Stichting tot Behoud van Tilburgs Cultuurgoed - Tijdschrift
155. Achtergronden bij het ontstaan van de wijk Jeruzalem
 

Titel:   

 Achtergronden bij het ontstaan van de wijk Jeruzalem

Ondertitel:   

Auteur:   

 Gerard Steijns 

Jaargang:   

 XVIII (2000) Tilburg, tijdschrift voor geschiedenis, monumenten en cultuur

Nummer:   

 3

Pagina´s:   

 77-85


Ingesloten tussen Wilhelminakanaal, Meijerijbaan, Ringbaan-Oost en zijtak Wilhelminakanaal vormt Jeruzalem, ook door het uiterlijk van de woningen, een aparte wijk in Tilburg. Ruim vijftig jaar geleden, kort na de Tweede Wereldoorlog, zijn de eerste woningen in Jeruzalem gebouwd. Al voor de oorlog waren er plannen met dit gebied aan de oostkant van de stad. Hoe pasten die in de bredere visie op de ruimtelijke ontwikkeling in het zuidoostelijk deel van Tilburg dat oorspronkelijk grotendeels een agrarische bestemming had? 

Panorama over de wijk Jeruzalem in aanbouw, 1952. De karakteristieke 
skyline van de stad werd in die tijd nog gevormd door kerken en 
fabrieken (coll. RHC Tilburg).

De plek waar nu Jeruzalem ligt, was vanouds een puur agrarisch gebied onder de ‘herdgang’ Loven. Gelegen tussen twee afsplitsingen van de oude weg naar Oisterwijk (Sint Josephstraat-Oisterwijksebaan):
- de Kommerstraat richting Moerenburg (sinds 1384 pastorie van Tilburg en Enschot, in 1648 genaast door de Staatse overheid ten behoeve van de hervormde predikant, vanaf ca. 1664 woning van Staatse ambtenaren en officieren, in 1750 afgebroken). Die sloot bij de ‘Pastoorsdijk’ door het Leijdal aan op de baan over de hei naar Moergestel en verder naar Oirschot.
- een Weg vanaf de ‘Hogendries’ richting de ‘Vijfhoeven’ of ‘Vijfhuizen’ aan de Leij, in de 19e eeuw de Hoevense dijk genoemd en vervolgens als Hoevenseweg in het straatnamenregister opgenomen. In de 18e eeuw heette die weg nog ‘Herman Aertsdijk’, naar Herman Aert Jan Pauwels alias de Roij, geboren rond 1556 en gestorven 31-12-1665, koopman en grondbezitter, die woonde aan het ‘Hinthamereind’; broer van Jan Aerten van het ‘boompke’. In 1924 bij de onthulling van het standbeeld voor Willem II wordt het stuk tussen de Sint Josephstraat en de gemeentegrens vernaamd in ‘Koningshoeven’, in 1960 het stuk tot aan de Ringbaan-Zuid in ‘Prinsenhoeven’.

Hoeven

Verspreid lag daar in de 19e eeuw een aantal grote hoeven: met name de zogenaamde ‘Schouwse Hoef’ en het ‘Hooghuis’ bij de huidige Koningshoeven, en meer naar het noordoosten, dichter bij het kanaal en op het tracé van de latere rijksweg naar Eindhoven, een zeer grote hoeve, de ‘Nieuwe Hoef’, die begin 17e eeuw nog grensde aan bezittingen van de familie Van Brederode, nazaten van de Tilburgse familie Back. In of kort voor 1623 was het bezit van de familie Back, beschreven als liggende aan de ‘Backxdijck’, verkocht en gesplitst, waarna een van de vier delen in eigendom kwam van Herman Aerts, wat de bovenvermelde oude naam voor de Koningshoeven verklaart. Uit dit alles valt te concluderen dat de ‘Vijfhuizen’ met de hei ten zuiden daarvan, de beemden langs de Leij en het akkergebied ten noorden in de Middeleeuwen toebehoorden aan de zeer aan de hertog van Brabant verknochte familie Back, die ook van diezelfde hertog het huis Broekhoven en het goed Enthoven nabij de huidige Tivolistraat in leen bezat. De noordoostelijke ‘Nieuwe Hoef’, toen dicht aan het kanaal gelegen, met zich ver naar het noorden tot aan de Kommerstraat bij de ingang van de haven uitstrekkende akkers, werd in 1934 door de gemeente “in het belang der volkshuisvesting”, zo staat in de akte, gekocht van de toenmalige eigenaren, de erfgenamen van notaris Maas. Daarmee verwierf zij het grootste deel van de ondergrond voor de later aangelegde rijksweg en wijk Jeruzalem. Voor het voltooien van de wijk kocht ze in 1949 nog huisjes en akkers dicht bij de havenmond van de boerenfamilies Vermelis, Van der Aa en Coolen.

