| 506. De wevers en Vincent van Gogh | |||
|
Titel: |
De wevers en Vincent van Gogh |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
N.N. (persbericht) |
|
Jaargang: |
VIII (1990) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
2 |
|
Pagina’ s: |
58-59 |
Van 2 juni 1990 tot en met 7 oktober 1990 toont het Nederlands Textielmuseum ‘DE WEVERS EN VINCENT VAN GOGH’.
De samenstellers van de tentoonstelling ‘De wevers en Vincent van Gogh’ in het Nederlands Textielmuseum te Tilburg laten zien hoe de uitbeelding van de Nuenense wevers door Van Gogh zich verhoudt tot de toenmalige realiteit. Om inzicht te krijgen in het proces van beeldvorming worden er in de tentoonstelling drie soorten bronnen samengebracht:
1. De gereconstrueerde historische werkelijkheid.
2. Citaten uit Van Goghs brieven; zijn commentaar op de werkelijkheid.
3. De weversstukken in kleurenproduktie; Van Goghs artistieke interpretatie van de werkelijkheid.
Deze opzet maakt duidelijk hoe nauwgezet, maar tegelijk ook hoe selectief Van Gogh te werk ging bij het weergeven van de werkelijkheid. De keuzes die Van Gogh maakte, zijn deels bepaald door zijn eigen achtergrond, deels door het artistieke klimaat van zijn tijd. Aan deze achtergronden wordt daarom in de tentoonstelling ook aandacht besteed.
Van december 1883 tot en met november 1885 verbleef Vincent van Gogh in het Brabantse Nuenen. Hoewel het vooral financiële nood was die Van Gogh deed besluiten een tijd bij zijn ouders in Nuenen te gaan wonen, verwachtte hij in Nuenen ook zijn schildershand te kunnen beproeven op de ‘doodeenvoudige, meest alledaagsche’ onderwerpen, die zijn voorliefde hadden. In augustus 1883 schreef hij in een brief aan zijn broer Theo: ‘En zie, ge eens een weversinterieur in ‘t dorp bekijkt, of dat geen mooie gevallen zijn’. In deze Brabantse plattelandsgemeenschap trof Van Gogh deze onderwerpen ruimschoots aan. Ruim vierhonderd wevers woonden er verspreid over het gebied van de gemeente Nuenen, waarbij inbegrepen de dorpen Gerwen en Nederwetten.
In zo’n dertig tekeningen, aquarellen en schilderijen legde hij de wever en het weefgetouw vast. De kijker van vandaag zou kunnen menen dat hij via deze weversstukken oog in oog staat met de toenmalige realiteit. Het werk van Van Gogh heeft bijgedragen aan het beeld dat het grote publiek zich gevormd heeft van het leven van boeren en ambachtslieden in de 19de eeuw. Het beeld van ‘de aardappeleters’ is met name het symbool geworden van de armoede van de Brabantse boerenbevolking.
De leef- en arbeidsomstandigheden van de wevers, die tot de armste bevolkingsgroep in Nuenen behoorden, worden gereconstrueerd in een opstelling van huisraad, gebruiksvoorwerpen, weefgetouwen en weversbenodigdheden. De schaarse boedelinventarissen van wevers uit die tijd zijn daarbij een leidraad geweest.
De plaats van de thuiswever in de textielindustrie wordt in de tentoonstelling met o.a.
kaart- en fotomateriaal verduidelijkt. De thuiswever was niet meer de zelfstandige ambachtsman, zoals die wel door Van Gogh in het algemeen voorgesteld wordt.
Dat Van Gogh het thema ‘arbeid’, en speciaal de wevers, in beeld wilde brengen heeft zeker ook te maken met het realisme in de schilderkunst en de literatuur, dat in de tweede helft van de 19e eeuw domineerde. Tekenen en schilderen naar het leven was het ideaal. Tegelijkertijd werd het eenvoudige boerenbestaan, dat contrasteerde met de oprukkende industrie, verheerlijkt. Van Gogh en zijn tijdgenoten ontwikkelden zich binnen deze traditie.
Op de tentoonstelling worden daarom ook werken van diverse andere schilders uit de tweede helft van de 19e eeuw getoond. Er zullen bekende maar ook nog niet eerder getoonde werken te zien zijn van Allerbé, Derkinderen, Neuhuys, Hart Nibbrig, Liebermann, Van Rappard en Dekker, die allen hetzelfde thema behandelden, namelijk: ‘De wevers’.
De wijze waarop Van Gogh tekende en schilderde, en zeker de keuze van het thema ‘de wever’ waren niet toevallig. In de verzameling gravures die Van Gogh heeft aangelegd, zitten enkele exemplaren van wevers. De Franse en Engelse illustratoren van de ‘Elustration’, de ‘Graphie’, en de ‘Illustrated London News’ waren zowel in hun onderwerpskeuze als in hun stijl van werken belangrijke inspiratiebronnen voor Van Gogh. Behalve prenten van o.a. Rijckebusch, Renouard en Emsley, zullen er geïllustreerde boeken die hij graag las, in de tentoonstelling worden opgenomen.
Openingstijden: dinsdag t/m vrijdag 10.0017.00 uur: zaterdag en zondag 12.00-17.00 uur.




