Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
122. Monumenten en water
 

Titel:   

Monumenten en water

Ondertitel:   

Een historische toelichting bij monumenten die gerelateerd zijn aan water, watergebruik en waterafvoer

Auteurs:   

Henk van Doremalen, Ronald Peeters en Rob van Putten

Jaargang:   

XVIII (2000) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

2

Pagina’ s:   

35-51

 

Tilburg ligt niet aan open water, maar toch heeft water vanaf het ontstaan van de bewoning in Tilburg en omstreken steeds een grote rol gespeeld. Dat begon al bij de eerste bewoning in deze streken. De oudste sedentaire bewoners vestigden zich op de hellingen van de beekdalen van de Leij en de Donge en de vele kleine waterlopen die daarop uitkwamen. In de relatie water en monumenten zijn voor Tilburg opvallende aspecten: de winning, het opslaan en het transport van drinkwater; de aanleg van het Wilhelminakanaal met sluizen, bruggen, aanlegsteigers en haven; het transport en de zuivering van afvalwater. De monumenten die hierop betrekking hebben, dateren uit het einde van de 19e eeuw en (vooral) de eerste helft van de 20e eeuw. Daar voert ook de fietsroute langs die is uitgestippeld.

Dit artikel geeft de wat uitgebreidere (cultuur)historische achtergrond bij die route. In het kort komen vele monumenten (al dan niet gerelateerd aan water) aan de orde in een folder behorend bij de Open Monumentendag op 9 september 2000. 


Drieledig

De relatie water - monumenten is in Tilburg tot drie elementen terug te voeren.
Allereerst komt het water als consumptie- en productiemiddel aan bod. De NV Tilburgsche Waterleiding-Maatschappij die eind negentiende eeuw is opgericht, speelt hierbij een belangrijke rol. De gebouwen van deze particuliere maatschappij geconcentreerd op twee plaatsen aan de Bredaseweg en de Gilzerbaan hebben een monumentale betekenis, maar vormen tegelijkertijd onderdeel van een functionerend modern bedrijf dat moet voldoen aan de hoge eisen van de 21e-eeuwse watervoorziening voor ruim 200.000 bewoners van Tilburg en Goirle.

In de tweede plaats wordt gekeken naar water als transportmiddel. Meer dan een eeuw streed Tilburg voor de aanleg van een kanaal, dat de stad toegang moest geven tot open water. Pas in de jaren twintig van de twintigste eeuw was het zover en kon het Wilhelminakanaal worden geopend. Sluizen, bruggen, havens en bedrijfsgebouwen bepalen het beeld op en om het kanaal. Over de herkomst en het soms unieke karakter is nog veel onbekend. Dit artikel wil in een lacune voorzien. Verdere studie is zeker gewenst. Tal van gebouwen rondom het kanaal hebben een speciaal en soms zelfs wel monumentaal karakter. Van andere staat de toekomstige functie ter discussie. Dat geldt niet meer voor de Piushaven, die in het centrum van de stad uitkomt, bijna tot het uitgaanscentrum reikt en alleen al daarom een bijzonder karakter heeft.

In de derde plaats is de afvoer van het water van belang. Daarvoor reikt het verhaal terug tot de opkomende industrie in de tweede helft van de negentiende eeuw. De afvoer van water in het algemeen, maar van het vervuilde industriewater in het bijzonder, gevoegd bij het ontbreken van open water, leidde steeds vaker tot problemen. De vele waterlopen door de stad speelden hierbij een rol. Over het ontstaan van deze waterlopen, waarvan de loop bepaald werd door het beperkte, maar onmiskenbaar aanwezige hoogteverschil in de stad, is elders in dit tijdschrift een apart artikel te vinden. Merendeels kwamen de waterlopen uit op het riviertje de Leij (Voorste Stroom). Het nogal passieve Tilburgse gemeentebestuur huldigde in de negentiende eeuw het principe dat water nu eenmaal van hoog naar laag stroomde. Lange tijd wenste het stadsbestuur geen maatregelen te nemen om de afvoer van het vuile water efficiënter te regelen. Vooral de lager gelegen gemeente Oisterwijk (en deels ook Berkel-Enschot) was hiervan de dupe. Het leidde tot een langdurig juridisch gevecht, dat bekendstaat als de Leijkwestie of de Voorste Stroomarresten. Nog steeds zichtbaar is een van de oudste waterzuiveringsinstallaties in Nederland, die is voortgekomen uit de decennialange discussies over het Tilburgse afvalwater, waarvan het begin omstreeks 1870 ligt.


De watertoren

Een van de markantste gebouwen in de stad is de watertoren aan de Bredaseweg. Dat heeft onder meer ook te maken met de ligging bij een van de oude invalswegen naar het centrum. In het laatste decennium van de 20e eeuw viel de toren nog meer op, doordat het gebouw, door de sloop van het Regenboogcomplex, 'vrij' was komen te liggen. De routing langs de monumenten door Tilburg die een relatie hebben met water, begint bij deze watertoren aan de Bredaseweg 207.
De watertoren is in 1896/97 gebouwd voor de N.V. Tilburgsche Waterleiding Maatschappij (TWM) naar een neorenaissance ontwerp van H.P.N. Halbertsma (1853-1929). De toren kent een sterke horizontale geleding. In de zogenaamde waterlijst is een inscriptie opgenomen: 'H.P.N. HALBERTSMA INGENIEUR'.
De onderbouw heeft een dubbele deur met een barokke sieromlijsting. Het boogveld is ingevuld met een gemeentewapen en eikenloof, in de bovendorpel van de deur staat het jaartal '1896-97'. De bovenbouw is voorzien van een opvallend torentje. Vooral de bovenbouw werd door oorlogshandelingen beschadigd en is in 1945 hersteld, waarbij de oorspronkelijke kantelen plaatsmaakten voor een hekwerk.

Watertoren omstreeks 1910 (coll. N.V. Tilburgsche 
Waterleiding-Maatschappij).

Civiel-ingenieur Halbertsma heeft op het gebied van de waterleiding in Nederland een voortrekkersrol gespeeld. Aan het einde van de 19e eeuw was hij medeverantwoordelijk voor grote waterleidingprojecten in steden als Hannover, Arnhem en Den Helder. En natuurlijk in Tilburg, waar hij rond 1895 de opdracht had gekregen een volledig technisch ontwerp te maken voor een drinkwaterleiding. Essentieel daarin is natuurlijk de waterwinplaats in de omgeving van de Gilzerbaan. Daar werden pompgebouw, ontijzeringsinrichting, filters en reinwaterkelders aangelegd, waarna het water via de drukbuisleiding richting watertoren en stad kon worden gepompt.



Interieur watertoren. Onderkant waterreservoir inhoud 1 miljoen liter water. 
(foto Frans van Ameijde, 1989, coll.
RHC Tilburg).

Niet alleen voor gezondheid en hygiëne speelt schoon water, waaraan in de 19e eeuw een enorme behoefte was, een belangrijke rol. Ook voor de industrie is voldoende en zuiver water essentieel. Het is opvallend dat in de discussies over de aanleg van een waterleidingstelsel in Tilburg het huishoudelijk waterverbruik slechts een ondergeschikte rol speelde. Van groter belang was het industriële waterverbruik. De realisering van de noodzakelijke gebouwen en infrastructuur is een technisch hoogstandje en heten aan het einde van de 20e eeuw met recht 'monumenten van bedrijf en techniek'.
De architectuur van de watertoren heeft geresulteerd in een waardevol element aan een van de oude toegangswegen tot de stad. Van belang voor dit monument is dat het nu nog steeds waarde heeft in functionele zin: het grote waterbassin wordt onder meer gebruikt om grote drukverschillen in het waterleidingstelsel op te vangen.