Het zuidwestelijk deel van de stad met rechts het 
gebied Moerenburg en De Hoeven. 
Kaart J. Hutten, 1835 (coll. RHC Tilburg).

De locatie van het huidige ‘Jeruzalem’ was dus een al vóór de 17e eeuw ontgonnen stuk open agrarisch gebied tussen het centrum van het dorp Tilburg, de genoemde landwegen en de Leij. De akkers waren grotendeels eigendom van de eigenaren van de genoemde hoeven in het zuiden maar deels ook van de hoeven langs de Oisterwijksebaan, waaronder waarschijnlijk ook de zogenaamde ‘Armhoef’, eigendom van de Tafel van de H.Geest ofwel de armmeesters van de kerk van Tilburg.

Veranderingen 

Vanaf 1834 verwerft kroonprins Willem, later koning Willem II, op de ‘Hoeven’ en in het grensgebied van Tilburg met Hilvarenbeek, Moergestel en Berkel-Enschot een heel complex onroerend goed. De stroom van aankopen is begonnen met de ‘Schouwse Hoef’, een hoeve met ‘pleziertuin’ van George Schouw (griffier en vrederechter), het ‘Hooghuis’ en het ‘Barrièrehuis’ (zo genoemd naar het recht van tolheffing dat erop rustte in ruil voor de verplichting tot onderhoud van de brug over de Leij). In 1835 kocht hij ook de ‘Nieuwe Hoef’. Deze hoeven waren zoals we boven hebben gezien waarschijnlijk voortgekomen uit het gesplitste bezit van Back/Van Brederode. Er volgt intensieve exploitatie van dit bezit door Willem en verdere ontginning en uitbreiding naar het zuiden en oosten met nieuwe hoeven waaronder de ‘Schaapskooi’. 

De Schaapskooi van de prins van Oranje met links op de achtergrond de in 
aanbouw zijnde Annahoeve en de kerk van 't Heike. Dit schilderij van de Tilburgse 
kunstschilder J.A. Knip (1777-1847) en zijn twee kinderen Henriëtte en August 
is aan koning Willem I geschonken (part. coll.)

Deze bezittingen zijn na de dood van de koning via de Tilburgse koopman/rentenier Corn. Janssen(s) na 1849 grotendeels in handen gekomen van de uit het Limburgs/Duitse grensgebied afkomstige Caspar Houben. Hij vestigde een ververij aan de Leij. Later komen daar nog een ververij van Vincent van Spaendonck en de Coöperatieve Ververijen van Tilburgse fabrikanten. Op het eind van de 19e eeuw begint bij die bedrijven de bouw van villa’s en lusttuinen. Er ontstaat als het ware een ‘Houben/Van Spaendonck-siedlung’. In 1881 vindt de stichting van de Trappistenabdij met brouwerij in de ‘Schaapskooi’ (een schenking van Caspar Houben) plaats. Daar komt in 1894 de nieuwbouw met kerk gereed. De familie Houben bevordert de stichting in 1908 van retraitehuis ‘Het Cenakel’ aan de Hoevenseweg. Eerste overste is een dochter van Caspar Houben. 

Caspar Houben (1823-1899) en zijn vrouw Antonetta 
Leonora Verbunt (1826-1894). Hij stichtte in 1852 een 
roodververij voor meekrap bij de Buunders aan de Leij. 
In 1881 schonk hij de Schaapskooi met de daarbij
behorende hoeven en 50 hectaren grond ten behoeve 
van de stichting van de abdij van de paters trappisten. 
In Jeruzalem werd een straatnaam naar hem genoemd 
(coll. RHC Tilburg).

Het verkeer naar Moergestel verplaatst zich in de loop van de 19e eeuw naar de Hoevenseweg, nadat Willem II deze weg en het vervolg daarvan langs zijn nieuw gestichte hoeven tot aan zijn ‘Schaapskooi’ heeft laten verharden. Er komt dan een verbinding via de huidige abdij (knik in de weg!) met de weg over de hei die van oorsprong het vervolg van de Kommerstraat was. Die Kommerstraat ‘verkommert’ nog meer na de aanleg van het Wilhelminakanaal (KB in 1905). Het beschreven gebied wordt dan in het noorden van de rest van de stad afgesneden door de insteekhaven (gereed in 1922). 

Plan Rückert

In 1902 werd de Woningwet van kracht. De gemeenten en vooral de grotere steden werden hierin verplicht om planmatig een einde te maken aan de vaak treurige woonsituatie van hun inwoners. Er moesten bouwverordeningen met een stelsel van bouwvoorschriften worden gemaakt (in Tilburg in 1904) en de kwaliteit van de bestaande woningen moest worden geïnventariseerd door een op grond van de Gezondheidswet ingestelde gemeentelijke Gezondheidscommissie.
Grotere of sterk groeiende gemeenten werden verplicht een ‘stratenplan’ op te stellen. Gemeenten van meer dan 10.000 inwoners dienden nog verder te gaan. Daar moest de gemeenteraad een door Gedeputeerde Staten goed te keuren ‘uitbreidingsplan’ vaststellen.

