiaanhof. Het is genoemd naar Hendrikus de Rooij, die op 8 januari 1846 te Udenhout werd geboren als zoon van molenmaker Joannes Baptist de Rooij en Wilhelmina van de Wetering. Hij is in 1864 ingetreden in het noviciaat van de fraters te Tilburg en werd daar in 1868 geprofest. Zijn kloosternaam was frater Mattheus. Op 26 juli 1869 werd hij belast met de leiding van de nieuw opgerichte jongensschool St. Aloysius in de wijk Korvel, waar hij spoedig daarna in 1871 werd benoemd tot hoofd, wat hij tot zijn dood zou
blijven.(10)

Het fraterhuis (St. Antoniusgesticht) aan de Capucijnenstraat, in 1894 gebouwd
door architect H. van den Abeelen. Frater Mattheus de Rooij was hier de eerste
overste. In 1911 begonnen de fraters in een bijgebouwtje het instituut der R.K.
Kinderbescherming, dat in 1916 verhuisde naar Huize Nazareth. Foto jaren
twintig. (coll. RHC Tilburg).
Pastoor Henr. Brouwers van Korvel wilde in 1890 de school uitbreiden met onderwijs in de Franse taal en bovendien
'oordeelde hij een kleine Congregatie volstrekt noodzakelijk om de jongelingen van 12-20 jaar op Zon- en Feestdagen een behoorlijke ontspanning te verschaffen en hen voor vele gevaren des tijds te vrijwaren'. Er moest dus een zondagsschool komen, maar de overste van de fraters, frater Superior De Beer, liet hem weten dat er
'vooral om wille van den verren afstand tusschen het Fraterhuis en de parochiale school van Korvel, geen mogelijkheid bestond de Fraters daarvoor te gebruiken'. Het fraterhuis (St. Antoniusgesticht) aan de Capucijnenstraat is er uiteindelijk in 1894 toch gekomen en frater Mattheus werd de eerste
overste.(11) Naast dit fraterhuis werd in 1895 nog een internaat gebouwd.
Frater Mattheus, die als man van gebed, de 'strenge asceet uit de school van Pater Superior', ook wel de bijnaam
'bidfrater' had, overleed in het fraterhuis aan de Capucijnenstraat op 28 november 1907. Hij ligt begraven op het kerkhof van het Moederhuis aan de Gasthuisring.
Jan van Besouwstraat
De Jan van Besouwstraat is de straat, lopende vanaf de Dr. Paul Janssenweg westwaarts en noordwaarts tot de Charles Stulemeijerweg.
Jan Baptist Maria van Besouw stamt uit een oud Goirles geslacht. Hij werd geboren op 4 oktober 1861 te Goirle. In Tilburg bezocht hij de weefschool. Na aanvankelijk zijn kost verdiend te hebben in een overgenomen linnenweverij te Boxtel, ging hij in 1885 werken in de textielfabriek van zijn vader Gerardus van Besouw (1833-1909) aan de Kerkstraat in Goirle. Hij trouwde in 1886 met Elisabeth Maria Louise van den Heuvel (1853-1913), dochter van de arts te Goirle.

Jan van Besouw (1861-1939), sociaal geïnspireerd
textielfabrikant uit Goirle (foto H. van der Schoot
omstreeks 1900). (coll. RHC Tilburg).
De encycliek Rerum Novarum inspireerde hem tot het ondernemen van sociale activiteiten voor de werknemers van zijn eigen bedrijf op het gebied van de drankbestrijding, de vakbeweging en de katholiekendagen. Hij richtte in 1896 de eerste fabrieksraad in het Zuiden en de derde in Nederland op. Deze vorm van medezeggenschap was tot dan toe voor de arbeiders een onbekend fenomeen. In 1900 nam Jan van Besouw samen met een aantal werknemers het initiatief tot de oprichting van een vakbond (textielarbeidersgilde St. Joseph), een tweede belangrijke stap in de emancipatie van de arbeiders. Al spoedig zouden ook werknemers van andere Goirlese fabrieken zich hierbij aansluiten. In 1909 kwam een c.a.o. tussen het bedrijf Van Besouw en de Diocesane Textielarbeidersbond St. Lambertus tot stand. Dit was de eerste c.a.o. die in het Zuiden werd afgesloten.