Machinekamer met stoommachine pompstation (coll. TWM).


De woning naast de watertoren, thans in gebruik als kantoor, werd in 1907 gebouwd naar een ontwerp van de Tilburgse architect Jan van der Valk (1873-1961).
Aan de overzijde van de watertoren zien wij de woningen en appartementen van 'het Regenboogpark' in aanbouw. Het park is genoemd naar wasserij en ververij 'De Regenboog' (fa. Janssen en Bierens) die hier van 1891 tot 1996 was gevestigd. 


Route naar pompstation

Wij vervolgen onze weg in westelijke richting over de Bredaseweg, die is aangelegd tussen 1822 en 1826 als onderdeel van de weg van Tholen naar Grave. Tilburg hechtte zeer aan deze weg, omdat het de stad een goede (namelijk verharde) verbinding zou geven met Breda en 's-Hertogenbosch. In dezelfde tijd dat de discussie over het te volgen tracé voor de weg Breda-'s-Hertogenbosch plaatsvond, waren door de Tilburgse industriëlen en notabelen (veelal dezelfde personen) al pleidooien gehouden voor de aanleg van een kanaal. De argumentatie was vrijwel dezelfde: betere vervoersmogelijkheden voor de stad, waar de nijverheid zo'n grote rol speelde. Voor de weg is een deel van een bestaand tracé gebruikt, namelijk het gedeelte van de oude heerbaan naar Breda tussen het huidige snijpunt van de Bredaseweg met de Baroniebaan en het een kleine vier kilometer verderop gelegen café 'Dongewijk'.

Bij het tweede verkeerslicht gaan wij linksaf de Vierwindenlaan in.
Pal links van de Vierwindenlaan lag van 1867 tot 1958 de spoorweg naar Turnhout, die in laatstgenoemd jaar enkele kilometers verder naar het westen werd verlegd. Vroeger liep hier de Schaapstraat. De laan is genoemd naar het café 'De Vier Winden'. Dit café, dat stond op de hoek van de Schaapstraat en de Bredaseweg, werd in de meidagen van 1940 door een bombardement verwoest.

We rijden de Vierwindenlaan uit en steken de Baroniebaan over. De Baroniebaan maakte van 1948 tot eind 1971 deel uit van Rijksweg 63 (Breda-Eindhoven).
We vervolgen onze weg over het fietspad (Dongepad), gelegen op het oude tracé van de genoemde spoorweg naar Turnhout.
We bevinden ons nu in woonwijk De Blaak. Dit was vroeger een agrarisch gebied. In 1978 werden hier de eerste woningen gebouwd. Heel bijzonder is de aanwezigheid in het gebied van 28 vijvers met een totale wateroppervlakte van ca. 6 ha. De vijvers zijn (met uitzondering van de Blaakvijver) onderling verbonden. In de Blaak zijn gescheiden riolen aangelegd, waarbij het hemelwater wordt geloosd op de vijvers. Door middel van een gemaal aan de Dintel wordt het water op het riviertje de Oude Leij (Donge) geloosd. 

Wanneer we de Beeklaan zijn overgestoken, passeren we de Zuil van Ad Louwinger uit 1975. Het bijzondere van dit object is, dat het is gemaakt van Cortenstaal. Dit is een staalsoort die in de loop van enkele jaren een dieprode oxidelaag vormt, die het onderliggende materiaal beschermt tegen verdere oxidatie.

Ca. 150 meter voorbij dit object gaan we rechtsaf het Reuselpad in. Na ongeveer 150 meter zien we aan onze linkerhand hofstede 'De Blaak'. Dit gebouw in Tudorstijl is in 1907 gebouwd als buitenverblijf voor de Tilburgse wollenstoffenfabrikant A.A.M. Pollet. Architect was Jan van der Valk.

Nadat we de Weteringlaan zijn overgestoken blijven we het Reuselpad volgen. Achter het bosperceel aan onze linkerhand loopt de waterloop De Blaak. Al spoedig bevinden we ons nu in het waterwingebied van de TWM. Bij de eerste splitsing houden we rechts aan, en bij de volgende splitsing (ca. 550 meter verder) links. Na ca. 350 meter komen we uit op de Oude Rielsebaan (T-splitsing). Het gebouwtje aan onze rechterhand ('pompstation De Blaak') was vroeger in gebruik als pompstation. Tegenwoordig doet het dienst als transformatorhuisje dat een aantal andere pompen in het waterwingebied van stroom voorziet. 


Het pompstation

Na ca. 900 meter komen we op de Gilzerbaan, waar we aan de overzijde van de weg het waterpompstation van de TWM zien liggen.
Dit pompstation dateert uit 1898, dus uit dezelfde periode als de watertoren. Van het oorspronkelijke ontwerp is niet zoveel meer te zien. Het exterieur heeft een aantal wijzigingen ondergaan: gepleisterde muren, aangepaste vensters en een andere voorgevel. Als gevolg van nieuwe technieken en machines is ook het interieur aangepast. De oorspronkelijke hoofdvorm van het gebouw is echter nog duidelijk afleesbaar en het exterieur heeft nog steeds een bijzondere uitstraling. Het gebouw doet door de opbouw denken aan een kerk met zijbeuken. Het niet oorspronkelijke pleisterwerk versterkt deze indruk en geeft het geheel een haast mediterraan karakter. Opvallend is ook de vrijstaande, in gele baksteen gemetselde schoorsteen.

Bouw machinekamer en ketelhuis eind 19e eeuw (coll. TWM).


De bossen rondom dit station zijn aangelegd in de tijd dat er hout nodig was voor de mijnbouwindustrie. Anno 1999 zijn om het gebouw grote gazons aangelegd met groepen van monumentale bomen.

Enkele tientallen meters westelijk van het pompstation loopt het Eekhoornpad langs de rivier de Oude Leij (beter bekend onder de naam die formeel verderop van toepassing is: de Donge), waarin zich een stuw bevindt. Rechts van het pad zien we een aantal bezinkbassins van de TWM. Het water, dat gebruikt wordt voor het schoonspoelen van de drinkwaterfilters, wordt hierin weer gezuiverd doordat de vaste bestanddelen (voornamelijk bestaande uit ijzeroxide) bezinken.

'Machinekamer' anno 2000 (foto Frans van Ameijde)

We rijden weer terug, en gaan voorbij het pompstation linksaf de Pompstationweg in, een particuliere weg, die vanouds de verbinding vormde tussen het pompstation en de Bredaseweg. De Gilzerbaan was ten tijde van de aanleg van het pompstation niet meer dan een zandpad. De Pompstationweg, in 1898 aangelegd op het tracé van een reeds bestaand pad, is nog steeds voorzien van de oorspronkelijke bestrating met een middenpad voor de trekpaarden van de steenkolenkarren die de brandstof voor de stoommachine aanvoerden. De weg heeft een laanbeplanting van beuken. Verder staan er dennen en robinia's.

