Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
121. Tilburgse arbeidershuisjes
 

Titel:   

Tilburgse arbeidershuisjes

Ondertitel:   

Auteur:   

Henk van Doremalen

Jaargang:   

XVI (1998) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

3

Pagina’ s:   

82-83


Renate van de Weijer schreef in het Jaarboek 1998 van het Nederlands Openluchtmuseum een uitvoerige bijdrage over de drie Tilburgse arbeidershuisjes die op 4 april 1998 door burgemeester Johan Stekelenburg zijn heropend nadat ze grondig zijn gerenoveerd. Elders in dit tijdschrift gaat ze er in een artikel kort op in. 
Van de Weijer schetst in de uitvoerige bijdrage in het Jaarboek eerst de omstandigheden rond de keuze van de huisjes en de verplaatsing in 1955 van Tilburg naar Arnhem. Vervolgens wordt ingegaan op de geschiedenis van de panden hun eigenaren en bewoners. 

Als derde thema wordt de nieuwe presentatie verantwoord en wordt ingegaan op hygiëne en gezondheidszorg. Het uitvoerig van annotaties voorziene verhaal van Van de Weijer gaat uiteraard ook in op de wijk Korvel waar de huisjes oorspronkelijk hebben gestaan. De huisjes waarover het gaat, maakten oorspronkelijk deel uit van een rij van zes arbeidershuisjes aan de Berkdijksestraat. Ze zijn gebouwd in opdracht van Johannes Nicolaas Diepen, firmant van de firma J.N. Diepen & Co. De firma Diepen en haar voorgangster en nakomelingen is een van de Tilburgse textielfabrieken waarover relatief veel bekend is. Er zijn immers enkele gedenkboekjes en een dissertatie die betrekking hebben op Diepen. Van de Weijer heeft daar gebruik van kunnen maken, maar heeft ook veel aanvullend onderzoek moeten verrichten in bronnen en literatuur om zicht te krijgen op de bebouwing, het wonen en werken op Korvel. 



De Berkdijksestraat vanaf het Korvelplein in 1957. De afbraak van de huizen achteraan links, 
vormde een gat in de straatbebouwing (Coll.  RHC Tilburg).

Opmerkelijk vond ik dat bij het uitvoerige onderzoek van Van de Weijer (schijnbaar) geen gebruik gemaakt is van de Arbeidsenquête 1887 waarbij Armand Diepen toch nadrukkelijk een (zijn) beeld gaf van het leven van de arbeiders die bij hem werkten: de arbeiders op Korvel dus. Hij zegt zelfs nadrukkelijk dat hij alleen over de toestanden bij hem kan praten omdat zijn fabriek ´buiten de gemeente´ staat. Evenals bijvoorbeeld de Heikant en de Hasselt vormde Korvel (met het Laar en de Berkdijk als ´buitenwijken´) een aparte gemeenschap. 

Het artikel van Van de Weijer gaat in op de hygiëne en gezondheidszorg in Tilburg omdat dit bij de nieuwe presentatie, die in 1998 is geopend, een wezenlijk element vormt. Uitgangspunt bij de presentatie is een ´tijdstraatje´ waarin ingegaan wordt op het leven in de industriestad met nadruk op ziekte, gezondheidszorg en hygiëne in de jaren 1870, 1910 en 1954. 
Wie zich niet laat afschrikken door de vele annotaties die de restkolom bijna geheel vullen, heeft met dit artikel een boeiende bijdrage over het leven van enkele arbeiderswoningen en de bewoners. Tilburg mag er trots op zijn dat de huisjes op fraaie wijze een (nieuwe) plaats hebben gevonden in het Nederlands Openluchtmuseum.


Renate van de Weijer, ´'n hùske klèn, waor veul vliegen, muggen en òk vlooien zen´. Realiteit en verbeelding van drie Tilburgse arbeidershuizen`, in: Jaarboek 1998 Nederlands Openluchtmuseum (Nijmegen/Arnhem, 1998), p. 232-271. ISBN 90 6168 6407.