Uit bovengenoemde initiatieven in zijn bedrijf blijkt duidelijk de sociale bewogenheid van Jan van Besouw. Zijn ideeën publiceerde hij ook in het
'Katholiek Sociaal Weekblad'. Hij onderhield contacten met belangrijke figuren als dr. Ariëns, P. Aalberse, jhr. Ruys de Beerenbrouck, H. Poels en J.F. Vlekke. Jan van Besouw overleed te Goirle op 26 augustus
1939.(12)
Jan Pijnenburgbaan
De Jan Pijnenburgbaan is het wielercircuit dat gelegen is ten zuiden van het Wilhelminakanaal en ten oosten van het Lankhorstpad in de wijk Reeshof. Een betere straatnaam die een directe relatie heeft met die 'straat' is er niet te bedenken.
Jan Pijnenburg werd geboren te Tilburg op 15 februari 1906. Zijn carrière als wielrenner begon in 1921 op de wielerbaan de TWEM aan de Goirleseweg. In de dertiger jaren vierde hij als baanrenner grote triomfen in binnen- en buitenland. Op de Olympische Spelen in 1929 in Amsterdam won hij de zilveren medaille. Zijn eerste van de zeventien zesdaagsezeges behaalde hij in 1930 in Dortmund samen met koppelgenoot Schön. Hij zou er tot 1939 in totaal vijftig rijden, o.a. in Stuttgart, Antwerpen, Brussel, Parijs en in Amerika met bekende koppelgenoten als Braspenninckx, Riegli, Rausch, Van Nevelen, Piet van Kempen, Cor Wals en Jos Slaats. Naast die zeventien overwinningen, behaalde hij elfmaal de tweede en zesmaal de derde plaats. Hij zegevierde nog in een driehonderdtal baanwedstrijden en in een groot aantal ploegkoersen, waarin hij voornamelijk met Braspenninckx reed. Na een optreden in Parijs schreef een verslaggever in de voorloper van het Franse sportblad L'équipe over
'la boule de canon', wat Jan Pijnenburg de bijnaam 'kanonbal' opleverde. Hij was ook bekend onder de naam
'de Pijn'. Driemaal, in 1935, 1936 en 1938, werd hij Nederlands kampioen op de achtervolging. Op 9 september 1940 nam hij tegen Schulte en Wals te Den Bosch afscheid van zijn wielercarrière. Later dreef hij nog een café-restaurant aan de Heuvel.

Jan 'kanonbal' Pijnenburg (1906-1979), internationaal
bekend wielrenner uit Tilburg. (coll. RHC Tilburg).
De R.K. Tilburgse Wielerclub, waarvan hij ere-voorzitter was, werd naar hem genoemd. Het clubblad had overigens de titel 'Kanonbal'. Bij het veertigjarig jubileum in 1976 ontving hij de bronzen legpenning van de gemeente Tilburg. Jan Pijnenburg overleed te Tilburg op 2 december
1979.(13)
Reijnierspad
Het Reijnierspad is het pad, lopende vanaf de Vlashoflaan zuidwaarts tot de Heikantlaan.
Wilhelmus Ignatius Reijniers werd geboren op 1 februari 1846 te Gennip (L.) Hij volgde een muzikale opleiding in het karmelietenklooster van Boxmeer. Daarna werd hij organist en muziekleraar aan het gymnasium van de jezuïeten van huize Katwijk te Driebergen en drie jaar later, in 1871, werd hij muziekleraar en organist aan het klein-seminarie en gymnasium in Rolduc. Daar leerde hij Christ de Wijs kennen, de zoon van de president van de Tilburgse harmonie Orpheus. En via hem is hij op 29 maart 1876 in Tilburg terechtgekomen, waar hij aan de Goirkestraat ging wonen. Hij werd direct aangesteld als organist van de kerk van 't Goirke.

Willem Reijniers (1846-1908), muziekleraar, organist,
dirigent en componist uit Tilburg met zijn gezin bij zijn
25-jarig huwelijksfeest op 1 augustus 1894.
(coll. RHC Tilburg).
Na het overlijden van directeur Mutsaers ging hij het kerkkoor van de parochie 't Goirke leiden. Uit de zouavenbroederschap 'Fidei et Virtuti' ontstond, mede door toedoen van Reijniers, in 1877 de liedertafel voor de
'Congregatie-, Kerk- en Dilettantenzanger' onder de naam 'St.