Stuw in de Oude Leij nabij de Gilzerbaan anno 2000 (foto Frans van Ameijde)

Aan beide zijden van deze weg liggen uitgestrekte landgoederen. Het complex links is het oudste. Daar stond al in het tweede kwart van de 19e eeuw een pannenbakkerij met bedrijfsgebouwen en dienstwoningen, die in 1841-'42 met de omringende heidevelden door koning Willem II werd gekocht. Het was zijn uitdrukkelijke wens dat die heide in cultuur zou worden gebracht. Na de dood van Willem II is het bezit verkocht, de pannenbakkerij is verdwenen en de nieuwe eigenaren legden er landgoederen aan.

Aan het eind van de Pompstationweg gaan we rechtsaf, de Bredaseweg op. Deze weg maakte tot eind 1971 deel uit van de rijksweg Breda-Eindhoven. 


Warande en Wandelbos

We laten de eerste verkeerslichten links liggen en steken bij de volgende verkeerslichten (bij 'Sparrenhof') de weg over. We bevinden ons nu op de Zwartvenseweg, een naam die nog herinnert aan een ven, dat vroeger bij de Dongenseweg lag. Achter de hockeyvelden aan de rechterkant ligt de Oude Warande.
De Oude Warande is in 1712 als jachtbos aangelegd door Willem prins van Hessen-Kassel, heer van Tilburg en Goirle. Het werd een in strakke barokstijl vormgegeven zogenaamd sterrenbos met een gevarieerde beplanting. Nadat aan het begin van de 20e eeuw de familie Verbunt het bos in bezit kreeg, zijn er drie villa's gebouwd, waarvan er een inmiddels is afgebroken. In 1953 werd de gemeente Tilburg eigenaar van het bos. De afgelopen jaren zijn er grootscheepse restauraties uitgevoerd, waarbij de 19e- en 20e-eeuwse aanpassingen weer zoveel mogelijk ongedaan zijn gemaakt. Verwacht wordt dat het bos nog tot 2025 nodig heeft om in zijn oorspronkelijke vorm te herstellen.

Het graven van de vijver in het Wandelbos tijdens werkverschaffing 1921 (coll.  RHC Tilburg).

We volgen het fietspad (en niet de rijweg!). Dit fietspad ligt op het in 1958 in gebruik genomen (verlegde) tracé van de spoorweg Tilburg-Turnhout, waarover tot 1973 nog goederentreinen reden. Daarna was het tot 1981 nog een museumlijn. In 1988 kocht de gemeente Tilburg de voormalige spoorweg van de NS om er een fietspad op aan te leggen.

Na ca. 900 meter steken we de spoorweg Tilburg-Breda over en vervolgen onze weg. Na de Reeshofdijk te zijn overgestoken zien we rechts van ons het Wandelbos liggen.
Dit ruim 60 ha grote Wandelbos is in 1920 ontworpen door de befaamde tuinarchitect Leonard Springer, die ook het Wilhelminapark en het Leijpark ontwierp. De vijver in het bos is in 1921 onder leiding van de Nederlandsche Heide Maatschappij aangelegd in het kader van de zogeheten werkverschaffing.

We rijden de Zwartvenseweg uit, steken de Baden Powelllaan over, gaan eerst links en daarna meteen weer rechts. We bevinden ons nu op de Lage-Witsiebaan. Waar de weg een bocht naar rechts maakt, rijden we rechtdoor, de Vlierlaan in. We steken de Kruidenlaan over en rijden de Kruizemuntweg op. Na een kleine 100 meter rijden we linksaf het fietspad op. Na het overbruggen van een gering hoogteverschil komen we uit op de Dongensekanaaldijk, waar we links Sluis III  zien liggen. We zijn hier beland bij een van de sluizen in het Wilhelminakanaal.

Plattegrond van Tilburg ca. 1912 met ingetekend tracé van het kanaal 
(coll. RHC Tilburg).


Een kanaal voor Tilburg


De gedachte om Tilburg door middel van een kanaal te verbinden met de Donge (en verder de Amer en Maas) dateert uit de 18e eeuw. In de eerste plannen is sprake van een route naar de Oude Warande. Later (1809) spreekt ook Lodewijk Napoleon zich uit voor de wenselijkheid van een kanaalverbinding. Zowel onder koning Willem I als Willem II zijn de plannen opnieuw ter hand genomen. Zelfs is er in 1829 sprake van een daadwerkelijk beginnen van de graafwerkzaamheden, die echter ten gevolge van de Belgische afscheiding zijn gestaakt. Koning Willem II pakte de plannen opnieuw op, maar zijn vroegtijdige dood voorkwam realisering. Het idee bleef evenwel leven. In 1855 zag een serieus uitziende brochure het licht waarin een naamloze vennootschap de plannen bekend maakte voor de aanleg en exploitatie van een scheepvaartkanaal naar Tilburg en Riel. Dat zou gepaard gaan met de aanleg van vloeivelden nabij de beide gemeenten. De haven in Tilburg stond nabij de Veldhoven gepland. Het tracé volgde deels de Donge. 

In de tweede helft van de 19e eeuw keren plannen om Tilburg een waterweg te bezorgen met regelmaat terug. De onderzoeken, plannen of voorstellen gaan nu meer uit naar een verbinding vanaf de Zuid-Willemsvaart naar de Amer via Tilburg. Steeds weer liepen de plannen stuk op gebrekkige financiering of weigering van het Rijk om bij te dragen. Een plan uit 1889 (het plan Bake, genoemd naar de toenmalige hoofdingenieur van provinciale waterstaat) leek uiteindelijk te gaan slagen. Discussie over technische aspecten en de toegenomen kosten van materiaal en arbeidslonen zorgden dat de plannen opgeschort werden. Maar het was grotendeels het toen vervaardigde plan dat de basis vormde voor de wet van 17 juni 1905 waarbij de bouw van een scheepvaartkanaal van de Zuid-Willemsvaart over Tilburg en Oosterhout naar de Amer is geregeld. Op 28 februari 1906 is besloten dat dit kanaal de naam Wilhelminakanaal zou krijgen. In 1909 is met het werk begonnen en op 15 mei 1912 is het eerste deel van de Amer tot Oosterhout voor scheepvaart vrijgegeven. In 1914 is begonnen met het graven richting Tilburg, terwijl in 1916 aan de oostelijke kant de werkzaamheden een aanvang namen, De Eerste Wereldoorlog, waarbij Nederland weliswaar neutraal was maar die (zeker in het zuiden) sterk van invloed was op het dagelijks bestaan, leidde tot ernstige vertraging in de voortgang. Hoofdoorzaak was materiaalschaarste.

Op 14 februari 1919 werd het gedeelte tussen de los- en laadplaats Dongen en de los- en laadplaats aan het Lijnsheike voor het scheepvaartverkeer opengesteld. Op 28 april 1919 volgde de officiële opening van dit gedeelte. In het najaar van 1921 was ook de los- en laadplaats aan de Oude Molenbochtstraat gereed en werd het graven van de Piushaven aanbesteed. Vooral door het langzaam vorderen van de werkzaamheden aan de oostelijke kant (vanaf Best richting Tilburg) duurde het tot 1923 voor het hele kanaal met alle kunstwerken (bruggen en sluizen) gereed was. Op 4 april 1923 vond de officiële opening plaats. 
.
Tijdens de oorlogsdagen van 1940 werden de meeste kunstwerken in en over het kanaal geheel of gedeeltelijk verwoest of beschadigd. Hetzelfde gold in nog ergere mate in 1944. In mei 1946 kon het kanaal na omvangrijke herstelwerkzaamheden weer worden bevaren. 