Fragmentkaart van het Algemeen Uitbreidingsplan van ir. J.H.E. Rückert 
uit 1917. Precies op de plek van het latere Jeruzalem ligt op zijn 
ontwerptekening een ‘tuinwijk’ (coll. RHC Tilburg).

In 1917 wordt op basis van een grootscheepse visie van de directeur van Gemeentewerken, ir. J.H.E. Rückert, op de toekomstige ontwikkeling Tilburg een ‘Algemeen Uitbreidingsplan voor de gemeente Tilburg’ vastgesteld. Rückert is de geestelijke vader van de ringbanen en hij ontwierp daarbinnen een groot aantal inbreidingen tussen de oude ´herdgangen´. Maar hij voorzag ook een krans van villawijken en ‘tuindorpen’ daarbuiten, tussen die ringbanen en het kanaal en zelfs daaroverheen. Voorbeelden van deze laatste zijn de wijk rond de Sacramentskerk en Zorgvlied, die inderdaad gerealiseerd zijn en een wijk ter weerszijden van de Koningshoeven. De aansluiting van de Ringbaan-Oost met de Ringbaan-Zuid lag in zijn visie toen nog bij de haven (die in 1917 door RWS al ontworpen was maar nog niet gereed was). Precies op de plek van het latere Jeruzalem ligt op zijn ontwerptekening een ‘tuinwijk’. Ten westen van de Hoevenseweg voorziet hij een meer gewone arbeiderswijk met in het centrum een kerk. In die periode werd ook door de planologen in Tilburg al sterk parochiaal gedacht. Dat parochie-centrisch denken zou zo blijven tot in de tijd dat het Zand en de Reit werden ontworpen. In de latere uitbreidingen is dat idee losgelaten. Maar het heeft bij de eerste concrete plannen voor Jeruzalem nog een rol gespeeld. Het op het Algemeen Uitbreidingsplan gebaseerde Partieel Uitbreidingsplan voor het stadsdeel, waarin de wijk Jeruzalem pas veel later is gerealiseerd, werd onder de benaming ‘De Hoeven’ in 1931 vastgesteld maar daarna nog vele malen gewijzigd.

Parochie, fabriek en park

De visie van Rückert op het gebied is niet gerealiseerd. Het op zijn Uitbreidingsplan gebaseerde partieel uitbreidingsplan Hoeven dat het gehele gebied vanaf de Broekhovenseweg en Piusstraat tot aan het Wilhelminakanaal en ten zuiden van de haven besloeg is vanuit het westen langzaam en schoksgewijs ontwikkeld. Het eerst de zogenaamde Vogelwijk met sociale woningbouw. Vervolgens de wijk rond het Stuivesantplein, ten dele sociale woningbouw en deels ook particuliere projecten (Merode en Van Hessen-Kasselstraat e.o.).
Het idee van Rückert om de Ringbaan-Zuid met een boog om deze gerealiseerde projecten naar de kruising van de Hoevenseweg met de haven te laten lopen, hem daar te laten oversteken, vervolgens langs de noordkant van de haven verder te laten lopen en pas daar op de Ringbaan-Oost aan te laten sluiten, werd verlaten. In plaats daarvan werd aan de heren Van den Bergh de gelegenheid geboden om op door hen verworven gronden tussen de Beekse Dijk en de Hoevenseweg een gigantische moderne textielfabriek te bouwen: de nog bestaande Aabe-fabrieken. Rückert had ook wel industrie langs de haven en het kanaal voorzien, maar niet in die dimensies. Daarmee verviel ook de oorspronkelijke plek voor een parochiecentrum. 

In 1920 werd de nieuwe parochie van O.L. Vrouw van Lourdes (De Hoeven) 
gesticht. Aan de Havendijk werd de voormalige verzinkerij van Jérôme van 
Dun & Co tot noodkerk ingericht. Rechts de pastorie (coll. RHC Tilburg).

