Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
490. De geboorte van Brabants provinciaal bestuur in Tilburg
 

Titel:   

De geboorte van Brabants provinciaal bestuur in Tilburg

Ondertitel:   

Auteur:   

N.N. (persbericht)

Jaargang:   

XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

61-62


Van 13 juni tot en met 29 september 1995 organiseert het Gemeentearchief Tilburg een bijzondere tentoonstelling onder de titel 'Gedaan te Tilburg 11 juni 1795. Pieter Vreede en de geboorte van Brabants provinciaal bestuur'.

Op 6 juni 1795 kwamen in het logement van de weduwe Collin aan de Markt in Tilburg afgevaardigden uit alle delen van de huidige provincie Noord-Brabant bijeen. Zij besloten om enige dagen later, op 11 juni, opnieuw samen te komen, nu officieel als 'Gedeputeerden, provisioneel representeerende het volk van Bataafsch Brabant'. De naam geeft aan dat het college een voorlopige status had. Maar de intentie was duidelijk: men streefde naar een eigen gewestelijk bestuur voor Brabant. Dat was een belangrijk moment in de geschiedenis van de provincie. Daarmee zou een eind komen aan de situatie dat de door de Republiek der Verenigde Nederlanden als op Spanje veroverd gebied beschouwde delen van Brabant door de Staten-Generaal bestuurd werden vanuit het verre Den Haag. Met de inval van het Franse revolutionaire leger en de val van 's-Hertogenbosch op 9 oktober 1794 was hieraan enige maanden tevoren feitelijk al een einde gekomen. 

Lid van een meteen na de inval door de Fransen ingestelde 'Centrale Administratie van alle bezette gebieden' was onder anderen de sinds begin 1790 in Tilburg wonende, maar van huis uit Leidse wollenstoffenfabrikant Pieter Vreede (1750-1837). Hij was in Holland een zeer actief aanhanger van de patriottenbeweging geweest, en had daarom in 1787, toen Pruisische troepen Stadhouder Willem V in zijn gezag hersteld hadden, de wijk moeten nemen naar de Zuidelijke Nederlanden. Vanuit Lier was hij in 1790 naar Tilburg gekomen, waar hij al langer een nevenvestiging van zijn bedrijf had. 

Pieter Vreede zou na de inval van de Fransen de ziel worden van de beweging die zou leiden tot de erkenning van Noord-Brabant als volwaardige provincie in de nieuwe, sterk van Frankrijk afhankelijke, Bataafse Republiek. Dat was de belangrijkste reden ook voor de bijeenkomst van dat eigenlijk nog illegale voorlopige bestuur op 11 juni in Tilburg, waar Pieter Vreede, het Kwartier van Oisterwijk van de Meierij van Den Bosch vertegenwoordigde. Nog op diezelfde dag vertrok hij aan het hoofd van een delegatie naar Den Haag om daar de erkenning van Brabant als zelfstandig gewest te bepleiten. Dat is, zij het met moeite, gelukt. Een nieuwe, nu gekozen vergadering van Provisionele Representanten van het Volk van Bataafsch Brabant, waarvan Pieter Vreede voorzitter werd, moest de verkiezingen voor een definitieve gewestelijke vertegenwoordiging per 1 januari 1796 voorbereiden. Daags daarvoor leidde Vreede in de Grote Kerk van Breda met een daverende speech de installatie in van de leden van dat eerste bestuur van wat nu de provincie Noord-Brabant is. 

Op 1 maart 1796 kwam in Den Haag een Nationale Vergadering bijeen, waarin Pieter Vreede voor Brabant zitting kon nemen, en die als voornaamste taak had een Constitutie of grondwet te ontwerpen. Die kwam er echter pas in 1798, nadat een eerste, op compromissen gebaseerd ontwerp in een referendum was verworpen en er mede onder leiding van Pieter Vreede een staatsgreep was gepleegd. Hij werd toen lid van het Uitvoerend Bewind, een weinig succesvol bestuur dat na een half jaar middels een contra-coup verjaagd werd. Hij moest enige tijd onderduiken en keerde eigenlijk niet echt meer naar Tilburg terug, waar zijn bedrijf inmiddels door zijn zoons werd geleid. Het was ook het einde van zijn politieke carrière; hij was een verbitterd man geworden, die zich in de steek gelaten en miskend voelde door het volk waarvoor hij zich zo had ingezet. In een aantal geschriften heeft hij daarna nog erkenning proberen te vinden als politiek en vooral economisch denker. Maar ook die kreeg hij niet.
In 1837 is Pieter Vreede in Gouda begraven, nadat hij ten huize van een zoon in Heusden in de leeftijd van bijna 87 jaar was gestorven.



Deel van het verslag van de eerste vergadering van de Provicionele 
Representanten van Bataafs Brabant op 11 juni 1895 te Tilburg 
(coll. Rijksarchief, Den Bosch).

We mogen wel constateren dat Pieter Vreede, hoewel eigenlijk maar tijdelijk in Brabant actief, in dit gewest op een heel cruciaal moment ook een cruciale politieke rol heeft gespeeld. Zo liepen in dat jaar 1795 zijn persoonlijke geschiedenis en die van Brabant even parallel. Aan dat moment willen we, nu de provincie Noord-Brabant op het punt staat haar tweede eeuwfeest te gaan vieren, aandacht schenken in een tentoonstelling in het Gemeentearchief van Tilburg, waar er nog veel over die periode bewaard is gebleven. De tentoonstelling wordt op 9 juni geopend met een kort symposium, waarin door vier sprekers aandacht wordt besteed aan de persoon van Pieter Vreede en de gebeurtenissen in 1795. 
De tentoonstelling zal ook ingaan op de inval van de Fransen in 1793-1795, de ontwikkelingen na 1 januari 1796 (de Nationale Vergadering, de constitutie en het Uitvoerend Bewind) en de Tilburgse ontwikkelingen in sociaal-cultureel en economisch opzicht van 1785-1815 (de geboorte van een stad). 

Bijzondere bruiklenen werden ontvangen van een nazaat van Pieter Vreede, het Algemeen Rijksarchief te 's-Gravenhage, het Rijksarchief in Noord-Brabant te 's-Hertogenbosch en de Brabant-collectie van de Katholieke Universiteit Brabant.

De tentoonstelling 'Gedaan te Tilburg 11 juni 1795. Pieter Vreede en de geboorte van Brabants provinciaal bestuur' is te zien in het Gemeentearchief, Kazernehof 75, van 13 juni tot en met 29 september en op 1 oktober 1995. Toegang gratis.
Openingstijden: dinsdag tot en met donderdag van 9.00-17.00 uur, donderdagavond van 19.00-22.00 uur (met uitzondering van de maanden juli en augustus) en vrijdag van 9.00-12.30 uur