Machinaal uitgraven van het kanaal ca. 1920. (coll. RHC Tilburg).

Feestelijke openstelling van een gedeelte van het Wilhelminakanaal bij de loswal aan het Lijnsheike 
op 14 februari 1919 (coll. RHC Tilburg).

De sluizen

Omdat het 68,5 km lange kanaal in totaal ongeveer 15 meter verval moest overbruggen werden vijf sluizen gebouwd, die vanaf de Donge zijn genummerd met een Romeins cijfer: Sluis I bij Oosterhout, Sluis II en III bij Tilburg, Sluis IV bij Haghorst en Sluis V bij Lieshout. Alle sluizen in het Wilhelminakanaal zijn bajonetsluizen. De lengte- en de breedtematen van de schutkolken werden afgestemd op de afmetingen van het meest gebruikelijk scheepstype, de kempenaar (maximale lengte 60 meter, maximale breedte 6,6 meter, maximale diepgang 2,5 meter).

Luchtfoto uit 1977 van sluis III aan de Dongensekanaaldijk. Duidelijk zichtbaar zijn 
de twee schutkolken die in elkaars verlengde liggen. Rechts de spuisluis waarmee 
het overtollige water kan worden afgevoerd 
(
foto Flying Camera, Eindhoven Airport, coll. RHC Tilburg).

Doordat ten westen van Tilburg de daling van het traject (relatief) zeer groot was, werd hier gekozen voor de bouw van twee gekoppelde sluizen, die bestaan uit twee schutkolken die via een tussensluishoofd met elkaar in verbinding staan en zo in één sluis een tweetraps-schuthoogte kunnen overbruggen. Sluis I en sluis III zijn bij de bouw in respectievelijk 1914 en 1916-1917 op deze wijze uitgevoerd. Sluis I is in 1972 vervangen door een moderne sluis met één kolk. Het hier beschreven complex sluis III is dan ook het laatste gave voorbeeld van dit type in het Wilhelminakanaal. 
Hoewel de toepassing van elektromotoren ten tijde van de aanleg van het Wilhelminakanaal nog in de kinderschoenen stond werden alle schuiven en sluisdeuren in het kanaal vanuit het centraal geplaatste bedieningshuis elektrisch bediend. Door het verloop van het tracé bleek het noodzakelijk voorzieningen te treffen om de panden aan te vullen tot de vastgestelde waterhoogte. Dit gebeurde deels met water uit de Zuid-Willemsvaart, maar ook door bij de sluizen I, II, III en IV een schakelhuis-pompstation te plaatsen. Deze werden elektrisch aangedreven.

Vanaf 1930 werd een zijtak van het Wilhelminakanaal gegraven die een verbinding met Eindhoven vormde. Het werk was in 1940 gereed en kreeg de naam Beatrixkanaal. Via deze aansluiting kon ook overtollig water uit de Dommel door het Wilhelminakanaal worden afgevoerd. Hiervoor werd bij de sluizen I, II, III, en IV een spuisluis gebouwd. 

Zogenaamde bajonetsluis met verspringing. Bij sluis III liggen twee sluiskolken achter elkaar. 
Foto anno 2000 (foto Frans van Ameijde, anno 2000).

Het sluizencomplex aan de Dongensekanaaldijk omvat een sluis met ten noorden daarvan een bedieningshuis en een wat verder gelegen schakelhuis-pompstation evenals een dubbel woonhuis voor de sluiswachter en sluisknecht. Later (1940) is de spuisluis toegevoegd. Het complex met alle bijbehorende gebouwen heeft een bijzondere waarde door de nog aanwezige oorspronkelijke aanleg en de structurele en visuele gaafheid van het gehele complex. Het complex is het laatste nog gave voorbeeld van dit type in het Wilhelminakanaal.
De verdere, overigens niet beschermde bebouwing, bestaat uit de achter het woonhuis gelegen, sterk gewijzigde gekoppelde bergingen. Nabij het dubbele woonhuis was een (later vervangen) eenlaagsloods onder zadeldak. Een ten zuiden van de sluis gelegen schotbalkenloods werd in de Tweede Wereldoorlog verwoest en in 1954 herbouwd. 
De voorgedrukte gestandaardiseerde bouwtekeningen van het gehele complex zijn gesigneerd door ir. C.L. Schuller tot Peursum, en gedateerd 1915/1917.
Een uit dezelfde periode daterend, nagenoeg identiek doch aangetast complex bevindt zich eveneens aan het Wilhelminakanaal ter hoogte van de Voldijk. Hier werd echter, in tegenstelling tot de gekoppelde sluis aan de Dongensekanaaldijk, een enkele sluis gegraven. 

Passage van een schip bij sluis II aan de Voldijk. Links het gemaal en de sluiswachterswoning. 
Foto 1924 (coll. RHC Tilburg).

Na een bezoek aan de sluis rijden we terug over de Dongensekanaaldijk. Na ca. 600 meter gaan we onder de brug van de Dongenseweg door. Vroeger lag hier een draaibrug; de oude landhoofden hiervan zijn nog steeds aanwezig.


Goirkekanaaldijk

Voorbij de brug heet het nu Goirkekanaaldijk. Aan de overkant van het verbrede kanaal zien we het Industrieterrein Kraaiven liggen. Eind jaren vijftig is dit gedeelte van het Wilhelminakanaal verbreed en is een nieuwe loswal aangelegd Hier vestigden zich ook enkele bedrijven die eerst aan de Piushaven lagen, zoals IJzer- en staalhandel Van Raak en Vollenhoven Groot Olie (voorheen Van Vollenhoven & Smulders) en ijzerhandel Bressers. Tot de eerste bedrijven aan deze verbeterde loswal behoorde in 1959 ook al betonmortelfabriek 'Bemoti'. Voorbij de sportvelden zien we aan onze rechterhand het verpleeghuis De Hazelaar en het Twee Steden ziekenhuis.

De loswal aan de Dongensekanaaldijk (foto Frans van Ameijde, anno 2000).

We komen nu bij de ophaalbrug van de Dr. Deelenlaan (de straat aan onze rechterhand). Het gebouw met de toren was van 1971 tot 1997 een brandweerkazerne. Thans is het studio Tilburg van Omroep Brabant. Achter dit gebouw ligt het Hasseltplein met de 16e-eeuwse kapel.
We gaan nu de brug over. Links van ons ligt aan de Kraaivenstraat de voormalige wollenstoffenfabriek van Mommers, het eerste bedrijf dat zich in de tweede helft van de jaren vijftig op het industrieterrein vestigde. In de oude fabrieksgebouwen van Mommers aan de Goirkestraat is sinds 1986 het Nederlands Textielmuseum gevestigd. Mommers sloot zijn deuren in 1995. Thans is hier kinderkledingbedrijf Vilenzo gevestigd.