Inmiddels was die nieuwe parochie echter wel gesticht. Op 22 november 1920 schrijft mgr. Diepen immers aan de parochianen van de Heuvel: “De toeneming der bevolking, welke op het grondgebied Uwer parochie heeft plaatsgehad en nog te wachten staat, maakt het noodzakelijk om in Uw aller godsdienstig en zedelijk belang een deel Uwer parochie van de Moederkerk af te scheiden en tot een zelfstandige parochie te verheffen.” Die nieuwe parochie kreeg de naam: ‘Parochie van O.L.Vrouw van Lourdes (De Hoeven)’. Met die toevoeging sluit de bisschop aan bij de naam van het plangebied. De bisschop heeft niet voorzien dat weldra een groot deel van het grondgebied van de nieuwe stichting in beslag genomen zou worden door een reusachtige textielfabriek, en dat bovendien dat gebied ruw doorsneden zou worden door een veranderde loop van de Ringbaan-Oost. Het tuindorp ten oosten van de Hoevenseweg werd voorlopig niet gerealiseerd. Tot ver na de Tweede Wereldoorlog werd de bepaald niet talrijke kudde van bouwpastoor Aelen bediend vanuit een tot noodkerk verbouwde voormalige verzinkerij! Zeker toen in 1931 nog een pas gebouwd deel van de wijk rond het ziekenhuis van de parochie werd afgesplitst ten behoeve van de nieuwe parochie H.Sacrament (een bewijs dat men nog steeds redelijk hoge verwachtingen had van groei naar het zuiden) bleef de parochie klein. Pas in 1939 komt er een kapelaan omdat er toch “een overvloed aan jonge priesters” was, aldus de bisschop. Na de oorlog werd de nog open ruimte tussen Broekhoven en de Aabe-fabriek opgevuld en ontstond daar een nieuwe parochie. Zo werd Onze Lieve Vrouw van Fatima ook in Tilburg een concurrente van Onze Lieve Vrouw van Lourdes. 

Inmiddels, in 1934, had de tuinarchitect Leonard Springer in opdracht van de gemeente een ontwerp gemaakt voor een park ten zuiden van de Ringbaan-Zuid. Dit Leijpark, bedoeld als werkverschaffingsproject, werd overigens pas in 1939 aangelegd en werd veel groter dan Rückert in zijn plan had voorzien. Het sloot daarmee elke uitbreiding van bebouwing in die richting uit. Een andere opsluitende werking had de weliswaar voorziene, maar, zo lijkt het, toch tamelijk autonome ontwikkeling van een industriezone langs het Wilhelminakanaal, met daarop de bepaald niet woonwijkvriendelijke aniline-kleurstoffenfabriek van Franken-Donders. 

Door al deze veranderingen in de visie op het gebied waren in 1931 en 1936 herzieningen nodig geweest van het Partieel Uitbreidingsplan ‘De Hoeven’. En in 1939 begint men aan een nieuwe herziening, overigens alleen voor het nog niet gerealiseerde gedeelte ten oosten van de Beekse Dijk en zonder het Leijpark. In 1942 is die klaar en door de oorlogsomstandigheden wordt het herziene plan pas op 1 juni 1944 vastgesteld door de burgemeester van Tilburg “waarnemende de taak van de Raad dier gemeente” (die was door de bezetter buitenspel gezet). Gedeputeerde Staten onthielden er hun goedkeuring aan, zodat de zaak na de bevrijding opnieuw in procedure moest. Dat gaf mogelijkheid tot verdere aanpassingen, maar de toelichting over de reden van de herziening was bij de uiteindelijke vaststelling op 25 april 1952 nog hetzelfde: “De herziening… is mede een gevolg van een wijziging in het tracé van de Rijksweg om de bebouwde kom van Tilburg naar Eindhoven. Als gevolg daarvan is het verloop van het gedeelte Koningshoeven ten zuiden van deze rijksweg meer in overeenstemming met het bestaande wegtracé en de bestaande bebouwing gebracht, omdat deze weg in de toekomst geen deel meer zal uitmaken van de hoofdverkeersweg naar Eindhoven. Door de bouw van de nieuwe brug over het zijkanaal in de Ringbaan Oost is de betekenis van het gedeelte van de Koningshoeven ten noorden van de Voetbalweg (= Fatimastraat, S.) voor het verkeer verminderd, waarom de vroeger ontworpen verbreding van dat weggedeelte niet meer noodzakelijk wordt geacht…”

Ziehier het kader waarbinnen opnieuw gedacht moest worden over de opvulling van het gebied dat later de wijk Jeruzalem zou worden.

Nieuwe plannen voor een woonwijk

Nog voor de oorlog wordt het zandlichaam van de Ringbaan Zuid aangelegd, de afbouw met aansluiting op de Ringbaan-Oost en de voortzetting met een brug over het kanaal als rijksweg naar Eindhoven zou pas na de oorlog geschieden. 

