![]() |
|||
![]() |
529. Het toponiem Kommer | ||
![]() |
|||
|
Titel: |
Het toponiem Kommer |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XIX (2001) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
1 |
|
Pagina’ s: |
26-27 |
In Tilburg en directe omgeving komt het toponiem Kommer tweemaal voor. Om te beginnen is er de Kommerstraat die tegenwoordig loopt langs de zuidrand van de Waterzuivering Oost, ten westen van het punt waar de aftakking van de Piushaven uitmondt in het Wilhelminakanaal. De tweede is de Loonse Kommer, juist ten noorden van de gemeentegrens met Loon op Zand aan de Finantiën (het verlengde, Loonse, deel van de Stokhasseltlaan). In beide gevallen verwijst het toponiem naar een terrein, in het geval van de Kommerstraat lijkt echter uitsluitend deze afgeleide straatnaam te zijn overgeleverd.
De oudste vermelding lijkt die te zijn in het Oisterwijkse Schepenprotocol (R187, f.7r) uit 1481.(1)
In de Loonse Kommer ligt juist ten zuiden van de afslag naar Udenhout een grote cirkelvormige gracht, die wordt doorsneden door de weg. De oostelijke helft van deze gracht was sinds (waarschijnlijk) de jaren 1920 of '30 gedempt, maar is recent (juni/juli 1999) opnieuw uitgegraven, het westelijke gedeelte is steeds open geweest. De oorsprong van deze ronde gracht is onbekend. Ze komt al voor op de oudste gedetailleerde kaarten van het gebied en is mogelijk een restant van een oude (middeleeuwse?) versterking.(2)
De verklaring van de naam Kommer heeft tot op heden weinig definitiefs opgeleverd, wat deels te maken heeft met het feit dat we niet precies weten wat de Kommer in beide gevallen nu precies is. De verklaring van Trommelen & Trommelen bij de naam
Kommerstraat als straat 'waarover de "commer" (…) werd vervoerd', met commer in de betekenis van 'last, belasting' kan op zijn best secundair zijn. De verklaring past niet bij de Loonse Kommer en zoals we hieronder zullen zien is de betekenis 'last' zelf ook secundair in de betekenisontwikkeling van dit woord. Omdat het gaat om stukken uiterst drassig en dus nauwelijks te bebouwen land, lijkt de voorkeur uit te gaan naar een betekenis in de zin van 'kommer en kwel'.(3) Naar mijn beste weten is dit echter een Olivier B. Bommel-uitdrukking, zodat ook dit niet de juiste weg naar een etymologie kan zijn.
Waarschijnlijker lijkt een verwantschap met de Oudfranse woorden combre en
combrer zoals die ook wordt aangenomen voor het gewone zelfstandig naamwoord
kommer.(4) De oorspronkelijke betekenis van Oudfrans combre is 'stuwdam in een rivier' ('gebouwd van bomen', volgens een zevende-eeuwse tekst), terwijl het werkwoord
combrer de volgende betekenissen kent: 1. 'grijpen, pakken, met geweld in bezit nemen'; 2. 'zich meester maken van, bemachtigen'; 3. 'breken, vernielen'; 4. 'beletten, verhinderen'.(5)
De herkomst van dit Oudfranse woord combre(r) is onduidelijk. Het hangt samen met middeleeuws Latijn
combrus, cumbrus 'versperring' dat mogelijk zelf weer uit het Gallisch/Keltisch stamt, maar dit laatste is bepaald niet zeker.(6) Wel acht ik waarschijnlijk dat Nederlands kommer rechtstreeks is ontleend aan dit Middeleeuws Latijnse
combrus, net zoals dit wordt aangenomen voor Duits Kummer (uit Middelhoogduits
kumber 'puin, afval, verdriet, gevangenname, enz.').(7) Volgens Skeat komt het Laatlatijnse
cumbrus 'hoop, stapel' voor 'in several Merovingian documents, e.g. in the Gesta Regum Francorum, c.25'.(8) Overigens vormen deze Duitse en Engelse betekenissen sterke argumenten tegen de 'kommer en kwel'-etymologie. De betekenis 'verdriet' is immers secundair en niet oorspronkelijk.
Hoewel 'bij ons' in beide gevallen sprake is van een terrein met een natte, drassige bodem, en de Tilburgse Kommerstraat doorloopt (en liep) tot aan de Oude Leij / Voorste Stroom, is het toch niet erg waarschijnlijk dat we hier moeten denken aan een stuwdam. Dit gezien de cirkelvormige gracht in de Loonse Kommer, die wellicht het restant is van een oude versterking en die - indien inderdaad middeleeuws - oorspronkelijk tegen de noordrand lag van een strook laagliggende en natte grond die vanuit het westen nog ongeveer één tot anderhalve kilometer verder naar het oosten doorliep en daar een droge doorgang vrijliet tussen dit natte terrein en de broekbossen aan de oostzijde van de Molenstraat. Deze natte terreinen zijn aangetekend als '± 800 niet bewoonbaar gebied' door Chris de Bont.(9)

Fragment uit de manuscriptkaart van de heerlijkheid Tilburg en Goirle uit 1760 door
Diederik Zijnen, gedeelte tussen Tilburg en Loon op Zand. Van Links naar rechts loopt
de ‘weg van Tilborg na Loon op Zant’, daaronder het toponiem ‘Loonsche Commer’.