We rijden vervolgens onder de brug van de Midden-Brabantweg, die Tilburg verbindt met de A59 (Maasroute). Volgens het oorspronkelijke plan zou deze weg als Rijksweg 62 Tilburg met Gorinchem en verder met Utrecht verbinden, vandaar dat de weg aanvankelijk Gorinchemsebaan heette. 

Om ook de langste schepen de mogelijkheid te geven om te keren, zijn in het kanaal op enkele plaatsen zwaaikommen aangebracht. Ook bij het zijkanaal naar de Piushaven bevindt zich een zwaaikom. Verder kunnen schepen keren bij de Industriehaven.

Aan onze linkerhand zien we een deel van het uitbreidingsplan Tilburg-Noord. Tot eind jaren zestig bestond dit nog vrijwel geheel uit landbouwgrond. 

Aanlegplaats Goirkekanaaldijk\omstreeks 1922. Hier was een mogelijk om goederen over te laden 
van of naar de tram Het gebouw van de N.V. Hanze Stoomboot-Onderneming bestaat thans nog steeds 
(coll. RHC Tilburg).

Nadat we de vernieuwde ophaalbrug aan de Waalstraat gepasseerd zijn, zien we aan de overkant de loswal, met een oude, uit ca. 1920 daterende opslagloods van de N.V. Hanzestoomboot-Onderneming waar ook het goederentramspoor van de tram Tilburg-Waalwijk die geëxploiteerd werd door de Hollandsche Buurtspoorwegen, eindigde. Met de aanleg van het Wilhelminakanaal kwamen er grootse plannen om op verschillende plaatsen overslagmogelijkheden te maken van tram of trein naar de schepen. Alleen het plan aan de Goirkekanaaldijk, ter hoogte van de Oude Lind, is daadwerkelijk gerealiseerd. 
De belangrijkste andere plannen betroffen een aansluiting op het spoorwegnet bij de Oude Molenbochtstraat en een laad- en losplaats voor de tram op de middenkade in de Piushaven. Zelfs is er nog sprake geweest van een spoorlijn naar de Piushaven via de Havendijk-Noord. Het is er vanwege financiering, uitblijven van overeenstemming tussen gemeente en betrokkenen en gebrek aan belangstelling op het juiste moment, nooit van gekomen. 

Vlak voor de brug van de Oude Lind stond vroeger, ongeveer ter hoogte van het laatste flatgebouw, een korenmolen. 


Lovensekanaaldijk

We vervolgen onze weg aan de noordzijde van het kanaal, nu Lovensekanaaldijk geheten. We gaan onder de brug door van de Quirijnstoklaan. We rijden nu langs een gedeelte van de kanaaldijk waar het tot medio jaren '60 voor mannen was toegestaan om te zwemmen. Het omkleden moest in de struiken gebeuren, vandaar dat de aanwezigheid van vrouwen niet gewenst was. Dit werd kenbaar gemaakt door middel van borden met het opschrift: 'Verboden voor vrouwen'.

Bij de volgende ophaalbrug (Petrus Loosjesstraat) steken we het kanaal weer over. Aan de overzijde zien we een deel van Industrieterrein Loven met de grote Industriehaven, aangelegd in het midden van de jaren zestig en in het najaar van 1967 in gebruik genomen.. Op de plaats van de haven stond vroeger de steenfabriek van Claesen, en enkele honderden meters oostelijker die van Stevens. De voor de steenfabricage benodigde leem werd gedurende tientallen jaren gewonnen in het gebied waar nu het industrieterrein ligt, en dat vroeger Rauwbraken heette. Beide bedrijven moesten hun productie aan het begin van de jaren zestig staken in verband met de aanleg van het industrieterrein. 



De typische ophaalbruggen zijn op het einde van de 20e eeuw gemoderniseerd waarbij de stijl is 
gehandhaafd  (foto Frans van Ameijde). 

Onder: een van de oorspronkelijke bruggen, met de stad op de achtergrond omstreeks 1925
(coll. RHC Tilburg).


Voorbij de brug van de Gelrebaan komen we op de voormalige loswal van de Oude Molenbochtstraat (thans Dijksterhuisstraat). De weg is nog steeds voorzien van de oude bestrating met 'kinderhoofdjes'. Op deze plaats werden tot aan het begin van de jaren zestig de kolen gelost voor het gemeentelijk gasbedrijf. De steenkool werd aangevoerd door schepen van de Scheepvaart Steenkool Maatschappij te Rotterdam en vervolgens per vrachtauto vervoerd naar de gasfabriek aan de Lange Nieuwstraat. In 1962 ging de gasfabriek over tot gaswinning door het 'kraken' van propaan. De kraakinstallatie deed slechts enkele jaren dienst, want inmiddels was de gasbel bij Slochteren ontdekt. In de periode 1965/1966 schakelde men over op aardgas.
Even verderop zien we, tegenover de Dijksterhuisstraat een transformatorhuisje, met daaraan een halfrond urinoir. Dit is een van de weinige nog aanwezige openbare urinoirs.

Aan de Enschotsestraat stond vroeger het gemeentelijk slachthuis. De slachtplaats, die sinds een aantal jaren in particuliere handen is, is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste slachterijen van ons land.
Op een terrein van het slachthuis aan de Lovensekanaaldijk werd in de jaren zestig op maandagavond altijd 'automarkt' gehouden. Heel wat gammele auto's verwisselden hier voor enkele honderden guldens van eigenaar.

Iets verderop aan de Lovensekanaaldijk stond de Tilburgse Katoenspinnerij (TKT). Dit bedrijf, opgericht in 1920, bood werk aan meer dan 500 werknemers. In 1969 viel definitief het doek. In het voormalige fabrieksgebouw vestigden zich later enkele andere bedrijven, waaronder een meubelzaak. In januari 1995 brandde het complex tot de grond toe af. 

We passeren nu de Insulindestraat. Deze straat markeert nog het oorspronkelijke uit 1881 daterende tracé van de spoorweg naar 's-Hertogenbosch. Om te vermijden dat er twee spoorbruggen over het kanaal moesten worden aangelegd is het punt waar de spoorwegen naar 's-Hertogenbosch en Boxtel zich splitsten bij de aanleg van het Wilhelminakanaal begin jaren twintig verder naar het oosten verplaatst. 

De in 1944 opgeblazen draaibrug van de Bosscheweg werd pas in 1954 vervangen door een moderne 
hefbrug (foto anno 2000, Frans van Ameijde).

De ophaalbrug aan de Bosscheweg werd (evenals trouwens alle andere kanaal- en spoorbruggen) tijdens de oorlogsjaren door de Duitsers verwoest. Ter hoogte van de Insulindestraat kwam tijdelijk een noodbrug te liggen. Maar tijdelijk liep in dit geval uit tot 1954. De huidige hefbrug aan de Bosscheweg is op 10 juli 1954 geopend. 

We steken nu de Bosscheweg en de brug over en vervolgen onze weg langs het kanaal.

Wilheminakanaal ter hoogte van de Bosscheweg met de oorspronkelijke draaibrug. Op de achtergrond 
de drie spoorbruggen en de nog niet geëlektrificeerde spoorlijnen naar Boxtel en Den Bosch. Links 
brouwerij De Kroon. Foto 1928 (coll. RHC Tilburg).

