| 99. Sinterklaas is jarig | |||
|
Titel: |
Sinterklaas is jarig |
|
Ondertitel: |
|
|
Auteur: |
|
|
Jaargang: |
XVIII (2000) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur |
|
Nummer: |
3 |
|
Pagina´s: |
102-103 |
Paul Spapens, journalist bij het Brabants Dagblad, ontwikkelt zich meer en meer tot specialist op het gebied van de volkskunde in Midden-Brabant. Na verhalen over uiteenlopende onderwerpen als de kapellen, kermis, carnaval, smokkelen, heiligen, driekoningen, volksdevotie en andere tradities, vermeende tradities of weer hernieuwde tradities, was het onontkoombaar dat Sinterklaas aan de beurt moest komen. De Goedheiligman die zeker bij de dertigers en ouderen nog bekend is van het ´op tafel rijden´ hoefde in vroegere tijden nog niet te concurreren met de uit de States overgewaaide en commercieel handig uitgebuite Kerstman. Sinterklaas had vroeger het rijk alleen. Pas als hij weer naar Spanje was, mocht de kerstversiering tevoorschijn komen. Paul Spapens is een van de vele mensen die zich mateloos irriteren aan het verpesten van het St. Nicolaasfeest door middenstanders en grootwinkelbedrijven die het niet kunnen nalaten om begin november de kerst al in beeld te hebben.
Die irritatie was overigens niet de aanleiding voor een boek over Sint-Nicolaas. De directe aanleiding was het feit dat het dit jaar precies honderd jaar geleden was dat de Sint zijn opwachting in Tilburg maakte. 100 jaar openbare Sint-Nicolaasviering in Tilburg is dan ook de ondertitel van het boek in cadeauverpakking
‘Rijden op tafel’, een mooi gebruik dat helaas hard aan het verdwijnen
is. Deze foto is gemaakt in 1955 (coll. Ronald Peeters, Tilburg).
Sint-Nicolaas in Tilburg gaat uiteraard ook over de aankomsten in de Piushaven, de tegenstelling noord-zuid (met aparte elkaar beconcurrerende comités), de overwegen waar de diverse klazen elkaar in vroegere dagen weleens tegenkwamen (het schrikbeeld van de ouders, want leg dat maar eens uit), de aankleding van de Sint, het bezoek thuis (wat voor ongeveer 1950 voorbehouden was aan de wat beter gesitueerden) en nog veel meer van die onderwerpen. Onvermijdelijk komen ook de Tilburgse Sinterklazen aan bod. Er was op die markt nogal wat concurrentie, maar de enige echte Sinterklaas luisterde naar de naam Bart Mutsaers (1901-1919), Frie van Moorsel (1920-1940), André van Moorsel (1945-1955), Jan Oosterbaan (1956-1961), Don van Gijsel (1962-1966), Jacques Berben (1967-1989) en Willem van Heijst (1990-2000).
Hoe ging de intocht vroeger, waar kwam het geld vandaan, hoe zit het met het zetten van de schoen, wanneer ontstond de klottermarkt, waar kwamen de paarden vandaan? Al die aspecten worden door Spapens behandeld. Het boek is geïllustreerd met veel foto's, dikwijls ook kiekjes uit familiealbums, die kwalitatief weliswaar niet zo goed zijn, maar die historisch zeker waarde hebben. De oudst bekende foto dateert uit 1920. Sinterklaas is jarig had wat mij betreft natuurlijk ook kleurenfoto´s mogen bevatten, zodat de prachtige kostuums van de Sint, de Pieten en het gevolg er ook uit waren gekomen. Maar daar hangt een prijskaartje aan.
Paul Spapens, Sinterklaas is jarig. 100 jaar openbare Sint-Nicolaasviering in Tilburg (Tilburg, Syntax Publishers, 2000), 135 blz., geïll., ISBN 90-361-9940-9, ƒ 35.