Caecilia'. Dit zangkoor bracht hij als dirigent vanaf de oprichting tot aan 1908 tot grote bloei. Tot circa 1886 was hij instructeur bij de Nieuwe Koninklijke Harmonie en vanaf 1899 was hij ook nog directeur van de harmonie
'Oefening en Uitspanning' van Goirle. Op het gebied van de kerkmuziek was hij eveneens produktief. Hij componeerde enige missen, een Te Deum, lofzangen en orgelstukken, voorts schreef hij liederen, cantates, stukken voor mannenkoor, een mars en gelegenheidszangen.
Willem Reijniers overleed te Tilburg op 16 februari 1908. Zijn uitgebreide lespraktijk werd door zijn dochter Anna, een verdienstelijk pianiste en violiste,
voortgezet.(14)
Rondom de Heikese kerk
Het gebied rondom de Heikese kerk, voorheen Stadhuisplein geheten, is mede door de bouw van Stadskantoor 3 ingrijpend vernaamd. Er kwamen drie straatnamen bij: Alexanderstraat, Kerkpad en Stadhuisstraat, terwijl de omschrijving van het Stadhuisplein hierdoor gewijzigd moest worden.
De Alexanderstraat is genoemd naar prins Alexander (1851-1884) de derde zoon van koning Willem III en koningin Sophia.
Het Kerkpad is terug van weggeweest. Deze al eeuwenoude benaming(15) werd in het Gemeenteblad van 1909 omschreven als straat
'vanaf de Pleinstraat (bij Van Nunen-Boes) tot de Monumentstraat (bij
Bressers)'. Toen eind jaren zestig de bebouwing aan de zuidzijde van dit pad verdween, werd ook de straatnaam in 1968 ingetrokken. Nu het nieuwe stadskantoor 3 weer een 'zuidwand' heeft opgeleverd, is de naam Kerkpad voor het oude tracé teruggekeerd.

Het Kerkpad richting Heikesekerk in februari 1962. Links
staat thans Stadskantoor 3. (coll. RHC Tilburg).
Overige 'Tilburgse' namen
De nieuwe aanvullingen op het straatnamenbesluit leverden nog enkele 'Tilburgse' namen op. Het Stedekehof loopt vanaf de Stedekestraat oostwaarts tussen de Mr. Stormstraat en het
Wilhelminapark.(16) De Tjeuke Timmermansstraat loopt vanaf de Hendrik de Keijserstraat noordwaarts tot het Tjeuke Timmermanspad (de omschrijving hiervan is eveneens gewijzigd), waarmee deze vakbondsman nu twee straatnamen
heeft.(17) Het Mr. J.H. de Pontplein is het plein dat omsloten wordt door de Kuiperstraat, de Tjeuke Timmermansstraat en het Wilhelminapark. Het De Ponterf komt nu te
vervallen. (18) Het Primus van Gilspark is het park vanaf de Bisschop Zwijsenstraat oostwaarts tot de Ververstraat. Antonius van Gils heeft hiermee eveneens twee
straatnamen.(19) Naar oude toponiemen zijn twee straatnamen genoemd: Achter de Heuvel en Oud
Lovenpad.(20)
Verpreid over de stad
Verspreid over de stad kwamen aan de Jan Truijenlaan bij de sportvelden de namen Vesuviusstraat, Etnastraat, Tourmaletstraat en Matterhornstraat, genoemd naar bekende Europese bergen. Verder Catamaranstraat (botenbuurt), Locatellistraat (componist), Abeelstraat, Dollard, Vliestroom en in het plan 'Pastorieklamp' Kardinaal Alfrinkstraat en Visser 't Hooftstraat. De Andromedastraat en de Emmapassage bestonden al langer maar ze zijn pas in de 94e aanvulling van het straatnamenbesluit officieel vastgesteld. Met de nieuwe straten op het 'Regenboogterrein' wordt de traditie van de bomenbuurt voortgezet: Cypresstraat (i.p.v. voorkeurspelling cipres!), Taxusstraat, Iepenstraat, Boksdoornstraat en
Magnoliaerf.
