Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
96. Tilburgse toponiemen, een dupliek
 

Titel:   

Tilburgse toponiemen, een dupliek *

Ondertitel:    

Auteur:   

Lauran Toorians

Jaargang:   

XIII (1995) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur
1995 1

Pagina´s:   

22-23


Wie de eerste vijf en de laatste twee alinea's van mijn bespreking van Tilburgse toponiemen leest, kan toch niet anders concluderen dan dat ik blij ben met dat boek. Dat ik in de overige alinea's een aantal kanttekeningen plaats, doet daar niets aan af. Een boek dat niet noopt tot commentaar en discussie is in wetenschappelijk opzicht een mislukt boek. Maar die discussie dient dan wel ter zake te blijven - en boosheid is daarbij niet de meest constructieve gemoedstoestand. 

Ten eerste wil ik nog maar eens duidelijk maken dat het woord 'amateur' wat mij betreft geen negatieve bijklank heeft. Zonder amateurs zou werk als dit nooit worden verricht. Maar dat betekent weer niet dat amateurs zich nooit vergissen, dat doen we namelijk allemaal wel eens. Zo was ik misschien niet duidelijk genoeg over mal, maal. Jan de Vries geeft in zijn etymologisch woordenboek o.a. de betekenis 'koffer, tas'. Die betekenis wordt (elders) ook wel in verband gebracht met een oudere betekenis 'zacht, week'. Met die brede waaier van betekenissen lijkt de vorm in toponiemen voor te komen. Hij duidt dan op laaggelegen, vochtige, venige plekken. Zie daarvoor bijvoorbeeld het Woordenboek der Noord- en Zuidnederlandse plaatsnamen van diezelfde De Vries. (Misschien had ik mijn bespreking voetnoten moeten meegeven. Mea culpa.)

Over Gijsbert de Koning nam ik aan dat wat tussen aanhalingstekens staat een citaat uit de oorkonde is (wordt aangeduid als '...', p. 125 noot 2; in deze akte '...' genoemd, p. 171). In alle door mij genoemde gevallen wijkt de tekst af van die in het oorkondenboek Noord-Brabant, en in het weerwoord van de heer J. Trommelen hierboven duikt nog weer eens een nieuwe spelling op. Dat bevreemdt mij. En op de vraag wie in de 12e en 13e eeuw de ontginners waren, moet ik antwoorden: ik zou willen dat ik het wist. De bronnen zijn daar in het algemeen uiterst zwijgzaam over, en dat het de lokale heren waren, is lang niet altijd vanzelfsprekend.

De interpretatie van de Schijf en - daarmee samenhangend - van de naam Bedbuer zal nog wel een tijd punt van discussie blijven. Ik heb niet meer gedaan dan een speculatie aan de reeks toevoegen (zoals ik ook schreef). Daarmee ben ik blijkbaar de enige niet, en ik had ook absoluut niet de overtuiging de definitieve oplossing aan te dragen. Het laatste woord is hierover duidelijk nog niet gezegd, en middels een 'welles-nietes'-discussie zal dat er voorlopig ook niet van komen. Het gaat er niet om wie gelijk heeft, het gaat erom wat de juiste oplossing is. 
Voor het overige zie ik geen reden opmerkingen uit mijn bespreking terug te nemen. Dat niet al mijn kanttekeningen als 'opbouwend en zinnig' werden ervaren is jammer, maar behoort tot het lot van de recensent. En mijn toestemming voor toekomstige naamsverklaringen is inderdaad volstrekt overbodig. Tot meedenken ben ik wel steeds bereid. 

* Zie ook Tilburgse toponiemen, een repliek door Jan Trommelen in 'Tilburg', 1995, nr. 1, p. 20-22.

Noot van de redactie. Nadat Jan Trommelen de gelegenheid tot repliek en Lauran Toorians tot dupliek heeft gehad, wordt de discussie hierbij gesloten.