Die wegen werden blijkens de eerste tekeningen van de wijk nog niet als een grote barrière gezien. De plannenmakers voorzagen toen zelfs nog de mogelijkheid om ook ten zuiden van de Meierijbaan woningen te bouwen in een subwijkje dat op het latere Jeruzalem aansloot. Er is dan nog een heel eenvoudig stratenplan, maar duidelijk is wel dat wat nu de Caspar Houbenstraat is, in de visie van de ontwerpers met een soort pleintje in de Ringbaan-Oost, onderdeel moest worden van een brede oost-westverbinding van Broekhoven tot aan het kanaal. Nog in een toelichtende brief van de directeur Publieke Werken van februari 1940 wordt rekening gehouden met de mogelijkheid, dat een nieuw parochiecentrum kan worden gerealiseerd aan weerskanten van de Caspar Houbenstraat. Dat geeft aan, dat men toen absoluut nog geen geïsoleerde ligging van de wijk voorzag. Juist de verkeersontwikkeling heeft echter dat effect wel bewerkstelligd en bovendien is in een later stadium een nieuwe invulling van het gebiedje rond het Lourdesplein gevolgd, waardoor het hart van de parochie, die na 1954 het merendeel van zijn parochianen ten oosten van de Ringbaan had wonen, ten westen daarvan bleef en wel in de achtertuin van de noodkerk. 

Een tekening bij een brief van de directeur P.W. aan B.en W. van 8 juni 1948 geeft in feite de situatie weer zoals ze is gerealiseerd. Er is geen sprake meer van een sprong over de Meierijbaan, het stratenplan ziet er uit zoals het in werkelijkheid is geworden, en een bijna doorlopende middenberm op de Ringbaan-Oost geeft aan dat men in een aansluiten van de Caspar Houbenstraat op de Fatimastraat niet meer gelooft. Wat nu Lourdesstraat heet wordt dan bovendien Schutsboomstraat genoemd, een naam die duidelijk aansluit bij de naamgeving in de wijk Broekhoven/Fatima. Dan worden ook de wijzigingen in het plan voorgesteld om de bouw van een nieuw parochiecentrum aan het Lourdesplein mogelijk te maken. 

Woningnood en woningbouw

Door de sterk groeiende bevolking en door de slechte kwaliteit van een groot deel van de volkswoningen was er rond 1900 ook in Tilburg grote behoefte aan goede en goedkope nieuwe woningen. De slechte toestand werd in 1910 door de gemeentelijke Gezondheidscommissie op basis van haar door de Woningwet verplichte onderzoek nog gebagatelliseerd, maar in 1913 werd deze door Rückert toch aan de kaak gesteld. Hij hield toen tijdens een op zijn instigatie gehouden ‘woningtentoonstelling’ in een causerie met dia’s een pleidooi voor volkswoningbouw, wat aanleiding is geweest voor de oprichting van woningbouwverenigingen (de eerste uitgaande van de werkliedenverenigingen: Sint Joseph en de ‘Tilburgsche Bouwvereeniging’). Tussen de oorspronkelijke lintbebouwing en de fabrieksterreinen was voor de activiteiten van deze corporaties voldoende plaats. Speculatie met bouwgrond kon worden voorkomen, door de stichting in 1913, ook al op aandringen van Rückert, van een Gemeentelijk Grondbedrijf. 
Kort voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog waren er bij de gemeente ook al plannen om in eigen beheer woningen te gaan bouwen. In 1919 werd een gemeentelijke Dienst Woningbouw gevormd, maar die werd, nadat de regering onder invloed van de bestedingsbeperking n.a.v. de economische recessie, eigen activiteiten van gemeenten op dit vlak verboden had, in 1925 weer opgeheven. De op dat moment al gebouwde woningen ( bij de Trouwlaan en Veestraat) waren inmiddels ondergebracht in een Stichting Woningbeheer. Daarnaast bleven nu vooral de Woningbouwverenigingen en particuliere ondernemers actief. Aannemers gingen veel voor eigen rekening bouwen en vervolgens verkopen of verhuren. Dat waren over het algemeen echter geen woningen voor de minderbedeelden. Als we daarom zien dat er in 1935 (zie tabel en grafiek) een woningoverschot is, dan zit hem dat vooral in de duurdere sector. De eerste woningen in Zorgvlied (een beleggingsproject van de Levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht ) kon men omstreeks die tijd aan de straatstenen niet kwijt en moest men voor lage prijzen te huur aanbieden.

De fabriek van chemicaliën ‘Aniline’ van de fa. Franken-Donders aan de 
Twentestraat, 1952 (coll. RHC Tilburg).

Desondanks kan toch gezegd worden dat er in de late jaren ’30 in louter kwantitatieve zin geen sprake meer was van woningnood. De kwaliteit liet echter in de oudere wijken wel vaak te wensen over. En de bevolking groeide maar door, ook toen in 1940 de oorlog uitbrak en de bouw van woningen in de uitbreidingswijken stil kwam liggen (voorbeeld Jan de Rijpstraat e.o.). Zeker met daarbij het stijgend aantal huwelijken en dus gezinnen vlak na de oorlog, een inhaaleffect gepaard gaande met de bekende ‘baby-boom’, leidde dat tot een zeer problematische situatie. Herziene uitbreidingsplannen, die tijdens de bezetting in de kast waren blijven liggen, moesten versneld worden uitgevoerd. En daar was ‘De Hoeven’ er een van. 