Gewijzigd en ingetrokken
De omschrijving van de loop van een aantal straten werd gewijzigd: Bijsterveldenlaan, Campenhoefdreef, Griend, Hoge Witsie, Hoge-Witsiestraat, Kardinaal Alfrinkstraat, Kijkduinlaan, Lauwers, Lombardijenlaan, Loonsche Heideweg, Maalbergenstraat, Medemblikpad, Meerssenstraat, Oijensingel, Oude Kerkstraat, Reeshofweg, Schaapsgoorpad en Vloeiveldweg.
Ingetrokken werden de straatnamen: Hilariusstraat (heet thans Postelse Hoefplein, en loopt iets anders), Galjoenhof, Kapitein Ardantstraat, Satiehof, Stamitzhof en Gorinchemse baan.
De Saal van Zwanenbergweg werd aanvankelijk ingetrokken en gewijzigd in Sal van Zwanenbergweg. Dat was vreemd, want de straat is genoemd naar dr. Saal van Zwanenberg (1889-1974), de zoon van oprichter en eigenaar van Van Zwanenbergs Slachterijen en Fabrieken te Oss. In de 94e aanvulling van het straatnamenbesluit werd deze wijziging gelukkig weer ongedaan gemaakt.
De in 'Tilburg' reeds gesignaleerde verwarrende straatnamen (er bestaat al een Van Mierlostraat elders) Mierlopad, Mierloplein en Mierlostraat, zijn eveneens ingetrokken.21
Noten
(1) 91e, 92e, 93e en 94e aanvulling van het straatnamenbesluit, respectievelijk van 26 januari 1994, 7 juni 1994, 20 september 1994 en 12 september 1995.
(2) Ronald Peeters, 'Nieuwe straatnamen I', in: Tilburg, 7 (1989), 17-21; Ronald Peeters, 'Nieuwe straatnamen II', in:
Tilburg, 8 (1990), 107-110; Ronald Peeters, 'Nieuwe straatnamen III', in:
Tilburg, 10 (1992), 45-49; Ronald Peeters, De straten van Tilburg, (Tilburg, 1987), X, 198 blz.
(3) Met vriendelijke dank voor de gegevens die ir. Rob van Putten mij heeft verstrekt.
(4) De Dr. Paul Janssenweg komt namelijk zowel voor in het B & W-besluit van 15 mei 1987 (zie:
'De straten' p. 77-78) als in de 84e aanvulling (zie: 'Tilburg', 1989, p. 18).
Op 22-10-1986 besloot de technische adviescommissie voor de straatnaamgeving om B & W te adviseren het gedeelte van het Pieter Vreedepad, gelegen tussen de Tuinstraat en de Heuvelstraat, de naam Pieter Vreedepassage te geven. Dit vanwege het feit dat het Pieter Vreedepad uit twee afzonderlijke delen bestond, gescheiden door het Pieter Vreedeplein. Dit advies werd door B & W echter niet overgenomen.
De naam Laurentiusstraat werd in 1929 vastgesteld (Gemeenteblad 1929/31) en in 1934 gewijzigd in de St. Laurentiusstraat (Gemeenteblad 1934/13). Deze geprojecteerde straat is echter nooit aangelegd. In 1964 werd de naam St. Laurentiusstraat ingetrokken (B & W, 20-2-1964).
(5) De toponiemen Heyhoef en Campenhoef zijn besproken in: Ronald Peeters, 'Nieuwe straatnamen II', p. 107-108.
(6) J.R.O. Trommelen en M.P.E. Trommelen, Tilburgse toponiemen in de 16e eeuw. Een tentative reconstructie en
naamsverklaring, (Tilburg, 1994), p. 196-198; M. Gysseling, Toponymisch Woordenboek van België, Nederland, Luxemburg, Noord-Frankrijk en West-Duitsland vóór
1226, (Brussel, 1960), I, p. 256.
(7) Trommelen en Trommelen a.w., p. 198.
(8) Trommelen en Trommelen a.w., p. 196-197; Deze drie bij vier meter metende manuscriptkaart bevindt zich in het Gemeentearchief Tilburg (GAT).
(9) Trommelen en Trommelen a.w., p. 202-203, naar Gysseling a.w., p. 279 resp. p. 31.
(10) Vriendelijke mededeling van fr. Heerkens, archivaris Fraters CMM Tilburg, d.d. 8 mei 1995.