Op de plaats waar nu een autohandel zit, stond vroeger bierbrouwerij De Kroon. In 1868 werd aan Antonie de Kroon een vergunning verleend voor het oprichten van een bierbrouwerij. Later waren in het gebouw o.a. een groentendrogerij, een vormenfabriek, een kunstwolmalerij en een fabriek van grammofoons gevestigd. In de jaren '70 en begin jaren '80 werd het gebouw bewoond door enkele kunstenaars, waaronder Wijnand van Lieshout, die er ook zijn atelier had. Het zeer markante gebouw is helaas in 1988 gesloopt.

Aan het thans verdwenen Pelgrimspad stond vroeger de molen van Leijten, die in verband met de aanleg van het Wilhelminakanaal en de reconstructie van de spoorweg Tilburg-Boxtel in 1913 werd afgebroken. In de Tilburgsche Courant van 15 maart 1913 werd door sloper C.J. Smits te koop aangeboden: "den geheelen afbraak van den windkorenmolen aan de Bosscheweg te Tilburg."

Over de spoorbrug gaan drie sporen. Zoals we kunnen zien aan de landhoofden was het oorspronkelijk de bedoeling een vierde spoor aan te leggen. In de tachtiger jaren is naast de spoorbrug nog een brug aangelegd voor de fietsroute die Tilburg met Oisterwijk verbindt. In 2001 zal deze stalen brug vervangen worden door een betonnen overspanning.

Voorbij de spoorbrug heet het nu Hoevensekanaaldijk. Aan onze linkerhand ligt het voetbalveld met (houten) tribune van Longa. Deze voetbalvereniging is in 1920 opgericht en kwam in 1926 tot haar grootste succes met het behalen van de nationale voetbalbeker. Longa is een van de drie Tilburgse clubs die in de jaren vijftig overgestapt zijn naar het betaalde voetbal. Tot 1964 speelde Longa op deze accommodatie betaald voetbal om vervolgens vrijwillig terug te keren naar de rijen der amateurs.


Waterzuivering

We komen nu bij de draaibrug in de Oisterwijksebaan, ooit de belangrijkste verbindingsweg van Tilburg met Oisterwijk. De brug is indertijd als draaibrug uitgevoerd in verband met de plannen voor een (nooit gerealiseerde) tramverbinding. Over de brug ligt, aan de Hendrik Zwaardecroonstraat, het kantoor van de dienstkring Tilburg van Rijkswaterstaat. Van hieruit worden sinds mei 1996 de acht beweegbare bruggen van het Wilhelminakanaal centraal bediend.

Bij de brug gaan we linksaf de Oisterwijksebaan in om (voor wie dorstig is) te stoppen bij café 'Zomerlust', de uitspanning die vooral bekend is om de vele soorten bier die verkrijgbaar zijn.

De Oisterwijksebaan volgend gaan we de tweede straat rechts, aan het einde links (Broekstraat) en dan de eerste straat rechts (Koebrugseweg). 
We passeren de rivier de Leij, die hier nog sterk meandert. Het is op deze plaats dat het uitwateringskanaal van de waterzuivering, dat rechts langs de weg zichtbaar was (ijzeren wanden en balken) onder de weg doorgaat en uitmondt in de Leij. Aan het einde van de Koebrugseweg ligt een grote visvijver, die op de kaart wordt aangeduid als 'Grollegat', maar die bij de meeste Tilburgers bekend staat als 'De Buunder'. Over dit water doen vele verhalen de ronde, waarvan een aantal die met verdrinkingsdood te maken hebben verifieerbaar zijn. 
Voor de Buunder gaan we rechtsaf (Kommerstraat) en passeren opnieuw de Leij met naar links een fraai beeld van het meanderende riviertje.

We vervolgen de Kommerstraat en zien langs het hek van het complex van de waterzuivering (kort voor we de Hoevensekanaaldijk bereiken) de restanten van de vroegere Korvelse waterloop. Boven op de Hoevensekanaaldijk gaan we naar rechts en bereiken de ingang van de Rioolwaterzuiveringsinrichting Tilburg-Oost. Sinds enkele jaren is deze eigendom van het waterschap 'De Dommel'

Luchtopname uit 1938 van de waterzuiveringsinstallatie aan de Hoevensekanaaldijk (coll. RHC Tilburg).

Al vanaf 1904 werd ter plaatse geëxperimenteerd met de zuivering van omvangrijke stromen rioolafvalwater in het stroomgebied van de Leij, wat samenhing met de snelle groei van de stad Tilburg als gevolg van de industrialisatie. Tilburg was genoodzaakt een oplossing te vinden voor het afvalwater met name van de industrie. Terwijl andere steden, die in grote rivieren of rechtstreeks in de zee (of een meer) konden lozen, kon Tilburg slechts gebruikmaken van de zeer beperkte capaciteit van de Leij. Al in de 19e eeuw was de grens van de zelfreinigende capaciteit van dit riviertje bereikt. Noodgedwongen moest Tilburg op zoek naar andere oplossingen. In dat kader vonden al vroeg in de 20e eeuw zowel aan de west- als oostzijde van de stad experimenten plaats met vloeivelden en waterzuiveringinstallaties. 

In 1927 werd een proefopstelling van de Duitse chemicus dr. Penschuck in gebruik genomen. Omdat deze niet direct bevredigende resultaten opleverde, liet de uitbreiding op zich wachten tot de jaren '30. Pas in 1937 werd de definitieve zuiveringsinrichting in gebruik genomen, naar een ontwerp van Publieke Werken van de gemeente Tilburg in samenwerking met het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater (RIZA). 
In latere fasen is het complex uitgebreid. Op dit moment is het nog in bedrijf, maar op korte termijn zal het worden gemoderniseerd of verplaatst. De oudste onderdelen worden alleen bij overbelasting ingezet.
Enkele jaren geleden zijn drie waardevolle onderdelen gesloopt, te weten: de zandvang van het rioolgemaal, het gebouw voor chemische slibverwerking en de dienstwoning. Ook de omvangrijke slib- en vloeivelden zijn niet meer herkenbaar. 

Deel van de rioolwaterzuiveringsinrichting Tilburg-Oost anno 2000 (foto Frans van Ameijde).

Het complex is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische en technische ontwikkeling: het is een uitdrukking van een belangrijke fase in de ontwikkeling van de rioolwaterzuivering en het vervulde een pioniersrol. 
Het was de eerste biologische waterzuivering in Nederland, die ook internationaal aandacht trok.
Het is illustratief doordat de functie goed aan de gebouwde objecten  af te lezen is en de procesgang inzichtelijk is. Het heeft daarmee een hoge getuigende waarde.
Het complex heeft architectuurhistorische waarde vanwege de aanwezige elementen van het Nieuwe Bouwen, de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur en de toepassing van beton. 
Het complex heeft ensemblewaarde vanwege de situering ten opzichte van de stad Tilburg en het Wilhelminakanaal, de verbondenheid met de ontwikkeling van Tilburg en de wijze waarop het terrein is ingericht.
De nog aanwezige oorspronkelijke onderdelen zijn ieder afzonderlijk en in hun onderlinge samenhang nog voldoende herkenbaar en gaaf bewaard gebleven. In nationaal opzicht is het complex bijzonder zeldzaam.