Jeruzalem in 1954. rechts café Jeruzalem aan de Caspar Houbenstraat, 
op de achtegrond de Aniline-fabriek (coll. RHC Tilburg).

De wederopbouw kwam natuurlijk ook door materiaalschaarste en een verwoeste infrastructuur niet zo erg snel op gang. Maar nu ging de gemeente naast de woningbouwverenigingen weer zelf aan de slag, geholpen door maatregelen zoals rijkssubsidies gepaard gaande met strenge contingentering. In 1949 werden door de gemeente en voorgefinancierd door het Rijk 168 woningen volgens het Airey-systeem gebouwd aan de Koningshoeven (de bijnaam Jeruzalem kon uiteraard daarna pas in de volksmond ontstaan)op het terrein omsloten door de Ringbaan-Oost, de Meierijbaan, het Wilhelminakanaal en de al voor 1941 (dan wordt de naam gegeven) geprojecteerde Caspar Houbenstraat. Het terrein was opgehoogd met zand dat beschikbaar gekomen was door de uitdieping van het kanaal. Let wel, de realisatie had plaats nog voor, dat het herziene partieel uitbreidingsplan formeel was vastgesteld! 

Geboorteakte Jeruzalem

Het is misschien wel aardig om het Raadsvoorstel “tot het bouwen van een complex van ongeveer 180 geprefabriceerde woningen en enkele winkelhuizen" van 19 augustus 1947, in feite de geboorteakte van ‘Jeruzalem’ hier uitvoerig te citeren. Temeer omdat er in kort bestek alle motieven voor de snelle besluitvorming en de beoogde bouwwijze worden opgesomd:

“Aan de Gemeenteraad,
De omvang van het woningtekort in ons land is van dien aard, dat het nodig is per jaar 70.000 woningen te produceren, wil de achterstand in een tijdsverloop van 10 jaren kunnen worden ingehaald. Een dergelijke productie kan niet worden bereikt, indien men niet zijn toevlucht neemt tot andere bouwmethoden dan de normale, die tevens een belangrijke arbeidsbesparing met zich brengen. Men is zich dan ook gaan toeleggen op de bouw van woningen, waarvan de samenstellende delen uit betonelementen bestaan, die fabrieksmatig worden gereed gemaakt. De voordelen van deze bouwsystemen kunnen alleen dan voldoende worden uitgebuit , wanneer grotere complexen woningen ineens worden gebouwd. Alleen de steden komen daarom voor de toepassing van een dergelijk systeem in aanmerking. Voor het opvoeren van het tempo van de woningbouw achten wij het noodzakelijk ook in deze gemeente tot de bouw van dergelijke woningen over te gaan. Wij zijn dan ook terzake met het Ministerie van Openbare Werken en Wederopbouw in overleg getreden, met het resultaat, dat de gemeente de beschikking kan verkrijgen over woningen van het systeem Airey. Deze woningen zijn van overeenkomstige indeling als de permanente (sic !) woningen, die hier thans in aanbouw zijn. De kostprijs wordt nader door het Ministerie vastgesteld en wel in overeenstemming met de prijs van woningen van het normale bouwsysteem. 

Als plaats voor deze woningen is gedacht het terrein van de gemeente in het partieel uitbreidingsplan “De Hoeven” gelegen tussen de Meierijbaan, de Ringbaan-Oost, het Zijkanaal en het industrieterrein langs het Wilhelminakanaal. Op het gedeelte van die terreinen ten Zuiden van de ontworpen Caspar Houbenstraat kunnen ongeveer 180 van die woningen en enkele winkelhuizen worden opgericht. Op toewijzing van dit aantal kan worden gerekend. Indien de productie van deze woningen volgens de plannen verloopt zal het mogelijk zijn, dat met de montage nog in het a.s. najaar wordt begonnen en dat deze dan vóór het einde van het jaar voor een deel zal zijn voltooid, al kan dit uiteraard niet met zekerheid worden gezegd, omdat de mogelijkheden van dit nieuwe bouwsysteem van verschillende , nog onzekere omstandigheden, afhankelijk zijn.
Zowel ter verkrijging van een goede esthetische oplossing, als om stedebouwkundige redenen, is het gewenst, dat deze woningen in een passende omgeving worden gebouwd. Met name zal er door een voldoende groen-voorziening naar behoren te worden gestreefd, deze tussen verkeerswegen te land en te water ingesloten wijk een eigen karakter te geven. Daarom is een herziening van het uitbreidingsplan voor het betreffende terrein in voorbereiding. Zodra deze is uitgewerkt, zal het juiste aantal woningen worden vastgesteld, dat ter plaatse kan worden gebouwd. Intussen is het gewenst, dat reeds thans een besluit terzake door Uw Raad wordt genomen, om iedere stagnatie in de uitvoering van de plannen te voorkomen…”