(Coll. RHC Tilburg)
De meest waarschijnlijke betekenis voor Kommer in deze beide gevallen lijkt mij dan ook 'versperring'. In combinatie van de betekenis 'puin, afval' (of eventueel de oorspronkelijke Franse betekenis 'gebouwd van bomen') valt daarbij mijns inziens te denken aan een kunstmatige verhoging in het natte terrein, een kunstmatig droog plateau dat kon worden gebruikt als uitkijkpost en eventueel als uitvalsbasis tegen indringers. Of binnen de ronde omgrachting van de Loonse Kommer ooit een kunstmatige heuvel aanwezig was, en of die heuvel dan als een motte (kasteelheuvel) beschouwd zou kunnen worden, is niet bekend. Wanneer dat het geval is geweest, is deze hoogstwaarschijnlijk afgegraven en gebruikt om het terrein in zuidelijke richting op te hogen bij de aanleg van de weg (en latere trambaan) van Tilburg naar Loon op Zand. Deze weg kwam gereed in 1849. Voor die tijd was er wel een laan die liep van de ronde gracht naar het kasteel van Loon op Zand (de huidige Kasteellaan - Finantiën), maar deze liep niet verder door naar het zuiden.
Indien deze interpretatie juist is, moeten beide Kommers / 'versperringen' erg oud zijn. Zij passen immers slecht in hetgeen wij weten van de middeleeuwse geschiedenis van Tilburg en Loon op Zand (vanaf ongeveer 1200/1250). We zijn in dat geval aangewezen op de archeologie om de hier voorgestelde interpretatie te falsifiëren of te staven. De beschrijving van Trommelen & Trommelen, namelijk dat de cirkelvormige gracht in de Loonse Kommer het restant is van het 'mottekasteel van Pauwels van Haestrecht, dat in 1400 door troepen van hertogin Johanna verwoest werd', kan onmogelijk juist zijn.(10) Het kasteel dat Paulus van Haastrecht in of kort na 1383 in Loon op Zand bouwde, is de directe voorloper van het huidige 'Witte Kasteel' en stond zeker op diezelfde plaats en dus niet in de Loonse Kommer. De ook wel gehoorde suggestie dat de gracht in de Loonse Kommer het restant is van een schans uit de tijd van de Hollandse Opstand (de Tachtigjarige Oorlog) acht ik niet erg waarschijnlijk. Zowel de ronde vorm als het feit dat in die periode hier geen sprake was van een doorgaande weg pleit daar mijns inziens tegen, al kan deze interpretatie ook niet volledig worden uitgesloten.
Noten
(1) Zie J.R.O. Trommelen & M.P.E. Trommelen, Tilburgse toponiemen in de 16e eeuw. Een tentatieve reconstructie en
naamsverklaring. Tilburgse Bronnenreeks 1 (Tilburg, 1994), 169-170 voor de situering en voor de oudste vermelding van de Kommerstraat (Commerstraet). Ook buiten Tilburg zijn voorbeelden bekend van de namen
Kommer en Kommerstraat. De Loonse Kommer wordt in genoemd boek summier beschreven op p. 107-108.
(2) Pieter A. van Beers, De heerlijkheid Venloon. Uit de geschiedenis van Loon op Zand tot circa 1850 (Loon op Zand, 1999), 57 geeft als oudste (?) een vermelding uit 1614 die hij vond in het Schepenprotocol van Oisterwijk.
(3) Henk Beijers & Geert-Jan van Bussel, Van d'n Aabeemd tot de Zwijnsput. Toponiemen in de cijnskring Helmond vóór 1500 in heemkundig en nederzettinghistorisch perspectief (Helmond, 1996), 166.
(4) Vgl. Jan de Vries, Nederlands etymologisch woordenboek (Leiden, 1971), 347.
(5) A.J. Greimas, Dictionnaire de l'Ancien Français jusqu'au milieu du XIVe siècle (Paris: Librairie Larousse, 1969), 125.
(6) Pierre-Yves Lambert, La langue gauloise. Description linguistique, commentaire d'inscriptions choisies (Paris, 1994), 193.
(7) Duden Etymologie. Herkunftswörterbuch der deutschen Sprache. Bearbeitet (…) unter Leitung von Dr.Phil.Habil. Paul Grebe (Mannheim, 1963), 376.
(8) Walter W. Skeat, An Etymological Dictionary of the English Language (Oxford: Clarendon Press, 1953 (new edition revised and enlarged)), 148 (s.v.
cumber).
(9) Chris de Bont, '…al het merkwaardige in bonte afwisseling…' Een historische geografie van Midden- en Oost-Brabant. Bijdragen tot de Studie van het Brabantse Heem, deel 36 (Waalre, 1993), Kaart 1, blad 1. Vgl. ook het schetskaartje in Van Beers (als in noot 2), 20.
(10) Trommelen & Trommelen (als in noot 1), 107-108.
* Lauran Toorians (1958) is historicus en taalkundige. Hij publiceerde eerder in 'Tilburg'.