We keren weer terug naar de Hoevensekanaaldijk en volgen die in zuidwaartse richting (naar links). We passeren het viaduct van de oude Rijksweg naar Eindhoven. Een pad markeert nog de (niet-openbare) weg die eind 19e eeuw naar de (eerste) IJsclub leidde, en die vanouds de naam 'Verbrande Brug' draagt. We passeren weer de rivier de Leij (de 'schone' Leij) en even verderop een oude Leijbedding (de Oude of 'vuile' Leij). Opvallend is het hoogteverschil van vele meters tussen de kanaaldijk en het van oudsher moerassige beekdal links daarvan. 


Trappistenklooster

We rijden nu onder het viaduct van de A58. Vlak voor de ophaalbrug gaan we linksaf. Rechts van de weg stonden vroeger, op een afstand van ongeveer 500 meter, op het grondgebied van Hilvarenbeek, de Annahoeve en de Hendrikhoeve, voormalige hoeven van koning Willem II. waar nog delen van te zien zijn.

We rijden door, richting Trappistenklooster met bierbrouwerij. 
In 1881 vestigden de paters trappisten zich in Berkel-Enschot in een drietal voormalige hoeven van koning Willem II, die zij als geschenk ontvingen van de Tilburgse lakenverver Caspar Houben.
De huidige abdij (kerk en klooster) van O.L. Vrouw van Koningshoeven is gebouwd in de jaren 1891-1893.
Een vergunning voor het brouwen van bier werd verleend in 1885. De brouwerij 'De Schaapskooi', vernoemd naar een van de voormalige hoeven van koning Willem II, is nog een van de zeven bestaande trappistenbrouwerijen. De andere zes staan in België. Sinds vorig jaar werkt de brouwerij samen met Bavaria. Omdat het brouwproces onder toezicht van de paters trappisten staat, mag het bier nog steeds trappistenbier worden genoemd.


Koningshoeven

We keren weer om en rijden over de ophaalbrug naar de Koningshoeven. Sinds de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1997 bevindt deze zich brug op het grondgebied van de gemeente Hilvarenbeek (de gemeentegrens valt nu samen met de A 58).
Aan de Koningshoeven staan nog veel vroegere fabrikantenvilla's. Vroeger stonden er nog de wollenstoffenfabriek van Vincent Verschuuren-Piron en de Coöperatieve Ververijen van Tilburgse Fabrikanten van Wollen stoffen (voorheen ververij Vincent van Spaendonck, later Ververij Koningshoeven). Beide bedrijven loosden hun afvalwater op de Oude of 'vuile' Leij. Deze voormalige Leijbedding is inmiddels gedempt en vervangen door een riool. Het karakteristieke bruggetje heeft men echter kunnen behouden.
Verderop aan de Leij lag in de jaren dertig het (tweede) terrein van de Tilburgse IJsclub. Door middel van een pomp liet men een weiland bij het Leijpark onder water lopen, waarna bij vorst geschaatst kon worden.
Koningshoeven 30, aan onze rechterhand, is een voormalig tuinhuis van koning Willem II. Hier sprak hij de historische woorden: "Hier adem ik vrij en voel ik mij gelukkig". Later werd het woning en atelier van de Tilburgse kunstenaar Nico Molenkamp.

We rijden nu de Koningshoeven uit. Aan de overzijde van de weg zien we het voormalige retraitehuis van de Congregatie der Religieuzen van O.L. Vrouw van het Cenakel aan de Koningshoeven. Dit klooster, geopend in 1908, was later gedurende een aantal jaren de lesruimte voor het Brabants Conservatorium.
Thans is het klooster geheel gerenoveerd en verbouwd tot een aantal wooneenheden. Ernaast staan twee woontorens die in de volksmond 'De Zwarte Madonna's' heten. Architect is Jacques de Brouwer.


Hoevenseweg

Achter het Bastionhotel ligt nog een restant van de vroegere Meierijbaan, de oude rijksweg naar Eindhoven. We steken nu de Ringbaan-Oost over en gaan rechtsaf de Hoevenseweg op. Links zien we het voormalige complex van de N.V. Koninklijke AaBe wollenstoffen- en wollendekenfabrieken. Dit bedrijf, dat hier vanaf 1930 gevestigd was, telde in 1961 nog 1200 werknemers en was de grootste textielfabriek die Tilburg gekend heeft. In de jaren vijftig en zestig was het complex van Aabe het uitgebreidst, met naast vele bedrijfsgebouwen ook een sportveldencomplex langs de Hoevenseweg en Ringbaan-Zuid. Uit die tijd dateert ook de nieuwe, verhoogde entree van het kantoorcomplex van het bedrijf, die nog zichtbaar is. 
In 1996 werd het faillissement uitgesproken over het inmiddels sterk afgeslankte bedrijf.
Meest opvallende element is thans de schoorsteen.
Verderop aan de Hoevenseweg zien we nog een rij typische arbeidershuisjes.

We zijn nu bijna de brug over het zijkanaal genaderd. In de voortuin van de pastorie van O.L. Vrouw van Lourdes aan de Hoevenseweg 2 zien we een beeld van St. Christoffel, de beschermheilige van o.a. automobilisten. Dit beeld van Franse kalksteen werd in 1935 vervaardigd door Adrianus Boon (1898-1966) in opdracht van de Broederschap voor auto- en motorrijders "St. Christoffel". 

Briefhoofd met afbeelding van de ijzergieterij Jerôme van Dun aan de Havendijk (coll. RHC Tilburg).

Het gebouw achter de pastorie is de voormalige ijzergieterij Jerôme van Dun & Co. Op 5 september 1900 werd aan deze firma een hinderwetvergunning verleend voor de oprichting van een ijzer- en metaalgieterij met 18 pk gasmotor aan de Koningshoeven.
In 1921 werd het pand verbouwd tot kerk van de parochie O.L.V. van Lourdes. In de kerk was onder meer een Lourdesgrot zichtbaar. In 1965 werd een nieuwe kerk gebouwd aan het Lourdesplein (inmiddels alweer verlaten). Sindsdien is het pand in gebruik als supermarkt. Over de waarde, het behoud en een eventueel toekomstige functie zijn thans volop discussies gaande.


Piushaven

Na de draaibrug gaan we linksaf en rijden over de Havendijk naar de Piushaven. De aanleg van deze haven naar het centrum van de stad is op 9 september 1921 gegund aan N.V. Aannemings-maatschappij 'Den Bosch' uit 's-Hertogenbosch . In oktober 1921 is met het uitgraven begonnen. Voor de verbindingsarm van het Wilhelminakanaal met de Piushaven moest onder meer het voormalige voetbalterrein met tribune van Willem II worden verplaatst. Ook enkele blauwsloten moesten door middel van riolering naar elders worden geleid. Op 4 april 1923 kon het Wilhelminakanaal officieel worden geopend. Op dat moment was ook de Piushaven zowel uit de richting Oosterhout als uit de richting Zuid-Willemsvaart bereikbaar. In de beginjaren was de naam Piushaven overigens nog niet in gebruik. Dat is pas sinds 1926 het geval. Met Piushaven werden de bijna 1 kilometer lange kaden aangeduid.

Aanvoer van goederen op de middenloswal van de Piushaven anno 1933 (coll. RHC Tilburg).