Het besluit wordt op 29 augustus 1947 genomen en de raad voteert voor de bouw van de 180 woningen en enige winkelhuizen 2 miljoen gulden.
Opgemerkt mag worden dat uit het bovenstaande blijkt dat het gemeentebestuur impliciet van de veronderstelling uitging dat de te bouwen woningen in tegenstelling tot die in andere projecten géén permanent karakter zouden hebben. De praktijk is anders gebleken! 
Ondanks de positieve verwachtingen en de ferme taal stagneerde de uitvoering toch nog vanwege een discussie met het ministerie over de vraag ten laste van het contingent van welk jaar de woningen konden worden gebracht. De bouw kon namelijk niet meer in 1947 worden aangevangen en de vraag was of men binnen de geldende subsidievoorwaarden het voor dat jaar toegestane volume mocht meenemen naar het volgend jaar. Uiteindelijk is dat toegestaan. De eerste woningen konden in juli 1949 worden verhuurd.

Discussie over tweede deel wijk

Na de bouw van dit eerste, zuidelijk, deel van de wijk gebeurde er een aantal jaren niets. Voorlopig concentreerden zich de bouwactiviteiten op andere delen van de stad en m.n. in het ambitieuze plan Oerle en het plan Berkdijk. Pas in 1954 wordt het noordelijk deel van de wijk gebouwd, overigens volgens hetzelfde systeem. De redenen waarom dit zo gegaan is, zijn niet helder en eenduidig uit de bewaarde stukken te putten. Misschien onvolkomenheden die al heel snel, niet alleen in Tilburg maar ook in Eindhoven en Roosendaal, waar volgens hetzelfde Airey-systeem was gebouwd, in de huizen optraden. Het heeft enige tijd geduurd voordat men die problemen onder de knie had. Wellicht heeft ook het feit dat nog niet alle grond onteigend was, het gat van ruim vijf jaar veroorzaakt.*) 

De Maaslandstraat hoek Ringbaan-Oost (voorgrond) in 1952 
(coll. RHC Tilburg).

Maar zeker is dat in verband met de economische recessie door de Korea-crisis de inflatie toesloeg, de bouwkosten aanzienlijk stegen en bovendien de subsidiekraan van de rijksoverheid drastisch werd aangedraaid waardoor de mogelijkheden van corporaties en gemeenten zeer werden beperkt. Dat leidde er in de wereld van de woningbouwverenigingen toe dat er een hernieuwde discussie op gang kwam over de vraag waar de prioriteiten lagen. Een aantal argumenten die in dit verband in het maart-nummer van 1951 van het blad Volkshuisvesting van de Nationale Centrale van Katholieke Woningbouwverenigingen worden gewisseld, wil ik u tot slot niet onthouden, vooral omdat zij in onze toen nog monolithisch roomse stad zeker in de besluitvorming rond Jeruzalem hebben meegespeeld.

Ir H.B.J. Witte, een jaar later minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting en in 1957 burgemeester van Eindhoven, pleit in zijn artikel voor soberheid. “Juist wij als Katholieken dienen ervan doordrongen te zijn, dat de huidige woningnood een funeste invloed heeft op de geestelijke en morele gezondheid van ons volk. Deze primaire waarden worden niet belaagd door de kwaliteit van de naoorlogse woningen, maar eenvoudig door het getal. … Het is belangrijker dat er véél woningen gebouwd worden, dan dat er woningen tot stand komen die voorzien zijn van douchecellen, van erkers, van een tweede woonvertrek, van kasten in elke kamer, van tegels in de gang en boven het aanrecht, van geplamuurd verfwerk enz. enz.”. En als er dan toch wat meer luxe in moet, dan mag de huur ook wel wat omhoog: “Indien wij … evenveel waarde hechten aan goede woningen dan aan snoepgoed, gebak, oude klare en sigaren, zou dan een groter offer voor meer woongenot niet volledig op zijn plaats zijn?”

De Caspar Houbenstraat in 1959. Links café Jeruzalem 
(coll. RHC Tilburg).

Bij zo’n politieke opvatting passen systeembouw en paternalistisch dirigisme wanneer het om vormgeving van de woonomgeving en regulering van de kwaliteitseisen gaat. En die kwaliteit en de prioriteitstelling worden in een land waar de katholieke zuil na de oorlog grote macht heeft gekregen, bepaald door haar moraal. 