(11) A.J.A.C. van Delft, Ter blijde herinnering aan de inwijding der nieuwe St. Antoniuskerk (14 juli 1924) en het 75-jarig bestaan der parochie Korvel (15 nov. 1850 - 15 nov. 1925) te Tilburg (Tilburg, 1925), p. 51-60;
Verleden en heden van de Congregatie der Fraters van Tilburg, 1948, nr. 11, p. 41-53; Fr. M. Tharcisio Horsten,
De Fraters van Tilburg van 1844-1944 (Tilburg, 1951), dl. 2, p. 168-172.
(12) Dr. L.C.W.J.M. ten Horn-van Nispen, Jan B.M. van Besouw. Een sociaal geïnspireerd ondernemer rond 1900 (Tilburg, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1971), xxiv, 242 blz. (Bijdragen tot de geschiedenis van het zuiden van Nederland XXI); Marie-Louise ten Horn-van Nispen, 'Jan van Besouw en de emancipatie van de arbeiders', in:
Spiegel Historiael, 8 (1973), p. 146-151, 191; Jef van Gils en Ronald Peeters,
Een eeuw Goirle 1870-1970 (Goirle, Boekhandel Soeters, 1992), p. 84-87.
(13) Het Nieuwsblad van het Zuiden van 3-12-1979; GAT, Biografische documentatie; Drs. Henk van Doremalen, 'De boeiende historie van Tilburg, de Tilburgers en hun sport', in:
Ach Lieve Tijd Tilburg 9 (Zwolle, 1994), p. 199-200.
(14) GAT, Bevolkingsregisters 1870-1880, 10/317; 1900-1910. 21/155; Lamb. G. de Wijs,
Gedenkboek ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van Tilburgsch Mannenkoor St. Caecilia en de 25-jarige zangersloopbaan van Louis van de Sande (Tilburg, 1937), 72 blz.; H.W. Vereijken,
Terugblik op een eeuw gezang. De eerste honderd jaren van het Koninklijk Tilburgs Mannenkoor Sint Caecilia (Tilburg, 1977), 87 blz.; Dr. H.J. Zomerdijk,
Het muziekleven in Noord-Brabant 1850-1914 (Tilburg, Stichting Zuidelijk Historisch Contact, 1982) (Bijdragen tot de geschiedenis van het zuiden van Nederland LV), m.n. p. 297-298 en 335-336; , Van Gils en Peeters
a.w., p. 159; Dr. Frans van Puijenbroek, Tilburgse toonzettingen. 125 jaar gesubsidieerd muziekonderwijs, een sociaal-culturele verkenning (Tilburg, Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed, 1994), m.n. p. 34-35.
(15) Trommelen en Trommelen a.w., p. 315-316.
(16) Peeters, De straten van Tilburg, p. 157.
(17) Peeters, De straten van Tilburg, p. 163-164.
(18) Peeters, 'Nieuwe straatnamen III', p. 48.
(19) Peeters, De straten van Tilburg, p. 55-56.
(20) Over Heuvel, Heuvelpoort, Heuvelring, Heuvelstraat, Lovensekanaaldijk, Lovensestraat en Oud Lovenstraat, zie: Peeters,
De straten van Tilburg, p. 68-69, 101 en 123 en Trommelen en Trommelen a.w. p. 55-63, 91-98, 281-286 en 344-350.
(21) Peeters, 'Nieuwe straatnamen III', p. 45.
Correctie
In de vorige bijdrage 'Nieuwe straatnamen III' ('Tilburg', 10, 1992, nr. 2) staat op p. 46 een verkeerde naamgever van het Kromhoutpark genoemd. Deze cavaleriekazerne werd genoemd naar generaal-majoor (titulair) D. Kromhout (1845-1927), die aan het einde van de 19e eeuw een invloedrijk organisator van de cavalerie en de bereden artillerie was geweest. In 1895 werd hij directeur van de Rijschool van de bereden artillerie in Bergen op Zoom en in 1896 kreeg hij tevens de leiding over het op te richten Rijkshengstveulen-depot. De verwarring is ontstaan doordat de Utrechtse Kromhout-kazerne genoemd is naar luitenant-generaal der genie J.H. Kromhout. Zie: Henk Roozenbeek,
Tilburg als militaire stad ('s-Gravenhage, Sectie Militaire Geschiedenis Koninklijke Landmacht, 1993), p. 72-73.