Aan de Piushaven waren vroeger veel ondernemingen gevestigd zoals de meelhandelaren Schraven-Eijsbouts, Van Loon en Tuerlings-de Jong, bouwmaterialenhandel Bas Menheere en ijzer- en staalhandel Van Raak. Ook was hier jarenlang het regenkledingatelier 'Brabant' gevestigd, waar de bekende 'Falcon' regenjassen werden gemaakt.
Vanaf de haven waren er in de jaren twintig en dertig naast de beurtvaart vaste vervoersdiensten naar een groot aantal plaatsen in het land. Zo voerde Verschure's Brabantsche Stoombootdiensten N.V. dagelijks diensten uit op Dordrecht en naar Utrecht, Amsterdam en de Zaanstreek. Regelmatig vervoer was er ook door N.V. Expeditie te Winkel en Oomes. Beide bedrijven hadden hun kantoor aan de Piushaven. Van de oorspronkelijke bedoeling om de middenkade te voorzien van een tramverbinding met overslagmogelijk is niets terechtgekomen. Juist in de jaren twintig gingen de ontwikkelingen van het vrachtvervoer per auto zo snel dat de tram geleidelijk werd verdrongen. 

Overzicht van de aanlegkades van de Piushaven. Goed zichtbaar is de middenkade met opslagloods. 
Op de achtergrond café Havenzicht. Foto begin jaren dertig (coll. RHC Tilburg).

Pas in de jaren vijftig is de goederenstroom van en naar de Tilburgse havens goed geregistreerd. 
Zo is bekend dat in 1952 1991 schepen een totaal van bijna 300.000 ton goederen. In 1953 was dat gestegen tot 2068 schepen en 320.000 ton goederen. Aan stukgoed werd in 1952 16.500 ton gelost. Het betreft hier cijfers voor alle havenactiviteiten in Tilburg.

Een aantal factoren is er de oorzaak van dat de economische betekenis van de Piushaven vanaf de jaren zestig is afgenomen. Genoemd kunnen worden: de ingebruikname van de nieuwe industriehaven op industrieterrein Loven; de verbetering van de aanlegplaatsen aan de Dongensekanaaldijk, waar de verbreding van het kanaal heeft plaatsgevonden, waardoor grotere schepen konden aanleggen; het verplaatsen van grootschalige bedrijfsmatige activiteiten naar de industrieterreinen elders in de stad; het sterk toegenomen vervoer per (vracht)auto.

In 1983 werd de zuidelijke arm van de Piushaven gedempt, waarna er woningen op werden gebouwd. De voormalige zuidelijke kade heet sindsdien Tamboerskade, terwijl de kade, die vroeger de scheiding vormde tussen de noordelijke en de zuidelijke havenarm, de naam Hopliedenkade kreeg. 

Voormalige graan- en meelhandel A.C. van Loon aan de Piushaven. Door architect Jos C.A. Schijvens 
in 1935 in expressionistische bouwstijl ontworpen bedrijfsgebouw (foto Frans van Ameijde, anno 2000).

Het resterende deel van de Piushaven dreigde vervolgens elke betekenis voor het vervoer te verliezen tot onder meer door initiatieven van bewonersgroepen alternatieven voor hergebruik in beeld kwamen. Vooral de Stichting Thuishaven ijvert voor hergebruik van de haven, waarbij vooral de recreatieve functie (de unieke ligging vlak bij het centrum) in beeld kwam. Over de gewenste toekomstige ontwikkelingen bestaat nog geen eensluidend (definitief) standpunt

Deel van de bebouwing langs de Piushaven anno 2000. Links café Havenzicht (vergelijk met foto hierboven).
 Foto Frans van Ameijde.

In de Piushaven zien we op het water een drijvende sculptuur van roestvrijstaal. Deze werd in 1989 vervaardigd door Eugène van Lamsweerde in het kader van het Masterplan Beeldende Kunst in Tilburg. 

Via de Koopvaardijstraat, Piusstraat (rechtsaf), Piusplein en Jan Aartestraat komen we bij het gemeentearchief, gevestigd in een deel van de voormalige lancierskazerne, in 1841-1846 gebouwd in opdracht van koning Willem II..

Via de Paleisring, Stadhuisplein, Schouwburgring met Paleis-Raadhuis en Heikese kerk en begraafplaats aan de Bredaseweg rijden we ten slotte weer naar het beginpunt, de watertoren.



Literatuur

Overzicht van enige literatuur met betrekking tot achtergronden bij de besproken monumenten. Kranten zijn alleen opgenomen wanneer het een uitgebreid (overzichts)artikel betrof.

Arends, G.J. Sluizen en stuwen. De ontwikkeling van de sluis- en stuwbouw in Nederland tot 1940. (Bouwtechniek in Nederland, deel 5.) Delft, 1994.

Beek, Pierre van, 'Tilburg ijverde lang voor Wilhelminakanaal', in: Het Nieuwsblad van het Zuiden, 21 februari 1979.

Beekman, A.A., De wateren van Nederland. Aardrijkskundig en geschiedkundig beschreven. 's-Gravenhage, 1948.

Doremalen, Henk van, Blauwsloten en riolen. Een milieu-historische studie over Tilburg en zijn rioolstelsel. Tilburg, 1993.

Doremalen, Henk van, Werken aan water. Feiten, verhalen en anekdotes ter gelegenheid van 100 jaar water uit de kraan in Tilburg. Tilburg, 1998.

Graaff, A. de. 'Het Wilhelminakanaal en het Markkanaal', in: Kley, J. van der (red.). Vaarwegen in Nederland. Een beschrijving van de Nederlandse binnenvaartwegen. Assen, 1967, 103-111.

Havelaar, J.P., Ontwerp voor het rioolstelsel van Tilburg. Leiden, 1870.

Heijden, Cor van der, Kleurloos, reukloos en smaakloos drinkwater. De drinkwatervoorziening in Tilburg vanaf het midden der negentiende eeuw. Tilburg 1995. 

Horn-van Nispen, M.L. ten. 'Verbindingen brengen volledige ontsluiting. 2. Waterwegen', in: Eerenbeemt, H.F.J.M. van den (red.). Geschiedenis van Noord-Brabant. Deel 2. Emancipatie en industrialisering 1890-1945. Amsterdam/Meppel, 1996, 120.

Leyborgh, Gerard van (pseudoniem voor Lambert de Wijs), 'Historische Sprokkelingen. Iets uit de geschiedenis van het Tilburgsch kanaal', in: Nieuwe Tilburgsche Courant, 6 september 1930.

Plasmans, E., 'Materiële schade en herstel', in: Jaarboek De Lindeboom, deel VIII (1984), 79-115.

Steketee, A., 'De bruggen van het Wilhelminakanaal', in: Bulletin Stichting tot behoud van monumenten van bedrijf en techniek in het Zuiden van Nederland (1990) nr. 35, 747-778.

Steketee, A., 'Sluis III Tilburg', in: Nijhof, E. (red.). Lijnen door het Brabantse land. 200 jaar verkeersinfrastructuur in Noord-Brabant 1796-1996. Zwolle (1997), 113.

Veen, Jacob H.S.M., 'Spoorrails naar Tilburgs water', in: Tijdschrift Tilburg jrg. 17 nr. 2 (september 1999), 35-41.

Ets vervaardigd door Hendrik de Laat: de toegang tot de 
Piushaven anno 1927 (coll.
RHC Tilburg).