In hetzelfde nummer pleit de Nijmeegse moraaltheoloog prof. dr. L.H. Cornelissen O.P. voor voorrang in de schaarste voor de bouw van voldoende ruime woningen voor de startende kleine gezinnen, zodat de groei daarvan niet gestagneerd wordt. Het is moreel niet in den haak om ze zodanig benauwd te huisvesten dat op onnatuurlijke wijze het kindertal beperkt zou worden. En de grotere gezinnen moeten over zoveel slaapkamers kunnen beschikken dat de kinderen van beiderlei kunne en de ouders gescheiden kunnen slapen, want: “Gebrek aan ruimte zal de ontwikkeling van een gezonde terughoudendheid tegenover het andere geslacht schadelijk beïnvloeden en kan de ouders er toe brengen het huwelijk te beleven op een wijze, die vloekt met de natuur en de straf afroept zowel van de kant der natuur als van de Schepper.” Voor vrijgezellen moest niet gebouwd worden. “Een vrijgezel, die van eenzaamheid houdt, zal zich heel knus en goed kunnen inrichten op een klein kamertje, waar voldoende plaats is voor tafel stoel en bed, maar een gezin met kinderen raakt spoedig in het nauw. Het grootste gezin zal daarom steeds de aandacht mogen opeisen van allen, die iets te zeggen hebben in het bouwbeleid.” 

Aldus om in bijbelse termen te spreken: de opgang naar het kinderrijke Jeruzalem (waar de huizen drie slaapkamers telden) van de vijftiger jaren! 

Speelterrein een de Westlandstraat, 1959 (coll. RHC Tilburg).

*) Opmerkelijk is dat de bouw van systeemwoningen in Noord-Brabant aanvankelijk zeer achterliep bij de rest van het land. Tot 1955 werden hier, en dan met name in Eindhoven, Tilburg en Roosendaal, maar 2.200 (4,5%) van de 48.500 in Nederland gebouwde systeemwoningen gerealiseerd. Pas in 1956 worden er tussen Eindhoven, ’s-Hertogenbosch, Breda en Tilburg onderhandelingen gestart over samenwerking op dit punt. Gevolg daarvan is dat een Rotterdamse aannemer in Tilburg een fabriek voor systeemelementen sticht. Hij doet dit op basis van de toezegging van de bouw van 1.250 woningen per gemeente. In 1958 sluiten meer gemeenten zich bij het samenwerkingsverband aan..


Voornaamste bronnen en literatuur

- Dossier aankoop Nieuwe Hoef van de erven Martens door de gemeente Tilburg, 1934. (Serie akten en contracten in het archief van het Gemeentebestuur, Gemeentearchief Tilburg (GAT).
- Legger bezittingen Willem II (GAT).
- Kadastrale leggers (GAT).
- Dossiers Partieel Uitbreidingsplan de Hoeven en bouw woningen Jerusalem (Archief van het Gemeentebestuur 1938-1985, -1.778.532 en –1.777.811 (GAT).
- Gemeenteverslagen 1946-1955 (GAT).

- De bevolking van Tilburg en haar huisvesting, uitgegeven door het bureau voor de statistiek van de gemeente Tilburg (1946).
- Volkshuisvesting, maandblad van het Katholiek Instituut voor Volkshuisvesting, Nationale Centrale van Katholieke Woningbouwverenigingen, jrg. 3 (1951) nr. 3 (‘Jaarbeursnummer’).
- Doevendans, K., J. Luiten, I. Mekel en R. Rutgers, StadsvormTilburg, historische ontwikkeling; Een methodisch morfologisch onderzoek (Eindhoven/Tilburg, 1993).
- Eijkens, A.M., Kroniek van de Parochie O.L.Vrouw van Lourdes (Koningshoeven) Tilburg (1990).
- Janssen, G.B., “Fluctuaties in beleid en uitvoering van de bouw” in: H.F.J.M. van den Eerenbeemt (red.), Geschiedenis van Noord-Brabant, deel III, Dynamiek en expansie 1945-1996 (Amsterdam/Meppel, 1997).
- Peeters, R., De straten van Tilburg (Tilburg, 1987).
- Peeters, R. en E. Schilders, Katholiek Tilburg in beeld (Tilburg, 1990).
- Peeters, Ronald, Koning Willem II, opperbevelhebber van het leger, ondernemer en grootgrondbezitter (Tilburg, 1999).
- Rossen, M.J.J.G., Het gemeentelijk huisvestingsbeleid in Nederland; Een comparatief onderzoek in Tilburg en Enschede (1900-1925) (Tilburg, 1988).
- Rückert, J.H.E., Het uitbreidingsplan van de gemeente Tilburg (met kaarten) (1917).


* Drs. Gerard Steijns was van 1980 tot 1998 gemeentearchivaris van Tilburg. 
Hij schreef diverse bijdragen op historisch terrein.
Deze tekst is een bewerking van een lezing gehouden tijdens een workshop voor de BNA in afdeling Tilburg op 26 mei 2000.